Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2019:9017

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
06-08-2019
Datum publicatie
20-09-2019
Zaaknummer
7226278 RL EXPL 18-21478
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Leidingschade. Werken volgens Richtlijn Crow 500. Lokaliseren in gehele zoekgebied, ook bij gefaseerd werken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JA 2019/169
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats ’s-Gravenhage

Rolnr.: 7226278 RL EXPL 18-21478

Datum vonnis: 6 augustus 2019

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

de naamloze vennootschap Evides N.V.,

gevestigd te Rotterdam,

eisende partij,
gemachtigde: mr. F.J. van Velsen,

tegen

de besloten vennootschap Welvreugd Drilling B.V.,

gevestigd te Maasland,

gedaagde partij,
gemachtigde: mr. W.A.M. Rupert.

Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als Evides en Welvreugd.

1 Procedure

1.1.

De kantonrechter heeft kennis genomen van de volgende stukken:

  • -

    de dagvaarding van 23 augustus 2018;

  • -

    de conclusie van antwoord;

  • -

    de bij brief van 29 december 2018 door Evides ten behoeve van de comparitie opgestuurde akte overlegging producties;

1.2.

Op 11 januari 2019 heeft een comparitie van partijen plaatsgevonden, waarbij zijn verschenen:

  • -

    namens Evides [betrokkene 1] , [functie] , [betrokkene 2] , [functie] , en mr. F.I.A.S. van Velsen namens de gemachtigde;

  • -

    namens Welvreugd [belanghebbende] , [functie] , en de gemachtigde.

Van het verhandelde ter zitting zijn door de griffier aantekeningen gemaakt, die zich in het griffiedossier bevinden. Vervolgens is de uitspraak van dit vonnis nader bepaald op heden.

2 Feiten

2.1.

Evides is een drinkwaterbedrijf in de zin van artikel 7 van de Drinkwaterwet.

2.2.

Welvreugd is een bedrijf dat kabels en leidingen legt.

2.3.

In 2017 zijn door Welvreugd graafwerkzaamheden verricht in Maasland. Welvreugd moest een sleuf graven parallel aan een weg, de Herenwerf, ook ter plekke waar een fietspad haaks op de weg uitkomt. Bij het uitvoeren van de graafwerkzaamheden moest Welvreugd het fietspad dus kruisen.

2.4.

Voorafgaand aan het verrichten van de werkzaamheden heeft Welvreugd een graafmelding gedaan bij het KLIC (Kabels en Leidingen Informatie Centrum). Naar aanleiding van deze melding heeft Evides aan Welvreugd een overzichtskaart gestuurd. Op deze overzichtskaart is te zien dat de waterleiding van Evides precies midden onder de lengte van het hiervoor genoemde fietspad loopt, dus eveneens haaks op de weg.

2.5.

Op 27 november 2017 rond 9.30 uur heeft Welvreugd bij haar graafwerkzaamheden de waterleiding van Evides beschadigd. Daarbij is gebleken dat de waterleiding niet precies midden onder het fietspad lag, maar 4,02 meter vanaf het midden van het fietspad.

3 Vordering, grondslag en verweer

3.1.

Evides vordert veroordeling van Welvreugd bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Evides te betalen een bedrag van € 12.496,38, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 11.527,01 vanaf de dag van dagvaarding tot de dag van algehele voldoening, met veroordeling van Welvreugd in de kosten van deze procedure.

3.2.

Evides legt aan deze vordering ten grondslag dat Welvreugd onrechtmatig tegenover haar heeft gehandeld door onvoldoende onderzoek te doen naar de ligging van leidingen op de plek waar zij heeft gegraven en onvoldoende voorzorgsmaatregelen te nemen om beschadiging van leidingen te voorkomen. Welvreugd moet daarom de schade vergoeden die Evides als gevolg van de beschadiging van de waterleiding heeft geleden. Deze schade stelt zij op € 11.527,01 aan herstelkosten. Daarnaast maakt zij aanspraak op € 800,00 aan redelijke kosten gemaakt voor de vaststelling van schade en aansprakelijkheid en voor verhaal en op wettelijke rente over het schadebedrag vanaf 27 november 2017. Zij berekent de tot aan de dagvaarding vervallen rente op € 169,27.

3.3.

Welvreugd heeft gemotiveerd verweer gevoerd en geconcludeerd tot afwijzing van de vordering, met veroordeling van Evides in de kosten van de procedure, met nakosten. Op het verweer wordt hierna – voor zover van belang – ingegaan.

4 Beoordeling

relevante regels en richtlijnen

4.1.

De waterleiding is beschadigd in november 2017. Om te kunnen beoordelen of Welvreugd onrechtmatig heeft gehandeld, moet de kantonrechter kijken naar de normen die toen golden. De Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerkend (Wibon) en het daaruit voortvloeiende Besluit informatie-uitwisseling bovengrondse netten en netwerken (Bibon), waarop Welvreugd zich beroept, zijn pas in werking getreden op 31 maart 2018. Tot die tijd golden de Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten (Wion) en het Besluit informatie-uitwisseling ondergrondse netten (Bion). De kantonrechter zal zich dus daarop baseren.

4.2.

De Wion en het Bion geven regels om te voorkomen dat er bij graafwerkzaamheden leidingen worden beschadigd. Artikel 2 Wion bepaalt dat de grondroerder (degene onder wiens verantwoordelijkheid of leiding graafwerkzaamheden worden verricht) zijn werkzaamheden op zorgvuldige wijze verricht (lid 2). Daartoe dient hij ten minste ervoor te zorgen dat vóór aanvang van de werkzaamheden een graafmelding is gedaan, onderzoek is verricht naar de precieze ligging van onderdelen van netten op de graaflocatie en dat op de graaflocatie de van het kadaster ontvangen gebiedsinformatie aanwezig is (lid 3). Artikel 5 lid 2 van het Bion bepaalt dat de liggingsgegevens van de beheerder met betrekking tot de horizontale ligging van kabels en leidingen zijn gebaseerd op de meest nauwkeurige metingen die voor de beheerder beschikbaar zijn, met dien verstande dat de metingen ten minste een nauwkeurigheid van een meter hebben. De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 25 mei 2018 (ECLI:NL:HR:2018:772) geoordeeld dat, in het bijzonder gelet op de doelstelling van de Wion om gevallen van schade aan kabels en leidingen te verminderen, de grondroerder er niet zonder meer op mag vertrouwen dat de aan hem op basis van deze informatieplicht aan de grondroerder verstrekte tekening aan deze eis van nauwkeurigheid voldoet. Wel kan onnauwkeurigheid van de door de netbeheerder verstrekte gegevens aanleiding zijn voor het aannemen van eigen schuld van de netbeheerder.

4.3.

Op initiatief van het Kabels en Leidingen Overleg, waarin diverse bij graafwerkzaamheden en netwerken betrokken partijen zijn vertegenwoordigd, is in 2016 – als vervolg op eerdere richtlijnen uit de sector – een richtlijn uitgegeven: de ‘Richtlijn zorgvuldig grondroeren van initiatief- tot gebruiksfase (publicatie 500)’, ook wel CROW 500 genoemd. Deze richtlijn (hierna: de Richtlijn) is een samenvoeging van de publicaties ‘Graafschade voorkomen aan kabels en leidingen’ (CROW 250) en ‘Kabels en leidingen rond wateren en waterkeringen’ (CROW 308). In deze richtlijn wordt beschreven hoe het graafproces zorgvuldig kan worden uitgevoerd, zodat de kans op schade aan kabels en leidingen tot een minimum wordt beperkt. In de Richtlijn is opgenomen:

"(hoofdstuk 4, Ontwerpfase)

- […] […] De gebiedsinformatie geeft een theoretische ligging van een kabel of leiding. De werkelijke ligging van kabels en leidingen kan hiervan afwijken en dit kan risico's veroorzaken tijdens het grondroeren. […] De werkelijke ligging wordt bepaald door de kabels en leidingen te lokaliseren, waarna beheersmaatregelen gekozen kunnen worden;[…]

(Kennisthema Lokaliseren van kabels en leidingen)

  • -

    […] Welke kabels en leidingen gelokaliseerd moeten worden is afhankelijk van het graafprofiel, de maak- en meettoleranties en de nauwkeurigheid van de gebiedsinformatie.

  • -

    Graafprofiel. Het graafprofiel is het gebied waar de grond wordt geroerd. Het wordt bepaald aan de hand van de tekening, bijvoorbeeld door: […] de afmetingen van een te graven sleuf. […]

  • -

    Het zoekgebied is het gebied waarbinnen kabels en leidingen gelokaliseerd moeten worden. De begrenzing van het zoekgebied wordt als volgt bepaald: in het horizontale vlak is het zoekgebied het graafprofiel dat aan alle zijden wordt vermeerderd met de maak- en meettoleranties (0,50 meter) en met de nauwkeurigheid van de gebiedsgegevens (1,00 meter). […]

  • -

    Iedere kabel of leiding waarvan de theoretische ligging binnen het zoekgebied valt, moet worden gelokaliseerd omdat er tijdens het grondroeren risico op beschadigingen bestaat. Het lokaliseren is begrensd tot het zoekgebied. […]

  • -

    Kan een kabel of leiding niet in het zoekgebied worden gevonden, dan moeten er aanvullende acties worden uitgevoerd. Hiervoor zijn de volgende mogelijkheden:
    - verder zoeken […];
    - werken zoals in een risicogebied […];|
    - in contact treden met de netbeheerder […];"

De Hoge Raad heeft in zijn hierboven genoemde arrest van 25 mei 2018 geoordeeld dat bij gebrek aan een concrete wettelijke normering voor ‘zorgvuldig graven’ groot gewicht aan de Richtlijn moet worden toegekend. De Richtlijn vormt de weerslag van de binnen de beroepsgroep geldende opvattingen omtrent zorgvuldig graven. De rechter dient daarom bij de invulling van de zorgplicht in beginsel aan te sluiten bij de Richtlijn. Indien hij een daarvan afwijkende invulling van de zorgplicht wil geven, dient hij te motiveren welke omstandigheden rechtvaardigen dat in het concrete geval van de Richtlijn mocht worden afgeweken.

aansprakelijkheid

4.4.

Partijen zijn het erover eens dat Welvreugd bij het graven de regels van de Richtlijn in acht had moeten nemen. Volgens Evides heeft Welvreugd dat niet gedaan, volgens Welvreugd wel. De kern van hun discussie zit in het volgende. Uit de Richtlijn volgt dat een grondroerder alle leidingen die volgens de tekening in een gebied van 1,50 meter rondom het graafprofiel liggen (in het "zoekgebied") moet lokaliseren voordat hij gaat graven. Volgens Evides had Welvreugd de waterleiding vóór aanvang van de werkzaamheden moeten lokaliseren, omdat deze in het zoekgebied lag. Volgens Welvreugd was zij op het moment dat zij de waterleiding raakte nog niet aan het graven ter hoogte van het fietspad. Het stuk waar zij aan het graven was, lag nog meer dan 1,50 meter van de theoretische ligging van de waterleiding. Met andere woorden: in het zoekgebied rond het graafprofiel waarmee zij bezig was, lag volgens de tekening geen waterleiding. Zij voert het graafproject gefaseerd uit en maakt telkens proefsleuven in het zoekgebied rond het graafprofiel waar zij mee bezig is. Van haar kan in redelijkheid niet gevergd worden dat zij voorafgaand aan het hele project alle leidingen lokaliseert, aldus Welvreugd. Daarbij speelt voor Welvreugd ook mee dat zij niet hoeft te verwachten dat de werkelijke ligging van de leiding meer dan een meter afwijkt van de getekende ligging (artikel 5 lid 2 Bion).

4.5.

De kantonrechter kan de Richtlijn niet anders lezen dan dat de grondroerder vóór aanvang van de graafwerkzaamheden alle leidingen die in het zoekgebied rond het graafprofiel liggen moet lokaliseren. Dit moet al in de ontwerpfase gebeuren en dus niet stapsgewijs bij de uitvoering van het project. Het doet dus niet ter zake of de grondroerder bij de uitvoering van het project gefaseerd werkt. In dit geval kruiste de waterleiding volgens de tekening het graafprofiel. De theoretische ligging van de waterleiding was dus gedeeltelijk in het graafprofiel zelf (en dus zeker ook in het zoekgebied). Welvreugd had deze voorafgaand aan het werk moeten lokaliseren. Bovendien mocht Welvreugd er niet zonder meer op vertrouwen dat de tekening aan de eis van nauwkeurigheid van artikel 5 lid 2 Bion voldoet (zie de uitspraak van de Hoge Raad). In dit geval gaat het om een afwijking van vier meter. Dat is veel, maar juist omdat de theoretische ligging nogal eens afwijkt van de werkelijke ligging, schrijft de Richtlijn voor dat de leidingen gelokaliseerd moeten worden. Welvreugd heeft dat niet gedaan. Als zij dat wel had gedaan, had zij – eventueel in overleg met Evides op het moment dat zij de leiding niet op de getekende plek aantrof – voor aanvang van de werkzaamheden geconstateerd dat de leiding op een andere plaats lag. Welvreugd heeft dus niet zorgvuldigheid in acht genomen die de Richtlijn en de wet van haar vraagt. Dat betekent dat zij onrechtmatig heeft gehandeld en aansprakelijk is voor de schade die daardoor is ontstaan.

eigen schuld

4.6.

Welvreugd voert aan dat Evides eigen schuld heeft aan het ontstaan van de schade, omdat zij een zeer onnauwkeurige tekening heeft verschaft, die niet voldoet aan de eis van artikel 5 lid 2 Bion, van nauwkeurigheid tot op één meter. Volgens Evides heeft zij naar beste kunnen informatie verschaft. De netwerktekeningen van Evides zijn gemaakt op basis van tekeningen van haar rechtsvoorgangster waarop de leiding midden onder het fietspad was getekend. Deze tekeningen dateren van voor de inwerkingtreding van de Wion in 2008. De leiding is in 1997 aangelegd. Bij de inwerkingtreding van de Wion is aan de netbeheerders geen verplichting opgelegd om reeds bestaande netten 'na te meten' om te kijken of de beschikbare tekeningen wel voldeden aan de nieuwe eis van nauwkeurigheid.

4.7.

Een schending van artikel 5 lid 2 Bion kan leiden tot eigen schuld van de netbeheerder als de informatie die hij over het net verstrekt niet zo nauwkeurig is als redelijkerwijs van hem verlangd mag worden (onderdeel 3.6.2 van het genoemde arrest van de Hoge Raad). Het enige dat Welvreugd daarover gesteld heeft, is dat de afwijking van de tekening in dit geval erg groot was. In het licht van wat Evides heeft verklaard over haar informatieverschaffing heeft Welvreugd echter onvoldoende onderbouwd dat redelijkerwijs meer van Evides verwacht had kunnen worden dan zij heeft gedaan. Welvreugd heeft nog opgemerkt dat Evides bij de verstrekte tekening had kunnen vermelden of deze klopte, maar daarvoor had Evides eerst zelf onderzoek moeten doen. Dat kan van haar niet gevergd worden. Daarbij laat de kantonrechter meewegen dat er – naar Evides onweersproken heeft gesteld – honderdduizenden reacties op klic-meldingen door haar worden gedaan en dat de Richtlijn het nu juist bij de grondroerder legt om te controleren of de tekening klopt. De kantonrechter ziet dus geen eigen schuld aan de zijde van Evides.

omvang van de schade

4.8.

Evides heeft een schadeopstelling gemaakt die zij heeft overgelegd als productie E8. Daarin heeft zij per schadepost (personeelskosten, materialen, kosten van derden, diversen en vaste posten) gespecificeerd vermeld hoe hoog haar schade is. Volgens Welvreugd heeft Evides daarmee haar schade onvoldoende onderbouwd. De kantonrechter is van oordeel dat Evides in haar schadeopstelling voldoende informatie aan Welvreugd heeft gegeven om Welvreugd de gelegenheid te geven te begrijpen wat voor werkzaamheden er zijn verricht, hoeveel tijd daarmee gemoeid was en hoeveel geld daarvoor in rekening is gebracht. Meer heeft Welvreugd niet nodig is om daarop inhoudelijk te kunnen reageren. De schade is dan ook voldoende onderbouwd door Evides.

4.9.

Welvreugd heeft ook nog betoogd dat de herstelkosten nodeloos hoog zijn. Daarover brengt zij het volgende naar voren. De schade aan de waterleiding is in de ochtend ontstaan. Pas drie kwartier later werd het water afgesloten en pas om 18.00 uur arriveerden meerdere monteurs van Evides om noodreparaties te verrichten aan de leiding. Deze monteurs hebben lang gewacht op een kraan om reparaties te kunnen verrichten, terwijl ter plaatse een kraan van Welvreugd beschikbaar was. Als zij die kraan hadden gebruikt, hadden zij sneller kunnen werken, minder uren gemaakt en substantieel minder uren 'buiten werktijd' gemaakt. Evides heeft dit alles gemotiveerd bestreden. De kantonrechter acht het – met Evides – niet onredelijk dat de storingsploeg pas aan het eind van de dag is gekomen en dus uren zijn geschreven buiten de normale werktijd. Storingen treden nu eenmaal altijd plotseling op en dan kan het even duren voor een storingsploeg tijd heeft. Ook ligt het niet voor de hand dat Evides, buiten gevallen van extreme spoed, gebruik maakt van materieel van de schadeveroorzaker.

4.10.

Ten slotte heeft Welvreugd bestreden dat de in de schadeopstelling genoemde werkzaamheden van [aannemer] noodzakelijk en redelijk zijn. Welvreugd stelt dat niet te kunnen beoordelen omdat de feitelijke facturen niet zijn overgelegd. De kantonrechter oordeelt dat overlegging van de facturen niet nodig is. Evides heeft bij de kosten van [aannemer] omschreven om wat voor werkzaamheden het ging, welke materialen zijn gebruikt en hoeveel tijd is besteed. Dat geeft Welvreugd voldoende informatie om te kunnen bezien of die werkzaamheden en het gebruik van genoemde materialen nodig en redelijk waren. Zij heeft niet gemotiveerd gesteld waarom dat niet het geval zou zijn. Daarom gaat de kantonrechter aan haar verweer voorbij.

4.11.

Voor het overige heeft Welvreugd geen bezwaren tegen de schadeopstelling naar voren gebracht. De kantonrechter zal de door Evides gevorderde schade dan ook geheel toewijzen. Ook de daarover gevorderde wettelijke rente komt als niet weersproken en op de wet gegrond voor toewijzing in aanmerking.

kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid en kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte

4.12.

Evides vordert € 800,00 als kosten van vaststelling van aansprakelijkheid, schade en verhaal. Zij stelt daartoe dat medewerkers van haar financiële- en verhaalsafdeling (die deels is uitbesteed) werkzaamheden hebben verricht, bestaande uit het verzamelen van alle relevante gegevens, het samenstellen van de schadeopstelling, het verzorgen van de aansprakelijkstelling en correspondentie met (de verzekeraar van) Welvreugd (artikel 6:96 lid 2 onder b BW). Daarnaast heeft haar incassogemachtigde, bureau Geko, werkzaamheden verricht ter verkrijging van voldoening buiten rechte (artikel 6:96 lid 2 onder c BW). Omdat de medewerkers van Evides niet bijhouden hoeveel tijd zij met welke zaak bezig zijn, brengt Evides al deze kosten samen in rekening met een forfaitaire vergoeding, voor de hoogte waarvan zij aansluiting heeft gezocht bij de staffel van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. Zij stelt dat de gevorderde kosten redelijkerwijs zijn gemaakt en in hoogte redelijk zijn. Welvreugd heeft aangevoerd dat het schrijven van een aansprakelijkstelling in gestandaardiseerde vorm, het verzamelen van gegevens voor de schadeopstelling en correspondentie met Welvreugd niet kwalificeert als schade die op grond van artikel 6:96 BW voor vergoeding in aanmerking zou moeten komen. Volgens Welvreugd gaat het hier om kosten waarvoor een eventuele proceskostenveroordeling bedoeld is.

4.13.

Evides vordert één bedrag voor twee verschillende soorten schade, te weten de kosten ter vaststelling van aansprakelijkheid en schade en kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte. Voor beide schadesoorten geldt dat deze kosten kunnen zien op werkzaamheden die – als het komt tot een procedure – onderdeel (gaan) uitmaken van de werkzaamheden waarop de proceskostenveroordeling ziet (het zogenoemde 'van kleur verschieten'). Evides heeft in haar dagvaarding vermeld dat het bij de werkzaamheden waarvoor zij een vergoeding vraagt grotendeels niet handelt om kosten die na de dagvaarding 'van kleur verschieten', maar heeft nagelaten uit te leggen in hoeverre dat dan wel het geval is en hoe dat in de vordering zou zijn verdisconteerd (als dat al het geval is). Dat maakt dat de kantonrechter nu niet kan vaststellen of het gaat om kosten waarop de proceskostenveroordeling ziet. Daarom zal de kantonrechter dit onderdeel van de vordering afwijzen.

proceskosten

4.14.

Welvreugd zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure.

5 Beslissing

De kantonrechter:

5.1.

veroordeelt Welvreugd om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Evides te voldoen een bedrag van € 11.696,28, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 11.527,01 vanaf 23 augustus 2018 tot de dag van algehele voldoening;

5.2.

veroordeelt Welvreugd in de kosten van deze procedure, tot op heden aan de zijde van Evides vastgesteld op € 1.161,44, waarvan € 600,00 aan salaris voor de gemachtigde;

5.3.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.4.

wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd.

Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. I.D. Bellaart en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 augustus 2019.

De griffier is niet in staat

dit vonnis mede te ondertekenen