Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2019:2167

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
26-02-2019
Datum publicatie
13-03-2019
Zaaknummer
NL18.17682
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Terugverwijzing. Zambiaanse. Opvolgende asielaanvraag. Gestelde seksuele gerichtheid. Beoordelingskader. Geloofwaardigheid van de verklaringen. Steunbewijs in de vorm van verklaringen van derden. Beroep ongegrond

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL18.17682


uitspraak van de meervoudige kamer in de zaak tussen

[naam] , eiseres

v-nummer: [nummer]

(gemachtigde: mr. drs. C.G. Matze),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. A. Hadfy-Kovaçs).


Procesverloop
Bij besluit van 19 juni 2017 (het bestreden besluit) heeft verweerder de opvolgende aanvraag van eiseres om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure afgewezen als ongegrond.1

Bij uitspraak van 21 september 20172 heeft de rechtbank het daartegen door eiseres ingestelde beroep gegrond verklaard en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen.

Bij uitspraak van 19 september 20183 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) het daartegen door verweerder ingestelde hoger beroep gegrond verklaard en de zaak terugverwezen naar de rechtbank.

Eiseres heeft meegedeeld te willen worden gehoord op een nadere zitting.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 18 december 2018, samen met de behandeling van de zaken met nummers NL18.17666 en NL18.17670. Eiseres en verweerder hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiseres is geboren op [geboortedatum] en bezit de Zambiaanse nationaliteit. Zij is in mei 2015 samen met haar zusje [naam 5] Nederland ingereisd met gebruikmaking van een visum voor kort verblijf. Op 12 augustus 2015 heeft zij asiel aangevraagd, dit betreft de zaak met nummer NL18.17666.

2. Op 9 juni 2017 heeft eiseres de onderhavige opvolgende asielaanvraag ingediend. Daaraan heeft zij ten grondslag gelegd dat zij lesbisch is. Eiseres heeft verklaard dit niet eerder bekend te hebben gemaakt omdat zij ervan uit ging dat dit net als in Zambia taboe is.

3. Verweerder acht de door eiseres gestelde seksuele gerichtheid ongeloofwaardig. Verweerder stelt zich op het standpunt dat de geloofwaardigheid van de daarover door eiseres afgelegde verklaringen op voorhand wordt aangetast doordat haar eerdere verklaringen in de eerste asielprocedure ongeloofwaardig zijn bevonden, en dat de verklaringen over haar seksuele gerichtheid vaag, inconsistent, ongerijmd en tegenstrijdig zijn.

4 Op wat eiseres daartegen aanvoert wordt hierna ingegaan.

De rechtbank oordeelt als volgt.

Omvang van het geding

5. Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling moet een teruggewezen zaak worden beoordeeld en beslist binnen de grenzen van het geding zoals dat in eerste aanleg was afgebakend, eventueel gecorrigeerd in hoger beroep en met inachtneming van de oordelen van de Afdeling aangaande de aangevoerde beroepsgronden en omtrent de te verrichten ambtshalve toetsing.4

6. De Afdeling heeft in haar uitspraak van 19 september 2018 geoordeeld dat de rechtbank in de gegrondverklaring van het beroep tegen de afwijzing van de eerste asielaanvraag van eiseres en de samenhang tussen beide procedures ten onrechte aanleiding heeft gezien om ook het beroep in deze procedure gegrond te verklaren, omdat het in die zaak ingestelde hoger beroep gegrond is. Daarnaast heeft de Afdeling geoordeeld dat de rechtbank ten onrechte heeft nagelaten om de argumenten van verweerder in het kader van diens gemotiveerde uiteenzetting dat niet geloofwaardig is verklaard over het proces van bewustwording en zelfacceptatie in het oordeel te betrekken. Ten slotte heeft de rechtbank in de vernietigde uitspraak niet onderkend dat verklaringen van derden weliswaar als ondersteuning kunnen dienen maar onverlet laten dat de vreemdeling (ook) zelf tegenover verweerder aan de hand van zijn verklaringen zijn gestelde seksuele gerichtheid aannemelijk moet maken.

7. Gelet hierop zal de rechtbank het beroep opnieuw beoordelen aan de hand van de gronden met bijlagen zoals die op 27 juni 2017 en 3 augustus 2017 zijn ingediend. In aanvulling daarop voert eiseres aan dat zij inmiddels is getrouwd met haar vrouwelijke partner [naam 2] . Eiseres heeft een kopie van een uittreksel uit de huwelijksakte van de gemeente Groningen van 31 augustus 2018 overgelegd.

Beoordelingskader

8. Verweerder heeft in het bestreden besluit en het daarin ingelaste voornemen de verklaringen van eiseres over haar gestelde seksuele gerichtheid beoordeeld aan de hand van zijn Werkinstructie 2015/9. Daarin is kort weergegeven neergelegd dat verweerder de vreemdeling uitgebreid bevraagt over diens gestelde seksuele gerichtheid en dat veel gewicht toekomt aan de door de vreemdeling afgelegde verklaringen over het proces van bewustwording en zelfacceptatie van deze gerichtheid. De Afdeling heeft geoordeeld dat met deze werkwijze de eerder geconstateerde gebreken in de beoordeling door verweerder van verklaringen over seksuele gerichtheid zijn weggenomen.5

9. Met ingang van 1 juli 2018 en daarmee hangende deze procedure is verweerder de Werkinstructie 2018/9 gaan hanteren. Uit de brief6 hierover van verweerder aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal blijkt dat het niet gaat om een beleidswijziging, maar om een verbetering van de wijze van beoordelen. Hoewel de termen ‘bewustwording’ en ‘zelfacceptatie’ zijn geschrapt als zwaartepunt in de beoordeling, ligt de nadruk nog steeds op vragen over persoonlijke ervaringen en betekenisgeving. Verklaringen van de vreemdeling over zijn bewustwordingsproces en zelfacceptatie kunnen volgens deze brief in individuele gevallen maken dat is voldaan aan het vereiste van ‘een authentiek verhaal’.

Verklaringen van eiseres

10. Verweerder heeft met toepassing van het voormeld beoordelingskader in het voornemen uitgebreid uiteengezet om welke reden(en) diverse verklaringen van eiseres over haar seksuele geaardheid als ongeloofwaardig moeten worden beschouwd. Eiseres heeft in beroep slechts over een deel van de door verweerder gemaakte tegenwerpingen opmerkingen gemaakt. Voor zover zij daarnaast heeft gesteld dat verweerder onvoldoende is ingegaan op de zienswijze naar aanleiding van het voornemen, heeft eiseres niet geconcretiseerd op welke punten de motivering van het bestreden besluit in haar ogen tekortschiet. De rechtbank zal hieraan dan ook voorbij gaan.

11. Voor zover eiseres in de gronden van beroep heeft geopperd dat zij niet in staat is geweest om toereikend te verklaren omdat zij in het Engels, een voor haar tweede taal, is gehoord, wijst de rechtbank erop dat verweerder hierop heeft gereageerd in het bestreden besluit. Eiseres heeft in beroep niet aangegeven waarom die reactie tekort zou schieten, zodat de rechtbank ook deze beroepsgrond passeert.

12. Verweerder heeft in het bestreden besluit terecht overwogen dat de geloofwaardigheid van de verklaringen van eiseres wordt aangetast door het feit dat zij deze plaatst tegen de achtergrond van gebeurtenissen die in de eerdere asielprocedure ongeloofwaardig zijn bevonden. Zo heeft verweerder aan eiseres tegengeworpen dat haar verklaring dat zij een relatie heeft gehad met een klasgenote op de homeschool, genaamd [naam 3] , niet geloofwaardig is, omdat eiseres eerder ongeloofwaardig heeft verklaard over het volgen van onderwijs aan deze school. Bovendien heeft zij daarbij geen namen van klasgenoten kunnen noemen, afgezien die van haar vriendin [naam 4] . Eiseres heeft in beroep aangevoerd dat haar schoolgang niets zegt over haar seksualiteit en dat de naam van haar eerste vriendinnetje geen dragend element is. Dit neemt echter niet weg dat verweerder een en ander ten nadele van eiseres heeft kunnen betrekken bij zijn beoordeling van de verklaringen tijdens het gehoor opvolgende aanvraag. Eiseres heeft de tegenwerping van verweerder niet weten te weerleggen.

Verder vindt verweerder ook de verklaring van eiseres dat zij is verkracht vanwege haar seksuele gerichtheid niet geloofwaardig nu het seksuele misbruik van eiseres in de eerste procedure ongeloofwaardig is geacht. Daarbij heeft verweerder erop gewezen dat de door eiseres genoemde reden voor verkrachting niet te rijmen is met haar verklaring enerzijds dat zij voor het eerst op haar twaalfde is verkracht en anderzijds dat haar seksuele gerichtheid pas bekend is geworden toen zij dertien jaar was. De rechtbank is van oordeel dat verweerder ook dit ten nadele van eiseres bij de beoordeling heeft kunnen betrekken. Eiseres heeft dit in beroep onvoldoende weerlegd door te stellen dat zij niet uitsluitend vanwege haar seksuele gerichtheid werd misbruikt, maar dat zij vanwege haar geaardheid extra in de belangstelling stond. In dit kader is nog van belang dat het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar eerste asielaanvraag bij uitspraak van vandaag in de zaak met nummer NL18.17670 ongegrond is verklaard.

13. Verweerder heeft gemotiveerd uiteengezet dat eiseres slechts vage verklaringen heeft afgelegd over de bewustwording van haar seksuele gerichtheid. Verweerder heeft daarbij overwogen dat eiseres heeft verklaard zich vanaf haar zevende bewust te zijn geworden van een seksuele identiteit die in haar omgeving niet is geaccepteerd. De rechtbank volgt eiseres niet in haar lezing dat verweerder aldus - ten onrechte - uit haar verklaringen heeft opgemaakt dat zij zich op haar zevende bewust is geworden van haar seksuele gerichtheid. Verweerders overweging impliceert immers een proces vanaf het zevende levensjaar. Verweerder heeft terecht overwogen dat eiseres geacht wordt hierover gedetailleerd en specifiek te kunnen verklaren. De beroepsgrond kan dan ook niet slagen.

14. Verweerder heeft verder aan eiseres kunnen tegenwerpen dat zij zich in antwoord op vragen over hoe zij haar gestelde seksuele gerichtheid ervoer in haar jeugd steeds heeft beperkt tot het gedeelte van haar jeugd waarin zij op straat leefde, terwijl niet valt in te zien waarom zij over de rest van haar jeugd geen verklaringen zou hebben kunnen afleggen. Dit heeft verweerder ten nadele van eiseres kunnen laten wegen bij de beoordeling van de geloofwaardigheid van haar verklaringen.

15. Eiseres heeft volgens verweerder tegenstrijdig verklaard in hoeverre zij open was tegenover de buitenwereld over haar seksuele geaardheid. Verweerder heeft terecht gewezen op de verklaring van eiseres dat zij haar homoseksualiteit nooit verborg, waardoor iedereen hiervan wist. Om die reden volgt verweerder niet de zienswijze dat eiseres zo jong was dat zij haar seksuele geaardheid niet kenbaar kon maken aan de buitenwereld. Eiseres werpt in beroep de vraag op of het minder aannemelijk is dat eiseres homoseksueel is vanwege de betekenis die verweerder hecht aan het begrip ‘open’. De rechtbank stelt allereerst vast dat daarmee de door verweerder benoemde tegenstrijdigheid niet is weggenomen.

16. Verweerder heeft terecht gewezen op de verklaring van eiseres dat zij niet stil heeft gestaan bij het risico op betrapping toen zij op klaarlichte dag in een kamer van een busstation seks had met haar vriendin [naam 3] . Verweerder heeft daarbij kunnen stellen dat dit niet aannemelijk is en daarom afbreuk doet aan de geloofwaardigheid van de verklaringen van eiseres. Eiseres voert aan dat verweerder haar verklaringen verkeerd heeft begrepen. Volgens eiseres gaat verweerder er ten onrechte van uit dat het busstation een openbaar toegankelijke plaats was. Dit laat de tegenwerping van verweerder echter onverlet.

Andere bewijsmiddelen

17. Eiseres voert aan dat verweerder zich heeft beperkt tot een taalkundige beoordeling van haar verklaringen en ten onrechte andere bewijsmiddelen links heeft laten liggen. Eiseres wijst erop dat zij actief is binnen LHBT-organisaties COC en Regenboog. Ook wijst zij erop dat zij een lesbische relatie heeft met haar Nederlandse vrouwelijke partner [naam 2] . Eiseres heeft de naam van [naam 2] op haar borst laten tatoeëren. Ook heeft eiseres de volgende documenten overgelegd: kopieën van ledenpasjes van COC en Regenboog, een brief van COC van 22 januari 2017, kopieën van een bankpasje van een gezamenlijke rekening met [naam 2] en afschriften behorend bij deze rekening, een foto van voornoemde tatoeage, een door de notaris opgemaakte verklaring van [naam 2] van 13 juli 2017, een verklaring van de ouders van [naam 2] van 9 juli 2017 en de eerder genoemde akte van de gemeente Groningen.

18. Zoals onder 6. uiteen is gezet, volgt uit de jurisprudentie van de Afdeling dat verklaringen van derden kunnen dienen als ondersteuning van een gestelde seksuele gerichtheid, maar dat dit onverlet laat dat de vreemdeling (ook) zelf tegenover verweerder aan de hand van zijn eigen verklaringen de gestelde seksuele gerichtheid aannemelijk moet maken. De nieuwe Werkinstructie 2018/9 heeft dit ook als uitgangspunt.

19. Reeds gebleken is dat eiseres niet door middel van haar eigen verklaringen de door haar gestelde seksuele gerichtheid aannemelijk heeft kunnen maken. Om die reden kan niet alsnog doorslaggevende betekenis worden toegekend aan de door eiseres overgelegde documenten, foto en verklaringen van COC en [naam 2] en haar ouders. De rechtbank volgt eiseres niet in de stelling dat verweerder deze ten onrechte niet in de beoordeling heeft betrokken. Immers heeft verweerder zowel in het voornemen als in het bestreden besluit gemotiveerde overwegingen hieraan gewijd.

Conclusie

20. De rechtbank komt tot de conclusie dat verweerder de gestelde seksuele gerichtheid van eiseres heeft beoordeeld in overeenstemming met de Werkinstructie 2018/9 en de jurisprudentie van de Afdeling, en niet ten onrechte heeft overwogen dat deze ongeloofwaardig is. De aanvraag is terecht afgewezen.

21. Het beroep is ongegrond.

22. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing


De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.


Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.I. Sinack, voorzitter, en mr. K.M. de Jager en mr. M.Z.B. Sterk, leden, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans.

Deze uitspraak is in het openbaar gedaan, digitaal ondertekend en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.

1 Artikel 31, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000

2 ECLI:NL:RBDHA:2017:12851

3 ECLI:NL:RVS:2018:3080

4 Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 28 maart 2008, ECLI:NL:RVS:2008:BD2687.

5 AbRS 15 juni 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1630

6 Kamerstukken II 2018/19, 19 637, nr. 2440.