Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2019:2266

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
22-02-2019
Datum publicatie
17-04-2019
Zaaknummer
NL19.1637
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Mondelinge uitspraak
Voorlopige voorziening+bodemzaak
Inhoudsindicatie

Beroep ongegrond, Dublin Italië, mondelinge uitspraak

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL19.1637


proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam] , eiser

(gemachtigde: mr. M. Drenth),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. R.A.P.M. van der Zanden).

Procesverloop

Bij besluit van 23 januari 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen, omdat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Het beroep is, tegelijk met de zaak NL19.1638, ter zitting besproken op 22 februari 2019. Eiser heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. B.J. Manspeaker, als waarnemer voor zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

1. Niet in geschil is dat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag van eiser, omdat eiser eerder asiel heeft gevraagd in Italië en eiser sindsdien de Europese Unie niet heeft verlaten.

2. In geschil is of verweerder de verantwoordelijkheid niettemin aan zich had moeten trekken. Eiser heeft allereerst aangevoerd dat ten aanzien van Italië niet langer kan worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel.

3. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) heeft geoordeeld dat het Salvini-decreet1 en de algehele omstandigheden in het Italiaanse opvangsysteem geen redenen zijn om te concluderen dat ten aanzien van Italië niet langer kan worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel2. Ook in recentere uitspraken heeft de Afdeling bevestigd dat van dit uitgangspunt kan worden uitgegaan3. Het is aan eiser om aannemelijk te maken dat het anders is.

4. Eiser heeft hiervoor een beroep gedaan op het rapport van de DRC & SRC4. Naar het oordeel van de rechtbank kan dit beroep niet slagen, omdat dit rapport ziet op bijzonder kwetsbare asielzoekers en eiser niet als bijzonder kwetsbaar persoon kan worden aangemerkt. Eiser is meerderjarig en wordt geacht zich in Italië staande te houden. De enkele stelling dat hij problemen heeft met de Italiaanse maffia heeft hij niet onderbouwd.

5. Gelet op het claimakkoord moet ervan worden uitgegaan dat bij overdracht aan Italië eiser daar zal worden opgevangen. Dat Italië te kampen heeft met een groot aantal asielzoekers baart zorgen, maar betekent niet dat ten aanzien van Italië niet langer kan worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Eiser stelt weliswaar dat hij in Italië uit het kamp is gezet, maar heeft dit niet onderbouwd. Voor zover sprake is van problemen in de asielprocedure en opvang in Italië, dient eiser hierover te klagen bij de hogere Italiaanse autoriteiten.

6. De rechtbank is tot slot van oordeel dat verweerder zich in redelijkheid op het standpunt heeft gesteld dat de door eiser aangevoerde omstandigheden geen bijzondere individuele omstandigheden zijn die maken dat overdracht aan Italië van onevenredige hardheid getuigt. In deze omstandigheden behoefde verweerder dus geen aanleiding te zien om het asielverzoek op grond van artikel 17 van de Dublinverordening aan zich te trekken.

7. Het beroep is ongegrond.

8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

De beslissing is in het openbaar uitgesproken door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. A.E. Paulus, griffier, op 22 februari 2019.

Dit proces-verbaal is digitaal ondertekend en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.

1 Wetsdecreet van de Italiaanse autoriteiten van 24 september 2018

2 Uitspraak van 19 december 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:4131),

3 Zie de uitspraken van 16 januari 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:130) en 28 januari (ECLI:NL:RVS:2019:2019).

4 Rapport van de Danish Refugee Council (DRC) en de Swiss Refugee Council (SRC of OSAR) van 12 december 2018: Mutual Trust is still not enough.