Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2020:11663

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
17-11-2020
Datum publicatie
03-12-2020
Zaaknummer
20-5127
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

vovo afgewezen vanwege ontbreken spoedeisend belang

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht

zaaknummer: SGR 20/5127


uitspraak van de voorzieningenrechter van 19 november 2020 in de zaak tussen

Terebinth, Stichting voor funerair erfgoed, te Leiden, verzoekster,

en

het college van burgemeester en Wethouders van Westland, verweerder(gemachtigde: mr. B. Aboud).

Procesverloop

Bij besluit van 23 juni 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder vergunninghouder een omgevingsvergunning verleend voor het herinrichten van een begraafplaats op het perceel Dijkweg nabij nummer 2 te Naaldwijk.

Verzoekster heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Bij brief van 26 augustus 2020 heeft verweerder laten weten dat vergunninghouder met het uitvoeren van de werkzaamheden zal wachten totdat op het bezwaar is beslist. De griffier heeft vervolgens verzoekster gevraagd of zij bereid is om het verzoek in te trekken.

Verzoekster heeft bij brief van 31 augustus 2020 aangegeven het verzoek te handhaven.

Verweerder heeft bij brief van 5 oktober 2020 een nadere reactie ingediend.

Overwegingen

1.1

De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

1.2

De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb alleen een voorlopige voorziening als "onverwijlde spoed" dat vereist. Verweerder heeft in zijn emailbericht van 26 augustus 2020 vermeld dat vergunninghouder in afwachting van de beslissing op bezwaar geen gebruik zal maken van de verleende omgevingsvergunning.

2.1

Verzoekster heeft in haar reactie van 31 augustus 2020 aangegeven dat het risico dat vergunninghouder onverwijld aan het werk gaat blijft bestaan.

2.2

Bij brief van 5 oktober 2020 heeft verweerder een schriftelijke verklaring van vergunninghouder in het geding gebracht waarin is toegezegd dat niet zal worden gestart met de werkzaamheden totdat de gemeente Westland de beslissing op bezwaar heeft genomen.

3.1

Gelet op deze verklaring van vergunninghouder gaat de voorzieningenrechter er van uit dat vergunninghouder geen gebruik zal maken van de verleende omgevingsvergunning totdat verweerder op het door verzoekster ingediende bezwaarschrift heeft beslist.

3.2

De conclusie is dat er geen spoedeisend belang is dat een voorlopige voorziening nodig maakt. De voorzieningenrechter zal het verzoek daarom afwijzen.

3.3

Indien verzoekster concrete aanwijzingen heeft dat vergunninghouder zijn toezegging niet nakomt en toch van plan is om alvast van de omgevingsvergunning gebruik te maken, dan kan zij eventueel opnieuw een verzoek om voorlopige voorziening indienen.

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. C.J. Waterbolk, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van drs. A.C.P. Witsiers, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op

19 november 2020.

griffier

voorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.