Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2019:9487

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
27-06-2019
Datum publicatie
13-09-2019
Zaaknummer
AWB - 19 _ 1628
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De Rechtbank is van oordeel dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat een groter bedrag dan € 15.669 van het in 2002 opgenomen krediet bij de bank is aangewend voor uitgaven voor verbetering of onderhoud van de eigen woning.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Viditax (FutD), 16-09-2019
V-N Vandaag 2019/2049
FutD 2019-2460
V-N 2019/51.2.2
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Team belastingrecht

zaaknummer: SGR 19/1628

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van

27 juni 2019 in de zaak tussen

[EISER], wonende te [PLAATS], eiser
(gemachtigde: B.G. Datthijn- Ghijs),

en

de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.

De bestreden uitspraak op bezwaar

De uitspraak van verweerder van 18 december 2015 op het bezwaar van eiser tegen de voor het jaar 2013 opgelegde aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen.

Zitting

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 juni 2019.

Eiser is met bericht van verhindering niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door [A].

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

1. Eiser is eigenaar van de woning aan de [STRAAT] te [PLAATS].

2. Op 6 februari 2002 is door eiser een lening van € 50.000 afgesloten bij [BV] BV.

3. In geschil is of een groter bedrag dan € 15.669 van de voornoemde lening is aangewend voor uitgaven voor verbetering of onderhoud van de woning.

4. Gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft in zijn uitspraak van 3 maart 2017 met betrekking tot het jaar 2012 als volgt geoordeeld:

“4.2. Het Hof is – evenals de Rechtbank – van oordeel dat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat een groter bedrag dan € 15.669 van het in 2002 opgenomen krediet bij de bank is aangewend voor uitgaven voor verbetering of onderhoud van de eigen woning. De overige door belanghebbende overgelegde facturen hebben betrekking op uitgaven in de jaren 2003, 2004, 2008, 2009 en 2010. Op geen enkele wijze is aannemelijk gemaakt dat het opgenomen krediet is aangewend voor de voldoening van deze uitgaven. Dit ligt ook niet voor de hand gelet op het tijdsverloop tussen de uitbetaling van een deel van het krediet aan belanghebbende en de voldoening van de overgelegde facturen.”

5. Omdat eiser geen andere stukken heeft overgelegd dan in de in 4 vermelde procedure ziet de rechtbank geen aanleiding anders te oordelen dan Gerechtshof ’s-Hertogenbosch en sluit de rechtbank zich bij dat oordeel aan. Gelet hierop heeft de rechtbank het beroep ongegrond verklaard.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.E. Postema, rechter, in aanwezigheid van mr. S.R.M. Dekker, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 27 juni 2019.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na verzending hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag (team belastingrecht), Postbus 20302,

2500 EH Den Haag.