Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2019:2196

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
07-03-2019
Datum publicatie
18-03-2019
Zaaknummer
C-09-560081-KG RK 18-1317
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Rekestprocedure
Inhoudsindicatie

Verzoek tot onderhandse verkoop verpande aandelen. Afgewezen.

Voordat tot executie van het pandrecht kan worden overgegaan zal eerst moeten worden vastgesteld of verweerder in verzuim is. Daarbij is van belang of er voor verweerder een verplichting bestaat tot het te koop aanbieden van zijn aandelen in de BV en zo ja, voor welke prijs. Nu beide partijen zich beroepen op de aandeelhoudersovereenkomst, is er sprake van een onderliggend geschil dat verband houdt met de aandeelhoudersovereenkomst. Een dergelijk geschil dient op grond van artikel 11 van de aandeelhoudersovereenkomst te worden beslecht door één adviseur die uitspraak zal doen in de vorm een arbitraal vonnis dan wel een bindend advies. Pas indien vervolgens komt vast te staan dat verzoekster het recht van parate executie heeft, kan de voorzieningenrechter op verzoek van de pandhouder of de pandgever bepalen of de aandelen anders dan in het openbaar verkocht mogen worden. Het verzoek is prematuur.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JONDR 2019/475
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK DEN HAAG

Team handel

zaaknummer / rekestnummer: C/09/560081 / KG RK 18-1317

Beschikking van de voorzieningenrechter van 7 maart 2019

in de zaak van

SP INTERNATIONAL B.V.,

(handelsnaam: Juzzt Football),

gevestigd te Den Haag,

verzoekster,

advocaat mr. E. de Jongh te Den Haag,

tegen

[verweerder] ,

wonende te [plaats],

verweerder,

advocaat mr. W.M. Blom te Amsterdam.

Verzoekster wordt hierna aangeduid met ‘Juzzt Football’ en verweerder met ‘[verweerder]’.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het op 18 september 2018 ingekomen verzoekschrift,

  • -

    het op 21 december 2018 ingekomen incidenteel verzoek houdende een exceptie van onbevoegdheid,

  • -

    de brief van mr. De Jongh van 13 februari 2019,

  • -

    de op 14 februari 2019 ingekomen conclusie van antwoord in incidenteel verzoek houdende een exceptie van onbevoegdheid.

1.2.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 21 februari 2019.

Verschenen zijn:

  • -

    de heer [A], aandeelhouder van Juzzt Football, vergezeld van de heer [B], fiscaal adviseur, en mr. De Jongh,

  • -

    de heer [verweerder], vergezeld van mr. Blom en mr. F. Sax, advocaat te Amsterdam.

Mr. de Jongh en mr. Sax hebben beiden een pleitnotitie overgelegd en voorgedragen.

2 De feiten

2.1.

Juzzt Football is een organisatie die zich richt op de makelaardij van profvoetballers. SP International Holding BV (verder te noemen ‘SPI Holding’) is aandeelhouder van Juzzt Football. De medewerkers van Juzzt Football zijn mede aandeelhouders in SPI Holding.

2.2.

[verweerder] is aandeelhouder en bestuurder van [BV I], welke vennootschap op haar beurt aandeelhouder en bestuurder is van [BV II].

2.3.

Op 1 februari 2017 is tussen Juzzt Football en [BV II] een overeenkomst van opdracht gesloten. Op grond van deze overeenkomst heeft [verweerder] als manager marketing PR en Performance werkzaamheden uitgevoerd voor Juzzt Football. De opdracht is aangevangen op 1 januari 2017 en aangegaan tot 31 december 2019.

2.4.

Per 3 oktober 2017 heeft [verweerder] 3% van de aandelen in SPI Holding verkregen. Ter financiering van de aankoop van deze aandelen heeft [verweerder] op 31 augustus 2017 met Juzzt Football een overeenkomst van geldlening gesloten voor een bedrag van € 150.000,-.

2.5.

Op 3 oktober 2017 is voor de voldoening van de verplichtingen uit hoofde van de geldleenovereenkomst door [verweerder] aan Juzzt Football een eerste pandrecht op de door hem aangekochte aandelen verleend.

2.6.

De aandeelhouders van SPI Holding hebben op 18 augustus 2017 een overeenkomst gesloten, waarin zij in aanvulling op dan wel in afwijking van de statuten van SPI Holding nadere afspraken hebben gemaakt.

2.7.

Bij brief van 8 mei 2018 heeft [A] namens Juzzt Football aan [verweerder] meegedeeld het te betreuren dat [verweerder] in diverse telefoongesprekken met hem heeft aangegeven op de kortst mogelijke termijn zijn relatie met Juzzt Football te willen beëindigen. Het voorstel van [verweerder] om per 1 juli 2018 uit elkaar te gaan kan hij volgen. Bij e-mailbericht van 18 mei 2018 heeft Juzzt Football de overeenkomst van opdracht met [verweerder] voorwaardelijk opgezegd tegen 1 juli 2018.

2.8.

Bij brief van 31 mei 2018 heeft mr. De Jongh namens Juzzt Football aan mr. Blom bericht dat [verweerder] door de beëindiging van de dienstverlening, op grond van artikel 1 van de aandeelhoudersovereenkomst, verplicht is de door hem gehouden aandelen in SPI Holding te koop aan te bieden en dat het resterende deel van de geldlening door verkoop van de aandelen, op grond van artikel 3 van de geldleenovereenkomst, terstond opeisbaar is.

2.9.

Op de algemene vergadering van aandeelhouders van SPI Holding van 7 augustus 2018 is besloten dat de door [verweerder] gehouden aandelen zullen worden ingekocht voor een bedrag van € 99.000,-.

2.10.

[verweerder] is niet bereid zijn medewerking te verlenen aan de door Juzzt Football beoogde aandelentransactie.

3 Het verzoek en het verweer

3.1.

Juzzt Football verzoekt de voorzieningenrechter om, uitvoerbaar bij voorraad, te bepalen dat de verpande aandelen door haar onderhands mogen worden verkocht voor een bedrag van € 99.000,-, en te bepalen dat, indien [verweerder] zijn medewerking aan de levering van de aandelen niet verleent, de in deze te wijzen beschikking in de plaats treedt van de door het opmaken van de notariële leveringsakte vereiste wilsverklaring, medewerking en handtekening van [verweerder], met veroordeling van [verweerder] in de kosten van het geding.

3.2.

Juzzt Football voert aan dat de werkzaamheden van [verweerder] zijn geëindigd, met als gevolg dat [verweerder] op grond van het bepaalde in artikel 1 lid 3 van de aandeelhouders-overeenkomst verplicht is over te gaan tot het te koop aanbieden van zijn aandelen in SPI Holding. [verweerder] dient gekwalificeerd te worden als ‘bad leaver’. Juzzt Football meent dat de aanbiedingsregeling uit de aandeelhoudersovereenkomst dient te worden gevolgd. Op grond van het bepaalde in artikel 1 lid 6 van de aandeelhoudersovereenkomst is de prijs van de aandelen gelijk aan maximaal het uitstaande bedrag van de geldlening. Het restant van de geldlening bedraagt volgens Juzzt Football € 99.000,-.

3.3.

[verweerder] voert gemotiveerd verweer. Op de stellingen van partijen zal hierna - voor zover nodig - worden ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Het verzoek is gebaseerd op artikel 3:251 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Dit artikel bepaalt dat de voorzieningenrechter van de rechtbank op verzoek van de pandhouder of de pandgever kan bepalen dat het pand anders dan op de in artikel 3:250 BW beschreven wijze (openbare verkoop naar de plaatselijke gewoonten en op de gebruikelijke voorwaarden) zal worden verkocht. Niet is gesteld of gebleken dat partijen de mogelijkheid tot indiening van een verzoek als het onderhavige contractueel hebben uitgesloten, zodat Juzzt Football ontvankelijk is in haar verzoek.

4.2.

Op grond van het bepaalde in artikel 1 lid 3 aanhef en onder b van de overeenkomst van aandeelhouders van 18 augustus 2017 heeft [verweerder] de verplichting tot te koopaanbieding van zijn aandelen in SPI Holding, indien hij middellijk of onmiddellijk de dienstverlening aan of het dienstverband met de vennootschap beëindigt, al dan niet vrijwillig. In dat geval koopt de vennootschap in principe zelf de aandelen in voor een bedrag gelijk aan maximaal de oorspronkelijke verkoopprijs, mits sprake is van ‘bad leaving’.

4.3.

Artikel 6 van de aandeelhoudersovereenkomst bepaalt vervolgens:

“Indien op de aandelen in de vennootschap door een aandeelhouder pandrecht is gevestigd en de pandhouder overgaat tot gebruikmaking van zijn recht om over te gaan tot de verkoop van de verpande aandelen, bedraagt, in afwijking van het bepaalde in artikel 7 van de statuten van de vennootschap, de aanbiedingsprijs van die aandelen ingeval geen inkoop plaatsvindt maar deze te koop worden aangeboden aan de overige aandeelhouders maximaal het uitstaande bedrag van de - door de vennootschap en/of een aan de vennootschap gelieerde (rechts)persoon aan de betreffende aandeelhouder ter gelegenheid van de aankoop van het aandelenpakket door de betreffende aandeelhouder - verstrekte geldlening(en) met openstaande rente.”

4.4.

Partijen verschillen van mening over de vraag of er voor [verweerder] een verplichting bestaat om zijn aandelen te koop aan te bieden, of hij in verzuim is met betrekking tot de geldlening en of het pandrecht door Juzzt Football kan worden geëxecuteerd. Indien vast zou komen te staan dat [verweerder] verplicht is over te gaan tot verkoop van zijn aandelen, verschillen partijen voorts van mening over de prijs die Juzzt Football voor die aandelen zou moeten betalen. [verweerder] heeft de aandelen, met een lening van Juzzt Football, in 2017 aangeschaft voor een bedrag van € 180.000,-. Juzzt Football wil de aandelen thans, overeenkomstig het bepaalde in artikel 6 van de aandeelhoudersovereenkomst kopen voor een bedrag van € 99.000,-. Dit bedrag is volgens haar het uitstaande bedrag van de verstrekte geldlening, inclusief openstaande rente. [verweerder] meent dat bij een verkoop een onafhankelijke deskundige de waarde van de aandelen dient vast te stellen.

4.5.

Om een beslissing te kunnen nemen op het verzoek van Juzzt Football om als pandhouder over te mogen gaan tot verkoop van de verpande aandelen op een andere wijze dan in het openbaar, dient allereerst vast te staan dat Juzzt Football gerechtigd is over te gaan tot uitwinning van het pandrecht op de aandelen. Juzzt Football meent daartoe gerechtigd te zijn op grond van het bepaalde in artikel 1 lid 3 en lid 6 van de aandeel-houdersovereenkomst. Het verweer van [verweerder] komt er - kort samengevat - op neer dat hij onder de gegeven omstandigheden niet op grond van de aandeelhoudersovereenkomst kan worden verplicht zijn aandelen te koop aan te bieden, hij niet in verzuim is ter zake van de geldlening en dus van executie van het pandrecht geen sprake kan zijn. Tussen partijen bestaat derhalve een geschil over de feiten en de uitleg van de aandeelhoudersovereenkomst.

4.6.

Artikel 11 lid 1 en lid 2 van de aandeelhoudersovereenkomst bepaalt:

“1. Alle geschillen, welke naar aanleiding van deze overeenkomst of naar aanleiding van enige andere in verband met deze overeenkomst tussen partijen te sluiten overeenkomsten mochten rijzen, zullen worden beslecht door één adviseur.

2. De adviseur wordt door partijen in onderling overleg aangewezen. Komen partijen niet binnen dertig dagen daaromtrent tot overeenstemming dan wordt de adviseur aangewezen door het Nederlands Arbitrage Instituut op verzoek van de meest gerede partij.

3. De adviseur zal met inachtneming van hetgeen tussen partijen is overeengekomen en als goede man naar billijkheid uitspraak doen, na partijen te hebben gehoord, althans behoorlijk te hebben opgeroepen.

4. De adviseur zal uitspraak doen in de vorm van een arbitraal vonnis, tenzij hij meent dat het geschil niet voor arbitrage in de zin van de wet in aanmerking komt, in welk geval hij uitspraak zal doen in de vorm van een bindend advies. Ingeval van arbitraal vonnis sluiten partijen de mogelijkheid van hoger beroep uit.”

4.7.

Voordat tot executie van het pandrecht kan worden overgegaan zal eerst moeten worden vastgesteld of [verweerder] in verzuim is, nu dat door hem wordt betwist. Daarbij is van belang of er voor [verweerder] een verplichting bestaat tot het te koop aanbieden van zijn aandelen in SPI Holding en zo ja, voor welke prijs. Nu beide partijen zich ter onderbouwing van hun - andersluidende - standpunten beroepen op de aandeelhoudersovereenkomst, is er sprake van een onderliggend geschil dat verband houdt met de aandeelhoudersovereenkomst. Een dergelijk geschil dient op grond van het hiervoor genoemde artikel 11 van de aandeelhoudersovereenkomst te worden beslecht door één adviseur die uitspraak zal doen in de vorm een arbitraal vonnis dan wel een bindend advies.

Pas indien vervolgens komt vast te staan dat Juzzt Football het recht van parate executie heeft, kan de voorzieningenrechter op verzoek van de pandhouder of de pandgever bepalen of de aandelen anders dan in het openbaar verkocht mogen worden.

4.8.

Het vorenstaande leidt tot de conclusie dat het onderhavige verzoek prematuur is. Het verzoek zal dan ook worden afgewezen, met veroordeling van Juzzt Football als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van deze procedure.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter:

- wijst het verzoek van Juzzt Football af,

- veroordeelt Juzzt Football in de kosten van deze procedure, tot op heden aan de zijde van [verweerder] begroot op € 291,- aan verschotten (griffierecht) en € 1.086,- aan salaris voor de advocaat.

Deze beschikking is gegeven door mr. S.J. Hoekstra–van Vliet en in het openbaar uitgesproken op 7 maart 2019.1

1 type: 206 coll: