Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2019:2118

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
07-03-2019
Datum publicatie
07-03-2019
Zaaknummer
09-857782-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Cybercrime. Artikelen 138ab en 326c van het Wetboek van Strafrecht. Veroordeling tot voorwaardelijke gevangenisstraf en daarnaast de maximale taakstraf voor card sharing en computervredebreuk. De verdachte heeft gedurende een periode van ongeveer vijf jaar en acht maanden illegaal tegen betaling Ziggo kanalen aangeboden aan anderen door card sharing. De verdachte heeft de card sharing mogelijk gemaakt door zijn legale Ziggo-abonnement via een zogenaamde Dreambox te ontsleutelen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 09/857782-16

Datum uitspraak: 7 maart 2019

Tegenspraak

(Promisvonnis)

De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] te [plaats] ,

BRP-adres: [woonadres] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 21 februari 2019.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. K. Hermans en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsman mr. C.W. Flokstra naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting - ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 12 september 2011 tot en met 17 mei 2017 te Oude Wetering, gemeente Kaag en Braassem en/of Leiden en/of ’s-Gravenhage en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, zijn beroep heeft gemaakt van het opzettelijk uit winstbejag bewaren en/of vervaardigen en/of openlijk ter verspreiding aanbieden van (een) voorwerp(en) en/of (een) gegeven(s) dat/die kennelijk bestemd was/waren tot het plegen van het misdrijf om met het oogmerk daarvoor niet volledig te betalen door een technische ingreep en/of met behulp van valse signalen gebruik te maken van een dienst die via telecommunicatie aan het publiek wordt aangeboden, immers: heeft/hebben hij en/of zijn medeverdachte(n) (telkens),

- een of meer voorwerp(en), te weten een of meer (gemodificeerde) ontvanger(s)/dreambox(en), inclusief de benodigde programmatuur, en/of meerdere computerconfiguratie(s) – zogenaamde c-lines - en/of een of meer smartcard lezer(s) en/of een of meer smartcard(s) van (een) aanbieder(s) van abonneetelevisie, ter verspreiding voorhanden gehad en/of bewaard en/of vervaardigd, en/of

- een of meer advertentie(s) geplaatst op de [website] , waarin die/deze computerconfiguratie(s) werden aangeboden en/of verkocht, en/of

– door een of meer technische ingre(e)p(en) en/of valse signa(a)l(en) middels eerdergenoemde gemodificeerde ontvanger(s) / dreambox(en), en/of computerconfiguratie(s) – zogenaamde c-lines – en/of smartcard lezer(s) en/of een of meer smartcard(s) van (een) aanbieder(s) van abonneetelevisie (al dan niet via voornoemde advertentie(s) op de [website] ) verkocht, en/of

- door een of meer technische ingre(e)p(en) en/of valse signa(a)l(en) middels eerdergenoemde gemodificeerde ontvanger(s)/ dreambox(en), en/of computerconfiguratie(s) – zogenaamde c-lines - en/of smartcard lezer(s) en/of computerprogramma en/of smartcard(s), via het internet abonneetelevisie ter beschikking gesteld aan (ongeveer), 342 tot 562, althans een of meerdere, gebruiker(s)/afnemer(s)/klant(en), en/of

- voor de aldus ter beschikking gestelde abonneetelevisie (telkens) (abonnements)geld ontvangen en/of nieuwe en/of betalende gebruikers/afnemers/klanten aangeleverd gekregen, althans een vergoeding gevraagd en/of verkregen van voornoemde gebruiker(s)/afnemer(s)/klant(en), althans een of meer ander(en), aan wie hij/zij deze abonneetelevisie ter beschikking heeft/hebben gesteld;

2.

hij in of omstreeks de periode van 12 september 2011 tot en met 17 mei 2017 te Oude Wetering, gemeente Kaag en Braassem en/of Leiden en/of ’s-Gravenhage en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk en wederrechtelijk in een (gedeelte van) een geautomatiseerd werk, te weten een ontvanger voor (digitale) televisie en/of benodigde smartcard van [benadeelde] voor ontvangst van (digitale) televisie, is binnengedrongen door het doorbreken van een beveiliging en/of door een technische ingreep en/of met behulp van valse signalen of een valse sleutel, te weten door (telkens) toegang te verschaffen tot de chip van voornoemde smartcard en/of het onttrekken/decoderen van smartcard van [benadeelde] , en dat hij, verdachte, vervolgens de gegevens die zijn opgeslagen, worden verwerkt of worden overgedragen door middel van voornoemd geautomatiseerd werk waarin hij/zij zich wederrechtelijk bevond voor zichzelf en/of een ander heeft overgenomen, afgetapt en/of opgenomen, immers heeft verdachte (telkens) dit ontsleutelingsalgoritme / het ontsleutelingssignaal op die smartcard, middels software op verdachtes computerserver(s), uitgelezen en/of gekopieerd en/of ontsleuteld verder verspreid en/of ter beschikking gesteld aan (ongeveer) 342 tot 562, althans een of meerdere gebruiker(s)/afnemer(s)/klant(en).

3 Bewijsoverwegingen

3.1

Inleiding

De verdachte wordt - kort gezegd - verweten dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan card sharing en computervredebreuk. De verdachte zou via software op een Dreambox de versleutelde signalen die op een klantgebonden smartcard van [benadeelde] staan, hebben ontsleuteld en deze vervolgens hebben gedeeld via een card sharing server, waardoor anderen - tegen betaling aan de verdachte - zonder abonnement bij [benadeelde] toegang hebben gekregen tot kanalen van [benadeelde] . De verdachte heeft de feiten ter terechtzitting bekend.

3.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het onder 1 en 2 ten laste gelegde.

3.3

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft ten aanzien van het bewijs geen verweer gevoerd en zich aan het oordeel van de rechtbank gerefereerd.

3.4

De beoordeling van de tenlastelegging1

Nu de verdachte hetgeen de rechtbank bewezen zal verklaren heeft bekend, hij nadien niet anders heeft verklaard en zijn raadsman geen vrijspraak heeft bepleit, zal de rechtbank ten aanzien van het ten laste gelegde overeenkomstig artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering volstaan met een opgave van bewijsmiddelen.

De rechtbank grondt haar beslissing dat de verdachte de hierna vermelde bewezen verklaarde feiten heeft begaan, op de volgende bewijsmiddelen:

Ten aanzien van feit 1:

- het proces-verbaal aangifte (AH-001);

- een geschrift, te weten het rapport ‘ [naam rapport] , Oude Wetering’ ( [benadeelde] Card Sharing) (AH-002);

- het proces-verbaal bevindingen (AH-003);

- het proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming (AH-021);

- het proces-verbaal van bevindingen/veiligstellen server (AH-025);

- het proces-verbaal van bevindingen (AH-028);

- het proces-verbaal van bevindingen (AH-030);

- de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 21 februari 2019.

Ten aanzien van feit 2:

- het proces-verbaal aangifte (AH-001);

- een geschrift, te weten het rapport “ [naam rapport] , Oude Wetering’ ( [benadeelde] Card Sharing)” (AH-002);

- het proces-verbaal bevindingen (AH-003);

- het proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming (AH-021);

- het proces-verbaal van bevindingen/veiligstellen server (AH-025);

- het proces-verbaal van bevindingen (AH-028);

- de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 21 februari 2019.

Nadere bewijsoverweging

De rechtbank zal de verdachte vrijspreken van de onder 1 en 2 ten laste gelegde onderdelen ‘tezamen en in vereniging met een ander of anderen’. De rechtbank ziet in het dossier onvoldoende aanknopingspunten dat de verdachte zo bewust en nauw heeft samengewerkt met anderen ten aanzien van de onder 1 en 2 ten laste gelegde handelingen dat daarbij gesproken kan worden van medeplegen. De andere personen die in het dossier naar voren komen hebben naar het oordeel van de rechtbank slechts en vooral een ondersteunende rol in de eindfase van feit 1.

De rechtbank acht hierbij onder 1 ook bewezen dat de verdachte van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt. Het betreft een lange periode van ongeveer vijf jaren en acht maanden waarin de verdachte onder de naam van [naam] via advertenties en mond-op-mond reclame klanten heeft gekregen aan wie hij ook service verleende.

3.5

De bewezenverklaring

De rechtbank verklaart ten aanzien van de verdachte bewezen dat:

1.

hij in de periode van 12 september 2011 tot en met 17 mei 2017 te Oude Wetering, gemeente Kaag en Braassem en/of elders in Nederland, zijn beroep heeft gemaakt van het opzettelijk uit winstbejag bewaren en vervaardigen en openlijk ter verspreiding aanbieden van voorwerpen en gegevens die kennelijk bestemd waren tot het plegen van het misdrijf om met het oogmerk daarvoor niet volledig te betalen door een technische ingreep en met behulp van valse signalen gebruik te maken van een dienst die via telecommunicatie aan het publiek wordt aangeboden, immers:

heeft hij telkens

- voorwerpen, te weten gemodificeerde ontvangers/dreamboxen, inclusief de benodigde programmatuur, en computerconfiguraties - zogenaamde c-lines - ter verspreiding voorhanden gehad en bewaard en vervaardigd, en

- advertenties geplaatst op de [website] , waarin deze computerconfiguraties werden aangeboden, en

- eerdergenoemde gemodificeerde ontvangers/ dreamboxen en computerconfiguraties - zogenaamde c-lines - (al dan niet via voornoemde advertenties op de [website] ) verkocht, en

- middels eerdergenoemde gemodificeerde ontvangers/dreamboxen en computerconfiguraties - zogenaamde c-lines - en smartcard lezers en computerprogramma en smartcards, via het internet abonneetelevisie ter beschikking gesteld aan ongeveer 342 tot 562 gebruikers/afnemers/klanten, en

- voor de aldus ter beschikking gestelde abonneetelevisie abonnementsgeld ontvangen en nieuwe en/of betalende gebruikers/afnemers/klanten aangeleverd gekregen;

2.

hij in de periode van 12 september 2011 tot en met 17 mei 2017 te Oude Wetering, gemeente Kaag en Braassem en/of (elders) in Nederland, opzettelijk en wederrechtelijk in een (gedeelte van) een geautomatiseerd werk, te weten een benodigde smartcard van [benadeelde] voor ontvangst van (digitale) televisie, is binnengedrongen door het doorbreken van een beveiliging en/of door een technische ingreep en met behulp van valse signalen of een valse sleutel, te weten door telkens toegang te verschaffen tot de chip van voornoemde smartcard en het decoderen van de smartcard van [benadeelde] , en dat hij, verdachte, vervolgens de gegevens die zijn opgeslagen, worden verwerkt of worden overgedragen door middel van voornoemd geautomatiseerd werk waarin hij zich wederrechtelijk bevond voor zichzelf of een ander heeft overgenomen, immers heeft verdachte telkens dit ontsleutelingsalgoritme / het ontsleutelingssignaal op die smartcard, middels software op verdachtes computerserver, uitgelezen en ontsleuteld verder verspreid en ter beschikking gesteld aan ongeveer 342 tot 562 gebruiker(s)/afnemer(s)/klant(en).

Voor zover in de tenlastelegging type- en taalfouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5 De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6 De strafoplegging

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren en een taakstraf van 240 uren, subsidiair 120 dagen hechtenis, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht rekening te houden met het tijdsverloop en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Hij heeft een woning en een baan en is first offender. De voorwaardelijke straf of de proeftijd, zoals door de officier van justitie is geëist, zou nog iets gematigd kunnen worden.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Na te melden straffen zijn in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.

De verdachte heeft gedurende een periode van ongeveer vijf jaar en acht maanden illegaal tegen betaling [benadeelde] kanalen aangeboden aan anderen door card sharing. De verdachte heeft in deze periode ongeveer 342 tot 562 gebruikers/afnemers gehad. De verdachte heeft zich daarnaast schuldig gemaakt aan computervredebreuk door zijn legale [benadeelde] -abonnement via een zogenaamde Dreambox te ontsleutelen om de card sharing mogelijk te maken. Door zijn handelen heeft de verdachte niet alleen [benadeelde] benadeeld, maar ook de rechthebbenden op inkomsten uit de aangeboden televisiekanalen. De verdachte heeft hier geen oog voor gehad, maar slechts gehandeld vanuit financieel oogmerk. De rechtbank rekent de verdachte dit aan.

De rechtbank heeft acht geslagen op het strafblad van de verdachte van 28 januari 2019, waaruit volgt dat de verdachte niet eerder voor een strafbaar feit is veroordeeld.

Naar het oordeel van de rechtbank kan gelet op de ernst en de lange duur van de feiten in beginsel slechts worden volstaan met een gevangenisstraf. De rechtbank heeft voor het bepalen van de hoogte van de gevangenisstraf aansluiting gezocht bij straffen die opgelegd plegen te worden in soortgelijke zaken. De rechtbank weegt hierbij mee dat het gaat om aanzienlijke geldbedragen die de verdachte gedurende een langere periode heeft ontvangen als resultaat van zijn fraude. Daarnaast weegt de rechtbank mee dat de verdachte deze fraude niet op enig moment vrijwillig heeft beëindigd. De rechtbank ziet in de persoonlijke omstandigheden van de verdachte aanleiding de gevangenisstraf voorwaardelijk op te leggen om de verdachte ervan te weerhouden zich in de toekomst wederom aan soortgelijke strafbare feiten schuldig te maken. Vanwege het bedrijfsmatige handelen van de verdachte en de lange periode waarin de verdachte deze strafbare feiten heeft gepleegd, ziet de rechtbank aanleiding hieraan een proeftijd van drie jaren te verbinden. Daarnaast zal de rechtbank, in het bijzonder gelet op de lange periode, aan de verdachte de maximaal mogelijke taakstraf opleggen. De rechtbank komt hiermee tot oplegging van de straf, zoals door de officier van justitie is geëist.

7 De vordering van de benadeelde partij

7.1

De vordering

[benadeelde] heeft zich als benadeelde partij gevoegd met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 755.760,00 aan materiële schade.

7.2

De conclusie van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering. De vordering is met de door de heer [woordvoerder benadeelde] ter terechtzitting gegeven toelichting voldoende onderbouwd.

7.3

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering dient te worden afgewezen, dan wel niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. De onderbouwing van de materiële schade is onvoldoende en de causaliteit is niet eenvoudig vast te stellen. De vordering levert dan ook een onevenredige belasting op van het strafproces. Indien de rechtbank (een gedeelte van) de vordering zal toewijzen, doet de verdediging het voorwaardelijk verzoek een aantal van de klanten (bijvoorbeeld 40) als representatieve steekproef te horen als getuige.

7.4

Het oordeel van de rechtbank

Het door [benadeelde] gevorderde bedrag is door de verdediging betwist. De rechtbank is van oordeel dat de hoogte van het bedrag dat de benadeelde partij zou zijn misgelopen niet eenvoudig is vast te stellen, omdat niet vaststaat dat de klanten van de verdachte ook een soortgelijk abonnement bij [benadeelde] zouden hebben afgesloten. Daarbij komt dat de benadeelde partij wellicht andere mogelijkheden had om de inbreuk door de verdachte eerder te stoppen, aangezien de benadeelde partij al in een vroeg stadium op de hoogte was van de card sharing door de verdachte. Aanhouding van de zaak voor nader onderzoek en een nadere onderbouwing levert een onevenredige belasting van het strafgeding op. De rechtbank zal daarom de benadeelde partij niet‑ontvankelijk verklaren in de vordering. De benadeelde partij kan de vordering slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

Dit brengt mee dat de benadeelde partij dient te worden veroordeeld in de kosten die de verdachte tot aan deze uitspraak in verband met zijn verdediging tegen die vordering heeft moeten maken, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil.

8 De inbeslaggenomen goederen

De rechtbank is met de officier van justitie van oordeel dat de op de beslaglijst vermelde Wirex betaalkaart kan worden verbeurdverklaard. De Wirex betaalkaart is voor verbeurdverklaring vatbaar, aangezien deze betaalkaart aan de verdachte toebehoort en met behulp van dit voorwerp het onder 1 bewezenverklaarde feit is begaan.

9 De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 33, 33a, 56, 138ab en 326c van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

10 De beslissing

De rechtbank:

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1 en 2 tenlastegelegde feiten heeft begaan, zoals die hierboven onder 3.5 bewezen zijn verklaard en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

ten aanzien van feit 1 en 2:

eendaadse samenloop van

opzettelijk een voorwerp dat kennelijk is bestemd, of gegevens die kennelijk zijn bestemd, tot het plegen van het in het eerste lid van artikel 326c Wetboek van Strafrecht bedoelde misdrijf, openlijk ter verspreiding aanbieden en uit winstbejag vervaardigen en bewaren, terwijl de schuldige van het plegen van dit misdrijf zijn beroep maakt, meermalen gepleegd

en

computervredebreuk, terwijl de dader vervolgens gegevens die zijn opgeslagen, worden verwerkt en worden overgedragen door middel van het geautomatiseerd werk waarin hij zich wederrechtelijk bevindt, voor zichzelf of een ander overneemt;

verklaart het bewezenverklaarde en de verdachte daarvoor strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) MAANDEN;

bepaalt dat die straf niet zal worden tenuitvoergelegd onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op drie jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

veroordeelt de verdachte voorts tot:

een taakstraf voor de tijd van 240 (tweehonderdveertig) UREN;

beveelt, voor het geval dat de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de tijd van 120 (honderdtwintig) DAGEN;

beveelt dat de tijd, door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de taakstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

bepaalt de maatstaf volgens welke de aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht zal geschieden op 2 uren per dag;

Benadeelde partij

verklaart de benadeelde partij [benadeelde] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat deze bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

veroordeelt de benadeelde partij [benadeelde] in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

Beslag

verklaart verbeurd het op de beslaglijst onder 1 genummerde voorwerp, te weten: een Wirex betaalkaart met [registratienummer] .

Dit vonnis is gewezen door

mr. S.W.E. de Ruiter, voorzitter,

mr. M. van Loenhoud, rechter,

mr. A.M. Boogers, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. M.A. Schaap, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 7 maart 2019.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Waar wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer DH7R016060 ( [naam onderzoek] ), van de politie eenheid De Haag, district Alphen aan den Rijn - Gouda, districtsrecherche, met bijlagen (doorgenummerd p. 1 t/m 431).