Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2020:11327

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
10-11-2020
Datum publicatie
11-11-2020
Zaaknummer
FT RK 20/1021
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Afwijzing faillissement. Steunvordering onvoldoende concreet. Enkele melding van naam van vermeende schuldeiser onvoldoende. Geen aanhouding, verzoek moet uiterlijk ter zitting compleet zijn.

Wetsverwijzingen
Faillissementswet 1
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RI 2021/7
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK DEN HAAG

Team Insolventies – enkelvoudige kamer

rekestnummer: C/09/601009 / FT RK 20/1021

uitspraakdatum: 10 november 2020

[verzoeker],

verzoeker,

advocaat: mr. E.T. van den Hout,

heeft een verzoekschrift met bijlagen ingediend strekkende tot faillietverklaring van:

[verweerster],

verweerster.

Het verzoekschrift is op 10 november 2020 behandeld in raadkamer. Bij die gelegenheid is mr. G. Janssen namens mr. Van den Hout schenen en gehoord. Namens verweerster is niemand verschenen.

De uitspraak is bepaald op heden.

De beoordeling

Verzoeker heeft het faillissement van verweerster aangevraagd stellende dat verweerster verkeert in de toestand van te hebben opgehouden te betalen nu zij zowel de vordering van verzoeker als andere vorderingen onbetaald laat.

Naar het oordeel van de rechtbank is summierlijk gebleken van het bestaan van een vordering die verzoeker op [verweerster] heeft. Dit is echter anders met de steunvordering. Dit terwijl verzoeker al bij verzoekschrift stelt dat [verweerster] meerdere schulden onbetaald laat. Verzoeker heeft dus voldoende tijd gehad om deze stelling te concretiseren aan de hand van verifieerbare stukken. Als steunvordering brengt verzoeker ter terechtzitting een e-mailbericht d.d. 9 november 2020 naar voren. Dit is een e-mailbericht van [A] van Hendriks Incasso aan het kantoor van de advocaat van verzoeker. In dit bericht wordt het volgende vermeld:

“Wat betreft de steunvordering in deze zaak, heeft mijn collega dhr. [B] telefonisch contact gehad met de firma [X] (dhr. [C]). Aldaar is mijn collega te kennen gegeven dat de voornoemde partij tevens een openstaande vordering heeft op de wederpartij ([verweerster]). Wij hebben helaas de stukken betreffende de vordering van [X] niet mogen ontvangen. Derhalve is de exacte hoogte van de vordering niet bekend. Het is in ieder geval bekend dat de wederpartij meerdere vorderingen onbetaald laat.”

De advocaat van verzoeker heeft dus van [A] vernomen dat een firma [X] een vordering op [verweerster] zou hebben. [A] heeft dit van [B].

[B] op zijn beurt zou dit van ene [C] hebben vernomen. Alles van horen zeggen dus. Er zijn geen verifieerbare stukken (facturen, aanmaningen) overgelegd waar het bestaan van de gestelde steunvordering kan blijken. Gezien de vergaande gevolgen van een faillietverklaring moet worden verwacht dat het verzoek daartoe – ook voor wat betreft de steunvordering – voldoende concrete aanknopingspunten bevat om tot een dergelijke uitspraak te komen.

De enkele melding van een naam van een vermeende schuldeiser is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende om te kunnen spreken van het summierlijk blijken van een steunvordering. De rechtbank ziet geen aanleiding het ter terechtzitting gedane verzoek om aanhouding voor onderbouwing van de steunvordering toe te wijzen, aangezien het verzoek om faillietverklaring, dus inclusief steunvordering, geacht wordt uiterlijk ter terechtzitting compleet te zijn. Het verzoek zal worden afgewezen.

BESLISSING

De rechtbank:

- wijst af het verzoek tot faillietverklaring van [verweerster] voornoemd;

Gegeven door mr. R. Cats, rechter, en uitgesproken op 10 november 2020, in tegenwoordigheid van R. Becker, griffier.

Tegen deze uitspraak kan degene die is verschenen en aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, uitsluitend via een advocaat binnen acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof te Den Haag.