Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2019:740

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
09-01-2019
Datum publicatie
05-02-2019
Zaaknummer
NL18.20554
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Oekraïne. Veilig land van herkomst, ook voor Roma. Gestelde vrees niet aannemelijk gemaakt. Beroepen ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummers: NL18.20554, NL18.20563, NL18.20565, NL18.20571 en NL18.20573


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen

[naam 1] , geboren op [geboortedatum 1] , eiser 1,

[naam 2] , geboren op [geboortedatum 2] , eiser 2,

[naam 3] , geboren op [geboortedatum 3] , eiseres 1,

[naam 4] , geboren op [geboortedatum 4] , eiser 3, en

[naam 5] , geboren op [geboortedatum 5] , eiseres 1,

hierna te noemen: eisers,

(gemachtigde: mr. P.R. Klaver),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. J.E.P. Pijnenburg).

Procesverloop

Bij vijf afzonderlijke besluiten van 30 oktober 2018 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de asielaanvragen van eisers afgewezen als kennelijk ongegrond.

Eisers hebben tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld. Ook hebben zij de voorzieningenrechter verzocht voorzieningen te treffen in afwachting van hun beroepen (NL18.20555, NL18.20564, NL18.20566, NL18.20572 en NL18.20574)

Het onderzoek op zitting heeft, samen met de behandeling van voorzieningen, plaatsgevonden op 6 december 2018. Partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden.

Overwegingen

1. Eisers zijn allen Burger van Oekraïne. Zij behoren tot de bevolkingsgroep Roma. Eiser 2 en eiseres 1 zijn de schoonzoon en dochter van eiser 1. Eiser 3 en eiseres 2 zijn respectievelijk zijn neef en diens echtgenote. Op 13 oktober 2018 hebben zij asielaanvragen ingediend. Eisers hebben ieder afzonderlijk aan hun aanvraag ten grondslag gelegd dat zij in Oekraïne zijn gediscrimineerd als Roma. Eiseres 1 en eiser 2 hebben daarnaast verklaard dat eiser 2 is opgeroepen om mee te vechten in de oorlog. Eisers 1 en 2 en eiseres 1 hebben verder nog verklaard dat dronken soldaten rotjes naar hun woning hebben gegooid. Eiser 3 en eiseres 2 hebben buiten de gestelde discriminatie verklaard over de problemen die zij hebben gehad met de vriend van hun dochter.

2. Bij de bestreden besluiten heeft verweerder de aanvragen van eisers tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen als kennelijk ongegrond1. Verweerder gelooft de verklaringen van eisers over hun asielmotieven, met uitzondering van de verklaringen van eiser 2 en eiseres 1 over de oproep voor militaire dienst. Verweerder heeft verder overwogen dat Oekraïne is aangewezen als veilig land van herkomst en dat eisers niet aannemelijk hebben gemaakt dat Oekraïne voor hen persoonlijk niet veilig is. Verweerder heeft aan eisers een vertrektermijn onthouden en hen een inreisverbod opgelegd voor de duur van twee jaar.

3. Eisers hebben in beroep aangevoerd dat verweerder zijn conclusie dat Oekraïne geldt als een veilig land van herkomst onvoldoende heeft gemotiveerd. Zij verwijzen daarbij naar de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Zwolle, van 6 december 20182 en van zittingsplaats ’s-Hertogenbosch van 10 oktober 20183. Daarnaast hebben zij verwezen naar een radio-uitzending van de VPRO4 en naar de bij de zienswijze overgelegde stukken, waaruit volgens hen blijkt dat het geweld ten aanzien van Roma in Oekraïne toeneemt. Eisers stellen zich op het standpunt dat Oekraïne voor hen onveilig is. Eisers hebben verder betoogd dat verweerder medisch onderzoek had moeten laten uitvoeren met het oog op het verlenen van uitstel van vertrek5.

De rechtbank overweegt als volgt.

4. De plaatsing van een land op de lijst van veilige landen van herkomst6, mits gedaan op basis van zorgvuldig onderzoek en voorzien van een deugdelijke motivering, verschaft het algemeen rechtsvermoeden dat een vreemdeling uit het desbetreffende land geen bescherming nodig heeft, omdat daar in het algemeen en op duurzame wijze geen sprake is van vluchtelingrechtelijke vervolging of behandeling in strijd met artikel 3 van het EVRM7. De verwijzing naar de aanwijzing volstaat dan in beginsel als motivering voor het afwijzen van een asielaanvraag als kennelijk ongegrond. Het is vervolgens aan de vreemdeling om aannemelijk te maken dat het land van herkomst voor hem persoonlijk niet veilig is.8

5. Verweerder dient de situatie in het als veilig aangewezen land van herkomst regelmatig opnieuw te bezien.9 De vreemdeling op zijn beurt behoudt te allen tijde de mogelijkheid om het bedoelde rechtsvermoeden te weerleggen en om aannemelijk te maken dat de algemene veiligheidssituatie ten tijde van het besluit op zijn asielaanvraag is gewijzigd.10 Een dergelijk standpunt kan ook betrekking hebben op de algemene veiligheid voor een bepaalde bevolkingsgroep11.

6. Oekraïne is sinds oktober 2016 aangewezen als een veilig land van herkomst12. Verweerder heeft hiervan in juni 2018 een herbeoordeling uitgevoerd13. Verweerder heeft hieruit geconcludeerd dat de situatie in Oekraïne in zijn algemeenheid niet in aanmerkelijke zin is gewijzigd.

7. Eisers zijn het er niet mee eens dat verweerder geen aanleiding heeft gezien om de bevolkingsgroep Roma alsnog uit te zonderen van de aanwijzing van Oekraïne als veilig land van herkomst. Voor zover eisers zich hierbij hebben beroepen op de uitspraak van de rechtbank, zittingsplaats Zwolle van 6 december 201714, overweegt de rechtbank dat het in die uitspraak gegeven oordeel over de motivering van de algemene veiligheid in Oekraïne is achterhaald, gegeven de door verweerder uitgevoerde herbeoordeling in juni 2018. Daarnaast hebben eisers zich in hoofdzaak beroepen op het in rechte vaststaande oordeel van de rechtbank, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch van 10 oktober 2018, dat verweerder in de herbeoordeling van Oekraïne als veilig land van herkomst onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de Roma niet zijn uitgezonderd van de aanwijzing, dan wel waarom zij niet verhoogde aandacht verdienen. De rechtbank, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch, heeft vastgesteld dat uit de herbeoordeling niet blijkt dat verweerder recente informatie over de positie van Roma in Oekraïne in de periode 2017 tot juni 2018 heeft betrokken, terwijl eisers in die zaak wel actuele informatie hadden aangeleverd waaruit bleek van recent geweld tegen Roma.

8. De rechtbank overweegt allereerst dat de uitspraak van 10 oktober 2018 de rechtskracht van de bestaande aanwijzing niet aantast. De uitspraak laat verder de mogelijkheid open dat verweerder afdoende motiveert waarom Oekraïne ook voor Roma nog altijd moet worden gezien als veilig land van herkomst. Daarbij valt uit de uitspraak niet af te leiden dat verweerder in die zaak zijn visie heeft gegeven op de genoemde actuele informatie over Roma in Oekraïne.

9. Verweerder heeft in de bestreden besluiten, in reactie op de in de zienswijze genoemde uitspraak van 10 oktober 2018, gewezen op de uitspraken van de rechtbank, zittingsplaats Middelburg van 6 september 201815 en (in de bestreden besluiten van eisers 1, 2 en eiseres 1) van 12 april 201816. In die uitspraken heeft de rechtbank eerder geconcludeerd dat Oekraïne ook voor Roma in beginsel geldt als een veilig land van herkomst. Bij dat oordeel heeft de rechtbank in de uitspraak van 6 september 2018 informatie betrokken over de algemene positie van Roma in Oekraïne zoals vervat in een brief van Vluchtelingenwerk Nederland van 13 augustus 2018. De uitspraak van de rechtbank is in hoger beroep bevestigd door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State17.

10. Zoals volgt uit de Procedurerichtlijn, ziet de verplichting tot herbeoordeling van als veilig aangemerkte landen van herkomst op het signaleren van ingrijpende wijzigingen met betrekking tot de mensenrechtensituatie in een dergelijk land18. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder in het bestreden besluit voldoende gemotiveerd dat de situatie in Oekraïne ook voor Roma niet in aanmerkelijke zin is gewijzigd sinds de aanwijzing als veilig land van herkomst in oktober 2016. Hoewel uit de informatie van Vluchtelingenwerk, zoals die eerder is beoordeeld in de hiervoor genoemde uitspraken van 10 oktober 2018 en 6 september 2018, blijkt van gevallen van (ernstige) mensenrechtenschendingen en voorkomend gebrekkig overheidsoptreden, moet uit de overgelegde informatie worden afgeleid dat de situatie in Oekraïne zich ook voor Roma nog steeds kenmerkt door de afwezigheid in het algemeen en op duurzame wijze van vluchtelingrechtelijke vervolging of behandeling in strijd met artikel 3 van het EVRM. De verwijzing van eisers naar de recente radio-uitzending over gewelddadigheden tegen Roma vormt geen aanleiding voor een ander oordeel.

11. Voor zover namens eisers ter zitting is gesteld dat de algemene veiligheidssituatie voor Roma in Oekraïne negatief wordt beïnvloed door een recent ingestelde staat van beleg in de regio waar eisers vandaan komen, overweegt de rechtbank dat deze stelling niet is onderbouwd en om die reden niet kan leiden tot een geslaagd beroep.

12. Eisers hebben niet aannemelijk gemaakt dat Oekraïne voor hen persoonlijk onveilig is. Met verweerder is de rechtbank van oordeel dat de door eisers gestelde problemen niet van dien aard zijn dat sprake is van vluchtelingschap of ernstige schade19. Eiser 2 en eiseres 1 hebben de ongeloofwaardigheid van de gestelde oproep voor militaire dienst niet bestreden. Zoals verweerder gemotiveerd en onbestreden heeft overwogen, valt uit de verdere verklaringen van eisers niet af te leiden dat zij als gevolg van discriminatie sociaal en maatschappelijk niet hebben kunnen functioneren. Daarnaast blijkt uit hun verklaringen dat zij zich niet hebben gewend tot de (hogere) autoriteiten in Oekraïne voor hulp of bescherming, hetgeen wel van hen mocht worden verwacht.

13. Verweerder heeft de asielaanvragen dan ook terecht afgewezen.

14. Voor zover eisers medische informatie hebben overgelegd, blijkt daaruit niet van medisch specialistische behandeling, noch van aanwijzingen voor het vermoeden dat hun uitzetting naar Oekraïne een ernstige verslechtering van hun gezondheidstoestand tot gevolg zal hebben. Het enkele bestaan van medische klachten en het feit dat zij medisch onderzocht worden, is hiervoor onvoldoende. Eisers worden niet gevolgd in hun stelling dat verweerder het Bureau Medische Advisering om advies dient te vragen, met het oog op het verlenen van uitstel van vertrek.

15. De beroepen zijn dan ook ongegrond.

16. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart de beroepen ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van S.A.K. Kurvink, griffier.

Deze uitspraak is in het openbaar gedaan, digitaal ondertekend en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen een week na de dag van bekendmaking. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.

1 Artikel 31, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) in samenhang met artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder b, Vw.

2 Zaaknummers NL17.12063 en NL17.12065

3 ECLI:NL:RBDHA:2018:12292

4 Uitzending 1 november 2018, https://www.vpro.nl/programmas/bureau-buitenland

5 Artikel 64 van de Vw

6 Artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw, artikel 3.105ba van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb) en artikel 3.37f van het Voorschrift Vreemdelingen 2000

7 Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden

8 Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (AbRS), 14 september 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2474

9 Artikel 3.105ba, derde lid, van het Vb

10 AbRS 14 september 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2474, r.o. 3.13.3.

11 Zie Conclusie Staatsraad Advocaat-Generaal Widdershoven 20 juli 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2040.

12 Brief van verweerder aan de Tweede Kamer, TK 2016-2017, dossier 19 637, nr. 2241

13 Brief van verweerder aan de Tweede Kamer, TK 2017-2018, dossier 19 637, nr. 2392

14 Zaaknummers NL17.12063 en NL17.12065

15 ECLI:NL:RBDHA:2018:11863

16 ECLI:NL:RBDHA:2018:5041

17 Uitspraak 17 oktober 2018, zaaknummer 201807692/1.

18 Richtlijn 2013/32/EU, overweging 48 en artikel 37, derde lid.

19 Artikel 29, eerste lid, onder a en b van de Vw