Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2019:5810

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
18-04-2019
Datum publicatie
29-07-2019
Zaaknummer
C/09/571487 / FA RK 19-2651
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Internationale kinderontvoering - benoeming bijzondere curator.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Den HAAG

Enkelvoudige Kamer

Rekestnummer: FA RK 19-2651

Zaaknummer: C/09/571487

Datum beschikking: 18 april 2019

Internationale kinderontvoering - benoeming bijzondere curator

Beschikking in het kader van het op 4 april 2019 ingekomen verzoek van:

[Y]

de vader,

wonende te [woonplaats] Luxemburg,

advocaat: mr. M.T. Wernsen te ‘s-Gravenhage.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[X]

de moeder,

verblijvende op een voor de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. J.A.M. Schoenmakers te Breda.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

  • -

    het verzoekschrift van de zijde van de vader;

  • -

    het faxbericht van 4 april 2019 van de zijde van de vader;

  • -

    het faxbericht van 12 april 2019 van de zijde van de moeder.

Op 16 april 2019 is de zaak ter zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vader en de moeder bijgestaan door hun advocaten en mevrouw K. Hompert namens de Raad voor de Kinderbescherming. Het betrof hier een regiezitting met het oog op crossborder mediation in internationale kinderontvoeringszaken met als behandelend rechter, tevens kinderrechter, mr. I. Zetstra. De behandeling ter zitting is aangehouden.

Op de regiezitting is aan de ouders de gelegenheid geboden om een crossborder mediation traject te volgen, gefaciliteerd door het Mediation Bureau van het Centrum Internationale Kinderontvoering, teneinde tot een minnelijke regeling te komen. De ouders hebben daar om hen moverende redenen geen gebruik van gemaakt.

Feiten

  • -

    De vader en de moeder zijn gehuwd op [huwelijksdatum] 2001.

  • -

    Zij zijn de ouders van de nog minderjarige [minderjarige] geboren op [geboortedatum] 2004 te [geboorteplaats] .

  • -

    De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over [minderjarige] uit.

  • -

    De vader, de moeder en [minderjarige] hebben allen de Nederlandse nationaliteit.

  • -

    Op 11 maart 2019 is de moeder naar Nederland vertrokken. [minderjarige] is op 13 maart 2019 naar Nederland vertrokken.

  • -

    De vader heeft zich gemeld bij de Nederlandse Centrale Autoriteit (CA).

  • -

    Bij beschikking van deze rechtbank van 21 maart 2019 heeft de rechtbank zich onbevoegd verklaard kennis te nemen van het door de moeder ingediende verzoek tot het treffen van voorlopige voorzieningen voor de duur van de echtscheidingsprocedure.

Verzoek en verweer

De vader verzoekt:

te bepalen dat [minderjarige] binnen een dag na de datum van de uitspraak dient te worden teruggeleid naar Luxemburg, door [minderjarige] in Nederland over te dragen aan de vader, dan wel aan de politie, dan wel aan Veilig Thuis of een daaraan gelieerde instantie;

de moeder te veroordelen in de kosten van het geding;

de beschikking voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

De moeder voert verweer tegen het verzoek van de vader.

Beoordeling

Ingevolge artikel 1:250 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechtbank een bijzondere curator benoemen. De rechtbank acht het, gelet op de aard van de zaak en van de daarin spelende belangenstrijd, in het belang van [minderjarige] noodzakelijk een bijzondere curator te benoemen.

De rechtbank verzoekt de bijzondere curator de volgende vragen te beantwoorden:

  1. Wat geeft [minderjarige] zelf aan over een eventueel verblijf in Luxemburg en een eventueel verblijf in Nederland?

  2. In hoeverre lijkt [minderjarige] zich vrij te kunnen uiten?

  3. In hoeverre lijkt [minderjarige] de gevolgen van het verblijf in Luxemburg of het verblijf in Nederland te overzien?

  4. Wil [minderjarige] met de rechter(s) spreken en zo ja, wenst [minderjarige] dat de bijzondere curator daarbij aanwezig zal zijn?

  5. Zijn er nog bijzonderheden naar voren gekomen die van belang zijn voor de te nemen beslissingen?

Van de bijzondere curator wordt verwacht dat deze door gesprekken te voeren met [minderjarige] probeert zicht te krijgen op de mening van [minderjarige] ten aanzien van het verblijf in Luxemburg en het verblijf in Nederland en vervolgens die mening van [minderjarige] naar voren te brengen in deze procedure. Het is nadrukkelijk niet de bedoeling van de rechtbank dat de bijzondere curator hierbij de ouders zal betrekken. Het gaat alleen om gesprekken met [minderjarige] .

Van de ouders wordt verwacht dat zij volledige medewerking verlenen aan het inplannen en uitvoeren van de gesprekken van [minderjarige] met de bijzondere curator.

Van haar bevindingen dient de bijzondere curator uiterlijk twee dagen voor de nader te bepalen behandeling ter zitting een schriftelijk verslag aan de rechtbank en de ouders toe te sturen. De bijzondere curator licht het verslag zo nodig ter zitting toe.

De rechtbank zal de zaak voor de verdere inhoudelijke behandeling verwijzen naar de meervoudige kamer van deze rechtbank. (alleen opnemen indien kostenveroordeling is verzocht)

Beslissing

De rechtbank:

*

benoemt tot bijzondere curator over de minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2004 te [geboorteplaats] :

drs. I. (Ingeborg) Sandig

De Haasekker 5

5258 KS Berlicum

telefoonnummer: 06-23 65 88 89

e-mailadres: ingeborg@sandigmediation.nl

bepaalt dat de griffier een afschrift van de processtukken, waaronder de zittingsaantekeningen van de regiezitting, aan de bijzondere curator zal toesturen;

bepaalt dat de bijzondere curator uiterlijk twee dagen voor de nader te bepalen behandeling ter zitting haar schriftelijk verslag aan de rechtbank en de (advocaten van de) ouders dient te sturen;

*

houdt iedere verdere beslissing aan;

*

verwijst de zaak naar de meervoudige kamer.

Deze beschikking is gegeven door mr. I. Zetstra, (kinder)rechter, bijgestaan door

mr. M. Verkerk als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 18 april 2019.