Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2019:3529

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
12-04-2019
Datum publicatie
26-04-2019
Zaaknummer
7465080
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Deformalisering: wie is werkgever en wijziging verzoek na verval termijn, uitleg verzoek, uitleg bepaling in arbeidsovereenkomst.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2019-0448
RAR 2019/114
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Zittingsplaats 's-Gravenhage

WY

Zaaknr.: 7465080 \ RP VERZ 19-50018

Uitspraakdatum: 12 april 2019

Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:

[werknemer] ,

wonende te [woonplaats] ,

verzoekende partij in de zaak van het verzoek,

verwerende partij in de zaak van het zelfstandig verzoek,

gemachtigde: mr. C.G.A. Mattheussens (op basis van toevoeging: verleend op 3 januari 2019 onder kenmerk 1IM9083),

tegen

Nationwide Produce PLC, een vennootschap naar Brits recht, tevens handelend onder de naam Vitaal Europe,

statutair gevestigd te Southport (Verenigd Koninkrijk), een nevenvestiging hebbende te Poeldijk,

verwerende partij in de zaak van het verzoek,

verzoekende partij in de zaak van het zelfstandig verzoek,

gemachtigde: mr. M. Hoekman.

Partijen worden verder aangeduid als ‘ [werknemer] ’ en ‘Nationwide’.

1 Het procesverloop

in de zaak van het verzoek en het zelfstandig verzoek

1.1.

[werknemer] heeft – verkort weergegeven - een verzoek gedaan, ingekomen ter griffie op 10 januari 2019, om te verklaren voor recht dat het op 15 november 2018 gegeven ontslag op staande voet niet rechtmatig is, Nationwide te veroordelen om [werknemer] tot het werk toe te laten, zodra hij arbeidsgeschikt is en Nationwide te veroordelen tot doorbetaling van het loon met ingang van 15 november 2018. Nationwide heeft een verweerschrift ingediend, ter griffie ingekomen op 8 februari 2019 en een zelfstandig verzoek gedaan tot voorwaardelijke ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Bij fax van 18 februari 2019 heeft [werknemer] nadere producties ingediend evenals een voorwaardelijk verweerschrift als een akte (voorwaardelijke) wijziging van het verzoek.

1.2.

Op 21 februari 2019 heeft de mondelinge behandeling van het verzoek plaats gevonden. Verschenen zijn [werknemer] , bijgestaan door zijn gemachtigde, mr. C.G.A. Mattheussens en aan de zijde van Nationwide de heer [betrokkene] , [functie] , bijgestaan door mr. M. Hoekman. Daarbij zijn door [werknemer] pleitaantekeningen overgelegd. Van het verhandelde ter zitting zijn door de griffier aantekeningen gemaakt die zich in het procesdossier bevinden. Vervolgens is beschikking nader bepaald op heden.

2 De feiten

in de zaak van het verzoek en het zelfstandig verzoek

2.1.

[werknemer] is op 1 juli 2018 in dienst getreden bij Nationwide op basis van een arbeidsovereenkomst voor de duur van één jaar. De laatste functie die [werknemer] vervulde, is die van [functie] , met een maandelijks salaris van € 4.000,- bruto exclusief emolumenten.

2.2.

Nationwide is een groothandel in groenten en fruit. Zij verzorgt de in- en verkoop, import en export van groenten en fruit. Volgens het uittreksel van de Kamer van Koophandel hanteert Nationwide als handelsnamen Vitaal Europe, Solan Europe en Solvit Handling.

2.3.

In artikel 17 van de tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst is het volgende beding opgenomen:

17 Nevenwerkzaamheden

17.1

Het is Werknemer verboden zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Werkgever tijdens deze overeenkomst tegen vergoeding of om niet, direct of indirect voor derden soortgelijke arbeid te verrichten als Werknemer verricht voor Werkgever en/of direct of indirect voor eigen rekening zaken te doen of op enigerlei wijze bij zodanige zaken betrokken te zijn en/of (andere) nevenfuncties te bekleden. Werkgever is gerechtigd aan hiervoor bedoelde toestemming voorwaarden te verbinden.

17.2

Bij overtreding door Werknemer van één of meerdere bepalingen van dit artikel, verbeurt Werknemer jegens Werkgever een onmiddellijk opeisbare boete van € 5.000 (zegge: vijfduizend euro) per overtreding en € 500 (zegge: vijfhonderd euro) voor iedere dag dat de overtreding voortduurt.“

2.4.

In september 2018 heeft [werknemer] zich ziekgemeld bij Nationwide.

2.5.

Op 15 november 2018 is [werknemer] door de Nationwide op staande voet ontslagen. In de brief van 15 november 2018 is daarover het volgende opgenomen:

“(…)

Cliënte heeft ontdekt dat u op 29 oktober jl. twee ondernemingen heeft opgericht: [naam B.V.] B.V. en Quality Fruits & Vegetables B.V., laatstgenoemde is een groothandel in groenten en

fruit, waarvan uw holding (waar u algemeen directeur van bent) bestuurder is. Gebleken is ook

dat u met de bedrijfsauto zeer veel kilometers heeft gereden gedurende uw (vermeende) arbeidsongeschiktheid, terwijl de door u (vermeend) bezochte medische behandelaars zich in (de buurt van) uw woonplaats bevinden.

U heeft via uw holding een met cliënte concurrerende onderneming opgericht en een nevenfunctie

als algemeen directeur bekleed, terwijl u nog in dienst bent bij cliënte (en stelt ziek te zijn). U

handelt hiermee in strijd met artikel 17 (verbod op nevenwerkzaamheden) van uw arbeidsovereenkomst. Tevens zijn uw gedragingen als onrechtmatig aan te merken. Op grond van artikel 17 van de arbeidsovereenkomst bent u aan cliënte een onmiddellijk opeisbare boete van € 5000 verschuldigd en € 500 voor iedere dag dat de overtreding voortduurt. Rekenend vanaf de dag van overtreding (29 oktober 2018) betekent dit dat u tot op heden een boete heeft verbeurd van

€ 13.500,-.

Door in strijd te handelen met het verbod op nevenwerkzaamheden en bovendien een onderneming te starten die concurrerend is met die van cliënte heeft u grovelijk uw plichten veronachtzaamd, welke de arbeidsovereenkomst u oplegt en heeft u het vertrouwen van cliënte onherstelbaar geschaad. Dat levert een dringende reden in de zin van artikel 7: 678 BW op om de arbeidsovereenkomst met u bij deze onverwijld op te zeggen op grond van artikel 7: 677 BW.

(…)

Op dit moment doet cliënte nog onderzoek naar andere mogelijke onregelmatig/ onrechtmatigheden.

Zo heeft cliënt sterk het vermoeden dat u niet bij Delhaize werkzaam bent geweest voorafgaand aan uw indiensttreding bij cliënte, hetgeen u wel heeft doen voorkomen. Cliënte heeft inmiddels begrepen dat er bij Delhaize geen dienstverband met u bekend is.

Verder heeft cliënte ernstige twijfels over de waarheid van de door u gemelde gezondheidsklachten en hiervoor gevolgde behandelingen / consults.

Cliënte behoudt zich het recht voor om aangifte te doen van o.a. oplichting en valsheid in geschrifte. Verder behoudt cliënte zich de mogelijkheid voor de verbeurde boetes te verrekenen met eventueel nog verschuldigd loon en emolumenten.

(..)“

2.6.

Nadien hebben partijen middels hun gemachtigden met elkaar gecommuniceerd.

3 Het verzoek

3.1.

[werknemer] heeft aanvankelijk een verklaring voor recht verzocht dat het op 15 november 2018 gegeven ontslag op staande voet niet rechtmatig is. Bij wijziging verzoek heeft hij de kantonrechter verzocht om het ontslag op staande voet te vernietigen. Voorts verzoekt hij de kantonrechter Nationwide te veroordelen om [werknemer] tot het werk toe te laten, zodra hij arbeidsgeschikt is, op straffe van een dwangsom en Nationwide te veroordelen tot doorbetaling van het loon met ingang van 15 november 2018, vermeerderd met de wettelijke verhoging en de wettelijke rente. Indien wijziging van het verzoek niet mogelijk is, dan verzoekt [werknemer] om een verklaring voor recht dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is gegeven en Nationwide te veroordelen tot betaling van een billijke vergoeding. Tot slot verzoekt hij veroordeling van Nationwide in de kosten van de procedure.

3.2.

Aan dit verzoek legt [werknemer] ten grondslag – kort weergegeven – dat er geen sprake is van een dringende reden voor ontslag op staande voet. [werknemer] wordt verweten dat hij in strijd met het verbod van artikel 17 van de arbeidsovereenkomst van nevenwerkzaamheden heeft gehandeld en bovendien twee concurrerende ondernemingen heeft opgericht. Hij betwist niet dat hij twee vennootschappen heeft opgericht en hij betwist evenmin dat er in de tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst onder artikel 17 een verbod van nevenwerkzaamheden is opgenomen. Hij betwist wel dat het verbod van nevenwerkzaamheden is overtreden. De tekst van artikel 17 gaat er volgens [werknemer] van uit dat alleen dan sprake is van een overtreding van dat artikel indien er daadwerkelijk, dat wil zeggen, feitelijk, ook werkzaamheden als in het artikel bedoeld zijn verricht, aldus [werknemer] . Weliswaar heeft [werknemer] twee vennootschappen opgericht, maar hij heeft geen handelsactiviteiten verricht in de ondernemingen en heeft ook niet de bedoeling om dat te doen in de nabije toekomst. Dat volgt ook uit de begeleidende e-mail behorende bij de factuur van de accountant. In zijn e-mail van 23 november 2018 geeft hij aan dat de kosten beperkt zijn in verband met het feit dat het enkel ging om advies ter zake het oprichten van de vennootschappen en er verder geen handelsactiviteiten zijn ondernomen dan wel zullen worden ondernomen. Het enkel oprichten van de vennootschappen is onvoldoende om te stellen dat in strijd is gehandeld met artikel 17.

Ook indien enkel het oprichten van een onderneming een overtreding oplevert van artikel 17 brengt dat nog niet als zodanig met zich mee dat het een dringende reden oplevert. Een ontslag op staande voet kan slechts als ultimum remedium gehanteerd worden. Nationwide kan had ook kunnen volstaan met een waarschuwing.

Het ontslag op staande voet kan dan ook geen standhouden, aldus [werknemer] .

4 Het verweer en het zelfstandig verzoek

4.1.

Nationwide verweert zich tegen het verzoek. Zij stelt voorop dat [werknemer] niet ontvankelijk in zijn verzoek moet worden verklaard, nu zijn verzoek zich richt tot Vitaal Europe en niet Nationwide. Vitaal Europe is een niet bestaande rechtspersoon en voor zowel [werknemer] als zijn professionele gemachtigde was het duidelijk met wie de arbeidsrelatie bestond. De professionele gemachtigde van [werknemer] kon en moest hiervan op de hoogte zijn door het handelsregister te raadplegen, door de tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst te bestuderen en door de tussen partijen gevoerde correspondentie over het ontslag.

4.2.

Mocht [werknemer] wel ontvankelijk zijn in zijn verzoek, dan dient zijn verzoek te worden afgewezen.

In de eerste plaats omdat het verzoek alleen strekt tot een verklaring voor recht dat het gegeven ontslag op staande voet niet rechtmatig is. Indien en voor zover deze verklaring wordt gegeven, dan blijft het gegeven ontslag op staande voet alsnog staan, omdat [werknemer] geen vernietiging van het ontslag op staande voet heeft verzocht, noch voor een billijke vergoeding ten laste van Nationwide, zoals de wet dat voorschrijft, aldus Nationwide.

In de tweede plaats dient het verzoek te worden afgewezen, omdat er sprake is van een dringende reden voor een ontslag op staande voet. Nationwide licht dat als volgt toe.

Zij voert – samengevat – aan dat het in strijd handelen met het verbod van nevenwerkzaamheden en het oprichten van de twee concurrerende ondernemingen tijdens ziekte ten grondslag ligt aan het gegeven ontslag op staande voet.

[werknemer] gaat er aan voorbij dat hij een nevenfunctie heeft bekleed, te weten het zijn van algemeen directeur van de holding. Het bekleden van deze functie betekent een schending van het verbod op nevenwerkzaamheden uit artikel 17 van de arbeidsovereenkomst, omdat hij hier geen toestemming voor had van Nationwide. Door het overleggen van een factuur en e-mail van een accountant, blijkt verder duidelijk dat [werknemer] wel in zijn nevenfunctie advies heeft ingewonnen en dus werkzaamheden heeft verricht.

Daarnaast kwalificeert het oprichten van twee aan Nationwide concurrerende ondernemingen als een dringende reden. Hierbij is het niet vereist of er al wel of nog niet handelsactiviteiten worden verricht, aldus Nationwide.

Anders dan [werknemer] heeft gesteld, leveren ook het veelvuldig gebruiken van de bedrijfsauto tijdens ziekte en oplichting en valsheid in geschrifte zelfstandig een dringende reden op voor een ontslag op staande voet.

4.3.

In de zaak van het zelfstandig verzoek wordt door de Nationwide verzocht de arbeidsovereenkomst met [werknemer] voorwaardelijk te ontbinden op grond van artikel 7:671b lid 1, onderdeel a, BW, in verbinding met artikel 7:669 lid 3, onderdeel d (disfunctioneren), e (verwijtbaar handelen), g (verstoorde arbeidsrelatie) en h (overige), BW. Het verzoek is voorwaardelijk, namelijk voor het geval de arbeidsovereenkomst blijkt niet te zijn geëindigd door het aan [werknemer] op staande voet gegeven ontslag. [werknemer] heeft daartegen verweer gevoerd en stelt dat de verzochte ontbinding moet worden afgewezen.

5 De beoordeling

in de zaak van het verzoek

5.1.

[werknemer] heeft zijn verzoekschrift aanvankelijk tegen Vitaal Europe gericht, terwijl niet Vitaal Europe maar Nationwide de werkgever van [werknemer] is geweest. Bij de mondelinge behandeling heeft [werknemer] zich op het standpunt gesteld dat Nationwide niet in haar (proces)belang is geschaad door de tenaamstelling in het verzoekschrift.

5.2.

De kantonrechter stelt vast dat het verzoek van [werknemer] reeds op 10 januari 2019 en daarmee binnen de vervaltermijn van twee maanden na het eindigen van de arbeidsovereenkomst tussen partijen is ingediend.

5.3.

Met de Wet Werk en Zekerheid (WWZ) loopt de wetgever door de verruiming van de toepasselijkheid van de verzoekschriftprocedure in het ontslagrecht vooruit op de toekomstige deformalisering van het procesrecht, vgl. HR 13 december 2013, ECLI:NL:HR:2013:1881. In rov. 5.5.2 van het hiervoor genoemde arrest overweegt de Hoge Raad: “De ratio van de deformaliseringstendens die hieraan ten grondslag ligt, is dat fouten en vergissingen niet tot fatale gevolgen behoren te leiden, mits de wederpartij door het herstel hiervan niet onredelijk in haar belangen wordt geschaad. Voorts dient zoveel mogelijk te worden beslist tussen de werkelijk belanghebbende partijen bij de rechtsbetrekking in geschil.”

In aansluiting hierop stelt de kantonrechter vast dat Nationwide door de verkeerde tenaamstelling in het oorspronkelijke verzoekschrift niet in haar mogelijkheden om verweer te voren is geschaad. Het was voor Nationwide als haar gemachtigde reeds aanstonds duidelijk dat [werknemer] het niet eens was en is met het gegeven ontslag op staande voet. Nationwide was derhalve al ruim voor de indiening van het verzoekschrift op de hoogte van het verzoek van [werknemer] . Gelet op het feit dat Vitaal Europe de handelsnaam van Nationwide is en [werknemer] tewerkgesteld is binnen de onderneming met deze handelsnaam, kan er bij Nationwide geen enkele onduidelijkheid hebben bestaan over de vraag tegen welke partij de inhoud van het verzoekschrift zich daadwerkelijk richtte en om welke arbeidsverhouding het gaat. Tegen deze achtergrond zal [werknemer] ontvankelijk worden verklaard in zijn verzoek en zal de kantonrechter overgaan tot de verdere beoordeling van het verzoek.

5.4.

[werknemer] heeft aanvankelijk de kantonrechter verzocht om te verklaren voor recht dat het gegeven ontslag op staande voet niet rechtmatig is. Nationwide heeft aangevoerd dat indien en voor zover deze verklaring wordt gegeven, het gegeven ontslag op staande voet dan alsnog blijft staan, omdat [werknemer] niet heeft gekozen voor vernietiging dan wel voor een billijke vergoeding. Het verzoek tot wijziging van het verzoek is nu te laat en buiten de vervaltermijn van twee maanden. Voor zover dat nodig is, heeft [werknemer] zijn verzoek gewijzigd in die zin dat hij de kantonrechter verzoekt om het gegeven ontslag te vernietigen (en hem tot het werk toe te laten en doorbetaling van het loon). Ter zitting heeft Nationwide bezwaar gemaakt tegen die wijziging.

5.5.

De kantonrechter overweegt als volgt. De systematiek van artikel 7:681 lid 1 BW is dat de werknemer aan de kantonrechter vernietiging van de opzegging kan verzoeken hetgeen met zich brengt dat de arbeidsovereenkomst herleeft en een werknemer ook weer bij werkgever aan het werk moet gaan. In plaats daarvan kan de werknemer er ook voor kiezen om in de opzegging te berusten en aanspraak te maken op een billijke vergoeding.

[werknemer] heeft verzocht om een verklaring voor recht dat het gegeven ontslag niet rechtmatig is. Het verweer van Nationwide dat bij toewijzing van het verzoek het ontslag op staande voet alsnog blijft staan, gaat niet op. Daarbij overweegt de kantonrechter dat uit de overige verzoeken van [werknemer] Nationwide onmiddellijk had kunnen en moeten begrijpen en dat daadwerkelijk ook heeft begrepen, dat zijn verzoek is gericht op vernietiging van het gegeven ontslag. De overige verzoeken van [werknemer] zien immers op wedertewerkstelling en doorbetaling van het loon en aldus herleving van de arbeidsovereenkomst. Gezien het vorenstaande is Nationwide dan ook niet geschaad in enig rechtens relevant (proces)belang door de wijziging van het verzoek. De kantonrechter staat [werknemer] dan ook toe zijn verzoek te wijzigen, hoewel die wijziging strikt genomen overbodig is.

5.6.

Het gaat in deze zaak dan ook om de vraag of het ontslag op staande voet door de Nationwide moet worden vernietigd en of de Nationwide moet worden veroordeeld tot doorbetaling van loon.

5.7.

Op grond van artikel 7:677 lid 1 BW is ieder van partijen bevoegd de arbeidsovereenkomst onverwijld op grond van een dringende reden op te zeggen, onder onverwijlde mededeling van die reden aan de wederpartij. Ingevolge artikel 7:678 lid 1 BW worden voor de werkgever als dringende redenen als vorenbedoeld beschouwd zodanige daden, eigenschappen of gedragingen van de werknemer, die ten gevolge hebben dat van de werkgever redelijkerwijze niet gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Voor de beoordeling of er sprake is van een dringende reden dient gelet te worden op alle feiten en omstandigheden van het geval, waaronder de aard en ernst van de als zodanig aangemerkte gedraging, de wijze waarop in het verleden is gefunctioneerd, evenals de persoonlijke omstandigheden van de werknemer, zoals leeftijd en de gevolgen die een ontslag op staande voet voor de werknemer heeft. Ook indien de gevolgen ingrijpend zijn kan een afweging van de persoonlijke omstandigheden tegen de aard en de ernst van de dringende reden tot de slotsom leiden dat een onmiddellijke beëindiging van de arbeidsovereenkomst gerechtvaardigd is (zie Hoge Raad 12 februari 1999, NJ 1999, 643). Voor de beoordeling van de vraag of het door Nationwide aan [werknemer] gegeven ontslag op staande voet rechtsgeldig is, zijn de aan [werknemer] opgegeven redenen zoals vermeld in de brief van 15 november 2018 maatgevend en wordt het geschil afgebakend door de daarin genoemde verwijten.

5.8.

De kantonrechter stelt voorop dat het antwoord op de vraag of het veelvuldig gebruiken van de bedrijfsauto tijdens ziekte en/of oplichting en valsheid in geschrifte als dringende redenen voor een ontslag op staande voet oplevert, in het midden kan blijven. Hetgeen Nationwide [werknemer] in de ontslagbrief verwijt ziet – kort gezegd – op het in strijd handelen met het verbod van nevenwerkzaamheden en het oprichten van de twee concurrerende ondernemingen tijdens ziekte.

5.9.

Gelet op het bepaalde in artikel 17 van de tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst is het [werknemer] verboden om zonder toestemming van Nationwide (on)betaalde nevenwerkzaamheden te verrichten of het bekleden van een nevenfunctie. Aan deze toestemming kan Nationwide voorwaarden verbinden. Het doel van deze bepaling is om de werkgever vooraf een middel te geven om zich een beeld te vormen van de aard en inhoud van de nevenwerkzaamheden en de verenigbaarheid van deze werkzaamheden met de functie van de werknemer.

5.10.

Vast staat dat sinds 29 oktober 2018 een onderneming onder de naam [naam B.V.] in het handelsregister van de Kamer van Koophandel staat ingeschreven met als algemeen directeur [werknemer] . Per dezelfde datum is een onderneming onder de naam Quality Fruits & Vegetables B.V. in het handelsregister van de Kamer van Koophandel ingeschreven waarvan [naam B.V.] één van de twee bestuurders is. Naar het oordeel van de kantonrechter levert deze inschrijving voldoende bewijs van het bekleden van een nevenfunctie als bedoeld in de zin van artikel 17 van de arbeidsovereenkomst.

5.11.

[werknemer] heeft aangevoerd dat artikel 17 van de arbeidsovereenkomst zo moet worden uitgelegd dat er pas sprake is van een overtreding van het artikel als er daadwerkelijk werkzaamheden zijn verricht. Naar de kantonrechter begrijpt ziet dat verweer op de uitleg van die bepaling en dus op de bedoeling van partijen bij het opstellen van de arbeidsovereenkomst en de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan deze bepaling mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Er is echter niet gesteld of is gebleken dat partijen daadwerkelijk met elkaar hebben gesproken over (de totstandkoming van) dit artikel. Dat betekent dat de uitleg van dit beding moet worden gedaan aan de hand van de bewoordingen van artikel 17 en die zijn voldoende duidelijk.

5.12.

Voorts is tussen partijen niet in geschil dat voormelde ondernemingen concurrerend zijn aan de onderneming van Nationwide en dat [werknemer] daar geen toestemming heeft gevraagd aan Nationwide. De kantonrechter acht de handelwijze van [werknemer] ernstig verwijtbaar omdat [werknemer] had kunnen en moeten begrijpen dat hij niet tijdens zijn ziekteperiode zonder toestemming van zijn werkgever concurrerende ondernemingen kon oprichten. Door het oprichten van twee concurrerende vennootschappen heeft [werknemer] niet alleen in strijd met verbod van nevenwerkzaamheden gehandeld, maar heeft hij zich bovendien niet als goed werknemer in de zin van artikel 7:611 BW gedragen.

5.13.

Dat [werknemer] per 29 november 2018 en aldus na het gegeven ontslag op staande voet is uitgetreden als bestuurder van de holding doet niet ter zake. Dat is zogezegd “mosterd na de maaltijd”.

5.14.

De kantonrechter is van oordeel dat door voornoemde handelwijze van [werknemer] er sprake is van zodanig verwijtbaar handelen dat van Nationwide in redelijkheid niet kon worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Naar het oordeel van de kantonrechter is het ontslag op staande voet dan ook rechtsgeldig gegeven. De verzoeken van [werknemer] worden dus afgewezen.

in de zaak van het zelfstandig verzoek

5.15.

Nu het verzoek van [werknemer] tot vernietiging van het door Nationwide gegeven ontslag op staande voet wordt afgewezen, is er een rechtsgeldig einde aan het dienstverband gekomen. Aldus gaat de voorwaarde waaronder Nationwide het zelfstandig tegenverzoek heeft ingediend, niet in vervulling. Dit brengt met zich mee dat de kantonrechter niet toekomt aan een inhoudelijke beoordeling van het zelfstandig tegenverzoek van Nationwide. De door partijen dienaangaande ingenomen stellingen, behoeven derhalve geen bespreking meer.

inzake alle verzoeken

5.16.

[werknemer] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten. De kosten aan de zijde van Nationwide worden tot op heden begroot op € 480,00.

6 De beslissing

De kantonrechter:

in de zaak van het verzoek

6.1.

wijst het verzoek af;

in de zaak van het zelfstandig verzoek

6.2.

verklaart het verzoek niet ontvankelijk;

inzake alle verzoeken

6.3.

veroordeelt [werknemer] tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de Nationwide tot en met vandaag vaststelt op € 480,00 aan salaris gemachtigde;

6.4.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gewezen door mr. L.C. Heuveling van Beek, kantonrechter en op 12 april 2019 in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter