Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2019:679

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
23-01-2019
Datum publicatie
06-02-2019
Zaaknummer
C/09/546687 / HA ZA 18-92
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Overheidsaansprakelijkheid; invulling van de waarheidsplicht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JA 2019/73
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DEN HAAG

Team handel

zaaknummer / rolnummer: C/09/546687 / HA ZA 18-92

Vonnis van 23 januari 2019

in de zaak van

1 wijlen [eisende partij A] ,

2. [eisende partij B],

beiden wonende te [woonplaats] ,

eisers,

advocaat mr. D.W. Giltay Veth te Nieuw-Vennep,

tegen

GEMEENTE HILLEGOM,

gevestigd te Hillegom,

gedaagde,

advocaat mr. A.P.E. de Ruiter te Zwolle.

Partijen zullen hierna [A c.s.] en de Gemeente genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

de dagvaarding,

de akte inbrenging producties 1-39 van 31 januari 2018 van de zijde van [A c.s.] ,

de akte aanvulling productie 30 van 31 januari 2018 van de zijde van [A c.s.] ,

de conclusie van antwoord met producties 1-13,

het tussenvonnis van 2 mei 2018 waarbij een comparitie van partijen is bevolen,

de akte overlegging producties 40-51 + aanbod getuigenbewijs van 19 oktober 2018 van de zijde van [A c.s.] ,

de brief van 8 november 2018 met producties 14-17 van de zijde van de Gemeente ,

de brief van 9 november 2018 met productie 52 van de zijde van [A c.s.] ,

het proces-verbaal van de op 15 november 2018 gehouden comparitie van partijen.

1.2.

Ten slotte is een datum voor vonnis bepaald.

2 De feiten

De betrokkenen

2.1.

In augustus 1984 betrekt [A c.s.] de woning aan de [adres] (hierna: de woning). De [Straat] loopt langs de Weerlanervaart, de waterverbinding tussen de Vossepolder en de Weerlanerpolder. Een kaart van de polders met daarop aangegeven plaats van de woning is hierna opgenomen als afbeelding 1.

2.2.

De Gemeente heeft rond 2006 plannen ontwikkeld voor woningbouw in de Vossepolder. Zij is daartoe overeenkomsten aangegaan met woningstichting Stek en bouwondernemingen Dura Vermeer en Ballast Nedam. De Vossepolder is in opdracht van de Gemeente bouwrijp gemaakt door Aannemingsmaatschappij Markus B.V. (hierna: Markus). Dit project wordt hierna als geheel aangeduid als “het bouwproject”.

2.3.

Namens de Gemeente was Advies- en Ingenieursbureau Tauw (hierna: Tauw) als ontwerper, directievoerder en toezichthouder bij het bouwproject betrokken.

2.4.

De Weerlanerpolder en Vossepolder liggen in het beheersgebied van het Hoogheemraadschap van Rijnland (hierna: het Hoogheemraadschap).

De vergunningsvoorwaarden

2.5.

Bij keur van 22 mei 2006 verleent het Hoogheemraadschap de Gemeente vergunning voor het uitvoeren van verschillende werkzaamheden in de Vosse- en Weerlanerpolder, ten behoeve van het bouwproject. Aan deze vergunning verbindt het Hoogheemraadschap onder meer de volgende voorwaarden:

Beschoeiing

11. De damwand en de beschoeiing moet deugdelijk geconstrueerd en van een voldoende lengte zijn.

(…)

Waterkering

(…)

31. Graven in of doorgraven van een bestaande waterkering mag niet zonder toestemming van het hoofd van de afdeling Handhaving van Rijnland. Deze toestemming wordt pas gegeven als:

- de waterkering voltooid, geconsolideerd en voldoende stabiel is;

(…)

41. Tijdens en als gevolg van de uitvoering van de werken mag de stabiliteit en/of waterkerendheid van de waterkering niet naar het oordeel van de afdeling Handhaving worden verstoord.

(…)

3. OVERWEGINGEN BETREFFENDE DE LOKALE WATERHUISHOUD-KUNDIGE VERZORGING

De in deze ontheffing gestelde voorschriften zijn gebaseerd op werken welke zijn gelegen in Vosse- en Weerlanerpolder, waar sinds de afkondiging van het laatste peilbesluit (1993) de volgende peilen worden gehanteerd:

Vast peil is NAP minus (1,80) m;

Werkzaamheden in de Vossepolder

2.6.

Tussen 2006 en 2010 maakt Markus de grond in de Vossepolder in twee fasen bouwrijp. In 2008 beginnen woningstichting Stek en bouwondernemingen Dura Vermeer en Ballast Nedam met de aanleg van straten en de bouw van woningen in de Vossepolder.

2.7.

Eind 2008 geeft Markus aan BK Ingenieurs B.V. (hierna: BKI) opdracht een berekening uit te voeren ten behoeve van een houten damwand langs de Weerlanervaart, die de noordelijke grens van de Vossepolder vormt. Zie hiervoor Afbeelding 1:

Afbeelding 1: Vosse- en Weerlanerpolder met perceel [A c.s.]

De plannen voorzien in het aanbrengen van een damwand in de bestaande dijk van NAP -1,0 meter tot NAP -6,5 meter diepte, over een lengte van circa 230 m. In haar rapport van 7 november 2008 schrijft BKI onder meer het volgende:

1.2 Randvoorwaarden en uitgangspunten

De grondkerende constructie is ingedeeld in veiligheidsklasse I volgens CUR-publicatie 166 Damwandconstructies.

(…)

Door de opdrachtgever is een voorkeur aangegeven voor de toepassing van een houten damwand.

(…)

5 Conclusies

De vervorming van de houten damwand bedraagt 85 mm in de gebruikssituatie op maaiveldniveau en circa 60 mm op 1 meter onder maaiveld. De vervorming op maaiveldniveau is fors gezien de lengte van de damwand. Door de opdrachtgever zijn echter geen maximale eisen gesteld aan de vervorming.

(…)

Er is geen rekening gehouden met een permanente verticale belasting direct naast de damwand aangezien zich hier de gasleiding bevindt.

(…)”

2.8.

In mei 2009 wordt de houten damwand (hierna: de damwand) als gepland aangebracht in de dijk langs de Weerlanervaart, aan de noordzijde van de Vossepolder. De woning van [A c.s.] bevindt zich op circa 30 meter afstand ten noorden van de dijk.

Problemen met de damwand

2.9.

Na een bezoek van een van haar toezichthouders aan de damwand bericht het Hoogheemraadschap de Gemeente bij brief van 12 juni 2009 als volgt:

“Op 15 mei 2009 heeft de heer [toezichthouder] , toezichthouder van het hoogheemraadschap van Rijnland, de werken bezocht. Doel van dit bezoek was om te beoordelen of u heeft voldaan aan de vergunningsvoorwaarden. Gebleken is, dat u de voorschriften van uw keurvergunning heeft overtreden.

Maatregelen

Om het gevaar voor instabiliteit van de waterkering te beperken, zijn de volgende afspraken gemaakt:

Besloten is, om de gegraven watergang te dempen. Hiertoe is besloten omdat, op grond van scheurvorming in de bodem en het wijken van de geplaatste damwand, de kans op instabiliteit van de waterkering te groot werd geacht.

Uitvoering van werken, die van invloed kunnen zijn op de stabiliteit van de waterkering, zijn gestaakt en zullen niet worden uitgevoerd, voordat onderzoek is gedaan naar deze stabiliteit en dan niet voordat Rijnland hierover is geïnformeerd.

Een gespecialiseerd bureau zal, in opdracht van de gemeente Hillegom, onderzoek doen naar de stabiliteit van de waterkering. (…)”

2.10.

De Gemeente geeft Tauw opdracht de stabiliteit van de damwand te onderzoeken. In haar notitie van 23 juli 2009 schrijft Tauw daarover onder meer het volgende:

Te maken situatie

Inmiddels is gebleken dat door waterophoping aan de zijde van de boezem de damwand instabiel is bij de aanleg van de watergang. Derhalve is ervoor gekozen geen watergang te graven. Op de locatie van de watergang zal een voetpad worden aangebracht.

Om waterophoping in de kade te voorkomen zal onder het voetpad een IT riool worden aangebracht en drainagegaten in de damwand. (…)

Uitvoeringsmethode

In eerste instantie zullen de drainagegaten in de damwand worden aangebracht. Hierdoor zal het waterbezwaar in de kade worden verminderd. In de kade worden een viertal peilbuizen geplaatst om de grondwaterstand te controleren. De grondwaterstand dient aan de boezemzijde tijdens de aanleg van het IT riool verlaagd te zijn tot minimaal NAP-1,8 m.”

2.11.

Op 23 september 2009 stuurt Tauw haar rapport “Toetsing macrostabiliteit binnentalud kade Vossepolder-Noord” aan het Hoogheemraadschap. In de uitgangspunten bij haar berekeningen schrijft zij onder meer:

“De eerder gegraven teensloot is gedempt, in de teen van de kade bevindt zich nog wel de houten damwand met een lengte van 5,5 m die oorspronkelijk als kerende constructie moest dienen. De damwand is in de berekening meegenomen als een forbidden line, verder heeft de damwand geen functie meer.”

Het resultaat van de toetsing is volgens Tauw dat er geen risico bestaat op hydraulische kortsluiting en dat de stabiliteit van het binnentalud groter is dan vereist.

2.12.

Op 6 december 2010 worden rond het middaguur de laatste heipalen voor het bouwrijp maken van de Vossepolder aangebracht. Eind die middag springen er in de voorkamer van de woning van [A c.s.] scheuren in de muren en plavuizen.

2.13.

Op 7 december 2010 bezoeken medewerkers van de Gemeente en Markus de woning.

2.14.

Bij brief van 10 december 2010 stelt [A c.s.] de Gemeente, Dura Vermeer en Ballast Nedam aansprakelijk voor de schade aan de woning. [A c.s.] verzoekt de genoemde partijen om de bouw en grondverzet activiteiten in de Vossepolder onmiddellijk te staken.

2.15.

De Gemeente geeft Tauw opdracht een analyse te maken van de risico’s die de trillingen van het heien van funderingspalen voor de woningen meebrengen voor de boezemkade langs de noordzijde van het bouwproject. In haar rapport van 13 december 2010 schrijft Tauw onder meer het volgende:

“De volgende uitgangspunten zijn gehanteerd in de analyse:

(…)

de boezemkade is voldoende veilig in de huidige situatie (SF > 1,7). Met de huidige situatie wordt bedoeld de situatie voordat de watergang langs de teen werd gegraven

er treedt geen hydraulische kortsluiting op tussen de boezem en het achterland, waardoor lekkage van water vanuit de boezem naar de polder via ondergelegen zandlagen niet aannemelijk is

(…)

er is een houten damwand langs de teen van de kade geplaatst. Tussen de teen en de kade ligt nog de gasleiding van NV Gasunie

de sloot voor de damwand is aangevuld in verband met dreigende instabiliteit van de kade, na ontgraving bleek dat de damwand horizontaal niet voldoende plaatsvast was

achter de damwand nabij de leiding is ook (beperkt) opgehoogd met zand

(…)

Onze conclusie is dat er op basis van de ons bekende gegevens een beperkt verhoogd risico is voor instabiliteit van de boezemkade langs de noordelijke zijde van het plan Vossepolder. Dit geldt vooral door de mogelijk afgenomen sterkte van de boezemkade door het tijdelijk uitgraven van de watergang en doordat er zich een hogere freatische waterstand heeft ingesteld achter de damwand in de richting van de teen van de boezemkade. De bodem is daardoor mogelijk minder sterk.

Bovengenoemde effecten lijken echter niet dermate sterk te zijn, dat het heiwerk helemaal geen doorgang zou kunnen vinden.

Er is mogelijk een risico voor de stabiliteit van de boezemkade. Echter, de situatie kan gecontroleerd en gemonitord worden voor en tijdens de heiwerkzaamheden waardoor negatieve effecten snel bekend zijn.”

2.16.

Bij mandateringsbesluit van 23 december 2010 draagt de Gemeente Tauw op om de waterkeringen tijdens de heiwerkzaamheden te monitoren en om aanvullend onderzoek te verrichten ten behoeve van een definitieve oplossing voor het verbeteren van de stabiliteit van de dijk. In dit besluit staat onder meer:

Inleiding:

Met het bouwrijp maken van de Vossepolder, in juni 2009, bleek dat de kwaliteit van de waterkering van de Weerlanervaart niet overeen komt met de berekeningen.

Door het aanbrengen van de houten damwand is de grondwaterstand in het dijklichaam verhoogd. Hierdoor is de stabiliteit afgenomen.

Overleg met het Hoogheemraadschap en de Gasunie hebben niet geleid tot een oplossing.

In december 2010 meldt een bewoner aan de [Straat] schade. Hierop is met Rijnland en onze adviseur de situatie opnieuw bekeken.

Het Hoogheemraadschap van Rijnland en gemeente Hillegom constateren dat het monitoren van de waterkeringen, tijdens de heiwerkzaamheden ten behoeve van de woningen van Ballast Nedam, nodig is. Ook is voor het vinden van een definitieve oplossing voor het verbeteren van de stabiliteit van de dijk aanvullend onderzoek met berekeningen nodig.”

2.17.

Bij brief van 28 december 2010 wijst de Gemeente aansprakelijkheid voor de schade van [A c.s.] van de hand omdat op basis van het advies van Tauw niet aannemelijk is dat die schade is ontstaan als gevolg van werkzaamheden waarvoor de Gemeente vergunning heeft verleend. De Gemeente zegt toe de bouwwerkzaamheden te blijven controleren op basis van de afgegeven vergunningen.

2.18.

In haar rapport van 3 februari 2011 met de titel ‘Gevoeligheidsanalyse stabiliteit boezemkade Vossepolder te Hillegom’ schrijft Tauw in de inleiding:

“In het kader van het bouwplan ‘Vossepolder’ zijn watergangen bij de teen van de boezemkade verlegd. Eerder is een stabiliteitsanalyse opgesteld van de boezemkade (rapport … Tauw, 23 september 2009) waarbij is aangetoond dat de kade ruim voldoende is met betrekking tot macrostabiliteit binnenwaarts. Echter nadat deze watergangen zijn verlegd is een verschuiving van de waterkering richting de watergang geconstateerd. In de huidige situatie zijn de watergangen dichtgemaakt om verdere verschuiving te voorkomen.”

en in de conclusie:

“De resultaten van de gevoeligheidsanalyse tonen dat de boezemkade zowel met als zonder aanwezigheid van de watergang ruim aan de maximaal vereiste stabiliteitsfactor van 1,08 voldoet mits er een damwand in de teen van de boezemkering aanwezig is en er geen hogere bovenbelasting dan 5 kN/m2 optreedt.

Bij het ontwerp van de boezemkade met de gegraven watergang en zonder damwand, is de stabiliteit van de boezemkade ruim onvoldoende. Ook wanneer de bovenbelasting hoger is dan 5 kN/m2, is de stabiliteit van de kade met en zonder watergang bij de teen onvoldoende.

Geconcludeerd kan worden dat er geen verklaring gegeven kan worden met betrekking tot het faalmechanisme macrostabiliteit binnen voor het optreden van de horizontale verschuiving van de waterkering.”

2.19.

In een notitie van 22 april 2011 met de titel “Alternatieven houten damwand in teensloot boezemkade Vossepolder Noord te Hillegom” schrijft Tauw:

3 Berekeningen

(…)

Door BK Ingenieurs bv is voor de huidige houten damwand een berekening uitgevoerd. (…) Doordat de damwand in de waterkeringszone staat, dient gerekend te worden met een veiligheidsklasse II welke hoger is ten opzichte van de eerder gehanteerde veiligheidsklasse I. Wanneer de damwandberekening van BK Ingenieurs bv berekend wordt met een veiligheidsklasse II blijkt de damwand niet te voldoen.

Door de opdrachtgever zijn geen eisen gesteld aan de toelaatbare vervorming van de damwand. Gezien het feit dat horizontale grondvervorming in de waterkeringzone ongewenst is en mede door de ligging van de gasleiding achter de damwand, is een grote uitbuiging ongewenst. Als uitgangspunt wordt een maximale vervorming van 50 mm à 60 mm aangehouden

(…)

4 Conclusie/ aanbevelingen

Aan de noordzijde van de woningbouwlocatie Vossepolder is ter plaatse van de boezemkade een houten damwand in de teen van de kade aangebracht. Bij de realisatie van de watergang langs de houten damwand, verplaatste de bovenzijde van de damwand en ontstond scheurvorming in de grond aan de boezemzijde van de damwand. De aannemer heeft de watergang gedempt en daarna zijn de graafwerkzaamheden gestaakt. Uit onderzoek is gebleken dat er waterophoping achter de damwand aan de boezemzijde ontstaat waardoor de vervorming van de damwand te groot wordt en scheurvorming nabij de kade optreedt.

Om in het plangebied te voldoen aan de watercompensatie wil de gemeente Hillegom de watergang wel realiseren. Om de watergang te kunnen graven en de veiligheid van de kade te waarborgen, zijn een aantal varianten beschouwd, op haalbaarheid getoetst en berekend. Om een veilige situatie te creëren dient de houten damwand blijvend stabiel te zijn. Uit de berekening van de huidige situatie waarbij aan de boezemzijde een hoge waterstand heerst, voldoet de damwand niet.

(…)”

2.20.

Bij brief van 26 april 2011 schrijft het Hoogheemraadschap aan de Gemeente:

“Zoals bekend, doen zich bij het project Vossepolder in Hillegom en het daarbij veranderen van de waterhuishouding, (graven, dempen en beschoeiingen plaatsen) diverse problemen voor.

A: Aangebrachte damwand (zie bijlage)

De werken worden uitgevoerd op basis van de door ons (…) aan de gemeente Hillegom verleende vergunning.

In deze vergunning is o.a. opgenomen, dat aan de noordzijde van het projectgebied langs de teen van de waterkering een watergang zou worden gegraven en dat deze zou worden voorzien van een beschoeiing. In 2009 is geconstateerd, dat in plaats van een beschoeiing, een hardhouten damwand is aangebracht en dat met het graven van de waterpoldergang, de damwand en de waterkering dreigden te bezwijken. Het graven is direct gestaakt en het reeds gegraven gedeelte weer aangevuld.

(…)

Wij constateren, dat, nadat maatregelen in overleg met Rijnland zijn getroffen, nog steeds niet goed verklaard kan worden, waardoor in 2009 de damwand in horizontale zin is verplaatst en de grondwaterhuishouding is verstoord. Het is daarom, ondanks de uitgevoerde gevoeligheidsanalyse, nog steeds niet mogelijk, een oordeel te vellen over de stabiliteit en veiligheid van de waterkering.

Het is in relatief droge perioden nog steeds erg nat aan de kadezijde van de damwand. Dit heeft een nadelig effect op de stabiliteit van de boezemkade. Daarnaast wordt de toegankelijkheid en daarmee het onderhoud aan de kade, door deze drassige situatie belemmerd. Om deze problemen op te lossen, zijn wij van mening dat maatregelen nodig zijn, om de oorspronkelijke freatische lijn in de waterkering te herstellen.

U dient binnen acht weken na de verzenddatum van deze brief, middels een vergunningaanvraag, aan te geven, op welke wijze het onderhoud en de stabiliteit van de kering (c.q. de freatische lijn) kan worden hersteld. Hiernaast dient u aan te geven, op welke wijze het tekort aan water binnen het projectgebied wordt gecompenseerd.”

2.21.

Bij brief van 21 oktober 2011 dient Tauw namens de Gemeente een verzoek in tot aanpassing van de vergunning. In die brief staat onder meer:

“N.a.v. overleg op 20 mei 2011 tussen de gemeente Hillegom en uw collega’s de heren [heer I] en [heer II] en de e-mail van de heer [heer I] van 22 augustus 2011 betreffende de problematiek van de boezemkade Vossepolder Noord doen wij bij dezen een verzoek tot aanpassing van keurvergunning V.41837.

(…)

Aanpassing keurvergunning

Gebleken is dat de stabiliteit van de boezemkade niet kan worden gewaarborgd middels de geplaatste houten damwand. Derhalve is besloten de watergang parallel aan deze kade te vervangen door een drainagebuis. Er zullen voldoende openingen in de damwand worden aangebracht om infiltratiewater richting de polder door te laten. (…)”

2.22.

Bij besluit van 29 november 2011 heeft het Hoogheemraadschap de keurvergunning gewijzigd. In dit besluit overweegt zij onder meer het volgende:

Overwegende stabiliteit kering:

(…)

- dat in 2009 is geconstateerd dat als gevolg van de aanleg van een damwand de stabiliteit van de kering is verstoord;

- (…)

- dat in overleg met de gemeente Hillegom is besloten de alternatieven in het rapport “Alternatieven houten damwand in teensloot boezemkade Vossepolder Noord te Hillegom” d.d. 22 april 2011 niet verder uit te werken;

- dat op 20 mei 2011 een overleg te Hillegom heeft plaatsgevonden (…) waarbij een alternatief is uitgewerkt;

- dat het ontwerp van het drainagesysteem, zoals weergegeven op tekening 2 [van de brief van Tauw], d.d. 21 oktober 2011, overeenkomt met hetgeen tijdens het overleg op 20 mei 2011 is besproken;”

2.23.

In de avond van 4 februari 2012 stuwt in de woonkamer van [A c.s.] circa zes vierkante meter van de constructievloer op en knakt.

2.24.

Ongeveer vijfeneenhalf jaar later, op 12 september 2017, is in opdracht van de Gemeente begonnen met de aanleg van een Infiltratie- en Transportriool, een met geotextiel omwikkelde geperforeerde horizontale buis in de bodem die dient als drainagesysteem.

Deskundigenrapporten en voorlopig deskundigenbericht

2.25.

[A c.s.] meldt de schade bij zijn rechtsbijstandsverzekeraar, die IFCO Funderingsexpertise BV (hierna: IFCO) opdracht geeft de melding te onderzoeken. In de periode van 19 april 2011 tot april 2012 doet ir. [X] van IFCO onderzoek naar een mogelijk causaal verband tussen de schade aan de woning van [A c.s.] en vier soorten werkzaamheden rond het bouwproject: de heiwerkzaamheden op 250 meter afstand van de woning; de grondophogingen in de Vossepolder ten bate van een snellere zetting; de ondergrondse kalksteenstort op 50 meter van de woning; en in oktober 2010 op 200 meter afstand van de woning geboorde Warmte Koude Opslag-installatie.

2.26.

In zijn rapport van 27 april 2012 komt ir. [X] tot de volgende bevindingen:

“Op 15 november 2011 werd via peilbuis (B4) een freatische grondwaterstand gemeten van NAP -2,61 m. Dat houdt in dat het grondwaterniveau in peilbuis B4 toen 0,08 m hoger stond dan de bovenkant van de betonnen vloer. Dit heeft tot gevolg dat de betonnen vloer van onderuit vanwege de ontstane wateroverspanning met grondwater werd volgeperst.

(…)

De reden dat ter plaatse van de woning sprake is van wateroverlast waarbij de grondwaterstand soms stijgt tot aan het maaiveld is dat sprake is van kwel naar boven van water afkomstig van de tussenzandlaag.(…)

Op basis van de huidige gegevens is het niet verklaarbaar waardoor dit wordt veroorzaakt. Het is merkwaardig dat de stijghoogte in de tussenzandlaag hoger is dan de stijghoogte in het eerste watervoerende zandpakket (beneden NAP -12,5 m) en hoger dan het maaiveldniveau. Beantwoord dient te worden de vraag hoe het komt dat de stijghoogte in de tussenzandlaag hoger is dan de freatische grondwaterstand (direct beneden maaiveld) en de stijghoogte van het grondwater in het Eerste Watervoerende pakket. Waardoor en waarmee wordt deze tussenzandlaag gevoed zodat de stijghoogte erin hoger is dan in de grondlagen erboven en er beneden. Het is niet bekend of deze situatie altijd al aanwezig is geweest, of pas sinds de laatste tijd voorkomt.”

2.27.

De Gemeente had voor het bouwproject (“Bouwrijp maken Vossepolder te Hillegom”) een CAR-verzekering afgesloten bij Achmea. Op 21 augustus 2012 heeft Achmea de ALC Groep B.V. (hierna: ALC) opdracht gegeven om een tegenonderzoek uit te voeren naar de toedracht van de schade aan de woning van [A c.s.] Daartoe heeft ing. [Y] op 11 oktober 2012 met de Gemeente gesproken, en op 5 december 2012 met [A c.s.]

2.28.

In zijn rapport van 20 maart 2013 reageert ir. [Y] op de bevindingen van IFCO:

“(…) In dit rapport [van IFCO] wordt geen antwoord gegeven op de oorzaak van de wateroverlast in/rond de woning op het schadeadres. Wel komt men tot de conclusie dat er geen aanwijzingen zijn dat de kwel door de klei- en veenlaag wordt/is veroorzaakt door heiwerk ten behoeve van de nieuwbouw in de Vossepolder. Tevens wordt vermeldt dat het bouwrijp maken van de Vossepolder geen invloed kan hebben gehad op de stijghoogte van het grondwater ter plaatse van de woning op het schadeadres. (…)

(…)

Oorzaak

Op basis van het rapport van IFCO kan met betrekking tot de mogelijke oorza(a)k(en) van de wateroverlast in/rond de woning op het schadeadres worden genoemd:

de huidige drainage rondom de woning functioneert niet meer naar behoren;

de waterhuishouding in de Weerlanerpolder is gewijzigd (Waterschap Rijnland);

lekkage(s) in het bij de nieuwbouw van de Vossepolder aangebrachte gesloten warmtesysteem (Dura Vermeer Bouw B.V.).

Dat de wateroverlast in/rond de woning is veroorzaakt door het bouwrijp maken van de Vossepolder, is op basis van de voorliggende informatie en stukken niet aannemelijk en niet aangetoond.”

2.29.

[A c.s.] dient op 2 mei 2014 een verzoekschrift in tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor. Bij beschikking van 11 augustus 2014 benoemt deze rechtbank ir. H.T. Sman van bureau Deltares als deskundige en beveelt een onderzoek ter beantwoording van de volgende vragen:

“1. Is er een verband tussen een eventueel veranderde grondwaterstand en de werkzaamheden die in de Vossepolder zijn uitgevoerd (voorbelasten, woonrijp maken, heien en boren van diepe bronnen)?

2. Is er een verband tussen de eventueel veranderde grondwaterstand en het oppervlaktewaterpeil rondom de woning (functioneren duiker/sifon)?

3. Zijn er nog andere punten die u naar voren wilt brengen?”

2.30.

Op 13 januari 2015 stuurt ir. Sman zijn conceptrapport voor reactie aan partijen.

2.31.

Op verzoek van de Gemeente doet Tauw nader onderzoek naar de vraag of het plaatsen en/of het verschuiven van de damwand tot grondwaterproblemen kan hebben geleid. In haar reactie aan de deskundige van 9 april 2015 schrijft Tauw onder meer:

3 Analyse

Op basis van een eerste beschouwing van de situatie kan de volgende analyse van de situatie en de probleemstelling worden gemaakt. Deltares benoemt in het deskundigenonderzoek dat de damwand een mogelijke oorzaak kan zijn van de wateroverlast ter plaatse van het perceel aan de [adres] .

Als de damwand voor een verticale lekkageweg zou zorgen waardoor water uit pakketten met een hogere waterstand naar de freatisch pakketten loopt, zou dat niet alleen ter plaatse van het perceel aan de [adres] tot grondwaterstandstijging leiden, maar in een grotere zone en dus ook bij de andere percelen aan de [Straat] . In het rapport van Deltares staat beschreven dat dit niet het geval is. Ook het waterschap (meer kwel in de sloten, natte plekke in de teen van de kade, andere beheerderswaarnemingen) zou problemen kunnen hebben in relatie tot de veiligheid van de regionale kering in de Weerlanervaart.

Daarnaast impliceren zichtbare scheuren aan maaiveld (als gevolg van horizontale vervormingen) niet dat over de volledige diepte (lengte van de damwand) er een scheur of open ruimte zou ontstaan. De diepere slappe lagen zijn erg zacht en vormen zich snel weer langs de damwand en sluiten holtes af. Dit zou al op korte termijn en zeker niet na enkele jaren later tot een verstoorde situatie leiden.

Mochten er veranderingen in de grondwaterstand zullen optreden bij de damwand, dan zullen deze waarschijnlijk niet verder doorwerken tot voorbij de Weerlanervaart. Het oppervlaktewater heeft namelijk een dempende werking op eventuele freatische grondwaterstandsveranderingen.

Op basis van de eerste beschouwingen lijkt het niet waarschijnlijk dat de damwand voor het grondwatereffect ter plaatse van [adres] heeft geleid. Opgemerkt wordt dat er beperkte gegevens voorhanden liggen, zodat bovenstaande alleen kan worden gezien als een eerste beschouwing.

Vooral de lage stijghoogte in de tussenzandlaag is opmerkelijk. Om hier meer inzicht in te krijgen zou aanvullend literatuur- (onttrekkingen in de omgeving), veld- en modelonderzoek nodig zijn. Met dit onderzoek kan ook meer inzicht worden verkregen in:

1. De oorzaak van de wateroverlast

2. Het daadwerkelijke effect van de damwand op de grondwaterstand”

2.32.

In zijn rapport van 16 april 2015 komt ir. Sman voor wat betreft de invloed van de damwand tot de volgende conclusie:

Ad. B2 – werkzaamheden aan de kade van de Weerlanervaart

In de Vossepolder is medio 2009 langs de Weerlanervaart een houten damwand geplaatst. Deze damwand is geplaatst in de teen van de dijk. Als gevolg van hoge grondwaterstanden in de kade is de houten damwand kort na aanleg in de richting van de Vossepolder verplaatst. De damwand is ingebracht tot een diepte van NAP -5,5 m. Door het verplaatsen van de damwand zou mogelijk een ruimte kunnen zijn ontstaan, waardoor water vanuit de vaart beter infiltreert naar de zanderige tussenlaag. Dit is sterk afhankelijk van de bodemopbouw ter plaatse en de doorlatendheid van de verschillende bodemlagen. Op basis van de sonderingen nabij de woning zou de damwand niet reiken tot in de zanderige tussenlaag.

Op basis van de beschikbare gegevens kan dit mechanisme niet worden uitgesloten. De voeding van de zanderige tussenlaag ter plekke van de houten damwand en vervolgens optredende kwel vanuit de zanderige tussenlaag in de omgeving, is een van de mogelijke mechanismen die zouden kunnen resulteren in hogere grondwaterstanden ter plaatse van [adres] .

Opgemerkt wordt dat het Waterschap niet beschikt over een permanent meetnet voor grondwaterstanden. Ook in het grondwaterarchief van TNO zijn voor de omgeving van de Weerlanervaart geen grondwaterstanden beschikbaar.

Op basis van de beschikbare gegevens is echter niet te bepalen of de grondwaterstijghoogte in deze laag is veranderd als gevolg van het plaatsen van de damwand, doordat er geen historische gegevens beschikbaar zijn.”

2.33.

Verder concludeert ir. Sman over de schade aan de vloer het volgende:

“3.2.5 Mogelijke oorzaak van schade aan de vloer

Gelet op de opgetreden schade en de aard van de schade (…) is een mogelijke hypothese voor het ontstaan van de schade een vorstindringing in de bodem bij de vorstrand, waardoor deze rand omhoog is gekomen. (…) Opgemerkt wordt dat de aanwezige hoge grondwaterstanden de kwetsbaarheid van de fundering voor vorst verhogen.

Uitgaande van de hypothese dat de schade is ontstaan door vorstindringing, kunnen de volgende overwegingen gemaakt worden:

Gegeven het feit dat er tussen de aanleg van de woning (1977), de uitbreiding van de woning (februari 1985) en de eerste schademelding (6 december 2010) een periode van 33 respectievelijk 25 jaar zonder schade is geweest, maken het aannemelijk dat niet alleen een vorstperiode de oorzaak kan zijn van de opgetreden schade. In de tussenperiode zijn meerdere vorstperiodes geweest.

Op basis van de redenering onder 1 is het dan ook niet aannemelijk dat er altijd sprake geweest zou zijn van hoge grondwaterstanden. In dat geval zou al in een eerdere vorstperiode schade zijn ontstaan. Dit kan echter niet met meetgegevens worden onderbouwd, daar er geen historische meetgegevens beschikbaar zijn.

De gemeten hoge grondwaterstijghoogten in de zanderige tussenlaag veroorzaken, onder andere, een permanente kwelstroom naar het zanderige pakket aan maaiveld. Dit resulteert in hoge grondwaterstanden in de ondiepe bodemlaag. Deze situatie is vanaf 2010 gesignaleerd door de bewoners. Verder volgt uit het expertiserapport dat deze situatie zich op naburige locaties niet voordoet.

De meest aannemelijke oorzaak van het ontstaan van de schade aan de vloer lijkt vooralsnog het opdrukken van de vorstrand door indringing van vorst in de bodem, mede veroorzaakt door de hoge grondwaterstand ter plaatse van de woning.

(…)

3.3.3

Andere punten

(…) Ten slotte wordt opgemerkt dat de woning is gebouwd op een staalfundering, waarbij onder de woning slappe lagen in de bodem voorkomen. Polders met slappe lagen in de ondergrond worden gekenmerkt door een autonome zetting, waardoor maaiveld en woning geleidelijk lager komen te liggen. Afhankelijk van de aanpassing in het polderpeil kan deze ‘natuurlijke’ zakking ook een geleidelijke bijdrage hebben geleverd aan het optreden van een afnemende drooglegging onder de woning. Welke maaivelddaling is opgetreden dient eventueel nader te worden onderzocht.”

3 Het geschil

3.1.

[A c.s.] vordert – samengevat – verklaringen voor recht dat de Gemeente jegens [A c.s.] onrechtmatig handelt en dat zij jegens [A c.s.] aansprakelijk is voor de door dit onrechtmatig handelen veroorzaakte schade aan de woning en het woongenot van [A c.s.] vordert daarnaast veroordeling van de Gemeente tot betaling van schadevergoeding, op te maken bij staat, vermeerderd met rente en kosten. Verder vordert [A c.s.] dat het vonnis zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard.

3.2.

[A c.s.] stelt daartoe – kort gezegd – dat het door de Gemeente plaatsen van een damwand in de waterkering van de Weerlanervaart in strijd met de keurvergunning is gebeurd. Verder stelt [A c.s.] dat de damwand ondeugdelijk is, dat de Gemeente ten onrechte geen toezicht heeft gehouden op bouwwerkzaamheden in de Vosse- en Weerlanerpolder en dat de Gemeente cruciale informatie heeft achtergehouden voor zowel [A c.s.] als voor de deskundigen die door de jaren heen de schade aan de woning hebben onderzocht.

3.3.

De Gemeente voert verweer.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

Onrechtmatigheid en relativiteit

4.1.

De eerste vraag die de rechtbank in deze zaak moet beantwoorden, is of de Gemeente een zorgvuldigheidsnorm heeft geschonden die strekt tot bescherming van de belangen van [A c.s.] De rechtbank is van oordeel dat dit het geval is en ziet hiervoor twee grondslagen: schending van de keurvergunning en plaatsing van een ondeugdelijke damwand.

Schending keur 22 mei 2006 en herziene keur 29 november 2011

4.2.

De voorschriften in de keurvergunningen zijn gericht op handhaving van de veiligheid en stabiliteit van de waterkering. Deze voorschriften strekken tot de bescherming van onder meer diegenen die bij de veiligheid en stabiliteit van de waterkering een direct belang hebben, zoals burgers die nabij de waterkering wonen. De voorschriften strekten dus mede tot de bescherming van [A c.s.] , zodat overtreding van die voorschriften jegens [A c.s.] onrechtmatig is.

4.3.

In haar brief aan de Gemeente van 12 juni 2009 stelt het Hoogheemraadschap vast dat de Gemeente de voorschriften van de keurvergunning van 22 mei 2006 had overtreden, nu de aanleg van de damwand de stabiliteit van de waterkering had aangetast.

4.4.

De Gemeente betoogt dat het Hoogheemraadschap dit ten onrechte vaststelde en verwijst daarvoor naar rapporten van BK en Tauw. De rechtbank gaat aan dit verweer voorbij, nu Tauw en de Gemeente zelf nadien herhaaldelijk in stukken hebben benoemd dat de waterkering door de (verplaatsing van de) damwand vlak na plaatsing instabiel was geworden (zie ook rechtsoverwegingen 4.14-4.17 hierna).

4.5.

De Gemeente stelt verder dat een eventuele schending van de keur van 22 mei 2006 is geheeld doordat de op de damwand ziende voorschriften bij keur van 29 november 2011 (deels) zijn herzien. Ook aan dit betoog gaat de rechtbank voorbij, reeds omdat de Gemeente pas in september 2017 is begonnen met de aanleg van het in de herziene keur vereiste drainage-systeem. In elk geval tot dat moment was dus niet voldaan aan de voorschriften van de herziene keurvergunning, hetgeen jegens [A c.s.] onrechtmatig is.

Damwand ondeugdelijk

4.6.

Een tweede grond voor onrechtmatigheid is de schending van de norm dat een overheidslichaam als de Gemeente, in verband met ingrijpende werkzaamheden als de onderhavige, welke voor derden als [A c.s.] het gevaar meebrengen van schade aan zaken die aan hen toebehoren, verplicht is voldoende maatregelen te treffen om zulke schade te voorkomen.

4.7.

Tauw constateert in haar notitie van 22 april 2011 dat de oorspronkelijk door BK voor de damwand gemaakte berekeningen onjuist waren, omdat BK bij haar berekeningen was uitgegaan van een te lage veiligheidsklasse (I in plaats van II). Die lagere risico-inschaling was het gevolg van het feit dat BK ten onrechte niet had meegenomen dat de damwand zich in de waterkeringszone bevindt. Een herberekening met de juiste veiligheidsklasse leidt volgens Tauw tot de conclusie dat de damwand niet aan de veiligheidseisen voldeed. Dit betekent dat de damwand, door een fout van een (onder)opdrachtnemer van de Gemeente, vanaf het moment van plaatsing niet aan de daaraan te stellen veiligheidseisen heeft voldaan. Deze fout wordt op grond van artikel 6:171 van het Burgerlijk Wetboek (BW) toegerekend aan de Gemeente.

4.8.

Het plaatsen van een ondeugdelijke damwand in de waterkering is niet alleen in strijd met de eisen van de keurvergunning, maar ook los daarvan maatschappelijk onzorgvuldig jegens burgers die bij de veiligheid en stabiliteit van die waterkering een direct belang hebben. De overheid moet schade van burgers ontstaan door wateroverlast immers zoveel mogelijk trachten te voorkomen. Dit betekent dat de Gemeente, in elk geval zodra duidelijk was dat de damwand niet aan de daaraan te stellen veiligheidseisen voldeed, in redelijkheid maatregelen had moeten treffen om schade aan omwonenden te voorkomen. De Gemeente heeft de door het Hoogheemraadschap al in juni 2009 als problematisch benoemde situatie echter tot september 2017 ongewijzigd laten voortbestaan.

4.9.

Het voorgaande betekent dat de Gemeente jegens [A c.s.] onrechtmatig heeft gehandeld door de damwand te (doen) plaatsen en – ook nadat zij van de rekenfout, de verplaatsing van de damwand en de instabiliteit van de waterkering op de hoogte was geraakt – ongewijzigd ter plaatse te laten.

Causaal verband

4.10.

De tweede vraag die de rechtbank moet beantwoorden, is of deze onrechtmatige daad heeft geleid tot de schade van [A c.s.] De rechtbank is van oordeel dat dit causaal verband voorshands, behoudens tegenbewijs, is komen vast te staan, en wel op grond van het volgende.

4.11.

In deze zaak is niet in geschil dat ter plaatse van de woning sprake is van wateroverlast en dat deze wateroverlast schade (heeft) veroorzaakt aan de woning van [A c.s.] IFCO en de door de rechtbank benoemde deskundige ir. Sman zijn het eens dat sprake is van kwel naar boven vanuit de tussenzandlaag. De vraag is echter hoe het komt dat de stijghoogte in de tussenzandlaag hoger is dan de grondwaterstand direct beneden het maaiveld en de stijghoogte van het grondwater in het Eerste Watervoerende pakket.

4.12.

IFCO heeft in de periode tussen 19 april 2011 en 27 april 2012 vier mogelijke oorzaken voor deze stijghoogte onderzocht, maar de (verplaatsing van de) damwand was daar niet bij. Ook in het rapport van ALC van 20 maart 2013 wordt de invloed van de damwand niet genoemd of onderzocht.

4.13.

De door de rechtbank benoemde deskundige, ir. Sman, concludeert op basis van de voor hem beschikbare informatie dat voeding van de zanderige tussenlaag ter plekke van de houten damwand en vervolgens optredende kwel vanuit de zanderige tussenlaag in de omgeving, een van de mogelijke mechanismen is die zouden kunnen resulteren in hogere grondwaterstanden ter plaatse van de woning.

4.14.

De rechtbank is van oordeel dat de volgende omstandigheden het vermoeden vestigen dat de zanderige tussenlaag wordt gevoed als gevolg van een door de (ver)plaatsing van de damwand veroorzaakte verstoring van de grondwaterhuishouding:

  1. tussen de aanleg van de woning (1977), de uitbreiding van de woning (februari 1985) en de eerste schademelding (6 december 2010) is er een periode van 33 respectievelijk 25 jaar zonder schade geweest, hoewel in de tussenperiode meerdere vorstperiodes zijn geweest (Rapport Sman onder 2.33, derde alinea);

  2. na de (ver)plaatsing van de damwand is een verschuiving van de waterkering richting de watergang geconstateerd (notities Tauw 3 februari en 22 april 2011);

  3. de damwandberekening van BK was onjuist en herberekening met de juiste veiligheidsklasse leidt tot de conclusie dat de damwand van begin af aan niet aan de daaraan te stellen eisen heeft voldaan (notitie Tauw 22 april 2011);

  4. er is scheurvorming in de grond aan de boezemzijde van de damwand geconstateerd (notities Tauw 22 april 2011 en 9 april 2015);

  5. ter hoogte van de damwand zijn waterophoping en een te hoge waterstand in de waterkering geconstateerd (notities Tauw 23 juli 2009 en 22 april 2011);

  6. het Hoogheemraadschap heeft geconstateerd dat de grondwaterhuishouding na de verplaatsing van de damwand in 2009 is verstoord (brief Hoogheemraadschap van 26 april 2011);

  7. de woning bevindt zich op circa 30 meter afstand van de dijk.

4.15.

Reeds op grond van de in rechtsoverweging 4.14 genoemde omstandigheden acht de rechtbank voorshands bewezen dat het plaatsen en ongewijzigd ter plaatse laten van de damwand heeft geleid tot schade aan de woning van [A c.s.] Daarbij komt dat de Gemeente in relatie tot het causaal verband tussen de gestelde schade en de damwand naar het oordeel van de rechtbank de artikelen 21, 22 en 198 lid 3 van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering (Rv) heeft geschonden. Dit deeloordeel zal de rechtbank nader toelichten.

Schending van art. 21, 22 en 198 lid 3 Rv

4.16.

In haar reactie van 9 april 2015 onderbouwt Tauw namens de Gemeente de stellingname dat het niet waarschijnlijk is dat de damwand tot het grondwatereffect rond de woning heeft geleid met de volgende passage (onderstrepingen rechtbank):

“Als de damwand voor een verticale lekkageweg zou zorgen waardoor water uit pakketten met een hogere waterstand naar de freatisch pakketten loopt, zou dat niet alleen ter plaatse van het perceel aan de [adres] tot grondwaterstandstijging leiden, maar in een grotere zone en dus ook bij de andere percelen aan de [Straat] . In het rapport van Deltares staat beschreven dat dit niet het geval is. Ook het waterschap (meer kwel in de sloten, natte plekke in de teen van de kade, andere beheerderswaarnemingen) zou problemen kunnen hebben in relatie tot de veiligheid van de regionale kering in de Weerlanervaart.

Daarnaast impliceren zichtbare scheuren aan maaiveld (als gevolg van horizontale vervormingen) niet dat over de volledige diepte (lengte van de damwand) er een scheur of open ruimte zou ontstaan. De diepere slappe lagen zijn erg zacht en vormen zich snel weer langs de damwand en sluiten holtes af. Dit zou al op korte termijn en zeker niet na enkele jaren later tot een verstoorde situatie leiden .”

4.17.

Met de eerste onderstreepte passage impliceert Tauw dat zich in de teen van de kade geen natte plekken hebben voorgedaan en er geen andere beheerderswaarnemingen zijn gedaan. Met de tweede onderstreepte passage impliceert Tauw dat plaatsing van de damwand niet op korte termijn tot een verstoorde situatie heeft geleid.

Op beide punten is hetgeen Tauw impliceert voor haar en de Gemeente kenbaar onjuist: het Hoogheemraadschap klaagt in haar brief aan de Gemeente van 26 april 2011 dat het ook in relatief droge periode erg nat is aan de kadezijde van de damwand, en dat deze drassige situatie het onderhoud aan de kade belemmert. Uit de brief van het Hoogheemraadschap aan de Gemeente van 12 juni 2009 en de notities van Tauw zelf van 23 juli 2009 en 3 februari 2011 blijkt bovendien dat inderdaad al kort na plaatsing van de damwand sprake was van een verstoorde situatie: scheurvorming in de bodem, waterophoping aan de zijde van de boezem en verschuiving van de waterkering richting de watergang, waardoor de damwand instabiel was. Zowel Tauw als de Gemeente hadden gezien de inhoud van de genoemde stukken kunnen en moeten weten dat zij de deskundige met de uitingen in de reactie van 9 april 2015 op het verkeerde been zetten.

4.18.

De Gemeente heeft deze schending van artikel 198 lid 3 Rv in haar processtukken niet gecorrigeerd. Zij heeft de voor de beoordeling van de deugdelijkheid van de damwand essentiële stukken van 12 juni 2009 en 21 oktober 2011 ook niet eigener beweging genoemd. Daarnaast heeft de Gemeente bij overlegging van de brief van het Hoogheemraadschap van 12 juni 2009 vermeld dat ‘op dat moment nog ten onrechte werd gedacht’ dat de kans op instabiliteit van de waterkering te groot was. Uit de aan haar gerichte notities van Tauw van 3 februari 2011 en 22 april 2011, de brief van het Hoogheemraadschap aan de Gemeente van 26 april 2011, het namens de Gemeente ingediende verzoek tot wijziging van de keurvergunning van 21 oktober 2011 en het besluit op dit verzoek van 29 november 2011 blijkt evenwel expliciet dat die gedachte volgens het Hoogheemraadschap én volgens Tauw en de Gemeente wel terecht was.

4.19.

Op het bevel tot het overleggen van deze stukken op grond van artikel 22 Rv heeft de Gemeente voor wat betreft het namens haar door Tauw ingediende verzoek tot wijziging van de keurvergunning van 21 oktober 2011 geantwoord dat dit stuk niet bestond, terwijl dit stuk wel bestaat en door [A c.s.] is overgelegd. De gemeente stelt dat zij het stuk bij Tauw heeft opgevraagd en dat die haar heeft geantwoord dat het stuk niet bestaat. Het enkele doen van navraag bij Tauw was naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende om aan de op grond van artikel 21 en 22 Rv op de Gemeente rustende plichten te voldoen, nu het een namens de Gemeente opgesteld stuk betreft dat wordt genoemd in zowel de herziene keurvergunning van 29 november 2011 als in het deskundigenrapport van Sman van 16 april 2015 (stuk 12). Hieruit volgt dat in elk geval twee instanties het stuk ooit hebben ontvangen of ingezien.

Vervolg van de procedure

4.20.

De rechtbank zal de Gemeente toelaten tot het leveren van tegenbewijs. In afwachting van die bewijslevering houdt zij alle verdere beslissingen aan.

Tot die verdere beslissingen hoort ook de omvang van de aansprakelijkheid, waaronder de deelvraag of – en zo ja: in hoeverre – de staalfundering van de woning heeft bijgedragen aan het ontstaan van de schade.

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

laat de Gemeente Hillegom toe tot het leveren van tegenbewijs tegen het bewijsvermoeden dat het plaatsen en ongewijzigd ter plaatse laten van de damwand heeft geleid tot schade aan de woning van [A c.s.] ,

5.2.

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 6 februari 2019 voor uitlating door Gemeente Hillegom of zij bewijs wil leveren door het overleggen van bewijsstukken, door het horen van getuigen en/of door een ander bewijsmiddel,

5.3.

bepaalt dat Gemeente Hillegom, indien zij geen bewijs door getuigen wil leveren maar wel bewijsstukken wil overleggen, die stukken direct in het geding moet brengen,

5.4.

bepaalt dat Gemeente Hillegom, indien zij getuigen wil laten horen, de getuigen en de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten in de maanden februari tot en met mei 2019 direct moet opgeven, waarna dag en uur van het getuigenverhoor zullen worden bepaald,

5.5.

bepaalt dat dit getuigenverhoor zal plaatsvinden op de terechtzitting van

mr. C.J-A. Seinen in het paleis van justitie te Den Haag aan Prins Clauslaan 20,

5.6.

bepaalt dat beide partijen uiterlijk twee weken voor het eerste getuigenverhoor alle beschikbare bewijsstukken aan de rechtbank en de wederpartij moeten toesturen,

5.7.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.J-A. Seinen en in het openbaar uitgesproken op 23 januari 2019.