Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2020:10405

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
07-10-2020
Datum publicatie
23-11-2020
Zaaknummer
20_209
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHDHA:2021:1038, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Tussen bezwaar en ingebrekestelling is meer dan twaalf jaar verstreken. Tussen ingebrekestelling en beroep is een jaar en acht maanden verstreken. Naar het oordeel van de rechtbank is sprake van een onredelijk laat ingediend beroep. Beroep niet-ontvankelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Viditax (FutD), 24-11-2020
FutD 2020-3549
NTFR 2020/3679
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Team belastingrecht

zaaknummer: SGR 20/209

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 oktober 2020 in de zaak tussen

[eiseres] , wonende te [woonplaats] , eiseres

en

de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.

Beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het door verweerder niet tijdig beslissen op haar bezwaarschrift tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) voor het jaar 2001.

Zitting

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 23 september 2020.

Eiseres is verschenen, bijgestaan door [A] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. [B] en mr. [C] .

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Overwegingen

1. De aanslag IB/PVV voor het jaar 2001 is met dagtekening 1 november 2005 aan eiseres opgelegd. Tussen partijen is niet in geschil dat tijdig bezwaar is ingediend. Bij gebrek aan concrete gegevens gaat de rechtbank er dan ook van uit dat het bezwaar uiterlijk begin 2006 is ingediend.

2. Verweerder stelt dat met dagtekening 7 april 2008 uitspraak is gedaan op het bezwaar van eiseres. Ter onderbouwing heeft verweerder een schermprint overgelegd. Volgens verweerder kan verzending van de uitspraak op bezwaar niet meer nader worden onderbouwd.

3. Met dagtekening 23 april 2018 heeft eiseres verweerder in gebreke gesteld. Het pro-forma beroepschrift heeft dagtekening 24 december 2019 en is op 31 december 2019 door de rechtbank ontvangen.

4. Op grond van het bepaalde in artikel 6:12, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht, is het beroep gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit niet-ontvankelijk indien het beroepschrift onredelijk laat is ingediend. Naar het oordeel van de rechtbank is in het onderhavige geval sprake van een onredelijk laat ingediend beroep. Daartoe overweegt de rechtbank dat tussen het indienen van bezwaar en de ingebrekestelling een periode van meer dan twaalf jaar is verstreken en tussen de ingebrekestelling en het beroep een jaar en acht maanden. Wat eiseres daarvoor heeft aangevoerd, leidt niet tot een ander oordeel.

5. Nu sprake is van een onredelijk laat ingediend beroep, is het beroep niet-ontvankelijk en behoeft de vraag of op het bezwaar tegen de aanslag is beslist geen behandeling.

6. Gelet op wat hiervoor is overwogen is het beroep niet-ontvankelijk verklaard.

7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.E. Postema, rechter, in aanwezigheid van mr. T. Blauw, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 7 oktober 2020.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na verzending hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag (team belastingrecht), Postbus 20302,

2500 EH Den Haag.