Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2019:8613

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
13-08-2019
Datum publicatie
27-08-2019
Zaaknummer
NL19.16784, NL19.16786, NL19.16789
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Asiel Venezuela. Relaas deels ongeloofwaardig. Geen sprake van 15c. problemen Libanon ongeloofwaardig. In later stadium aangevoerd asielmotief te summier en onvoldoende concreet voor nader onderzoek. Ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht

zaaknummers: NL19.16784, NL19.16786, NL19.16789


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 augustus 2019 in de zaak tussen

[eiser 1], eiser 1

[eiser 2], eiser 2

[eiseres], eiseres, mede namens het minderjarige kind

[kind]

tezamen eisers

(gemachtigde: mr. F.S. Boedhoe),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. E. de Jong).


Procesverloop
Bij besluiten van 12 juli 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvragen van eisers tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen als (kennelijk) ongegrond.

Eisers hebben tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld.

Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaken NL19.16785, NL19.16787 en NL19.16790, plaatsgevonden op 1 augustus 2019. Partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden.

Overwegingen

1. Eisers 1 en 2 zijn geboren op respectievelijk [geboortedatum] 1988 en [geboortedatum] 1986. Eiseres is geboren op [geboortedatum] 1988. Allen hebben de Venezolaanse nationaliteit. Eisers 1 en 2 zijn broers. Eiseres is de echtgenote van eiser 2. Zij hebben samen een minderjarige dochter, [kind].

2. Eisers hebben aan hun asielaanvraag het volgende ten grondslag gelegd. Op 18 februari 2018 is het huis van eiser 2 en eiseres overvallen door onbekenden, waarbij spullen uit het huis zijn gestolen. Aangifte doen bij de politie is niet gelukt omdat het aangiftesysteem die dag niet werkte. De politie zou later bij hen langskomen om alsnog de aangifte op te nemen, maar dat is niet gebeurd. De dag na de overval is eiser 1 door onbekenden gebeld waarbij is gedreigd eisers om te brengen tenzij er 30.000 dollar betaald zou worden. Eisers hebben zich enkele dagen in het huis van eiser 1 schuilgehouden en hebben vervolgens Venezuela verlaten. Daarnaast hebben eisers 1 en 2 aangevoerd dat zij in Libanon beiden door hun vader zijn mishandeld, hetgeen de aanleiding heeft gevormd om eerst bij hun grootmoeder te gaan wonen en later in 2005 het land te verlaten. Eiser 2 heeft tot slot nog aangevoerd dat in zijn winkel meermaals is ingebroken ook is zijn motor in januari 2017 gestolen.

3. Het asielrelaas van eisers bevat volgens verweerder de volgende relevante elementen:

- identiteit, nationaliteit en herkomst;

- overval op 18 februari 2018;

- de poging tot aangifte bij de politie naar aanleiding van de overval;

- telefonische bedreiging van eiser 1;

- problemen in Libanon van eisers 1 en 2;

- inbraken in winkel eiser 2 en diefstal motor eiser 2.

4. Verweerder heeft de identiteit, nationaliteit en herkomst van eisers geloofwaardig geacht. Ook zijn de overval op 18 februari 2018, de inbraken in de winkel en de diefstal van de motor van eiser 2 geloofwaardig geacht. De aangifte bij de politie, de telefonische bedreiging van eiser 1 en de problemen in Libanon zijn door verweerder ongeloofwaardig geacht. Verweerder heeft de aanvragen van eisers 1 en 2 op grond van artikel 31 van de Vreemdelingenwet (Vw 2000) in samenhang met artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder d en e van de Vw 2000 respectievelijk artikel 31 van de Vw 2000 in samenhang met artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder d van de Vw 2000 afgewezen als kennelijk ongegrond. De aanvraag van eiseres is op grond van artikel 31 Vw 2000 afgewezen als ongegrond.

5. Eisers kunnen zich met deze beslissing niet verenigen en voeren – samengevat weergegeven – het volgende aan. Verweerder heeft ten onrechte gesteld dat eisers onderling wisselende verklaringen hebben afgelegd, nu verweerder er zonder enige nadere motivering vanuit gaat dat ‘gegevens’ enkel op persoonsgegevens slaat. Bovendien is verweerder niet ingegaan op de argumentatie in de zienswijze die ziet op de wachttijd van twee uur bij de politie.

Ten onrechte is tegengeworpen dat de telefonische bedreiging ongeloofwaardig is omdat de echtgenote van eiser 1 nog altijd in Venezuela verblijft en geen problemen heeft ondervonden. Zij verblijft namelijk bij haar moeder en bovendien waren haar gegevens niet verstrekt aan de politie bij de aangifte.

Eisers verwijzen naar de Guidance Note on the Outflow of Venezuelans of may 2019 van het UNHCR, waaruit blijkt dat veiligheids- en humanitaire situatie in Venezuela sinds de publicatie van de vorige richtlijnen is verslechterd. Het UNHCR roept staten op niet naar Venezuela uit te zetten. Eisers zijn bovendien extra kwetsbaar omdat zij worden gezien als rijke buitelanders en derhalve als een makkelijke prooi.

Uit de algemene bronnen waarnaar verweerder in het kader van de gestelde problemen in Libanon heeft verwezen, kan niet worden afgeleid dat eisers in Libanon veilig zouden zijn.

Bovendien hebben eisers uit angst niet eerder verklaard over de familie in Libanon. Eisers vrezen de familie omdat zij zich hebben aangesloten bij Hezbollah. Verweerder had eisers hieromtrent aanvullend dienen te horen, hetgeen niet is gebeurd.

Het onthouden van een vertrektermijn en het opleggen van een inreisverbod staan in geen verhouding tot de bijzondere individuele omstandigheden waarop eisers zich beroepen, nu Venezuela voor eisers geen veilig land van herkomst is.

6. Verweerder heeft gemotiveerd verweer gevoerd.

7. Ingevolge artikel 31, eerste lid, van de Vw 2000 wordt een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 van de Vw 2000 afgewezen, indien de vreemdeling niet aannemelijk heeft gemaakt dat zijn aanvraag is gegrond op omstandigheden die, hetzij op zichzelf, hetzij in samenhang met andere feiten, een rechtsgrond voor verlening vormen.

Ingevolge artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder d en e, van de Vw 2000 kan een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 van de Vw 2000 worden afgewezen als kennelijk ongegrond in de zin van artikel 32, tweede lid, van de Procedurerichtlijn, indien:

d. de vreemdeling waarschijnlijk, te kwader trouw, een identiteits- of reisdocument dat ertoe kon bijdragen dat zijn identiteit of nationaliteit werd vastgesteld, heeft vernietigd of zich daarvan heeft ontdaan;

e. de vreemdeling kennelijk inconsequente en tegenstrijdige, kennelijk valse of duidelijk onwaarschijnlijke verklaringen heeft afgelegd die strijdig zijn met voldoende geverifieerde informatie over het land van herkomst, waardoor zijn verklaringen alle overtuigingskracht wordt ontnomen met betrekking tot de vraag of hij in aanmerking komt voor verlening van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28;

8. De rechtbank overweegt als volgt.

8.1

Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder de aangifte bij de politie ongeloofwaardig kunnen achten. Eisers stellen dat de politie de dader moet zijn omdat in januari 2017 aangifte is gedaan van de diefstal van de motor en hierbij gegevens zouden zijn achtergelaten. Verweerder heeft niet ten onrechte overwogen dat niet valt in te zien waarom de politie ruim een jaar later een overval op de woning zou plegen. Bovendien heeft verweerder bij zijn beoordeling kunnen betrekken dat niet valt in te zien waarom eisers enerzijds de politie verantwoordelijk houden voor de overval, maar vervolgens wel van de overval aangifte doen bij diezelfde politie. In dit kader heeft verweerder kunnen overwegen dat eisers niet aannemelijk hebben gemaakt dat de politie de dader van de overval is geweest, wat er verder ook zij van de al dan niet wisselende verklaringen over de gebeurtenissen op het politiebureau.

8.2

Verweerder heeft daarnaast niet ten onrechte de telefonische bedreiging ongeloofwaardig geacht. Daartoe heeft verweerder kunnen overwegen dat eisers hun verklaringen over de verantwoordelijken achter het telefoontje louter hebben gebaseerd op vermoedens. Eiser 1 heeft verklaard dat hij de dag ervoor zijn gegevens bij de politie had achtergelaten en de politie in staat is om mensen om te brengen en eiser 2 heeft verklaard dat hij de politie verantwoordelijk acht omdat er geen andere mogelijkheid is hoe de bedreigers aan het telefoonnummer van eiser 1 hebben kunnen komen. In dit kader heeft verweerder van belang kunnen achten dat eisers niet hebben toegelicht op welke wijze zij het verband tussen de politie en de telefonische dreiging leggen en bovendien heeft eiser 1 verklaard het niet uitgesloten te achten dat de bedreigers aan zijn telefoonnummer zijn gekomen omdat dit nummer in de gestolen telefoon van eiser 2 stond. Verweerder heeft aldus kunnen concluderen dat de verklaringen van eiser 1 en 2 onvoldoende concreet en de verklaringen van eiser 1 ook intern wisselend zijn. Verweerder heeft voorts mee kunnen wegen dat de vrouw van eiser 1 nog altijd zonder problemen in Venezuela verblijft, ondanks het feit dat de geëiste 30.000 dollar niet is betaald. Gelet op hetgeen is overwogen kan eisers beroep op de Guidance Note van de UNHCR bovendien niet slagen. De stelling dat eisers vanwege hun Libanese achtergrond als rijke buitenlanders en daarmee als makkelijke prooi worden gezien en daarom te vrezen hebben, is onvoldoende onderbouwd. Bovendien heeft verweerder er ter zitting terecht op gewezen dat voor Venezuela geen beleid voor risicogroepen geldt.

8.3

Voorts heeft verweerder naar het oordeel van de rechtbank de (nog te verwachten) problemen in Libanon van eisers 1 en 2 ongeloofwaardig kunnen achten. Daartoe is van belang dat de verklaringen van beide eisers tegenstrijdig zijn aan openbare bronnen. Zo heeft eiser 1 verklaard dat hij door zijn vader zal worden omgebracht omdat hij is getrouwd met een niet-islamitische vrouw (zijn vrouw is katholiek) en hij zich niet elders in Libanon kan vestigen. Eiser 2 heeft verklaard dat zijn familie er problemen mee heeft dat hij is getrouwd met een niet-islamitische vrouw en hij daarom vreest dat ze hem zullen doden of verminken. Uit openbare bronnen blijkt echter dat in Libanon 18 religieuze stromingen officieel erkend worden, waarvan 12 christelijke stromingen en bovendien is het een islamitische man toegestaan te trouwen met een vrouw van een ander geloof.

Dat eiser 1 voorts heeft verklaard geen aangifte te kunnen doen tegen zijn vader bij de Libanese autoriteiten is enkel gebaseerd op eisers eigen aannames. Eiser 2 is er eveneens niet in geslaagd zijn gestelde vrees om vermoord te worden door zijn vader te kunnen concretiseren. Verweerder heeft aldus kunnen stellen dat hetgeen door eisers is aangevoerd, onvoldoende is om te kunnen concluderen dat de Libanese autoriteiten aan eisers geen bescherming willen of kunnen bieden.

8.4

Tot slot is de rechtbank van oordeel dat hetgeen is aangevoerd omtrent de vrees voor de familie omdat zij zich zouden hebben aangesloten bij Hezbollah, onvoldoende concreet is. Het had op de weg van eisers gelegen dit in een eerder stadium aan te voeren dan wel nader toe te lichten. Hetgeen is gesteld is zo summier dat verweerder daarin geen aanleiding heeft hoeven zien een aanvullend gehoor te houden.

9. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, zijn de aanvragen terecht afgewezen als (kennelijk) ongegrond. Het beroep is ongegrond.

10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing


De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.


Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J.L. van der Waals, rechter, in aanwezigheid van

mr. R. Kroon - Overdijk, griffier.

griffier rechter

Deze uitspraak is in het openbaar gedaan en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na de dag van bekendmaking.