Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2019:8184

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
08-08-2019
Datum publicatie
19-08-2019
Zaaknummer
C/09/571526 / HA RK 19-256
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Verzoek verklaring voor recht dat testateur ten tijde van het maken van zijn uiterste wil wilsonbekwaam was en dat zijn testament daarom nietig is. De procedure tot het verkrijgen van een verklaring voor recht en de procedure om te komen tot vernietiging van een testament zijn geen verzoekschriftprocedures maar dagvaardingsprocedures. Geen doorverwijzing ex artikel 69 Rv aangezien een tegenpartij nog niet bekend is en de nietigverklaring van een testament bovendien pas aan de orde kan zijn nadat de testateur is overleden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
ERF-Updates.nl 2019-0214
JERF 2019/289
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK DEN HAAG

Team handel

zaaknummer / rekestnummer: C/09/571526 / HA RK 19-256

Beschikking van 8 augustus 2019

in de zaak van

[verzoekster] ,

handelend onder de naam Focus Financiële Zorgverlening,

gevestigd te Wateringen,

in haar hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van

[belanghebbende] ,

(verder te noemen: “ [belanghebbende] ”)

verzoekster,

advocaat mr. L.E.M. de Vries-Blom te Honselersdijk.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het op 3 april 2019 ingekomen verzoekschrift.

1.2.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 23 mei 2019. Mr. De Vries-Blom is verschenen namens verzoekster.

2 De feiten

2.1.

De kantonrechter te Den Haag heeft vanaf 30 augustus 2016 een bewind ingesteld over de (toekomstige) goederen van [belanghebbende] wegens lichamelijke of geestelijke toestand, met benoeming van B.H. Bergsma, h.o.d.n. Grip beheer, bewind & notarieel advies te Delft, tot bewindvoerder.

2.2.

Bij beschikking van 9 mei 2017 heeft de kantonrechter te Den Haag voormelde bewindvoerder ontslagen en gelijktijdig verzoekster benoemd als opvolgend bewindvoerder.

2.3.

Bij brief van 5 april 2018 heeft mw. C.P. van de Weerd, kandidaat-notaris, werkzaam bij Notariskantoor van der Bijl te Zoetermeer, aan verzoekster een declaratie toegezonden inzake het opstellen en ondertekenen van een testament voor [belanghebbende] . In de declaratie staat vermeld: ‘Declaratie van verrichte werkzaamheden inzake het opmaken en passeren van uw testament (inclusief extra kosten vanwege passeren en uitgebreide bespreking op locatie en spoedtarief)’.

2.4.

In een medische verklaring, gedateerd 18 mei 2018, verklaart [X] , onafhankelijk arts en lid van het VIA register, op basis van eigen onderzoek en bevindingen tijdens een huisbezoek op 16 mei 2018, van oordeel te zijn dat [belanghebbende] , zijn geestelijke toestand in aanmerking genomen, niet meer in staat is zelfstandig naar behoren zijn wil te bepalen en de reikwijdte van zijn beslissingen te overzien inzake notariële akten, zo ook ten aanzien van het opstellen of wijzigen van zijn testament. Ten aanzien van zijn testament is [belanghebbende] niet in staat concreet en adequaat aan te geven wat zijn wensen zijn en/of zijn geweest.

2.5.

Onder toezending van een kopie van de medische verklaring heeft de bewindvoerder notaris Van der Bijl verzocht de wijzigingen in het testament van [belanghebbende] te vernietigen of een aantekening te maken bij het testament dat de laatste wijziging is doorgevoerd terwijl [belanghebbende] niet meer wilsbekwaam was.

2.6.

Bij e-mailbericht van 23 oktober 2018 heeft Notariskantoor Van der Bijl bericht dat het medisch rapport in goede orde is ontvangen en is opgeslagen in het betreffende dossier. Aan het verzoek tot vernietiging van de uiterste wil wordt door de notaris niet voldaan.

2.7.

Bij beschikking van 28 november 2018 heeft de kantonrechter in deze rechtbank machtiging verleend aan verzoekster voor het inwinnen c.q. iemand inschakelen voor het starten van een eventuele gerechtelijke procedure tegen Notariskantoor van der Bijl inzake het niet verbeteren van het testament van [belanghebbende] .

3 Het verzoek

3.1.

Verzoekster vraagt de rechtbank om voor recht te verklaren dat de heer [belanghebbende] ten tijde van het maken van zijn uiterste wil in of rond april 2018 wilsonbekwaam was en dat het (laatste) testament van [belanghebbende] nietig is. Zij voert daartoe het volgende aan.

3.2.

Na ontvangst van de declaratie van het notariskantoor heeft verzoekster direct telefonisch contact opgenomen met het notariskantoor. In dat gesprek heeft zij aan de notaris gemeld dat [belanghebbende] al sinds 2016 onder bewind staat en dat hij in het bewind-register staat ingeschreven. Volgens verzoekster was [belanghebbende] absoluut niet in staat zijn wil kenbaar te maken. In de maanden vóór april 2018 heeft verzoekster geen normaal contact meer met [belanghebbende] kunnen krijgen, zelfs niet meer over de meest alledaagse zaken.

3.3.

Een oud buurvrouw van [belanghebbende] heeft bij de kantonrechter tweemaal een procedure aanhangig gemaakt waarin zij telkens verzocht het bewind over de goederen van [belanghebbende] op te heffen. Subsidiair verzocht zij om haar als bewindvoerder aan te stellen. De verzoeken zijn telkens afgewezen. Het lijkt er op dat na deze twee procedures door [belanghebbende] een spoedtestament is opgemaakt. Verzoekster vreest dat de oud buurvrouw met [belanghebbende] bij de notaris is geweest en dat de oud buurvrouw als enig erfgename in het testament van [belanghebbende] is opgenomen. Bij overlijden van [belanghebbende] komt verzoekster als bewindvoerder geen enkele bevoegdheid meer toe. Indien alsdan blijkt dat alleen de oud buurvrouw in het testament als erfgename wordt aangewezen, zal er niemand zijn die het testament kan aanvechten. [belanghebbende] is 96 jaar en een vermogend man.

3.4.

Onder verwijzing naar artikel 1:441 BW voert verzoekster aan dat zij als bewindvoerder voor de rechthebbende ( [belanghebbende] ) alle handelingen dient te verrichten die aan een goed bewind bijdragen. Zij is gehouden de belangen van vermogensrechtelijke aard van de rechthebbende tot aan zijn dood te behartigen. Volgens verzoekster komt haar als bewindvoerder ook bevoegdheid toe ten aanzien van beslissingen van de rechthebbende die pas effect hebben na het overlijden van de rechthebbende, maar zijn gedaan door de rechthebbende bij leven. Op grond hiervan meent verzoekster bevoegd te zijn om namens [belanghebbende] het testament aan te tasten.

4 De beoordeling

4.1.

Tijdens de mondelinge behandeling van het verzoekschrift heeft mr. De Vries toegezegd te proberen om door tussenkomst van verzoekster het testament van [belanghebbende] te achterhalen. Afhankelijk van de inhoud van het testament zou bezien kunnen worden of verzoekster de onderhavige procedure wil voortzetten.

4.2.

Bij brief van 15 juli 2019 heeft mr. De Vries de rechtbank bericht dat het niet is gelukt het testament van [belanghebbende] in handen te krijgen. De notaris is van mening dat alleen [belanghebbende] een nieuwe kopie van zijn testament kan opvragen. [belanghebbende] heeft er echter als gevolg van zijn dementie geen weet meer van dat hij een testament heeft laten opstellen. Het is derhalve onmogelijk om [belanghebbende] het testament bij de notaris te laten opvragen, aldus mr. de Vries in voormelde brief.

4.3.

De rechtbank laat in het midden of de door de kantonrechter bij beschikking van 28 november 2018 aan verzoekster verleende volmacht voor het starten van een eventuele gerechtelijke procedure tegen Notariskantoor van der Bijl inzake het niet verbeteren van het testament van [belanghebbende] , volstaat om de onderhavige verzoekschriftprocedure aanhangig te maken.

4.4.

De rechtbank overweegt dat de procedure tot het verkrijgen van een verklaring voor recht en de procedure om te komen tot vernietiging van het testament, geen verzoekschriftprocedures maar dagvaardingsprocedures zijn. Een verklaring voor recht kan in een verzoekschriftprocedure slechts worden gegeven indien dat verzoek voldoende rechtstreeks verband houdt met het hoofdverzoek. In deze zaak is dat niet het geval. Dit impliceert dat de onderhavige procedure, gelet op het bepaalde in artikel 69 Rv, dient te worden voortgezet volgens de regels die gelden voor de dagvaardingsprocedure.

4.5.

Onduidelijk is echter wie alsdan als gedaagde partij aangemerkt dient te worden. Aangezien een testament tot stand komt door een eenzijdig ongerichte rechtshandeling en pas werking heeft vanaf het moment dat de testateur is overleden, is een tegenpartij thans nog niet aan te wijzen. Bovendien kan nietigverklaring van het testament naar het oordeel van de rechtbank pas aan de orde zijn nadat [belanghebbende] is overleden.

4.6.

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank geen aanleiding deze procedure door te verwijzen naar de dagvaardingsprocedure en zal zij het verzoek afwijzen.

5 De beslissing

De rechtbank wijst het verzoek af.

Deze beschikking is gegeven door mr. H.J. Vetter en in het openbaar uitgesproken op 8 augustus 2019.