Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2019:8542

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
31-07-2019
Datum publicatie
03-09-2019
Zaaknummer
C/09/575398 / HA ZA 19-638
Rechtsgebieden
Intellectueel-eigendomsrecht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Tussenuitspraak
Inhoudsindicatie

incident zekerheidstelling

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DEN HAAG

Team handel

zaaknummer / rolnummer: C/09/575398 / HA ZA 19-638

Vonnis in incident van 14 augustus 2019

in de zaak van

de rechtspersoon naar vreemd recht,

LRC PRODUCTS LIMITED,

te Berkshire (Verenigd Koninkrijk),

eiseres in de hoofdzaak en in het incident,

advocaat mr. S. Tigu te Rotterdam,

tegen

de rechtspersoon naar vreemd recht

OCEAN COMPANY AFRIQUE SAURL,

te Dakar (Senegal),

gedaagde in de hoofdzaak,

verweerster in het incident,

advocaat mr. T. Geerlof te Rotterdam.

Partijen zullen hierna LRC Products en Ocean Company Afrique genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding tevens houdende incidentele vordering tot zekerheidstelling proceskosten van 2 mei 2019;

  • -

    het deurwaardersexploot van 11 juni 2019, waarin Ocean Company Afrique LRC Products heeft opgeroepen tegen een eerdere zittingsdatum;

  • -

    de akte overlegging producties van LRC Products met producties EP1 t/m EP20;

  • -

    de conclusie van antwoord in het incident tot zekerheidstelling.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2 Het geschil in het incident

2.1.

LRC Products vordert – samengevat – dat Ocean Company Afrique wordt veroordeeld tot het stellen van zekerheid voor de proceskosten aan de zijde van LRC Products tot een bedrag van € 40.000,- door middel van een onherroepelijke afroepgarantie afkomstig van een gerenommeerde Nederlandse bank op gebruikelijke voorwaarden, met veroordeling van Ocean Company Afrique in de kosten van dit incident ex artikel 1019h Rv1.

2.2.

LRC Products legt aan deze vorderingen het volgende ten grondslag. Ocean Company Afrique is gevestigd in Senegal en heeft geen verblijf- of vestigingsplaats in Nederland. Op grond van artikel 224 Rv is een partij zonder woon- of verblijfplaats in Nederland op vordering van de wederpartij verplicht zekerheid te stellen voor de proceskosten en schadevergoeding tot betaling waarvan zij in het kader van een civiele procedure veroordeeld zou kunnen worden. Er is geen uitzondering als bedoeld in artikel 224 lid 2 Rv van toepassing. LRC Products begroot de proceskosten waarvoor Ocean Company Afrique zekerheid dient te stellen op € 40.000,-. Dit bedrag is gebaseerd op een volledige proceskostenveroordeling op de voet van artikel 1019h Rv (de hoofdzaak ziet op gestelde merkinbreuk door Ocean Company Afrique), waarbij LRC Products de zaak aanmerkt als een complexe merkinbreukprocedure als bedoeld in de Indicatietarieven in IE-zaken2.

2.3.

Ocean Company Afrique voert gemotiveerd verweer en concludeert tot niet ontvankelijkverklaring van LRC Products in deze incidentele vorderingen dan wel tot afwijzing daarvan, met veroordeling van LRC Products in de kosten van dit incident ex artikel 1019h Rv vermeerderd met rente.

2.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

3 De beoordeling

in het incident

3.1.

Artikel 224 lid 1 Rv bepaalt dat allen zonder woonplaats of gewone verblijfplaats in Nederland die bij een Nederlandse rechter een vordering instellen (…), verplicht zijn op vordering van de wederpartij zekerheid te stellen voor de proceskosten en de schadevergoeding tot betaling waarvan zij zouden kunnen worden veroordeeld.

3.2.

Uit deze wetsbepaling volgt dat een vordering tot zekerheidstelling als bedoeld in artikel 224 lid 1 Rv slechts, voor zover hier van belang, openstaat voor de partij jegens wie bij een Nederlandse rechter een vordering wordt ingesteld, indien diens wederpartij (de partij die de vordering in Nederland instelt) geen woon- of verblijfplaats in Nederland heeft. Nu LRC zelf een vordering instelt kan zij niet van de door haar gedaagde buitenlandse partij zekerheidstelling verlangen. De incidentele vordering van LRC Products wordt dan ook afgewezen.

3.3.

LRC Products zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten van dit zonder grond ingestelde incident. Ocean Company Afrique vordert kosten op de voet van art. 1019h Rv die zij begroot op € 1.000,-. Zij heeft echter nagelaten dit bedrag te specificeren met een kostenopgave3. De rechtbank begroot de kosten aan de zijde van Ocean Company Afrique derhalve op basis van het geldende liquidatietarief op € 543,- (tarief II). Dit bedrag wordt toegewezen vermeerderd met eventuele vertragingsrente zoals door Ocean Company Afrique is gevorderd.

in de hoofdzaak

3.4.

Nu Ocean Company Afrique nog niet heeft geconcludeerd voor antwoord in de hoofdzaak, zal de zaak daartoe worden verwezen naar de rol.

3.5.

Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

4 De beslissing

De rechtbank

in het incident

- wijst de vordering van LRC Products af;

- veroordeelt LRC Products in de kosten van dit incident, tot op heden aan de zijde van Ocean Company Afrique begroot op € 543,-, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de vijftiende dag na heden tot de dag van algehele voldoening;

- verklaart de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

in de hoofdzaak

- verwijst de zaak naar de rol van 18 september 2019 voor conclusie van antwoord aan de zijde van Ocean Company Afrique;

- houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.E. Kokke en in het openbaar uitgesproken op 14 augustus 2019.

1 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

2 te vinden op www.rechtspraak.nl

3 HR 30 mei 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC2153 (Endstra/Nieuw Amsterdam), r.o. 5.4.1 en 5.4.2