Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2020:10445

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
17-09-2020
Datum publicatie
27-10-2020
Zaaknummer
AWB - 19 _ 7978
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Besluit tot weigering WIA-uitkering. Eiseres heeft medische en arbeidskundige gronden aangevoerd. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder terecht vastgesteld dat eiseres meer dan 65% van het loon kan verdienen dat zij verdiende voordat zij ziek werd. Het beroep is ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht

zaaknummer: SGR 19/7978

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 september 2020 in de zaak tussen

[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres

(gemachtigde: P.T.G. Huisman),

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv), verweerder

(gemachtigde: mr. B.M. de Wolff).

Procesverloop

Bij besluit van 5 februari 2019 (het primaire besluit) heeft verweerder eiseres een uitkering ingevolge de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) geweigerd met ingang van 5 februari 2019.

Bij besluit van 8 november 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend, met als bijlagen aanvullende rapportages van de verzekeringsarts bezwaar en beroep (b&b) en de arbeidsdeskundige bezwaar & beroep (b&b).

Met toestemming van partijen is het onderzoek ter zitting achterwege gebleven.

Het onderzoek is gesloten op 9 september 2020.

Overwegingen

1. De rechtbank gaat bij de beoordeling uit van de volgende feiten en omstandigheden. Eiseres was laatstelijk werkzaam als medewerker glastuinbouw voor 11 uur per week. Zij is op 7 februari 2017 uitgevallen voor dit werk met pols- en hoofdklachten na een fietsongeval. Zij heeft op 16 november 2018 een aanvraag om een WIA-uitkering ingediend. Dit heeft geleid tot het primaire besluit.

2. Bij het bestreden besluit heeft verweerder het primaire besluit gehandhaafd. Dit berust op het standpunt dat eiseres meer dan 65% kan verdienen van het loon dat zij verdiende voordat zij ziek werd.

3.1

Eiseres kan zich niet verenigen met het bestreden besluit en voert aan dat verweerder onvoldoende rekening heeft gehouden met haar beperkingen. Eiseres acht meer beperkingen in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) aan de orde gelet op haar concentratie-, geheugen- en energieproblemen. Eiseres acht daarnaast een beperking ten aanzien van computerwerk aan de orde, omdat dit te belastend voor haar is en tot hoofdpijn leidt. Ook acht zij de aangenomen beperking voor harde geluiden boven 80 decibel onvoldoende. Verder volgde eiseres ten tijde van de datum in geding, te weten 5 februari 2019, een revalidatiebehandeling van twee keer een dagdeel per week. De verzekeringsarts b&b heeft ten onrechte geen urenbeperking aangenomen vanwege de verminderde beschikbaarheid van eiseres wegens deze behandeling. Eiseres acht een urenbeperking ook aan de orde vanwege haar verminderde energie. Tot slot acht eiseres een beperking voor (professioneel) autorijden aan de orde, nu zij vanwege haar overgevoeligheid voor prikkels, concentratieproblemen en vermoeidheid geen lange afstanden rijdt en ook niet op de snelweg rijdt.

3.2

Eiseres stelt zich in beroep op het standpunt dat de geschiktheid van de functies door de arbeidsdeskundige b&b niet (voldoende) dragend is onderbouwd. Deze beroepsgrond zal de rechtbank hieronder, bij de arbeidskundige beoordeling van het bestreden besluit, nader weergeven.

4. De rechtbank komt tot de volgende beoordeling.

4.1

De rechtbank stelt voorop dat verweerder zijn besluiten omtrent de mate van arbeidsongeschiktheid van een betrokkene mag baseren op rapporten van verzekeringsartsen, indien deze rapporten op zorgvuldige wijze tot stand zijn gekomen, geen tegenstrijdigheden bevatten en voldoende duidelijk zijn. Dit betekent niet dat deze rapporten en het daarop gebaseerde besluit in beroep niet kunnen worden aangevochten. Het is echter aan de betrokkene om aan te voeren en zo nodig aannemelijk te maken dat de rapporten niet op zorgvuldige wijze tot stand zijn gekomen, tegenstrijdigheden bevatten, niet voldoende duidelijk zijn, dan wel dat de in de rapporten gegeven beoordeling onjuist is.

4.2

Op 18 januari 2019 heeft arts niet in opleiding tot specialist (ANIOS) L. Vlok, onder supervisie van verzekeringsarts M.V. Borkent, een medisch onderzoek verricht. De ANIOS heeft dossierstudie verricht en eiseres lichamelijk en psychisch onderzocht. Zij heeft haar bevindingen neergelegd in een rapport van 22 januari 2019. De arts constateert lichte beperkingen aan de linkerhand, waarvoor zij beperkingen ten aanzien van hand- en vingergebruik, duwen of trekken en tillen of dragen heeft aangenomen. De cognitieve belemmeringen acht de ANIOS slechts gedeeltelijk medisch objectiveerbaar. Zij heeft daarom enkele lichte beperkingen aangenomen voor werkdruk, conflicthantering, leidinggevende functies, sterk wisselende omstandigheden, veelvuldig hoog handelingstempo en veelvuldige deadlines/productiepieken. Voorts is eiseres aangewezen op werkzaamheden in een rustige omgeving zonder veel rumoer en/of harde omgevingsgeluiden. De ANIOS heeft de beperkingen vastgelegd in de FML. Omdat de ANIOS geen aanwijzingen voor een cognitieve stoornis heeft, zijn er geen beperkingen voor (verdelen van) aandacht en geheugen opgenomen.

4.3

Naar aanleiding van het bezwaar heeft de verzekeringsarts b&b op 7 oktober 2019 een rapport uitgebracht, gebaseerd op dossieronderzoek, de hoorzitting/het spreekuur op 18 september 2019 en de ingebrachte en opgevraagde medische informatie. De opgevraagde medische informatie betreft een brief van orthopedisch chirurg dr. G.A. Kraan van 1 oktober 2019, met als bijlage een brief van 26 juni 2019. De door eiseres ingebrachte medische informatie betreft brieven van bewegingsdeskundige P. Sjambar van 16 november 2018, revalidatiearts D.C.M. de Wit van 7 december 2018, oogarts J.A.M. van Everdingen van 14 september 2018 en physician assistant revalidatiegeneeskunde N.E. Schuring van 18 april 2019. De verzekeringsarts b&b concludeert dat er geen aanleiding is om van het oordeel van de ANIOS af te wijken. Er zijn benutbare mogelijkheden. Er zijn geen ziekten gemist. De cognitieve klachten zijn met revalidatie behandeld en verbeterd. Er is geen hersenletsel aangetoond door de neuroloog. De CT scan was normaal. Dit blijkt ook uit de brief van de revalidatiearts. De door de ANIOS aangenomen psychische beperkingen acht de verzekeringsarts b&b passend. Er is op basis van het spreekuur en de revalidatie en mede gezien het autorijden geen aanleiding voor een beperking van aandacht. Er is geen stoornis van het geheugen gebleken en door eiseres worden details aangegeven, aldus de verzekeringsarts b&b. Voor de polsklachten is eiseres nog onder behandeling van fysiotherapeut en orthopeed, waarbij het beleid gericht is op pijnvermindering middels het dragen van een brace. Het hand- en vingergebruik links is terecht beperkt. Het onderzoek van de verzekeringsarts b&b geeft geen aanleiding voor het aannemen van meer beperkingen aan de pols, nek en schouder. De verzekeringsarts b&b ziet geen aanleiding voor een urenbeperking op basis van beschikbaarheid. De schildklier is goed gereguleerd en er is geen energetische ziekte. Er zijn voldoende preventieve beperkingen aangegeven. De beperking voor harde geluiden boven 80 decibel is aangenomen omdat dit bijdraagt aan de mate van prikkels en kan leiden tot overprikkeling. Er is geen beperking voor zachtere geluiden aan de orde.

4.4

Naar aanleiding van het beroep heeft de verzekeringsarts b&b op 25 maart 2020 een aanvullend rapport uitgebracht. Hierin stelt hij dat bij onderzoek is geconstateerd dat er geen concentratie- of geheugenstoornis is en dat dit ook niet uit het specialistisch neurologisch onderzoek komt. Er is ook geen neuropsychologisch onderzoek wat hierop wijst. De revalidatiebehandeling van twee dagdelen per week is conform de richtlijnen niet voldoende voor het aannemen van een urenbeperking wegens beschikbaarheid. Er is geen urenbeperking op energetische grond aan de orde, omdat eiseres geen energetische ziekte heeft. De schildklier wordt adequaat gesubstitueerd door medicatie. Ten aanzien van de door eiseres gestelde benodigde beperking voor geluid betoogt de verzekeringsarts b&b dat er geen stoornis van het gehoor is. Er is geen indicatie voor een beperking van geroezemoes. Aan de hinder van geluid is in de beperkingen tegemoet gekomen. Tot slot zijn geen aanwijzingen gevonden die een reden geven voor het beperken van repeterende bewegingen aan de linkerhand- en pols. Er is alleen pijn bij maximale beweging en dit is specialistisch aangegeven. Ook het incidentele medicatiegebruik tegen pijn wijst hier niet op, aldus de verzekeringsarts b&b.

4.5

De rechtbank is van oordeel dat de medische onderzoeken op zorgvuldige wijze hebben plaatsgevonden. De ANIOS heeft dossieronderzoek verricht en eiseres lichamelijk en psychisch onderzocht. De verzekeringsarts b&b heeft dossieronderzoek verricht, eiseres lichamelijk en psychisch onderzocht en de in bezwaar ingebrachte medische informatie bij zijn oordeelsvorming betrokken. Uit de rapporten van de verzekeringsartsen blijkt dat alle klachten van eiseres en alle beschikbare informatie zijn meegenomen in de beoordeling.

4.6

De rechtbank ziet evenmin aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van de verzekeringsgeneeskundige beoordeling. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder de beperkingen van eiseres in voldoende mate in kaart gebracht. Voor de polsklachten zijn lichte beperkingen aangenomen. Dit spoort met het feit dat uit de informatie van de orthopedisch chirurg en de fysiotherapeut volgt dat eiseres pijnklachten ervaart in uiterste standen. Het dragen van een brace is gericht op pijnvermindering. Ten aanzien van de cognitieve klachten heeft de verzekeringsarts b&b geen aanwijzingen voor een concentratie- of geheugenstoornis gevonden. Er is geen aanleiding voor een beperking van de duurbelastbaarheid nu er geen sprake is van een energetische ziekte en van een zodanig verminderde beschikbaarheid. De rechtbank volgt de stelling van de verzekeringsarts b&b dat er voldoende preventieve beperkingen zijn aangegeven en dat er geen reden is om meer beperkingen ten aanzien van geluid aan te nemen nu geen stoornis aan het gehoor is geconstateerd. In hetgeen eiseres heeft aangevoerd ziet de rechtbank geen aanleiding om te twijfelen aan het standpunt van de verzekeringsarts b&b over de beperkingen van eiseres. Eiseres heeft in beroep ook geen aanvullende medische informatie in het geding gebracht op basis waarvan twijfel over de beoordeling van haar psychische en lichamelijke klachten door de verzekeringsartsen had kunnen ontstaan. De rechtbank tekent daarbij aan dat verzekeringsartsen bij uitstek deskundig zijn te achten om aan de hand van de door een betrokkene aangegeven klachten en de beschikbare medische informatie de belastbaarheid van de betrokkene vast te stellen. Anders dan van de behandelaar is het de taak, bevoegdheid en specifieke deskundigheid van de verzekeringsartsen om de (arbeids)beperkingen vast te stellen.

4.7

Het vorenstaande betekent dat de medische component van het bestreden besluit naar het oordeel van de rechtbank op goede gronden berust. De beroepsgronden verwoord onder 3.1 treffen geen doel.

5.1

Verweerder heeft zich in het bestreden besluit gebaseerd op een rapport van de arbeidsdeskundige b&b. Uit dit rapport volgt dat de arbeidsdeskundige b&b de door de primaire arbeidskundige geduide functies niet passend acht en nieuwe functies heeft geduid. De arbeidsdeskundige b&b acht eiseres geschikt voor de functies receptionist (SBC-code 315120), apotheekmedewerker (SBC-code 271171) en besteller post/pakketten (auto) (SBC-code 282102) en de als reserve geduide functies administratief ondersteunend medewerker (SBC-code 315100) en huishoudelijk medewerker gebouwen (SBC-code 111334).

5.2

Eiseres betoogt dat de geduide functies niet geschikt zijn. Voor de functie receptionist is in het Resultaat functiebeoordeling sprake van een signalering op beoordelingspunt 1.9.4 (geen afleiding door activiteiten van anderen). Volgens de arbeidsdeskundige b&b geldt voor geen van de geduide functies dat sprake is van afleidende werkomstandigheden die eiseres niet zou kunnen hanteren. Eiseres kan zich hier niet in vinden. In de functie receptionist wordt in een ontvangsthal achter de balie gewerkt. Bezoekers, bewoners en telefoontjes zullen daarbij voor veel prikkels en afleiding zorgen. Voorts is in deze functie sprake van een signalering op beoordelingspunt 1.9.5 (voorspelbare werksituatie). Volgens de arbeidsdeskundige b&b is in alle functies sprake van een voorspelbare werksituatie, omdat de aard van de werkzaamheden routinematig is. Eiseres kan zich hier niet in vinden. Uit de functieomschrijving volgt dat sprake is van veel verschillende taken waarbij het programma voor de werkdag van tevoren niet vaststaat. Tot slot is sprake van een signalering op beoordelingspunt 2.8 (omgaan met conflicten). Volgens de arbeidsdeskundige b&b kan eiseres oppervlakkige klantcontacten hanteren en daarmee ook incidenteel voorkomende situaties met enige vorm van te hanteren conflict zoals in deze functie een enkele keer per jaar bij het aanspreken van bewoners in een verpleeg- en verzorgingstehuis. Eiseres stelt dat bij de beperking op dit beoordelingspunt in de FML is vermeld dat eiseres een conflict met agressieve of onredelijke mensen uitsluitend in telefonisch of schriftelijk contact kan hanteren. Nu in de functie van receptionist sprake is van conflicten in een fysieke situatie acht eiseres de functie ook om deze reden niet geschikt.

5.3

Naar het oordeel van de rechtbank heeft de arbeidsdeskundige b&b met zijn rapporten van 31 oktober 2019 en 2 april 2020 gemotiveerd toegelicht waarom de functie receptionist wel passend is voor eiseres. Er is geen sprake van gelijktijdig moeten verrichten van werkzaamheden die allemaal even urgent zijn. De aard van de werkzaamheden wordt verricht in een rustige werkomgeving in een verpleeg- en verzorgingstehuis. Er is geen sprake van een drukke ontvangsthal in een ziekenhuis. Er is evenmin sprake van extra bijkomende prikkels waarvoor men in staat moet zijn zich af te schermen wil voortgang van het te verrichten werk gewaarborgd kunnen worden. Het betreft verder routinematige en eenvoudige administratieve werkzaamheden met een voorspelbaar karakter. Ten aanzien van de beperking van eiseres wat betreft omgaan met conflicten stelt de arbeidsdeskundige b&b dat bij incidenteel voorkomend conflict terugval op een leidinggevende mogelijk blijft en dat sprake is van een verpleeg- en verzorgingstehuis waarvan algemeen bekend is dat het een rustige verblijfsomgeving is en waar ondersteuning vanuit de omgeving snel aanwezig kan zijn. De rechtbank merkt hierbij op dat het tot de taak en de deskundigheid van de arbeidsdeskundige behoort om te oordelen of de geduide functies geschikt zijn met inachtneming van de beperkingen van de betrokkene. De rechtbank ziet geen aanleiding voor twijfel aan de onderbouwing door de arbeidsdeskundige b&b.

5.4

De functie apotheekmedewerker acht eiseres evenmin passend. De arbeidsdeskundige b&b heeft verschillende door de primaire arbeidsdeskundige geduide functies verworpen omdat een werkbelasting in functies waarin tweehandig moet worden gewerkt in repetitieve en/of fijne motorische handbewegingen niet passend zijn. Echter is in deze functie ook sprake van een kenmerkende belasting ten aanzien van repetitieve handelingen. Uit de toelichting van de arbeidsdeskundig analist volgt dat in deze functie gedurende ca. 3 uur per dag medicijnen in stellingen en kasten worden verzameld en ingeruimd. Niet is gebleken dat de repetitieve handelingen slechts met één hand kunnen worden verricht. Om deze reden acht eiseres de functie ongeschikt.

5.5

Ook deze beroepsgrond volgt de rechtbank niet. De arbeidsdeskundige b&b heeft in zijn aanvullend rapport toegelicht dat eiseres niet beperkt is voor repetitieve handelingen. Alleen als sprake is van repetitieve bewegingen van de linkerhand in verband met polsklachten in combinatie met fijne motorische vingerbewegingen met de linkerhand geldt een niet toelaatbare belasting. In deze functie is dat niet het geval. De functie is daarom passend, aldus de arbeidsdeskundige b&b. Gelet hierop ziet de rechtbank geen aanleiding voor twijfel aan de geschiktheid van deze functie.

5.6

Ook de functie besteller post/pakketten (auto) acht eiseres niet passend. In deze functie is sprake van een kenmerkende belasting op beoordelingspunt 1.9.9 (werk zonder verhoogd persoonlijk risico). De toelichting van de arbeidsdeskundig analist luidt: neem intensief deel aan het verkeer. Vanwege haar klachten rijdt eiseres slechts korte stukjes. Zij rijdt geen lange afstanden en niet op de snelweg. Verder is sprake van een signalering op beoordelingspunt 2.12.1 (werk waarin meestal weinig of geen rechtstreek contact met klanten). Volgens de arbeidsdeskundige b&b is de functie geschikt omdat sprake is van oppervlakkig contact. Dit volgt echter niet uit de toelichting van de arbeidsdeskundig analist, waarin is vermeld dat er dagelijks contact is met alle klanten.

5.7

De rechtbank volgt deze beroepsgrond van eiseres evenmin. Zoals door de arbeidsdeskundige b&b toegelicht in zijn aanvullend rapport is eiseres niet beperkt voor beroepshalve chaufferen door de verzekeringsartsen. Evenmin is sprake van een beperking op het vasthouden en verdelen van de aandacht. De subjectieve beleving van eiseres dat zij cognitief verder beperkt is, is door de verzekeringsartsen niet vertaald naar beperkingen. Uitgaande van de juistheid van de FML, ziet de rechtbank dan ook geen aanleiding deze beroepsgrond te volgen. Wat betreft het contact met klanten stelt de arbeidsdeskundige b&b dat het doorgaans gaat om uitwisselen van werkboxen en werkbonnen met de tandartsassistent of tandarts. Gelet hierop is slechts sprake van oppervlakkige klantcontacten. De rechtbank kan zich vinden in het standpunt van de arbeidsdeskundige b&b dat deze functie daarom passend is voor eiseres.

5.8

Hetgeen eiseres met betrekking tot de als reserve geduide functies heeft aangevoerd, laat de rechtbank buiten beschouwing nu deze functies niet aan de schatting ten grondslag zijn gelegd.

6. Gelet op het voorgaande oordeelt de rechtbank dat verweerder de aanvraag van eiseres om een WIA-uitkering terecht en op goede gronden per 5 februari 2019 heeft afgewezen.

7. Het beroep is ongegrond.

8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.B. Wijnholt, rechter, in aanwezigheid van mr. J.P.G. van Egeraat, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 17 september 2020.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.