Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2019:5188

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
22-05-2019
Datum publicatie
13-06-2019
Zaaknummer
C/09/563371 / KG ZA 18-1200
Rechtsgebieden
Intellectueel-eigendomsrecht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Openbaarmaking geregistreerd gemeenschapsmode langer dan één jaar voor aanvraag dus geen nieuwheid. Ten aanzien van niet-geregistreerd model en auteursrechten is het houderschap onvoldoende onderbouwd gelet op het reeds voor dagvaarding bekende verweer dat de kattenkrabpalen zijn ontworpen in dienstverband van gedaagde Geen oordeel over geldigheid maar geen inbreuk op overige rechten want algemene- en totaalindruk wijken voldoende af in verhouding tot het verschil van de betreffende krabpaal en het vormgevingserfgoed daarvan. Beroep op slaafse nabootsing afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DEN HAAG

Team handel

zaaknummer / rolnummer: C/09/563371 / KG ZA 18-1200

Vonnis in kort geding van 22 mei 2019

in de zaak van

1. de vennootschap naar vreemd recht

HANGZHOU PETSBELLE PRODUCT CO. LTD.,

te Zhejiang (Volksrepubliek China),

2. [eiseres sub 2],

te […] (Volksrepubliek China),

3. PR-PET B.V. tevens h.o.d.n. PETREBELS,

te Schijndel, gemeente Meierijstad,

eiseressen,

advocaat mr. E.J. Louwers te Eindhoven,

tegen

EUROPET BERNINA INTERNATIONAL B.V.,

te Gemert, gemeente Gemert-Bakel,

gedaagde,

advocaat mr. E.J.C. van Gelderen te Zeist.

Eiseressen worden hierna gezamenlijk aangeduid met Petsbelle cs (enkelvoud) en afzonderlijk als Petsbelle, [eiseres sub 2] en PR-Pet. Gedaagde wordt EBI genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding 23 november 2018, met producties EP1 t/m EP15;

  • -

    de brief van Petsbelle cs van 5 februari 2019, met aanvullende productie EP16;

  • -

    de brief van Petsbelle cs van 8 februari 2019, met aanvullende productie EP17;

  • -

    het emailbericht van EBI aan de rechtbank van 8 februari 2019, met producties GP1 t/m GP3;

  • -

    het emailbericht van EBI aan de rechtbank van 11 februari 2019, met producties GP4 en GP5;

  • -

    het op 11 februari 2019 gedateerde schriftelijk verzoek van partijen om aanhouding van de op 12 februari 2019 geplande zitting;

- het emailbericht van Petsbelle cs aan de rechtbank van 1 maart 2019 met het bericht dat het kort geding doorgang dient te vinden;

  • -

    het emailbericht van EBI aan de rechtbank van 13 maart 2019, met producties GP2a en GP6 t/m GP8;

  • -

    de emailberichten van Petsbelle cs aan de rechtbank van 13 maart 2019, met producties EP18 en EP19;

  • -

    de mondelinge behandeling van 14 maart 2019 en de daarbij door partijen overgelegde pleitnota’s.

1.2.

Na de mondelinge behandeling is de zaak aangehouden tot 1 april 2019 teneinde partijen in de gelegenheid te stellen een minnelijke schikking te treffen. Nadat op het schriftelijk verzoek daartoe op 1 april 2019 de termijn voor minnelijk overleg is verlengd, is per emailbericht van 19 april 2019 door Petsbelle cs verzocht vonnis te wijzen.

1.3.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Petsbelle ontwerpt, produceert, distribueert en verhandelt sinds 2005 kattenkrabpalen. Petsbelle is de onderneming van [eiseres sub 2] en haar echtgenoot.

2.2.

PR-Pet, opgericht op 11 juli 2016, houdt zich blijkens het uittreksel uit het register van de Kamer van Koophandel (KvK) bezig met het importeren en exporteren van dierbenodigdheden alsmede met de exploitatie van de groothandel en de detailhandel in die producten. PR-Pet is distributeur van Petsbelle en verhandelt kattenkrabpalen van Petsbelle binnen de Europese Unie. De heer [A] is – evenals de heer [B] – via zijn besloten vennootschap mede-eigenaar en mede-bestuurder van PR-Pet.

2.3.

Petsbelle en [eiseres sub 2] hebben PR-Pet aangewezen als gevolmachtigde voor de bescherming van diens intellectuele eigendomsrechten binnen de Europese Unie.

2.4.

EBI, opgericht op 14 februari 2005, houdt zich blijkens het uittreksel uit het KvK-register bezig met de im- en export van, alsmede de groothandel in, dierenbenodigdheden.

2.5.

De heer [A] is tot eind september 2016 werkzaam geweest bij EBI. Petsbelle was tot dat moment leverancier van EBI. Ook de heer [B] is een voormalig werknemer van EBI.

2.6.

[eiseres sub 2] is houdster van het Gemeenschapsmodel dat op 23 november 2016 is aangevraagd en op 23 december 2016 is ingeschreven onder modelnummer 003477488-0005 voor ‘furniture for animals, scratching posts’ (hierna: ingeschreven Gemeenschapsmodel Maine Coon 120). Bij de inschrijving horen de volgende afbeeldingen:

2.7.

Het ingeschreven Gemeenschapsmodel Maine Coon 120 is openbaar gemaakt tijdens de internationale beurs CIPS (China International Pet Show) in Guangzhou van 10 tot en met 13 november 2016. De op basis van dit model in de handel gebrachte kattenkrabpaal wordt aangeduid als de Maine Coon 120 Krabpaal.

2.8.

Petsbelle is houdster van het Gemeenschapsmodel dat op 30 maart 2018 is aangevraagd en op 17 april 2018 is ingeschreven voor ‘animal houses’ onder modelnummer 005138203-0001 (hierna: ingeschreven Gemeenschapsmodel Maine Coon 173). Bij de inschrijving horen de volgende afbeeldingen:

De op basis van dit model in de handel gebrachte kattenkrabpaal wordt aangeduid als de Maine Coon 173 Krabpaal.

2.9.

Op 22 maart 2017 is op de Facebook-pagina van PR-Pet (Petrebels.com) een promotiefilmpje geplaatst, waarin onder meer de Maine Coon 120 Krabpaal en de Maine Coon 173 Krabpaal (hierna gezamenlijk: de Maine Coon Krabpalen) zijn getoond.

2.10.

EBI heeft onder de naam Melrose de volgende kattenkrabpalen op de markt gebracht, die onder meer zijn aangeboden in de catalogus van EBI voor 2018-2019 (hierna: de Melrose Krabpalen):

2.11.

Petsbelle cs heeft EBI op 9 juli 2018 gesommeerd om de verhandeling van de Melrose Krabpalen te staken en gestaakt te houden. EBI heeft op 20 juli 2018 als volgt op deze sommatie gereageerd:

2.12.

Petsbelle cs heeft op 4 november 2018 opnieuw een sommatie gestuurd met de conceptdagvaarding als bijlage.

2.13.

EBI heeft op 11 februari 2019 een door haar opgestelde onthoudingsverklaring getekend (hierna: de onthoudingsverklaring). Deze verklaring bevat (onder meer) de volgende bepalingen:

3 Het geschil

3.1.

Petsbelle cs vordert dat de voorzieningenrechter, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:

I. EBI beveelt om met onmiddellijke ingang na betekening van dit vonnis in de gehele Europese Unie iedere inbreuk op de Gemeenschapsmodelrechten van Petsbelle en [eiseres sub 2] te staken en gestaakt te houden;

II. EBI beveelt om met onmiddellijke ingang na betekening van dit vonnis iedere inbreuk op de auteursrechten van Petsbelle en [eiseres sub 2] te staken en gestaakt te houden;

III. EBI beveelt om met onmiddellijke ingang na betekening van dit vonnis iedere slaafse nabootsing van de Maine Coon Krabpalen en/of iedere onrechtmatige daad jegens Petsbelle cs te staken en gestaakt te houden;

IV. EBI beveelt om binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis aan de advocaat van Petsbelle cs opgave te doen van:

a. a) het totaal aantal Melrose Krabpalen dat door EBI is geproduceerd en/of ingekocht of die zij heeft doen produceren en/of doen inkopen;

b) het totaal aantal Melrose Krabpalen dat EBI per de datum van dit vonnis in voorraad heeft of dat bij derden voor EBI in voorraad is;

c) het totaal aantal Melrose Krabpalen dat bij EBI is besteld, door EBI is verkocht en door EBI is geleverd;

d) de door EBI intern gerekende kostprijs dan wel betaalde inkoopprijzen en de door EBI gehanteerde verkoopprijzen van de Melrose Krabpalen;

e) het totale bedrag van de door EBI als gevolg van de verhandeling van de Melrose Krabpalen gerealiseerde omzet, brutowinst en nettowinst, onder opgave van de daarbij in mindering gebrachte kosten;

f) de namen en adressen van alle wederverkopers en/of andere (rechts)personen (niet-consumenten) die de Melrose Krabpalen bij EBI hebben besteld;

g) de namen en adressen van alle bij de vervaardiging en verhandeling van de Melrose Krabpalen betrokken (rechts)personen, waaronder offline en online kanalen, webwinkels en marktplaatsen;

V. EBI beveelt om binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis:

a. a) alle bestelde en reeds geleverde Melrose Krabpalen bij de wederverkopers en/of andere (rechts)personen (niet-consumenten) terug te halen en deze wederverkopers en/of andere (rechts)personen (niet-consumenten) te informeren dat de Melrose Krabpalen inbreuk maken op de (intellectuele eigendoms)rechten van Petsbelle en He;

b) een kopie van deze kennisgevingen te sturen aan de advocaat van Petsbelle cs;

VI. EBI beveelt om binnen 30 dagen na betekening van dit vonnis alle bij EBI in voorraad zijnde en/of teruggehaalde exemplaren van de Melrose Krabpalen te (doen) vernietigen en hiervan schriftelijk bewijs te leveren aan de advocaat van Petsbelle cs;

VII. EBI beveelt om met onmiddellijke ingang na betekening van dit vonnis alle online en offline reclame-uitingen ten aanzien van de Melrose Krabpalen te staken en gestaakt te houden;

VIII. EBI beveelt om binnen 30 dagen na betekening van dit vonnis alle reeds uitgezonden folders en catalogi die de Melrose Krabpalen bevatten, waaronder de EBI Catalogus 2018/2019, terug te halen en te (doen) vernietigen en hiervan schriftelijk bewijs te leveren aan de advocaat van Petsbelle cs;

IX. EBI beveelt om binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis op de website(s) van EBI, op een bij het openen van de homepage direct duidelijk zichtbare plaats, een rectificatie te publiceren en aldaar gedurende tenminste vier weken na plaatsing te handhaven;

X. EBI veroordeelt tot betaling van een dwangsom van € 10.000,- voor iedere overtreding c.q. niet-nakoming van hetgeen onder punt I tot en met IX is vermeld, alsmede € 2.000,- voor iedere dag dat deze overtreding c.q. niet nakoming voortduurt;

XI. EBI veroordeelt in de werkelijk door Petsbelle cs gemaakte kosten voor handhaving van hun intellectuele eigendomsrechten, op de voet van artikel 1019h Rv1, en bij niet (tijdige) betaling te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf de dag der betekening tot aan de dag der algehele voldoening;

XII. de termijn waarbinnen op grond van artikel 1019i Rv een bodemprocedure aanhangig moet worden gemaakt, bepaalt op zes maanden na dit vonnis.

3.2.

Petsbelle cs legt aan deze vorderingen – samengevat – het volgende ten grondslag. [eiseres sub 2] heeft in 2016 in dienst van Petsbelle de Maine Coon 120 Krabpaal ontworpen. Petsbelle heeft vervolgens de Maine Coon 173 Krabpaal ontworpen en deze in april 2017 op de markt gebracht.

Gemeenschapsmodelrechten

3.2.1.

De ingeschreven Gemeenschapsmodellen Maine Coon 120 en 173 zijn als Gemeenschapsmodellen geregistreerd, beide binnen de terme de grace als bedoeld in artikel 7 lid 2 GModVo2. Daarnaast genieten deze modellen gedurende drie jaren na hun eerste introductie bescherming als niet-ingeschreven Gemeenschapsmodellen op grond van artikel 11 GModVo. Beide modellen zijn nieuw en hebben een eigen karakter. EBI maakt met het aanbieden van de Melrose Krabpalen inbreuk op de modelrechten van Petsbelle en [eiseres sub 2] , omdat sprake is van een overeenstemmende totaalindruk. De Melrose Krabpalen bestaan net als de Gemeenschapsmodellen uit één losse paal, waarop een bekleed kussen met opstaande randen is gemonteerd welke aan één zijde open is. Aan dit kussen is een touw bevestigd dat door een slank (bijna aansluitend) gat doorloopt in het tussenplateau. Bovendien hebben de Melrose Krabpalen net als het (niet-)ingeschreven Gemeenschapsmodel Maine Coon 173 een komvormig plateau tussen het bovenste kussen en het tussenplateau. Ook de afmetingen en bekleding met touw en stof van de Melrose Krabpalen zijn gelijk aan die van dat model.

Auteursrecht

3.2.2.

Bij de ontwikkeling van de Maine Coon Krabpalen heeft Petsbelle bepaalde creatieve keuzes gemaakt. Deze krabpalen genieten auteursrechtelijke bescherming, omdat ze een eigen oorspronkelijk karakter hebben en het persoonlijk stempel van de maker dragen.

3.2.3.

De Maine Coon Krabpalen worden voor wat betreft de vormgeving gekenmerkt door de originele combinatie van de volgende elementen:

  1. een enkele robuuste paal omwikkeld met touw;

  2. een bekleed kussen met opstaande randen en één open zijde bovenop de paal, waaraan aan de onderzijde een touw is bevestigd;

  3. een tussenplateau met een slanke (bijna aansluitende) opening waar het touw doorheen valt, waarbij het touw aan de onderzijde uitsteekt.

De Maine Coon 173 Krabpaal bevat naast bovenstaande elementen nog een tweede, komvormig tussenplateau, welke zich tussen het bovenste kussen en het eerste tussenplateau bevindt.

3.2.4.

De auteursrechten liggen op grond van artikel 4 respectievelijk artikel 7 c.q. 8 Aw3 bij Petsbelle, omdat ze zijn ontworpen door Petsbelle althans door werknemers van Petsbelle. EBI maakt met de Melrose Krabpalen inbreuk op de auteursrechten van Petsbelle, omdat de Melrose Krabpalen ontleend zijn aan de Maine Coon Krabpalen en daarmee zijn aan te merken als ongeoorloofde verveelvoudigingen van de Maine Coon Krabpalen.

Onrechtmatige daad

3.2.5.

EBI handelt onrechtmatig jegens Petsbelle cs, door de Maine Coon 173 Krabpaal slaafs na te bootsen, waardoor er sprake is van verwarringsgevaar bij het relevante publiek. Het had op de weg van EBI gelegen om in het ontwerp van de Melrose Krabpalen een andere weg in te slaan en zelf van enige creativiteit blijk te geven. Dat heeft EBI nagelaten. EBI trekt daarmee oneerlijk voordeel uit de investeringen van Petsbelle cs. Bovendien is gebleken dat de kwaliteit van de Melrose Krabpalen inferieur is aan de kwaliteit van de Maine Coon Krabpalen, hetgeen schade toebrengt aan de goede naam en reputatie die Petsbelle cs door de jaren heen heeft opgebouwd.

3.3.

EBI voert gemotiveerd verweer.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

Bevoegdheid

4.1.

Voor zover de vordering ziet op inbreuk op Gemeenschapsmodellen, is de voorzieningenrechter van deze rechtbank, gelet op de vestigingsplaats van EBI in Nederland, internationaal en relatief bevoegd kennis te nemen van de vorderingen van Petsbelle cs op grond van artikel 81 aanhef en onder a jo. artikel 80 lid 1 GModVo, in samenhang met artikel 3 Uitvoeringswet EG-verordening betreffende Gemeenschapsmodellen. Deze bevoegdheid strekt zich uit tot de Europese Unie. Ten aanzien van de grondslagen inbreuk op auteursrecht en onrechtmatige daad is de voorzieningenrechter bevoegd alleen al omdat EBI deze bevoegdheid niet heeft bestreden.

Inbreuk op modelrechten?

4.2.

Naar de voorzieningenrechter begrijpt, beroept Petsbelle cs zich zowel op ingeschreven als op niet-ingeschreven Gemeenschapsmodelrechten die samenhangen met de beide Maine Coon Krabpalen. In het navolgende zullen dan ook zowel de ingeschreven als de niet-ingeschreven modelrechten worden besproken, eerst ten aanzien van de Maine Coon 173 Krabpaal en vervolgens ten aanzien van de Maine Coon 120 Krabpaal.

4.3.

Aan de stelling van Petsbelle cs dat EBI met de ondertekening van de onthoudingsverklaring de inbreuk heeft erkend, gaat de voorzieningenrechter voorbij. In de onthoudingsverklaring wordt nergens een eventuele inbreuk erkend. Ter zitting heeft EBI uiteengezet dat deze verklaring uitsluitend is opgesteld ter voorkoming van onderhavig kort geding en dat zij nadrukkelijk betwist dat sprake is van inbreuk op enig aan Petsbelle cs toekomend recht. Dit blijkt ook uit het vierde punt van de onthoudingsverklaring, waarin staat dat hetgeen waartoe EBI zich verplicht komt te vervallen wanneer in een bodemprocedure wordt vastgesteld dat geen sprake is van inbreuk of onrechtmatig handelen. Overigens heeft Petsbelle cs zich niet op nakoming van die overeenkomst beroepen.

Ingeschreven Gemeenschapsmodel Maine Coon 173

4.4.

De voorzieningenrechter stelt voorop dat het EBI op grond van artikel 90 lid 2 GModVo is toegestaan om in een procedure die strekt tot het treffen van voorlopige maatregelen in het kader van haar verweer de nietigheid van een Gemeenschapsmodel op te werpen, zodat de voorzieningenrechter – anders dan Petsbelle cs stelt – in deze procedure niet dient uit te gaan van de geldigheid van het betreffende Gemeenschapsmodel, maar het daarop betrekking hebbende verweer eerst dient te beoordelen.

4.5.

Een model wordt alleen beschermd indien en voor zover dit nieuw is en een eigen karakter heeft (artikel 4 lid 1 GModVo). Een ingeschreven model wordt als nieuw beschouwd, indien geen identiek model voor het publiek beschikbaar is gesteld vóór de datum van indiening van de aanvraag om inschrijving van het model waarvoor bescherming wordt gevraagd (artikel 5 lid 1 sub b GModVo). Aan de ontwerper van het model wordt evenwel een termijn van 12 maanden gegund om het model na de eerste openbaarmaking daarvan alsnog in te schrijven, zonder dat deze eerdere openbaarmaking nieuwheidsschadelijk is (artikel 7 lid 2 GModVo).

4.6.

EBI betwist dat het ingeschreven Gemeenschapsmodel Maine Coon 173 geldig is, omdat Petsbelle cs langer dan 12 maanden heeft gewacht met het aanvragen van het model nadat het model al voor het publiek beschikbaar is gesteld. Het model voldoet daarom dus niet aan de vereiste nieuwheid. EBI wijst ter onderbouwing van deze stelling naar het promotiefilmpje dat op 22 maart 2017 op de Facebookpagina van PR-Pet is geplaatst en op het feit dat de inschrijving van het Gemeenschapsmodel dateert van 30 maart 2018.

4.7.

De directeur van PR-Pet heeft tijdens de zitting verklaard dat het filmpje op de Facebookpagina van PR-Pet diende ter promotie en dat hij het filmpje op 22 maart 2017 op de Facebookpagina heeft geplaatst. In het filmpje zijn, zo heeft de directeur verklaard, foto’s te zien van zowel de Maine Coon 120 Krabpaal als de Maine Coon 173 Krabpaal. Dat de Maine Coon 173 Krabpaal de fysieke verschijningsvorm is van het ingeschreven Gemeenschapsmodel Maine Coon 173 is niet in geschil. Gelet op de beoogde functie van het filmpje is de voorzieningenrechter voorshands van oordeel dat dit filmpje heeft te gelden als een openbaarmaking van het ingeschreven Gemeenschapsmodel Maine Coon 173 aan het relevante publiek. De enkele verklaring van de directeur van PR-Pet dat hij op 22 maart 2017 nog geen fysieke exemplaren van de Maine Coon 173 Krabpaal voor handen had, doet aan deze openbaarmaking niet af. Gelet op het feit dat er tussen voornoemde openbaarmaking op 22 maart 2017 en de aanvraag tot inschrijving van het Gemeenschapsmodel Maine Coon 173 op 30 maart 2018 meer dan 12 maanden zijn verstreken, acht de voorzieningenrechter het waarschijnlijk dat dit Gemeenschapsmodel in een nietigheidsprocedure nietig zal worden bevonden vanwege het ontbreken van de vereiste nieuwheid. Voor zover de vorderingen van Petsbelle cs gegrond zijn op vermeende inbreuk op het ingeschreven Gemeenschapsmodelrecht Maine Coon 173, worden deze dan ook afgewezen.

Niet-ingeschreven Gemeenschapsmodel Maine Coon 173

4.8.

Op grond van artikel 90 lid 2 GModVo en artikel 85 lid 2 GModVo dient in een kort geding procedure ten aanzien van een ingeroepen niet-ingeschreven Gemeenschapsmodel te worden uitgegaan van de geldigheid daarvan, als de houder van dat model het bewijs levert dat de in artikel 11 GModVo bedoelde voorwaarden zijn vervuld en indien hij aangeeft in welk opzicht zijn Gemeenschapsmodel een eigen karakter heeft. Uit de vorderingen van Petsbelle cs blijkt dat zij meent dat Petsbelle houdster is van het niet-ingeschreven Gemeenschapsmodel Maine Coon 173.

4.9.

EBI heeft met een beroep op artikel 14 lid 3 GModVo betwist dat Petsbelle houdster is van het niet-ingeschreven Gemeenschapsmodel Maine Coon 173 omdat, wanneer een model door een werknemer in de uitoefening van zijn functie of volgens de instructies van de werkgever wordt ontwikkeld, het recht op het Gemeenschapsmodel toekomt aan de werkgever. EBI heeft aangevoerd dat één van de huidige bestuurders van PR-Pet, de heer [A] , in zijn voormalige functie in dienst van EBI het model heeft ontworpen en dat tussen de heer [A] en EBI geen afwijkende afspraken zijn gemaakt omtrent de rechten op het Gemeenschapsmodel, zodat de rechten op dat model aan haar toekomen.

4.10.

Ter onderbouwing van haar verweer heeft EBI een ontwerptekening op briefpapier van EBI en een blad met handgeschreven aantekeningen overgelegd, die samen zijn aangetroffen op het bureau waaraan de heer [A] tijdens zijn dienstverband bij EBI heeft gewerkt. Voorts heeft EBI er op gewezen dat er een relatief korte periode heeft gezeten tussen het einde van het dienstverband tussen [A] en haarzelf (eind september 2016) en het promotiefilmpje van PR-Pet van 22 maart 2017 waarin de Maine Coon 173 Krabpaal kant en klaar is getoond. Bovendien past het ingeroepen niet-ingeschreven Gemeenschapsmodel Maine Coon 173 in de lijn van, en bestaat het enkel uit onderdelen van, eerdere door EBI ontwikkelde kattenkrabpalen, zoals de Classic Sofa (al sinds 2007 in haar assortiment) en de Wakeboard die al sinds 2014 door EBI wordt verhandeld:

4.11.

Petsbelle cs heeft ter zitting erkend dat de Maine Coon 173 Krabpaal is opgebouwd uit elementen die EBI reeds gedurende langere tijd in het assortiment had en dat de bedoelde handgeschreven aantekeningen (doch niet de ontwerptekening) inderdaad van de hand van [A] zijn. Voor het overige heeft zij het verweer van EBI weersproken.

4.12.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat Petsbelle cs onvoldoende concrete feiten en omstandigheden naar voren heeft gebracht die haar stelling dat Petsbelle houder is van het niet-ingeschreven Gemeenschapsmodel Maine Coon 173 zodanig onderbouwen dat voorshands van dat houderschap kan worden uitgegaan. De voorzieningenrechter betrekt bij dat oordeel dat EBI reeds in reactie op de eerste sommatiebrief van Petsbelle c.s. heeft betwist dat eventuele intellectuele eigendomsrechten met betrekking tot de Maine Coon Krabpalen toekomen aan Petsbelle omdat deze reeds in 2016 zijn ontworpen “in the context of EBI’s business” (zie hiervoor 2.11). De betwisting van het houderschap door EBI was dan ook al voor het aanhangig maken van de onderhavige procedure bij Petsbelle cs bekend, zodat van haar verwacht had mogen worden dat zij haar stelling met betrekking tot het houderschap nader had geconcretiseerd. In plaats daarvan heeft zij bij dagvaarding geen enkele aandacht besteed aan dat houderschap en een mogelijke betwisting daarvan door EBI. Evenmin is in de dagvaarding het voormalig werkgeverschap van EBI ten aanzien van bestuurders van PR-Pet aan de orde gesteld. Pas ter zitting heeft Petsbelle cs gereageerd op het verweer van EBI en volstaan met een slechts gedeeltelijke en blote weerspreking daarvan. Daarmee is het houderschap van Petsbelle van het niet-ingeschreven Gemeenschapsmodel Maine Coon 173 in deze kort geding-procedure onvoldoende aannemelijk gemaakt zodat de vorderingen ook met betrekking tot dat model voor afwijzing gereed liggen.

Gemeenschapsmodelrechten Maine Coon 120

4.13.

Voor zover de vorderingen van Petsbelle cs gebaseerd zijn op de stelling dat de Melrose Krabpalen inbreuk maken op de (ingeschreven en niet-ingeschreven) Gemeenschapsmodelrechten Maine Coon 120, dient – uitgaande van de geldigheid van die rechten en het houderschap daarvan van Petsbelle cs – beoordeeld te worden of de Melrose Krabpalen bij de geïnformeerde gebruiker dezelfde algemene indruk wekken als het Gemeenschapsmodel Maine Coon 120 (zie artikel 10 lid 1 GModVo). De voorzieningenrechter is voorshands van oordeel dat dit niet het geval is. De algemene indruk die de Melrose Krabpalen bij de geïnformeerde gebruiker wekken, wijkt af van de algemene indruk die het Gemeenschapsmodel Maine Coon 120 bij die gebruiker wekt. De Melrose Krabpalen zijn aanzienlijk hoger dan het Gemeenschapsmodel Maine Coon 120. Bovendien heeft dat model geen hangmat / komvormig plateau, dat voor de Melrose Krabpalen een in het oog springend element is. Hierbij is van belang dat het Gemeenschapsmodel Maine Coon 120 ten opzichte van de hiervoor sub 4.10 genoemde Classic Sofa – die overigens ook getoond wordt in het overzicht4 dat door Petsbelle cs is overgelegd ter illustratie van het Umfeld – slechts het extra (tussen)plateau-met-gat heeft, zodat voorshands moet worden geoordeeld dat de afstand tussen de Classic Sofa en het Gemeenschapsmodel Maine Coon 120 kleiner is dan tussen dat Gemeenschapsmodel en de Melrose Krabpalen. Dit brengt mee dat de vorderingen, voor zover zij gegrond zijn op de ingeschreven en niet-ingeschreven Gemeenschapsmodelrechten ten aanzien van de Maine Coon 120, worden afgewezen.

Inbreuk op auteursrechten?

Ten aanzien van de Maine Coon 173

4.14.

Petsbelle cs roept voor de Maine Coon 173 Krabpaal auteursrechtelijke bescherming in voor Nederland. Op de door Petsbelle cs ingeroepen bescherming is ingevolge artikel 5 lid 1 BC5 Nederlands recht als lex loci protectionis (dat wil zeggen: het recht van het land waarvoor bescherming wordt gevraagd) van toepassing. De vraag of er naar Nederlands recht sprake is van een auteursrechtelijk beschermd werk kan gelet op het voorgaande in het midden blijven. De vorderingen op grond van het auteursrecht op de Maine Coon 173 Krabpaal stranden immers op de eveneens naar Nederlands recht te beantwoorden vraag wie als maker van het werk moet worden aangemerkt, nu EBI de stelling van Petsbelle cs dat de auteursrechten berusten bij Petsbelle gemotiveerd heeft betwist.

4.15.

Op grond van artikel 7 Aw wordt aangenomen dat, tenzij anders is overeengekomen, de auteursrechten op een werk dat in het kader van een dienstverband is vervaardigd, berusten bij de werkgever. Hetgeen hiervoor onder rechtsoverweging 4.8 tot en met 4.12 is overwogen ten aanzien van het houderschap van het ingeroepen niet-ingeschreven Gemeenschapsmodel Maine Coon 173, geldt mutatis mutandis ook ten aanzien van de vraag wie als maker van en daarmee rechthebbende op het werk dient te worden beschouwd. De conclusie is dat in het kader van deze kort geding procedure niet in hoge mate aannemelijk is geworden dat de auteursrechten op de Maine Coon 173 Krabpaal bij Petsbelle berusten. Het beroep op artikel 8 Aw faalt omdat zij dat op geen enkele wijze nader heeft toegelicht en het gelet op het vorengaande niet onaannemelijk is dat een bodemrechter bewezen zal achten dat de openbaarmaking onrechtmatig was. De gevorderde voorzieningen worden, voor zover zij zijn gegrond op het auteursrecht op de Maine Coon 173 Krabpaal, dan ook afgewezen.

Ten aanzien van de Maine Coon 120

4.16.

Bij de beoordeling van de vraag of de Melrose Krabpalen naar Nederlands recht inbreuk maken op de Maine Coon 120 Krabpaal, kan in het midden worden gelaten of de Maine Coon 120 Krabpaal is aan te merken als een werk in auteursrechtelijke zin en, als dat zo is, of Petsbelle dan wel [eiseres sub 2] daarvan de maker is. Van een auteursrechtinbreuk is naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter namelijk geen sprake. Daartoe wordt het volgende overwogen.

4.17.

Bij de beoordeling van de vraag of de Melrose Krabpalen inbreuk maken op de Maine Coon 120 Krabpaal, komt het aan op de totaalindruk en meer in het bijzonder op de vraag of de Melrose Krabpalen in zodanige mate de karakteristieke trekken van de Maine Coon 120 Krabpaal vertonen dat de totaalindrukken die de krabpalen maken, te weinig verschillen voor het oordeel dat het ontwerp van de Melrose Krabpalen als een zelfstandig werk kan worden aangemerkt.6 Zoals hiervoor ook sub 4.13 in het kader van de modelrechten is overwogen, betrekt de voorzieningenrechter bij deze beoordeling het verschil tussen enerzijds de reeds van het vormgevingserfgoed deel uitmakende Classic Sofa en de Maine Coon 120 Krabpaal, en anderzijds de Maine Coon 120 Krabpaal en de Melrose Krabpalen. Het voetstuk, de robuuste paal omwikkeld met touw (element i volgens Petsbelle cs), het beklede kussen (element ii volgens Petsbelle cs) en het hangende touw zijn al aanwezig in de Classic Sofa, waaraan vervolgens voor de Maine Coon 120 Krabpaal het extra (tussen)plateau-met-gat is toegevoegd (element iii volgens Petsbelle cs). Voorshands oordelend wordt de totaalindruk van de Melrose Krabpalen in belangrijke mate bepaald door de in de Maine Coon 120 Krabpaal ontbrekende hangmat / het komvormige plateau, zodat de totaalindruk van de Maine Coon 120 Krabpaal een andere is dan die van de Melrose Krabpalen. Het voorgaande brengt mee dat de vorderingen ook voor zover deze gegrond zijn op gestelde inbreuken op de auteursrechten op de Maine Coon 120 Krabpaal, worden afgewezen.

Onrechtmatige daad?

4.18.

Gegeven de hiervoor geschetste twijfel over wie in welke hoedanigheid of welk dienstverband de Maine Coon 173 Krabpaal heeft ontworpen en derhalve bij wie de rechten daarop berusten, kan de conclusie ten aanzien van de gestelde slaafse nabootsing geen andere zijn dan dat ook daarin geen grondslag kan worden gevonden voor toewijzing van de vorderingen. Immers, in deze procedure is niet voldoende aannemelijk gemaakt dat de ingeroepen rechten met betrekking tot de Maine Coon 173 Krabpaal aan Petsbelle toekomen. Voorlopig oordelend is er bovendien een te groot verschil tussen de Melrose Krabpalen en de Main Coon 120 Krabpaal door het verschil in hoogte en de toegevoegde hangmat/het komvormige plateau om te komen tot het oordeel dat sprake is van nodeloos verwarringwekkende nabootsing. Voor toewijzing van vorderingen op grond van slaafse nabootsing is voorlopig oordelend dan ook evenmin plaats.

Conclusie en proceskosten

4.19.

Hetgeen hiervoor is overwogen leidt er toe dat alle vorderingen, inclusief de nevenvorderingen, van Petsbelle cs worden afgewezen.

4.20.

Als in het ongelijk gestelde partij wordt Petsbelle cs veroordeeld in de kosten van deze procedure. EBI maakt aanspraak op vergoeding van de volledige proceskosten op grond van artikel 1019h Rv. EBI heeft haar kosten gespecificeerd op een totaalbedrag van € 17.564,58 en gesteld dat 10% van deze kosten toe te rekenen zijn aan de slaafse nabootsing. Dit laatste is door Petsbelle cs niet weersproken, zodat de voorzieningenrechter daarvan uit gaat. Het IE-deel van de door EBI gespecificeerde kosten bedraagt derhalve € 15.808,12. Teneinde de redelijkheid en evenredigheid van die kosten te beoordelen, zoekt de voorzieningenrechter aansluiting bij de Indicatietarieven in IE-zaken (versie april 2017). Onderhavige zaak wordt door de voorzieningenrechter aangemerkt als een zaak in de categorie normaal kort geding waarvoor een maximumtarief van € 15.000,- geldt, waarvan voor het IE-deel dus 90%, derhalve € 13.500, voor vergoeding in aanmerking komt. Voor wat betreft het niet-IE-deel wordt aansluiting gezocht bij het liquidatietarief voor een gemiddeld kort geding zoals dat per 1 januari 2019 is vastgesteld op € 980,- waarvan 10% voor vergoeding in aanmerking komt, derhalve € 98,-. De kosten worden vermeerderd met € 639,- aan griffierecht, zodat voor vergoeding van de proceskosten een totaalbedrag van

€ 14.237,- wordt toegewezen.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

wijst de vorderingen af;

5.2.

veroordeelt Petsbelle cs in de proceskosten aan de zijde van EBI, tot op heden vastgesteld op € 14.237,-;

5.3.

verklaart dit vonnis voor wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.M. Brakel en in het openbaar uitgesproken op

22 mei 2019.

1 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

2 Verordening (EG) Nr. 6/2002 van de Raad van 12 december 2001 betreffende Gemeenschapsmodellen

3 Auteurswet

4 EP 9A, vijfde pagina, derde rij van boven, 7de afbeelding.

5 Berner Conventie

6 Hoge Raad 29 november 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE8456 (Una Voce Particolare) IER 2003, 17