Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2020:11195

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
11-11-2020
Datum publicatie
19-11-2020
Zaaknummer
C/09/583228 / HA ZA 19-1163
Rechtsgebieden
Burgerlijk procesrecht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Afwijkende zaak: schriftelijke corona-afdoening + onttrekking advocaat + sancties waarheidsplicht

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DEN HAAG

zaaknummer / rolnummer: C/09/583228 / HA ZA 19-1163

Vonnis van 11 november 2020

in de zaak van

PRINS ESCLUSIVO BV,

te Amsterdam,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. E.H.J. Slager te Amsterdam,

tegen

[gedaagde] ,

te [woonplaats],

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie,

advocaat mr. A.C.M. van der Voet te Den Haag, die zich heeft onttrokken.

Partijen zullen hierna Prins Esclusivo en [gedaagde] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding,

  • -

    de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie,

  • -

    de brief van Prins Esclusivo van 13 november 2019 met beslagexploot,

  • -

    de rolbeslissing van 4 december 2019,

  • -

    de akte na rolbeslissing van Prins Esclusivo van 18 december 2019,

  • -

    het B16-formulier van [gedaagde] van 4 mei 2020,

  • -

    het B2-formulier van [gedaagde] van 6 mei 2020,

  • -

    de conclusie van antwoord in reconventie,

  • -

    het B16-formulier van Prins Esclusivo van 12 augustus 2020.

1.2.

Ten slotte is een datum voor vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Partijen hebben op 6 augustus 2019 een overeenkomst gesloten over de verkoop van een Porsche Cayenne Diesel uit 2014 door Prins Esclusivo aan [gedaagde]. In de koopovereenkomst, die één bladzijde beslaat, staat onder meer het volgende:

“KM-stand: 25.813”

Opmerkingen: Afleverklaarmaken

(…)

Aankoopprijs/Totaal te voldoen € 65.000,00

Inruilprijs: € 0,00

Nog te voldoen: € 65.000,00

Aanbetaling: € 0,00

De aanbetaling dient voor (N.V.T.) aan Prins Esclusivo B.V. te zijn voldaan.

Het restantbedrag € 65.000,= dient voor aflevering aan Prins Esclusivo B.V. te zijn voldaan.”

De overeenkomst is voor akkoord ondertekend door [gedaagde] en door [medewerker eiser] namens Prins Esclusivo.

2.2.

Op woensdag 7 augustus 2019 heeft Prins Esclusivo [gedaagde] de volgende e-mail gestuurd:

“Geachte heer en mevrouw [gedaagde],

Nogmaals van harte gefeliciteerd met jullie nieuwe aanwinst de Porsche Cayenne!

Bijgaand treft u de autofactuur. Wij willen u vragen deze getekend retour te zenden.

Wij wensen u een zeer prettige avond en graag tot aanstaande zaterdag!”

Het bericht had als bijlage een aan [gedaagde] geadresseerde factuur voor € 65.000.

2.3.

[gedaagde] heeft de auto op maandag 12 augustus 2019 bij Prins Esclusivo opgehaald.

2.4.

Op 21 augustus 2019 heeft [gedaagde] Prins Esclusivo een e-mail gestuurd. Daarin staat onder meer:

“Conform telefonisch besproken sedert 20 Augustus 2019 even het volgende.

Alvorens de koop van de Porsche Cayenne met kenteken [kenteken] zijn de volgende punten besproken alvorens de proefrit.

- De auto was zonder schade verleden

- De auto had een km stand van 26000 en nog wat km

- De auto was van eerste eigenaar.

Geen van deze punten zijn door nader onderzoek het geval.

Na het tekenen van de koopovereenkomst heb ik jullie over het volgende op de hoogte gebracht.

- Verzekering werd door jullie geregeld omdat ik hem niet kon verzekeren voor 2 jaar voor aankoop bedrag. De verzekering maatschappijen die ik heb gesproken en ook offertes van per email heb ontvangen zijn negatief uitgevallen omdat hun de dagwaarde van de auto veel lager inschatten dan door jullie aangegeven. Ik krijg het bij geen verzekering maatschappij rond om de auto voor aankoop bedrag te verzekeren.

Uit eindelijk kwam het volgende.

- Op 7 Aug. ruim voor het afleveren van de Porsche Cayenne is de auto volledig betaald.

- Op 12 Aug. hebben wij de auto opgehaald en was de auto verzekering nog niet rond welke door jullie verzorgd is omdat wij geen verzekering vonden met 2 jaar voor het aankoop bedrag. (De auto is door jullie verzekerd omdat dit geregeld zal worden en wij toch konden rijden, ook zullen jullie achter de schade en RDW terugroep actie aangaan. Dit hebben wij nu zelf geregeld omdat wij zeker willen zijn van een veilige auto. Jammer genoeg zijn jullie niet achter het RDW dan nog wel schade verleden aangegaan werd ons alleen verteld dat de auto toch jong is gebruikt is gekocht door vorige eigenaar en schade aan de auto door hem was bevestigd. (…)

- (…)

- Ook na dat ik bij jullie op gesprek ben geweest is mij beloofd een contract te krijgen dat wij met 2 jaar rijden in de Porsche Cayenne en een km stand terug brengen van minder dan 80000km wij 10.000 euro per jaar op de auto verliezen. Dit zal over 2 jaar dus uitkomen op 45000 euro als wij een soort gelijke auto terug kopen van rond de 65.000 euro aanschaf. Ik heb ook deze nog niet ontvangen.

- Verder door de problemen met de verzekering is mij aangeboden het verschil van de door u aangeboden verzekering premie en de premie die het gaat worden te vergoeden. Ons is beloofd een premie tussen de 120 / 140 euro per maand en 2 jaar aankoopbedrag.

Nu ruim 10 dagen verder een hoop rond gebeld en bezoeken aan de Porsche dealer zijn wij nu eindelijk van onze vakantie aan het genieten.

Graag kom ik na mijn vakantie langs met mijn juridisch medewerker om toch deze punten nog even te bespreken. Dit zal zijn na 26 Augustus ik zal hiervoor een afspraak met u maken na mijn vakantie met inzage in mijn agenda en de jurist.

Door vakantie ben ik op het moment slecht bereikbaar en zie daarom u reactie graag per email tegemoet.

Mijn juridisch medewerker is op de hoogte en zal door mijn afwezigheid door vakantie uw reactie per email beantwoorden en een afspraak inplannen voor verdere afronding.

Hopend op een snelle afwikkeling ik heb vertrouwen dat wij dit spoedig oplossen.”

2.5.

[gedaagde] heeft de auto eind augustus 2019 verkocht aan een derde.

2.6.

Per e-mail van 9 september 2019 heeft incassobureau Bronwasser [gedaagde] namens Prins Esclusivo aangemaand om binnen drie dagen nadien € 65.000 te betalen, vermeerderd met € 3.375 aan buitengerechtelijke kosten en de wettelijke rente. Als grond vermeldt de bij de e-mail gevoegde brief:

“[Prins Esclusivo] heeft ons opdracht verstrekt u thans onverwijld in rechte te betrekken. Dat wil zeggen dat u één dezer dagen de dagvaarding tegemoet kunt zien. Alsdan dient u bij de rechter te verschijnen. Verschijnt u niet dan zal tegen u vonnis worden gewezen, voor wat betreft de aankoop van een Porsche Cayenne Diesel, voorzien van het kenteken [kenteken]. vertegenwoordigende een waarden ad tenminste € 65.000,--

Deze auto is door u (door)verkocht, zonder toestemming van cliënte, aan een ander, terwijl de betaling niet aan cliënte heeft plaatsgevonden. Cliënte wenst eveneens haar rechten te reserveren van strafrechtelijke aard, om aangifte tegen u te doen, vanwege de verduistering van voornoemd voertuig.”

2.7.

Op 6 november 2019 heeft Prins Esclusivo na verkregen verlof beslag doen leggen op inboedel en een bedrijfsauto; op 8 november 2019 heeft Prins Esclusivo beslag doen leggen op een personenauto van het merk Maserati.

2.8.

Op 14 november 2019 heeft de advocaat van [gedaagde] de advocaat van Prins Esclusivo een brief gestuurd, met daarbij een factuur met datum 7 augustus 2019 toegezonden waarop twee handtekeningen staan en de handgeschreven tekst: “Cash voldaan voor akkoord getekend.

3 Het geschil

in conventie

3.1.

Prins Esclusivo vordert – samengevat – veroordeling van [gedaagde] tot betaling van de koopprijs van € 65.000 vermeerderd met de wettelijke rente en kosten.

3.2.

[gedaagde] voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in reconventie

3.4.

[gedaagde] vordert – samengevat – vernietiging of ontbinding van de koopovereenkomst, een verklaring voor recht dat Prins Esclusivo aansprakelijk is voor de door hem geleden en nog te lijden schade, en veroordeling van Prins Esclusivo tot betaling van € 20.000 vermeerderd met rente en kosten. Hij stelt daartoe – kort gezegd – dat de Porsche niet aan de overeenkomst voldeed, waardoor sprake is van dwaling of wanprestatie.

3.5.

Prins Esclusivo voert verweer.

3.6.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Voordat de rechtbank overgaat tot een inhoudelijke beoordeling van de vorderingen, merkt zij het volgende op over de proceshouding van partijen.

4.2.

De dagvaarding van Prins Esclusivo was verwoord alsof deze zaak een eenvoudige incasso betrof, jegens een debiteur die geen enkel verweer had gevoerd. Blijkens de e-mail van 21 mei 2019 heeft [gedaagde] echter ruim voor de dagvaarding uitgebreid verweer gevoerd. Prins Esclusivo heeft in haar dagvaarding dus in strijd met de waarheidsplicht en de substantiëringsplicht gesteld dat [gedaagde] “tot op heden geen verweer of gronden [heeft] aangevoerd waarop het niet-betalen van de vordering kan berusten”. De rechtbank verbindt aan deze schending van de artikelen 21 en 111 lid 3 Rv de gevolgtrekking dat zij bij de berekening van de proceskosten voor de akte na rolbeslissing (waarmee dit gebrek deels werd hersteld) geen punt zal toekennen.

4.3.

In de conclusie van antwoord heeft [gedaagde] ernstige aantijgingen aan het adres van Prins Esclusivo opgenomen: bedreiging en het ondanks verweer doen beslaan van zaken van derden. Hij heeft deze aantijgingen echter tot op heden niet onderbouwd met een voldoende beschrijving van het gebeurde, zoals data en locaties van het voorgevallene, beschrijvingen van betrokkenen of (kenteken)bewijzen. Ook heeft hij tot op heden de hem naar eigen zeggen al ter beschikking staande stukken en geluidsopnamen niet in het geding gebracht, terwijl hij dit op grond van de artikelen 21 en 85 Rv direct bij conclusie van antwoord had moeten doen. Hieraan verbindt de rechtbank de gevolgtrekking dat zij de aantijgingen als onvoldoende onderbouwd terzijde laat.

in conventie

4.4.

In conventie is de kernvraag of [gedaagde] de koopprijs van € 65.000 voor de Porsche Cayenne Diesel die hij van Prins Esclusivo heeft gekocht, al heeft voldaan.

4.5.

[gedaagde] betwist niet dat hij de auto van Prins Esclusivo heeft gekocht en geleverd gekregen. Hij betwist ook niet dat hij een koopprijs voor de auto moet betalen, hoewel hij meent dat deze wegens gebreken aan de auto lager zou moeten zijn dan € 65.000.

4.6.

Het meest verstrekkende verweer van [gedaagde] is dat hij de koopprijs op 7 augustus 2019 in cash heeft betaald, wat zou blijken uit de door hem als productie 1 overgelegde factuur met daarop twee handtekeningen.

Prins Esclusivo betwist dat [gedaagde] al heeft betaald. Zij betwist de echtheid van de door [gedaagde] overgelegde factuur en de handtekening die daarop door haar medewerker [medewerker eiser] zou zijn gezet, ondersteund door een schriftelijke verklaring van [medewerker eiser].

4.7.

Op grond van artikel 159 van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering (Rv) levert een onderhandse akte waarvan de ondertekening door de partij, tegen welke zij dwingend bewijs zou leveren, stellig wordt ontkend, geen bewijs op, zolang niet bewezen is van wie de ondertekening afkomstig is.

De wet biedt [gedaagde] de gelegenheid geven om te bewijzen dat de handtekening op de door hem als productie 1 overgelegde factuur afkomstig is van [medewerker eiser].

De advocaat van [gedaagde] heeft zich echter onttrokken en, nadat de zaak naar de rol is verwezen, heeft zich geen nieuwe advocaat voor hem gesteld. Omdat procesvertegenwoordiging in deze procedure wettelijk verplicht is, kan [gedaagde] zonder advocaat geen proceshandelingen meer verrichten, zodat hij het van hem verlangde bewijs niet kan leveren.

4.8.

Het voorgaande betekent dat de door [gedaagde] overgelegde factuur niet tot bewijs kan dienen. Het betekent ook dat [gedaagde] zijn stelling dat hij de koopprijs al heeft betaald, evenmin op een andere manier kan bewijzen.

4.9.

Omdat niet is komen vast te staan dat [gedaagde] de koopprijs al heeft betaald, zal de rechtbank beslissen dat hij deze alsnog moet betalen.

De overige verweren van [gedaagde] zal de rechtbank bij de beoordeling van de vorderingen in reconventie bespreken.

in reconventie

4.10.

In reconventie is de kernvraag of de door Prins Esclusivo aan [gedaagde] geleverde auto voldeed aan de koopovereenkomst die partijen hadden gesloten.

4.11.

Partijen verschillen van mening over de vraag uit welke afspraken de koopovereenkomst precies bestaat. Om te kunnen beoordelen of de auto aan de koopovereenkomst voldeed, moet de rechtbank daarom eerst vaststellen wat partijen zijn overeengekomen. Daarbij stelt de rechtbank voorop dat overeenkomsten niet alleen schriftelijk, maar ook mondeling kunnen worden gesloten. Verder kunnen schriftelijke overeenkomsten door latere mondelinge afspraken worden gewijzigd.

4.12.

[gedaagde] stelt – samengevat – dat partijen mondeling zijn overeengekomen dat:

  • -

    de auto geen schadeverleden had;

  • -

    de auto slechts één eerdere eigenaar had gehad;

  • -

    Prins Esclusivo de verzekering voor [gedaagde] zou regelen;

  • -

    Prins Esclusivo een contract met een inruil-/waardegarantie zou opstellen.

Prins Esclusivo betwist dat partijen dit alles zijn overeengekomen.

4.13.

Nu [gedaagde] zich beroept op voorwaarden die niet in de schriftelijke koopovereenkomst zijn opgenomen, zal hij moeten bewijzen dat die voorwaarden zijn overeengekomen. Prins Esclusivo betwist immers dat dit het geval is.

Bij gebrek aan een advocaat kan [gedaagde] echter geen proceshandelingen meer verrichten, zodat hij het van hem verlangde bewijs niet kan leveren.

Dit betekent dat in deze procedure niet is komen vast te staan dat partijen de door [gedaagde] gestelde voorwaarden zijn overeengekomen.

4.14.

Verder stelt [gedaagde] dat de door Prins Esclusivo opgegeven kilometerstand onjuist was. Hij stelt dat hem uit correspondentie met de Porsche Dealer te Valencia is gebleken dat de kilometerstand van de auto is teruggedraaid.

Prins Esclusivo betwist dat de kilometerstand onjuist was of is teruggedraaid. Voor zover zij de door [gedaagde] overgelegde Spaanstalige correspondentie kan lezen, blijkt daar volgens haar nergens uit dat het over de door haar aan [gedaagde] geleverde auto gaat.

4.15.

De rechtbank constateert dat uit de door [gedaagde] overgelegde correspondentie inderdaad niet is op te maken dat de daarin besproken auto de Porsche Cayenne Diesel uit 2014 is die Prins Esclusivo aan [gedaagde] heeft verkocht. Normaal gesproken zou de rechtbank [gedaagde] toelaten tot het bewijs van zijn stelling, maar ook hier geldt dat hij dit door het ontbreken van een advocaat niet meer kan.

4.16.

Het voorgaande betekent dat niet is komen vast te staan dat de auto niet aan de overeenkomst voldeed. De rechtbank zal de vorderingen van [gedaagde] daarom afwijzen, wat meebrengt dat [gedaagde] de volledige koopprijs van € 65.000 verschuldigd is.

In conventie en reconventie

In conventie: buitengerechtelijke kosten en wettelijke rente

4.17.

Een schuldenaar is alleen buitengerechtelijke kosten en wettelijke verschuldigd als de schuldenaar in verzuim is met de nakoming van zijn verplichting.

[gedaagde] stelt dat hij niet in verzuim is omdat Prins Esclusivo hem niet de verplichte 14-dagenbrief heeft gestuurd.

Prins Esclusivo stelt dat [gedaagde] de auto heeft verduisterd; dit is een onrechtmatige daad, zodat volgens Prins Esclusivo geen 14-dagenbrief nodig was om in verzuim te geraken.

4.18.

De rechtbank constateert dat Prins Esclusivo wettelijke rente vordert vanaf de dag van levering van de auto – 12 augustus 2019 – en dus kennelijk meent dat [gedaagde] vanaf die dag in verzuim is met de betaling van de koopprijs. Op het verzuim wegens het niet voldoen van de koopprijs is echter de hoofdregel van de artikelen 6:81 en 96 lid 6 BW van toepassing. Dit betekent dat [gedaagde] als natuurlijk persoon pas in verzuim zou raken na een schriftelijke ingebrekestelling waarin hem termijn van tenminste veertien dagen voor nakoming werd gegund. De e-mail van 9 september 2019 voldoet niet aan die eisen. [gedaagde] is op 12 augustus 2019 dus niet in verzuim geraakt.

4.19.

Prins Esclusivo beroept zich verder op de uitzondering voor het intreden van verzuim bij onrechtmatige daad of wanprestatie, bedoeld in artikel 6:83 sub b van het Burgerlijk Wetboek (BW).

Tussen partijen is niet in geschil dat [gedaagde] de auto zonder toestemming van Prins Esclusivo heeft doorverkocht. De rechtbank is van oordeel dat dit inderdaad als wanprestatie kwalificeert, omdat [gedaagde] de koopprijs nog niet had voldaan en geen overleg met Prins Esclusivo had gevoerd over de doorverkoop, terwijl hij in zijn e-mail van 21 augustus 2019 nog had beloofd dat hij contact met Prins Esclusivo zou opnemen om na zijn vakantie over de auto te overleggen. [gedaagde] heeft Prins Esclusivo zo de kans ontnomen aan zijn klachten tegemoet te komen.

De rechtbank is daarom van oordeel dat het verzuim is ingetreden op het moment dat [gedaagde] de auto heeft doorverkocht.

[gedaagde] stelt dat hij de auto medio augustus 2019 heeft doorverkocht; Prins Esclusivo stelt dat de auto blijkens het Voertuig Historie Rapport van de auto op 30 augustus 2019 is doorverkocht. De rechtbank zal van dit latere moment uitgaan.

Dit houdt in dat [gedaagde] op 30 augustus 2019 in verzuim is geraakt met de betaling van de koopprijs van € 65.000. De wettelijke rente zal vanaf die datum worden berekend.

4.20.

Vast staat dat Prins Esclusivo buitengerechtelijke incassokosten heeft gemaakt, in elk geval voor de e-mail van het incassobureau van 9 september 2019. Omdat [gedaagde] een consument is, zal de rechtbank de incassokosten toewijzen volgens de staffel op grond van artikel 6:96 lid 5 BW. Bij een bedrag van € 65.000 komen deze kosten uit op € 875 + 1% over (€ 65.000 - € 10.000) = € 1.425.

In conventie en reconventie: proceskosten en nakosten

4.21.

[gedaagde] is zowel in conventie als in reconventie de overwegend in het ongelijk gestelde partij. De rechtbank zal hem daarom in de proceskosten van beide gedingen veroordelen. Prins Esclusivo vordert ook betaling van de beslagkosten. Deze vordering is gelet op het bepaalde in art. 706 Rv toewijsbaar.

4.22.

De kosten aan de zijde van Prins Esclusivo worden in conventie begroot op:

- explootkosten € 81,83

- beslagkosten € 2.728,97 (vastrecht € 639 + explootkosten (€ 238,41 + € 69,28

+ € 69,28) + salaris advocaat 1x € 1.074)

- vastrecht hoofdzaak € 1.403 (€ 2.042 - € 639)

- salaris advocaat € 1.074 (1 x Tarief IV à € 1.074)

Totaal € 5.287,80

4.23.

De kosten aan de zijde van Prins Esclusivo worden in reconventie begroot op € 695, zijnde 1 punt voor salaris advocaat volgens Tarief III.

4.24.

Prins Esclusivo vordert ook een veroordeling in de nakosten; gezien de samenhang tussen de gedingen in conventie en reconventie zullen deze éénmaal worden toegewezen.

5 De beslissing

De rechtbank

in conventie

5.1.

veroordeelt [gedaagde] om aan Prins Esclusivo te betalen een bedrag van € 66.425,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 augustus 2019 tot de dag van algehele voldoening;

5.2.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van Prins Esclusivo tot op heden begroot op € 5.287,80;

in reconventie

5.3.

wijst de vorderingen af;

5.4.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van Prins Esclusivo tot op heden begroot op € 695,00;

in conventie en reconventie

5.5.

veroordeelt [gedaagde] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 157,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat hij niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 82,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak;

5.6.

verklaart de beslissingen in 5.1, 5.2, 5.4 en 5.5 van dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

5.7.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.J-A. Seinen en in het openbaar uitgesproken op 11 november 2020.1

1 type: coll: