Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2020:10762

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
28-09-2020
Datum publicatie
27-10-2020
Zaaknummer
NL20.15855
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Een christelijke vrouwelijke arts in Irak die in haar ziekenhuis beschoten en bedreigd is door een lid van een Islamitische groepering omdat zij volgens dat lid het leven van zijn zoon niet heeft kunnen redden.

De rechter geeft in haar uitspraak aan op welke onderdelen verweerder het asielrelaas van eiseres onvoldoende heeft gemotiveerd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: NL20.15855


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , eiseres

V-nummer: [#]

(gemachtigde: mr. P.A.E. Engelen),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. C.W. Griffioen).


Procesverloop
Bij besluit van 17 augustus 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen als ongegrond.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 22 september 2020. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Als tolk is verschenen mevrouw [naam 1] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiseres heeft de Iraakse nationaliteit en is geboren op [geboortedatum] .

2. Eiseres heeft aan haar asielaanvraag ten grondslag gelegd dat zij christen is vanaf haar geboorte, dat zij vanwege haar geloof op school werd uitgelachen en dat zij zich moest gedragen als een meisje met een moslimachtergrond. Op de universiteit had zij ook problemen vanwege haar geloof. Zij moest zich aanpassen, had problemen bij toetsen en werd gepest. Ook is zij bedreigd en beschoten door een vader van een patiënt. Zijn zoon, de patiënt, is overleden in het ziekenhuis waar eiseres werkzaam was als arts. De zoon is tijdens haar dienst overleden. De vader van de patiënt behoorde tot een islamitische groepering in Irak [naam 2] genaamd.

3. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens verweerder de volgende relevante elementen:

- eiseres heeft verklaard [eiseres] te heten, te zijn geboren op [geboortedatum] in [plaats] te Irak, te behoren tot de bevolkingsgroep Arabieren;

- eiseres heeft verklaard dat zij sinds haar geboorte christen (orthodox) is;

- recent verblijf van eiseres in Irak;

- eiseres heeft verklaard tijdens haar werk als arts te zijn bedreigd door een lid van [naam 2] ;

- daarnaast heeft eiseres verklaard dat zij gedurende haar leven wel enige problemen heeft ondervonden in Irak vanwege het zijn van christen.

Verweerder acht de verklaringen van eiseres over haar identiteit, nationaliteit, herkomst en het zijn van christen geloofwaardig. Eveneens acht verweerder de verklaringen dat zij problemen zou hebben ondervonden vanwege haar religie en haar recent verblijf in Irak geloofwaardig. Verweerder had in eerste instantie haar recent verblijf in Irak ongeloofwaardig bevonden, maar heeft dit element tijdens de zitting alsnog geloofwaardig geacht. Haar verklaringen over het incident en de bedreiging door een lid van [naam 2] , worden echter niet geloofwaardig geacht. De geloofwaardig bevonden elementen zijn door verweerder inhoudelijk getoetst aan de gronden van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, van de Vreemdelingewet 2000 (Vw) op grond van haar verklaringen. Zij kan niet worden aangemerkt als vluchteling in de zin van het Verdrag van Genève betreffende de status van vluchtelingen van 1951 (Trb. 1954, 88), zoals gewijzigd bij Protocol van New York van 1967 (Trb. 1967, 76). Daarnaast heeft zij niet aannemelijk gemaakt dat zij bij terugkeer een reëel risico loopt op ernstige schade in de zin van artikel 3 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM).

4. Eiseres voert, kort samengevat, aan dat verweerder zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat haar verklaringen over het incident en de bedreiging door een lid van [naam 2] niet geloofwaardig worden geacht.

5. Verweerder heeft aan zijn voornemen en bestreden besluit ten grondslag gelegd dat eiseres niet wordt gevolgd in haar verklaringen dat zij zou zijn bedreigd en aangevallen door een lid van [naam 2] . Volgens verweerder is het opmerkelijk dat eiseres alleen zou zijn gelaten voor de gehele nacht tijdens het gestelde incident. Nu het volgens verweerder in de gehele wereld van groot belang is dat zo snel mogelijk een geneesmiddel voor Covid 19 wordt gevonden, valt niet in te zien dat eiseres alleen werd gelaten. Daar komt nog bij dat zij pas sinds februari 2019 bevoegd was als arts. Dit klemt des te meer nu eiseres heeft verklaard dat de wachtruimte vol zat met honderden mensen met corona of andere klachten, aldus verweerder.

5.1

Met eiseres is de rechtbank van oordeel dat voormeld standpunt in redelijkheid niet aan eiseres kan worden tegengeworpen. Weliswaar kan opmerkelijk worden geacht dat zij alleen is gelaten in het ziekenhuis tijdens haar nachtdienst, maar in redelijkheid kan niet worden gesteld dat dit geheel onmogelijk is geweest. Ter zitting is komen vast te staan dat niet in geschil is dat eiseres in een ziekenhuis werkt waar onderzoek wordt gedaan naar Covid-19 en dat daar een speciale afdeling is voor Covid-19 patiënten. Verweerder heeft echter onvoldoende gemotiveerd waarom dit nu maakt dat zij om die reden niet alleen kan zijn gelaten door haar collega. Het incident vond plaats in april 2020. Op dat moment was zij reeds ruim een jaar bevoegd als arts. Een wachtruimte vol met patiënten maakt nog niet dat zij niet alleen kan zijn gelaten door haar collega met wie zij die nacht dienst zou hebben. Eiseres heeft verklaard dat het niet het beleid van het ziekenhuis was om alleen te zijn, maar dat de collega zelf heeft besloten om die nacht te vertrekken. Dat dit niet wenselijk is, is iets anders.

6. Vervolgens acht verweerder het opmerkelijk dat eiseres heeft verklaard dat zij de naam van haar collega die haar die nacht alleen liet, is vergeten, omdat het een collega is en niet echt een vriend. Dit is opmerkelijk, nu zij blijkbaar geen moeite heeft om de namen van de artsen op te noemen waar zij in het verleden problemen mee heeft gehad. Ook kan zij de naam van de verpleegkundige waar zij die nacht mee samen werkte wel benoemen, aldus verweerder.

6.1

De rechtbank is van oordeel dat verweerder eiseres in redelijkheid niet kan tegenwerpen dat zij de naam van haar collega die haar die nacht alleen liet is vergeten. Weliswaar heeft verweerder dit opmerkelijk kunnen vinden, maar niet ondenkbaar is dat zij zich de naam van deze collega niet meer kon herinneren, nu zij in de zienswijze heeft opgenomen dat het regelmatig voorkwam dat eiseres tijdens een dienst werkte met collega’s die zij niet (van naam) kende. Vast staat dat zij die avond niet met hem heeft gewerkt, omdat haar collega weg is gegaan wat kan verklaren dat zij op het moment van het nader gehoor zijn naam niet paraat had.

7. Daarnaast heeft verweerder zich op het standpunt gesteld dat eiseres wisselend heeft verklaard over het incident. Eiseres heeft namelijk enerzijds verklaard (pagina 7 van het nader gehoor) dat zij hoorde dat de vader van de overleden jongen het raam kapot schoot. Anderzijds heeft zij verklaard (pagina 16 van het nader gehoor) dat hij de deur kapot had geschoten. Niet valt volgens verweerder in te zien waarom eiseres hier wisselend over zou verklaren. Immers het kapotschieten van een raam is toch wel een ander geluid dan dat een deur kapot wordt geschoten.

7.1

Met eiseres is de rechtbank van oordeel dat deze tegenstrijdigheid haar in redelijkheid niet kan worden tegenworpen. Dit, omdat verweerder haar over deze tegenstrijdigheid niet heeft bevraagd tijdens het nader gehoor. Pas in het voornemen is zij hiermee geconfronteerd, wat verklaart dat zij pas in de zienswijze heeft verduidelijkt dat het ging om een glazen deur.

8. Verweerder werpt eiseres ook tegen dat zij de voornaam van de overleden patiënt direct weet te noemen, maar dat zij de rest van zijn naam is vergeten. Als gevraagd wordt naar de naam van de vader van de overleden patiënt weet zij die wel direct te noemen. Het blijft onduidelijk uit haar verklaringen hoe zij ineens de naam van de vader weet. Het is van algemene bekendheid dat een traditionele Arabische naam wel uit meerdere namen bestaat, nu er wordt gewerkt met een namenreeks. Het is daarom opmerkelijk dat zij de volledige naam van haar patiënt niet heeft weten te noemen, aldus verweerder.

8.1

Ter zitting heeft verweerder verklaard dat voormelde tegenwerping eiseres niet zwaar wordt aangerekend, maar dat verweerder haar dit nog wel tegenwerpt. De rechtbank is van oordeel dat verweerder eiseres niet in redelijkheid heeft kunnen tegenwerpen dat zij de volledige naam van de patiënt niet wist op te noemen. Gelet op de omstandigheden waaronder zij deze patiënt heeft moeten behandelen (hij verkeerde in een ernstige noodtoestand en behoefde direct medische hulp) is het voorstelbaar dat zij de volledige Arabische namenreeks niet heeft kunnen noemen tijdens het nader gehoor. Dit geldt te meer, nu eiseres in de zienswijze heeft verklaard dat in ziekenhuizen in Irak geen uitgebreide identificatie van patiënten plaatsvindt.

9. Verder overweegt verweerder dat de verklaring van eiseres over de bewaking van het ziekenhuis vaag is. Er zou maar één bewaker zijn voor het ziekenhuis en die zou vervolgens niets doen zodat iedereen zomaar binnen kan lopen. Daarnaast komt deze bewaker na het horen van het schot wel meteen binnenstormen. Ook ten aanzien van de speciale afdeling die dit ziekenhuis heeft met betrekking tot Covid-19 valt niet in zien dat iedereen hier zo maar in en uit zou kunnen lopen. Verweerder verwijst naar een artikel in de “Iraqi National Journal of Medicine. july 2020, Vol. 2, COVID-19 special Issue” met als titel “The novel use of convalescent plasma in patients with Covid-19 in Basra governorate: Case series review” en een artikel in de “Al Monitor the Pulse of Middle East” met als titel “Iraqi doctors under siege as they battle surge in COVID-19 cases” van 25 juli 2020. In laatstgenoemd artikel wordt gesproken over geweldsincidenten tegen medisch personeel in Irak in de coronaperiode. Er mag dan op zijn minst verwacht worden dat er meer dan slechts één bewaker in het ziekenhuis beschikbaar is, aldus verweerder.

9.1

Met eiseres is de rechtbank van oordeel dat eiseres hierover niet vaag heeft verklaard. In het nader gehoor heeft zij verklaard dat er één bewaker was die niets deed en dat hij pas na het horen van het schot is komen binnen stormen. Hoewel de rechtbank het met verweerder eens is dat het opmerkelijk is dat er slechts één bewaker aanwezig was, is het naar het oordeel van de rechtbank niet geheel ondenkbaar dat dit wel het geval is geweest. Op basis van de door verweerder aangehaalde artikelen kan niet worden geconcludeerd dat er meer dan één bewaker aanwezig had moeten zijn tijdens de nacht van het incident. Uit de aangehaalde artikelen blijkt juist dat artsen met geweld te maken krijgen hetgeen er op zou kunnen duiden dat de beveiliging van het ziekenhuis niet op orde is, althans onvoldoende is.

10. Ook de verklaringen van eiseres over de nasleep van dit incident worden door verweerder niet gevolgd. Eiseres heeft wisselend verklaard over het contact met het ziekenhuis gedurende de vijftien dagen na het schietincident. Voor zover relevant heeft eiseres op pagina 18 van het nader gehoor verklaard dat het ziekenhuis gedurende deze vijftien dagen geen contact met haar had opgenomen. Vervolgens op pagina 19 heeft zij verklaard dat het wel kan dat zij hebben gebeld, maar dat haar telefoon uit stond. Voorts heeft zij verklaard dat haar collega [naam collega] ( [naam collega] ) haar heeft gebeld. Dit valt niet te rijmen met de verklaring dat haar telefoon uit stond. Verweerder werpt eiseres ook tegen dat [naam collega] niet direct heeft gebeld, maar vijftien dagen heeft gewacht. Ook is het opmerkelijk dat eiseres geen contact heeft opgenomen met het ziekenhuis gelet op het feit dat zij in het verleden met problemen wel naar de directeur van het ziekenhuis ging, aldus verweerder.

10.1

In de zienswijze heeft eiseres toegelicht dat niet zij, maar haar moeder op haar mobiel is gebeld door [naam collega] , omdat de mobiele telefoon van eiseres uitstond. Ter zitting heeft eiseres nader toegelicht dat zij in shock verkeerde en haar mobiel na het incident heeft uitgezet. Pas toen zij van [naam collega] hoorde dat zij in problemen kon komen door haar verzuim heeft zij besloten naar het ziekenhuis te gaan met de intentie om het over het incident te hebben. Waarom [naam collega] haar niet meteen heeft gebeld is haar niet duidelijk. Gelet op de verklaring van eiseres is de rechtbank van oordeel dat verweerder nader dient te motiveren waarom eiseres niet kan worden gevolgd in haar verklaringen over de nasleep van het incident gelet op het feit dat het denkbaar is dat een dergelijk incident grote impact op iemand heeft.

11. Tot slot overweegt verweerder dat niet valt in te zien dat eiseres, na met de dood te zijn bedreigd en zij hierdoor vijftien dagen thuis is gebleven, terug keert naar haar werk en geen voorzorgsmaatregelen neemt. Zo had zij minstens met het ziekenhuis over de gestelde bedreiging kunnen praten en verzoeken om extra beveiliging. Eveneens is het opmerkelijk dat iemand die lid zou zijn van een militie en alleen met eiseres in de kamer is, haar niet heeft geraakt waardoor eiseres heeft kunnen vluchten, aldus verweerder.

11.1

Ter zitting heeft eiseres nader toegelicht dat het telefoontje van [naam collega] ervoor heeft gezorgd dat zij haar werkrooster heeft omgegooid en dat zij meteen naar het werk is gegaan met de intentie om het over het incident te gaan hebben, maar dat al vrij snel, twee uur na aanvang van haar werk, de vader van de overleden patiënt in het ziekenhuis was. De rechtbank is van oordeel dat uit haar verklaringen blijkt dat zij bij haar terugkeer wel voorzorgsmaatregelen heeft genomen. Zo verklaart zij op pagina 19 van het nader gehoor dat zij haar shift met iemand had geruild zodat [naam 2] niet kon zien dat eiseres aanwezig was op die dag, maar dat de vader van de overleden patiënt toch daar was. Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat verweerder haar in redelijkheid niet heeft kunnen tegenwerpen dat zij niet is geraakt door de kogel(s) afgevuurd door de vader, aangezien zij hierover heeft verklaard dat zij de kogel heeft kunnen ontwijken, omdat zij onder de tafel dook (zie pagina 20 nader gehoor).

12. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen is de rechtbank van oordeel dat verweerder niet zonder nadere motivering kan worden gevolgd in zijn standpunt dat niet geloofwaardig is dat eiseres tijdens haar werk als arts is bedreigd door een lid van [naam 2] . Dit, mede gelet op het feit dat de overige elementen door verweerder wel geloofwaardig worden geacht.

13. De rechtbank zal het beroep daarom gegrond verklaren en het bestreden besluit vernietigen. Het besluit is in strijd met de artikelen 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht tot stand gekomen. De overige beroepsgronden behoeven geen bespreking meer. De rechtbank ziet geen aanleiding de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand te laten of zelf in de zaak te voorzien. Ook ziet de rechtbank geen aanleiding om een bestuurlijke lus toe te passen. Verweerder zal daarom een nieuw besluit moeten nemen met inachtneming van deze uitspraak. De rechtbank stelt hiervoor een termijn van zes weken.

14. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.050,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 525,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing


De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;

- draagt verweerder op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.050,-.


Deze uitspraak is gedaan door mr. E.I. Terborg-Wijnaldum, rechter, in aanwezigheid vanmr. M. Belhaj, griffier.

Deze uitspraak is in het openbaar gedaan en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.