Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2019:301

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
16-01-2019
Datum publicatie
22-02-2019
Zaaknummer
AWB - 18 _ 7921
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

VOG alsnog in bezwaar verleend; pkv.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN Haag

Bestuursrecht

zaaknummer: SGR AWB 18/7921

uitspraak van de voorzieningenrechter van 16 januari 2019 in de zaak tussen

[verzoeker], te [plaats], verzoeker

(gemachtigde: mr. S.C. van Paridon),

en

de Minister voor Rechtsbescherming, verweerder

(gemachtigde: B.H. Duits).

Procesverloop

Bij brief van 3 december 2018 heeft verzoeker zich tot de voorzieningenrechter gewend met een verzoek om een voorlopige voorziening ten aanzien van het besluit van verweerder van 27 november 2018, waarbij verweerder de aanvraag van verzoeker om toewijzing van een Verklaring omtrent het Gedrag (VOG) heeft afgewezen. Verzoeker heeft tegen dat besluit tevens een bezwaarschrift ingediend.

Bij besluit van 14 december 2018 heeft verweerder het bezwaar van verzoeker gegrond verklaard en besloten dat de aanvraag om een VOG alsnog wordt ingewilligd.

Naar aanleiding van dit besluit heeft verzoeker het verzoek om een voorlopige voorziening bij brief gedateerd 17 december 2018 ingetrokken.

Tevens heeft verzoeker verzocht verweerder in de proceskosten te veroordelen.

Bij brief van 17 december 2018 is verweerder in de gelegenheid gesteld te reageren op laatstgenoemd verzoek. Verweerder heeft bij brief gedateerd 8 januari 2019 gereageerd.

In deze brief deelt verweerder mede dat hij zich niet verzet tegen een veroordeling in de proceskosten en geeft hij de voorzieningenrechter toestemming op zonder zitting op het verzoek om proceskosten uitspraak te doen.

Overwegingen

Ingevolge artikel 8:84, vierde lid, juncto artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter, in geval van intrekking van het verzoek om een voorlopige voorziening omdat geheel of gedeeltelijk aan verzoeker is tegemoet gekomen en indien daarom bij intrekking is verzocht, het bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de kosten die in verband met de behandeling van het verzoek redelijkerwijs dienden te worden gemaakt.

De voorzieningenrechter stelt vast dat verweerder bij besluit van 14 december 2018 het bezwaar van verzoeker gegrond heeft verklaard en heeft besloten dat zijn aanvraag om een VOG alsnog wordt ingewilligd. Daarmee is verweerder naar het oordeel van de voorzieningenrechter in het kader van de thans voorliggende procedure aan verzoeker tegemoetgekomen als bedoeld in artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb. Het verzoek om een proceskostenveroordeling wordt daarom toegewezen.

Verweerder wordt veroordeeld in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht wordt 1 punt toegekend voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand voor het indienen van een verzoekschrift, met een waarde van € 512,- per punt en een wegingsfactor 1.

De voorzieningenrechter zal tevens bepalen dat verweerder het door verzoeker betaalde griffierecht vergoedt.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

- veroordeelt verweerder in de proceskosten tot een bedrag van € 512,- te betalen aan verzoeker;

- bepaalt dat verweerder het betaalde griffierecht van € 170,-, aan verzoeker vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G. van Zeben-de Vries, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. H.G. Egter van Wissekerke, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 16 januari 2019.

griffier voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan geen hoger beroep worden ingesteld.