Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2019:4663

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
15-05-2019
Datum publicatie
17-05-2019
Zaaknummer
C/09/553792 / HA ZA 18-610
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

bouwrecht; overeengekomen meerwerk

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DEN HAAG

Team handel

zaaknummer / rolnummer: C/09/553792 / HA ZA 18-610

Vonnis van 15 mei 2019

in de zaak van

DENBO PROJECTINRICHTING B.V. te Beverwijk,

eiseres,

advocaat mr. G.P. Poiesz te Velsen-Zuid,

tegen

EYE ZOETERMEER B.V. te Zoetermeer,

gedaagde,

advocaat mr. S. Kroesbergen te Ede.

Partijen zullen hierna Denbo en EYE genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 3 mei 2018 met producties 1 tot en met 12;

  • -

    de conclusie van antwoord;

  • -

    het tussenvonnis van 29 augustus 2018, waarbij een comparitie van partijen is bevolen;

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 8 januari 2019 en de daarin genoemde stukken;

  • -

    de akte uitlating van de zijde van Denbo van 13 februari 2019, waarin is medegedeeld dat geen regeling tot stand is gekomen.

1.2.

Het proces-verbaal van comparitie van 6 december 2018 is buiten aanwezigheid van partijen opgemaakt. Zij zijn in de gelegenheid gesteld opmerkingen van feitelijke aard op de verslaglegging kenbaar te maken. Partijen hebben van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt.

1.3.

Ten slotte is een datum voor vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Denbo adviseert en begeleidt werkzaamheden met betrekking tot interieur projecten. EYE exploiteert winkels in optische artikelen en heeft Denbo ingeschakeld voor de inrichting van haar optiek in Zoetermeer.

2.2.

Partijen hebben voorafgaand aan de werkzaamheden, rond juni-juli 2016, een document met de titel ‘budgettering: voorlopig’ opgesteld, met een beschrijving van de werkzaamheden en een totale som van € 170.786 inclusief btw (productie 3 bij dagvaarding).

2.3.

Op 16 augustus 2016 is Denbo begonnen met haar werkzaamheden.

2.4.

Op 6 oktober 2016 heeft Denbo een e-mailbericht gestuurd aan EYE, met als bijlage ‘EYE Actuele kosten 01.10.2016.xls’. In deze bijlage zijn diverse posten onder vermelding van ‘meerwerk’ opgenomen. Denbo heeft in de begeleidende e-mail onder meer geschreven:

“Zoals je kan zien lopen de betalingen op waarbij ik nu niemand meer kan betalen.

Ik heb tot nu toe € 131.500,- betaald de overige betalingen volgen snel.

Ik heb ontvangen € 115.000,-

Ik moet einde van deze week nog € 60,000 betalen

De overige betalingen zullen volgen over een week of twee.

Mijn eigen betalingen komen nu in de knoop omdat ik mijn limiet heb bereikt.

Kan jij zorgen voor een vlotte betaling van minimaal € 80.000

Liefst € 100.00 indien mogelijk. (…)”

2.5.

Op 4 april 2017 heeft Denbo een factuur gestuurd aan EYE ten bedrage van

€ 67.672,50.

2.6.

EYE heeft gereageerd op deze factuur bij brief van 21 april 2017:

“(…) In de door u opgestelde begroting, waar wij akkoord mee zijn gegaan, hebben wij een budget vastgesteld van € 161.000. (…)

Zonder voorafgaand overleg is dit budget overschreden. U hebt ook niet gewaarschuwd voor overschrijding.

Een overschrijding van niet meer dan 10 % is wettelijk toegestaan, edoch nu spreken we van een overschrijding van meer dan 70 %.

Dus het budget (…) mag uitkomen op € 171.000, daarvan heb ik € 46.000 betaald. Dus het totaal te factureren bedrag mag niet hoger zijn dan € 131.000

Omwille van de doorgang van het project heb ik betalingen gedaan tot een totaal van € 154.000. (…)

Dus ik verzoek u mij terug te storten een bedrag van € 23.000 wat teveel betaald is. (…)”

2.7.

Op 11 mei 2017 heeft Denbo bij brief gereageerd op voormelde brief van EYE:

“(…) Zoals je aangeeft in je brief hadden wij vooraf een budget vastgesteld van € 161.000 voor alle uit te voeren werkzaamheden en te leveren (op maat gemaakte) meubelstukken m.b.t. het inrichten (…)

Dit budget zouden wij hebben gehaald ware het niet dat er veel veranderingen aan de indeling van de ruimtes waren, evenals veel meerwerk en onvoorziene extra kosten. Deze werden alle met jouw besproken en goedgekeurd. Zowel op het werk als tijdens afspraken bij mij op kantoor, in het bijzijn van [A] . Je heeft voor deze extra kosten steeds je toestemming gegeven om het werk door te laten gaan, zowel per mail, als mondeling, als per what’s ap en sms berichten. (…)

Vanaf de eerste onverwachte kosten (zoals o.a. luchtgordijn, ketel en electra), veranderingen en meerwerk heb ik constant met jou overleg gehad (…)

Na ontvangst van € 154.000 heb je aangegeven diverse mogelijkheden tot betaling van het openstaande bedrag van € 67.672,52 te hebben.”

3 Het geschil

3.1.

Denbo vordert – samengevat en na vermindering van eis - veroordeling van EYE tot betaling van € 59.202,65, vermeerderd met rente en (buitengerechtelijke) kosten.

3.2.

Aan haar vordering legt Denbo ten grondslag dat zij veel werkzaamheden heeft verricht die niet behoren tot het overeengekomen werk. Er zijn wekelijks bouwoverleggen gevoerd waarin de gang van zaken uitgebreid is besproken en telkens toestemming is gegeven voor meerwerk. EYE kwam iedere week met nieuwe wensen en Denbo heeft EYE er steeds op gewezen dat dit leidde tot meerkosten. In haar e-mailbericht van 6 oktober 2016 en de meegestuurde bijlage (productie 4 bij dagvaarding, zie 2.4.) heeft Denbo aan EYE een reeël inzicht gegeven in de omvang van de concreet te verwachten meerkosten door de steeds veranderende wensen van EYE. Als productie 5 heeft Denbo screenshots van diverse whatsapp berichten overgelegd, waaruit volgens Denbo de instemming van EYE voor meerdere meerwerkposten blijkt. Denbo heeft voldaan aan haar waarschuwingsplicht ex artikel 7:755 BW en EYE heeft opdracht / toestemming gegeven voor het meerwerk. EYE wist van de consequentie van de prijsverhoging, althans had dat behoren te begrijpen.

Subsidiair stelt Denbo dat sprake is van ongerechtvaardigde verrijking. Denbo heeft, in overleg met EYE, betalingen aan onderaannemers voorgeschoten ten behoeve van EYE. Hierdoor is Denbo verarmd; haar vermogen is verminderd met € 59.202,65. EYE dient een bedrag ter hoogte van haar verrijking aan Denbo te vergoeden, aldus Denbo.

3.3.

EYE voert verweer.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Ter zitting hebben partijen bevestigd dat productie 3 bij dagvaarding – anders dan de titel van het document doet vermoeden (‘budgettering: voorlopig’) – de overeengekomen aanneemsom voor het project weergeeft, namelijk € 170.786 inclusief btw en de post ‘onvoorzien van 7 %’. Artikel 7:752 BW is dus niet van toepassing.

4.2.

Denbo stelt zich op het standpunt dat - naast de overeengekomen werkzaamheden - meerwerk is overeengekomen.

4.3.

EYE heeft betoogd dat onvoldoende is onderbouwd op welke punten exact is afgeweken van het overeengekomen werk. EYE betwist dat Denbo haar heeft geïnformeerd over het prijsverhogende effect van de gestelde afwijkingen van het overeengekomen werk. Het enkele feit dat Denbo telkens om betaling heeft gevraagd, is niet voldoende om te concluderen dat sprake is van goedgekeurd meerwerk, aldus EYE.

4.4.

De rechtbank stelt voorop dat toevoegingen of veranderingen in het opgedragen (bouw)werk, waarmee de opdrachtgever heeft ingestemd, de aannemer niet zonder meer recht geven op prijsverhoging. Daarvoor is vereist dat de opdrachtgever er tijdig van op de hoogte is gesteld dat deze toevoegingen of veranderingen zullen leiden tot een hogere prijs. De ratio van deze bepaling is dat de opdrachtgever de gelegenheid krijgt te beslisssen of hij het meerwerk ondanks de hogere prijs aan de aannemer wil opdragen. De plicht om de opdrachtgever op de consequentie van prijsverhoging te wijzen geldt niet indien de opdrachtgever die consequentie uit zichzelf had moeten begrijpen. Dit laatste hangt grotendeels af van de mate van deskundigheid die de aannemer van de opdrachtgever mocht verwachten.

4.5.

Ter zitting heeft Denbo als productie 20 een overzicht van het door haar gestelde meerwerk overgelegd en toegelicht. De minderwerkzaamheden zijn in dit document in het rood weergegeven. De onderliggende facturen waar Denbo naar verwijst zijn als productie 18 in het geding gebracht. Er is een kolom ‘aanneemsom’ en een kolom ‘meerwerk’ opgegeven. In een kolom ‘bewijs’ heeft Denbo per meerwerkpost naar door haar overgelegde producties verwezen. EYE is in de gelegenheid gesteld op deze productie te reageren. De rechtbank zal de stellingen en weren van partijen mede aan de hand van voornoemd overzicht beoordelen.

4.6.

Ter onderbouwing van haar stelling dat meerwerk is overeengekomen heeft Denbo verwezen naar haar e-mailbericht van 6 oktober 2016 en daarbij opgenomen bijlage ‘EYE Actuele kosten 01.10.2016.xls’ (zie 2.4.). In deze bijlage zijn diverse posten onder vermelding van ‘meerwerk’ opgenomen. Voorts heeft Denbo de weergave van diverse Whatsapp berichten overgelegd, waaruit volgens haar blijkt dat meerwerk is overeengekomen. Ter zitting heeft EYE aangevoerd dat zij Denbo direct om toelichting op het in voormeld e-mailbericht gedane betalingsverzoek heeft gevraagd, omdat Denbo niet eerder om extra betaling had verzocht. Vervolgens heeft EYE Denbo betaald, omdat de werkzaamheden door moesten gaan en de winkel open moest, aldus EYE ter zitting.

4.7.

De rechtbank stelt vast dat EYE, na ontvangst van de e-mail van 6 oktober 2016 met de in de bijlage genoemde meerwerkkosten - die ook als zodanig door Denbo zijn aangeduid in de bijlage - de genoemde meerwerkkosten op dat moment niet heeft betwist. Denbo heeft EYE aldus gewezen op de hogere prijs van de uit te voeren werkzaamheden. Indien EYE deze kosten ter discussie had willen stellen, zoals zij aanvoert, had zij direct na ontvangst van de e-mail met bijlage al een voorbehoud bij haar betaling dienen te maken. EYE heeft echter geen voorbehoud gemaakt. Ook de in de bijlage als meerwerk aangeduide werkzaamheden zelf heeft EYE toen niet betwist. Naar het oordeel van de rechtbank moet het er voor worden gehouden dat het in de bijlage genoemde meerwerk is overeengekomen.

Voorts leidt de rechtbank uit de Whatsapp berichten af dat EYE op specifieke punten opdracht voor meerwerk heeft gegeven. De rechtbank zal hierna de meerwerkposten afzonderlijk beoordelen.

Elektra werkzaamheden

4.8.

Denbo heeft vijf meerwerkposten genoemd:

  1. € 1.469,20 elektrawerkzaamheden aanneemsom;

  2. € 5.960 meerwerk leveren van totaal nieuwe installatie omdat alles was doorgeknipt, extra loze leidingen, internet, nieuwe groepenkast;

  3. € 4.650 luidsprekers leveren en plaatsen, deurdetectors;

  4. € 1.465,42 routers leveren en plaatsen, nieuwe noodverlichting, gevelverlichting, deurbediening, zuilen bij entree (extra toevoeren);

  5. € 860 extra spots tbv zonnebrillen incl toebehorende, travos, extra kabels.

4.9.

Ter onderbouwing van de werkzaamheden onder i) verwijst Denbo naar bijlage 4A bij productie 18. Uit deze bijlage kan echter niet worden afgeleid dat er een bedrag van

€ 1.469,20 wegens meerwerk is. Enige omschrijving van het meerwerk bovenop de voor deze werkzaamheden overeengekomen aanneemsom ontbreekt bovendien, evenals gebleken instemming van EYE. Dit deel van de vordering wordt dus afgewezen.

De posten onder ii) en iii) heeft Denbo al als meerwerk opgenomen in haar bijlage bij het e-mailbericht van 6 oktober 2016 (zie 2.4.). Gelet op hetgeen de rechtbank hiervoor in r.o. 4.7. heeft overwogen betreft dit overeengekomen meerwerk. De onder ii) en iii) genoemde bedragen zijn dus toewijsbaar.

Ter onderbouwing van het onder iv) genoemde bedrag verwijst Denbo naar bijlage 4F bij productie 18. In deze facturen worden onder andere werkuren genoemd en de levering van inbouwspeakers en routers. Uit productie 4 volgt echter dat deze reeds zijn begrepen in de hiervoor toegewezen bedragen. Gesteld noch gebleken is dat Denbo EYE nadien nog heeft gevraagd in te stemmen met meerwerk op dit punt, laat staan dat EYE op enige prijsverhoging is gewezen. Dit deel van de vordering wordt dus afgewezen.

Tot slot vordert Denbo een bedrag wegens onder meer extra spots bij de zonnebrillen. Als productie 5 bij dagvaarding zijn screenshots van Whatsapp gesprekken tussen partijen overgelegd. Hierin schrijft EYE op 9 november 2016 ‘De verlichting boven de zonnebrillen moet feller. Tussen de huidige spots moeten er nog 2 en erbuiten 2. Dus totaal nog 6 spots’. Naar het oordeel van de rechtbank had EYE moeten begrijpen dat het aanschaffen en plaatsen van extra spots een prijsverhoging meebrengt. In de factuur waar Denbo naar verwijst zijn evenwel niet alleen de spots in rekening gebracht, maar ook andere kosten, die volgens productie 4 – in ieder geval deels – al zijn begrepen in de onder ii) en iii) genoemde bedragen. De rechtbank zal het bedrag voor de spots gelet daarop begroten op € 300.

Loodgieterswerkzaamheden

4.10.

Ook op dit punt heeft Denbo vijf meerwerkposten gesteld:

  1. € 1.365,96 water atelier toe en afvoer extra leveren en plaatsen;

  2. € 786,50 diverse extra reparaties tbv water lekkage, nieuwe leidingen;

  3. € 9.379,75 leveren en plaatsen nieuwe verwarmingsgordijn incl nodige materialen;

  4. € 2.609,22 leveren en plaatsen van nieuwe cv ketel incl toebehoren;

  5. € 850 plaatsen van sanitair.

4.11.

Het onder i) gevorderde bedrag is door Denbo al genoemd in haar bijlage bij het e-mailbericht van 6 oktober 2016. Hiervoor geldt hetzelfde als onder 4.7. is overwogen ten aanzien van de in die bijlage genoemde posten. Dit betekent dat het bedrag van € 1.365,96 ziet op overeengekomen meerwerk en toewijsbaar is.

Voorts vordert Denbo een bedrag wegens een verholpen lekkage (ii). Ter comparitie heeft EYE aangevoerd dat zij overlast van regenwater heeft ondervonden doordat een pijp niet goed was afgesloten en dat is gekeken of een gefingeerde rekening kon worden gemaakt om de schade te claimen bij de verhuurder. Uit productie 5 volgt ook dat EYE op 18 oktober 2016 in een Whatsapp bericht heeft gevraagd aan Denbo of zij een rekening van de waterschade kon sturen. Naar het oordeel van de rechtbank staat hiermee voldoende vast dat EYE heeft ingestemd met werkzaamheden ten behoeve van de lekkage en dat zij heeft moeten begrijpen dat hieraan kosten zijn verbonden. Het bedrag van € 786,50 wordt toegewezen. Hetgeen is aangevoerd over het opmaken van een gefingeerde rekening, ook ten aanzien van de overige in de Whatsapp genoemde rekeningen aan Unibail Rodamco, valt buiten het bestek van deze procedure.

Ter zitting heeft EYE erkend dat is gesproken over de cv-ketel, die kapot was, en het warmtegordijn. In een Whatsapp gesprek (productie 5) informeert Denbo EYE ook over de hiermee gepaard gaande (geschatte) prijsverhoging: ‘De oude ketel vervangen voor een nieuwe hr ketel. Het oude warmtegordijn vervangen (…) De toevoerleidingen ivm met roest vervangen. 9900 ex’. Gelet op het voorgaande zijn de onder iii) en iv) gevorderde bedragen - die overigens ook zijn genoemd in productie 4 - toewijsbaar.

Ter onderbouwing van de werkzaamheden onder v) heeft Denbo onvoldoende gesteld. Niet alleen is de factuur waarnaar wordt verwezen niet beschikbaar (bijlage 5F bij productie 18 ontbreekt), maar ook is gesteld noch gebleken welk sanitair wordt bedoeld en of EYE hiermee heeft ingestemd. Dit deel van de vordering wordt dus afgewezen.

4.12.

EYE heeft ter zitting nog aangevoerd dat de post ‘onvoorzien’ is opgenomen in de aanneemsom voor zaken als de ketel en het warmtegordijn. Denbo heeft ter zitting evenwel onweersproken gesteld dat zij deze post als minderwerk heeft gerekend, zodat deze niet langer is begrepen in de uiteindelijke aanneemsom.

Timmerwerkzaamheden

4.13.

Ten aanzien van de timmerwerkzaamheden heeft Denbo een tweetal posten wegens meerwerk gevorderd. Allereerst € 8.929 voor het plaatsen van een plafond met gebruik van bestaande ophangbeugels en voor scheidingswanden ten behoeve van de examinatieruimte. Voorts een bedrag van € 9.643 voor onder andere het aanbrengen van steenstrips, plaatsen van een keuken, bouwen van een plafond en het leveren en plaatsen van een nieuwe deur.

4.14.

EYE heeft ter zitting aangevoerd dat er een nieuw plafond moest komen in verband met de verlichting. Ook is de toiletdeur vervangen. Daarnaast is voor het aanbrengen van de steenstrips in de aanneemsom een bedrag van € 6.500 opgenomen. Aanvankelijk zou ‘ [B] ’ deze werkzaamheden uitvoeren, maar uiteindelijk is het door iemand anders gedaan. Niet inzichtelijk is waarom het bedrag hoger is uitgevallen dan in de aanneemsom is verdisconteerd, aldus EYE.

4.15.

De rechtbank stelt voorop dat het in de aanneemsom begrepen bedrag voor de steenstrips (tegelzetter € 8.150) als minderwerk is gerekend. Voor het overige geldt dat ook deze bedragen zijn opgenomen in de bijlage bij het e-mailbericht van 6 oktober 2016 (zij het dat het bedrag van € 8.929 in die bijlage is opgeteld bij de voor het timmerwerk overeengekomen bedrag van € 13.577). Het voorgaande betekent dat deze bedragen toewijsbaar zijn.

Stukadoorwerkzaamheden

4.16.

Denbo vordert een bedrag van € 2.541 voor het aanbrengen van kort gezegd 3 nissen in het plafond. Ook dit bedrag is opgenomen in de bijlage bij het e-mailbericht van 6 oktober 2016 en daarmee onvoldoende weersproken. De rechtbank beschouwt ook deze post als overeengekomen meerwerk.

Schilderwerkzaamheden

4.17.

Ten aanzien van de schilderwerkzaamheden heeft Denbo vier meerwerkposten gesteld:

  1. € 561,65 – naast de overeengekomen aanneemsom van € 2.672 op dit punt – wegens schilderwerkzaamheden aangenomen werk wanden en plafonds sausen;

  2. € 3.505 meerwerk paslatten, timmerwerk, koven deuren en kozijnen;

  3. € 540 opdrachtgeven meerdere keer extra werkzaamheden direct doorgegeven;

  4. € 1.104,27 extra werk dagen, reizen, parkeergeld.

4.18.

De onder i) en ii) gevorderde bedragen zijn opgenomen in de bijlage bij het e-mailbericht van 6 oktober 2016 (zij het dat het bedrag van € 561,65 is begrepen in het daar genoemde bedrag van € 3.233,12 voor schilderwerkzaamheden). Deze bedragen zijn door EYE op dat moment niet weersproken en ook is geen enkel voorbehoud gemaakt ten aanzien van de werkzaamheden dan wel de kosten / betaling ervan. Onder verwijzing naar r.o. 4.7. beschouwt de rechtbank deze posten dan ook als overeengekomen meerwerk, zodat deze bedragen toewijsbaar zijn.

Ter onderbouwing van de werkzaamheden onder iii) en iv) heeft Denbo onvoldoende gesteld. Weliswaar verwijst Denbo naar bijlage 9 B+C bij productie 18, maar hierop staan ook al kosten vermeld die vallen onder het hiervoor genoemde bedrag van € 3.505. Gesteld nog gebleken is dat EYE heeft ingestemd met de andere werkzaamheden dan wel dat EYE tijdig op de hoogte is gesteld van de prijsverhoging, althans dit had moeten begrijpen. Deze twee posten worden dan ook afgewezen.

Vloer

4.19.

Denbo vordert een bedrag van € 46 en een bedrag van € 889,75. Eerstgenoemd bedrag ziet op de PVC vloer en laatstgenoemd bedrag op ‘meerwerk bies en extra meters bij visgraad’, aldus Denbo.

4.20.

Gesteld noch gebleken is dat EYE heeft ingestemd met dan wel is geïnformeerd over een prijsverhoging van € 46 ten aanzien van de PVC vloer, of dat zij had moeten begrijpen dat er werkzaamheden zijn verricht die tot een hogere prijs leiden. Deze post zal dus worden afgewezen. Anders is dit ten aanzien van de meerwerkpost van € 889,75. Ook dit bedrag is met vermelding ‘bies en 7m2 extra vloer nodig’ opgenomen in de bijlage bij de e-mail van 6 oktober 2016. Met deze bewoordingen moet naar het oordeel van de rechtbank ook voor EYE duidelijk zijn geweest dat sprake was van meerwerk. Deze post zal dus, gelet ook op hetgeen hiervoor al is overwogen in r.o. 4.7., worden toegewezen.

Speciaal meubilair

4.21.

Onder verwijzing naar bijlagen 11 A, B en C van productie 18 vordert Denbo een bedrag van € 34.952,26 wegens meerwerk, boven op de oorspronkelijke aanneemsom voor speciaal meubilair van € 48.810,00 exlusief btw. De totaalprijs voor speciaal meubilair komt op € 83.762,26 inclusief btw. Denbo licht het meerwerk voor speciaal meubilair als volgt toe: extra spiegels, diverse aanpassingen meubilair, aanpassingen in werkbalie, laden, uitschuifbare planken en een bovenblad van glas. Volgens Denbo heeft EYE haar wensen steeds veranderd ten aanzien van materiaal, maatvoering en constructie, nadat de meubelmaker was begonnen met de productie. Zo wilde EYE dat er een aluminiumkader werd toegepast, meer glasplaten en laden werden toegepast etc. Aan de hand van de ontwerpen van de avenuekasten (productie 16 oorspronkelijk ontwerp van [X] , productie 17 definitieve ontwerp van [X] voor de avenuekasten) heeft Denbo betoogd dat EYE het ontwerp heeft gewijzigd. Daarnaast vordert Denbo onder verwijzing naar bijlage 11 D bij productie 18 een bedrag van € 3.968,88. Ter zitting heeft Denbo nog gesteld dat het verschil met de oorspronkelijke bestelling kan worden gevonden door vergelijking van haar productie 3 met productie 18.

EYE heeft onder verwijzing naar het ontwerp betwist dat er veranderingen zijn geweest in het meubilair. Integendeel, er zijn juist minder dingen uitgevoerd. Zo is onder andere een schuifwand weggelaten, aldus EYE.

4.22.

De rechtbank stelt op grond van de offerte/order 11 A van 3 september 2016 bij productie 18 vast dat deze offerte voor het speciaal meubilair afsluit op een totaalprijs van

€ 69.225,01 exclusief btw (€ 83.762,26 inclusief btw). Dit laatste bedrag van

€ 83.762,26 wordt ook genoemd in de bijlage bij de e-mail van Denbo aan EYE van 6 oktober 2016 (productie 4), maar daarbij is geen melding gemaakt van meerwerk, zodat de vermelding in de bijlage, in afwijking van hetgeen in algemene zin in r.o. 4.7. is overwogen, niet zonder meer tot de conclusie kan leiden dat EYE bekend was met deze meerkosten en er mee heeft ingestemd. Daar komt het volgende bij. De meerwerkkosten voor het speciaal meubilair komen volgens de offerte 11 A op € 20.415,01 (€ 69.225,01 - 48.810). In het oog loopt het verschil tussen de kosten voor vrijstaande displaywanden (avenue) in de oorspronkelijke aanneemsom (2 stuks voor tezamen € 3.140) en de kosten voor vrijstaande displaywanden in de offerte van 3 september 2016 (4 stuks van elk € 3.500, totaal € 14.000). De door Denbo toegelichte ontwerpen van de avenuekasten (producties 16 en 17) tonen weliswaar aan dat de ontwerpen gewijzigd zijn in de uitvoering (aluminiumkader, meer glasplaten, meer laden) maar deze ontwerpen zijn ongedateerd en bieden, zonder toelichting die ontbreekt, geen verklaring voor de hoge meerkosten en geen steun voor het standpunt dat de meerkosten met EYE zijn besproken, mede gelet op de gemotiveerde betwisting van EYE. Denbo heeft op dit punt onvoldoende nadere feiten en omstandigheden gesteld.

Los daarvan heeft Denbo geen concrete feiten gesteld dat Denbo in het verlengde van de wijzigingen in het meubilair op die substantiële prijsverhoging heeft gewezen, althans dat EYE dit had moeten begrijpen.

Wel kan uit een Whatsapp bericht van EYE van 9 november 2016 (productie 5 bij de dagvaarding) worden afgeleid dat er ten opzichte van het ontwerp extra spiegels zijn geplaatst: ‘Er moeten geen spiegels op de curved wall. Wel op de wand ernaast tegen exam1. En op de twee pilaren van de binnenkant etalage. Tevens nog één op de binnenkant van de etalage naast de kast van de dure hoek. En natuurlijk de geplande spiegels’.

De rechtbank zal de kosten van deze spiegels begroten op € 1.000 en de vordering voor het overige als onvoldoende onderbouwd afwijzen.

Overige meerwerkposten

4.23.

Onder de noemer ‘honorarium’ op productie 20 heeft Denbo nog diverse bedragen wegens meerwerk opgenomen. Van al deze posten, behoudens de post beton (€ 629,13) die voorkomt in de bijlage bij het e-mailbericht van 6 oktober 2016, is gesteld noch gebleken dat EYE hiermee heeft ingestemd dan wel dat zij tijdig op de consequentie van een hogere prijs is gewezen. Vooralsnog is dus enkel toewijsbaar het bedrag van € 629,13.

Dan blijft nog over de vraag of EYE had moeten begrijpen dat de consequentie van de genoemde werkzaamheden een hogere prijs is. Ook hiervoor heeft Denbo onvoldoende gesteld. Zonder concrete toelichting kan niet worden vastgesteld in hoeverre de in dit kader genoemde meerwerkposten afwijken van hetgeen is overeengekomen. De vordering zal voor het overige dus worden afgewezen. Hetzelfde geldt voor de facturen van Puur en [X] die Denbo heeft overgelegd (productie 19) en ten aanzien waarvan zij zegt dat zij niet eerder aanspraak op betaling jegens EYE heeft gedaan. Ook van de werkzaamheden in deze facturen is - voor zover hiervoor niet anders is geoordeeld - niet komen vast te staan dat het overeengekomen meerwerk betreft.

Ongerechtvaardigde verrijking?

4.24.

Denbo stelt subsidiair dat EYE ongerechtvaardigd is verrijkt ten opzichte van Denbo. Door de gewenste veranderingen en toevoegingen aan de oorspronkelijke opdracht zijn de kosten van het project hoger uitgevallen. Denbo heeft de onderaannemers in verband hiermee voorgeschoten ten behoeve van EYE en is hierdoor verarmd, aldus Denbo.

EYE heeft het voorgaande kort gezegd betwist.

4.25.

In beginsel is mogelijk dat een deel van het gestelde en hiervoor niet toegewezen meerwerk moet worden betaald op grond van ongerechtvaardigde verrijking. Naar het oordeel van de rechtbank dient hier evenwel terughoudend mee om te worden gegaan, omdat anders de wettelijke eisen voor de verschuldigdheid van meerwerk worden uitgehold. De post ten aanzien van het speciaal meubilair is bijvoorbeeld afgewezen, omdat niet vast is komen te staan in hoeverre het geleverde meubilair afwijkt van de oorspronkelijke overeenkomst. Nu dit niet vast staat, kan van toewijzing op grond van ongerechtvaardigde verrijking ook geen sprake zijn. Daarnaast zijn onvoldoende bijzondere feiten en omstandigheden gesteld of gebleken die leiden tot het oordeel dat, nu EYE ten aanzien van deze posten niet gewezen is op de noodzaak van een prijsverhoging en zij die ook niet hoefde te begrijpen, haar eventuele verrijking dan toch ongerechtvaardigd is. De enkele stelling dat Denbo de onderaannemers zou hebben voorgeschoten, is ook onvoldoende om te concluderen dat sprake is van ongerechtvaardigde verrijking. De resterende vordering kan dus niet op de subsidiaire grondslag worden toegewezen.

Conclusie

4.26.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen is een bedrag van € 52.749,96 wegens meerwerk komen vast te staan (€ 5.960 + € 4.650 + € 300 + € 1.365,96 + € 786,50 + € 9.379,75 + € 2.609,22 + € 8.929 + € 9.643 + € 2.541 + € 561,65 + € 3.505 + € 889,75 + € 1.000 + € 629,13).

4.27.

Dit leidt tot de volgende slotsom. De overeengekomen aanneemsom bedraagt € 170.786. Uit productie 20 volgt dat het minderwerk € 50.460 bedraagt. Ook heeft Denbo ter zitting gesteld dat de post onvoorzien (€ 9.500) van de aanneemsom dient te worden afgetrokken. (Dan resteert na deze aftrekposten een bedrag van € 110.826 van de overeengekomen aanneemsom. In dit verband merkt de rechtbank op dat zij het in productie 20 genoemde bedrag van € 151.786 als resultante van aanneemsom, minus minderwerk en minus post onvoorzien niet kan plaatsen.) Het totaalbedrag van de in de afgesproken aanneemsom begrepen werkzaamheden, minus minderwerk en post onvoorzien, plus meerwerk bedraagt € 163.575,96 (€ 170.786 - € 50.460 - € 9.500 + € 52.749,96 ). Tussen partijen is niet in geschil dat EYE een bedrag van € 160.840 heeft voldaan aan Denbo. Dit betekent dat EYE aan Denbo per saldo nog een bedrag van € 2.735,96 dient te voldoen. De hierover gevorderde wettelijke rente zal worden toegewezen als hierna te melden.

Buitengerechtelijke- en proceskosten

4.28.

De door Denbo gevorderde buitengerechtelijke kosten zijn voldoende onderbouwd en overigens ook niet betwist. Deze vordering is dus toewijsbaar, zij het dat de buitengerechtelijke kosten worden gerelateerd aan de hiervoor toegewezen hoofdsom. Dit betekent dat wordt toegewezen een bedrag van € 398,60. Daarnaast valt de vordering tot betaling van buitengerechtelijke kosten niet onder het bereik van artikel 6:119a BW, zodat hierover niet de wettelijke handelsrente maar de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW zal worden toegewezen.

4.29.

Nu partijen over en weer deels in het ongelijk zijn gesteld, ziet de rechtbank aanleiding de proceskosten te compenseren als hierna te melden.

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

veroordeelt EYE tot betaling aan Denbo van een bedrag van € 2.735,96, vermeerderd met de wettelijke handelsrente daarover vanaf 22 juni 2017 tot de dag der algehele voldoening;

5.2.

veroordeelt EYE tot betaling aan Denbo van een bedrag van € 398,60 wegens buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot de dag der algehele voldoening;

5.3.

compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;

5.4.

verklaart dit vonnis ten aanzien van 5.1. en 5.2. uitvoerbaar bij voorraad;

5.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. I.A.M. Kroft en in het openbaar uitgesproken op 15 mei 2019.1

1 type: 1964