Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2019:8617

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
14-08-2019
Datum publicatie
29-08-2019
Zaaknummer
NL19.16852 en NL19.16854
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Dublin Duitsland. Kinderen trauma opgelopen in Duitsland. C.K. t. Slovenië. Niet gebleken dat overdracht tot aanzienlijke en onomkeerbare gevolgen voor gezondheid zal leiden. Beroep ongegrond

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht

zaaknummers: NL19.16852 en NL19.16854


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 augustus 2019 in de zaken tussen

[eiser], eiser

[eiseres] , eiseres, mede namens de minderjarige kinderen

[kind 1]

[kind 2]

Tezamen eisers

(gemachtigde: mr. A. Kurt-Gecoglu),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. E. de Jong).

Procesverloop

Bij besluiten van 18 juli 2019 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de aanvragen van eisers tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvragen.

Eisers hebben tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld.

Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaken NL19.16853 en NL19.16855, plaatsgevonden op 1 augustus 2019. Eisers zijn verschenen, bijgestaan door mr. A. Jankie, waarnemer voor de gemachtigde mr. A. Kurt-Gecoglu. Als tolk is verschenen L. Anissimova. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eisers zijn geboren op [geboortedatum] 1977 respectievelijk 24 juli 1975. Beiden hebben de Azerbeidzjaanse nationaliteit. Eisers zijn gehuwd en hebben twee kinderen, [kind 1] en [kind 2]. Op 12 maart 2019 hebben eisers onderhavige asielaanvraag ingediend.

2. Verweerder heeft de aanvragen niet in behandeling genomen en de bestreden besluiten gebaseerd op artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). In dit artikel is bepaald dat een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd niet in behandeling wordt genomen indien op grond van Verordening EU nr. 604/2013 (hierna: de Dublinverordening) is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. In dit geval heeft Nederland bij Duitsland een verzoek om terugname gedaan. Duitsland heeft dit verzoek aanvaard.

3. Eisers kunnen zich met de besluiten niet verenigen en stellen zich – samengevat weergegeven – op het volgende standpunt. Er moet worden afgezien van overdracht naar Duitsland en verweerder dient de aanvraag op grond van artikel 17, eerste lid van de Dublinverordening in behandeling te nemen. In Duitsland zijn eisers op zeer negatieve wijze behandeld, waarbij met name de kinderen nog altijd last hebben van de gevolgen daarvan. Ter onderbouwing is medische informatie over de muziektherapie van [kind 2] en de therapie van [kind 1] overgelegd. Het abrupt beëindigen van de therapie kan bij beiden tot gevolg hebben dat de kinderen later niet meer bereid zijn nog een therapeut te vertrouwen waardoor verdere behandeling onmogelijk is. Behandeling in Duitsland is voor de kinderen geen optie nu de oorzaak van hun trauma’s aan de ervaringen in Duitsland is gerelateerd.

Eisers verwijzen naar het arrest van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (het EHRM) van 16 februari 2017, C.K. tegen Slovenië en artikel 3 van het Verdrag inzake de rechten van het kind (het IVRK) en menen dat verweerder had moeten onderzoeken in hoeverre de overdracht zelf gevolgen kan hebben voor de gezondheidstoestand van eisers, door bijvoorbeeld het BMA om medisch advies te vragen. Tot slot menen eisers dat zij ten minste in de gelegenheid moeten worden gesteld de kinderen hun behandeling in Nederland te laten afmaken.

4. Verweerder heeft gemotiveerd verweer gevoerd.

5. Ingevolge het beleid van verweerder dat is neergelegd in paragraaf C2/5 van de Vreemdelingencirculaire (Vc) 2000 maakt verweerder terughoudend gebruik van de bevoegdheid om het verzoek om internationale bescherming te behandelen op grond van artikel 17, eerste en tweede lid, van de Dublinverordening, als Nederland daartoe op grond van in de verordening neergelegde criteria niet is verplicht.

Verweerder gebruikt de bevoegdheid om het verzoek om internationale bescherming te behandelen – voor zover thans van belang – in ieder geval in de volgende situaties:

- er zijn concrete aanwijzingen dat de voor de behandeling van het verzoek om internationale bescherming verantwoordelijke lidstaat zijn internationale verplichtingen niet nakomt;

- bijzondere, individuele omstandigheden maken dat de overdracht van de vreemdeling aan de voor de behandeling van het verzoek om internationale bescherming verantwoordelijke lidstaat van een onevenredige hardheid getuigt.

6. De rechtbank overweegt als volgt.

6.1

Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder in de gestelde medische situatie van eisers geen aanleiding hoeven zien de aanvraag op grond van artikel 17 van de Dublinverordening in behandeling te nemen. Uit het door eisers aangehaalde arrest C.K. tegen Slovenië volgt onder andere dat als een vreemdeling objectieve gegevens overlegt, zoals medische stukken over zijn toestand, die de bijzondere ernst van zijn gezondheidstoestand en de aanzienlijke en onomkeerbare gevolgen daarvoor van een overdracht aantonen, de autoriteiten van de betrokken lidstaat, de rechterlijke instanties daaronder begrepen, die gegevens niet buiten beschouwing mogen laten. Uit de overgelegde medische informatie over eisers blijkt dat [kind 1] sinds mei 2019 wekelijks vaktherapie gericht op traumaverwerking volgt. De verwachting is dat een jaar therapie nodig zal zijn. [kind 2] volgt sinds kort muziektherapie. Haar problematiek is nog niet volledig in kaart gebracht. Uit de overgelegde stukken volgt niet dat een overdracht tot aanzienlijke en onomkeerbare gevolgen voor de gezondheidstoestand zal leiden. Bovendien zijn geen stukken overgelegd waaruit blijkt dat de benodigde medische zorg in Duitsland niet beschikbaar zal zijn. Dat de trauma’s zijn opgelopen vanwege een negatieve behandeling van eisers in Duitsland, is enkel gesteld en is onvoldoende om van overdracht af te hoeven zien. Verweerder heeft gelet op hetgeen hiervoor is overwogen tevens kunnen afzien van het aanvragen van BMA advies en geen aanleiding hoeven zien om de asielaanvragen op grond van artikel 17 van de Dublinverordening aan zich te trekken.

7. De beroepen zijn ongegrond.

8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J.L. van der Waals, rechter, in aanwezigheid van
mr. R. Kroon - Overdijk, griffier.

griffier rechter

Deze uitspraak is in het openbaar gedaan en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel


Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.