Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2020:11488

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
13-11-2020
Datum publicatie
13-11-2020
Zaaknummer
09/852005-19
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Oplichting bedrijfstakpensioenfonds door eigen werknemer. Opmaken valse verklaringen. Overmaken van pensioenuitkeringen op rekeningen van anderen. Gevangenisstraf 10 maanden. Schadevergoeding voor weggesluisde bedragen, onderzoekskosten en kosten nieuwe jaarrekening. Schadevergoedingsmaatregel omdat verdachte geen vaste woon- of verblijfplaats heeft en deels in het buitenland verblijft.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 09/852005-19

Datum uitspraak: 13 november 2020

Tegenspraak

Promisvonnis

De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] te Rotterdam,

opgegeven postadres: [adres 1]

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden ter terechtzittingen van 29 maart 2019 (regie) en 30 oktober 2020 (inhoudelijk).

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie, mr. C.M. Offers, en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsvrouw, mr. T. Sandrk, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

(dossiers 2 t/m 11)

hij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 april 2017 tot en met 1 februari 2018 te Zoetermeer, althans in Nederland meermalen althans eenmaal met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [pensioenfonds] heeft bewogen tot de afgifte van een of meerdere geldbedrag(en), hebbende verdachte (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

- een of meerdere formulieren van een of meer pensioengerechtigden ( [betrokkene 12] en/of [betrokkene 2] en/of [betrokkene 3] en/of [betrokkene 4] en/of [betrokkene 5] en/of [betrokkene 6] en/of [betrokkene 9] en/of [betrokkene 8] en/of [betrokkene 10] en/of [betrokkene 11] ) van het [pensioenfonds] , waar onder het aanvraagformulier ouderdomspensioen en/of bewijs van in leven zijn-formulier en/of verklaring vrijstelling Belastingdienst, valselijk ingevuld, door

- ( zonder betrokkenheid van de betreffende pensioengerechtigde) de aanvraagouderdomspensioen in te vullen, als ware het formulier door de betreffende

pensioengerechtigde zelf ingevuld en/of

- een rekeningnummer dat niet aan de betreffende pensioengerechtigde toebehoorde op te nemen in dat/die formulier(en) en/of die/dat formulier(en) valselijk te ondertekenen, en/of (vervolgens)

- dat/die formulier(en) in te dienen bij en/of in het systeem van het [pensioenfonds] ,

waardoor [pensioenfonds] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

2.

(dossiers 1 t/m 11)

Hij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 april 2017 tot en met 1 maart 2018 te Zoetermeer, althans in Nederland meermalen, althans eenmaal, (telkens)

- ( een) (ingevuld(e)) aanvraagformulier(en) ouderdomspensioen van [betrokkene 13] en/of [betrokkene 12] en/of [betrokkene 2] en/of [betrokkene 3] en/of [betrokkene 4] en/of [betrokkene 5] en/of [betrokkene 6] en/of [betrokkene 9] en/of [betrokkene 8] en/of [betrokkene 10] en/of [betrokkene 11] en/of

- ( een) bewij(s)(zen) van in leven zijn van [betrokkene 13] en/of [betrokkene 12] en/of [betrokkene 2] en/of [betrokkene 10] en/of [betrokkene 11]

(elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen

- valselijk heeft opgemaakt of vervalst, immers heeft verdachte (telkens) valselijk

- ( in het geval van het aanvraagformulier) het formulier ingevuld en ondertekend op naam van [betrokkene 13] en/of [betrokkene 12] en/of [betrokkene 2] en/of [betrokkene 3] en/of [betrokkene 4] en/of [betrokkene 5] en/of [betrokkene 6] en/of [betrokkene 9] en/of [betrokkene 8] en/of [betrokkene 10] en/of [betrokkene 11] en/of een rekeningnummer ingevuld dat niet aan voornoemde perso(o)n(en) toebehoorde en/of

- ( in het geval van het bewijs van in leven zijn) het formulier ingevuld en ondertekend, zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

en/of

Hij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 april 2017 tot en met

1 maart 2018 te Zoetermeer, althans in Nederland meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een vals(e) of vervalst(e)

- ( een) (ingevuld(e)) aanvraagformulier(en) ouderdomspensioen van [betrokkene 13] en/of [betrokkene 12] en/of [betrokkene 2] en/of [betrokkene 3] en/of [betrokkene 4] en/of [betrokkene 5] en/of [betrokkene 6] en/of [betrokkene 9] en/of [betrokkene 8] en/of [betrokkene 10] en/of [betrokkene 11] en/of

- ( een) bewij(s)(zen) van in leven zijn van [betrokkene 13] en/of [betrokkene 12] en/of [betrokkene 2] en/of [betrokkene 10] en/of [betrokkene 11] , (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen

- als ware die/dat geschrift(en) (telkens) echt en onvervalst, bestaande dat gebruik maken hierin dat verdachte deze/dit gebruikte bij een aanvraag tot betaling van pensioen bij [pensioenfonds] en bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat er een rekeningnummer op stond dat niet aan de betreffende pensioengerechtigde behoorde en/of er een valse handtekening op was gezet.

3 Bewijsoverwegingen

3.1

Inleiding

De verdachte wordt verweten dat hij in de periode van 1 april 2017 tot en met 1 maart 2018 in elf dossiers heeft gefraudeerd met het laten uitkeren van ouderdomspensioen door afkoopformulieren valselijk in te vullen en/of bewijzen van leven valselijk op te maken. De verdachte heeft bekend dat hij in drie van de elf dossiers de afkoopformulieren heeft ingevuld, in de overige dossiers ontkent hij enige betrokkenheid.

3.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het onder feit 1 en 2 ten laste gelegde.

3.3

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht de verdachte deels vrij te spreken van het tenlastegelegde, namelijk voor de oplichting onder feit 1, in de dossiers [betrokkene 12] , [betrokkene 2] , [betrokkene 3] , [betrokkene 4] , [betrokkene 6] , [betrokkene 9] en [betrokkene 8] . Ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde, de verdenking van valsheid in geschrifte, heeft de verdediging verzocht de verdachte integraal vrij te spreken in de dossiers [betrokkene 13] , [betrokkene 12] , [betrokkene 2] , [betrokkene 3] , [betrokkene 4] , [betrokkene 6] , [betrokkene 9] en [betrokkene 8] . Op specifieke standpunten van de verdediging zal de rechtbank hierna – voor zover relevant – nader ingaan.

3.4

De beoordeling van de tenlastelegging1

Op vrijdag 2 maart 2018 ontving het [pensioenfonds] (hierna: pensioenfonds) van de ABN AMRO-fraudedesk een signaal over een mogelijk verdachte opdracht tot uitbetaling van een pensioenuitkering over de maand februari 2018. Het betrof een opdracht tot betaling van € 10.399,87 aan [betrokkene 13] op [bankrekening] . Na intern onderzoek werd duidelijk dat de betreffende bankrekening niet op naam staat van de bedoelde begunstigde [betrokkene 13] , maar op naam van de verdachte.2 Bij nadere bestudering van dit dossier zijn aanwijzingen van fraude ontdekt. Naar aanleiding hiervan is intern een onderzoek, in gezamenlijkheid met [bedrijfsrecherche] , gedaan naar de individuele pensioenaanvragen in de periode van januari 2017 tot en met maart 2018. In dit onderzoek werden 11 dossiers als frauduleus aangemerkt. Op 3 april 2018 is door de directeur van het pensioenfonds aangifte gedaan.3

Dossiers 6 ( [betrokkene 5] ), 10 ( [betrokkene 10] ) en 11 ( [betrokkene 11] )

De verdachte heeft verklaard dat hij in drie dossiers de afkoopformulieren van het ouderdomspensioen uit het systeem van het pensioenfonds heeft gehaald en heeft voorzien van een bankrekeningnummer van zijn broer, tante of huisgenoot van zijn tante, teneinde het pensioen aan hen te laten uitkeren. Die drie formulieren betroffen formulieren van bestaande mensen (begunstigden) die niet traceerbaar en woonachtig in het buitenland waren. Ook heeft hij een vrijstellingsverklaring belastingdienst en bewijzen van in leven zijn opgemaakt.4

In het dossier van begunstigde [betrokkene 5] (dossier 6) heeft de verdachte op het aanvraagformulier ouderdomspensioen het rekeningnummer van zijn tante [tante verdachte]5 ingevuld. In het dossier van begunstigde [betrokkene 10] (dossier 10) heeft de verdachte op de verklaringsvrijstelling van de belastingdienst het rekeningnummer van de huisgenoot van zijn tante, [huisgenoot tante verdachte]6 ingevuld en heeft hij een verklaringsvrijstelling belastingdienst opgemaakt7. In het dossier van begunstigde [betrokkene 11] (dossier 11) heeft de verdachte op het aanvraagformulier ouderdomspensioen (buitenland) het rekeningnummer van zijn broer [broer verdachte]8 ingevuld.9

Op het aanvraagformulier op naam van [betrokkene 5] (dossier 6) is eerst een ander bankrekeningnummer ingevuld dat daarna is doorgehaald.10 Door een specialist is dit nummer naar voren gehaald. Het naar voren gehaalde nummer is [rekeningnummer 1] . Dit nummer betreft het rekeningnummer van de medeverdachte [medeverdachte] (hierna: [medeverdachte] ).

Op het formulier ‘bewijs van in leven zijn’ in het dossier van [betrokkene 10] (dossier 10) is het door de Marokkaanse autoriteit ingevulde deel van het bewijs in leven ‘geknipt en geplakt’ uit het dossier van [betrokkene 14] dat op 25 januari 2016 is afgegeven door de autoriteit van Tetouan. Daarbij is de datum vervalst van 25 januari 2016 naar 25 mei 2017.11

Op het formulier ‘bewijs van in leven zijn’ in het dossier van [betrokkene 11]12 (dossier 11) is het bewijs van in leven zijn ‘geknipt en geplakt’ uit het dossier van [betrokkene 15] .13

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank ten aanzien van de dossiers 6, 10 en 11 wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het pensioenfonds heeft opgelicht (feit 1) en hiertoe gebruik heeft gemaakt van vals opgemaakte en vervalste aanvraagformulieren (feit 2).

Dossier 1. Mr. [betrokkene 13]

Op naam van [betrokkene 13] is een initiërende aanvraag tot uitbetaling van het ouderdomspensioen gedaan. Het aanvraagformulier ouderdomspensioen14 en verklaring vrijstelling belastingdienst15 zijn op 18 november 2017 ondertekend. Op de verklaring vrijstelling belastingdienst is [rekeningnummer 2] als rekeningnummer ingevuld.

De stempel op het bewijs van in leven zijn16, is ‘geknipt en geplakt’ uit het dossier op naam van [betrokkene 16] dat op 28 januari 2011 is afgegeven door de autoriteit van Rojales.17 Blijkens de uitkeringsspecificatie van februari 2018 was het pensioenfonds voornemens een netto pensioen van € 10.399,87 uit te keren op [bankrekening] . Deze betaling werd echter tegengehouden door de bank omdat deze als verdacht werd aangemerkt.18 Het rekeningnummer [rekeningnummer 2] staat op naam van de verdachte.19 Blijkens de pensioenadministratie heeft de verdachte de initiërende aanvraag verwerkt.20

Dossier 2. Dhr. [betrokkene 12]

Op naam van [betrokkene 12] is een initiërende aanvraag tot uitbetaling van het ouderdomspensioen gedaan. Er zijn (op verschillende data) twee verschillende ingevulde aanvraagformulieren retour gekomen.21 Op het eerste formulier van 1 juli 2017 is als rekeningnummer ingevuld: [rekeningnummer 3] .22 Op het tweede formulier van 27 december 2017 is als bankrekeningnummer ingevuld: [rekeningnummer 4] 05.23 Blijkens een uitkeringsspecificatie werd een nettobedrag van € 3.854,26 overgemaakt op [rekeningnummer 4] 05.24 Op 8 maart 2018 is zonder opgave van reden een bedrag van € 3.854,26 terugbetaald door de rekeninghouder van die bankrekening.25

Het rekeningnummer [rekeningnummer 5] is van [ex-partner] , de ex-partner van [medeverdachte] . In haar verhoor heeft [ex-partner] verklaard niets te weten van aanvragen ouderdomspensioen bij het pensioenfonds, dat het geld afkomstig was van haar ex-partner en dat zij wel iemand kent die bij het pensioenfonds heeft gewerkt, te weten de verdachte.26 Later heeft zij verklaard dat [medeverdachte] tegen haar had gezegd dat [verdachte] dat had gedaan (de rechtbank begrijpt: het geld op haar bankrekening gestort) en dat hij bij het pensioenfonds werkt. [medeverdachte] heeft verklaard dat hij het rekeningnummer van zijn toenmalige vriendin, [ex-partner] , aan [verdachte] had gegeven.27

Blijkens de pensioenadministratie heeft de verdachte een sturende rol gehad bij de start van het dossier; in strijd met de gangbare procedure heeft hij de inkomende initiërende aanvraag zelf geïndexeerd. Het rekeningnummer dat op het niet behandelde aanvraagformulier is ingevuld, het nummer eindigend op [nummer] , staat op naam van [tante verdachte]28, de tante verdachte.29

De stempel op het formulier van het bewijs van leven is ‘geknipt en geplakt’ uit het dossier van [betrokkene 14] dat op 25 januari 2016 is afgegeven door de autoriteit in Tetouan. Buiten het pensioenfonds heeft niemand de benodigde toegang het formulier bewijs van leven uit het dossier van [betrokkene 14] .30

Dossier 3. Dhr. [betrokkene 2]

Op naam van [betrokkene 2] is een initiërend verzoek tot uitbetaling van ouderdomspensioen gedaan. Op het ingevulde aanvraagformulier ouderdomspensioen van 23 juli 2017 is het voorgedrukte adres doorgehaald en is [adres 2] (zonder huisnummer) te Singapore geschreven.31 Op het formulier ‘verklaringvrijstelling belastingdienst’ is wederom het voorgedrukte adres weggekrast, het adres in Singapore opgeschreven en is [rekeningnummer 6] als bankrekeningnummer opgegeven.32 Het bewijs van in leven zijn is op 23 juli 2017 getekend en voorzien van een stempel in Tokyo.33 In september is een bedrag van € 17.845,56 overgemaakt op rekeningnummer [rekeningnummer 6] .34 Dit bankrekeningnummer blijkt van [medeverdachte] te zijn.35 Uit een GBA aanvraag blijkt [betrokkene 2] ingeschreven te staan in [adres 3] te Japan.36

De stempel van het bewijs in leven zijn op het formulier van [betrokkene 2] is ‘geknipt en geplakt’ uit het dossier van [betrokkene 17] . Het bewijs is op 23 januari 2017 afgegeven door de Nederlandse ambassade in Tokyo. Buiten het pensioenfonds heeft niemand toegang tot het formulier bewijs van leven uit het dossier van [betrokkene 17] .37

Dossier 4. Dhr. [betrokkene 3]

Op naam van [betrokkene 3] is een initiërend verzoek tot uitbetaling ouderdomspensioen gedaan, waarbij [postbus] te Eindhoven als postadres is opgegeven.38 Op het ingevulde aanvraagformulier ouderdomspensioen van 7 juli 2017 is [rekeningnummer 7] als bankrekening opgegeven.39 In augustus 2017 is een bedrag van € 13.502,15 op de rekening met rekeningnummer [rekeningnummer 7] gestort.40

De rekeninghouder van de rekening [rekeningnummer 7] is [betrokkene 18] . Bij de politie heeft [betrokkene 18] verklaard dat het bedrag van € 13.502,15 dat op haar rekening is gestort, voor een goede vriend van haar ex, te weten [verdachte] . [verdachte] had verteld dat er iets was met het pensioen van zijn opa en dat het niet op zijn rekening gestort kon worden. Toen is het geld op haar rekening gestort. [verdachte] heeft gebeld wanneer hij het geld kon ophalen en toen is het opgehaald. Ze heeft verklaard alles te hebben meegegeven en niets voor zichzelf te hebben gehouden. Zij kent niemand die bij het pensioenfonds werkt, maar ze denkt dat [verdachte] er werkt.41

Blijkens de pensioenadministratie heeft de verdachte in alle stappen van het dossier een bepalende rol gehad. Voorts is het dossier abnormaal snel afgehandeld.42 Volgens drie door [bedrijfsrecherche] ingeschakeld handschriftexperts is het zeer waarschijnlijk dat het handschrift op het aanvraagformulier van de verdachte afkomstig is.43

Dossier 5. Dhr. [betrokkene 4]

Op naam van [betrokkene 4] is een initiërend verzoek tot uitbetaling ouderdomspensioen gedaan, waarbij een [vakantiepark] als postadres is opgegeven44. Op het ingevulde aanvraagformulier ouderdomspensioen van 23 juni 2017 is [rekeningnummer 8] als bankrekeningnummer opgegeven.45 Blijkens de uitkeringsspecificatie van juli 2017 is een netto pensioen van € 7.670,86 op bankrekening [rekeningnummer 8] gestort. Het bankrekeningnummer [rekeningnummer 8] blijkt van [medeverdachte] te zijn.46

Volgens het GBA woont dhr. [betrokkene 4] in Spanje. Blijkens de pensioenadministratie heeft de verdachte een bepalende rol gehad in alle stappen bij dit dossier. Het dossier is abnormaal snel afgehandeld.47

Dossier 7. [betrokkene 6]

Op naam van [betrokkene 6] is een aanvraagformulier ouderdomspensioen bij het pensioenfonds binnengekomen.48

Op het ingevulde verklaringsvrijstelling belastingdienst van 17 april 2017 is [rekeningnummer 6] als bankrekeningnummer opgegeven.49 Blijkens de uitkeringsspecificatie van mei 2017 is een netto pensioen van € 6.399,44 op bankrekening [rekeningnummer 6] uitgekeerd.50 Dit bankrekeningnummer blijkt van [medeverdachte] te zijn.51

De verdachte blijkt in alle stappen van dit dossier een bepalende rol te hebben gehad. Het dossier is abnormaal snel afgehandeld.52

Dossier 8. Dhr. [betrokkene 6]

Op naam van dhr. [betrokkene 6] is een initiërend verzoek tot uitbetaling ouderdomspensioen gedaan, waarbij als [adres 4] te Den Haag als postadres is opgegeven.53 Op het ingevulde formulier ouderdomspensioen van 28 juli is [rekeningnummer 9] bij de ING bank als rekeningnummer opgegeven.54 Blijkens de uitkeringsspecificatie van september 2017 is een netto pensioen van € 5.998,78 op de rekening [rekeningnummer 9] gestort.55 Dit rekeningnummer blijkt toe te horen aan [betrokkene 19] , [adres 5] .56

Blijkens het GBA woont [betrokkene 6] in Maleisië.

Blijkens de pensioenadministratie heeft de verdachte bij alle stappen in dit dossier een bepalende rol gehad. Daarnaast heeft hij in strijd met de gangbare procedure de inkomende initiërende aanvraag zelf geïndexeerd.57

Dossier 9. Dhr. [betrokkene 8]

Op naam van [betrokkene 8] is een initiërend verzoek tot uitbetaling ouderdomspensioen gedaan, waarbij [adres 6] als adres is opgegeven.58 Op het ingevulde formulier ouderdomspensioen, zonder datum, is [rekeningnummer 10] als bankrekeningnummer opgegeven.59 Blijkens de uitkeringsspecificatie van juli 2017 is een netto pensioen van € 5.295,70 op de rekening [rekeningnummer 10] gestort.60 Rekeningnummer [rekeningnummer 10] behoort toe aan [betrokkene 20] .61

[betrokkene 20] verbleef ten tijde van de storting van het geldbedrag in een gesloten instelling. Bij de politie heeft zij verklaard dat haar moeder, [betrokkene 21] , gebruik maakte van haar rekening.62 [betrokkene 21] heeft verklaard dat zij is benaderd door de vader van haar kinderen, [medeverdachte] , met de vraag of zij iemand kent met een rekeningnummer waar geld op gestort mocht worden. De persoon die dat zou doen, zou iets van 100 à 150 euro krijgen. [betrokkene 20] heeft toen een rekening die zij gebruikte beschikbaar gesteld, dat was de rekening van [betrokkene 20] . [betrokkene 21] heeft € 150,- gekregen, de rest is naar de vriend van [medeverdachte] , [verdachte] , gegaan.63 Bij de rechter-commissaris heeft zij verklaard dat zij bij de politie de waarheid heeft verklaard.64

Blijkens de GBA is [betrokkene 8] geëmigreerd naar de Filipijnen en niet woonachtig te Nieuwkoop. Blijkens de pensioenadministratie heeft de verdachte bij alle stappen in het dossier een bepalend rol gehad. Het dossier is abnormaal snel afgehandeld en de verdachte heeft in strijd met de gangbare procedures de inkomende initiërende aanvraag zelf geïndexeerd.65

Medeverdachte [medeverdachte]

Bij de politie heeft [medeverdachte] verklaard dat een vriend van hem, de verdachte, hem belde en zei dat als hij zijn rekeningnummer zou geven, hij geld zou krijgen. Toen het geld binnenkwam, mocht hij een deel houden en de rest moest hij aan verdachte afstaan. Zijn bankrekening is gebruikt om geld op te storten. Er is in totaal drie keer geld gestort. Ook heeft hij het bankrekeningnummer van zijn vriendin, genaamd [ex-partner] , aan verdachte gegeven.66

Ter terechtzitting van 30 oktober 2020 heeft [medeverdachte] als getuige in de strafzaak tegen de verdachte verklaard dat hij betrokken is geweest bij de verduistering van geld van het pensioenfonds en dat hij dit samen heeft gedaan met de verdachte. [medeverdachte] regelde bankrekeningen waar het geld van het pensioenfonds op gestort kon worden. Voorts heeft [medeverdachte] verklaard dat hij alleen met de verdachte heeft samengewerkt en dat er geen tussenpersonen tussen hem en de verdachte hebben gezeten. De vraag of hij andere personen kende die destijds bij het pensioenfonds werkten, heeft hij ontkennend beantwoord.67

Conclusie

In alle elf dossiers die als frauduleus zijn aangemerkt, is sprake geweest van eenzelfde modus operandi, namelijk:

- dat in alle zaken op initiatief van de pensioengerechtigde een pensioenaanvraag is gedaan door een pensioengerechtigde die woonachtig was in het buitenland;

- in meerdere dossiers op het bewijs van in leven zijn is een vervalste stempel ‘geknipt en geplakt’ uit een oud dossier;

- in alle dossiers heeft de verdachte in het pensioenadministratiesysteem een of meer mutaties gelogd;

- in meerdere dossiers heeft de verdachte blijkens het pensioenadministratiesysteem een bepalende rol gehad.

De verdachte heeft bekend dat hij de aanvraagformulieren in dossiers 6, 10 en 11 heeft ingevuld teneinde het pensioenfonds tot betaling over te laten gaan. Aanvankelijk was op het eerste aanvraagformulier in dossier 6 een rekeningnummer ingevuld dat later is doorgekrast. Het doorgekraste nummer, dat door een expert naar voren is gehaald, blijkt hetzelfde rekeningnummer te zijn als het ingevulde rekeningnummer in de dossiers 3 en 7. Dit rekeningnummer blijkt van de bankrekening van [medeverdachte] te zijn. [medeverdachte] is betrokken geweest in 5 dossiers (dossiers: 2, 3, 5, 7 en 9). Hij heeft verklaard dat hij in drie van deze dossiers zijn eigen rekeningnummer aan de verdachte heeft gegeven om geldbedragen op zijn rekening te laten storten. In twee van deze dossiers heeft hij rekeningnummers van zijn ex-partners gebruikt. Ter zitting heeft [medeverdachte] verklaard dat hij enkel met de verdachte heeft samengewerkt en dat er geen andere personen binnen het pensioenfonds betrokken zijn geweest. Voorts verklaren de getuigen in alle dossiers (behalve dossier 8) dat zij geld voor de verdachte op hun rekening lieten storten en dat dit geld uiteindelijk - al dan niet via een andere persoon - aan de verdachte is gegeven. Tot slot is het handschrift op het aanvraagformulier in dossier 4 herkend als het handschrift van de verdachte. Gelet op al deze omstandigheden alsmede de korte periode waarin de elf aanvraagformulieren zijn ingevuld en ingediend, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de tenlastegelegde oplichting (feit 1) heeft gepleegd. Nu in al deze oplichtingsdossiers op eenzelfde wijze de aanvraagprocedure is opgestart, eenzelfde aanvraagformulier is ingevuld, in de gevallen waarin dat nodig was een ‘bewijs van in leven zijn’ op dezelfde wijze is geknipt en geplakt uit oude dossiers en [medeverdachte] heeft verklaard dat hij enkel aan de verdachte de rekeningnummers heeft gegeven en niemand anders kende die bij het pensioenfonds werkte, kan het niet anders dan dat het de verdachte is geweest die ook in deze dossiers de documenten heeft vervalst / valselijk heeft opgemaakt (feit 2). De omstandigheid dat de verdachte ten tijde van het indienen van de aanvraagformulieren in dossiers 1 en 2 niet meer werkzaam was bij het pensioenfonds doet aan het voorgaande niets af, nu de verdachte voor zijn uitdiensttreding al een of meer handelingen in de desbetreffende dossiers had uitgevoerd en – zoals hij zelf heeft verklaard – de aanvraagformulieren ook mee naar huis nam. De rechtbank gaat er dan ook van uit dat de verdachte deze formulieren na de beëindiging van zijn dienstverband heeft ingevuld en naar het pensioenfonds heeft opgestuurd.

De rechtbank zal de verdachte partieel vrijspreken van het gebruikmaken van de vervalste bewijzen van in leven zijn, zoals onder feit 2 ten laste is gelegd, nu de valsheid van deze formulieren niet bestond uit het plaatsen van een valse handtekening op deze formulieren.

3.5

De bewezenverklaring

De rechtbank verklaart ten aanzien van de verdachte bewezen dat:

1.

(dossiers 2 t/m 11)

hij in de periode van 1 april 2017 tot en met 1 februari 2018 te Zoetermeer, althans in Nederland meermalen met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en door listige kunstgrepen, [pensioenfonds] heeft bewogen tot de afgifte van geldbedragen, hebbende verdachte telkens met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid

- formulieren van pensioengerechtigden ( [betrokkene 12] en [betrokkene 2] en [betrokkene 3] en [betrokkene 4] en [betrokkene 5] en [betrokkene 6] en [betrokkene 9] en [betrokkene 8] en [betrokkene 10] en [betrokkene 11] ) van het [pensioenfonds] , waar onder het aanvraagformulier ouderdomspensioen en/of bewijs van in leven zijn-formulier en/of verklaring vrijstelling Belastingdienst, valselijk ingevuld, door

- zonder betrokkenheid van de betreffende pensioengerechtigde de aanvraagouderdomspensioen in te vullen, als ware het formulier door de betreffende

pensioengerechtigde zelf ingevuld en

- een rekeningnummer dat niet aan de betreffende pensioengerechtigde toebehoorde op te nemen in die formulieren en die formulieren valselijk te ondertekenen, en (vervolgens)

- die formulieren in te dienen bij en/of in het systeem van het [pensioenfonds] ,

waardoor [pensioenfonds] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

2.

(dossiers 1 t/m 11)

hij in de periode van 1 april 2017 tot en met 1 maart 2018 te Zoetermeer, althans in Nederland

- ( een) ingevulde aanvraagformulieren ouderdomspensioen van [betrokkene 13] en [betrokkene 12] en [betrokkene 2] en [betrokkene 3] en [betrokkene 4] en [betrokkene 5] en [betrokkene 6] en [betrokkene 9] en [betrokkene 8] en [betrokkene 10] en [betrokkene 11] en

-een bewijs van in leven zijn van [betrokkene 13] en [betrokkene 12] en [betrokkene 2] en [betrokkene 10] en [betrokkene 11]

elk zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst, immers heeft verdachte telkens valselijk

- in het geval van het aanvraagformulier het formulier ingevuld en ondertekend op naam van [betrokkene 13] en [betrokkene 12] en [betrokkene 2] en [betrokkene 3] en [betrokkene 4] en [betrokkene 5] en [betrokkene 6] en [betrokkene 9] en [betrokkene 8] en [betrokkene 10] en [betrokkene 11] en een rekeningnummer ingevuld dat niet aan voornoemde personen toebehoorde en

- in het geval van het bewijs van in leven zijn het formulier ingevuld en ondertekend,

zulks telkens met het oogmerk om die geschriften als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

en

hij in de periode van 1 april 2017 tot en met 1 maart 2018 te Zoetermeer, althans in Nederland telkens opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een vals of vervalst

- ingevuld aanvraagformulier ouderdomspensioen van [betrokkene 13] en [betrokkene 12] en [betrokkene 2] en [betrokkene 3] en [betrokkene 4] en [betrokkene 5] en [betrokkene 6] en [betrokkene 9] en [betrokkene 8] en [betrokkene 10] en/of [betrokkene 11]

elk zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - als ware die geschriften telkens echt en onvervalst, bestaande dat gebruik maken hierin dat verdachte deze gebruikte bij een aanvraag tot betaling van pensioen bij [pensioenfonds] en bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat er een rekeningnummer op stond dat niet aan de betreffende pensioengerechtigde behoorde en er een valse handtekening op was gezet.

Voor zover in de tenlastelegging type- en taalfouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5 De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6 De strafoplegging

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden.

6.2

Het standpunt van de verdediging

Door de verdediging is bepleit dat de verdachte zich slechts ten aanzien van de dossier 6, 10 en 11 schuldig heeft gemaakt aan oplichting. Voorts is door de verdediging verzocht rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, het tijdsverloop, de omstandigheden waaronder het strafbare feit is gepleegd en de omstandigheid dat de verdachte er persoonlijk niet financieel op vooruit is gegaan. Gelet daarop heeft de verdediging verzocht aan de verdachte geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.

De verdachte heeft zich gedurende een langere periode schuldig gemaakt aan oplichting van het pensioenfonds. Hij maakte gebruik van vals opgemaakte en vervalste documenten waardoor hij het pensioenfonds bewoog tot uitkering van pensioenen aan personen voor wie dit geld niet bedoeld was. De rechtbank neemt het de verdachte kwalijk dat hij het vertrouwen dat zijn werkgever, het pensioenfonds, in hem had gesteld, door hem autorisaties te geven zodat hij zijn werk kon uitvoeren, op deze grove wijze heeft beschaamd. Daarnaast neemt de rechtbank het de verdachte zeer kwalijk dat hij juist een pensioenfonds heeft opgelicht. Pensioenfondsen zijn financiële organisaties waar werknemers iedere maand een deel van hun salaris aan moeten betalen om ervoor te zorgen dat zij in de toekomst over voldoende financiële middelen kunnen beschikken. Hij heeft zich aan dat pensioengeld van horecamedewerkers vergrepen. Door op deze wijze te handelen heeft de verdachte niet alleen het fonds financiële schade berokkend, maar zijn handelen heeft ook afbreuk gedaan aan het voor het pensioenfonds noodzakelijke vertrouwen.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en een op naam van de verdachte staand uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 25 september 2020.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat, gelet op de ernst van de feiten, niet kan worden volstaan met een andere straf dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. De rechtbank ziet aanleiding om de strafeis van de officier van justitie enigszins te matigen, nu de officier van justitie bij het formuleren van haar strafeis uitdrukkelijk in strafverzwarende zin rekening heeft gehouden met de gepleegde valsheid in geschrifte. De rechtbank houdt er echter rekening mee dat sprake is van feitelijk samenvallen van een deel van de onder 1 en onder 2 bewezen verklaarde feiten. In deze zaak is er sprake van een overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank neemt, mogelijk in het voordeel van verdachte zijn eerste verhoor op 23 augustus 2018 als aanvangsmoment. De overschrijding is dan twee maanden. De rechtbank acht in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 11 maanden passend en geboden. Gelet op de overschrijding van de redelijke termijn zal de duur van gevangenisstraf met, met inachtneming van het arrest van de Hoge Raad van 17 juni 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD2578 (https://www.navigator.nl/document/id3420080617s0194607admusp?ctx=WKNL_CSL_10000001&anchor=id-34_2008-06-17_s-01946-07__usp), NJ 2008/358 en afrondend in het voordeel van verdachte, één maand worden verminderd.

De rechtbank zal een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden opleggen.

7 De vordering van de benadeelde partij

Drs. P. [vertegenwoordiger benadeelde partij] [pensioenfonds] , heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces en vordert een schadevergoeding van € 183.781,87 te vermeerderen met de wettelijke rente. Dit bedrag (materiële schade) bestaat uit € 75.163,59 aan gedane betalingen en € 108.618,28 aan onderzoekskosten. Het verzoek tot vergoeding van advocaatkosten van € 4.716,- is ter zitting ingetrokken.

7.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot hoofdelijke toewijzing van de vordering van de benadeelde partij tot een bedrag van € 183.781,87, te vermeerderen met de wettelijke rente.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering. Primair heeft zij hiertoe aangevoerd dat een machtiging ontbreekt waaruit blijkt dat [vertegenwoordiger benadeelde partij] de vordering mocht indienen en daarnaast dat het pensioenfonds slechts beheerder was van de gelden en dat het pensioenfonds niet zelf benadeelde partij is in deze zaak. Subsidiair heeft de verdediging bepleit de vordering niet ontvankelijk te verklaren omdat het een onevenredige belasting van het strafproces oplevert. Indien de rechtbank wel toekomt aan de behandeling van de vordering, is door de verdediging verzocht het toe te wijzen bedrag aanzienlijk te matigen, nu deze de dubbele redelijkheidstoets niet kan doorstaan. Uitgaande van een schade van € 75.136,- zijn de onderzoekskosten van ruim € 108.000,- simpelweg niet langer redelijk.

7.3

Het oordeel van de rechtbank

De benadeelde partij is ontvankelijk in haar vordering. De advocaat van de benadeelde partij, mr. J.H. Pelle, heeft ter terechtzitting van 30 oktober 2020 nadrukkelijk verklaard dat hij namens de benadeelde partij de vordering heeft ingediend en dat hij hiertoe door de benadeelde partij is gemachtigd. Deze mededeling dekt ieder eventueel machtigingsgebrek.

De vordering van de benadeelde partij bestaat uit diverse posten, te weten:

- gedane betalingen € 75.163,59

- kosten onderzoek

[bedrijf]

Aanvullende werkzaamheden jaarrekening € 19.965,00

[bedrijf1]

Forensic accounting € 31.429,75

[bedrijf2 ]

Aanvullende werkzaamheden ISAE certificering € 17.951,56

[bedrijfsrecherche]

periode:

- 06-03-2018 t/m 18-03-2018 € 21.450,19

- 29-03-2018 t/m 16-04-2018 € 8.214,98

- 17-04-2018 t/m 25-04-2018 € 3.087,35

- 26-04-2018 t/m 03-05-2018 € 4.747,60

- 06-03-2018 t/m 20-06-2018 € 1.771,85 +

€ 108.618,28

De rechtbank zal de vordering per post bespreken.

Gedane betalingen

De vordering, voor zover deze betrekking heeft op de post gedane betalingen, is voldoende onderbouwd en namens de verdachte niet gemotiveerd betwist. Op grond van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting kan dan ook worden vastgesteld dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door de onder 1 en 2 bewezenverklaarde feiten, ter grootte van € 74.478,39.

[bedrijfsrecherche]

Naar aanleiding van een melding van de ABN AMRO-fraudedesk van 2 maart 2018 is [bedrijfsrecherche] ingeschakeld. Blijkens de facturen hebben zij de eerste werkzaamheden verricht op 6 maart 2018. Het rapport dateert van 19 april 2018. De facturen binnen de periode van 6 maart 2018 tot en met 19 april 2018 zijn aan te merken als rechtstreekse schade die de benadeelde partij heeft geleden door de onder 1 en 2 bewezenverklaarde feiten. Dat betekent dat de vordering ten aanzien van de eerste drie facturen, te weten € 21.450,19 + € 8.214,98 + € 3.087,35 (= € 32.752,52) zal worden toegewezen.

Ten aanzien van de overige twee facturen, te weten € 4.747,60 en € 1.771,85 zal de benadeeld partij in haar vordering niet-ontvankelijk worden verklaard, niet blijkt dat ook deze kosten rechtstreeks uit de strafbare feiten voortvloeien. Nu deze facturen na de datum van het onderzoeksrapport zijn opgemaakt, kan niet worden vastgesteld of en waarom deze werkzaamheden ten behoeve van dat onderzoek zijn gemaakt en dat de kosten daarvan in die zin zijn aan te merken als rechtstreekse schade als gevolg van de strafbare feiten.

[bedrijf] ; aanvullende werkzaamheden jaarrekening

Als rechtstreeks gevolg van de oplichting, klopte de jaarrekening over 2017 niet meer en moest deze worden aangepast. De vordering, voor zover deze betrekking heeft op de aanpassing van de jaarrekening, te weten € 19.965,00, is schade die de benadeelde partij rechtstreeks door de onder 1 en 2 bewezenverklaarde feiten heeft geleden en zal derhalve worden toegewezen.

[bedrijf1] (Forensic accounting) en [bedrijf2 ] (ISAE certificering)

Gelet op de inhoud van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting zal de benadeelde partij ten aanzien van deze gemaakte kosten, te weten € 31.429,75 en € 17.951,56, niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering. Niet is gebleken dat deze kosten rechtstreeks uit de strafbare feiten voortvloeien.

Totaal

- gedane betalingen € 74.478,39

- kosten onderzoek

[bedrijf] € 19.965,00

[bedrijfsrecherche] € 32.752,52 +

- totaal € 127.195,91

De rechtbank zal de vordering toewijzen tot dat totaalbedrag toewijzen.

De rechtbank zal de gevorderde wettelijke rente per post als volgt toewijzen, omdat vast is komen te staan dat de betreffende kosten op die datum zijn gemaakt:

- pensioenbetalingen;

Dossier 3 ( [betrokkene 2] ) € 17.845,56, met ingang van 22-09-2017;

Dossier 4 ( [betrokkene 3] ) € 13.502,15, met ingang van 23-08-2017;

Dossier 5 ( [betrokkene 13] ) € 7.670,86, met ingang van 21-07-2017;

Dossier 6 ( [betrokkene 5] ) € 7.516,74, met ingang van 22-09-2017;

Dossier 7 ( [betrokkene 6] ) € 6.399,44, met ingang van 23-05-2017;

Dossier 8 ( [betrokkene 9] ) € 5.998,78, met ingang van 22-09-2017;

Dossier 9 ( [betrokkene 8] ) € 5.295,70, met ingang van 21-07-2017;

Dossier 10 ( [betrokkene 10] ) € 5.268,48, met ingang van 23-06-2017;

Dossier 11 ( [betrokkene 11] ) € 4.980,68, met ingang van 23-08-2017;

- [bedrijf] , € 19.965,00, met ingang van 13-07-2018;

- [bedrijfsrecherche] , € 21.450,19, met ingang van 29-03-2018;

- [bedrijfsrecherche] , € 8.214,98, met ingang van 16-04-2018;

- [bedrijfsrecherche] , € 3.087,35, met ingang van 26-04-2018.

Bij de bedragen per dossier is de datum van betaling als datum van schadetoebrengend handelen genomen, bij de facturen van [bedrijf] en [bedrijfsrecherche] telkens de datum van de factuur.

8 De schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank zal, gelet op de omstandigheden dat de verdachte geen vaste woon- of verblijfplaats heeft, een groot deel van de tijd in België verblijft en om die reden niet zonder meer vindbaar is, de benadeelde partij een pensioenfonds betreft en derhalve geen winstoogmerk heeft, de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

De verdachte zal voor de onder 1 en 2 bewezenverklaarde strafbare feiten worden veroordeeld en hij is daarom tegenover de benadeelde partij aansprakelijk voor schade die door deze feiten aan het pensioenfonds is toegebracht. De rechtbank zal aan de verdachte hoofdelijk de verplichting opleggen om aan de Staat te betalen een bedrag van € 127.195,91, vermeerderd met de wettelijke rente daarover:

- ten aanzien van € 17.845,56, met ingang van 22-09-2017;

- ten aanzien van € 13.502,15, met ingang van 23-08-2017;

- ten aanzien van € 7.670,86, met ingang van 21-07-2017;

- ten aanzien van € 7.516,74, met ingang van 22-09-2017;

- ten aanzien van € 6.399,44, met ingang van 23-05-2017;

- ten aanzien van € 5.998,78, met ingang van 22-09-2017;

- ten aanzien van € 5.295,70, met ingang van 21-07-2017;

- ten aanzien van € 5.268,48, met ingang van 23-06-2017;

- ten aanzien van € 4.980,68, met ingang van 23-08-2017;

- ten aanzien van [bedrijf] , € 19.965,00 vanaf 13-07-2018;

- ten aanzien van [bedrijfsrecherche] , € 21.450,19, vanaf 29-03-2018;

- ten aanzien van [bedrijfsrecherche] , € 8.214,98, vanaf 16-04-2018;

- ten aanzien van [bedrijfsrecherche] , € 3.087,35, vanaf 26-04-2018;

tot de dag waarop deze is betaald, te betalen aan het [pensioenfonds] .

9 De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straf en maatregel zijn gegrond op de artikelen:

- 36f, 57, 225 en 326 van het Wetboek van Strafrecht;

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak rechtens gelden.

10 De beslissing

De rechtbank:

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de onder 1 en 2 tenlastegelegde feiten heeft begaan, zoals hierboven onder 3.5 bewezen is verklaard en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

ten aanzien van feit 1:

oplichting, meermalen gepleegd;

ten aanzien van feit 2, eerste cumulatief/alternatief::

valsheid in geschrift, meermalen gepleegd

ten aanzien van feit 2, tweede cumulatief/alternatief

opzettelijk gebruik maken van een vals of vervalst geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd;

verklaart het bewezen verklaarde en de verdachte daarvoor strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 10 (tien) maanden;

de vordering van de benadeelde partij [pensioenfonds];

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte hoofdelijk om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan [pensioenfonds] een bedrag van € 127.195,91, vermeerderd met de wettelijke rente daarover:

- ten aanzien van € 17.845,56, met ingang van 22-09-2017;

- ten aanzien van € 13.502,15, met ingang van 23-08-2017;

- ten aanzien van € 7.670,86, met ingang van 21-07-2017;

- ten aanzien van € 7.516,74, met ingang van 22-09-2017;

- ten aanzien van € 6.399,44, met ingang van 23-05-2017;

- ten aanzien van € 5.998,78, met ingang van 22-09-2017;

- ten aanzien van € 5.295,70, met ingang van 21-07-2017;

- ten aanzien van € 5.268,48, met ingang van 23-06-2017;

- ten aanzien van € 4.980,68, met ingang van 23-08-2017;

- ten aanzien van € 19.965,00, vanaf 13-07-2018;

- ten aanzien van € 21.450,19, vanaf 29-03-2018;

- ten aanzien van € 8.214,98, vanaf 16-04-2018;

- ten aanzien van € 3.087,35, vanaf 26-04-2018;

tot de dag waarop deze is betaald, te betalen aan het [pensioenfonds] ;

bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door zijn mededader aan de benadeelde partij, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag;

bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige deel niet-ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding;

veroordeelt de verdachte tevens hoofdelijk in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

de schadevergoedingsmaatregel;

legt aan de verdachte op de verplichting om aan de Staat te betalen een bedrag van € 127.195,91, vermeerderd met de wettelijke rente daarover als voormeld:

tot aan de dag dat deze bedragen zijn betaald, ten behoeve van het [pensioenfonds] ;

bepaalt dat als het verschuldigde bedrag niet volledig wordt betaald of kan worden verhaald, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 365 dagen; de toepassing van gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op;

bepaalt dat gehele of gedeeltelijke betaling van het verschuldigde bedrag door de verdachte en/of zijn mededader aan de benadeelde partij de betalingsverplichting aan de Staat in zoverre doet vervallen, en gehele of gedeeltelijke betaling van het verschuldigde bedrag door de verdachte en/of zijn mededader aan de Staat de betalingsverplichting aan de benadeelde partij in zoverre doet vervallen.

Dit vonnis is gewezen door

mr. M. Rigter, voorzitter,

mr. G.H.M. Smelt, rechter,

mr. I.G.C. Bij de Vaate, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. C. de Beer, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 13 november 2020.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Waar wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het [PL nummer] , van de politie eenheid Den Haag, district Zoetermeer – Leidschendam / Voorburg, met bijlagen (doorgenummerd blz. 001 t/m 403).

2 Geschrift, te weten het rapport, behorende bij de aangifte d.d. 19 april 2018 (hierna: rapport) p. 117 & proces-verbaal van bevindingen d.d. 5 juni 2018 p. 59

3 Proces-verbaal van aangifte d.d. 3 april 2018, p. 54-55

4 De verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 30 oktober 2020

5 Geschrift, ingevuld aanvraagformulier ouderdomspensioen d.d. 4/7/17, p. 294

6 Geschrift, ingevuld aanvraagformulier ouderdomspensioen d.d. 20/5/17, p. 353

7 Geschrift, ingevulde verklaringsvrijstelling belastingdienst d.d. 20/05/2017, p. 354

8 Geschrift, ingevuld aanvraagformulier ouderdomspensioen d.d. 5/7/17, p. 375-377

9 Proces-verbaal verhoor verdachte [tante verdachte] d.d. 23 augustus 2018, p. 64 & proces-verbaal van bevindingen d.d. 5 juni 2018, p. 60

10 Geschrift, ingevuld aanvraagformulier ouderdomspensioen d.d. 4/7/17, p. 294

11 Geschriften, rapport, p. 143 en bewijs van in leven zijn d.d. 25/05/2017, p. 355 en bewijs van in leven zijn d.d. 25 januari 2016, p. 358

12 Geschrift, bewijs van in leven zijn op naam van [betrokkene 11] , d.d. 5/7/2017, p. 378

13 Geschriften, rapport, p. 144 en bewijs van in leven zijn op naam van [betrokkene 15] , d.d. 15/11/2016, p. 381

14 Geschrift, aanvraagformulier ouderdomspensioen d.d. 18-11-2017, p. 192

15 Geschrift, Verklaring vrijstelling belastingdienst d.d. 18-11-2017, p. 195

16 Geschrift, bewijs van in leven zijn d.d. 18-11-2017, p. 194

17 Geschrift, rapport, p. 129 en geschrift, bewijs van in leven zijn d.d. d.d. 28-07-2011, p. 201

18 Geschrift, rapport, p. 117

19 Proces-verbaal van bevindingen, d.d. 5 juni 2018, p. 59

20 Geschrift, rapport, p. 120, 122

21 Geschrift, rapport, p. 130

22 Geschrift, zijnde aanvraagformulier ouderdomspensioen d.d. 1/7/17, p. 215

23 Geschriften, zijnde een ingevuld aanvraagformulier ouderdomspensioen d.d. 27-12-2017 p. 222, een ingevuld verklaringsvrijstelling belastingdienst d.d. 27-12-2017 p. 223 en een ingevuld bewijs van in leven zijn d.d. 27-12-2017 p. 224.

24 Geschrift, zijnde een uitkeringsspecificatie d.d. februari 2018

25 Geschrift, rapport, p. 130

26 Proces-verbaal van verhoor verdachte [ex-partner] d.d. 13 juli 2018, p. 76 en 77

27 Proces-verbaal van verhoor [ex-partner] bij de rechter-commissaris d.d. 2 juli 2019

28 Geschrift, rapport, p. 130

29 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d.

30 Geschriften rapport, p. 131 en bewijs van in leven zijn [betrokkene 12] d.d. 21 juli 2017, p. 224 en bewijs van in leven zijn [betrokkene 14] d.d. 21 januari 2016, p. 230

31 Geschrift, zijnde aanvraagformulier ouderdomspensioen d.d. 23-07-2017, p. 239

32 Geschrift, zijnde verklaringvrijstelling belastingdienst d.d. 23-07-2017, p. 240

33 Geschrift, zijnde bewijs van in leven zijn d.d. 23-07-2017, p. 241

34 Geschrift, zijnde een uitkeringsspecificatie september 2017, p. 245

35 Proces-verbaal van bevindingen, d.d. 5 juni 2018, pagina 59

36 Geschrift rapport, p. 132

37 Geschriften rapport, p. 133 en bewijs van in leven zijn d.d. 23/01/2017 p. 255

38 Geschrift, initiërende aanvraag [betrokkene 3] , p. 258

39 Geschrift, zijnde aanvraagformulier ouderdomspensioen (OVB) [betrokkene 3] , p. 262

40 Geschrift, zijnde een uitkeringsspecificatie augustus 2017, p. 266

41 Proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 18] d.d. 16 juli 2018, p. 81 en 82

42 Geschrift, rapport, p. 134

43 Geschrift, zijnde een forensisch schriftonderzoek deskundigenverslag, p. 148-156

44 Geschrift, initiërende aanvraag [betrokkene 13] , p. 275

45 Geschrift, ingevuld aanvraagformulier ouderdomspensioen [betrokkene 4] d.d. 23/06/17, p. 282

46 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 5 juni 2018, p. 59

47 Geschrift, rapport, p. 136

48 Geschrift, ingevuld aanvraagformulier ouderdomspensioen [betrokkene 6] d.d. 17/04/17, p. 311

49 Geschrift, verklaringsvrijstelling belastingdienst d.d. 17/04/17, p. 312

50 Geschrift, uitkeringsspecificatie d.d. mei 2017, p. 314

51 Proces-verbaal van bevindingen, d.d. 5 juni 2018, p. 59

52 Geschrift, rapport p. 138

53 Geschrift, initiërende aanvraag [betrokkene 9] , p.326

54 Geschrift, ingevuld aanvraagformulier ouderdomspensioen op naam van [betrokkene 6] , d.d. 28/7, p. 330

55 Geschrift, uitkeringsspecificatie d.d. september 2017, p. 332

56 Proces-verbaal van bevindingen, d.d. 5 juni 2018, p. 59

57 Geschrift, rapport p. 140

58 Geschrift, initiërende aanvraag [betrokkene 8] , p.342

59 Geschrift, ingevuld aanvraagformulier ouderdomspensioen op naam van [betrokkene 8] , p. 343

60 Geschrift, uitkeringsspecificatie d.d. juli 2017, p. 345

61 Proces-verbaal van bevindingen, d.d. 5 juni 2018, p. 59-60

62 Proces-verbaal van verhoor minderjarige verdachte [betrokkene 20] d.d. 8 juli 2018, p. 90 en 91

63 Proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 21] d.d. 3 augustus 2018, p. 105-106

64 Proces-verbaal van verhoor [betrokkene 21] bij de rechter-commissaris d.d. 1 augustus 2019

65 Geschrift, rapport, p. 142

66 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte] d.d. 13/7/2018, p. 72-74

67 Proces-verbaal ter terechtzitting van 30 oktober 2020