Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2020:10918

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
12-08-2020
Datum publicatie
30-10-2020
Zaaknummer
NL20.354
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Beroep gegrond, asiel, identiteit en nationaliteit, niet gemotiveerd welke (herkomst)vragen eiser onjuist heeft beantwoord, standpunt verweerder kan niet worden getoetst.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL20.354

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. A. Szirmai), en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. E.M. van de Kamp).

Procesverloop

Bij besluit van 2 januari 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder onder meer de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van het door eiser ingediende verzoek, geregistreerd onder het zaaknummer NL20.355, plaatsgevonden op 7 augustus 2020. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen de heer

P.M. Diagne, tolk in de bron- en doeltalen Wolof en Nederlands. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn [eiser] , te zijn geboren op [2000] , de Gambiaanse nationaliteit te hebben.

Eiser heeft aan zijn op 23 juni 2018 ingediende asielaanvraag ten grondslag gelegd dat hij [eiser] heet, geboren is op [2000] , de Gambiaanse nationaliteit heeft, afkomstig is uit [woonplaats] te Gambia en dat hij in Gambia vreest voor negatieve behandeling i) door familieleden van een kind dat bij een verkeersongeval is overleden waarbij eisers broer als chauffeur van een bus betrokken was en ii) vanwege zijn seksuele geaardheid.

2. Verweerder heeft de door eiser gestelde identiteit, nationaliteit én herkomst ongeloofwaardig geacht. Daarom heeft het hij relaas van eiser niet verder getoetst.

Identiteit

3. Eiser heeft aangevoerd dat verweerder ten onrechte zijn identiteit niet geloofwaardig heeft geacht.

4. De rechtbank is van oordeel dat deze beroepsgrond niet slaagt. Daartoe overweegt de rechtbank het volgende.

4.1.

De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat eiser de door hem gestelde identiteit niet aan de hand van zijn verklaringen aannemelijk heeft gemaakt. Daartoe overweegt de rechtbank het volgende.

4.1.1.

Feit is dat eiser zowel in Italië als in Duitsland namen en geboortedata heeft opgegeven, die aldaar zijn geregistreerd en die verschillen van de voornaam en familienaam alsook geboortedatum die eiser in Nederland als de zijne heeft opgegeven.

Verweerder is, gelet op het interstatelijk vertrouwensbeginsel, er in beginsel terecht van uitgegaan dat de registratie van namen en geboortedata in Italië en Duitsland zorgvuldig heeft plaatsgevonden. Eiser heeft niet weersproken dat hij de in Duitsland geregistreerde namen en geboortedata heeft opgegeven als de zijne. De enkele stelling van eiser dat hij alleen een van de drie in Italië geregistreerde geboortedata als de zijne heeft opgegeven en dat hij geen idee heeft hoe de andere twee in Italië geregistreerde geboortedata aan zijn vingerafdrukken zijn verbonden, is onvoldoende om hem in zijn stelling te volgen dat hij niet alle in Italië geregistreerde geboortedata als de zijne heeft opgegeven.

4.1.2.

Verweerder heeft terecht gesteld dat de redenen die eiser heeft opgevoerd voor het feit dat hij in Italië en Duitsland verschillende namen en geboortedata heeft opgegeven, te weten het niet in Italië en Duitsland willen verblijven dan wel niet aldaar een asielaanvraag te willen indienen, niet het verstrekken van meerdere aliassen rechtvaardigen. Daarom heeft verweerder terecht gesteld dat het opgeven van verschillende namen en geboortedata in Italië, Duitsland en Nederland afbreuk doet aan de geloofwaardigheid van eisers verklaring dat hij in Nederland de juiste gegevens over zijn identiteit heeft verstrekt.

4.2.

Niet in geschil is dat eiser de door hem gestelde identiteit niet aan de hand van documenten heeft aangetoond. Eisers stelling dat hij wat dit relevant aspect betreft in bewijsnood verkeert, kan niet worden onderschreven reeds omdat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij alles wat mogelijk is heeft gedaan om in het bezit van identificerende documenten te worden gesteld. Integendeel. Eiser heeft ter zitting juist gesteld dat hij nog bezig is om via de Gambiaanse ambassade alsnog in het bezit te komen van documenten.

Nationaliteit en herkomst

5. Niet in geschil is dat eiser niet aan de hand van documenten zijn gestelde nationaliteit en herkomst heeft aangetoond.

6. Eiser heeft ter zitting aangevoerd dat aan het bestreden besluit, wat betreft verweerders stelling dat eiser aan de hand van zijn verklaringen zijn nationaliteit en herkomst niet

aannemelijk heeft gemaakt, een motiveringsgebrek kleeft. Verweerder heeft nagelaten aan te geven welke herkomstvragen en vragen over zijn woonomgeving eiser onjuist heeft beantwoord.

7. De rechtbank is van oordeel dat deze beroepsgrond slaagt. Daartoe overweegt de rechtbank het volgende.

De rechtbank stelt, gezien de gedingstukken, vast dat verweerder noch in het bestreden besluit noch in het daarin ingelaste voornemen heeft gemotiveerd welke herkomstvragen en welke vragen over de gestelde woonomgeving eiser al dan niet juist heeft beantwoord. Om die reden kan ook niet worden getoetst verweerders standpunt, dat de juist beantwoorde vragen niet tot de conclusie kunnen leiden dat eiser de door hem gestelde nationaliteit en herkomst aan de hand van zijn verklaringen aannemelijk heeft gemaakt. Evenmin kan worden beoordeeld of de vragen die onjuist zouden zijn beantwoord (zodanig) afbreuk doen aan de geloofwaardigheid van eisers verklaringen over zijn gestelde nationaliteit en herkomst (dat eiser niet in de getelde nationaliteit en herkomst kan worden gevolgd).

Hierbij heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat verweerder eiser slechts met betrekking tot één aspect, te weten de huizen in zijn dorp, heeft tegengeworpen dat zijn omschrijving daarvan vaag is.

Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat verweerders stelling in de bestreden besluitvorming dat eiser door enkele vragen over Gambia correct te beantwoorden zijn gestelde nationaliteit en herkomst niet aannemelijk heeft gemaakt, een draagkrachtige motivering ontbeert.

8. De rechtbank stelt voorts vast dat verweerder het onder 7. geconstateerde motiveringsgebrek noch in het verweerschrift noch ter zitting heeft hersteld. Met de stelling ter zitting, dat de verklaring van eiser dat hij op een motor twee à drie uur heeft gedaan over zijn reis van zijn woonplaats naar Senegal betekent dat de motor een snelheid ongeveer

10 kilometer per uur had en dat dit afbreuk doet aan eisers verklaring over zijn gestelde woonomgeving, heeft verweerder het onder 7. geconstateerde gebrek niet hersteld.

9. Uit het voorgaande volgt reeds dat het beroep gegrond is. De overige beroepsgronden behoeven geen bespreking.

10. De rechtbank ziet gelet op wat onder 8. is overwogen geen aanleiding om te bepalen dat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand blijven of zelf in de zaak te voorzien. Ook ziet de rechtbank geen aanleiding om een bestuurlijke lus toe te passen, omdat dat geen doelmatige en efficiënte afdoeningswijze zou inhouden. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit en bepaalt dat verweerder een nieuwe beslissing zal moeten nemen op de asielaanvraag van eiser met inachtneming van hetgeen in deze uitspraak is overwogen en geoordeeld.

11. De rechtbank ziet aanleiding om verweerder te veroordelen in de proceskosten die eiser redelijkerwijs heeft moeten maken. De rechtbank stelt op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.050,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift van eiser en 1 punt voor het verschijnen ter zitting in de zaak van eiser met een waarde per punt van € 525,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank:

 verklaart het beroep gegrond;

 vernietigt het bestreden besluit;

 draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen op de aanvraag van eiser met inachtneming van deze uitspraak;

 veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.050,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Ramsaroep, rechter, in aanwezigheid van mr. A.E. van Gestel, griffier.

Als gevolg van maatregelen rondom het Coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.

De uitspraak is uitgesproken en bekendgemaakt op:

12 augustus 2020

Documentcode: [documentcode]

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.