Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2019:4560

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
07-05-2019
Datum publicatie
08-05-2019
Zaaknummer
C/09/569741 / KG ZA 19-234
Rechtsgebieden
Aanbestedingsrecht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding. Aanbesteding circulaire cateringdiensten. Schending instructie bij proeverij. Schending aangekondigde beoordelingssystematiek. Onjuiste beoordeling. Ondeugdelijke proeverij.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank den haag

Team Handel - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: C/09/569741 / KG ZA 19-234

Vonnis in kort geding van 7 mei 2019

in de zaak van

VERMAAT BEDRIJFSHORECA B.V.,

gevestigd te IJsselstein,

eiseres,

advocaat mr. A. Stellingwerff Beintema te Rijswijk (ZH),

tegen:

DE STAAT DER NEDERLANDEN,

(ministeries van Infrastructuur en Water, in het bijzonder Rijkswaterstaat ('RWS'), en Justitie en Veiligheid, in het bijzonder het Centraal Justitieel Incasso Bureau ('CJIB'),

zetelend te Den Haag,

gedaagde,

advocaat mr. F.J. Lewis te Utrecht,

waarin is tussengekomen:

ALBRON NEDERLAND B.V.,

gevestigd te Utrecht,

advocaat mr. J.W. Fanoy te Den Haag.

Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als 'Vermaat', 'de Staat' en 'Albron'.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding;

- de akte inhoudende producties van Vermaat;

- de incidentele conclusie tot tussenkomst, subsidiair voeging;

- de brief van de Staat van 18 april 2019, met producties;

- de op 23 april 2019 gehouden mondelinge behandeling, waarbij door alle partijen pleitnotities zijn overgelegd.

1.2.

Ter zitting is vonnis bepaald op heden.

2 Het incident tot tussenkomst dan wel voeging

2.1.

Albron heeft gevorderd te mogen tussenkomen in de procedure tussen Vermaat en de Staat, dan wel zich te mogen voegen aan de zijde van de Staat. Ter zitting hebben Vermaat en de Staat verklaard geen bezwaar te hebben tegen toewijzing van de incidentele vordering. Albron is vervolgens toegelaten als tussenkomende partij, aangezien zij aannemelijk heeft gemaakt dat zij daarbij voldoende belang heeft. Voorts is niet gebleken dat de tussenkomst in de weg staat aan de voortvarende afdoening van dit kort geding.

3 De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

3.1.

Op 8 maart 2018 heeft de Staat een Europese aanbestedingsprocedure aangekondigd voor het verzorgen van Circulaire Cateringdienstverlening ten behoeve van RWS en het CJIB op verschillende locaties in Nederland. De Staat heeft daarbij de "Mededingingsprocedure met onderhandeling" toegepast.

3.2.

Voor zover hier van belang vermeldt het Beschrijvend Document:

" Circulaire catering

Als het gaat om Circulaire catering wil Aanbesteder van verbruik van grondstoffen en hulpbronnen (lineair systeem) naar minimaliseren van waarde vernietiging en een zo efficiënt mogelijk gebruik van grondstoffen en hulpbronnen waarbij zoveel mogelijk wordt hergebruikt en tot waardevermeerdering leidt (circulair systeem). Aanbesteder wil dat producten en materialen een zo lang mogelijke levensduur hebben, en de waarde van materialen en producten zoveel mogelijk behouden en gedacht en gehandeld wordt vanuit een ketenperspectief. Aanbesteder wil dat materialen, grondstoffen en producten optimaal gebruikt worden en niet leiden tot afval (gesloten systeem) maar zo hergebruikt kunnen worden dat het leidt tot gelijkwaardige of hoogwaardigere producten. Dit kan in de catering en de keten tot uiting komen in verschillende aspecten zoals:

o Bij de inkoop: kiezen voor producenten die circulaire principes toepassen of daar maximaal naar streven.

o Bij de productie: bodemvruchtbaarheid blijft behouden, gesloten watersystemen en behoud van biodiversiteit. Daarnaast betekent dit dat er zoveel mogelijk gebruikt wordt gemaakt van recyclebare biobased grondstoffen bij verpakkingsmaterialen en disposables. Dat er wordt gekozen voor minimaal belastende productieprocessen.

o In de bedrijfsvoering: minder voedselverspilling, minder energiegebruik, geen afval. Minimaal belastende bereidingswijze en distributieprocessen. Minimale belastende inrichting/materialen.

o In de assortimentskeuze: meer plantaardige eiwitten en minder dierlijke eiwitten, minder bewerkt voedsel, meer vers, meer uit het seizoen en bij voorkeur lokaal geproduceerd.

o In de omgang met reststromen: optimaal gebruik van reststromen, zoals koffiedik, tomatenstengels, bietenpulp en oud brood. Hierdoor gaat zo min mogelijk biomassa verloren.

(…)

4.3

Voorwaarden

(…)

4.3.5

Tegenstrijdigheden, onvolkomenheden en/of bezwaren

De aanbestedingsdocumenten, met bijbehorende Bijlagen, zijn met zorg samengesteld. Mocht de Inschrijver desondanks tegenstrijdigheden en/of onvolkomenheden tegenkomen, dan dient de Inschrijver dit zo spoedig mogelijk, maar in elk geval vóór de uiterste datum van het indienen van vragen, aan Aanbesteder kenbaar te maken met opgave van de correctievoorstellen en een eventuele onderbouwing.

Indien naderhand blijkt dat er onvolkomenheden, tegenstrijdigheden en/of gebreken in de aanbestedingsdocumenten zitten en deze zijn niet door de Inschrijver gemeld, kan dit Aanbesteder niet worden aangerekend.

(…)


5 Beoordeling en Gunning

(…)

5.2

Gunningcriteria

De opdracht wordt gegund aan de Inschrijver die de Economisch Meest Voordelige Inschrijving (EMVI) met de Beste Prijs/Kwaliteitverhouding (BPKV) heeft ingediend op grond van het bepaalde in dit hoofdstuk, mits Inschrijver een geldige definitieve Inschrijving heeft gedaan, heeft aangetoond te voldoen aan de in dit hoofdstuk van dit Beschrijvend document gestelde eisen en tevens niet behoeft te worden uitgesloten van opdrachtverlening.

5.2.1

Weging onderdelen gunningcriteria

De onderdelen prijs en kwaliteit wegen als vermeld in onderstaande tabel mee in de bepaling van het gunningcriterium EMVI/BPKV. De Inschrijvingen worden per onderdeel beoordeeld en krijgen een cijfer toegekend tussen 2 tot 10. Hoe zwaar een onderdeel mee weegt is afhankelijk van de wegingsfactor.

5.3

Beoordeling Gunningcriteria

5.3.1

Beoordeling van het gunningcriterium: Prijs

Voor het gunningcriterium Prijs geldt de totale kosten dienstverlening (inschrijvingsprijs) van het inschrijvingsbiljet (Bijlage 3). Daarnaast dient ook het prijzenblad (Bijlage 3a) waarin de totale kosten dienstverlening wordt uitgewerkt, ingevuld te worden. Beide formulieren dienen volledig ingevuld te worden. Onder Prijs wordt verstaan de gewogen totaalprijs (d.w.z. de totale kosten dienstverlening per jaar) exclusief BTW, zoals omschreven in tabblad T van Bijlage 3a.

Plafondbedrag aanneemsom

Voor deze Europese aanbesteding geldt voor de totale aanneemsom een plafondbedrag van
€ 2.089.000,- exclusief BTW. De totale aanneemsom (tabblad 3T) dient onder dit plafondbedrag te liggen. Definitieve Inschrijvingen waarbij de totale aanneemsom het hierboven genoemde plafondbedrag overschrijden zullen terzijde worden gelegd. De definitieve Inschrijving is dan ongeldig.

Voor de beoordeling van het onderdeel gunningcriterium "Prijs" wordt de door Inschrijver aangeboden totale kosten dienstverlening als volgt beoordeeld.

De laagst aangeboden prijs krijgt de hoogste score. De aangeboden prijs van alle overige Inschrijvers wordt gerelateerd aan de laagst aangeboden prijs, op basis van de formule:

Prijs laagste Inschrijver / Prijs Inschrijver X 30%

5.3.2

Beoordeling van het gunningcriterium: Kwaliteit

Bij de beoordeling van de beantwoording (sub)gunningcriteria kwaliteit van het onderdeel "Kwaliteit" worden de Inschrijvingen van Inschrijvers beoordeeld.

Er zijn 5 subgunningscriteria kwaliteit:

Subcriterium 1a. Meerjarig stappenplan circulariteit + MVO-plan max. 35%

Subcriterium 1b. Gezondheid en vitaliteit max. 15%

Subcriterium 1c. Sociaal ondernemerschap max. 10%

Subcriterium 2a. Presentatie en communicatie van producten max. 2,5%

Subcriterium 2b. Smaak en kwaliteit max. 7,5%

Daarbij worden bij de onderdelen 1a, 1b en 1c scores toegekend op een schaal van 2 tot 10, volgens onderstaande schaalverdeling. Deze scores worden vervolgens omgerekend naar het te behalen percentage per (sub)gunningcriterium.

(…)

Er is ten behoeve van de onderdelen 1a, 1b en 1c een ter zake deskundig Beoordelingsteam ingesteld bestaande uit 7 personen. Dit team voert de beoordeling uit ten behoeve van de onderdelen 1a, 1b en 1c. Dit Beoordelingsteam toetst de mate waarin en de beantwoording van de Inschrijver voldoet aan het gevraagde in de gunningcriteria. Bij de beoordeling geldt dat de beantwoording, concreet en eenduidig moet zijn. Tevens dient de beantwoording relevant en realistisch te zijn (in relatie tot de onderhavige opdracht). Naarmate de Inschrijver beter voldoet aan het gevraagde wordt dit met meer punten gewaardeerd. Ieder lid van het Beoordelingsteam zal allereerst de ontvangen Inschrijvingen individueel beoordelen aan de hand van de opgestelde gunningcriteria. Vervolgens zal het Beoordelingsteam gezamenlijk de individuele scores bespreken. Het doel van deze gezamenlijke bespreking is om te komen tot één eenduidige score per (sub)gunningcriterium voor het onderdeel kwaliteit.

Beoordeling van het subgunningscriterium 2: Proeverij

Bij de beoordeling van subcriterium 2 Proeverij (bestaande uit de onderdelen 2a en 2b) worden in totaal circa 25 personen ingezet. De verschillende arrangementen van de Proeverij worden individueel beoordeeld middels een rapportcijfer van 1 t/m 10 (1, 2, 3 enz.). Opdrachtgever zal een eindscore geven op basis van de gemiddelde score voor 2a Presentatie (de opmaak en aantrekkelijkheid van de arrangementen) en communicatie (uitleg, labeling) van producten en een eindscore op basis van de gemiddelde score voor 2b Smaak en kwaliteit, afgerond op 1 cijfer achter de komma.

5.4

Eindbeoordeling en rangschikking

Bij een gelijke eindscore is de score op kwaliteit doorslaggevend en bepalend voor de definitieve ranking. De Inschrijver met de beste kwaliteit zal dan hoger eindigen."

3.3.

Bijlage 4 van het Beschrijvend Document houdt - onder andere - het volgende in:

"Bijlage 4 Beantwoording gunningcriteria kwaliteit

Aanbesteder wil Inschrijvers uitdagen om zich te onderscheiden op de kwalitatieve criteria, duurzaamheid, gezondheid, sociaal ondernemerschap en op het toepassen van circulariteit. Aanbesteder is op zoek naar een Opdrachtnemer die circulariteit, in nauwe samenwerking met de Opdrachtgever, stapsgewijs weet te ontwikkelen naar de meest circulair haalbare oplossingen en ideeën, passend binnen het beschikbare budget. Toezeggingen dienen door Inschrijver gestand te worden gedaan. Deze zullen worden gebruikt om na gunning de KPI’s samen te definiëren.

(…)

Gunningcriterium Kwaliteit (70%)

Subgunningscriterium 1 Opstellen Ondernemersplan (60%)

(…)

Subcriterium 2 Proeverij (10%)

Op dinsdag 9 oktober dient Inschrijver een proeverij van de volgende arrangementen te verzorgen:

(…)

Een beoordelingsteam van circa 25 personen zal middels een rapportcijfer van 1 t/m 10 de arrangementen beoordelen op presentatie (1a) en smaak (1b). Op basis van een gemiddelde score zal een eindcijfer gegeven worden voor de presentatie en communicatie en een eindcijfer voor de smaak van de arrangementen.

Inschrijver dient per arrangement vijf (5) exemplaren geanonimiseerd aan te Leveren, met uitzondering van het aangeboden Receptie Arrangement."

3.4.

Vermaat, Albron en ISS Catering Services B.V. (hierna 'ISS') hebben een inschrijving ingediend en zijn door de Staat toegelaten tot de onderhandelingsfase. Zij hebben op 9 oktober 2018 deelgenomen aan de "Proeverij" (de 'eerste Proeverij').

3.5.

Op 31 oktober 2018 heeft de Staat bekendgemaakt voornemens te zijn de opdracht te gunnen aan Vermaat.

3.6.

Albron, die als tweede was geëindigd, was het niet eens met de gunningsbeslissing en maakte een kort geding aanhangig.

3.7.

Vervolgens heeft de Staat - bij brief van 24 december 2018 - medegedeeld de gunningsbeslissing in te trekken wegens onvolkomenheden bij de eerste Proeverij en dat in verband daarmee een tweede Proeverij zal worden gehouden, waarbij een nieuw team van proevers zal worden aangesteld.

3.8.

Op 11 januari 2019 heeft de Staat Vermaat, Albron en ISS uitgenodigd voor een tweede Proeverij op 21 januari 2019. De daarbij gevoegde instructies vermelden onder meer:

" Let op, extra instructie naar aanleiding van tweede Proeverij:

1. Inschrijvers dienen in alle opzichten exact dezelfde arrangementen te verzorgen voor de nieuwe Proeverij als voor de gehouden proeverij op 9 oktober 2018. Dit betekent dat de te verzorgen arrangementen in ieder geval qua aangeboden inhoud (ingrediënten en formaat), opstelling en presentatie overeen moeten komen met hetgeen is aangeboden tijdens de gehouden proeverij op 9 oktober 2018. Aanbesteder heeft voor de duidelijkheid enkele (overzicht)foto’s van de presentatie van uw arrangementen van de vorige proeverij en de bijbehorende labeling bijgevoegd bij deze nadere instructie..

2. De labeling dient gelijkluidend te zijn aan de labeling die is ingediend voor de proeverij van 9 oktober 2018.

3. Elke relevante afwijking van het voorgaande sub 1 wordt aangemerkt als het doen van een nieuwe inschrijving en leidt tot uitsluiting!

(…)

Beoordeling:

Beoordeling zal plaats vinden door een beoordelingsteam bestaande uit circa 25 personen die niet bij de proeverij van 9 oktober 2018 betrokken zijn geweest. Beoordelaars zullen door middel van een rapportcijfer van 1 t/m 10 de arrangementen beoordelen op presentatie van producten (aantrekkelijkheid) (1a) en smaak (1b). Op basis van een gemiddelde score zal een eindcijfer geven worden voor de presentatie en communicatie en een eindcijfer voor de smaak van de arrangementen, afgerond op 1 cijfer achter de komma."

3.9.

Aan de tweede Proeverij namen enkel Vermaat en Albron deel.

3.10.

Bij brief van 11 februari 2019 berichtte de Staat - voor zover hier van belang - het volgende aan Vermaat:

"Bij brief van 31 oktober 2018 is aan u bericht dat Rijkswaterstaat voornemens is de opdracht aan u te gunnen. Naar aanleiding van het door Albron Nederland B.V. tegen deze gunningsbeslissing aanhangig gemaakte kort geding is deze bij brief van 24 december 2018 ingetrokken vanwege onvolkomenheden in de gehouden proeverij.

De beoordeling op de subcriteria 1a, 1b en 1c is daarbij gehandhaafd. De onderstaande resultaten van deze beoordeling is identiek aan die van de eerste gunningsbeslissing van 31 oktober 2018.

De proeverij is op 21 januari 2019 overgedaan. Uitkomst van de aanbesteding na de nieuwe proeverij is dat de inschrijving van Albron Nederland B.V. wordt aangemerkt als de inschrijving met de beste Prijs/Kwaliteitverhouding.

Hierbij bericht ik u dan ook dat mijn gunningbeslissing behelst dat ik voornoemde opdracht voorlopig heb gegund aan Albron Nederland B.V. (KVK nummer 30019112).

U komt niet in aanmerking voor de gunning van de opdracht om de volgende redenen:

Uit onderstaande tabel kunt u constateren, dat uw Inschrijving niet de Inschrijving is met de beste Prijs/Kwaliteitverhouding. In deze tabel treft u uw score aan ten opzichte van de Inschrijving met de beste Prijs/Kwaliteitverhouding.

Beoordeling Europese aanbesteding Cateringdienstverlening RWS - CJIB (zaaknummer 31128097)

Beoordeling gunningscriteria

ALBRON

VERMAAT

Onderdeel

Omschrijving

%

Score

Gewogen score in %

Score

Gewogen score in %

Kwaliteit max 70%

ALBRON

VERMAAT

Subcriterium 1a: (…)

max 35%

35,00

8

28,00%

10

35,00%

Subcriterium 1b: (…)

max 15%

15,00

6

9,00%

8

12,00%

Subcriterium 1c: (…)

max 10%

10,00

8

8,00%

6

6,00%

Subcriterium 2a: (…)

max 2,5%

2,50

7,5

1,88%

7,3

1,83%

Subcriterium 2b: (…)

max 7,5%

7,50

7,3

5,48%

7,5

5,63%

subtotaal

70,00

subtotaal 52,35 s ubtotaal 60,45

Prijs max 30%

Laagste prijs

%

Totale kosten Dienstverlening per jaar excl. BTW

€ 1.331.175,03

30,00

€ 1.331.175,03

100

30,00%

€ 1.825.446,55

73

21,88%

Totaal score %

82,35%

82,33%

Ranking

1

2

3.11.

Na een gesprek tussen Vermaat en de Staat op 19 februari 2019, heeft Vermaat op 25 februari 2019 haar bezwaren tegen de gunningsbeslissing van 11 februari 2019 kenbaar gemaakt aan de Staat. De Staat heeft deze bezwaren op 6 maart 2019 van de hand gewezen.

4 Het geschil

4.1.

Vermaat vordert - zakelijk weergegeven - de Staat te gebieden:

primair

I. de gunningsbeslissing van 11 februari 2019 in te trekken;

II. de opdracht te gunnen aan Vermaat, voor zover de Staat deze nog steeds wenst te gunnen;

subsidiair

III. de gunningsbeslissing van 11 februari 2019 in te trekken;

IV. de inschrijving van Vermaat voor wat betreft de tweede Proeverij te laten herbeoordelen;

V. na de herbeoordeling een nieuwe gunningsbeslissing te nemen;

meer subsidiair

VI. de gunningsbeslissing van 11 februari 2019 in te trekken;

VII. de Proeverij opnieuw te houden met een nieuw beoordelingsteam, voor zover de Staat de opdracht nog steeds wenst te gunnen;

een en ander met veroordeling van de Staat in de proces- en nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.

4.2.

Daartoe voert Vermaat - samengevat - het volgende aan.

Primair

Albron moet worden uitgesloten van de aanbesteding nu zij - in strijd met de verstrekte instructies - bij de tweede Proeverij de presentatie van de door haar aangeboden arrangementen op een relevante wijze heeft gewijzigd. Voorts heeft Vermaat bij de tweede Proeverij de hoogste totaalscore gehaald, althans - bij een gelijke totaalscore - met de beste kwaliteit ingeschreven. Op grond van een en ander moet de opdracht aan Vermaat worden gegund.

Subsidiair:

De Staat heeft zich niet gehouden aan het in de aanbestedingstukken aangekondigde beoordelingskader. Voorts heeft hij beoordelingsfouten gemaakt. Dat brengt mee dat moet worden overgegaan tot herbeoordeling van de inschrijving van Vermaat.

Meer subsidiair:

De tweede Proeverij was ondeugdelijk, omdat (i) deze niet anoniem was, (ii) de beoordelaars ongeschikt waren en (iii) de gehanteerde onderzoeksmethode niet deugt. Dit betekent dat weer een nieuwe Proeverij zal moeten plaatsvinden.

4.3.

De Staat en Albron voeren verweer, dat - voor zover nodig - hierna zal worden besproken.

4.4.

Albron vordert, zakelijk weergegeven:

primair en onvoorwaardelijk

I. de Staat te verbieden de opdracht te gunnen aan een ander dan Albron;

subsidiair en voorwaardelijk (voor zover één van de vorderingen van Vermaat wordt toegewezen)

II. de Staat te gebieden de inschrijving van Albron ook mee te nemen bij de herbeoordeling voor wat betreft de tweede Proeverij.

4.5.

Verkort weergegeven stelt Albron daartoe primair dat de Staat op goede gronden voornemens is de opdracht aan haar te gunnen en subsidiair dat de door Vermaat gestelde fouten bij de beoordeling van haar inschrijving ook kunnen zijn gemaakt bij de beoordeling van de inschrijving van Albron, zodat de eindscore ten aanzien daarvan eveneens hoger moet uitvallen en toewijzing van het door Vermaat subsidiair gevorderde dus niet - automatisch - behoeft mee te brengen dat Vermaat als winnaar uit de bus komt.

4.6.

Voor zover nodig zullen de standpunten van Vermaat en de Staat met betrekking tot de vorderingen van Albron hierna worden besproken.

5 De beoordeling van het geschil

Met betrekking tot de vorderingen van Vermaat

Algemeen

5.1.

Zoals uit hetgeen hiervoor onder 4.2 is overwogen blijkt, heeft Vermaat een viertal bezwaren tegen de gunningsbeslissing van 11 februari 2019, te weten:

(i) Albron heeft zich bij de tweede Proeverij niet gehouden aan de verstrekte instructies;

(ii) Vermaat heeft de hoogste eindscore behaald;

(iii) De tweede Proeverij is onjuist beoordeeld;

(iv) De tweede Proeverij was ondeugdelijk.

Deze bezwaren zullen hierna - telkens afzonderlijk - worden beoordeeld.

Schending instructies

5.2.

In de met het oog op de tweede Proeverij verstrekte instructies heeft de Staat aan de inschrijvers medegedeeld dat in alle opzichten exact dezelfde arrangementen moeten worden verzorgd - zowel voor wat betreft de aangeboden inhoud als de presentatie - en dat elke relevante afwijking wordt aangemerkt als het doen van een nieuwe inschrijving en leidt tot uitsluiting.

5.3.

In de inleidende dagvaarding en de - in de eerste termijn van de zitting voorgedragen - pleitnota heeft Vermaat aangevoerd, dat Albron bij de eerste Proeverij arrangementen met flessen met dichte doppen aanbood en dat zij (Albron) bij de tweede Proeverij open flessen met (metalen) rietjes erin heeft aangeboden. Daarmee werd - zo stelt Vermaat - het aanbod van Albron bij de tweede Proeverij aantrekkelijker en praktischer, als gevolg waarvan de inschrijving van Albron hoger heeft gescoord. Dit betekent volgens Vermaat dat sprake is van een relevante afwijking tussen de eerste en de tweede Proeverij, zodat Albron moet worden uitgesloten van de aanbesteding.

5.4.

In reactie daarop heeft Albron op de zitting gesteld dat zowel bij de eerste als de tweede Proeverij drie arrangementen moesten worden verzorgd en dat zij bij de eerste Proeverij bij (slechts) één arrangement een dichte fles met een rietje ernaast aanbood, terwijl bij de twee andere arrangementen door haar open flesjes met rietjes erin werden aangeboden. Bij de tweede Proeverij heeft zij inderdaad bij alle arrangementen open flesjes met rietjes erin aangeboden, aldus Albron. De verklaring van Albron heeft de Staat niet weersproken en heeft Vermaat ter zitting erkend. Gelet hierop zullen die stellingen van Albron voor juist worden gehouden. Hiervan uitgaande is de voorzieningenrechter van oordeel dat het aanbod van Albron bij de tweede Proeverij slechts minimaal verschilde van haar aanbod bij de eerste Proeverij en dat geen sprake is van een relevante afwijking in de zin van de onder 5.2 vermelde instructie. Albron is dus terecht niet uitgesloten van de aanbesteding.

5.5.

Voor zover Vermaat heeft aangevoerd dat sprake is van een substantiële kans dat de arrangementen van Albron bij de tweede Proeverij op meer punten afweken van die bij de eerste Proeverij moet daaraan reeds worden voorbijgegaan omdat die - suggestieve - stelling niet nader is geconcretiseerd.

5.6.

Voorts kan - anders dan Vermaat stelt - uit randnummer 22 van de incidentele conclusie van Albron niet worden afgeleid dat Albron tijdens de Proeverijen nauwelijks circulaire cateringdiensten heeft aangeboden en dus een niet-besteksconforme inschrijving heeft ingediend. In dat deel van haar conclusie verwijst Albron enkel naar het Beschrijvend Document, voor zover daarin - in Bijlage 4 - wordt aangegeven dat de Staat door middel van de aanbestede opdracht niet een van aanvang af volledige circulaire beoogt, maar dat stapsgewijs de meest circulair haalbare oplossing en ideeën binnen het beschikbare budget moet worden ontwikkeld. Daarmee geeft Albron geenszins aan dat haar aanbod niet-besteksconform is. Albron heeft de hier aan de orde zijnde stelling, die Vermaat voor het eerst op de zitting naar voren heeft gebracht, ook gemotiveerd betwist.

Hoogste eindscore

5.7.

Vermaat stelt zich op het standpunt dat de Staat de aangekondigde beoordelingssystematiek onjuist heeft toegepast. Volgens haar mogen ingevolge de paragrafen 5.3 en 5.4 van het Beschrijvend Document enkel de gewogen scores voor wat betreft de subgunningscriteria 2a en 2b worden afgerond op één cijfer achter de komma en moeten alle overige gewogen scores worden afgerond op hele getallen. Na aanpassing van haar stellingen op de zitting, behoren - naar de mening van Vermaat - de inschrijvingen van zowel Albron als haar uit te komen op gelijke gewogen scores van 82,4%. Gelet hierop en nu het Beschrijvend Document bepaalt dat bij een gelijke eindscore de score op kwaliteit doorslaggevend en bepalend is voor de definitieve ranking, moet de opdracht aan Vermaat worden gegund. De inschrijving van Vermaat behaalt op kwaliteit immers een gewogen score van 60,4% tegen een gewogen score van die van Albron van 52,4%.

5.8.

Vermaat kan daarin echter niet worden gevolgd. Blijkens paragraaf 5.3.2 van het Beschrijvend Document worden de subgunningscriteria 2a en 2b, betrekking hebbend op de Proeverij, beoordeeld door circa 25 personen, die voor wat betreft elk criterium een rapportcijfer toekennen van 1 tot en met 10 (hele cijfers). Vervolgens wordt op basis van het gemiddelde van die cijfers per subgunningscriterium een eindcijfer vastgesteld, welk cijfer wordt afgerond op één cijfer achter de komma. Dat (afgeronde) cijfer moet vervolgens worden 'gewogen' conform hetgeen het Beschrijvend Document daarover bepaalt. Zo is het ook gegaan. Uit de onder 3.10 vermelde gunningsbeslissing blijkt immers dat Vermaat op de subgunningscriteria 2a en 2b scores van respectievelijk 7,3 en 7,5 behaalt en Albron scores van respectievelijk 7,5 en 7,3, op welke scores vervolgens de wegingsfactoren zijn toegepast. Anders dan Vermaat kennelijk meent, brengt de hiervoor vermelde - vóór weging toe te passen - afrondingsregeling met betrekking tot de subgunningscriteria 2a en 2b niet mee dat die regeling ook moet worden toegepast op de gewogen scores in percentages ten aanzien van alle (sub)gunningcriteria. Vermaat heeft dat als behoorlijk geïnformeerd en normaal oplettend inschrijver ook moeten (kunnen) begrijpen. Voorts heeft de Staat - teneinde tot een (nauwkeurig) afgewogen eindresultaat te komen - de verschillende gewogen scores in percentages mogen afronden op twee cijfers achter de komma, zonder daarmee het transparantiebeginsel te schenden.

5.9.

Uitgaande van het voorgaande en nu voor het overige geen bezwaren zijn aangevoerd over de gehanteerde beoordelingssystematiek, moet worden geoordeeld dat de in de gunningsbeslissing opgenomen tabel deugt en dus ook voor wat betreft de totale score in percentages en de ranking.

Onjuiste beoordeling

5.10.

Volgens Vermaat bevat de beoordeling van de door haar verzorgde tweede Proeverij een aantal evidente inhoudelijke onjuistheden.

5.11.

Alvorens de - vermeende - onjuistheden te bespreken stelt de voorzieningenrechter het volgende voorop. Enige mate van subjectiviteit is inherent aan de beoordeling op basis van kwalitatieve criteria en staat dan ook niet op gespannen voet met de objectieve beoordelingssystematiek van het aanbestedingsrecht en de daarop toepasselijke beginselen van transparantie en gelijke behandeling. Aan de voorzieningenrechter komt slechts een beperkte toetsingsvrijheid toe wanneer het aankomt op de beoordeling van kwalitatieve criteria. Aan de aangewezen beoordelaars moet de nodige vrijheid worden gegund. Slechts wanneer sprake is van een onbegrijpelijke beoordeling, dan wel (evidente) procedurele of inhoudelijke onjuistheden/onduidelijkheden, die zouden kunnen meebrengen dat de gunningsbeslissing niet deugt, is plaats voor ingrijpen door de rechter, mede waar van een rechter niet kan worden verlangd dat deze specifieke deskundigheid bezit op het gebied van het onderwerp van de opdracht.

5.12.

Allereerst stelt Vermaat dat één van de beoordelaars/proevers ten onrechte als negatief aspect aangeeft: "GROWX (voorzieningenrechter: dat klaarblijkelijk onderdeel uitmaakt van het aanbod van Vermaat) lijkt duurzaam, is het niet wat mij betreft, liever geen gistvlokken", aangezien GROWX aantoonbaar wél duurzaam/circulair is. In dat verband is - onder verwijzing naar hetgeen hiervoor onder 5.11 is overwogen - allereerst van belang dat de voorzieningenrechter niet over de vereiste specialistische kennis beschikt om de juistheid van die stelling van Vermaat te kunnen vaststellen. Daar komt bij dat enkel op grond van voormelde opmerking niet - zonder meer - ervan kan worden uitgegaan dat de betreffende beoordelaar de door Vermaat gestelde strekking ervan ook heeft bedoeld. Verder is van belang dat - indien veronderstellenderwijs ervan wordt uitgegaan dat de onderhavige stelling van Vermaat juist is - die enkele omstandigheid nog niet meebrengt dat de voorzieningenrechter moet ingrijpen in de gunningsbeslissing. Gelet op de veelheid van meningen van de beoordelaars ter zake van subgunningscriterium 2a met betrekking tot de door Vermaat aangeboden arrangementen valt niet in te zien dat één mogelijk niet geheel in het hier aan de orde zijnde toetsingscriterium passende uitlating van een enkele beoordelaar zal leiden tot een andere score.

5.13.

Voorts hebben - volgens Vermaat - twee beoordelaars/proevers ten onrechte aangegeven zuivel te missen, aangezien zuivel niet circulair is en zij (wel circulaire) amandelmelk heeft aangeboden. Aan die stelling moet ook worden voorbijgegaan. Daarvoor is allereerst van belang dat de Staat onweersproken heeft gesteld dat Vermaat bij twee arrangementen geen amandelmelk heeft aangeboden ter vervanging van zuivelproducten. Daar komt bij dat Albron heeft betwist dat amandelmelk circulair is en de voorzieningenrechter - wegens onvoldoende specifieke kennis - niet kan oordelen wat juist is. Tot slot is van belang dat het niet verboden was om zuivelproducten aan te bieden, zodat het mogelijk moet zijn dat één of meer beoordelaars de afwezigheid daarvan als een gemis ervaart.

5.14.

Verder stelt Vermaat zich op het standpunt dat enkele beoordelaars ter zake van subgunningscriteria 2b ten onrechte opmerkingen hebben geplaatst als "Salade was saai", "Lastig te eten tijdens vergadering", "Salades niet handig" en "simpel, saai", welke opmerkingen geen rol kunnen spelen bij het subgunningscriterium "Smaak". Dit bezwaar treft geen doel. Subgunningscriterium 2b betreft "Smaak en kwaliteit" en dus niet - zoals Vermaat lijkt te suggereren - enkel "Smaak". Niet valt in te zien waarom de hiervoor geciteerde opmerkingen geen betrekking zouden kunnen hebben op de smaak en/of kwaliteit van de aangeboden arrangementen.

5.15.

Tot slot valt Vermaat over de opmerking van één beoordelaar, luidend "prijs/kwaliteit niet goed", omdat de prijs-/kwaliteitverhouding geen rol kan spelen, nu de prijs als een afzonderlijk gunningscriterium wordt toegepast. Ook dit bezwaar kan Vermaat niet baten. De Staat heeft gesteld dat een nadere bestudering van de stukken heeft uitgewezen dat geen van de beoordelaars dat aspect heeft opgevoerd, zodat het ten onrechte in de (toelichting op de) gunningsbeslissing is opgenomen. Volgens de Staat heeft dat aspect ook geen invloed gehad op de uitslag van de Proeverij. Vermaat heeft dat niet betwist, zodat die stellingen van de Staat voor juist moeten worden gehouden. Daarmee ontvalt de feitelijke grondslag aan het bezwaar van Vermaat.

Ondeugdelijke Proeverij

5.16.

Het laatste bezwaar van Vermaat, dat de tweede Proeverij ondeugdelijk was, valt in drie onderdelen uiteen:

(i) de Proeverij was niet anoniem;

(ii) de beoordelaars/proevers waren niet geschikt;

(iii) de gehanteerde onderzoeksmethode is ondeugdelijk.

Anonimiteit

5.17.

Naar de mening van Vermaat was de - toegezegde - anonimiteit bij de tweede Proeverij niet gewaarborgd, omdat zij op de gang vóór de kamers waar de Proeverijen plaatsvonden minimaal één persoon herkende die als beoordelaar/proever betrokken was bij de eerste Proeverij.

5.18.

In de uitnodiging voor de tweede Proeverij zegde de Staat toe dat de beoordeling van de tweede Proeverij zal plaatsvinden door een team, bestaande uit personen die niet betrokken zijn geweest bij de eerste Proeverij. Deze toezegging betreft enkel de beoordelaars/proevers, wat Vermaat ook heeft moeten (kunnen) begrijpen. Voorts is in Bijlage 4 van het Beschrijvend Document voorgeschreven dat de aan te leveren arrangementen geanonimiseerd moeten zijn.

5.19.

Gebleken is dat geen van de beoordelaars bij de tweede Proeverij ook optrad als beoordelaar bij de eerste Proeverij. In zoverre is de Staat zijn voormelde toezegging dan ook nakomen. Wel is komen vast te staan dat één van de beoordelaars bij de eerste Proeverij - buiten de zalen waar de tweede Proeverijen plaatsvonden - beoordelingsformulieren in ontvangst heeft genomen van beoordelaars bij de tweede Proeverij. Nu niet aannemelijk is geworden dat die persoon de beoordelaars bij de tweede Proeverij op enige wijze heeft kunnen beïnvloeden, moet ervan worden uitgegaan dat de anonimiteit van de tweede Proeverij (voldoende) was gewaarborgd.

Geschiktheid beoordelaars

5.20.

Vermaat stelt dat de beoordelaars van de tweede Proeverij ongeschikt waren, omdat zij - anders dan met betrekking tot de eerste Proeverij - onvoldoende kennis en kunde hadden op het gebied van circulaire catering, nu zij (i) niet deugdelijk waren geïnstrueerd en (ii) niet zijn geselecteerd op hun affiniteit met circulariteit.

5.21.

Dat bezwaar moet reeds worden verworpen, nu in de aanbestedingsstukken geen eisen zijn opgenomen, dan wel garanties zij verstrekt, met betrekking tot de geschiktheid van de beoordelaars. Voor zover Vermaat aan hen wel de door haar gestelde eisen had willen stellen had zij, mede gelet op het bepaalde in paragraaf 4.3.5 van het Beschrijvend Document, daarover eerder - vóór de uiterste datum voor het indienen van vragen - moeten klagen, gelet op de pro-activiteit die van haar mocht worden verwacht. Nu zij dat heeft nagelaten, komt Vermaat een beroep op de ongeschiktheid van de beoordelaars niet meer toe.

5.22.

Overigens heeft de Staat gesteld dat ook de beoordelaars van de tweede Proeverij behoorlijk waren geïnstrueerd, terwijl Vermaat haar stelling dat dit niet het geval is geweest niet nader heeft onderbouwd. Bovendien heeft de Staat gemotiveerd aangevoerd dat de beoordelaars/proevers noch bij de eerste Proeverij, noch bij de tweede Proeverij zijn geselecteerd op affiniteit met circulariteit. Volgens hem was het enkel zo dat de zeven leden van het in paragraaf 5.3.2 van het Beschrijvend Document (een na laatste alinea) bedoelde Beoordelingsteam onderdeel uitmaakten van de beoordelaars/proevers bij de eerste Proeverij. Daar komt bij dat het voor de hand ligt dat de beoordelaars niet worden geselecteerd op affiniteit met circulariteit, nu het voltallige personeel van RWS en het CJIB de 'doelgroep' vormt van de aanbestede cateringdiensten.

Onderzoeksmethode

5.23.

Tot slot heeft Vermaat aangevoerd dat de door de Staat gehanteerde onderzoeksmethode bij de tweede Proeverij niet deugt.

5.24.

Gesteld noch gebleken is dat de bij de tweede Proeverij toegepaste onderzoeksmethode, die overigens gelijk was aan die bij de eerste Proeverij, afweek van wat de Staat daarover had gecommuniceerd aan partijen. Voor zover Vermaat zich met die aangekondigde methode niet kon verenigen, had het op haar weg gelegen om, mede gelet op het bepaalde in paragraaf 4.3.5 van het Beschrijvend Document, daarover eerder moeten klagen, gelet op de pro-activiteit die van haar mocht worden verwacht. Nu zij dat heeft nagelaten, komt Vermaat een beroep op de ondeugdelijkheid van de onderzoeksmethode niet meer toe. Reeds op grond hiervan slaagt ook het onderhavige argument van Vermaat niet.

Afronding

5.25.

De slotsom is dat de vorderingen van Vermaat zullen worden afgewezen.

5.26.

Vermaat zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente. Voor een veroordeling in de nakosten bestaat geen grond, nu de kostenveroordeling ook voor deze nakosten een executoriale titel oplevert (vgl. HR 19 maart 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL1116, NJ 2011/237).

Met betrekking tot de vorderingen van Albron

5.27.

In de stellingen van de Staat ligt besloten dat hij (nog steeds) voornemens is de opdracht te gunnen aan Albron. Bij die stand van zaken heeft Albron geen belang bij toewijzing van haar primaire vordering. Deze zal dan ook worden afgewezen. Nu de vorderingen van Vermaat zullen worden afgewezen, is de voorwaarde waaronder Albron haar subsidiaire vordering heeft ingesteld niet ingetreden, zodat deze vordering verder buiten beschouwing kan en zal worden gelaten.

5.28.

Als de in het ongelijk gestelde partij zal Albron in het kader van haar tegen de Staat gerichte primaire vordering worden veroordeeld in de kosten van de Staat. Deze kosten worden begroot op nihil, nu niet is gebleken dat de Staat als gevolg van die vordering extra kosten heeft moeten maken. Ondanks de afwijzing moet Vermaat in haar verhouding tot Albron worden aangemerkt als de in het ongelijk gestelde partij. Het doel van Albron was immers te bewerkstelligen dat de gunningsbeslissing van 11 februari 2019 in stand blijft. Dat doel is bereikt. Vermaat zal dan ook worden veroordeeld in de proceskosten van Albron, te vermeerderen met de wettelijke rente. Voor een veroordeling in de nakosten bestaat geen grond, nu de kostenveroordeling ook voor de nakosten een executoriale titel oplevert (vgl. HR 19 maart 2010, ECLI: NL:HR:2010: BL1116).

6 De beslissing

De voorzieningenrechter:

6.1.

wijst de vorderingen van Vermaat af;

6.2.

wijst de (primaire) vordering van Albron af;

6.3.

veroordeelt Albron voor wat betreft de door haar ingestelde vordering tegen de Staat in de kosten van de Staat, die worden begroot op nihil;

6.4.

veroordeelt Vermaat in de overige proceskosten, tot op dit vonnis aan de zijde van zowel de Staat als Albron (telkens) begroot op € 1.619,--, waarvan € 980,-- aan salaris advocaat en € 639,-- aan griffierecht, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na het uitspreken van dit vonnis;

6.5.

verklaart de kostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

Dit vonnis is gewezen door mr. H.J. Vetter en in het openbaar uitgesproken op 7 mei 2019.

jvl