Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2019:4609

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
26-02-2019
Datum publicatie
08-05-2019
Zaaknummer
7449224 RL EXPL 19-479
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

schorsing concurrentiebeding onder voorwaarden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2019-0507
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Den Haag

Zittingsplaats ‘s-Gravenhage

Rolnr.: 7449224 RL EXPL 19-479

26 februari 2019

[jw.sys.1.rolnummer]

Vonnis ex art. 254 Rv in de zaak van:

[eiser] ,

wonende te [woonplaats] ,
eisende partij,
gemachtigde: mr. B.G. den Outer-Kroon,


tegen

de besloten vennootschap Brightsight B.V.

gevestigd te Delft,

gedaagde partij,
gemachtigde: mr. A. Oonincx-Vreeburg.

Partijen worden hierna aangeduid als “ [eiser] ” en “Brightsight”.

Procedure

1.1

De kantonrechter heeft kennis genomen van de volgende stukken:
- de dagvaarding in kort geding van 14 januari 2019 met producties;
- de brief van mr. A. Oonincx-Vreeburg van 5 februari 2019 met producties
Op 7 februari 2019 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt. Verschenen zijn [eiser] in persoon, bijgestaan door mr. B.G. den Outer-Kroon, en namens Brightsight is verschenen [betrokkene 1] , [functie] , [betrokkene 2] , [functie] , bijgestaan door mr. A. Oonincx-Vreeburg. Ter zitting zijn door de gemachtigden pleitnota’s overgelegd.

1.2

Hierna is vonnis bepaald.

Feiten

2.1

[eiser] is op 1 maart 2014 voor bepaalde tijd in dienst getreden bij Brightsigh, in de functie van [functie] . Hierna is de overeenkomst verlengd en per 1 juli 2015 omgezet in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Per 1 januari 2018 is [eiser] bij Brightsight in dienst als [functie] .

2.2

[eiser] is met Brightsight een concurrentiebeding overeengekomen bij:

-Aanhangsel bij de arbeidsovereenkomst van 1 maart 2014;

-Aanhangsel bij brief functiewijziging d.d. 1 maart 2014;

-Aanhangsel bij arbeidsovereenkomst d.d. 1 maart 2015;

-Aanhangsel bij arbeidsovereenkomst d.d. 1 juli 2015;

-Addendum tot letter d.d. 9 January 2018.
De eerste vier door beide partijen ondertekende aanhangels zijn in het Nederlands gesteld en het Addendum van 9 januari 2018 is in het Engels gesteld.

2.3

In het Addendum tot letter d.d. 9 January 2018 is vermeld:

Brightsight BV (the employer)

and

[eiser] (the employee), currently employed in the position of [functie] hereby agree als follows:

Artikcle 1: If this contract is ended(1,2), the employee may(3) not work (5,6) for competitors (7) for one year (4)

Article 2: If the employee does so, there is at least (8) a penalty applicable (9).

This stipulation is important for Brightsight because:

Brightsight invests much time and money in the employees

The employee enlarges specific security knowledge and information about the products of clients of Brightsight as well as the use of tools of Brightsight.”

In de voetnoten is een toelichting opgenomen. In voetnoot 3 en 7 staat:
“3. The employer may decide that in a particular case you may, or that you may under certain conditions.
(…)

7. Anno 2018 these are organizations such as (…) Applus (…).”

2.4

[eiser] is ten opzicht van Brigthsight gebonden aan een geheimhoudingsbeding.

2.5

Op 15 november 2019 heeft [eiser] ontslag genomen bij Brightsight.

2.6

[eiser] wil in dienst treden bij Applus te Barcelona in de functie van IT Labs Business Consultant.

Vordering, grondslag en verweer

3.1

[eiser] vordert in conventie bij wijze van voorlopige voorziening, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

I. het concurrentiebeding tussen Brightsight en Wei [eiser] geheel dan wel gedeeltelijk te schorsen, en

II. de boete die op overtreding van het concurrentiebeding staat te matigen tot nihil, althans tot een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag;

III. Brightsight te veroordelen, om binnen 24 uur na betekening van het in deze te wijzen vonnis [eiser] een maandelijkse vergoeding gelijk aan het door Applus toegezegde bruto salaris te betalen althans een vergoeding die de rechtbank met het oog op alle omstandigheden redelijk acht, zulks op straffe van een dwangsom van € 5.000,- althans een door uw rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag, per dag dat zij na de betekening van het vonnis geheel of gedeeltelijk in gebreke mochten blijven aan deze veroordeling te voldoen;

IV. Brightsight te veroordelen in de proceskosten met bepaling dat deze kosten binnen veertien dagen na het vonnis moeten zijn voldaan, bij gebreke waarvan verzuim van rechtswege zal optreden.

3.2

[eiser] legt aan zijn vordering – kort samengevat - het navolgende ten grondslag. De uitleg van het begrip “work” in de voetnoot leidt tot de conclusie dat het concurrentiebeding de werknemer alleen beperkt om een eigen bedrijf in welke vorm dan ook, te drijven of daarin werkzaam te zijn. De letterlijke tekst verbiedt het in dienst treden bij de concurrent niet. De omschrijving “the employee may not work for competitors” voldoet niet aan de wettelijke vereisten van artikel 7:653 BW omdat niet is aangegeven welke werkzaamheden er onder vallen. Het concurrentiebeding verbiedt niet om op zekere wijze werkzaam te zijn maar gewoonweg om in dienst te treden bij de concurrent in welke functie dan ook. [eiser] wordt door het concurrentiebeding onredelijk benadeeld. De belangen van [eiser] om in dienst te treden bij Applus zijn:
- dat hij bij Applus een kans krijgt om IT Labs Business Consultant te worden, een functie die Brightsight niet heeft;
- dat hij op kosten van Applus een MBA mag volgen aan een gerenommeerde universiteit, een kans die Brightsight niet biedt;
- dat hij de kans krijgt een serieuze carrièrestap te maken in de richting die hij ambieert en dat Brightsight hem die kans niet kan geven want zij kent die functie niet;
- dat de functie bij Applus hem de kans geeft terug te keren naar Barcelona de stad waar hij vandaan komt en waar zijn (schoon)familie woont en dat Brightsight voorgesteld heeft dat [eiser] zich zou kunnen aansluiten bij het team in Barcelona maar geen concreet voorstel heeft gedaan;

- dat hij bij Applus na het behalen van de MBA een serieuze salarisstap gaat maken.

[eiser] heeft aangeboden een relatiebeding aan te gaan en heeft aangeboden geen contact op te nemen met klanten van Brightsight. Brightsight is hier niet op ingegaan. De belangen van Brightsight zijn algemene niet gespecificeerde belangen en wegen minder zwaar dan de belangen van [eiser] . De functie senior security evaluator is een algemene en geen specifieke functie. [eiser] betwist dat hij vanuit die functie beschikt over zulke (technische en commerciële) informatie beschikt dat het een oneerlijk concurrentievoordeel zal opleveren als hij bij de concurrent in dienst treedt. Brightsight geeft niet aan over welke gevoelige bedrijfsinformatie zowel technisch als commercieel [eiser] zou beschikken.

3.3

Brightsight vordert bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

  1. [eiser] te bevelen zich te houden aan het met Brightsight overeengekomen concurrentiebeding zoals overeengekomen op 8 januari 2018, op straffe van een dwangsom van € 2.500,- per overtreding vermeerderd met € 1.000,- voor iedere dag of een gedeelte daarvan, waarop deze overtreding voortduurt, althans een zodanig bedrag als in goede justitie zal vernemen te behoren;

  2. [eiser] (voor de duur van het overeengekomen concurrentiebeding) te bevelen niet in dienst te treden bij Applus in Barcelona, zulks op straffe van een dwangsom van € 2.500,- per overtreding vermeerderd met € 1.000,- voor iedere dag of een gedeelte daarvan, waarop de overtreding voortduurt, althans een zodanig bedrag als als in goede justitie zal vernemen te behoren;

3.4

Brightsight stelt daartoe – kort samengevat – het volgende. Brightsight betwist dat [eiser] een spoedeisend belang heeft. Brightsight is een zogenaamd ‘Security Evaluation Lab’ met vestigingen in Delft, Barcelona en Beijing. De wereld van de ‘Security Evaluation Labs’ is erg exclusief omdat aan het werk zeer strenge accreditatie-eisen worden gesteld. De klanten van Brightsight zijn grote ontwikkelaars van (cyber) security producten en grote en internationale ondernemingen. Brightsight en Applus zijn concurrenten. Het concurrentiebeding verbiedt [eiser] om bij Applus in dienst te treden. Het beding is door [eiser] vijf keer ondertekend en hij is dus vijf keer akkoord gegaan. Dat het concurrentiebeding ruim is omschreven maakt het niet ongeldig. Brightsight heeft er een groot belang bij dat het concurrentiebeding ruim is omschreven nu het wereldwijd om maar een handvol bedrijven gaat die met Brightsight concurreren. Nieuwe medewerkers worden intern getraind. [eiser] heeft dit interne programma ook gevolgd en op kosten van Brightsight universitaire opleiding Masters Information Technology and Communications gevolgd. Brightsight heeft wel degelijk uitvoering gegeven aan de wens van [eiser] om zich te ontwikkelen in de richting van business development en project management. Hiervoor zijn diverse stappen gezet zoals een assessment en den afspraak om de rol van lead evaluator bij G+D op te pakken en uit te bouwen. De promotie naar [functie] is een duidelijke stap naar een meer commerciële rol binnen Brightsight. Brigthsight heeft twijfels over de door Applus aangeboden functie en heeft het vermoeden dat deze functie niet bestaat. [eiser] gaat er met het aan bod van Applus financieel niet op vooruit. Na het aanbod van Applus zijn acht gesprekken met [eiser] gevoerd. Aan [eiser] is aangeboden om in het kantoor van Brightsight in Barcelona te gaan werken en dat er mogelijkheden voor hem zijn binnen business development. Expliciet is de functie van business development director genoemd. Er is aangegeven dat Brightsight bij een nieuwe rol ook zou kijken naar salaris en opleiding. Kennis over de werkwijze van Brightsight en klanten van Brightsight is zeer waardevol voor een concurrent. [eiser] is vanuit zijn rol als lead evaluator gedetailleerd op de hoogte van de werkwijze van Brightsight en heeft in deze rol direct contact met klanten, zowel bij de opzet als tijdens de uitvoering van projecten. Voor de klant G+D is [eiser] samen met een account-manager verantwoordelijk voor de strategische ontwikkeling van de klant. Hierbij is onder andere met de klant gesproken over de lange-termijn productontwikkeling en de wijze waarop Brightsight hierbij kan ondersteunen met haar dienstverlening. [eiser] weet op welke wijze klanten worden benaderd en onder welke commerciële voorwaarden. [eiser] is gedetailleerd op de hoogte van de prijzen, het aanbiedingsproces en de wijze waarop de markt wordt benaderd. Het overeengekomen geheimhoudingsbeding zal onvoldoende bescherming bieden voor de specifieke, bedrijfsgevoelige kennis en informatie waarover [eiser] beschikt. Ook het aanbod van [eiser] om geen contact op te nemen met klanten van Brightsight biedt onvoldoende bescherming.


Beoordeling

4.1

Het spoedeisende belang van [eiser] is aannemelijk geworden nu hij in dienst kan treden bij Applus en op 14 februari 2019 het Executive MBA programma start en hij gebaat is bij duidelijkheid over het concurrentiebeding.

4.2

Een vordering in kort geding is alleen toewijsbaar als voldoende aannemelijk is dat die toewijzing in overeenstemming zal zijn met een oordeel in een bodemprocedure. De kantonrechter dient daarom te beoordelen of de vorderingen van [eiser] in een bodemprocedure een zodanige kans van slagen hebben dat vooruitlopend daarop de toewijzing reeds nu gerechtvaardigd is. Daarbij dient te worden uitgegaan van de gestelde en ter zitting gebleken feiten waarbij toetsing maar beperkt mogelijk is, aangezien een kort geding procedure zich naar haar aard niet goed leent voor nadere bewijslevering. Het navolgende behelst dan ook niet meer dan een voorlopig oordeel over het geschil.

4.3

[eiser] stelt dat de letterlijke tekst van het concurrentiebeding in de voetnoot onder 5. niet verbiedt om als werknemer in dienst te treden bij een concurrent. De kantonrechter verwerpt dit verweer. In het concurrentiebeding staat “or being employed either for remuneration or not”. Naar het oordeel van de kantonrechter kan dit niet anders worden uitgelegd dan dat het concurrentiebeding ook van toepassing is bij indiensttreding als werknemer.

4.4

Uitgangspunt is dat een werknemer vrije keuze van arbeid heeft, maar dat daarop onder voorwaarden beperkingen mogelijk zijn. Een van die beperkingen is een (geldig) concurrentiebeding waarbij de werknemer wordt beperkt in zijn bevoegdheid om na het einde van de arbeidsovereenkomst op zekere wijze werkzaam te zijn (artikel 7:653 BW). Een concurrentiebeding heeft de strekking oneerlijke concurrentie te voorkomen. De rechter kan het concurrentiebeding geheel of gedeeltelijk vernietigen indien in verhouding tot het te beschermen belang van de werkgever, de werknemer door dat beding onbillijk wordt benadeeld. Met betrekking tot het belang van de werkgever geldt als uitgangspunt dat het concurrentiebeding is bedoeld om het bedrijfsdebiet van de werkgever te beschermen. Het concurrentiebeding biedt geen bescherming tegen het vertrek van een opgeleide en ervaren werknemer en tegen indiensttreding van die werknemer bij een concurrent van de oude werkgever, maar alleen tegen de aantasting van het bedrijfsdebiet door zo’n overstap.

4.5

Als niet of althans onvoldoende betwist staat tussen partijen vast dat:

-Brightsight en Applus concurrenten zijn;
-hun werkgebied het uitvoeren van beveiligingsevaluaties en -advisering is;
-het gaat om zeer specialistische werkzaamheden en dat werknemers daarom over zeer specialistische kennis en vaardigheden moeten beschikken;
-er sprake is van een markt met - wereldwijd gezien - weinig spelers.

4.6

Het concurrentiebeding van Brightsight is ruim geformuleerd. Na het einde van het dienstverband mag de medewerker een jaar lang niet werken voor een concurrent. Een aantal concurrenten, waar onder Applus, is in een voetnoot met name genoemd.

4.7

De kantonrechter is van oordeel dat het enkele gegeven dat Applus een concurrent is, onvoldoende is om [eiser] via een concurrentiebeding te verbieden om daar binnen een jaar na het einde dienstverband te gaan werken. Dat Brigthsight en Applus opereren in een markt met weinig spelers en binnen een zeer specialistisch werkveld maakt dat niet anders. Het gaat er nog steeds om of er sprake is van oneerlijke concurrentie. Brightsight heeft haar belang om [eiser] aan het concurrentiebeding te houden voor zover het gaat om de klanten van Brightsight voldoende onderbouwd en [eiser] heeft dat belang ook niet weersproken. Hij heeft immers aangeboden om een relatiebeding aan te gaan en toegezegd geen contact op te zullen nemen met klanten van Brightsight. Voor zover het gaat om bedrijven die geen klant zijn van Brightsight heeft Brightsight haar belang niet aangetoond. Brightsight stelt wel dat [eiser] vanuit zijn functie van [functie] beschikt over specifieke, bedrijfsgevoelige kennis en informatie maar heeft dat onvoldoende onderbouwd. Brightsight noemt het voorbeeld van de klant G+D waar [eiser] de rol van lead evaluator vervult maar hiervoor heeft [eiser] het aanbod van het relatiebeding gedaan. [eiser] heeft voorts niet betwist dat hij gebonden is aan het geheimhoudingsbeding.

4.8

Daarnaast is de kantonrechter van oordeel dat wanneer [eiser] gebonden zou zijn aan het concurrentiebeding in de ruime omschrijving die Brightsight voorstaat, hij door het beding - in verhouding tot het belang van Brightsight - onbillijk wordt benadeeld. Dit zou immers betekenen dat [eiser] niet bij Applus kan gaan werken terwijl hij daarbij wel een zwaarwegend belang heeft op grond van de door hem onder 3.2 genoemde punten. Brightsight stelt weliswaar dat zij hem ook een vergelijkbaar aanbod hebben gedaan maar dat is pas nadat [eiser] het aanbod van Applus had ontvangen en zijn keuze al had bepaald. Ook is dat aanbod nog niet concreet gemaakt. Bij de door Brightsight gestelde ruime uitleg van het beding zou [eiser] bovendien ook niet bij andere concurrenten van Brightsight kunnen gaan werken. Het komt er dan op neer dat [eiser] een jaar lang bij geen enkel bedrijf zou kunnen werken dat opereert binnen het specialistische werkveld waarin hij werkzaam is.

4.9

Op grond van het voorgaande is het voorlopig oordeel van de kantonrechter dat de belangen van [eiser] om in dienst te kunnen treden bij Applus zwaarder moeten wegen dan de belangen van Brightsight om te voorkomen dat hij die stap kan maken. De vordering tot schorsing van het concurrentiebeding per zal worden toegewezen onder de navolgende voorwaarden:
- dat [eiser] gedurende een jaar na uitdiensttreding bij Brightsight geen contact zal opnemen met en niet zal werken voor klanten van Brightsight zulks op straffe van een dwangsom van € 2.500,- per overtreding vermeerderd met € 1.000,- voor iedere dag of gedeelte daarvan, waarop de overtreding voortduurt, met een maximum van € 50.000,-;
- bepaalt dat partijen binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis schriftelijk vastleggen om welke klanten het gaat.

4.10

De vordering in reconventie hoeft gelet op het voorgaande geen bespreking en zal behoudens het gedeelte dat in conventie is toegewezen, worden afgewezen.

4.11

De kantonrechter ziet aanleiding de proceskosten te compenseren in die zin dat partijen ieder hun eigen kosten dragen.

Beslissing

De kantonrechter, bij wege van voorlopige voorziening:

In conventie en in reconventie

- schorst het concurrentiebeding totdat in een bodemprocedure bij in kracht van gewijsde gegaan eindvonnis zal zijn beslist;

- verbindt aan de schorsing de voorwaarde dat [eiser] gedurende een jaar na uitdiensttreding bij Brightsight geen contact zal opnemen met en niet zal werken voor klanten van Brightsight zulks op straffe van een dwangsom van € 2.500,- per overtreding vermeerderd met € 1.000,- voor iedere dag of gedeelte daarvan, waarop de overtreding voortduurt, met een maximum van € 50.000,-;

- bepaalt dat partijen binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis schriftelijk vastleggen om welke klanten het gaat;

- compenseert de proceskosten in die zin dat partijen ieder hun eigen kosten dragen;

- verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. A.M.H. van der Poort-Schoenmakers en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 februari 2019, in tegenwoordigheid van de griffier.