Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2019:8607

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
12-08-2019
Datum publicatie
29-08-2019
Zaaknummer
NL19.17269
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

asielvergunning verleend, beroep niet-ontvankelijk, geen rechtens te respecteren belang bij beoordeling beroep tot vaststelling nationaliteit als staatloos

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht

zaaknummer: NL19.17269


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 augustus 2019 in de zaak tussen

[EISER], eiser, V-nummer [V-nummer]

(gemachtigde: mr. W.P.R. Peeters),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. J.W. Kreumer).


Procesverloop
Bij besluit van 27 juni 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) ingewilligd.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 7 augustus 2019. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Tevens is M. Fayez als tolk ter zitting verschenen.

Overwegingen

1. Eiser stelt geboren te zijn op [geboortedatum] 1983 en staatloos Palestijn te zijn. Hij heeft op 28 december 2018 de onderhavige aanvraag ingediend.

2. Verweerder heeft de aanvraag van eiser op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw 2000 ingewilligd. De vergunning is verleend met ingang van

28 december 2018 en is geldig tot 28 december 2023.

3. Eiser kan zich niet verenigen met het bestreden besluit en heeft hiertoe – samengevat weergegeven – aangevoerd dat verweerder ten onrechte in het bestreden besluit heeft vermeld dat zijn nationaliteit onbekend is. Zoals eiser tijdens zijn gehoren heeft verklaard alsook met originele stukken heeft onderbouwd, is hij een Syriër van Palestijnse afkomst. In het bestreden besluit had dan ook moeten worden vermeld dat eiser staatloos is. Verweerder heeft ten onrechte niet gemotiveerd waarom hij de door eiser opgegeven en aangetoonde staatloosheid niet heeft vermeld.

4. Verweerder heeft gemotiveerd verweer gevoerd.

5. De rechtbank overweegt als volgt.

5.1.

Uit de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 7 december 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:3385), alsmede de uitspraak van deze rechtbank van 18 juni 2019 (ECLI:NL:RBDHA:2019:7751) volgt dat verweerder, zolang dit niet noodzakelijk is voor zijn beslissing, niet verplicht is om in het kader van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd vast te stellen of een vreemdeling staatloos is. Voor een vreemdeling staat een andere rechtsgang open indien hij de gegevens en vaststelling van zijn nationaliteit in de Basisregistratie Personen wil laten wijzigen. De rechtbank ziet dan ook niet in dat verweerder de door eiser overgelegde al dan niet originele documenten had behoren te laten onderzoeken door Bureau Documenten, nu dit kennelijk voor de inwilliging van eisers asielaanvraag voor verweerder niet relevant was. Bij het bestreden besluit heeft verweerder de asielaanvraag van eiser immers ingewilligd. Om die reden heeft eiser geen rechtens te respecteren belang bij de beoordeling van zijn beroep.

6. Gelet op het voorgaande, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk.

7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing


De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.


Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Kleijn, rechter, in aanwezigheid van

mr. J.C. de Grauw, griffier.

Griffier

rechter

Deze uitspraak is in het openbaar gedaan en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.