Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2019:5482

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
29-05-2019
Datum publicatie
04-06-2019
Zaaknummer
C/09/566071 / HA ZA 19-18
Rechtsgebieden
Intellectueel-eigendomsrecht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

bevoegdheidsincident

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DEN HAAG

Team handel

zaaknummer / rolnummer: C/09/566071 / HA ZA 19-18

Vonnis in incident van 29 mei 2019

in de zaak van

ONLINE PUBLISHER B.V.,

te Oldenzaal,

eiseres in de hoofdzaak,

verweerster in het incident,

advocaat mr. W.F. Dammers te Tilburg,

tegen

1. de vennootschap naar vreemd recht

NETMEDIA EUROPE N.V.,

2. de vennootschap naar vreemd recht

LEAN MEAN BUSINESS BVBA,

3 [gedaagde sub 3] en

4. de vennootschap naar vreemd recht

SPARTA SOLUTIONS BVBA,

alle te [plaats] (België),

gedaagden in de hoofdzaak,

eisers in het incident,

advocaat mr. M.M.M. Rooijen te Weert.

Partijen zullen hierna Online Publisher en Netmedia c.s. genoemd worden. Gedaagden in de hoofdzaak zullen afzonderlijk ook worden aangeduid als Netmedia, LMB, [gedaagde sub 3] en Sparta Solutions.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 7 december 2018 en de daarbij behorende producties EP A tot en met EP C en EP 1 tot en met EP 69;

  • -

    de akte houdende eisvermeerdering tevens houdende aanvullende producties EP 70 tot en met EP 89, ingekomen op 15 februari 2019;

  • -

    de incidentele conclusie van 20 februari 2019 houdende exceptie van onbevoegdheid, met de daarbij behorende producties GP 1 tot en met GP 4;

  • -

    de conclusie van antwoord in incident van 6 maart 2019, tevens akte houdende aanvullende productie EP 90.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2 Het geschil in de hoofdzaak

2.1.

Online Publisher vordert – samengevat en na eisvermeerdering – dat de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:

- voor recht verklaart dat Netmedia c.s. inbreuk heeft gemaakt op de auteursrechten, de Benelux merkenrechten en de handelsnaamrechten van Online Publisher (vorderingen I tot en met III);

- voor recht verklaart dat Netmedia c.s. onrechtmatig handelt dan wel heeft gehandeld jegens Online Publisher (vordering IV);

- voor recht verklaart dat Netmedia c.s. hoofdelijk aansprakelijk is voor voornoemde onrechtmatige handelingen (vordering V);

- Netmedia c.s. gebiedt de onrechtmatige handelingen te staken en gestaakt te houden (vordering VI);

- voor recht verklaart dat Sparta Solutions onrechtmatig handelt jegens Online Publisher door onterechte vermelding van haar adresgegevens te Utrecht en Londen op haar websites en/of jegens [A] door op onrechtmatige wijze zijn persoonsgegevens te verwerken (vordering VII);

- Sparta Solutions gebiedt de in vordering VII bedoelde onrechtmatige handelingen te staken en gestaakt te houden (vordering VIII);

- Netmedia c.s. beveelt om aan Online Publisher rekening en verantwoording af te leggen (vordering IX);

- een en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 25.000,- voor elke dag of gedeelte van een dag dat nakoming van het onder VI en/of VIII en/of IX gevorderde geheel of gedeeltelijk uitblijft (vordering X);

- Netmedia c.s. hoofdelijk veroordeelt tot afdracht van de met de inbreuken genoten winst en/of Netmedia c.s. (hoofdelijk) veroordeelt tot vergoeding van de schade die Online Publisher heeft geleden en nog zal lijden ten gevolge van de onrechtmatige handelingen (vordering XI);

- Netmedia c.s. (hoofdelijk) veroordeelt tot betaling van een bedrag van € 250.000,- , als voorschot op de schadevergoeding (vordering XIII);

- voor recht verklaart dat gedaagden 1 tot en met 3 niet (volledig) hebben voldaan aan de veroordeling bij vonnis in kort geding van 13 augustus 2018, en dat dientengevolge dwangsommen zijn verbeurd van in totaal € 75.000, althans een in goede justitie te bepalen bedrag (vordering XV);

- gedaagden tot en met 3 (hoofdelijk) veroordeelt om de in vordering XV bedoelde verbeurde dwangsommen te betalen (vordering XVI);

- een en ander vermeerderd met wettelijke (handels)rente en met hoofdelijke veroordeling van Netmedia c.s. in de proceskosten op de voet van art. 1019h Rv1.

2.2.

Online Publisher legt aan deze vorderingen – samengevat – de volgende stellingen ten grondslag.

2.2.1.

Online Publisher en Netmedia zijn met ingang van 1 oktober 2014 gaan samenwerken voor een periode van drie jaren. Ten behoeve daarvan zijn zij “spelregels” overeengekomen waarin onder meer het volgende is opgenomen:

Dit document geeft de spelregels weer in de samenwerking tussen OP en Netmedia. Deze spelregels worden ipv een contract opgesteld.”

2.2.2.

Online Publisher is houdster van het hieronder weergegeven Benelux woord/beeldmerk (met depotdatum 6 oktober 2014), ingeschreven op 17 december 2014 onder nummer 0963362 voor waren en/of diensten in de klassen 09, 38 en 41 (hierna te noemen: het publ.sh-merk).

2.2.3.

Online Publisher is houdster van het hieronder afgebeelde Benelux woord/beeldmerk (met depotdatum 24 februari 2017), ingeschreven op 16 mei 2017 onder nummer 1010807 voor waren en/of diensten in de klassen 09, 35, 41 en 42 (hierna te noemen: wepublish-merk, en tezamen met het publ.sh-merk: de BX-merken).

2.2.4.

Online Publisher voert ‘Wepublish’ tevens als één van haar handelsnamen.

2.2.5.

Gedurende de samenwerking heeft Online Publisher software, een website (www.wepublish.com) en een video gecreëerd, die alle zijn aan te merken als auteursrechtelijk beschermde werken. Online Publisher is auteursrechthebbende ten aanzien van deze werken.

2.2.6.

Voor zover Netmedia licenties had op het gebruik van voornoemde rechten, zijn deze door het beëindigen van de samenwerking per 1 oktober 2017, geëindigd. Netmedia maakt echter nog steeds in het economisch verkeer voor soortgelijke diensten gebruik van tekens die gelijk zijn aan, of overeenstemmen met de BX-merken. Online Publisher kan dit gebruik verbieden op grond van art. 2.20 lid 2 sub a dan wel sub b BVIE2 in samenhang met art. 2.20 lid 3 BVIE. Ook maakt Netmedia inbreuk op de handelsnaamrechten van Online Publisher op grond van art. 5 en 5a Hnw3 door zich na beëindiging van de samenwerking onder de naam ‘Wepublish’ op de Nederlandse markt te begeven. Netmedia maakt ook inbreuk op de auteursrechten van Online Publisher door openbaarmaking en verveelvoudiging van de bedoelde werken na 1 oktober 2017 zonder toestemming van Online Publisher te continueren.

2.2.7.

Voorts is sprake van ongeoorloofde mededinging van de zijde van Netmedia. Zij profiteert op onrechtmatige wijze van het bedrijfsdebiet van Online Publisher door klanten van Online Publisher te benaderen via een servermelding van Online Publisher. Ook heeft Netmedia het aan Online Publisher toebehorende Twitteraccount ‘wepublish’ gekaapt en gebruikt om (Nederlandse) klanten van Online Publisher te bereiken. Voorts heeft Netmedia valselijk onder de naam ‘Wepublish’ klanten van Online Publisher per e-mail en via LinkedIn benaderd.

2.2.8.

Sparta Solutions maakt merkinbreuk door op haar websites zonder toestemming gebruik te maken van het publ.sh-merk. Ook haakt zij op onrechtmatige wijze aan bij Online Publisher door te suggereren dat zij kantoor houdt op locaties van een aan Online Publisher gelieerde onderneming. Door te suggereren dat [A] (van Online Publisher) aan haar onderneming verbonden zou zijn handelt Sparta Solutions ook in strijd met de Algemene Verordening Gegevensbescherming4 (hierna: AVG). Dit is onrechtmatig.

2.2.9.

LMB en [gedaagde sub 3] hebben onrechtmatig gehandeld jegens Online Publisher en zijn hoofdelijk (mede) aansprakelijk omdat hen een persoonlijk ernstig verwijt kan worden gemaakt in de zin van de jurisprudentie van de Hoge Raad met betrekking tot bestuurdersaansprakelijkheid. Als bestuurders hebben zij Netmedia aangezet tot onrechtmatig handelen dan wel niet voorkomen dat Netmedia onrechtmatig handelde.

3 Het geschil in het incident

3.1.

Netmedia c.s. vordert primair dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart kennis te nemen van de vorderingen van Online Publisher. Subsidiair vordert Netmedia c.s. de uitspraak in deze zaak aan te houden totdat de bevoegdheid van de Belgische rechter vaststaat dan wel de Belgische rechter een oordeel heeft gegeven omtrent de forumkeuze, in beide gevallen met veroordeling van Online Publisher in de proceskosten van het incident en de nakosten, een en andere te vermeerderen met wettelijke rente.

3.2.

Netmedia c.s. legt hieraan – samengevat en voor zover relevant – het volgende ten grondslag.

3.2.1.

Netmedia hanteert algemene voorwaarden, die zij bij de door haar aan Online Publisher verzonden facturen heeft gevoegd. Online Publisher heeft de algemene voorwaarden naar Belgische recht (stilzwijgend) aanvaard door de aan haar gezonden facturen zonder voorbehoud te betalen.

3.2.2.

De aldus toepasselijke algemene voorwaarden bevatten een forumkeuzebeding:

Onderhavige transactie wordt beheerst door Belgisch recht. In geval van betwisting zullen de rechtbank van Hasselt (België) exclusief bevoegd zijn (…).

Dit beding brengt mee dat de Belgische rechter exclusief bevoegd is om van alle vorderingen tussen partijen kennis te nemen. Dit geldt ook voor geschillen die direct of indirect voortvloeien uit de samenwerking tussen partijen. De bevoegdheid van de Nederlandse rechter ten aanzien van alle vorderingen stuit hierop af, voor wat betreft de gestelde inbreuk op de BX-merken omdat de forumkeuze aangemerkt moet worden als een ‘uitdrukkelijk afwijkende overeenkomst’ in de zin van art. 4.6 BVIE en voor de overige rechten en grondslagen op grond van art. 25 Brussel I bis-Vo.5

3.2.3.

Wanneer aan het forumkeuzebeding voorbij wordt gegaan, geldt dat bevoegdheid om kennis te nemen van de vorderingen (met uitzondering van de vorderingen gegrond op de BX-merken) in dit geval niet ontleend kan worden aan art. 7 lid 2 Brussel I bis-Vo, omdat Nederland niet is aan te merken als een Erfolgsort als bedoeld in de jurisprudentie van het Hof van Justitie (hierna ook HvJ), in het bijzonder Universal Music6, omdat sprake is van ‘initiële vermogensschade’.

3.2.4.

Voor wat betreft de bevoegdheid voor de vordering inzake de gestelde onrechtmatige verwerking van persoonsgegevens refereert Netmedia c.s. zich aan het oordeel van de rechtbank.

3.2.5.

Netmedia heeft Online Publisher op 24 mei 2018 gedagvaard voor de Belgische rechter om betaling van openstaande facturen te verkrijgen. De kern van het geschil tussen Netmedia c.s. en Online Publisher is ontstaan als gevolg van de beëindiging van de samenwerking tussen partijen. Deze beëindiging en het onrechtmatige karakter daarvan is ook de inzet van de Belgische procedure, zodat in België een zaak aanhangig is over het zelfde geschil. De rechtbank dient de zaak dan ook, indien zij zich bevoegd mocht achten, aan te houden op grond van art. 29 lid 1 Brussel I bis-Vo.

3.3.

Online Publisher voert gemotiveerd verweer en concludeert tot afwijzing van de incidentele vorderingen van Netmedia c.s., met hoofdelijke veroordeling van Netmedia c.s. in de kosten van het incident op de voet van art. 1019h Rv, vermeerderd met de wettelijke rente en de nakosten. Daartoe voert zij onder meer het volgende aan.

3.3.1.

Online Publisher betwist niet dat Netmedia bij een aantal door haar aan Online Publisher toegezonden facturen algemene voorwaarden heeft toegezonden met daarin het in 3.2.2 weergegeven forumkeuzebeding7. Online Publisher betwist wel gemotiveerd (met overlegging van een verklaring van haar Belgische advocaten, EP 44), dat toepassing van Belgisch recht ertoe leidt dat de eenzijdig toegevoegde algemene voorwaarden zijn overeengekomen, althans van toepassing zijn tussen haar en Netmedia. Zij voert onder meer aan dat Netmedia niet bij alle facturen (dezelfde) voorwaarden heeft gevoegd en dat in de praktijk van de gesteld overeengekomen algemene voorwaarden is afgeweken (bijvoorbeeld wat betreft de betalingstermijnen). Er kan naar zij aanvoert dan ook geen sprake zijn van stilzwijgende aanvaarding van de algemene voorwaarden, zoals Netmedia c.s. betoogt.

3.3.2.

Subsidiair betwist zij dat het forumkeuzebeding in de algemene voorwaarden, zo al van toepassing, geldt voor de (afwikkeling van de) samenwerking, in het bijzonder ook voor de vorderingen in de onderhavige procedure met betrekking tot gestelde inbreuk op intellectuele eigendomsrechten en ander gesteld onrechtmatig handelen, zoals Netmedia c.s. lijkt aan te nemen. De algemene voorwaarden kunnen slechts zien op (geschillen met betrekking tot) de afwikkeling van de vermeende betalingsverplichtingen, nu de voorwaarden bij de facturen zijn gevoegd. Zij kunnen niet van toepassing zijn op de samenwerking tussen partijen omdat voor die samenwerking specifieke ‘spelregels’ overeengekomen zijn, waarmee partijen hebben beoogd de samenwerking te regelen en formele contract-clausules uit te sluiten. Partijen zijn niets overeengekomen met betrekking tot de toepasselijkheid van pas veel later eenzijdig bij facturen gevoegde voorwaarden op de (afwikkeling van de) samenwerking. De voorwaarden kunnen ook niet door de eenzijdige toezending bij een factuur van toepassing zijn geworden op die samenwerking. In ieder geval kan geen sprake zijn van een uitdrukkelijk afwijkende overeenkomst zoals bedoeld in art. 4.6 BVIE. De voorwaarden kunnen in ieder geval niet gelden tussen haar en gedaagden 2 tot en met 4.

3.3.3.

Bevoegdheid ten aanzien van alle gedaagden is gegeven omdat het onrechtmatig handelen onder ander bestaat uit uitingen op websites die zich mede op Nederland waaronder begrepen het arrondissement Den Haag. Ten aanzien van de merkinbreuk is de rechtbank bevoegd op grond van art. 4.6 BVIE.

3.3.4.

De Belgische procedure speelt tussen Netmedia en Online Publisher en ziet op de nakoming van vermeende betalingsverplichtingen, zodat dat geschil niet hetzelfde onderwerp betreft en niet op dezelfde oorzaak berust als het onderhavige geschil, zodat geen grond bestaat om de zaak aan te houden wegens litispendentie (art. 29 lid 1 Brussel I bis-Vo).

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling in het incident

Forumkeuzebeding?

4.1.

Allereerst staat ter beoordeling de meest verstrekkende stelling van Netmedia c.s. dat de rechtbank Den Haag niet bevoegd is omdat een tussen partijen geldend forumkeuzebeding de rechtbank te Hasselt, België, exclusief aanwijst.

4.2.

De rechtbank stelt vast dat het beroep op het forumkeuzebeding slechts betrekking kan hebben op de procedure tussen Online Publisher en Netmedia. Netmedia c.s. baseert zich immers op een forumkeuzebeding in algemene voorwaarden die Netmedia gevoegd heeft bij door haar aan Online Publisher gerichte facturen en op de samenwerking die Netmedia met Online Publisher had. Zij heeft niets gesteld omtrent het bestaan van een forumkeuzebeding in de relatie tussen Online Publisher en de andere gedaagden. Het beroep van gedaagden 2, 3 en 4 op het forumkeuzebeding stuit daarop af.

4.3.

In de zaak tussen Netmedia en Online Publisher kan in het midden blijven of de bedoelde algemene voorwaarden met forumkeuzebeding van toepassing zijn geworden, omdat het subsidiaire verweer van Online Publisher doel treft: de algemene voorwaarden – die uitsluitend zijn toegezonden op de achterkant van door Netmedia een Online Publisher toegezonden facturen – kunnen, zo al overeengekomen, naar het oordeel van de rechtbank uitsluitend betrekking hebben op de betaling van de facturen en in dat verband gerezen geschillen, en niet op de geschillen die in deze zaak aan de orde zijn. Het door Netmedia c.s. ingeroepen beding ziet immers uitsluitend op “Onderhavige transactie” (zie 3.2.2). Dit moet aldus worden begrepen dat de voorwaarden uitsluitend zijn bedoeld te gelden met betrekking tot (de afwikkeling van de betaling van) de factuur waarbij de voorwaarden gevoegd zijn. De stelling dat de voorwaarden ook zien op de samenwerking als zodanig dan wel op de afwikkeling daarvan dan wel op onrechtmatig handelen na afloop van die samenwerking, heeft Netmedia c.s. op geen enkele wijze toegelicht. Ook de stukken bieden daartoe geen aanknopingspunt. Integendeel: voor de samenwerking zijn, naar Online Publisher aanvoert en Netmedia c.s. niet heeft betwist, aparte ‘spelregels’ overeengekomen in oktober 2014. Niet valt in te zien hoe de later toegezonden verschillende sets algemene voorwaarden daar onderdeel van zijn gaan uitmaken.

4.4.

Gelet op het voorgaande is geen sprake van een uitdrukkelijk afwijkende overeenkomst in de zin van art. 4.6 BVIE met betrekking de bevoegdheid ten aanzien van de gestelde inbreuk op de BX-merken. Ook heeft Netmedia c.s. onvoldoende gesteld om te kunnen aannemen dat partijen een gerecht van een lidstaat exclusief hebben aangewezen (als bedoeld in art. 25 Brussel I bis-Vo) voor de kennisneming van de vorderingen die hier voorliggen, die alle verband houden met de afwikkeling van de samenwerking waarvoor de spelregels overeengekomen zijn. Ook anderszins is niet gebleken dat het forumkeuzebeding voor die rechtsbetrekking geldt.

4.5.

Het beroep van Netmedia c.s. op het forumkeuzebeding wordt dan ook verworpen.

Bevoegdheid ten aanzien van Netmedia en Sparta Solutions

4.6.

Vervolgens staat ter beoordeling of de rechtbank Den Haag op andere gronden (on)bevoegd is van de vorderingen kennis te nemen. Daarbij geldt dat de rechtbank ambtshalve moet vaststellen of zij al dan niet internationaal bevoegd is, ongeacht de rechtsgronden die partijen voor de bevoegdheid aandragen. De woonplaats van de gedaagden is in België, zodat de bevoegdheid van de rechtbank Den Haag niet gebaseerd kan worden op de woonplaats als bedoeld in art. 4.6 BVIE of art. 4 Brussel I bis-Vo.

4.7.

Voor zover de vorderingen van Online Publisher tegen Netmedia en Sparta Solutions gegrond zijn op gestelde inbreuk op de BX-merken, is deze rechtbank internationaal en relatief bevoegd op grond van art. 4.6 lid 1 BVIE omdat Den Haag mede kan worden aangemerkt als de plaats waar de in geding zijnde verbintenis is ontstaan. Het gestelde schadebrengend handelen, de merkinbreuk, vindt onder meer plaats door middel van een ook op Nederland gerichte website en via een twitteraccount. Beide zijn ook in het Haagse arrondissement te raadplegen, zodat de inbreuk mede in dit arrondissement plaatsvindt of dreigt plaats te vinden. De bevoegdheid is beperkt tot de Benelux en geldt ten aanzien van Netmedia en Sparta Solutions.

4.8.

De rechtbank acht zich eveneens bevoegd om van de vorderingen van Online Publisher ten aanzien van Netmedia en Sparta Solutions die zijn gestoeld op de overige grondslagen kennis te nemen op grond van art. 7 lid 2 Brussel I bis-Vo. Aan deze vorderingen legt Online Publisher onrechtmatige daad ten grondslag. De gestelde auteursrechtinbreuk, de gestelde inbreuk op de handelsnaamrechten en de overige gestelde onrechtmatige handelingen vinden mede plaats via de hiervoor genoemde digitale kanalen, zodat Den Haag mede kan worden aangemerkt als de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan of zich kan voordoen in de zin van art. 7 lid 2 Brussel I bis-Vo.

4.9.

Het betoog van Netmedia c.s. dat Den Haag niet kan worden aangemerkt als een Erfolgsort in de zin van de door het Hof van Justitie ontwikkelde jurisprudentie wordt gepasseerd. Dit berust op een onjuiste lezing van de jurisprudentie, zoals Online Publisher terecht aanvoert. In de uitspraak waarop Netmedia c.s. zich beroept, Universal Music (vgl. 3.2.3), werd bevoegdheid tevergeefs gebaseerd op gestelde schade op een bepaalde plaats uitsluitend door financieel verlies op een aldaar aangehouden bankrekening, terwijl zich op die plaats verder geen schadebrengende feiten of onrechtmatige gedragingen voordeden. Die situatie is hier niet aan de orde.

4.10.

De bevoegdheid tegen Netmedia en Sparta Solutions die volgt uit art. 7 lid 2 Brussel I bis-Vo is beperkt tot Nederland. De bevoegdheid geldt ook voor de gestelde onrechtmatige verwerking van persoonsgegevens; uit art. 6 lid 1 AVG, waarin is opgenomen dat de verwerking alleen rechtmatig is wanneer aan bepaalde voorwaarden is voldaan, volgt dat het in strijd daarmee handelen onrechtmatig is.

Bevoegdheid ten aanzien van LMB en [gedaagde sub 3]

4.11.

Aan de vorderingen tegen LMB en [gedaagde sub 3] legt Online Publisher uitsluitend bestuurdersaansprakelijkheid ten grondslag. Online Publisher wordt niet gevolgd in haar betoog dat de bevoegdheid van de rechtbank Den Haag ook voor deze vorderingen uit art. 7 lid 2 Brussel I bis-Vo volgt. De gestelde bestuurdersaansprakelijkheid zou bestaan uit gesteld onrechtmatig handelen door het aanzetten van Netmedia tot, dan wel het niet voorkomen van onrechtmatig handelen door Netmedia, hetgeen onrechtmatig zou zijn jegens Online Publisher. Netmedia is een Belgische vennootschap. Online Publisher heeft in de dagvaarding niets gesteld waaruit moet worden afgeleid dat de schadebrengende feiten, gelegen in het besturen van de vennootschap, zich (mede) hebben voorgedaan of zich kunnen voordoen in het arrondissement Den Haag. Online Publisher kan derhalve geen bevoegdheid jegens LMB en [gedaagde sub 3] ontlenen aan art. 7 lid 2 Brussel I bis-Vo.

4.12.

Bevoegdheid kan evenmin worden aangenomen op grond van art. 8 lid Brussel I bis-Vo. Dat artikel kan alleen bevoegdheid wegens samenloop scheppen van het gerecht van de woonplaats van een van de gedaagden, terwijl geen van de gedaagden woonplaats heeft in Nederland. Deze rechtbank is dan ook niet bevoegd om van de vorderingen jegens LMB en [gedaagde sub 3] kennis te nemen.

Aanhouding?

4.13.

Voor de zaken tegen Netmedia en Sparta Solutions komt de rechtbank toe aan de beoordeling van de door Netmedia c.s. subsidiair gevorderde aanhouding op grond van art. 29 lid 1 Brussel I bis-Vo (samenloop). Voor toepasselijkheid van deze bepaling is vereist dat voor gerechten van verschillende lidstaten tussen dezelfde partijen vorderingen aanhangig zijn, die hetzelfde onderwerp betreffen en op dezelfde oorzaak berusten. Aan deze cumulatieve vereisten is in dit geval niet voldaan, zodat de vordering tot aanhouding wordt afgewezen. Daartoe is het volgende redengevend.

4.14.

De Belgische en de onderhavige procedure betreffen niet hetzelfde onderwerp en berusten niet op dezelfde oorzaak. Volgens vaste rechtspraak van het HvJ bestaat ‘het onderwerp’ in het doel van de vordering.8 Ook heeft het HvJ overwogen dat het begrip ‘oorzaak’ de feiten en de rechtsregel omvatten die tot staving van de vordering worden aangevoerd.9 De rechtbank is van oordeel dat het doel van de vorderingen in onderhavige procedure, namelijk een staking van vermeende inbreuken op intellectuele eigendomsrechten en staking van vermeende onrechtmatige handelingen, een andere is dan het doel van de vorderingen in de Belgische procedure, te weten het voldoen aan vermeende betalingsverplichtingen. Deze doelstellingen berusten ook op een andere grondslag, respectievelijk inbreuk op rechten van intellectuele eigendom dan wel ander onrechtmatig handelen, en, in de Belgische procedure, nakoming, zodat evenmin sprake is van dezelfde oorzaak. De rechtbank gaat voorbij aan de door Netmedia c.s., met beroep op het arrest Gubisch/Palumbo10, voorgestane ruime interpretatie van ‘hetzelfde onderwerp’ reeds omdat Netmedia in de dagvaarding in de Belgische procedure onder punt 6 zelf stelt dat

dit meningsverschil (te weten het einde van de samenwerking tussen partijen, opmerking rechtbank) [losstaat] van de betalingsverplichtingen lastens Online Publisher m.b.t. de openstaande facturen’.

Dat duidt erop dat Netmedia zelf ook van mening is dat de geschillen niet hetzelfde onderwerp betreffen. Er is dan ook geen reden om deze procedure wegens samenloop aan te houden.

4.15.

Voor zover de vordering tot aanhouding is gegrond op art. 31 lid 2 Brussel I bis-Vo wordt deze eveneens afgewezen, reeds omdat hiervoor is geoordeeld dat geen sprake is van een relevant forumkeuzebeding in de zin van art. 25 Brussel I bis-Vo.

Slotsom

4.16.

Al het voorgaande brengt mee dat de rechtbank bevoegd is om van alle vorderingen jegens Netmedia en Sparta Solutions kennis te nemen. Die bevoegdheid is voor zover de vorderingen zijn gegrond op de BX-merken beperkt tot de Benelux en wat betreft de overige vorderingen tot Nederland. Er is geen aanleiding om de zaak aan te houden. De rechtbank zal zich onbevoegd verklaren ten aanzien van de vorderingen tegen LMB en [gedaagde sub 3].

4.17.

Nu partijen over en weer deels in het ongelijk zijn gesteld, worden de proceskosten van dit incident gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. Gedaagden behoren tot één concern en hebben gezamenlijk geprocedeerd, met één advocaat, en één gezamenlijk kostenopgave gedaan, zodat Netmedia c.s. in dit verband als één partij wordt aangemerkt.

5 De beslissing

De rechtbank

in het incident:

5.1.

verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van de vorderingen in de hoofdzaak jegens LMB en [gedaagde sub 3];

5.2.

verklaart zich bevoegd om kennis te nemen van de vorderingen in de hoofdzaak tegen Netmedia en Sparta Solutions;

5.3.

wijst het verzoek tot aanhouding af;

5.4.

compenseert de proceskosten, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;

in de hoofdzaak:

5.5.

verwijst de zaak naar de rol van woensdag 17 juli 2019 voor conclusie van antwoord in de hoofdzaak aan de zijde van Netmedia c.s.;

5.6.

houdt elke verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.E. Kokke en in het openbaar uitgesproken op 29 mei 2019.

1 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

2 Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekeningen of modellen)

3 Handelsnaamwet

4 Verordening (EU) 2016/679 van het Europees parlement en de raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming)

5 Verordening (EU) 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken

6 HvJ 16 juni 2016, C-12/15, ECLI:EU:C:2016:449

7 De algemene voorwaarden waarop Netmedia c.s. zich beroept heeft zij in deze procedure niet in het geding gebracht, maar deze zijn kenbaar uit productie EP 51, bijlage 5.a.

8 HvJ 6 december 1994 (Tatry), C‑406/92, EU:C:1994:400 en HvJ 8 mei 2003 (Gantner Electronic), C‑111/01, EU:C:2003:257.

9 HvJ 6 december 1994 (Tatry), C‑406/92, EU:C:1994:400

10 HvJ 8 december 1987 (Gubisch/Palumbo), C-144/86, EU:C:1987:528