Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2020:11684

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
25-08-2020
Datum publicatie
03-12-2020
Zaaknummer
8233480 RL EXPL 19-28629
Rechtsgebieden
Europees civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Luchtvaartzaak. Mist en verlate toestemming luchtverkeersleiding geen bijzondere omstandigheid. Passagier-consument heeft recht op vergoeding door vertraging van de vlucht met meer dan 3 uur. Bgk worden ook toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats ‘s-Gravenhage

CB/c

Rolnummer: 8433480 RL EXPL 19-28620

25 augustus 2020

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

1 [eiser 1] , wonende te [woonplaats] ,

2. [eiser 2], wonende te [woonplaats] ,

3. [eiseres 1], wonende [woonplaats] ,

4. [eiseres 2], wonende te [woonplaats] ,

5. [eiser 3], wonende te [woonplaats] ,

6. [eiseres 3], wonende te [woonplaats] ,

7. [eiser 4], wonende te [woonplaats] ,

8. [eiseres 4], wonende te [woonplaats] ,

9. [eiseres 5], wonende te [woonplaats] ,

10. [eiser 5], wonende te [woonplaats] ,

11. [eiseres 6], wonende te [woonplaats] ,

12. [eiser 6], wonende te [woonplaats] ,

13. [eiseres 7], wonende te [woonplaats] ,

eisende partijen,

hierna gezamenlijk te noemen: [eisers] of de passagiers,

gemachtigde: [gemachtigde]

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid TUI Airlines Nederland B.V. mede h.o.d.n. Tuifly,

statutair gevestigd te Rijswijk,
gedaagde partij,

hierna te noemen: Tuifly,

gemachtigde: mevr. mr. M. Lustenhouwer (AKD).

1 Het procesverloop

1.1

De kantonrechter heeft kennisgenomen van de volgende stukken:

  • -

    de dagvaarding van 16 december 2019 met vijf producties (nrs. 1 tot en met 5);

  • -

    de conclusie van antwoord van 11 maart 2020 met zes producties (nrs. 1 tot en met 6);

  • -

    de conclusie van repliek van 12 mei 2010 met vier producties (nrs. 6 tot en met 9);

  • -

    de conclusie van dupliek van 30 juni 2020.

1.2

Aansluitend is vonnis bepaald op heden, van welke datum partijen schriftelijk bericht hebben gekregen van de griffier. Geen van partijen heeft naar aanleiding van de brief van de griffier en in het licht van artikel 134 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering nog te kennen gegeven te verlangen hun standpunten nog nader mondeling te willen toelichten.

2 De feiten

2.1

[eisers] hadden een boeking voor vlucht OR 318 van Tuifly van Miami International Airport (Verenigde Staten) naar Amsterdam-Schiphol Airport op 16 december 2018. Volgens het oorspronkelijke schema zou deze vlucht vertrekken vanuit Miami op 16 december 2018 om 20:20 uur en de aankomst op Schiphol was voorzien voor 17 december 2018 om 11:30 uur (lokale tijden).

2.2

Vlucht OR 318 is feitelijk vertrokken uit Miami op 17 december 2018 om 22:40 uur en is feitelijk op Schiphol aangekomen op 18 december 2018 om 08:12 uur (lokale tijden).

3 De vordering

3.1

[eisers] vorderen bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, (I.) Tuifly te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 9.000,00 te vermeerderen met de wettelijke rente ex art. 6:119 BW, te rekenen vanaf 16 december 2018, althans vanaf datum van de ingebrekestelling dan wel vanaf de datum van betekening van deze dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening; (II.) Tuifly te veroordelen tot betaling van de buitengerechtelijke kosten ad € 825,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over de buitengerechtelijke incassokosten te rekenen vanaf 1 juni 2018 althans vanaf de datum van betekening van de dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening; (III.) Tuifly te veroordelen in de kosten van het geding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na de betekening van het te wijzen vonnis tot aan de dag der algehele voldoening; (IV.) Tuifly te veroordelen in de nakosten van het te wijzen vonnis.

3.2

Aan hun vordering leggen [eisers] ten grondslag dat Europese regelgeving en jurisprudentie, meer in het bijzonder de EU-verordening 261/2004 (hierna; ‘de Verordening’) en (onder meer) de arresten van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 22 december 2008 (C-549/07, Wallentin-Hermann-arrest), van 19 november 2009 (C-402/07, Sturgeon-arrest) hen recht geven op een vergoeding van -in dit geval- € 600,00 per persoon in verband met opgelopen vertraging van hun vlucht van Miami naar Amsterdam. Meer in het bijzonder stellen dat de vertraging door slecht zicht bij vertrek niet kwalificeert als een buitengewone omstandigheid en dat het grootste deel van de vertraging te wijten is aan de verplichte rustpauze van de bemanning van het vliegtuig in Orlando.

4 Het verweer

4.1

Tuifly heeft gemotiveerd verweer gevoerd tegen de vordering van [eisers] Het verweer komt erop neer dat op 16 december 2018 op Schiphol sprake was van zeer slechte weersomstandigheden en dat het zicht beperkt was vanwege dichte mist. Daarom kreeg vlucht OR 317 (het vluchtnummer van de heenvlucht van het toestel, waarmee vlucht OR 318 werd uitgevoerd) pas toestemming om vanuit Amsterdam naar Orlando te vertrekken om 14:59 UTC, een vertraging van 2:47 uur. De vlucht is met een zodanige vertraging in Orlando aangekomen, dat de bemanning, in verband met regelgeving rondom werk- en rusttijden, de vlucht van Orlando naar Miami niet meer kon uitvoeren. De bemanning heeft rust genomen in Orlando. De vlucht van Orlando naar Miami is aangevangen om 20:49 UTC op 17 december 2018. Als de vertraging als gevolg van de weersomstandigheden van de totale vertraging wordt afgetrokken is de vertraging ruim onder de drie uur gebleven. Tuifly is daarom niet gehouden een vergoeding wegens vertraging aan [eisers] te betalen.

5 De beoordeling

5.1

De Verordening en de daarop gebaseerde jurisprudentie beoogt de passagier als consument van door een luchtvaartmaatschappij aangeboden diensten bescherming te bieden tegen annulering van vluchten en de met annulering gelijkgestelde vertragingen, die een bepaalde tijdsduur overschrijden. Deze bescherming vertaalt zich in bepaalde gefixeerde schadevergoedingen en andere verplichtingen, zoals verzorging en, indien aan de orde, overnachtingen. Als uitgangspunt is de luchtvaartmaatschappij gehouden een bepaalde aan de vluchtafstand gerelateerde vergoeding aan de passagier te betalen in geval van een vertraging van meer dan drie uur. Deze verplichting lijdt uitzondering indien de luchtvaartmaatschappij zich met succes op een bijzondere omstandigheid kan beroepen, die als oorzaak voor de vertraging heeft te gelden.

5.2

In het voorliggende geval is verschillen partijen niet van mening dat sprake was van aan vertraging van meer dan 3 uur ten opzichte van de oorspronkelijke aankomsttijd van vlucht OR 318 in Amsterdam. Partijen verschillen wel van mening of sprake was van een buitengewone omstandigheid, die de vertraging heeft veroorzaakt.

5.3

De oorspronkelijk planning van Tuifly bestond erin dat het vliegtuig, waarmee vluchten OR 317 en OR 318 zijn uitgevoerd, van Amsterdam naar Orlando zou vliegen, vandaar een korte vlucht zou maken naar Miami, om daarvandaan weer terug te vliegen naar Amsterdam. Het oorspronkelijke plan voorzag er in dat de bemanning van de heenvlucht het vliegtuig zou vliegen tot Miami, waarvandaan een andere bemanning het vliegtuig terug zou vliegen naar Amsterdam.

5.4

Als gevolg van de voor het vertrek vanuit Amsterdam opgelopen vertraging was het de bemanning van de heenvlucht (OR 317) in verband met de regelgeving omtrent werk- en rusttijden niet meer toegestaan de (korte) vlucht van Orlando naar Miami te maken. De bemanning zou daarmee de toegestane werktijden overschrijden. Daardoor moest de bemanning in Orlando rust nemen. Omdat de bemanning voor de terugvlucht aanwezig was in Miami en niet in Orlando, kon die bemanning het vliegtuig niet van de bemanning van de heenvlucht overnemen. Direct nadat het was toegestaan is het vliegtuig uit Orlando vertrokken en vlucht OR 318 is uiteindelijk in Amsterdam aangekomen op 18 december 2018 om 08:12 uur met een vertraging van 20:42 uur.

5.5

In het voorliggende geval is sprake van een drietal omstandigheden, waardoor de vlucht is vertraagd. In de eerste plaats was het toestel 50 minuten te laat gereed om de vlucht aan te vangen. Vervolgens was er sprake van mist, waardoor het toestel geen toestemming kreeg van de luchtverkeersleiding om te vertrekken. Tenslotte is vertraging opgelopen, vanwege de noodzaak van de bemanning om in Orlando rust te nemen.

5.6

Wat er ook zij van de vertraging, die het vliegtuig bij vertrek vanuit Amsterdam heeft opgelopen, het grootste deel van de vertraging is veroorzaakt door het feit dat de bemanning van de heenvlucht in Orlando onvoldoende werktijd beschikbaar had om het vliegtuig nog van Orlando naar Miami te vliegen, waar een andere bemanning het vliegtuig zou overnemen. Daarmee zou de bemanning de toegestane werktijd met 11 minuten overschrijden. Daardoor moest de bemanning rust nemen en kon het vliegtuig niet doorvliegen naar Miami, maar is het vliegtuig voor de duur van de rustpauze van de bemanning in Orlando aan de grond gebleven, hetgeen een vertraging opleverde van meer dan 10 uur.

5.7

Vast staat dat het vliegtuig 50 minuten later dan gepland gereed was voor vertrek. Voor die vertraging claimt TUI geen buitengewone omstandigheid. Tuifly voert wel aan dat het zicht in Amsterdam op 16 december 2018 in de periode tussen 10:25 en 14:55 uur UTC beperkt was en dat dat een buitengewone omstandigheid was, die vervolgens doorwerkte op zowel de heen- als de terugvlucht van en naar de Verenigde Staten.

5.8

Uit de door Tuifly overgelegde gegevens blijkt dat het zicht in Amsterdam op de oorspronkelijk geplande vertrektijd van vlucht OR 317 (12:10 UTC) afhankelijk van de betreffende start- of landingsbaan tussen de 275 en 375 meter was. Dit valt af te leiden uit de notatie R18C/0350N R27/0325N R18R/0275N R06/0325N FG, waarbij de R gevolgd door een nummer de betreffende startbaan aangeeft en het cijfer na de schuine streep het zicht in meters, de letter N dat in de afgelopen 10 minuten geen veranderingen zijn opgetreden (N = No change) en de letter FG aangeven dat er sprake was van mist (fog, FG), met zicht van minder dan 1.000 meter (productie 1 bij conclusie van antwoord).

5.9

Het kan zijn dat een zicht van 275 meter op een startbaan een belemmering is om op te stijgen. Het kan ook zijn dat in verband met een dergelijke belemmering de luchtverkeersleiding de frequentie van starts en landingen op de betreffende baan verlaagd om meer afstand tussen de verschillende startende en landende vliegtuigen te creëren. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft Tuifly onvoldoende onderbouwd dat een zicht van 275 meter een zodanig slechte weersomstandigheid is dat sprake is van buitengewone omstandigheden. Wat betreft de beslissing van de verkeersleiding om de frequentie terug te brengen heeft Tuifly niet aangetoond dat die beslissing zich alleen richtte tegen vlucht OR 317. Daarmee kan de vertraging bij vertrek niet als een buitengewone omstandigheid gelden.

5.10

Omdat er geen sprake was van een buitengewone omstandigheid tijdens vertrek uit Amsterdam kan de mist en/of de verlate toestemming van de luchtverkeersleiding bij vertrek ook geen doorwerking hebben bij de verdere vertraging in Orlando, die het gevolg is van het feit dat de bemanning van het vliegtuig rust moest nemen.

5.11

Het juist en tijdig bemannen van een vliegtuig is bij uitstek een omstandigheid die verband houdt met de uitoefening van het luchtvaartbedrijf. Dat Tuifly om operationele redenen een bemanning in Miami heeft gestationeerd in plaats van in Orlando voor de driehoeksvlucht Amsterdam – Orlando – Miami – Amsterdam is een operationele beslissing, die Tuifly om haar moverende redenen heeft genomen en ook mag nemen.

5.12

Weliswaar heeft Tuifly gesteld dat de vlucht van Amsterdam naar Orlando sneller dan gepland is verlopen, maar dat neemt niet weg dat vlucht OR 317 bij vertrek uit Amsterdam al een zekere vertraging had. In dat licht was het voor Tuifly ook te voorzien dat bij uitvoering van het oorspronkelijke vluchtplan en de bemanningswissel in Miami een probleem zou kunnen ontstaan. Bovendien was dat probleem voor Tuilfy al te voorzien bij vertrek uit Amsterdam, zodat een groot deel van de vluchttijd gebruikt had kunnen worden om maatregelen te treffen. Zo was het bijvoorbeeld denkbaar geweest om de vlucht in omgekeerde volgorde uit te voeren, door eerst Miami aan te doen en daarna Orlando. Dan had de bemanningswissel in toch in Miami kunnen plaatsvinden en was het vliegtuig met een aanmerkelijk kortere vertraging, wellicht zelfs van minder dan drie uur weer in Amsterdam teruggekeerd. Ook was het denkbaar geweest de bemanning voor de terugvlucht in de tussentijd naar Orlando te verplaatsen of om een bemanning voor de korte vlucht Orlando naar Miami te regelen. Kortom, in de tussentijd heeft Tuifly de mogelijkheid gehad alternatieven uit te werken en uit te voeren, maar Tuifly heeft niet aangevoerd, dat zij die ook daadwerkelijk heeft onderzocht.

5.13

Omdat enerzijds het beroep van Tuifly op buitengewone omstandigheden wordt verworpen en anderzijds onvoldoende is gebleken dat Tuilfy alle mogelijke maatregelen heeft genomen om de vertraging van de vlucht te voorkomen, en in ieder geval te beperken, zal de vordering van [eisers] worden toegewezen.

5.14

Tenslotte zal de kantonrechter nog een beslissing nemen op de betwisting door Tuifly dat [eiser 6] en [eiseres 6] (eisende partijen sub 11 en 12) de vordering van hun twee minderjarige kinderen niet rechtsgeldig hebben gecedeerd. Naar het oordeel van de kantonrechter kwalificeren de als productie 1 bij dagvaarding overgelegde volmacht-aktes niet als aktes van cessie van de mogelijke vorderingen van de twee minderjarigen aan hun ouders. Ook de overgelegde brief van Aviclaim van 2 december 2019 is niet meer dan een kennisgeving en geeft geen informatie over de mogelijke achterliggende cessie, die door Tuifly wordt betwist. Ook bij conclusie van repliek is geen akte van cessie overgelegd. Voor zover ook namens de beide minderjarigen wordt gevorderd zal de vordering worden afgewezen. Dat betekent dat in hoofdsom een bedrag van € 7.800,00 zal worden toegewezen.

5.15

[eisers] vorderen naast de vergoeding in verband met vertraging ook de buitengerechtelijke incassokosten tot een bedrag van € 825,00. Tuilfy voert daartegen verweer, omdat [eisers] hun vordering op dat punt niet hebben onderbouwd. [eisers] stellen daarbij dat zij per claim drie maar meestal vier brieven hebben verstuurd. Daartegen heeft Tuifly geen verder verweer meer gevoerd. Daarbij komt nog dat [eisers] bij dagvaarding reeds correspondentie in verband met de onderhavige vordering hebben overgelegd. Ten aanzien van de hoogte van de buitengerechtelijke incassokosten betwist Tuilfy alleen maar de omvang. Al met al zal de kantonrechter de buitengerechtelijke incassokosten tot een bedrag van € 825,00, als door [eisers] gevorderd, toewijzen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van de dagvaarding.

5.16

Anders dan Tuilfy bepleit zal de wettelijke rente worden toegewezen vanaf 16 december 2018, de datum van de vlucht. De gevorderde en toe te wijzen vergoeding is immers een forfaitair berekende schade, die op grond van artikel 6:83 sub b BW terstond en zonder nadere ingebrekestelling opeisbaar is.

5.17

Als de in het ongelijk gesteld partij zal Tuifly worden veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van [eisers] De nakosten zullen worden toegewezen zoals hierna in het dictum vermeld.

De beslissing

De kantonrechter:

- veroordeelt Tuifly tot betaling aan [eisers] van een totaalbedrag van € 7.800,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 16 december 2018 tot aan de dag van algehele voldoening;

- veroordeelt Tuifly tot betaling aan [eisers] van de buitengerechtelijke kosten van
€ 825,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf de dag van de dagvaarding tot aan de dag van algehele voldoening.

- veroordeelt Tuifly in de proceskosten aan de zijde van [eisers] , begroot op
€ 940,55, waarvan € 600,00 vanwege salaris gemachtigde;

- veroordeelt Tuifly tot betaling van € 120,00 aan nasalaris, voor zover [eisers] daadwerkelijk nakosten zal maken, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na aanschrijving tot de dag der voldoening, en voorts, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, vermeerderd met de explootkosten van betekening van het vonnis, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na betekening tot de dag der voldoening;

- verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. C.W.D. Bom en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 augustus 2020, in tegenwoordigheid van de griffier.