Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2019:616

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
30-01-2019
Datum publicatie
30-01-2019
Zaaknummer
C-09-550422-HA ZA 18-354
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Toepasselijkheid wetgeving oneerlijke handelspraktijken (artikel 6:193a BW e.v.); handelspraktijk; handelaar; misleiding; de gemiddelde consument.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DEN HAAG

Team handel

zaaknummer / rolnummer: C/09/550422 / HA ZA 18-354

Vonnis van 30 januari 2019

in de zaak van

1 STICHTING VARKENS IN NOODte Amsterdam,

2. STICHTING DIERENRECHT te Amsterdam,

eiseressen,

advocaat mr. H.P. Wellenberg te Amsterdam,

tegen

STICHTING VLEES.NL te Zoetermeer,

gedaagde,

advocaat mr. J.P. van den Brink te Amsterdam.

Partijen zullen hierna Stichting Varkens in Nood c.s. (enkelvoud), dan wel afzonderlijk Stichting Varkens in Nood en Stichting Dierenrecht, alsmede Stichting Vlees.nl genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 19 maart 2018 met producties 1 tot en met 27;

  • -

    het herstelexploot van 29 maart 2018;

  • -

    de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 59;

  • -

    het tussenvonnis van 8 augustus 2018, waarbij een comparitie van partijen is bevolen;

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 26 november 2018 en de daarin genoemde stukken.

1.2.

Het proces-verbaal van comparitie van 26 november 2018 is buiten aanwezigheid van partijen opgemaakt. Zij zijn in de gelegenheid gesteld opmerkingen van feitelijke aard op de verslaglegging kenbaar te maken. Partijen hebben van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt.

1.3.

Ten slotte is een datum voor vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

De website van Stichting Vlees.nl is een initiatief van de Nederlandse vleessector.

2.2.

Stichting Varkens in Nood en Stichting Dierenrecht zijn stichtingen die beogen het welzijn en de rechtspositie van dieren in de maatschappij te verbeteren.

2.3.

De doelomschrijving van Stichting Varkens in Nood, omschreven in artikel 2 van haar statuten, luidt, voor zover van belang, als volgt:

“De stichting heeft ten doel:

  1. het welzijn van dieren in de veeteelt te verbeteren;

  2. het trachten van iedere vorm van bio-industrie in Nederland en daarbuiten via wettelijke maatregelen te laten verbieden;

  3. het verkrijgen van publiciteit voor een beter begrip over de gevolgen van intensieve veeteelt;

en voorts alles wat daarmede in de meest uitgebreide zin des woords verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn. (…)”

2.4.

Het doel van Stichting Dierenrecht luidt, conform artikel 2 van haar statuten en voor zover hier van belang:

“1. De stichting heeft ten doel dieren, zowel individueel als gezamenlijk, te beschermen in de ruimste zin van het woord en hun belangen in onze maatschappij (via het recht) te behartigen, rekening houdend met de eigen waarde van het dier en met het welzijn zoals dat door het dier ervaren wordt.

De stichting beoogt verder:

- het verbeteren van de rechtspositie van het dier;

- rechtsontwikkeling en het verbeteren van wetgeving ten gunste van het dier;

- de bestaande rechtsmiddelen ter bescherming van het dier toe te (laten) passen;

- de samenleving bewust te maken van het (ontbreken van) welzijn van dieren en van de negatieve gevolgen voor het milieu (flora én fauna) door de exploitatie van dieren;

- het opkomen voor de belangen van (bewust levende) consumenten (collectief of individueel), daar waar deze slachtoffer zijn of dreigen te worden van misleidende of onvolledige mededelingen (in reclame of anderszins), of oneerlijke handelspraktijken, met betrekking tot dierwelzijn, diergezondheid, milieuvervuiling, aantasting van natuur en fair trade en gebruik te maken van de macht van consumenten ten aanzien hiervan. (…)

3. Middelen:

De stichting tracht haar doel te bereiken door: (…)

- het adviseren op juridisch gebied, het voeren van rechtsgedingen en het in rechte optreden voor dieren, zowel voor het individuele dier als voor diersoorten, als het milieu; (…)

- het opkomen voor de belangen van (bewust levende) consumenten (collectief of individueel), daar waar deze slachtoffer zijn of dreigen te worden van misleidende of onvolledige mededelingen (in reclame of anderszins), of oneerlijke handelspraktijken, met betrekking tot dierwelzijn, diergezondheid, milieuvervuiling, aantasting van natuur en fair trade en gebruik te maken van de macht van consumenten ten aanzien hiervan; (…)”

2.5.

Op 4 september 2017 heeft Stichting Varkens in Nood bij de Reclame Code Commissie een klacht ingediend tegen Stichting Vlees.nl. Op 6 november 2017 heeft de Reclame Code Commissie uitspraak gedaan en de Stichting Varkens in Nood, op één onderdeel van de klacht na, in het gelijk gesteld. In de betreffende uitspraak staat onder meer:

De klacht

Varkens in Nood voert – kort samengevat – aan dat de bestreden uitingen op de website van Vlees.nl reclame zijn in de zin van artikel 1 van de Nederlandse Reclame Code (NRC), nu deze – volgens de website – zijn bedoeld om het imago van (de productie van) varkensvlees te bevorderen. (…) De wijze waarop Vlees.nl nu op haar website reclame maakt acht Varkens in Nood in strijd met de NRC, omdat het aantoonbaar onjuiste en misleidende mededelingen over de Nederlandse varkenshouderij en de productie van Nederlands varkensvlees betreft. Hierdoor wordt op de website een te rooskleurig beeld gegeven van de wijze waarop varkens in de reguliere varkenshouderijen leven en worden gedood en van de negatieve milieueffecten die het eten van varkensvlees met zich brengt. (…)

Het verweer

Vlees.nl beheert en onderhoudt het online platform www.vlees.nl met content over de consumptie en productie van (rood) vlees. Dit betreft volgens Vlees.nl geen promotie, reclame of anderszins een vorm van adverteren; het dient geen commercieel doel maar is communicatie ter informatie en inspiratie. De door Varkens in Nood bestreden thema-informatie met betrekking tot het dierenwelzijn in relatie tot de productie van varkensvlees, zoals het slachtproces, leent zich ook niet voor reclame-uitingen. Bovendien is het niet zinvol, aldus Vlees.nl, om buiten de context van het hele verhaal diverse regels of alinea’s als losstaande informatie (inhoudelijk) door de Commissie te laten toetsen. (…)

Het oordeel van de Commissie

(…)

Krachtens artikel 1 NRC wordt onder reclame verstaan: iedere openbare en/of systematische directe dan wel indirecte aanprijzing van goederen, diensten en/of denkbeelden door een adverteerder of geheel of deels ten behoeve van deze, al dan niet met behulp van derden. De Commissie volgt Vlees.nl niet in haar standpunt dat de website alleen ‘communicatie ter informatie en inspiratie’ betreft. De website heeft naar het oordeel van de Commissie onmiskenbaar (mede) als doel om bij consumenten bij te dragen aan een positief beeld van de wijze waarop in Nederland varkens worden gehouden en varkensvlees wordt geproduceerd en om aldus varkensvlees(producten) aan te prijzen. (…)”

3 Het geschil

3.1.

Stichting Varkens in Nood c.s. vordert – samengevat en na wijziging van eis – bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

primair

  1. voor recht te verklaren dat de video “Varkensvleesproductie in beeld” in strijd is met artikel 6:193b BW, artikel 6:193c BW en/of artikel 6:193d BW en kwalificeert als een oneerlijke handelspraktijk, zodat er sprake is van onrechtmatig handelen door Stichting Vlees.nl jegens Stichting Varkens in Nood c.s. ;

  2. voor recht te verklaren dat (één of meerdere van) de in deze dagvaarding genoemde tekstuitingen strijdig zijn met artikel 6:193b BW, artikel 6:193c BW en/of artikel 6:193d BW en kwalificeren als oneerlijke handelspraktijken, zodat er sprake is van onrechtmatig handelen door Stichting Vlees.nl jegens Stichting Varkens in Nood c.s. ;

  3. Stichting Vlees.nl te gebieden om zich in de toekomst jegens Stichting Varkens in Nood c.s. te onthouden van oneerlijke handelspraktijken als bedoeld in artikel 6:193b BW, artikel 6:193c BW en/of artikel 6:193d BW, op straffe van een dwangsom van € 250,- per keer, per dag (of gedeelte daarvan) dat Stichting Vlees.nl hieraan niet voldoet;

subsidiair

4. voor recht te verklaren dat Stichting Vlees.nl jegens Stichting Varkens in Nood c.s. een onrechtmatige daad pleegt in de zin van artikel 6:162 BW door op haar site de video "Varkensvleesproductie in beeld” te tonen;

5. voor recht te verklaren dat Stichting Vlees.nl door (één of meerdere van) de in deze dagvaarding genoemde tekstuitingen jegens Stichting Varkens in Nood c.s. een onrechtmatige daad pleegt in de zin van artikel 6:162 BW;

6. Stichting Vlees.nl te gebieden om zich in de toekomst te onthouden van onrechtmatig handelen jegens Stichting Varkens in Nood c.s. zoals omschreven in de dagvaarding, dit op straffe van een dwangsom van € 250,- per keer, per dag (of gedeelte daarvan) dat Stichting Vlees.nl hieraan niet voldoet;

primair en subsidiair

7. Stichting Vlees.nl te veroordelen om binnen 5 dagen na betekening van dit vonnis de video “Varkensvleesproductie in beeld” en/of de bestreden tekstuitingen van haar website te hebben verwijderd en ook verwijderd te houden, op straffe van een dwangsom van € 250,- per dag, voor iedere dag (of gedeelte daarvan) dat Stichting Vlees.nl hieraan niet voldoet;

8. Stichting Vlees.nl te veroordelen om binnen 5 dagen na betekening van dit vonnis deze openbaar te maken op haar website;

9. Stichting Vlees.nl te veroordelen in de kosten van dit geding.

3.2.

Aan haar vorderingen legt Stichting Varkens in Nood c.s. – kort gezegd – ten grondslag dat Stichting Vlees.nl in strijd handelt met de artikelen 6:193a BW e.v., door onjuiste, oneerlijke en/of misleidende uitingen te doen op haar website. De vorderingen hebben (alleen) betrekking op de uitingen die zien op varkensvlees. Consumenten krijgen een veel te rooskleurig beeld voorgeschoteld van het leven (en de dood) van varkens die worden gehouden in de Nederlandse varkenshouderijen. Stichting Vlees.nl handelt in strijd met de maatschappelijke zorgvuldigheid door bewust onjuiste informatie te verschaffen over de productie en consumptie van varkensvlees. Niet alleen de belangen van de consumenten worden hierdoor geschaad, dat geldt ook voor de belangen van de dieren die in de reguliere veehouderij worden gehouden (omdat de consument het vlees blijft kopen, precies wat Stichting Vlees.nl met de website beoogt). Zowel consumenten als dieren zijn de dupe van de oneerlijke handelspraktijken van Stichting Vlees.nl en hebben er dus belang bij dat daar een einde aan komt. Stichting Varkens in Nood c.s. komt op voor deze belangen.

3.3.

Stichting Vlees.nl voert verweer en heeft daarnaast ter zitting bezwaar gemaakt tegen de eiswijziging.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

De rechtbank is bevoegd van de vorderingen kennis te nemen.

4.2.

De rechtbank bespreekt hierna eerst de ontvankelijkheid en daarna het bezwaar tegen de eiswijziging.

ontvankelijkheid

4.3.

Het meest verstrekkende verweer van Stichting Vlees.nl is dat Stichting Varkens in Nood c.s. niet ontvankelijk is in haar vorderingen. Stichting Varkens in Nood behartigt blijkens haar statuten geen consumentenbelangen en daarnaast heeft Stichting Varkens in Nood c.s. geen feitelijke werkzaamheden op het gebied van consumentenbescherming ontplooid, aldus Stichting Vlees.nl.

4.4.

Op grond van artikel 3:305a BW kan een stichting of vereniging met volledige rechtsbevoegdheid een rechtsvordering instellen die strekt tot bescherming van gelijksoortige belangen van andere personen, voorzover zij deze belangen ingevolge haar statuten behartigt. Deze voorwaarde is tweeledig: de te behartigen doelstelling moet in de statuten zijn geformuleerd en er moeten activiteiten op het desbetreffende gebied zijn ontplooid. De enkele doelomschrijving is in beginsel niet voldoende.

4.5.

Anders dan Stichting Vlees.nl betoogt heeft Stichting Varkens in Nood c.s. met haar vorderingen niet alleen het belang van consumenten op het oog, maar behartigt zij naar eigen stellingen (zie dagvaarding onder 4 en 5) daarmee ook de belangen van dierenwelzijn, in het bijzonder van varkens die in de reguliere veehouderij worden gehouden omdat, aldus Stichting Varkens in Nood c.s., door de misleidende mededelingen van Stichting Vlees.nl over de Nederlandse varkenshouderij en over de productie van varkensvlees de consument het vlees blijft kopen. De belangen van het dierenwelzijn zijn aan personen toe te rekenen belangen en voldoen derhalve aan het in artikel 3:305a BW omschreven begrip (ECLI:NLGHAMS:2007:BC0126). Gelet op de in 4.4. genoemde voorwaarde is Stichting Varkens in Nood ontvankelijk: uit haar doelomschrijving in de statuten (zie 2.3.) volgt weliswaar niet dat zij de belangen van consumenten behartigt, maar wel de belangen van dierenwelzijn en het verkrijgen van publiciteit voor een beter begrip over de gevolgen van intensieve veeteelt. De vorderingen passen binnen deze doelstellingen. Stichting Varkens in Nood heeft daarnaast voldoende onderbouwd dat zij ook feitelijke werkzaamheden verricht op het gebied van genoemde doelstellingen.

Stichting Dierenrecht beoogt blijkens de doelomschrijving in de statuten op te komen voor de belangen van dierenwelzijn én consumenten (zie 2.4.). Stichting Dierenrecht heeft daarnaast voldoende gesteld en onderbouwd dat zij ook feitelijke werkzaamheden verricht, naast dierenwelzijn, op het gebied van consumentenbescherming. Zo heeft zij onder meer verwezen naar de Rashondenwijzer, die is ontwikkeld om consumenten voor te lichten over problemen met rashonden en in het verlengde daarvan de keuze om al dan niet voor een bepaalde (ras)hond te kiezen. Ook Stichting Dierenrecht is ontvankelijk.

bezwaar tegen eiswijziging

4.6.

Het bezwaar van Stichting Vlees.nl tegen de eiswijziging wordt afgewezen, gelet op het volgende. De eiswijziging is tweeledig: (1) een, ten opzichte van de oorspronkelijke eiswijziging, iets specifieker geformuleerde vordering (onder meer het opnemen van aparte vorderingen voor de met naam genoemde video);

(2) de toevoeging van de subsidiaire vordering die gebaseerd is op artikel 6:162 BW.

De eiswijziging komt naar het oordeel van de rechtbank niet in strijd met de goede procesorde, omdat het feitencomplex onveranderd is en ook de juridische grondslag van de vordering niet wezenlijk veranderd is. Zoals hiervoor overwogen heeft Stichting Varkens in Nood c.s. al in de dagvaarding kenbaar maakt dat zij met haar vorderingen niet alleen de belangen van consumenten maar ook de belangen van dierenwelzijn aan de orde stelt, hetgeen impliceert dat Stichting Varkens in Nood c.s. zich al in de dagvaarding niet enkel beperkt tot een beroep op artikel 6:193a BW, als species van artikel 6:162 BW, maar ook op het ruimere artikel 6:162 BW.

wetgeving oneerlijke handelspraktijken van toepassing?

4.7.

Voorts heeft Stichting Vlees.nl betwist dat de door Stichting Varkens in Nood c.s. aan haar primaire vordering ten grondslag gelegde wetgeving inzake oneerlijke handelspraktijken van toepassing is. Op de website van Stichting Vlees.nl wordt algemene informatie over vlees beschikbaar gesteld, verdeeld over de categorieën ‘Over vlees’, ‘In de keuken’ en ‘De thema’s’. Van verkoop van producten via de website dan wel het adverteren voor specifieke producten op de website is geen sprake. Het voor een handelspraktijk vereiste rechtstreeks verband ontbreekt, aldus Stichting Vlees.nl.

Dit verweer slaagt niet. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.

4.8.

Onder handelspraktijk wordt verstaan iedere handeling, omissie, gedraging, voorstelling van zaken of commerciële communicatie, met inbegrip van reclame en marketing, van een handelaar, die rechtstreeks verband houdt met de verkoopbevordering, verkoop of levering van een product aan consumenten (artikel 6:193a lid 1 sub d BW). Volgens vaste jurisprudentie van het Hof van Justitie van de EU (HvJ) wordt de aan deze bepaling ten grondslag liggende Richtlijn nr. 2005/29/EG van het Europese Parlement en de Raad van de Europese Unie van 11 mei 2005 betreffende oneerlijke handelspraktijken van ondernemingen jegens consumenten op de interne markt (PBEG L149), hierna de Richtlijn OHP (oneerlijke handelspraktijken), gekenmerkt door een ruime materiële werkingssfeer, die zich uitstrekt tot elke handelspraktijk die rechtstreeks verband houdt met de verkoopbevordering, de verkoop of de levering van een product aan consumenten. Handelspraktijken die hoofdzakelijk voor andere doeleinden bestemd zijn – bijvoorbeeld commerciële communicatie, gericht op beleggers, zoals jaarverslagen en promotiemateriaal over bedrijven, de zogeheten ‘corporate communication’ – kunnen toch binnen de regeling vallen indien zij gebruikt worden in rechtstreeks verband met de activiteiten om particulieren over te halen tot aankoop. Uit de vaste rechtspraak van de HvJ volgt dat - uit het belang van consumentenbescherming - niet snel wordt geconcludeerd dat een handelspraktijk geen "rechtstreeks verband houdt" met de verkoopbevordering van een product.

4.9.

Juist is dat via de website van Stichting Vlees.nl geen rechtstreekse verkoop of levering van producten aan de consument plaatsvindt. Gelet op het voorgaande betekent dat nog niet dat geen sprake kan zijn van een handelspraktijk in voornoemde zin, nu daaronder een breed scala aan activiteiten vallen die erop zijn gericht de consument over te halen tot aankoop van producten. Op de homepage van de website van Stichting Vlees.nl – een initiatief van de Nederlandse vleessector – staan talrijke afbeeldingen van gerechten met vlees, recepten en informatie over het bewaren en bereiden van vlees, die naar het oordeel van de rechtbank voornamelijk het doel hebben consumenten tot aankoop en consumptie van vlees te brengen. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de website sterk verkoopbevorderend bedoeld is. Gelet op het hiervoor gegeven (brede) beoordelingskader oordeelt de rechtbank dat de website om die reden moet worden gezien als handelspraktijk in de zin van artikel 6:193a lid 1 sub d BW. Daaraan doet niet af dat er ook aanvullende ‘algemene’ informatie op de website, de zo genoemde ‘thema’s’, staat bijvoorbeeld over de slacht. Om die algemene informatie te lezen moet eerst actief worden ‘doorgeklikt’ door de consument die de website bezoekt.

4.10.

Stichting Vlees.nl betwist voorts handelaar te zijn en voert in dat verband nog aan dat zij geen onderdeel is van de brancheorganisatie, die de website financiert. Feit blijft echter, dat de website wel een initiatief is van deze organisatie. Doel van de website is niet alleen transparantie over de productie van vlees, maar ook de bevordering van het draagvlak voor de verkoop daarvan. Ook al opereert Stichting Vlees.nl onafhankelijk – zij bepaalt zelf wat wel en niet op de website wordt gepubliceerd – zij doet dit, gelet op de content van de website, onmiskenbaar ten behoeve van de Nederlandse vleessector en de bevordering van de verkoop van vlees en voldoet daarom aan de definitie van handelaar als ‘degene die ten behoeve van andere bedrijven handelt’ in de zin van artikel in de zin van 6:193a lid 1 sub b BW. Het verweer van Stichting Vlees.nl slaagt gelet hierop niet.

4.11.

Vervolgens is de vraag of de handelspraktijken van Stichting Vlees.nl oneerlijk of misleidend zijn. Een handelspraktijk is onder andere oneerlijk, indien het vermogen van de gemiddelde consument om een geïnformeerd besluit te nemen merkbaar is beperkt of kan worden beperkt, waardoor de gemiddelde consument een besluit over een overeenkomst neemt of kan nemen, dat hij anders niet had genomen (artikel 6:193b lid 2 BW).

Misleidend is een handelspraktijk als informatie wordt verstrekt die feitelijk onjuist is of die de gemiddelde consument misleidt of kan misleiden, al dan niet door de algemene presentatie van de informatie. Een handelspraktijk is bovendien misleidend indien er sprake is van een misleidende omissie (artikel 6:193d BW).

Bij beantwoording van de vraag of een uiting of omissie oneerlijk of misleidend is, moet worden uitgegaan van de maatman-consument. Van deze consument, die gemiddeld geïnformeerd, omzichtig en oplettend is, mag worden verwacht dat hij bereid is zich in de aangeboden informatie te verdiepen. Hierbij wordt de gemiddelde consument in beginsel in staat geacht om verstrekte informatie op waarde te schatten en om zo nodig nadere informatie te zoeken, waarna vervolgens de informatie uit verschillende bronnen met elkaar in verband wordt gebracht. Dit betekent evenwel niet dat de gemiddelde consument altijd in staat wordt geacht om informatie uit verschillende bronnen te verwerken. Of dit mag worden verwacht dient te worden beoordeeld aan de hand van de omstandigheden van het geval. In artikel 6:193b lid 4 BW is bepaald dat de gangbare en rechtmatige reclamepraktijk waarbij overdreven uitspraken worden gedaan of uitspraken die niet letterlijk dienen te worden genomen, een reclame op zichzelf niet oneerlijk maken.

Bij de beoordeling of essentiële informatie is weggelaten of verborgen is gehouden worden de feitelijke context, de beperkingen van het communicatiemedium alsook de maatregelen die zijn genomen om de informatie langs andere wegen ter beschikking van de consument te stellen, in aanmerking genomen.

‘de gemiddelde consument’

4.12.

De rechtbank neemt voor de invulling van de maatstaf van de ‘gemiddelde consument’ in dit geschil het volgende tot uitgangspunt. Duidelijk is dat partijen ieder uiterste posities innemen in het maatschappelijk debat over de reguliere Nederlandse varkenshouderij. In dit kader is ook de doelstelling van partijen van belang. Stichting Varkens in Nood c.s. vertolkt de visie van kritische consumenten over de varkenshouderij en vervult daarbij een voortrekkersrol. Stichting Vlees.nl heeft naar eigen zeggen ‘tot doel het bevorderen van een constructieve dialoog over Nederlands (rood) vlees en draagvlak voor de productie daarvan’. Zij vertegenwoordigt daarbij de belangen van (onder meer) de varkenshouderij. Naar het oordeel van de rechtbank is het voor de ‘gemiddelde consument’ die de website van Stichting Vlees.nl bezoekt duidelijk dat de website de vleesproductiesector ondersteunt en vleesconsumptie promoot. Van de ‘gemiddelde consument’ mag worden verwacht dat hij zich terdege realiseert dat de informatie op de website ingekleurd wordt door de belangen van de vleesproductiesector en dat hij de informatie op de website in die context dient te plaatsen en te waarderen. De ‘gemiddelde consument’ zal zich realiseren dat op deze website geen informatie te vinden is die consumenten het kopen en eten van vlees ‘tegen zal maken’ en dat hij, om nader of volledig geïnformeerd te worden over de productie van vlees, ook informatie uit andere bronnen zal moeten onderzoeken en met elkaar in verband zal moeten brengen.

4.13.

De hierna te bespreken uitingen van Stichting Vlees.nl. dienen steeds gelezen te worden in het licht van voorgaand oordeel van de rechtbank over de ‘gemiddelde consument’.

video op de website

4.14.

Ter zitting heeft Stichting Vlees.nl medegedeeld, en de rechtbank heeft dit vastgesteld, dat de in de stukken genoemde en besproken video op de website inmiddels is vervangen door een nieuwe video. Reden voor de vervanging is dat de oorspronkelijke video al een aantal jaren oud was en toe aan een update, aldus Stichting Vlees.nl. Hoewel Stichting Varkens in Nood c.s. zich vervolgens op het standpunt heeft gesteld alsnog een oordeel over de (oorspronkelijke) videobeelden te willen, gaat de rechtbank hieraan voorbij. Het concrete belang bij een dergelijk oordeel ontbreekt immers. Zoals ter zitting al is voorgehouden is de nieuwe video op de website afkomstig van de Centrale Organisatie voor de Vleessector (COV) en heeft deze een geheel ander karakter dan de oorspronkelijke video, die niet meer online staat. De vorderingen onder 1, 4 en 7 zullen dan ook worden afgewezen.

de tekstuele uitingen

4.15.

De rechtbank zal hierna de uitingen op de website bespreken, die naar stelling van Stichting Varkens in Nood c.s. in strijd zijn met de artikelen 6:193b BW, 6:193c BW en/of artikel 6:193d BW. Voor de leesbaarheid van het vonnis zal de rechtbank eerst de bestreden tekstuele uiting citeren, waarna zij de stellingen en weren van partijen ten aanzien van de betreffende uiting samengevat weergeeft en vervolgens beoordeelt.

4.16.

Dierenwelzijn

“In het algemeen geldt dat dieren die zich niet prettig voelen, niet goed groeien en sneller ziek worden. Veehouders houden van hun vak én verdienen er hun brood mee. Ze doen er veel aan om hun dieren gezond te houden en goed te laten groeien. Voor veehouders is er nog een belangrijke reden om te zorgen voor gezonde dieren die zich prettig voelen. De leefsituatie en gezondheid van de dieren beïnvloeden ook de kwaliteit van het vlees en soms ook de opbrengst voor de veehouder. Zo is stress een belangrijke factor voor de vleeskwaliteit.”

(https://www.vlees.nl/themas/dierenwelzijn)

4.17.

Stichting Varkens in Nood c.s. stelt zich op het standpunt dat Stichting Vlees.nl in bovenvermelde tekst ten onrechte stelt dan wel suggereert dat het feit dat varkens eten en groeien betekent dat varkens zich prettig voelen in de varkenshouderij. Het fokbeleid op hoge groei zorgt voor diverse gezondheidsproblemen. De gezondheid van varkens wordt negatief beïnvloed door hun leefsituatie. Ongeveer 25 % van de varkens heeft hierdoor orgaanafwijkingen. Deze dieren zijn desondanks vrijwel allemaal geschikt bevonden voor consumptie. Stichting Varkens in Nood c.s. wijst in dit verband op een artikel van Vion over orgaanafwijzingen en afgekeurde varkens.

Stichting Vlees.nl heeft betoogd dat in de tekst neutrale observaties staan en dat Stichting Varkens in Nood c.s. een en ander – waaronder een citaat van Vion over de percentages afwijkingen aan de slacht – uit de context haalt. Als productie 19 legt Stichting Vlees.nl een artikel over van Vion, waaruit volgt dat het gaat om opmerkingen van inspecteurs bij de keuring van gezonde dieren. Bij 75,77 % is geen opmerking gemaakt bij het karkas en in andere gevallen is een opmerking geplaatst, bijvoorbeeld over de conditie van een orgaan, aldus Stichting Vlees.nl.

4.18.

Anders dan Stichting Varkens in Nood c.s. stelt, volgt uit voormelde tekst op de website van Stichting Vlees.nl niet dat varkens zich prettig voelen in de varkenshouderij. De strekking van de tekst is algemeen en bevat naar het oordeel van de rechtbank ook niet de suggestie dat varkens die eten en groeien zich prettig voelen. De cijfers die door Stichting Varkens in Nood c.s. in de dagvaarding worden aangehaald betreffen weliswaar de gezondheid van de dieren, maar maken – ook indien deze cijfers moeten worden geduid op de wijze zoals Stichting Varkens in Nood c.s. stelt – niet dat de tekst op de website op zichzelf onjuist, misleidend of oneerlijk is. Van de gemiddelde consument mag daarnaast worden verwacht dat hij of zij de door Stichting Vlees.nl verstrekte informatie op waarde kan schatten, in de context van haar doelstellingen kan plaatsen, en indien nodig zelf verder zoekt naar informatie over bijvoorbeeld de leefsituatie en gezondheid van varkens. Een deel van de informatie wordt ook door Stichting Vlees.nl beschikbaar gesteld op de website.

4.19.

Stichting Varkens in Nood c.s. legt de tekst voorts nog naast het rapport ‘120 misstanden in de Nederlandse varkenshouderij anno 2015’ van Stichting Varkens in Nood (hierna: het misstandenrapport), ter onderbouwing van haar stellingen over de welzijnsproblemen van varkens die het gevolg zijn van (de door Stichting Varkens in Nood c.s. gestelde) slechte leefomstandigheden en zorg. Dit betreft een rapport van Stichting Varkens in Nood zelf. De hierin door Stichting Varkens in Nood gestelde misstanden leiden naar het oordeel van de rechtbank niet tot de conclusie dat de tekst op de website op zichzelf onjuist, misleidend of oneerlijk is.

4.20.

Slachtproces & Verwerking

“Varkens met het juiste gewicht gaan van het varkensbedrijf naar de slachterij. Varkens gaan met groepsgenoten naar een stal waar ze tot rust kunnen komen. Het slachtproces is aan EU-regels gebonden, bijvoorbeeld om stress en onnodig lijden te voorkomen.” (https://www.vlees.nl/vlees/varkensvlees/bij-de-slacht/)

4.21.

Stichting Varkens in Nood c.s. stelt dat de indruk wordt gewekt dat varkens in de wachtstal tot rust kunnen komen, terwijl het niet ongebruikelijk is dat varkens met andere varkens gemengd worden, waardoor heftige gevechten ontstaan. Ook stelt de website dat varkens geslacht kunnen worden zonder dat zij stress ervaren. Dat is niet juist. Voorts wordt gesuggereerd dat varkens niet lijden. Als EU-regels dit moeten voorkomen, moeten eisen gesteld worden aan onder meer slachtsnelheid en het mixen van varkens tijdens het transport of bij de slachterij. De gemiddelde consument krijgt ten onrechte het idee dat varkens ‘er niets van merken’, aldus Stichting Varkens in Nood c.s..

Stichting Vlees.nl betwist dat de door Stichting Varkens in Nood c.s. gestelde uitingen op de website staan. De uiting met betrekking tot EU-regels is vrijwel letterlijk terug te vinden in de EU-regelgeving, die in het kader van het dierenwelzijn zijn opgesteld, in het bijzonder met het oog op beperking van stress en spanning bij de slacht, aldus Stichting Vlees.nl.

4.22.

Anders dan Stichting Varkens in Nood c.s. stelt, staat naar het oordeel van de rechtbank in voormelde tekst niet dat varkens kunnen worden geslacht zonder stress en dat varkens niet lijden tijdens het slachtproces. Ook wordt deze suggestie niet gewekt. Stichting Varkens in Nood c.s. verwijst naar het misstandenrapport. Dit rapport en de daarin gestelde misstanden maken echter niet, dat de tekst op de website op zichzelf onjuist, misleidend en/of oneerlijk is. Van de gemiddelde consument mag daarnaast worden verwacht dat hij of zij de door Stichting Vlees.nl verstrekte informatie op waarde kan schatten, in de context van haar doelstellingen kan plaatsen en indien nodig zelf verder zoekt naar informatie over dit onderwerp. Een deel van de informatie wordt ook door Stichting Vlees.nl beschikbaar gesteld op de website.

Het moge zo zijn dat Stichting Varkens in Nood c.s. de EU-regelgeving graag aangescherpt zag – zo begrijpt de rechtbank haar stellingen – maar dit kan zij niet verwijten aan Stichting Vlees.nl. Dat Stichting Vlees.nl meldt dat het slachtproces aan EU-regels is gebonden, is niet onjuist.

4.23.

Varkenshouderij

“Voor het houden van varkens gelden in Nederland richtlijnen. Begin jaren 90 heeft de Nederlandse varkenshouderij als eerst ter wereld een eigen kwaliteitssysteem (IKB) ontwikkeld met regels voor de huisvesting, het voer, de diergezondheid, het transport en de traceerbaarheid. Zie voor meer informatie ons thema kwaliteit en controle, maar ook die over de slacht en verwerking.

Biggen van zo’n 23 kilo gaan van het zeugen-bedrijf naar het vleesvarken-bedrijf. Daar leven ze in groepen tot ze met een gewicht bereiken van zo’n 115 kilo. Varkenshouders werken op basis van Europese regels, Nederlandse wetgeving, kwaliteitssystemen als IKB, eisen van slachterijen, aanvullende eisen van afnemers zoals supermarkten. Ze voldoen aan een scala van eisen van de markt en de maatschappij.” (https://www.vlees.nl/vlees/varkensvlees/bij-de-boer)

4.24.

Stichting Varkens in Nood c.s. stelt dat deze tekst de indruk wekt dat er een scala aan wetten, regels en eisen is, die ervoor zorgen dat het welzijn van varkens gewaarborgd is. Dat klopt niet; er komen tal van overtredingen voor in de Nederlandse varkenshouderij. Stichting Vlees.nl heeft dit betwist. Er staat niet dat het welzijn gewaarborgd is, maar dat varkenshouders voldoen aan een scala van eisen van de markt en de maatschappij.

4.25.

De rechtbank is van oordeel dat de laatste zin van de onder 4.20. geciteerde tekst niet geheel juist is, nu niet kan worden volgehouden dat alle varkenshouders voldoen aan een scala van eisen van de markt en maatschappij. Ter zitting heeft Stichting Vlees.nl hierop desgevraagd verklaard dat zij bovenstaande tekst zal aanpassen. De rechtbank stelt vast dat de Stichting Vlees.nl de tekst inmiddels heeft aangepast als volgt: ‘Varkenshouders werken op basis van Europese regels, Nederlandse wetgeving, kwaliteitssystemen als IKB, eisen van slachterijen, aanvullende eisen van afnemers zoals supermarkten en willen zo voldoen aan wensen vanuit de markt en de maatschappij’. Naar het oordeel van de rechtbank is daarmee de suggestie dat er geen overtredingen plaatsvinden verdwenen. Voor het overige is de tekst op de website neutraal geformuleerd. Dat mogelijk niet alle varkenshouders voldoen aan de geldende wetten en regelgeving doet hier niet aan af en maakt niet dat de tekst op zichzelf oneerlijk dan wel misleidend is. De gemiddelde consument begrijpt dat wetten en regels soms ook worden overtreden, zal de tekst in de context van de doelstellingen van de website kunnen plaatsen en kan bovendien ook zelf op zoek gaan naar nadere informatie en dit (in onderling verband) op waarde schatten. Stichting Vlees.nl verwijst zelf al naar een deel van deze informatie op haar website.

4.26.

Gezondheid

“De Nederlandse overheid heeft eisen voor het houden van varkens vastgelegd in de Gezondheids- en Welzijnswet voor Dieren. Dit is de basis voor het gezond houden van dieren en het bestrijden van (besmettelijke) dierziekten. De eisen gelden voor hygiëne, gezondheid, veiligheid, welzijn, milieu en transport van dieren. Het kwaliteitssysteem IKB bevat voorschriften voor diergeneesmiddelen.”

(https://www.vlees.nl/vlees/varkensvlees/bij-de-boer)

4.27.

Stichting Varkens in Nood c.s. stelt dat in deze tekst de indruk wordt gewekt dat varkens gezond gehouden worden, terwijl er structurele gezondheids- en welzijnsproblemen zijn door slechte leefomstandigheden, eenzijdige voeding en een fokbeleid gericht op hoge productie. Ter onderbouwing hiervan verwijst Stichting Varkens in Nood c.s. naar het misstandenrapport.

4.28.

Met Stichting Vlees.nl is de rechtbank van oordeel dat de tekst op zichzelf niet oneerlijk en/of misleidend is. Er staat in neutrale termen dat eisen zijn vastgelegd voor het houden van varkens en dat dit de basis is voor het gezond houden van de dieren. Deze tekst wekt niet de suggestie dat varkens (altijd) gezond worden gehouden. Ten aanzien van het misstandenrapport verwijst de rechtbank naar hetgeen hiervoor is overwogen.

4.29.

Dierenwelzijn

“Een dier moet ‘vrij zijn van honger en gebrek’. Dat was een eeuw geleden al de stelregel in de veehouderij. Dit is nog steeds het uitgangspunt in de vleesketen. Welzijn voor dieren betekent in algemene zin dat een dier zich prettig voelt in zijn omgeving en geen honger en pijn heeft. Belangrijk is dat voeding, huisvesting en verzorging zo goed mogelijk aansluiten bij de natuurlijke behoefte van het dier. Deze behoeften zijn voor elke diersoort verschillend en de omgeving moet op elk van die soorten zijn aangepast.”

(https://www.vlees.nl/themas/diervoor-en-dierenwelzijn/dierenwelzijn)

4.30.

De manier waarop dieren worden gehouden in de veehouderij is zeer gebrekkig, waardoor dieren gestoord gedrag vertonen, zoals kannibalisme, aldus Stichting Varkens in Nood c.s. Daarnaast is niet juist dat dieren geen honger hebben en dat de manier van houden en verzorgen niet tot pijn leidt.

Stichting Vlees.nl heeft hierop aangevoerd dat het Stichting Varkens in Nood c.s. vrij staat om haar mening te uiten ten aanzien van de veehouderij, maar dat het niet betekent dat deze uiting als oneerlijke handelspraktijk kan worden gekwalificeerd. Het uitgangspunt in de veehouderij dat een dier vrij is van honger en gebrek is overigens ook vastgelegd in artikel 3 van de Wet dieren, aldus Stichting Vlees.nl.

4.31.

De onderhavige tekst maakt deel uit van een artikel op de website (dat door Stichting Vlees.nl ook is overgelegd), waarin meerdere aspecten over dierenwelzijn en vleesproductie worden toegelicht. De rechtbank is van oordeel dat de transparantie kan worden vergroot door te schrijven dat de stelregel het uitgangspunt is van de toepasselijke regels ten aanzien van dierenwelzijn. De gehele context waarin deze stelregel en de toelichting daarop is geplaatst maakt dit voldoende duidelijk. Naar het oordeel van de rechtbank is van een oneerlijke handelspraktijk geen sprake.

4.32.

Natuurlijk gedrag

“Veehouders houden dieren voor de productie van vlees. Voor een goede groei is rust, regelmaat, goede voeding en een prettig klimaat een eerste vereiste. De huisvesting in Nederlandse veehouderijbedrijven is op deze dierbehoeften aangepast. Daarnaast moet worden voorkomen dat dieren zich vervelen en stereotiep gedrag gaan vertonen. Ook verveling kan leiden tot stress zodat dieren gaan bijten. Om dit te voorkomen beschikken stallen tegenwoordig over ‘speelgoed’ voor de dieren. Voetballen, kettingen, likblokken of borstels kunnen bijdragen aan afleiding en een afname van vervelingsstress. Het is niet makkelijk om te bepalen welke materialen het meest geschikt zijn. Het ‘speelgoed’ moet aan nogal wat eisen voldoen. De materialen mogen bijvoorbeeld niet breken, moeten voldoen aan hygiëne-eisen en mogen andere dieren niet hinderen of verwondingen kunnen veroorzaken.”

(https://www.vlees.nl/themas/diervoer-en-dierenwelzijn/dierenwelzijn/)

4.33.

Stichting Varkens in Nood c.s. stelt zich op het standpunt dat de stallen niet zijn aangepast op de dierbehoeften. De stallen zijn erop gericht dieren zo snel mogelijk te laten groeien of zoveel mogelijk te laten produceren. Ook komt het aangeboden afleidingsmateriaal (speelgoed) niet tegemoet aan de behoefte van varkens om te onderzoeken en te wroeten. Ongeveer de helft van de varkenshouders heeft last van ‘staartbijten’ op het bedrijf. Er wordt ten onrechte de suggestie gewekt dat daadwerkelijk wordt voorkomen dat de dieren zich vervelen en stereotiep gedrag vertonen, aldus Stichting Varkens in Nood c.s..

Stichting Vlees.nl heeft aangevoerd dat geenszins de suggestie wordt gewekt dat verveling en bijten zich niet voordoen. De aanwezigheid van afleidingsmateriaal in de stal is wettelijk verplicht. De zoektocht naar geschikt speelgoed is echter niet eenvoudig en de wetenschappelijke inzichten op dit punt zijn veranderlijk. Gelet op de in Nederland geldende regelgeving is het verwijt ten aanzien van de huisvesting onterecht en onbegrijpelijk, aldus Stichting Vlees.nl.

4.34.

Anders dan Stichting Varkens in Nood c.s. stelt, volgt naar het oordeel van de rechtbank uit de tekst niet de suggestie dat verveling en stereotiep gedrag bij dieren daadwerkelijk wordt voorkómen; er staat dat het moet worden voorkomen. Uit de stellingen van Stichting Varkens in Nood c.s. kan worden afgeleid dat zij het aangeboden ‘speelgoed’ niet geschikt vinden, maar dit betekent niet dat Stichting Vlees.nl een onjuiste dan wel misleidende mededeling doet door te schrijven dat stallen over speelgoed beschikken voor dieren. Hetzelfde geldt voor de stellingen van Stichting Varkens in Nood c.s. ten aanzien van de huisvesting. Stichting Varkens in Nood c.s. ziet graag een andere stalinrichting voor de varkens, onder andere met stro, meer ruimte en een beter stalklimaat. Naar het oordeel van de rechtbank zegt de zinsnede van Stichting Vlees.nl ten aanzien van de huisvesting niets, maar dat is op zichzelf niet oneerlijk of misleidend. Daarbij komt dat de inleidende zin van deze alinea duidelijk maakt dat voor veehouders de productie van vlees het voornaamste doel is. Van de gemiddelde consument mag worden verwacht dat hij of zij de door Stichting Vlees.nl verstrekte informatie op waarde kan schatten, in de context van haar doelstellingen kan plaatsen en indien nodig zelf verder zoekt naar informatie over (het speelgoed in) de stallen en deze informatiebronnen met elkaar in verband brengt.

4.35.

Diergezondheid met als uitgangspunt het voorkomen van ziektes

“Het uitgangspunt in de Nederlandse veehouderij is dat dierziektes worden voorkomen. De veehouder kan dat bevorderen door dieren onder goede omstandigheden te houden en hygiënisch te werken. Goed eten en een veilige en schone omgeving dragen bij aan een gezond leven en aan het welzijn van het dier. Zo nodig zetten dierenartsen en veehouders medicijnen in om dieren te helpen herstellen.

Het garanderen van de voedselveiligheid is een ander speerpunt in de hele vleesketen. Dat begint bij de zorg voor de levende dieren, maar gaat door bij de verwerking. Veel dierziektes hebben geen enkel effect op de vleeskwaliteit. Wanneer dit wel het geval is, komt het vlees niet op de markt.”

(https://www.vlees.nl/themas/diergezondheid/)

4.36.

Het uitgangspunt in de Nederlandse veehouderij is een hoge productie en pas daarna is aandacht voor dierziektebestrijding. Veel ziektes zijn het gevolg van de focus op deze hoge productie, aldus Stichting Varkens in Nood c.s..

4.37.

Op zichzelf is juist dat veehouders dieren houden voor de productie, maar dat maakt de Stichting Vlees.nl naar het oordeel van de rechtbank elders op haar website voldoende duidelijk (zie in dat verband onder meer de eerste zin van de onder 4.32 weergegeven uiting). In die context bezien is de tekst niet misleidend of oneerlijk. De tekst is op de website geplaatst onder het thema diergezondheid. Binnen dat specifieke onderwerp geldt dat het uitgangspunt het voorkomen van ziektes is. Omschreven wordt op welke wijze dierziektes zoveel mogelijk kunnen worden voorkomen. Deze tekst is daarnaast neutraal geformuleerd. Gelet hierop is de tekst niet aan te merken als oneerlijke of misleidende handelspraktijk.

4.38.

Preventie

“Veehouders zijn scherp op het helpen voorkomen van dierziekten. Het is ook in hun belang om hun bedrijf te beschermen tegen de insleep van ziektekiemen. Daarom zijn de bedrijven vaak gesloten. Bezoekers moeten zich registreren, meestal verplicht douchen en speciale bedrijfskleding dragen.”

(https://www.vlees.nl/themas/diergezondheid/)

4.39.

Stichting Varkens in Nood c.s. stelt dat veel ziektes in de varkenshouderij juist het gevolg zijn van bewuste keuzes die worden gemaakt in het kader van een zo hoog mogelijke productie tegen zo laag mogelijke kosten. Verwezen wordt naar het misstandenrapport. Ten onrechte wordt gesteld dan wel gesuggereerd dat de varkens gezond zijn, aldus Stichting Varkens in Nood c.s..

Stichting Vlees.nl heeft hiertegen aangevoerd dat de klachten van Stichting Varkens in Nood c.s. niets te maken hebben met deze tekstuele uiting.

4.40.

In de tekst staat niet dat varkens gezond zijn en ook wordt niet de suggestie gewekt dat varkens gezond zijn. Stichting Vlees.nl licht in de tekst toe op welke wijze veehouders de insleep van ziektekiemen proberen te voorkomen. Naar het oordeel van de rechtbank is geen sprake van een oneerlijke of misleidende handelspraktijk. Ook indien de door Stichting Varkens in Nood c.s. op dit punt gestelde misstanden alle juist zijn, leidt dit niet tot een ander oordeel over de tekst. Anders dan Stichting Varkens in Nood c.s. lijkt te suggereren, volgt uit de tekst dat het hier (alleen) gaat over preventie (van besmettelijke ziekten) en niet over dierziekten in het algemeen. Los daarvan verwijst de rechtbank naar haar eerdere overwegingen ten aanzien van de gemiddelde consument, waarvan mag worden verwacht dat hij of zij de door Stichting Vlees.nl verstrekte informatie op waarde kan schatten, in de context van haar doelstellingen kan plaatsen en indien nodig zelf verder zoekt naar informatie over dierziekten. Een deel van deze informatie is ook op de website van Stichting Vlees.nl beschikbaar.

4.41.

Ingrepen bij dieren uit het ingrepenbesluit

“Voor de diergezondheid, de voedselveiligheid of het welzijn van dieren is het soms nodig om handelingen bij de dieren uit te voeren, zoals het vijlen van scherpe tandjes of het aanbrengen van identificatienummers.

Veehouders laten ingrepen bij dieren het liefst achterwege. Het eventueel onthoornen, couperen van staarten en bijvijlen van tanden wordt desondanks uitgevoerd, omdat het achterwege laten ernstiger gevolgen kan hebben dan het uitvoeren ervan. Risico’s voor mens en dier en het ongemak voor de dieren worden daarbij afgewogen. De Nederlandse veehouderij onderzoekt oplossingen in de bedrijfsvoering, in fokkerijprogramma’s en huisvestingssystemen. In de wet is vastgelegd welke ingrepen en handelingen mogen worden uitgevoerd.”

(https://www.vlees.nl/themas/dierenwelzijn/ingrepen/)

4.42.

Stichting Varkens in Nood c.s. stelt zich op het standpunt dat couperen, oormerken en castreren van varkens geen ingrepen zijn, gericht op het welzijn of de gezondheid van varkens. Couperen is niet nodig en wordt alleen gedaan omdat de leefomstandigheden dusdanig slecht zijn dat varkens anders uit frustratie aan elkaars staarten gaan bijten. Ook wordt ten onrechte gesuggereerd dat het achterwege laten van couperen en castreren risico’s voor mensen met zich zou kunnen brengen.

Stichting Vlees.nl heeft aangevoerd dat Stichting Varkens in Nood c.s. de tekst onjuist citeert. Daarnaast stelt zij ten onrechte dat staartbijten het gevolg is van slechte leefomstandigheden.

4.43.

Ook ten aanzien van deze uiting geldt dat deze in de juiste context moet worden geplaatst. Stichting Vlees.nl heeft onweersproken aangevoerd dat ten aanzien van de diverse ingrepen ook een nadere toelichting op haar eigen website staat. Hierin staat onder meer omschreven wat de redenen kunnen zijn voor het couperen van staarten. Dat couperen, oormerken en castreren ingrepen zijn die enkel gericht zijn op het welzijn of de gezondheid van varkens, staat niet in de tekst. Ook wordt niet gesuggereerd dat het achterwege laten van couperen en castreren risico’s meebrengt voor mensen. Er staat wel dat bij eventueel onthoornen, couperen van staarten en bijvijlen van tanden de risico’s voor mens en dier worden afgewogen. Dit is een neutrale opmerking. Het castreren is overigens een onderwerp dat niet wordt genoemd in deze tekst. Wel staat het elders op de website van Stichting Vlees.nl, met een toelichting (zie ook productie 17 bij de conclusie van antwoord). De gemiddelde consument wordt daarnaast in staat geacht deze informatie op waarde te schatten en zo nodig nadere informatie te verzamelen, waarna de informatie met elkaar in verband wordt gebracht. Gelet op het voorgaande is van een onjuiste of misleidende handelspraktijk geen sprake.

4.44.

Verdoving bij de slacht

“De vleesproductie is gekoppeld aan het slachten van dieren. Dit moet zo zorgvuldig en zo stressvrij mogelijk gebeuren en met respect voor het dier. Correct en zorgvuldig werken is nodig voor het dier, maar ook voor de kwaliteit van het vlees. Immers: een dier met weinig stress bij het slachten levert de beste vleeskwaliteit.”

(https://www.vlees.nl/themas/van-vee-naar-vlees/verdoven/)

4.45.

De meest gebruikte verdovingsmethode, CO2, gaat gepaard met extreme paniek, ademnood en pijn. Dit duurt ongeveer 20 tot 30 seconden, aldus Stichting Varkens in Nood c.s.. Stichting Vlees.nl betwist dat deze tekst misleidend is: Stichting Vlees.nl stelt niet dat slachten pijnloos is en benoemt de stress bij een CO2 verdoving verderop in de tekst (zie hierna onder 4.47.).

4.46.

De rechtbank is van oordeel dat het onderhavige citaat in de context van het gehele artikel (en de website) gelezen moet worden. Dat het verdoven met C02 stress oplevert, wordt door Stichting Vlees.nl in het verdere verloop van het artikel toegelicht. Stichting Vlees.nl vermeldt daar dat het contact met het CO2-mengsel een stressmoment geeft en dat het dier na 10 tot 20 seconden buiten bewustzijn is. De overige klachten van Stichting Varkens in Nood c.s. zijn door haar onderbouwd met het misstandenrapport en ook met videobeelden. Deze door Stichting Varkens in Nood c.s. gestelde misstanden maken echter (ook indien zij structureel voorkomen) niet, dat de tekst op zichzelf bezien een oneerlijke of misleidende handelspraktijk is. Stichting Vlees.nl stelt immers elders informatie op haar website ter beschikking over de slacht van de varkens, waarbij de gemiddelde consument bovendien wordt geacht in staat te zijn om deze informatie op waarde te schatten, de informatie in de context van haar doelstellingen kan plaatsen en zo nodig nadere informatie te zoeken.

4.47.

Verdoving met CO2

“In Nederland is onderzoek gedaan naar welzijnsaspecten bij anesthesie met een CO2 gasmengsel. Diverse concentraties CO2 in het gasmengsel en de effecten op het dier zijn vergeleken. Tijdens de verdoving is gekeken naar de verandering in hartslag gedurende het verdoven. De onderzoekers vonden geen noemenswaardige verschillen. Wel kunnen dieren tijdens de periode van verdoving last hebben van prikkelingen in de luchtwegen.”

(https://www.vlees.nl/themas/van-vee-naar-vlees/verdoven/)

4.48.

Stichting Varkens in Nood c.s. stelt onder verwijzing naar het misstandenrapport en de door haar als productie 28 overgelegde videobeelden dat CO2 verdoving een zeer ernstige aantasting van het dierenwelzijn met zich brengt. Daarnaast is het beschrijven van ‘prikkelingen in de luchtwegen’ een understatement. Ten onrechte wordt gesuggereerd dat varkens weinig tot niets merken van de CO2 verdoving, aldus Stichting Varkens in Nood c.s..

Stichting Vlees.nl stelt daartegenover dat de alinea allereerst moet worden gelezen in de context van het hele artikel (overgelegd als productie 26 bij de conclusie van antwoord).

Stichting Vlees.nl beschrijft de twee verdovingsmethoden die in Europa wettelijk zijn toegestaan (CO2 en elektrisch) en erkent dat aan beide methoden ook nadelen verbonden zijn.

4.49.

Anders dan Stichting Varkens in Nood c.s. stelt, volgt uit de tekst op zichzelf en ook uit de gehele context van het artikel niet, dat varkens weinig tot niets merken van de CO2 verdoving. Uit de door de Stichting Varkens in Nood c.s. overgelegde videobeelden blijkt dat varkens diverse reacties vertonen terwijl zij in de gondel staan en in aanraking komen met de CO2 verdoving. Over de uitleg van deze reacties verschillen partijen (deels) van mening. Beide partijen hebben evenwel ter zitting erkend dat voortdurend onderzoeken plaatsvinden naar de wijze van verdoven, waarbij een afweging plaatsvindt tussen het dierenwelzijn en de kwaliteit van het vlees. Stichting Vlees.nl geeft een ‘rooskleurige’ beschrijving. Van de gemiddelde consument mag echter worden verwacht dat hij of zij de door Stichting Vlees.nl verstrekte informatie op waarde kan schatten, die informatie in de context van haar doelstellingen kan plaatsen en indien nodig zelf verder zoekt naar informatie om vervolgens op basis hiervan een conclusie te trekken. Van een oneerlijke of misleidende handelspraktijk is geen sprake.

4.50.

Transport

“Varkens worden vakkundig vervoerd. Chauffeurs hebben een opleiding gevolgen om goed met de varkens om te gaan. Veewagens voldoen aan kwaliteitseisen. De vloer van de wagen is ruw en voorzien van strooisel. De wagens hebben regelbare ventilatieopeningen die zorgen voor de optimale temperatuur in de wagen van 16 graden Celsius. De temperatuur wordt geregistreerd om controle mogelijk te maken. Reistijden worden zo veel mogelijk beperkt. Als varkens zijn afgeleverd reinigt de chauffeur de wagens. De NVWA houdt toezicht en controleert of vee transporteurs zich aan alle regels houden.”

(https://www.vlees.nl/vlees/varkensvlees/bij-de-boer/)

4.51.

In deze tekst wordt gesuggereerd dat opleidingen en kwaliteitseisen voorkomen dat er problemen zijn met het dierenwelzijn. Dat is niet zo: Van de 78 controles in de zomer van 2016 is bij 23 controles een overtreding geconstateerd. Daarnaast is het onjuist dat de temperatuur in veewagens altijd 16 graden is en dat de reistijd zoveel mogelijk wordt beperkt, aldus Stichting Varkens in Nood c.s..

Stichting Vlees.nl heeft de tekst naar aanleiding van de dagvaarding aangepast en daarnaast aangevoerd dat het doel van de geldende regelgeving is om dieren te beschermen, maar dat dit niet betekent dat er nooit overtredingen zijn. De aangepaste tekst luidt als volgt:

“Varkens worden vakkundig vervoerd. Chauffeurs hebben een opleiding gevolgend om goed met de varkens om te gaan. Veewagens moeten voldoen aan kwaliteitseisen. De vloer van de wagen is dient ruw te zijn en voorzien van strooisel. De wagens hebben regelbare ventilatieopeningen die zorgen voor de optimale temperatuur in de wagen van 16 graden Celsius. De temperatuur wordt geregistreerd om controle mogelijk te maken. Reistijden worden volgens de regels zo veel mogelijk beperkt. Als varkens zijn afgeleverd reinigt de chauffeur de wagens. De NVWA houdt toezicht en controleert of vee transporteurs zich aan alle regels houden.”

4.52.

Stichting Vlees.nl heeft onweersproken gesteld dat voormelde tekst een weergave is van de regels waaraan de varkenssector voor het transport van de dieren gehouden is (verordening (EG) nr. 1/2005 van de Raad inzake de bescherming van dieren tijdens het vervoer en daarmee samenhangende activiteiten en tot wijziging van de Richtlijnen 64/432/EEG en 93/119/EG en van Verordening (EG) nr. 1255/97). De tekst is door Stichting Vlees.nl zodanig aangepast dat deze algemeen geformuleerd is. De rechtbank volgt Stichting Vlees.nl in haar verweer dat de aangepaste tekst niet de suggestie wekt dat nooit overtredingen plaatsvinden. De tekst op zichzelf kwalificeert niet als misleidende of oneerlijke handelspraktijk.

4.53.

Tegenstrijdigheden

“Dierenwelzijn is complexe materie. Als het gaat om extreme situaties is het makkelijk te oordelen en maatregelen te nemen. Meestal gaat het echter om aspecten waarvan soms niet zo eenvoudig is vast te stellen hoe ze uitwerken. Scharreldieren moeten buiten kunnen lopen. De kans dat ze er parasieten en/of ziektes oplopen is voor deze dieren echter groter en is dus een dilemma waar verstandige afwegingen in gemaakt moeten worden.”

(https://www.vlees.nl/themas/dierenwelzijn/dierenwelzijn/)

4.54.

Stichting Varkens in Nood c.s. stelt zich op het standpunt dat de gemiddelde consument op het verkeerde been wordt gebracht doordat Stichting Vlees.nl suggereert dat varkens voor hun eigen veiligheid en gezondheid binnen worden gehouden. Dat is niet juist. Buitenhuisvesting zorgt ervoor dat veel welzijnsproblemen van dieren verdwijnen. De aandoeningen die varkens buiten kunnen oplopen zijn vooral voor de varkenshouder vervelend, aldus Stichting Varkens in Nood c.s..

Stichting Vlees.nl betwist dat de tekst kwalificeert als oneerlijke handelspraktijk: zij schetst enkel een aantal dilemma’s waar veehouders mee te maken hebben.

4.55.

Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit de tekst op zichzelf niet dat varkens voor hun eigen veiligheid en gezondheid binnen worden gehouden. Ook het vervolg van het artikel (de webpagina), geciteerd door Stichting Vlees.nl, benoemt enkel de verschillende afwegingen die veehouders moeten maken, ook bijvoorbeeld ten aanzien van de samenstelling van de groepen dieren. Er wordt geen standpunt ingenomen door Stichting Vlees.nl. Van een oneerlijke handelspraktijk is dan ook geen sprake.

4.56.

Natuurlijk gedrag

“Veehouders houden dieren voor de productie van vlees. Voor een goede groei is rust, regelmaat, goede voeding en een prettig klimaat een eerste vereiste. De huisvesting in Nederlandse veehouderijbedrijven is op deze dierbehoeften aangepast. Daarnaast moet worden voorkomen dat dieren zich vervelen en stereotiep gedrag gaan vertonen. Ook verveling kan leiden tot stress zodat dieren gaan bijten. Om dit te voorkomen beschikken stallen tegenwoordig over ‘speelgoed’ voor de dieren. Voetballen, kettingen, likblokken of borstels kunnen bijdragen aan afleiding en een afname van vervelingsstress. Het is niet makkelijk om te bepalen welke materialen het meest geschikt zijn. Het ‘speelgoed’ moet aan nogal wat eisen voldoen. De materialen mogen bijvoorbeeld niet breken, moeten voldoen aan hygiëne-eisen en mogen andere dieren niet hinderen of verwondingen kunnen veroorzaken.”

(https://www.vlees.nl/themas/dierenwelzijn/dierenwelzijn/)

4.57.

De stellingen en weren van partijen op dit punt zijn al besproken onder 4.34. De rechtbank verwijst naar deze overweging en stelt vast dat van een oneerlijke handelspraktijk geen sprake is.

4.58. ‘

Welzijn niet beter bij diervriendelijk gehouden varkens’

“Biologische of scharrelvarkens hebben niet per definitie een beter welzijn en een betere gezondheid dan varkens in de ‘gangbare, reguliere’ systemen. Dat bleek uit onderzoek bij een Deense slachterij onder ruim 200.000 ‘biologische en scharrelvarkens’ en bijna 1,2 miljoen ‘gangbare’ dieren.”

(https://www.vlees.nl/nieuws/welzijn-beter-diervriendelijk-gehouden-varkens/)

4.59.

Volgens Varkens in Nood c.s. stelt dan wel suggereert Stichting Vlees.nl hier ten onrechte dat het voor het dierenwelzijn niet zoveel uitmaakt of varkens biologisch worden gehouden of hebben kunnen scharrelen. De gemiddelde consument wordt hierdoor beïnvloed en zal dus varkensvlees uit de reguliere varkenshouderij (blijven) kopen, aldus Stichting Varkens in Nood c.s. .

Het onderzoek bij de Deense slachterij, waarnaar de tekst verwijst, telt enkel de aan de slachtlijn zichtbare aandoeningen maar dit zegt niets over de leefomstandigheden van de varkens. Om die reden klopt de stelling niet, aldus nog steeds Stichting Varkens in Nood c.s.

Stichting Vlees.nl heeft hierop aangevoerd dat zij het eens is met deze conclusie. Hoewel zij zegt slechts de boodschapper te zijn van het artikel over het onderzoek (hetgeen volgens Stichting Vlees.nl blijkt uit de aanhalingstekens bij de kop en de bronvermelding onderaan het artikel), heeft Stichting Vlees.nl besloten het nieuwbericht te verwijderen. De rechtbank zal deze uiting gelet hierop ook niet verder beoordelen. Gesteld noch gebleken is dat Stichting Varkens in Nood c.s. hier immers nog belang bij heeft.

4.60.

Internationaal

“De Nederlandse veehouderij loopt wereldwijd voorop in dierenwelzijn. Vanuit andere landen wordt vaak met bewondering gekeken naar de resultaten in de Nederlandse veehouderij. Groei- en productiecijfers staan op een hoog niveau: een aanwijzing voor de goede verzorging van de dieren. Immers, als dieren het goed hebben, groeien zij ook goed. Dankzij deze resultaten kunnen Nederlandse veehouders concurreren met landen waar welzijnsaspecten minder aandacht krijgen. Voorkomen moet worden dat kostprijsverhogingen de Nederlandse positie ondermijnt en dat de productie verschuift naar andere landen en het dierenwelzijn kind wordt van de rekening.”

(https://www.vlees.nl/themas/dierenwelzijn/dierenwelzijn/)

4.61.

Stichting Varkens in Nood c.s. betwist dat Nederland een koploper is. Ook indien dit wel zo is, betekent dit niet dat sprake is van goede verzorging. Ter onderbouwing van haar stellingen verwijst Stichting Varkens in Nood c.s. naar het rapport ‘Nederland koploper varkenswelzijn in Europa?’ van Stichting Varkens in Nood (productie 16 bij dagvaarding).

Stichting Vlees.nl voert allereerst aan dat Stichting Varkens in Nood c.s. verwijst naar een eigen rapport (althans van Stichting Varkens in Nood) zodat er geen waarde aan kan worden gehecht. Daarnaast ontbreekt Appendix 1 bij het door Stichting Varkens in Nood c.s. overgelegde rapport. Hieruit blijkt dat de Nederlandse politiek het erover eens is dat Nederland een koploper is op het gebied van dierenwelzijn. Tot slot legt Stichting Vlees.nl diverse producties over, waaruit volgt dat Nederland voorop loopt op het gebied van dierenwelzijn.

4.62.

Evenals het misstandenrapport, betreft het rapport waar Stichting Varkens in Nood c.s. naar verwijst een rapport van Stichting Varkens in Nood. Zoals reeds overwogen liggen partijen wat hun overtuigingen betreft ver uit elkaar en dienen zij beide een ander doel. In deze context dient het ‘koploper-rapport’ ook te worden gelezen. Daarnaast geldt dat van de gemiddelde consument mag worden verwacht dat hij of zij de door Stichting Vlees.nl verstrekte informatie op waarde kan schatten en indien nodig zelf verder zoekt naar informatie op dit punt. Stichting Vlees.nl haalt in de conclusie van antwoord diverse publicaties aan ter onderbouwing van de uiting onder 4.60. Bovendien heeft Stichting Vlees.nl onweersproken gesteld dat in de Appendix bij het ‘koploper-rapport’ diverse citaten van politici zijn aangehaald, waarin Nederland ook een ‘koploper’ wordt genoemd op het gebied van dierenwelzijn. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de tekst op zichzelf geen oneerlijke of misleidende handelspraktijk betreft.

4.63.

Welzijn

“Nederlandse varkenshouders besteden veel aandacht aan het dierenwelzijn en horen tot de absolute koplopers in de wereld. Eén aandachtspunt is de ruimte voor het dier. In Nederland gelden regels voor de ruimte die biggen, vleesvarkens en zeugen moeten hebben. Ook voor verlichting van de stallen en de aanwezigheid van afleidingsmateriaal (speelgoed) zijn er regels. Nederlandse varkens hebben gemiddeld 30 tot 40 % meer leefruimte. De varkens blijven vaak in hun groep. In Nederland leven zeugen in groepshuisvesting.”

(https://www.vlees.nl/vlees/varkensvlees/bij-de-boer/)

4.64.

Stichting Varkens in Nood c.s. stelt dat Stichting Vlees.nl in deze tekst ten onrechte de suggestie wekt dat het uniek is dat zeugen in Nederland in groepshuisvesting leven. Bovendien staan zeugen een kwart van hun leven, rond de bevalling en tijdens het insemineren, alsnog in individuele kooien.

Stichting Vlees.nl betwist dat sprake is van een oneerlijke handelspraktijk. Ook stelt zij niet dat Nederland uniek is ten aanzien van de groepshuisvesting.

4.65.

Zoals Stichting Vlees.nl terecht aanvoert staat in de tekst niet dat Nederland uniek is door zeugen te plaatsen in groepshuisvesting. Bovendien vermeldt Stichting Vlees.nl op de website ook dat zeugen bij de geboorte van biggen individueel afgescheiden staan in een hok, waarbij de biggetjes een eigen hoek hebben. Van de gemiddelde consument mag ook worden verwacht dat hij of zij de door Stichting Vlees.nl verstrekte informatie op waarde kan schatten als informatie afkomstig van de vleesproductiesector en indien nodig zelf verder zoekt naar informatie op dit punt. De tekst is dan ook niet oneerlijk of misleidend.

4.66.

Inzichten

“In Nederland wordt al tientallen jaren veel geïnvesteerd in onderzoeken om houderijen verder te verbeteren. Het duurt meestal lang voor de resultaten en de effecten van veranderingen duidelijk zijn. Het Nederlandse onderzoek wordt uitgevoerd door de Animal Sciences Group van Wageningen Universiteit. In de loop der jaren zijn diverse houderijsystemen ontwikkeld, waarbij elk ‘concept’ zich meer of minder op bepaalde aspecten richt. De Wageningen Universiteit is gestart met het ontwikkelen van een dierenwelzijnmonitor voor kalveren waarmee objectief het welzijn van dieren kan worden gemeten. Nederland loopt wereldwijd voorop op het gebied van onderzoek naar dierenwelzijn en het nemen van welzijnsmaatregelen in de praktijk.”

(https://www.vlees.nl/themas/dierenwelzijn/dierenwelzijn/)

4.67.

De stellingen en weren van partijen zijn op dit punt al besproken onder 4.62. De rechtbank verwijst naar deze overweging en stelt vast dat van een oneerlijke handelspraktijk geen sprake is.

4.68.

Duurzaam

“De Nederlandse varkensvleessector werkt duurzaam. Het produceren van varkensvlees legt immers druk op de natuurlijke grondstoffen, op het milieu. De bedrijfstak streeft naar een internationale koploperspositie in het duurzaam, maatschappelijk verantwoord produceren van varkensvlees, met een goede balans tussen dierenwelzijn en het milieu. De NL varkensvleesketen wil de wereld helpen voeden door het leveren van hoogwaardige voedingsmiddelen op een manier die het milieu zo min mogelijk belast.”

(https://www.vlees.nl/vlees/varkensvlees/bij-de-slacht/)

4.69.

Stichting Varkens in Nood c.s. stelt zich op het standpunt dat ten onrechte wordt gezegd dat de productie van varkensvlees duurzaam is. Een groot deel van de voeding van varkens bestaat uit soja, die voor het overgrote deel niet duurzaam is. Dit wordt niet gemeld, aldus Stichting Varkens in Nood c.s..

Stichting Vlees.nl heeft de lezing van de tekst door Stichting Varkens in Nood c.s. betwist.

4.70.

Hoewel in de tekst staat dat de Nederlandse varkenssector duurzaam werkt, is hiermee niet gezegd dat de productie van varkensvlees duurzaam ís. Dit blijkt ook uit het vervolg van de hiervoor geciteerde alinea: men is zich bewust van de druk op natuurlijke grondstoffen en het milieu. Voorts heeft Stichting Vlees.nl onweersproken gesteld dat zij een gehele subpagina heeft gewijd aan het gebruik van soja voor varkensvoer: “Soja gebruik bij vleesproductie”. Van de gemiddelde consument mag bovendien worden verwacht dat hij of zij de door Stichting Vlees.nl verstrekte informatie op waarde kan schatten, zich realiseert dat de website het imago van de vleesproducenten wil verbeteren, en indien nodig zelf verder zoekt naar informatie en deze informatie vervolgens met elkaar in verband brengt. Gelet op het voorgaande is van een oneerlijke of misleidende handelspraktijk geen sprake.

4.71.

Veelomvattend

“Duurzaamheid gaat onder meer over dierenwelzijn, diergezondheid, voedselveiligheid, milieu, natuur, energie, arbeidsomstandigheden, hergebruik van restproducten en afval, het tegengaan van waterverspilling, de toepassing van hernieuwbare (= duurzame) energie en hergebruik van grondstoffen. Het gaat om respect en verantwoordelijkheid voor dier, mens en omgeving en om ‘zuinig zijn op onze planeet’, voorkomen dat natuurlijke hulpbronnen uitgeput raken en het klimaat ontregeld raakt.”

(https://www.vlees.nl/themas/duurzaam-vee-vlees/)

4.72.

Stichting Varkens in Nood c.s. stelt dat het eerlijk zou zijn als Stichting Vlees.nl zegt: “Vlees eten is niet duurzaam. Als we zuinig willen zijn op onze planeet kunnen we beter stoppen met het eten van vlees of onze vleesconsumptie drastisch verminderen.” Het tegengaan van waterverspilling wordt genoemd, terwijl voor het produceren van dierlijke producten wel 30 tot 40 keer meer water wordt gebruikt dan het geval is bij plantaardige producten, aldus Stichting Varkens in Nood c.s..

Stichting Vlees.nl betwist dat zij beweert dat het beter is voor de planeet om vlees te produceren en te eten. De tekst is slechts een algemene omschrijving van wat onder duurzaamheid kan worden verstaan. Over het watergebruik bij vleesproductie staat daarnaast een apart artikel op de website van Stichting Vlees.nl. Bovendien heeft ook de Reclame Code Commissie deze tekst geduid als een algemene omschrijving, aldus Stichting Vlees.nl.

4.73.

De rechtbank is van oordeel dat het in dit geval gaat om een algemene omschrijving van het onderwerp duurzaamheid, waarbij Stichting Vlees.nl noemt wat hieronder kan worden verstaan en welke thema’s hierbij een rol spelen. Van de gemiddelde consument mag worden verwacht dat hij of zij de door Stichting Vlees.nl verstrekte informatie op waarde kan schatten, zich realiseert dat de website het imago van de vleesproducenten wil verbeteren en indien nodig zelf verder zoekt naar informatie. Stichting Vlees.nl betrekt niet de stelling dat het eten van vlees duurzaam is en suggereert dit ook niet. Bovendien heeft Stichting Vlees.nl onweersproken aangevoerd dat het watergebruik elders op de website nader wordt toegelicht. Van een oneerlijke of misleidende handelspraktijk is dan ook geen sprake.

4.74.

Welzijn en milieu

“Een terugkerend spanningsveld ontstaat als aanpassingen omwille van het dierenwelzijn een nadelig effect hebben op het milieu. In Nederland is veel aandacht besteed aan het terugdringen van de ammoniakuitstoot uit de stallen. Gesloten stallen geven de beste resultaten doordat de lucht wordt gefilterd. Als dieren meer naar buiten kunnen, neemt de uitstoot van ammoniak toe. Ook de verplichting om stallen te voorzien van dichte vloeren in plaats van roostervloeren heeft een negatieve invloed op de ammoniakuitstoot en het milieu. In de Nederlandse veehouderij wordt al jarenlang onderzoek gedaan om voor dit spanningsveld een oplossing te vinden.”

(https://www.vlees.nl/themas/dierenwelzijn/dierenwelzijn/)

4.75.

Stichting Varkens in Nood c.s. stelt dat het mengen van alle mest en urine in één grote put leidt tot vorming van ammoniak, wat één van de hoofdredenen is van luchtwegaandoeningen bij varkens. De veel gebruikte luchtwassers verminderen de uitstoot van ammoniak in de omgeving, maar doen niets aan het klimaat in de stal. Aan Wageningen Research Centre is gevraagd hoe de ammoniakemissie omlaag kan worden gebracht: “Drijfmest, de mix van vaste mest en urine, is de belangrijkste bron van ammoniak. (…) Bovendien helpt het als vee in de wei staat (weidegang), want mest in de wei zorgt voor veel minder ammoniak dan mest die op stal wordt uitgescheiden.” Het is dus niet zo dat gesloten stallen de beste resultaten geven en dat de uitstoot toeneemt als dieren meer naar buiten kunnen, aldus Stichting Varkens in Nood c.s..

Stichting Vlees.nl voert aan dat de klacht feitelijke grondslag mist, omdat de tekst niet gaat over het klimaat in de stal, maar over de uitstoot van ammoniak en de belasting daarvan voor het milieu. Stichting Vlees.nl noemt het spanningsveld tussen dierenwelzijn en milieu. Zij verwijst ook naar een onderzoeksrapport uit 2005 met de titel “Herziening van de milieukeureisen voor varkens” en naar een interview in het NRC van 12 december 2014: “Blije varkens hebben een prijs”, waarin staat dat een varken dat buiten loopt een hogere ammoniakemissie veroorzaakt.

4.76.

De tekst ziet op de uitstoot van ammoniak uit de stallen en het effect daarvan op het milieu. In deze tekst staat ook dat al jarenlang onderzoek plaatsvindt op dit gebied (dierenwelzijn en milieu). In dat verband verbaast het dan ook niet dat beide partijen in onderzoeken / geschreven media steun voor hun standpunten ten aanzien van weidegang en ammoniakuitstoot hebben gevonden. Wat de juiste conclusie op dit punt is, doet voor de beoordeling van de tekst niet ter zake. Vraag is of sprake is van een oneerlijke of misleidende handelspraktijk en dat is naar het oordeel van de rechtbank niet het geval. Zoals gezegd wordt het bestaande spanningsveld gesignaleerd; de gemiddelde consument moet in staat worden geacht deze informatie op waarde te schatten en zo nodig nadere informatie te zoeken, waarna deze informatie met elkaar in verband wordt gebracht.

4.77.

Alles over diervoer bij de productie van vlees (sic)

“Voer voor dieren moet in principe aan dezelfde eisen voldoen als het voedsel voor mensen: voedzaam, smakelijk en veilig. Een uitgebalanceerd dieet is (ook) bij dieren van belang. Het streven is immers optimale productie van goed, lekker en veilig vlees. Eisen aan diervoeders zijn vaak zelfs nog strenger dan die aan de humane voeding.”

(https://www.vlees.nl/themas/diervoer/)

4.78.

Varkens in Nood c.s. maakt met name bezwaar tegen de laatste zin in het citaat. Dat de eisen aan diervoeders vaak nog strenger zijn dan die aan humane voeding, is onjuist. In diervoer zit bijvoorbeeld vaak antibiotica, wat in voeding voor humane consumptie zeker niet het geval zal zijn, aldus Stichting Varkens in Nood c.s..

Stichting Vlees.nl heeft aangevoerd dat alleen al vanuit EU-wetgeving voor diervoeders diverse Verordeningen van kracht zijn en Aanbevelingen gelden, zodat de uiting dat diervoeders aan strenge eisen moeten volgens haar gerechtvaardigd is. Antibioticagebruik mag alleen op voorschrift van een dierenarts en staat onder toezicht. Dieren kunnen onder strenge voorwaarden en na toestemming van een dierenarts medicijnen toegediend krijgen via het voer. Daarnaast is toegestaan dat zeer beperkte sporen uit het gemedicineerde voer in het reguliere voer zitten, omdat dit vrijwel niet te vermijden is, gelet op dezelfde productiefaciliteiten die worden gebruikt. Voor deze zogeheten ‘versleping’ gelden Europese normen. Niet juist is de stelling van Stichting Varkens in Nood c.s. dat humane voeding geen antibiotica mag bevatten: ook hiervoor gelden wettelijke limieten. Er mogen dus wel degelijk sporen van antibiotica in zitten, aldus Stichting Vlees.nl.

4.79.

Stichting Varkens in Nood c.s. heeft niet weersproken dat diervoeders aan diverse eisen dienen te voldoen vanuit EU-wetgeving. Naar het oordeel van de rechtbank betreft de laatste zin van de tekst een typische overdreven uitspraak uit een gangbare reclamepraktijk die niet letterlijk dient te worden genomen en die, gelet op artikel 6:193b lid 4 BW, de uiting op zichzelf niet oneerlijk maken. Gelet hierop is de tekst niet aan te merken als oneerlijke of misleidende handelspraktijk.

4.80.

Voer

“Goed voer is essentieel voor gezonde dieren. In elke levensfase krijgt een varken voer, dat vakkundig is afgestemd op de behoefte. Verder hebben de varkens vrij toegang tot water.

Varkens eten in principe alles. De meeste varkens krijgen voer in de vorm van droge, geperste korrels. Sommige varkens krijgen brijvoer. Daarin worden vochtige bijproducten uit de voedingsmiddelenindustrie verwerkt, zoals tarwezetmeel, aardappelstoomschillen, wei uit de zuivelindustrie en bierborstel van bierbrouwerijen. De varkenshouder mengt deze met voermixen met vitamines en mineralen.

Voor het verwerken van diergeneesmiddelen in voer is een erkenning nodig en een bewijs van een dierenarts. Antibiotische middelen in varkensvoer zijn verboden.

Veel voerproducenten hebben een erkenning voor Good Manufacturing Practice International. Dit is een waarborg voor een goede basiskwaliteit, is gebaseerd op ISO-9001 en voldoet aan de eisen van het HACCP-kwaliteitssysteem.”

(https://www.vlees.nl/vlees/varkensvlees /bij-de-boer/)

4.81.

Het is verboden om antibiotica als groeibevorderaar toe te voegen aan voer, maar op advies van de dierenarts mag het nog steeds door het voer gemengd worden. Ook ander voer bevat hierdoor vaak medicijnen, terwijl het er eigenlijk vrij van moet zijn. De uiting ‘antibiotische middelen in varkensvoer zijn verboden’ is dan ook onjuist, aldus Stichting Varkens in Nood c.s..

Stichting Vlees.nl heeft onder verwijzing naar artikel 7.1. van het Besluit diergeneesmiddelen aangevoerd dat antibiotische middelen in varkensvoer wel degelijk verboden zijn. De uiting vindt dus volledig steun in de feiten, aldus Stichting Vlees.nl.

4.82.

In het artikel waar Stichting Vlees.nl naar verwijst staat dat het verboden is ‘een handeling te verrichten die ertoe strekt een diervoerder met medicinale werking te bereiden, te bewerken, te verwerken, te verpakken, te etiketteren, in of buiten Nederland te brengen, aan te bieden of af te leveren’. De uiting is op zichzelf dus juist. Wel is het in sommige gevallen toegestaan om diergeneesmiddelen in diervoeder te verwerken, zoals onweersproken door Stichting Vlees.nl is aangevoerd (zie 4.78). Ook heeft Stichting Vlees.nl onweersproken aangevoerd dat uit de overige tekst op haar website blijkt dat dit (verwerking diergeneesmiddelen in diervoeder) uitsluitend onder voorwaarden mag gebeuren. Van de gemiddelde consument mag worden verwacht dat hij of zij de door Stichting Vlees.nl verstrekte informatie op waarde kan schatten en indien nodig zelf verder zoekt naar informatie, waarna de informatiebronnen worden samengebracht. Conclusie is dat van een oneerlijke of misleidende handelspraktijk geen sprake is.

4.83.

Gezondheid

“Bezoekers van varkensbedrijven moeten douchen en krijgen speciale kleding. Ook gelden eisen voor het reinigen en ontsmetten (R&O), zoals van de lege stallen voordat er nieuwe biggen / varkens komen. De bedrijven worden vier keer per jaar gecontroleerd door de Gezondheidsdienst voor Dieren (GD).”

(https://www.vlees.nl/vlees/varkensvlees/bij-de-boer/)

4.84.

Stichting Varkens in Nood c.s. stelt dat door deze tekst bij de gemiddelde consument ten onrechte het idee ontstaat dat strikt wordt toegezien op naleving van de wet- en regelgeving door het uitvoeren van fysieke controles op het bedrijf door een onafhankelijk laboratorium. De suggestie wordt gewekt dat medewerkers van de GD viermaal per jaar ieder varkensbedrijf bezoeken. Dat is niet zo. Wel is het verplicht om drie keer per jaar een aantal bloedmonsters op te sturen voor onderzoek.

Stichting Vlees.nl heeft hierop aangevoerd dat de tekst op dit punt is verouderd en inmiddels aangepast. Er staat nu: “De bedrijven worden periodiek gecontroleerd door de Gezondheidsdienst voor dieren (GD)”. Van een oneerlijke handelspraktijk is geen sprake, aldus Stichting Vlees.nl.

4.85.

Stichting Varkens in Nood c.s. heeft naar aanleiding van de aanpassing van de zin door Stichting Vlees.nl geen nadere concrete feiten en omstandigheden gesteld ter onderbouwing van haar stelling dat de tekst kwalificeert als oneerlijke of misleidende handelspraktijk. De stelling van Stichting Varkens in Nood c.s. wordt op dit punt dan ook verworpen.

4.86.

Humaan

“Er zijn veel soorten antibiotica, die in de regel specifiek zijn voor hetzij de dierhouderij, hetzij de humane gezondheidszorg. Middelen die voor beide van belang zijn (derde en vierde generatie middelen), heeft de veehouderij volledig uitgebannen om een mogelijke impact op de volksgezondheid te voorkomen. Risico’s van resistentievorming voor de volksgezondheid komen met name nog door het gebruik van antibiotica in de (eigen) humane geneeskunde.”

(https://www.vlees.nl/themas/vlees-gezondheid/antibiotica)

4.87.

Stichting Varkens in Nood c.s. stelt dat de laatste zin uit voormelde tekst onjuist is. De multiresistente ESBL producerende bacterie is sterk in opkomst, mede door de inzet van breed werkende -lactam antibiotica in de veehouderij. Van alle met MRSA besmette ziekenhuispatiënten is 59 % besmet met vee-gerelateerde MRSA. De meerderheid van deze patiënten is waarschijnlijk besmet door direct contact met varkens. Daarnaast is 34 % van de bij varkens geïsoleerde E-colibacteriën multiresistent voor drie of meer verschillende soorten antibiotica, aldus Stichting Varkens in Nood c.s..

Stichting Vlees.nl voert aan dat het gebruik van antibiotica is gebonden aan strenge regels (zie hiervoor, onder andere onder 4.78.). Zoals in de tekst staat worden voor varkens geen middelen gebruikt die ook bij mensen kunnen worden gebruikt, om de risico’s van resistentievorming te beperken. Dat de ESBL-bacterie in opkomst is blijkt nergens uit. Stichting Vlees.nl betwist dit, evenals de stellingen ten aanzien van de MRSA-bacterie en de E.coli bacterie. Dit betreft twee andere discussies, namelijk de overdracht van ziektes van vee aan mensen en (naar Stichting Vlees.nl begrijpt) de resistentie van specifieke bacteriën in varkens voor bepaalde soorten antibiotica.

4.88.

De onder 4.86. geciteerde tekst is naar het oordeel van de rechtbank niet aan te merken als een oneerlijke of misleidende handelspraktijk. Stichting Varkens in Nood c.s. stelt weliswaar dat de laatste zin onjuist is, maar laat na haar stelling ten aanzien van de multiresistente ESBL producerende bacterie nader te onderbouwen. Ook indien dit juist is, dan nog is de tekst van Stichting Vlees.nl niet onjuist of misleidend. Er staat immers dat de risico’s van resistentievorming met name door het gebruik van antibiotica in de humane geneeskunde komen. Dit sluit andere oorzaken niet uit. De gemiddelde consument moet in staat worden geacht om deze informatie op waarde te schatten en zo nodig nadere informatie te zoeken en dit met elkaar in verband te brengen.

4.89.

Maatregelen tegen Salmonella (sic)

“Salmonella wordt in de hele voedingsmiddelenketen beheerst met kwaliteitssystemen, monitoring en controles.”

(https://www.vlees.nl/themas/vlees-gezondheid/salmonella/)

4.90.

Weliswaar wordt geprobeerd salmonella te beheersen, maar dit lukt matig. In Europa is 0,7 % van het varkensvlees besmet met salmonella; in Nederland 4 %. Varkensvlees is vaak de oorzaak geweest van uitbraken van salmonella, aldus Stichting Varkens in Nood c.s..

Stichting Vlees.nl voert aan dat voor de hiervoor genoemde percentages geldt dat de kwalificatie ‘beheersing’ gebruikt kan worden. Uit recente gegevens van het RIVM blijkt bovendien dat in 2016 slechts 0,4 % van het varkensvlees besmet is met salmonella.

4.91.

Stichting Varkens in Nood c.s. erkent dat sprake is van beheersing van salmonella, zij het dat zij de resultaten hiervan onvoldoende vindt. Dit brengt naar het oordeel van de rechtbank niet mee dat de uiting onjuist is. Van een oneerlijke of misleidende handelspraktijk is dan ook geen sprake.

conclusie ten aanzien van de primaire vordering

4.92.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen zal de primaire vordering onder 1, 2 en 3 worden afgewezen. De uitingen op de website van Stichting Vlees.nl kwalificeren niet als oneerlijke of misleidende handelspraktijk. Ten aanzien van de vordering onder 3 geldt bovendien dat deze naar het oordeel van de rechtbank te onbepaald is. De verplichting om zich te onthouden van oneerlijke en misleidende handelspraktijken volgt ook reeds uit de wet.

subsidiaire vordering

4.93.

Stichting Varkens in Nood c.s. heeft subsidiair aan haar vordering ten grondslag gelegd dat Stichting Vlees.nl onrechtmatig jegens haar althans de varkens heeft gehandeld. Stichting Varkens in Nood c.s. heeft echter nagelaten om deze vordering nader te onderbouwen, anders dan dat misleidende teksten op de website van Vlees.nl er toe leiden dat varkensvlees verkocht blijft worden (zie 3.2.). Hiervoor is al vastgesteld dat van misleiding geen sprake is. Dat Stichting Vlees met de publicatie van de teksten anderszins in strijd met de maatschappelijke onzorgvuldigheid heeft gehandeld heeft Stichting Varkens in Nood c.s. niet, althans onvoldoende toegelicht. Dit leidt ertoe dat de rechtbank de vordering onder 5 en 6 zal afwijzen.

primaire en subsidiaire vordering onder 7 en 8

4.94.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen zal de rechtbank deze vorderingen eveneens afwijzen.

proceskosten

4.95.

Stichting Varkens in Nood c.s. zal als de overwegend in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Stichting Vlees.nl worden begroot op:

- griffierecht € 626,-

- salaris advocaat € 1.086,- (2,0 punten × tarief II)

Totaal € 1.712,-

4.96.

Voor veroordeling in de gevorderde nakosten bestaat geen grond, nu de kostenveroordeling ook voor deze nakosten een executoriale titel oplevert (vgl. HR 19 maart 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL1116, NJ 2011/237).

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

wijst de vorderingen af;

5.2.

veroordeelt Stichting Varkens in Nood c.s. hoofdelijk, in die zin dat wanneer de één betaalt, de ander tot de hoogte van die betaling zal zijn bevrijd, in de proceskosten, aan de zijde van Stichting Vlees.nl tot op heden begroot op € 1.712;

5.3.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. I.A.M. Kroft en in het openbaar uitgesproken op 30 januari 2019.1

1 type: 1964