Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2019:2931

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
27-03-2019
Datum publicatie
01-04-2019
Zaaknummer
C/09/538385 / HA ZA 17-900
Rechtsgebieden
Intellectueel-eigendomsrecht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

en inzake C-09-545073-HA ZA 17-1320

Gemeenschapsmodellenrecht. Internationale bevoegdheid. Rechtbank bevoegd ogv ar. 8 lid 3 Brussel Ibis-Vo voor verbodsvordering in reconventie. Bevoegdheid niet beperkt tot Nederland. Schorsing procedure ivm nietigheidsprocedure EUIPO. Aanhouding conventie

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DEN HAAG

Team handel

Zittingsplaats Den Haag

Vonnis van 27 maart 2019

in de zaak met zaaknummer / rolnummer: C/09/538385 / HA ZA 17-900 van

1 MCCAIN FOODS HOLLAND B.V.,

te Goes,

2. MCCAIN FOODS EUROPE B.V.,

te Lewedorp,

3. MCCAIN FOODS BELGIUM B.V.,

te Grobbendonk (België),

4. LUTOSA SA,

te Leuze-en-Hainaut (België),

5. MCCAIN ALIMENTAIRE SAS,

te Harnes (Frankrijk),

6. MCCAIN GMBH,

gevestigd te Eschborn (Duitsland),

7. MCCAIN ALIMENTARI (ITALIA) SRL,

gevestigd te Bergamo (Italië),

8. MCCAIN ESPANA,

gevestigd te Madrid (Spanje),

9. MCCAIN FOODS AUSTRIA GMBH,

gevestigd te Wenen (Oostenrijk),

10. MCCAIN POLAND SP. Z.O.O.,

gevestigd te Strzelin (Polen),

11. MCCAIN FOODS CZECH REPUBLIC S.R.O.,

gevestigd te Praag (Tsjechië),

12. MCCAIN HELLAS LTD,

gevestigd te Athene (Griekenland),

13. MCCAIN FOODS (SWEDEN) AB,

gevestigd te Ekerö (Zweden),

14. MCCAIN PORTUGAL LDA,

gevestigd te Cascais (Portugal),

eiseressen in conventie,

verweersters in reconventie,

advocaat mr. R.W. de Vrey te Amsterdam,

tegen

J.R. SIMPLOT COMPANY,

te Boise, Idaho (Verenigde Staten van Amerika),

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. J.A. Dullaart te Naaldwijk,

en in de zaak met zaaknummer / rolnummer C/09/545073 / HA ZA 17-1320 van

J.R. SIMPLOT COMPANY,

gevestigd te Boise, Idaho (Verenigde Staten van Amerika)

eiseres,

advocaat mr. J.A. Dullaart te Naaldwijk,

tegen

1 MCCAIN FOODS HOLLAND B.V.,

gevestigd te Goes,

2. MCCAIN FOODS EUROPE B.V.,

gevestigd te Lewedorp,

3. MCCAIN FOODS LIMITED,

gevestigd te Florenceville-Bristol (Canada),

gedaagden,

advocaat mr. R.W. de Vrey te Amsterdam.

Eiseressen in conventie sub 1 tot en met 14 in de zaak (met rolnummer) 17-900, tevens verweersters in reconventie in die zaak, zullen hierna gezamenlijk McCain c.s. genoemd worden en gedaagde in conventie in zaak 17-900, tevens eiseres in zaak 17-1320, Simplot . Eiseressen in conventie sub 3 tot en met 14 in zaak 17-900 worden samen de buitenlandse McCain-vennootschappen genoemd. Eiseressen in conventie sub 1 en 2 in zaak 17-900 tevens gedaagden sub 1 en 2 in zaak 17-1320, en gedaagde sub 3 in de zaak 17-1320 worden afzonderlijk McCain Holland, McCain Europe en McCain Ltd genoemd. McCain c.s. en McCain Ltd worden gezamenlijk McCain genoemd.

De zaak is voor McCain inhoudelijk behandeld door de advocaat voornoemd en mr. M.C.H.I. van der Dussen en voor Simplot door mrs. L.E. Fresco en R.J.F. Grijpink, allen advocaat te Amsterdam.

1 De procedure in beide zaken

1.1.

Het verloop van de procedure (tot de comparitie) in de zaak 17-900 blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 16 mei 2017;

  • -

    de akte overlegging producties van de zijde van McCain c.s., met productie 1 tot en met 15;

  • -

    de conclusie van antwoord in conventie, tevens houdende eis in reconventie en provisionele vorderingen, met productie 1 tot en met 24;

  • -

    het tussenvonnis van 27 december 2017, waarbij een comparitie van partijen is gelast;

  • -

    de conclusie van antwoord in reconventie en reactie op provisionele vorderingen van 16 mei 2018, met productie 1.

1.2.

Het verloop van de procedure (tot de comparitie) in de zaak 17-1320 blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 9 augustus 2017, met producties 1 tot en met 21;

  • -

    de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 15;

  • -

    het tussenvonnis van 14 maart 2018, waarbij een comparitie van partijen is gelast;

1.3.

Het verdere verloop van de procedure in beide zaken blijkt uit:

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 16 mei 2018, alsmede de daaraan gehechte pleitnotities. Ter comparitie is de zaak verwezen naar de rol van 27 juni 2018 voor vonnis;

  • -

    de brief van mr. Van der Dussen van 1 juni 2018, waarin is gereageerd op het buiten aanwezigheid van partijen opgemaakte proces-verbaal, met aanvullingen op de inhoud daarvan.

1.4.

Bij brief van 13 juli 2018 heeft de advocaat van McCain de rechtbank verzocht de zaak naar de rol te verwijzen voor akte uitlaten door partijen, omdat op 6 juli 2018 is beslist in de door McCain Ltd aangespannen nietigheidsprocedure bij het EUIPO1 en McCain Ltd daartegen beroep heeft ingesteld. Simplot heeft op dit verzoek gereageerd bij brief van 17 juli 2018 door bezwaar daartegen te maken en de uitspraak van het EUIPO aan de rechtbank toe te zenden.

1.5.

Vonnis is nader bepaald op heden.

2 De procedure

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 16 mei 2018, de daarin genoemde stukken en eisvermindering, alsmede de daaraan gehechte pleitnotities. Ter comparitie is de zaak verwezen naar de rol van 27 juni 2018 voor vonnis;

  • -

    de brief van mr. Van der Dussen van 1 juni 2018, waarin is gereageerd op het buiten aanwezigheid van partijen opgemaakte proces-verbaal, met aanvullingen op de inhoud van het proces-verbaal.

2.1.

Bij brief van 13 juli 2018 heeft de advocaat van McCain de rechtbank verzocht de zaak naar de rol te verwijzen voor akte uitlaten door partijen, omdat door het EUIPO op 6 juli 2018 is beslist in de door McCain Ltd aangespannen nietigheidsprocedure bij het EUIPO. Simplot heeft daarop gereageerd bij brief van 17 juli 2018 door bezwaar te maken tegen dit verzoek en de uitspraak van het EUIPO toe te zenden.

2.2.

Vonnis is nader bepaald op heden.

3 De feiten

3.1.

De in deze procedures betrokken McCain vennootschappen behoren alle tot het McCain-concern. Dit concern houdt zich sinds de oprichting in 1957 in Canada bezig met de productie van voedingsmiddelen, waaronder bevroren frieten en aardappelspecialiteiten. Het McCain-concern opereert wereldwijd.

3.2.

McCain produceert het product Rustic Twist-friet, een bevroren aardappelproduct dat sinds november 2016 in verschillende landen van de Europese Unie (EU) wordt verkocht. Het product wordt uitsluitend aan de zakelijke markt (horeca en cateringbedrijven) verkocht, niet aan consumenten. De Rustic Twist-friet wordt door McCain Holland in Lelystad geproduceerd voor de Europese markt. De verpakking ziet er als volgt uit:

3.3.

De Rustic Twist-friet heeft het volgende uiterlijk:

3.4.

Simplot is een Amerikaanse onderneming die zich bezig houdt met de productie en verkoop van diepgevroren- en houdbare producten, waaronder aardappelproducten. Sinds 2013 produceert Simplot Sidewinders-friet, die zij – in ieder geval – in Noord-Amerika op de markt brengt.

3.5.

Simplot is houdster van het Gemeenschapsmodel met nummer 001769167-001 (hierna: het Model), aangevraagd op 15 oktober 2010 en geregistreerd op 23 november 2010. Bij de registratie is prioriteit ingeroepen van een Amerikaans design patent met als prioriteitsdatum 26 april 2010. Het Model bevat de volgende afbeeldingen:

3.6.

Op 15 mei 2017 heeft McCain Ltd een procedure ingesteld bij het EUIPO om het Model van Simplot nietig te laten verklaren (hierna: de Nietigheidsprocedure), waarin op 6 juli 2018 is beslist. Het verzoek tot nietigverklaring van het Model is afgewezen. McCain Ltd heeft beroep ingesteld tegen deze beslissing.

3.7.

Bij dagvaarding van 8 juni 2017 heeft Simplot een kort geding aangespannen tegen McCain Holland en McCain Europe. Bij kort geding vonnis van 12 september 20172 heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank McCain Holland en McCain Europe – onder meer – bevolen iedere inbreuk op het Model te staken en gestaakt te houden, waaronder begrepen het staken van de productie en verhandeling van de Rustic Twist-friet. Tegen deze uitspraak is hoger beroep ingesteld door McCain Holland en McCain Europe.

4 Het geschil

in de zaak 17-900

4.1.

McCain c.s. vordert in conventie – samengevat – dat de rechtbank voor recht verklaart dat McCain c.s. met de Rustic Twist-friet in de EU, althans in Nederland, geen inbreuk maakt op het Model van Simplot , met veroordeling van Simplot in de kosten van dit geding op de voet van artikel 1019h van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).

4.2.

McCain c.s. legt aan haar vorderingen het volgende ten grondslag. Het Model is niet geldig omdat de tekeningen niet duidelijk zijn op grond van artikel 3(a) jo. 25 lid 1 onder (a) GModVo3. Daarnaast is het Model nietig omdat het niet nieuw was en/of geen eigen karakter had op de aanvraagdatum. De ingeroepen prioriteit is volgens McCain c.s. niet geldig. Voor zover het Model al geldig zou zijn, is de beschermingsomvang zo gering dat de Rustic Twist-friet geen inbreuk maakt op het Model. De Rustic Twist-friet wekt bij de geïnformeerde gebruiker een andere algemene indruk dan het Model.

4.3.

Simplot voert gemotiveerd verweer. Zij betwist dat het Model niet geldig zou zijn en zij betwist dat de Rustic Twist-friet geen inbreuk maakt op het Model.

4.4.

Simplot vordert in reconventie, na eiswijziging, dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, de buitenlandse McCain-vennootschappen beveelt iedere inbreuk op het Model te staken, met nevenvorderingen. Jegens McCain Holland en McCain Europe wordt deze vordering voorwaardelijk ingesteld, voor het geval de rechtbank zich – bij afwezigheid van die vordering – internationaal onbevoegd zou verklaren kennis te nemen van de vordering in reconventie.

4.5.

McCain c.s. voert in reconventie gemotiveerd verweer. Zij betwist de internationale bevoegdheid van deze rechtbank in reconventie in de zaken jegens de buitenlandse McCain vennootschappen. Voor zover er al internationale bevoegdheid zou zijn, is die beperkt tot inbreuk in Nederland op grond van artikel 83 lid 2 GModVo. Het materiële verweer sluit aan op de stellingen van McCain c.s. in conventie: het Model van Simplot is nietig op de hiervoor in 4.2 genoemde gronden. Verder maakt Simplot volgens McCain c.s. misbruik van recht in de zin van artikel 3:13 van het Burgerlijk Wetboek (BW) door in deze procedure een verbodsvordering in te stellen, terwijl zij zelf helemaal niet actief is op de Europese markt voor aardappelproducten. Subsidiair is er geen grondslag voor een aantal nevenvorderingen in het toepasselijke nationale recht.

4.6.

Op de stellingen van partijen in conventie en reconventie wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in de zaak 17-1320

4.7.

Simplot vordert – samengevat – dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, beveelt dat McCain Holland, McCain Europe en McCain Ltd de inbreuk op het Model van Simplot staken, met nevenvorderingen en veroordeling van gedaagden tot vergoeding van de schade van Simplot en de proceskosten. Simplot legt daaraan ten grondslag dat McCain Holland, McCain Europe en McCain Ltd inbreuk maken op het Model door de productie en/of verhandeling van de Rustic Twist-friet. Simplot lijdt hierdoor schade.

4.8.

McCain Holland, McCain Europe en McCain Ltd voeren gemotiveerd verweer. McCain Ltd bestrijdt de internationale bevoegdheid van deze rechtbank jegens haar en stelt zich subsidiair op het standpunt dat die bevoegdheid op grond van artikel 83 lid 2 GModVo is beperkt tot inbreuk in Nederland. Inhoudelijk betwisten de drie gedaagden onder meer dat zij inbreuk maken op het Model omdat het Model niet geldig is en, subsidiair, de Rustic Twist-friet niet onder de beschermingsomvang van het Model valt omdat het Model bij de geïnformeerde gebruiker een andere algemene indruk wekt.

4.9.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5 De beoordeling

in de zaak 17-900

in conventie en reconventie

bevoegdheid

5.1.

Deze rechtbank is internationaal bevoegd kennis te nemen van de vorderingen in conventie, reeds omdat Simplot is verschenen en die bevoegdheid niet heeft bestreden (op grond van artikel 82 lid 4 onder b GModVo). Op grond van artikel 82 lid 4 en 83 lid 1 GModVo geldt die bevoegdheid voor inbreuken op het grondgebied van de gehele EU. De relatieve bevoegdheid van deze rechtbank volgt uit artikel 80 lid 1 en 81 onder b GModVo en artikel 3 van de Uitvoeringswet EG-verordening betreffende Gemeenschapsmodellen.

5.2.

In reconventie bestrijden de buitenlandse McCain vennootschappen de bevoegdheid van deze rechtbank voor zover de vorderingen en grondslagen daarvan betrekking hebben op inbreuken op het grondgebied van andere lidstaten van de EU dan Nederland. McCain c.s. betoogt daartoe dat artikel 83 lid 1 GModVo de rechtbank alleen EU-wijde bevoegdheid toekent indien haar bevoegdheid is gebaseerd op artikel 82 lid 1 tot en met 4 GModVo. Nu de rechtbank in reconventie haar bevoegdheid ontleent aan artikel 8 lid 3 Brussel I bis-Vo4, kan zij geen bevoegdheid ontlenen aan deze artikelen en is haar bevoegdheid op grond van artikel 83 lid 2 GModVo beperkt tot een beoordeling van de gestelde inbreuk in Nederland, aldus McCain c.s.

5.3.

De rechtbank overweegt als volgt. Op grond van artikel 67 Brussel I bis-Vo jo. artikel 79 lid 1 GModVo geldt dat de rechtbank bij de bepaling van haar internationale bevoegdheid in de eerste plaats bij de regeling in de GModVo te rade dient te gaan als lex specialis ten opzichte van de Brussel I bis-Vo. Voor zover artikel 82 GModVo echter niet afwijkt van de Brussel I bis-Vo, regelt de Brussel I bis-Vo onverminderd de internationale bevoegdheid bij Gemeenschapsmodelrechtelijke geschillen, hetgeen ook duidelijk tot uitdrukking is gebracht in artikel 79 GModVo. De GModVo kent geen bijzondere regeling van bevoegdheid voor reconventionele vorderingen, zodat de rechtbank in een geschil over inbreuk op een Gemeenschapsmodel internationale bevoegdheid kan ontlenen aan artikel 8 lid 3 Brussel I bis-Vo. Aan de voorwaarden van artikel 8 lid 3 Brussel I bis-Vo is in dit geval voldaan. De procedure in reconventie spruit voort uit hetzelfde rechtsfeit als de procedure in conventie. In beide gevallen is immers in geschil de vraag of McCain c.s. al dan niet inbreuk maakt op een (geldig) Gemeenschapsmodelrecht van Simplot op het Model in de EU.

5.4.

Anders dan McCain c.s. betoogt, is de aldus op artikel 8 lid 3 Brussel I bis-Vo gebaseerde internationale bevoegdheid niet beperkt tot een beoordeling van inbreuk in Nederland. Gelet op het met de GModVo beoogde unitaire karakter van het Gemeenschapsmodelrecht, dient artikel 83 lid 1 GModVo aldus te worden uitgelegd, dat deze bepaling eveneens EU-wijde bevoegdheid schept in reconventie, indien de bevoegdheid in reconventie is gebaseerd op artikel 8 lid 3 Brussel I bis-Vo en de vordering in conventie bevoegdheid schept op grond van artikel 82 lid 1 tot en met 4 GModVo. Nu de bevoegdheid van deze rechtbank noch in conventie, noch in reconventie is gebaseerd op artikel 82 lid 5 GModVo, is artikel 83 lid 2 GModVo niet van toepassing.

5.5.

Deze uitleg is in overeenstemming met de uitleg die het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ EU) in het Nintendo/Big Ben arrest5 gaf ten aanzien van de territoriale reikwijdte van artikel 8 lid 1 Brussel I bis-Vo (verknochte zaken) in combinatie met de artikelen 82 en 83 GModVo. Het HvJ EU ging voor die bevoegdheidsgrondslag uit van EU-wijde bevoegdheid van het aangezochte gerecht. De doelstelling die met artikel 8 lid 3 Brussel I bis-Vo wordt nagestreefd is, net als bij lid 1 van dat artikel, het vermijden van onverenigbare beslissingen en het bevorderen van proceseconomie. Eenzelfde uitleg is in dit geval dan ook aangewezen.

5.6.

De rechtbank oordeelt derhalve dat zij in de zaak 17-900 bevoegd is kennis te nemen van alle vorderingen in conventie en reconventie en dat die bevoegdheid zich uitstrekt tot het grondgebied van alle lidstaten van de EU.

schorsing van de procedure

5.7.

Op grond van artikel 91 lid 1 GModVo is de rechtbank gehouden de vordering in reconventie – ambtshalve – te schorsen in afwachting van een beslissing in de door McCain Ltd ingestelde Nietigheidsprocedure (zie 3.6). Die procedure is immers voor de onderhavige vordering ingesteld, op 15 mei 2017. Dat er in de Nietigheidsprocedure inmiddels een beslissing is genomen door het EUIPO verandert dat niet. Tegen die beslissing heeft McCain Ltd blijkens de brief van haar advocaat van 13 juli 2018 beroep ingesteld, hetgeen Simplot niet heeft bestreden in haar reactie op die brief van 17 juli 2018 en overigens ook blijkt uit het openbare register van het EUIPO. Van een definitieve beslissing over de geldigheid in de Nietigheidsprocedure is vooralsnog derhalve geen sprake.

5.8.

Simplot heeft niet, althans onvoldoende, onderbouwd dat er bijzondere redenen zouden zijn om de procedure nu toch voor te zetten, in uitzondering op de hoofdregel van artikel 91 lid 1 GModVo. Het enkele feit dat de proceseconomie is gebaat bij een gelijktijdige behandeling van de vorderingen in conventie en reconventie, vormt naar het oordeel van de rechtbank geen bijzondere omstandigheid als bedoeld in dat artikel. Dat er bijzondere redenen zouden zijn om niet te schorsen, geldt te minder daar Simplot bij wijze van voorlopige voorziening in kort geding een verbod jegens McCain Holland en McCain Europe heeft verkregen. De buitenlandse McCain vennootschappen hebben zich ter comparitie in een gedeeltelijke schikking verbonden om zich eveneens aan dat verbod te houden, op straffe van een contractuele boete, zolang er geen eindvonnis is gewezen in de onderhavige procedure. De rechtbank zal de procedure in reconventie dan ook schorsen op grond van artikel 91 lid 1 GModVo. De meest gerede partij kan de zaak weer op de continuatierol plaatsen voor het nemen van een akte uitlaten over de voortgang van de procedure, zodra er een definitieve beslissing is in de Nietigheidsprocedure. Met een ‘definitieve beslissing’ bedoelt de rechtbank in dit verband een beslissing waartegen geen rechtsmiddel meer openstaat.

5.9.

McCain c.s. heeft ook om schorsing van de procedure in conventie verzocht. Zij wijst er daarbij op dat de beoordeling in de Nietigheidsprocedure van invloed kan zijn op de beoordeling van de beschermingsomvang van het Model van Simplot , ook al dient de rechtbank bij de beoordeling in conventie uit te gaan van de (door McCain c.s. betwiste) geldigheid van het Model. Simplot verzet zich tegen een schorsing van de procedure in conventie. Zij heeft dat ter zitting slechts toegelicht met de opmerking dat zij met name belang had bij een provisioneel verbod jegens de buitenlandse McCain vennootschappen. Bij de hiervoor in 5.8 bedoelde gedeeltelijke schikkingsafspraak ter zitting, die pas na die toelichting tot stand kwam, heeft Simplot haar provisionele vordering echter ingetrokken.

5.10.

De rechtbank overweegt als volgt. Artikel 91 lid 1 GModVo biedt geen grondslag voor schorsing van de procedure in conventie. De rechtbank kan de beoordeling van de vordering in conventie echter wel aanhouden totdat er een definitieve beslissing is in de Nietigheidsprocedure. McCain c.s. (eiseres in conventie) lijkt blijkens haar verzoek om de procedure ook in conventie te schorsen, weinig waarde te hechten aan een spoedige beoordeling van haar vordering. Simplot en de buitenlandse McCain vennootschappen hebben ter zitting de in 5.8 beschreven gedeeltelijke schikking bereikt, waardoor het belang van Simplot bij een onmiddellijke beoordeling van de vordering van de buitenlandse McCain vennootschappen niet langer evident is. Bovendien kan de gevorderde verklaring voor recht – indien er al grond is voor toewijzing – in ieder geval niet uitvoerbaar bij voorraad verklaard worden. Daarom is het nog maar de vraag of een beslissing ten gronde in conventie op dit moment tot (gedeeltelijke) beslechting van het geschil zal leiden. Voorts is van belang dat de proceseconomie er bij is gebaat dat de vorderingen in conventie en reconventie gezamenlijk worden behandeld en niet tot deelvonnissen leiden en dat daarmee tegenstrijdigheden in de beslissingen in conventie en reconventie worden voorkomen. Alles afwegend zal de rechtbank de verdere beoordeling van het geschil in conventie aanhouden, waarbij de meest gerede partij de zaak kan opbrengen voor akte uitlaten voortgang van de procedure, zodra er een definitieve beslissing is in de Nietigheidsprocedure of (in afwijking van hetgeen zal worden beslist in reconventie en in zaak 17-1320) indien andere zwaarwegende omstandigheden vergen dat de rechtbank aanstonds beslist in de procedure in conventie. In het laatstgenoemde geval dient de partij die de zaak opbrengt in zijn akte te motiveren waarom er sprake is van die zwaarwegende omstandigheden.

5.11.

Het voorgaande brengt mee dat het verzoek van McCain c.s. om een akte te kunnen nemen naar aanleiding van de beslissing van het EUIPO van 6 juli 2018 in de Nietigheidsprocedure niet opportuun is. Dit verzoek wordt dan ook afgewezen.

in de zaak 17-1320

5.12.

De rechtbank is internationaal bevoegd kennis te nemen van de vorderingen in deze zaak jegens McCain Holland en McCain Europe op grond van artikel 82 lid 1 GModVo, omdat deze twee gedaagden woonplaats hebben in Nederland. Op grond van artikel 83 lid 1 GModVo geldt die bevoegdheid voor het grondgebied van de gehele EU.

5.13.

McCain Ltd bestrijdt de bevoegdheid van de rechtbank jegens haar, nu ze een Canadese vennootschap is. Dit verweer slaagt niet. De vorderingen jegens McCain Ltd zijn gebaseerd op dezelfde gestelde (dreiging van) inbreuk op het Model als de vorderingen jegens McCain Holland en McCain Europe. Er is daarmee sprake van eenzelfde situatie feitelijk en rechtens. McCain Ltd houdt indirect 100% van de aandelen in McCain Holland en McCain Europe. Gelet op de vestiging van McCain Holland en McCain Europe in Nederland was het voor McCain Ltd daarom ook voorzienbaar dat zij voor de Nederlandse rechter zou worden gedaagd in dit geschil. Door de Nietigheidsprocedure te starten heeft McCain Ltd zich immers gemengd in een geschil tussen McCain Holland en McCain Europe enerzijds en Simplot anderzijds over een product dat in Nederland wordt geproduceerd voor de Europese markt van het McCain-concern. Onder deze omstandigheden is er sprake van verknochte zaken in de zin van artikel 7 lid 1 Rv. Op grond van artikel 79 GModVo jo. artikel 6 Brussel I bis-Vo jo. 7 Rv is deze rechtbank dan ook internationaal bevoegd jegens McCain Ltd. Deze bevoegdheid is, gelet op het in 5.5 genoemde Nintendo/Big Ben-arrest niet beperkt tot inbreuken in Nederland.

5.14.

Gelet op het voorgaande kan in het midden blijven of McCain Holland en McCain Europe ook aangemerkt kunnen worden als een vestiging van McCain Ltd in de zin van artikel 82 lid 1 GModVo.

5.15.

De relatieve bevoegdheid van deze rechtbank volgt uit artikel 80 lid 1 en 81 onder a GModVo en artikel 3 van de Uitvoeringswet EG-verordening betreffende Gemeenschapsmodellen.

5.16.

De rechtbank oordeelt derhalve ook in deze zaak dat zij internationaal en relatief bevoegd is kennis te nemen van alle vorderingen en dat die bevoegdheid geldt voor het grondgebied van alle lidstaten van de EU.

5.17.

McCain Holland, McCain Europe en McCain Ltd hebben ook in deze procedure om een schorsing in de zin van artikel 91 lid 1 GModVo gevraagd. Op dezelfde gronden als overwogen in 5.7 en 5.8 zal de rechtbank ook in deze zaak bepalen dat de zaak is geschorst totdat er een definitieve beslissing is gegeven in de Nietigheidsprocedure, waarna de zaak kan worden opgebracht door de meest gerede partij voor een akte uitlaten voortgang van de procedure.

6 De beslissing

De rechtbank

in de zaken 17-900 en 17-1320

6.1.

verwijst de zaak naar de parkeerrol;

in conventie in de zaak 17-900

6.2.

bepaalt dat de meest gerede partij de zaak kan opbrengen op de continuatierol voor de in 5.10 beschreven akte, zodra er een definitieve beslissing is in de Nietigheidsprocedure of indien andere zwaarwegende omstandigheden vergen dat de rechtbank aanstonds beslist in de procedure in conventie;

in reconventie in de zaak 17-900 en in de zaak 17-1320

6.3.

schorst de procedure op de voet van artikel 91 lid 1 GModVo;

6.4.

bepaalt dat de meest gerede partij de zaak kan opbrengen op de continuatierol voor de in 5.8 en 5.17 beschreven aktes zodra er een definitieve beslissing is in de Nietigheidsprocedure;

in de zaken 17-900 en 17-1320

6.5.

houdt iedere verdere beslissing in deze zaak aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.M. Bus en in het openbaar uitgesproken op 27 maart 2019.

1 European Union Intellectual Property Office

2 ECLI:NL:RBDHA:2017:10353.

3 Verordening (EG) nr. 6/2002 van de Raad van 12 december 2001 betreffende Gemeenschapsmodellen (Gemeenschapsmodellenverordening).

4 Verordening (EU) 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken

5 HvJ EU 27 september 2017, C-24/16, ECLI:EU:C:2017:724