Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2019:4584

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
09-05-2019
Datum publicatie
13-09-2019
Zaaknummer
18_3588 19_1073 19_1076 19_1077 19_1078 19_1079 19_1081 19_1082 19_1084 19_1085
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHDHA:2020:182, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

In geschil is of terecht een informatiebeschikking is gegeven. Eisers hebben zich op het standpunt gesteld dat zij door verweerder onvoldoende in de gelegenheid zijn gesteld om aan de genoemde verplichtingen te voldoen. Aan de hand van de gedingstukken en hetgeen partijen over en weer hebben verklaard, stelt de rechtbank echter vast dat tussen de datum waarop verweerder het boekenonderzoek heeft aangekondigd (10 februari 2017) en de datum waarop de informatiebeschikking is gegeven (17 juli 2017) ruim vijf maanden zijn verstreken. Eisers zijn dan ook ruimschoots in de gelegenheid gesteld om (alsnog) aan de informatie- en administratieplicht te voldoen zodat niet gezegd kan worden dat verweerder niet de nodige zorgvuldigheid in acht genomen heeft. De informatiebeschikking is dan ook terecht gegeven.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Viditax (FutD), 16-09-2019
V-N Vandaag 2019/2037
FutD 2019-2456
V-N 2019/51.2.5
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Team belastingrecht

zaaknummers: SGR 18/3588, SGR 19/1073, SGR 19/1076, SGR 19/1077,
SGR 19/1078, SGR 19/1079, SGR 19/1081, SGR 19/1082, SGR 19/1084,
SGR 19/1085

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 mei 2019 in de zaken tussen

[A], [B], [C], [D],

[E],
[F],
[G],
[H],
[I],
[J],

wonende dan wel gevestigd te Capelle aan den IJssel, eisers,

en

de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.

Procesverloop

Verweerder heeft met dagtekening 17 juli 2017 voor de jaren 2011 tot en met 2016 een informatiebeschikking als bedoeld in artikel 52a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (Awr) gegeven.

Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 10 april 2018 de informatiebeschikking gehandhaafd.

[A] heeft daartegen beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 4 oktober 2018.

Namens eisers is [A] verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door [K], [L] en [M].

Na de zitting is gebleken dat het door [A] ingestelde beroep mede is ingesteld namens de overige eisers. Hierop is het onderzoek in de zaak van [A] (zaaknummer SGR 18/3588) heropend en zijn voor de zaken van de overige eisers aparte zaaknummers (SGR 19/1073, SGR 19/1076, SGR 19/1077, SGR 19/1078, SGR 19/1079, SGR 19/1081, SGR 19/1082, SGR 19/1084, SGR 19/1085) geopend.

Eisers hebben vervolgens nadere stukken ingediend. Met instemming van partijen is een nader onderzoek ter zitting achterwege gebleven. Ten slotte heeft de rechtbank het onderzoek in alle zaken gesloten.

Overwegingen

Feiten

1. [A] (D) is werkzaam in de accountancy- en belastingadviespraktijk. D verricht zijn werkzaamheden als maat in de [MAATSCHAP] (de maatschap) en via de acht als eisende partijen aangeduide vennootschappen, waarvan hij onmiddellijk dan wel middellijk 100% aandeelhouder is (de vennootschappen). Een van de vennootschappen is de andere maat in de maatschap.

2. Op 10 februari 2017 heeft tussen D en verweerder, in verband met een bij D en de vennootschappen in te stellen boekenonderzoek, een bedrijfsgesprek plaatsgevonden. Naar aanleiding van dit gesprek heeft verweerder, vooruitlopend op het boekenonderzoek, D bij e-mailbericht van 13 februari 2017 verzocht vóór 31 maart 2017 een aantal aangiften over de jaren 2014 en 2015 in te dienen en enkele vragen te beantwoorden. In dit bericht is vermeld dat na ontvangst van de aangiften en de antwoorden op de gestelde vragen de reikwijdte van het in te stellen boekenonderzoek zal worden bepaald.

3. Bij e-mailbericht van 12 mei 2017 heeft verweerder aan D de reikwijdte van het boekenonderzoek medegedeeld en hem voorts verzocht aan te geven op welke van de in dit bericht voorgestelde data in juni 2017 het boekenonderzoek kan plaatsvinden.

4. Bij brief van 24 mei 2017 is aan D de reikwijdte van het boekenonderzoek bevestigd en is de aanvang van het boekenonderzoek aangekondigd voor 21 juni 2017 ten kantore van eisers. In deze brief is voorts aan D medegedeeld dat het boekenonderzoek eventueel naar andere jaren en belastingmiddelen kan worden uitgebreid.

5. Bij brief van 12 juni 2017 heeft D aan verweerder bericht dat hij, anders dan verweerder meent, wel op de e-mail van 12 mei 2017 heeft gereageerd. D heeft voorts gesteld dat hij in die reactie heeft aangegeven dat de aangekondigde reikwijdte van het boekenonderzoek niet strookt met de oorspronkelijke toezegging dat slechts één boekjaar geheel zou worden gecontroleerd. Verweerder heeft hierop niet gereageerd, aldus D. Gelet op de uitbreiding van de reikwijdte van het boekenonderzoek is meer tijd nodig om alle gevraagde stukken te verzamelen. D verzoekt verweerder dan ook om uitstel tot in ieder geval 29 november 2017.

6. Op 19 juni 2017 heeft verweerder D telefonisch bericht met het verzochte uitstel niet akkoord te gaan, nu immers de administraties binnen redelijke termijn controleerbaar dienen te zijn. Aan D is daarop voorgesteld het boekenonderzoek op 21 juni 2017 te starten met een informeel gesprek om de knelpunten rond het instellen van het boekenonderzoek en het ter beschikking stellen van de administraties te bespreken. D is niet op dit voorstel ingegaan.

7. Verweerder heeft D daarop bij brief van 21 juni 2017, onder vermelding van de contactmomenten die tot op dat moment hadden plaatsgevonden en de toepasselijke regelgeving, gewezen op diens plicht aan het boekenonderzoek mee te werken. Verweerder heeft zich voorts bereid verklaard de start van het boekenonderzoek nog één maal uit te stellen tot 17 juli 2017.

8. Op 17 juli 2017 is aan D een informatiebeschikking als bedoeld in artikel 52a van de Awr gegeven op de grond dat D weigert om binnen redelijke termijn mee te werken aan een boekenonderzoek en niet bereid is de administratie ter beschikking te stellen. De informatiebeschikking luidt - voor zover hier van belang - als volgt:
“(…) Ondanks het feit dat niet alle fiscale aangiften, waarvan de uiterste datum indiening is verstreken, zijn ingediend, heb ik u op 12 mei 2017 via e-mail alvast de reikwijdte van het boekenonderzoek meegedeeld. (…) De reikwijdte is als volgt vastgesteld:

  • -

    inkomstenbelasting over de jaren 2011 tot en met 2015 van [D];

  • -

    vennootschapsbelasting over de jaren 2011 tot en met 2015 van [J] Ltd;

  • -

    vennootschapsbelasting over de jaren 2011 tot en met 2015 van [B] bv;

  • -

    omzetbelasting over de periode 1 januari 2012 tot en met 31 december 2016 van [D] bv

  • -

    omzetbelasting over de periode 1 januari 2013 tot en met 31 december 2016 van [MAATSCHAP]

  • -

    omzetbelasting over de periode 28 november 2014 tot en met 31 december 2016 van [C] bv;

  • -

    omzetbelasting over de periode 28 november 2014 tot en met 31 december 2016 van [G] bv;

  • -

    omzetbelasting over de periode 28 november 2014 tot en met 31 december 2016 van [H] bv;

  • -

    omzetbelasting over de periode 28 november 2014 tot en met 31 december 2016 van [F] bv en

  • -

    omzetbelasting over de periode 28 november 2014 tot en met 31 december 2016 van [E] bv

(…)

Aangezien u weigert binnen redelijke termijn mee te werken aan een boekenonderzoek en niet bereid bent de administraties van de wel ingediende aangiften ter beschikking te stellen, voldoet u niet aan de wettelijke informatie- en administratieplicht. (…)”

Geschil

9. In geschil is of terecht een informatiebeschikking is gegeven.

10. Eisers zijn van mening dat de informatiebeschikking ten onrechte is gegeven nu verweerder hen geen redelijke termijn heeft gegund om de verzochte administraties ter inzage te verstrekken. Zij hebben er in dit verband voorts op gewezen dat verweerder op het laatste moment heeft besloten de reikwijdte van het boekenonderzoek uit te breiden en bij het bepalen van een redelijke termijn om de administraties over te leggen met deze uitbreiding geen rekening heeft gehouden.

11. Verweerder heeft de standpunten van eisers gemotiveerd weersproken.

Beoordeling van het geschil
12. Ter zitting heeft verweerder toegelicht dat de informatiebeschikking weliswaar op naam van D is gesteld, maar dat de beschikking niet alleen aan D is gegeven maar ook aan de vennootschappen. De beschikking is gericht aan D in privé in zijn hoedanigheid van maat in de maatschap voor wat betreft de aangiften IB/PVV voor de jaren 2011 tot en met 2015 en aan D als bestuurder van de vennootschappen voor wat betreft de aangiften vennootschapsbelasting en omzetbelasting over diverse jaren en aangiftetijdvakken in de periode van 2011 tot en met 2016. De rechtbank is van oordeel dat, hoewel de informatiebeschikking op naam van D is gesteld en hem op zijn privéadres is toegezonden, uit de hiervóór onder 8 opgenomen inhoud van de informatiebeschikking en de daarop door verweerder ter zitting gegeven toelichting volgt dat deze zich ook richt tot de vennootschappen en de maatschap.

13. Op grond van artikel 47, eerste lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (Awr) is ieder gehouden desgevraagd aan de inspecteur gegevens en inlichtingen te verstrekken welke voor de belastingheffing te zijnen aanzien van belang kunnen zijn.

14. Ingevolge artikel 52, eerste lid, van de Awr, zijn administratieplichtigen gehouden van hun vermogenstoestand en van alles betreffende hun bedrijf, naar de eisen van dat bedrijf, op zodanige wijze een administratie te voeren en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers op zodanige wijze te bewaren, dat te allen tijde hun rechten en verplichtingen alsmede de voor de heffing van belasting overigens van belang zijnde gegevens hieruit duidelijk blijken. Ingevolge artikel 52, zesde lid, van de Awr dient de administratie zodanig te worden bewaard, dat controle daarvan door de inspecteur binnen een redelijke termijn mogelijk is. Daartoe verleent de administratieplichtige de benodigde medewerking met inbegrip van het verschaffen van het benodigde inzicht in de opzet en de werking van de administratie.

15. Nu de administraties niet in een zodanig ordelijke staat verkeerden dat deze voor verweerder binnen redelijke termijn controleerbaar waren en eisers de gevraagde informatie niet hebben verstrekt, hebben zij niet aan de op hen rustende administratie- en informatieplicht voldaan. Eisers hebben zich op het standpunt gesteld dat zij door verweerder onvoldoende in de gelegenheid zijn gesteld om aan de genoemde verplichtingen te voldoen. Aan de hand van de gedingstukken en hetgeen partijen over en weer hebben verklaard, stelt de rechtbank echter vast dat tussen de datum waarop verweerder het boekenonderzoek heeft aangekondigd (10 februari 2017) en de datum waarop de informatiebeschikking is gegeven (17 juli 2017) ruim vijf maanden zijn verstreken. Dat betekent dat eisers gedurende vijf maanden de gelegenheid hebben gehad om de administraties, welke op het moment waarop het boekenonderzoek werd aangekondigd overigens allang op orde en voor verweerder controleerbaar hadden moeten zijn, alsnog op orde te brengen en de nog niet ingediende aangiften in te dienen c.q. de gevraagde informatie te verstrekken. Eisers zijn dan ook ruimschoots in de gelegenheid gesteld om (alsnog) aan de informatie- en administratieplicht te voldoen zodat niet gezegd kan worden dat verweerder niet de nodige zorgvuldigheid in acht genomen heeft. De informatiebeschikking is dan ook terecht gegeven.

16. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, dienen de beroepen ongegrond te worden verklaard.

Proceskosten

17. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. E.E. Schotte, rechter, in aanwezigheid van

mr. M.A.H. Strik, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 9 mei 2019.

De griffier is verhinderd de
uitspraak te ondertekenen.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na verzending hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag (team belastingrecht), Postbus 20302,

2500 EH Den Haag.