Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2019:2052

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
08-03-2019
Datum publicatie
08-03-2019
Zaaknummer
09/809316-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Megazaak HAND. Veroordeling tot een gevangenisstraf van 5 jaar en 6 maanden voor 23 inbraken.

Vooral uit peilbakengegevens is gebleken dat verdachte met zijn mededaders heel Nederland door reed

om in de nachtelijke uren in woningen van veelal hoogbejaarde mensen in te breken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht

Meervoudige strafkamer

Parketnummers: 09/809316-17

Datum uitspraak: 8 maart 2019

Tegenspraak

(Promisvonnis)

De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[Verdachte] ,

geboren op [Geboortedatum] 1996 te [Geboorteplaats] ,

thans gedetineerd in de penitentiaire inrichting [Adres PI] ,

hierna te noemen: verdachte of: [Verdachte] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden op de terechtzittingen van:

  • -

    14 februari 2018 (pro-forma);

  • -

    8 mei 2018 (pro-forma);

  • -

    11 juli 2018 (regie);

  • -

    2 oktober 2018 (pro-forma);

  • -

    19 december 2018 (pro-forma);

  • -

    4, 5, 6 en 7 februari 2019 (inhoudelijk) en 22 februari 2019 (sluiting onderzoek).

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officieren van justitie

mr. P.M. Kampen en mr. D.M. Kortekaas en van hetgeen door verdachte en zijn raadsman mr. J.M. van Dam naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding, die is aangepast na de op de terechtzitting van 8 mei 2018 toegestane vordering aanpassing omschrijving tenlastelegging en die tevens is gewijzigd na de op de terechtzitting van 7 februari 2019 toegestane vordering wijziging tenlastelegging.

De volledige tekst van de ter terechtzitting gewijzigde tenlastelegging is opgenomen in de bijlage bij dit vonnis en maakt daar deel van uit.

3. Bewijsoverwegingen

3.1

Inleiding

In deze zaak staat het politieonderzoek ‘ [Onderzoeksnaam] ’ centraal. Dit betreft een onderzoek naar een serie woninginbraken ofwel pogingen daartoe, die zijn gepleegd op verschillende plaatsen in Nederland in de periode van 6 september 2017 tot en met 22 november 2017. De verdenking bestaat eruit dat verdachte, al dan niet samen met (een) ander(en), zich heeft schuldig gemaakt aan die feiten.

De rechtbank zal hierna eerst de samengevatte standpunten van het openbaar ministerie en de verdediging met betrekking tot de tenlastegelegde feiten weergeven. Daarna volgen algemene bewijsoverwegingen waarna de feiten in chronologische volgorde worden besproken. Zo nodig zullen feiten gezamenlijk worden besproken, bijvoorbeeld wanneer meerdere (pogingen tot) inbraken kort na elkaar zijn gepleegd.

3.2

Het standpunt van de officieren van justitie

De samenwerking van de verdachten

De officieren van justitie hebben zich op het standpunt gesteld, zoals ook blijkt uit het schriftelijke requisitoir, dat uit de resultaten van het opsporingsonderzoek is gebleken van een bepaalde samenwerking en wijze van werken door de verdachten bij het plegen van de feiten. De verdachten zijn namelijk in wisselende samenstelling steeds nachtenlang door heel Nederland op pad geweest en zaten daarbij steeds in dezelfde auto met elkaar. Er was daarbij steeds sprake van een samenwerking tussen die verdachten, waarbij eenieder een bijdrage van voldoende gewicht had om te kunnen spreken van medeplegen.

De zwijgende proceshouding draagt bij aan het bewijs

Tevens mag de zwijgende proceshouding van verdachte in de visie van de officieren van justitie meewegen voor het bewijs, aangezien verdachte geen verklaring heeft willen afleggen over zaken die schreeuwen om een verklaring.

Schakelbewijs

De officieren van justitie hebben gesteld dat enkel de wijze van inbraak in de woningen niet kan worden aangemerkt als voldoende specifiek en (uitsluitend) wijzend op het optreden van de in beeld gekomen verdachten. Dit is echter anders voor het geheel van gedragingen en omstandigheden, het patroon en de wijze van inbreken, zoals dat in dit opsporingsonderzoek naar voren is gekomen. Dat geheel kan wel gelden als uitsluitend wijzend op het optreden van de verdachten.

Conclusie met betrekking tot de bewezenverklaring

Volgens de officieren van justitie bevat het dossier voldoende wettig en overtuigend bewijs om tot bewezenverklaring te komen van de onder 1, 2, 5, 7, 9, 19, 23, 25, 26, 27, 28, 31 en 32 tenlastegelegde feiten, die – met uitzondering van feit 9, dat alleen door [Verdachte] is gepleegd – steeds door twee of meer verdachten in vereniging zijn gepleegd.

Daarnaast kan door gebruik te maken van schakelbewijs eveneens tot een bewezenverklaring worden gekomen van de onder 3, 4, 6, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 20, 21, 22, 24, 29 en 30 tenlastegelegde feiten.

Conclusie met betrekking tot een enkele (partiële) vrijspraak

Volgens de officieren van justitie kan niet wettig en overtuigend worden bewezen dat [Verdachte] de onder 8 tenlastegelegde inbraak heeft gepleegd, zodat daarvan vrijspraak dient te volgen.

Verder kan bij de onder 2 tenlastegelegde inbraak niet worden gezegd dat die gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd is gepleegd, zodat daarvan eveneens vrijspraak dient te volgen.

3.3

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zoals tevens blijkt uit de ter terechtzitting overgelegde pleitnota betoogd dat verdachte van de onder 1 en de onder 3 tot en met 32 tenlastegelegde feiten moet worden vrijgesproken. Hij heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank wat betreft een bewezenverklaring van feit 2.

Het standpunt van de raadsman met betrekking tot de bepleite vrijspraken komt kort samengevat neer op het volgende.

Uit het dossier kan weliswaar worden afgeleid dat verdachte in de buurt van enkele inbraken is te plaatsen maar niet is gebleken dat hij als feitelijke uitvoerder bij de feiten betrokken is geweest. Evenmin is gebleken van een sturende of leidende rol in de voorbereiding en de uitvoering. De in het dossier gevoegde peilbaken- en zendmastgegevens, de resultaten van de observaties van de politie en het sporenonderzoek wijzen evenmin op een ‘bijdrage van voldoende gewicht’ bij de feiten. Dat verdachte wellicht een auto heeft bestuurd of gehuurd wijst eerder op medeplichtigheid, hetgeen niet ten laste is gelegd.

Voor wat betreft de brievenbusfoto’s op de telefoon van verdachte (relevant voor een aantal feiten) stelt de raadsman dat uit de zogenaamde “EXIF-data” niet kan worden afgeleid dat de foto’s zijn gemaakt met dat toestel. Het is dan ook zeer goed mogelijk dat anderen foto’s hebben gemaakt. Immers, er blijkt in twee concrete feiten dat de auto met het peilbaken in sommige gevallen op een heel andere plaats is dan waar op dat moment een brievenbusfoto door verdachte zou zijn gemaakt.

Weliswaar zijn verder enkele weggenomen goederen onder verdachte aangetroffen maar die zijn pas geruime tijd na de inbraken aangetroffen. Dit kan bijdragen tot de conclusie dat verdachte nauw en bewust heeft samengewerkt met de inbrekers ten tijde van de inbraak.

Het zwijgen van verdachte kan eveneens niet aan het bewijs bijdragen. Hij is immers niet onder dusdanige omstandigheden aangetroffen dat van hem een uitleg mag worden verwacht. Ook was geen sprake van een nauwe en bewuste samenwerking. Ten slotte biedt ook het gebruik maken van schakelbewijs geen soelaas, nu niet kan worden gezegd dat sprake was van een kenmerkende werkwijze waaruit vervolgens de betrokkenheid van verdachte kan worden afgeleid.

Eventuele overige specifiek gevoerde verweren zullen, daar waar nodig, bij de te bespreken feiten worden behandeld.

3.4

Algemene overwegingen met betrekking tot het bewijs1

Inleiding

De aan verdachte en medeverdachten verweten strafbare feiten zijn –zoals hierboven reeds kort aangegeven– het resultaat van een onderzoek naar een serie woninginbraken en pogingen daartoe. Dit onderzoek is gestart nadat getuigen in Reeuwijk op 25 september 2017 twee personen met een scooter zagen lopen richting een auto met het kenteken

[Kenteken 1] . De scooter bleek afkomstig van een woning waar kort daarvoor was ingebroken. De auto met het kenteken [Kenteken 1] was eerder op 6 september 2017 al in een onderzoek naar voren gekomen na een ANPR hit en een controle nabij Amersfoort. Toen bleek dat de inzittenden, tevens verdachten, [Verdachte] , [Medeverdachte 1] en [Medeverdachte 2] (verder te noemen respectievelijk: [Verdachte] , [Medeverdachte 1] en [Medeverdachte 2] ) inbrekerswerktuigen in de auto aanwezig hadden. De auto met dit kenteken stond tot 29 september 2017 op naam van [Verdachte] .

Gehuurde auto’s

[Verdachte] heeft daarna vanaf 11 oktober 2017 tot aan zijn aanhouding op 23 november 2017 achtereenvolgens drie auto’s gehuurd. Hij huurde van 11 oktober 2017 om 16:57 uur tot

6 november 2017 om 14:52 uur een grijze [Auto] met kenteken [Kenteken 2] van [Bedrijf 1] in Schiedam.2 Van 20 oktober 2017 om 12:35 uur tot en met 5 november 2017 om 16:18 uur heeft de politie een peilbaken aan deze auto geplaatst. Bovendien zijn de Track&Trace gegevens opgevraagd.3

Vervolgens huurde [Verdachte] in de periode van 6 november 2017 om 14:46 uur tot

16 november 2017 om 9:03 uur een grijze [Auto] met het kenteken [Kenteken 3] eveneens van [Bedrijf 1] te Schiedam. Van 9 november 2017 om 10:22 uur tot en met 15 november 2017 om 6:59 uur is ook een baken aan deze auto geplaatst.4

Tenslotte huurde [Verdachte] in de periode van 17 november 2017 om 18:01 uur tot

24 december 2017 om 13:11 uur een zwarte [Auto] met het kenteken [Kenteken 4] van [Bedrijf 1] te Schiedam. Van 21 november 2017 om 22:37 uur tot en met

23 november 2017 om 4:33 uur is ook aan deze auto een baken geplaatst. Onderzoek wees uit dat met deze laatste auto in zeven dagen tijd een afstand van 3.433 kilometer is gereden.5

Uit het geheel van peilbakengegevens en Track&Trace gegevens is gebleken dat deze auto’s vaak in nachtelijke uren door Nederland zijn gereden.

In de periode van 21 oktober 2017 tot en met 23 november 2017 is [Verdachte] een aantal keer in deze auto’s gezien, meestal als bestuurder, op diverse locaties in Nederland. In de auto’s zijn ook (mede)verdachte(n) gezien, te weten de eerder reeds genoemde [Medeverdachte 2] en [Medeverdachte 1] , en daarnaast ook [Medeverdachte 3] (verder te noemen: [Medeverdachte 3] ) en [Medeverdachte 4] (verder te noemen [Medeverdachte 4] ).6

Na de aanhouding van [Verdachte] op 23 november 2017 is de door hem laatst gehuurde auto onderzocht. In een verborgen ruimte aan de voorzijde van de auto in het dak boven de binnenverlichting lagen een schroevendraaier en een breekijzer. In het middenconsole werden een testplaatje met goudkleurige strepen en krassen en een flesje met een vloeistof aangetroffen, samen met de identiteitskaarten en bankpassen op naam van [Medeverdachte 3] en contant geld. In de auto lagen verder diverse handschoenen en een muts. Het testplaatje bleek een toetssteen voor het bepalen van goud te zijn en de vloeistof toetswater voor 14 karaats goud. Bij [Verdachte] werd daarnaast nog in de fouillering een goudkleurig juweliersloepje aangetroffen.7

De door de verdachten gebruikte telefoons en IMEI-nummers

[Verdachte]

Uit onderzoek is gebleken dat [Verdachte] van 21 oktober 2017 om 12:07 uur tot 3 november 2017 om 4:36 uur gebruik maakte van telefoonnummer [Telefoonnummer 1] (hierna ook: [Telefoonnummer 1] ) met IMEI-nummer [IMEI-nummer 1] (hierna ook: [IMEI-nummer 1] ). Van 3 november 2017 om 4:36 uur tot 23 november 2017 maakte hij gebruik van telefoonnummer [Telefoonnummer 2] (hierna ook: [Telefoonnummer 2] ) met IMEI-nummer [IMEI-nummer 1] .

In de periode van 25 oktober 2017 tot en met 23 november 2017 zijn gesprekken van deze telefoon- en IMEI-nummers opgenomen, afgeluisterd en administratief verwerkt.

Bij de aanhouding van [Verdachte] op 23 november 2017 in de gehuurde [Auto] met kenteken [Kenteken 4] is in die auto een witte iPhone telefoon met de IMEI-nummer [IMEI-nummer 1] aangetroffen. Verder is in de middenconsole van diezelfde auto een SIM-kaart aangetroffen behorend bij telefoonnummer [Telefoonnummer 1] . Op die SIM-kaart werden 14 contacten vermeld, waaronder een contact met de letter ‘T’ en telefoonnummer [Telefoonnummer 3] – dat nummer is in gebruik bij [Medeverdachte 1] , die onder andere de bijnaam [Bijnaam 1] heeft – en een contact met de letter ‘V’ en telefoonnummer [Telefoonnummer 4] – dat nummer is in gebruik bij [Naam 1] , de vriendin van [Verdachte] .

In de opgenomen gesprekken noemde [Verdachte] soms zijn naam. Ook zijn er gesprekken waarin hij zijn naam niet noemde, maar zijn stem wel is herkend. Uit de tapgespreken is gebleken dat [Verdachte] de bijnaam ‘ [Bijnaam 2] ’ heeft.8 [Verdachte] heeft ter terechtzitting ook verklaard dat hij ‘ [Bijnaam 2] ’ wordt genoemd.9

[Medeverdachte 1]

Uit onderzoek is voorts gebleken dat [Medeverdachte 1] van 3 november 2017 om 21:13 uur tot

13 november 2017 om 17:02 uur gebruik maakte van een telefoon met IMEI-nummer [IMEI-nummer 2] (hierna ook: [IMEI-nummer 2] ) met telefoonnummer [Telefoonnummer 3] (hierna ook: [Telefoonnummer 3] ). In de periode van 30 oktober 2017 tot en met 23 november 2017 zijn gesprekken van deze telefoon- en IMEI-nummers opgenomen, afgeluisterd en administratief verwerkt.

Uit historische gegevens is gebleken dat het telefoonnummer [Telefoonnummer 5] (hierna ook: [Telefoonnummer 5] ) in de periode van 28 september 2017 tot en met 30 oktober 2017 in de telefoon met IMEI-nummer [IMEI-nummer 2] heeft gezeten.

Van 12 november 2017 om 23:05 uur tot 18 november 2017 om 17:44 uur heeft telefoonnummer [Telefoonnummer 6] (hierna ook: [Telefoonnummer 6] ) in de telefoon met IMEI-nummer [IMEI-nummer 2] gezeten, maar was die telefoon in gebruik bij [Medeverdachte 3] .

Telefoonnummer [Telefoonnummer 7] (hierna ook: [Telefoonnummer 7] ) heeft van 13 november 2017 om 18:26 uur tot 18:27 uur in een telefoon met IMEI-nummer [IMEI-nummer 3] (hierna ook: [IMEI-nummer 3] ) en van 13 november 2017 om 20:08 uur tot 23 november 2017 om 9:00 uur in een telefoon met IMEI-nummer [IMEI-nummer 4] (hierna ook: [IMEI-nummer 4] ) gezeten. Op 23 november 2017 was een tap op telefoonnummer [Telefoonnummer 7] geplaatst, maar zijn op dat nummer geen gesprekken binnengekomen. De telefoon straalde wel zendmasten aan. Ook zijn er gesprekken geweest van telefoonnummer [Telefoonnummer 7] met de IMEI-nummer [IMEI-nummer 1] ( [Verdachte] ) en [IMEI-nummer 5] ( [Medeverdachte 3] , zie hierna). Daarbij is de stem van [Medeverdachte 1] herkend.10

Bij zijn aanhouding op 23 november 2017 is in de fouillering van [Medeverdachte 1] een iPhone aangetroffen met IMEI-nummer [IMEI-nummer 6] . Dat IMEI-nummer bleek afkomstig van een inbraak in Gouda. Bij nader onderzoek is gebleken dat alleen de behuizing van de telefoon dit IMEI-nummer had en dat de rest van het toestel IMEI-nummer [IMEI-nummer 7] had. Het laatste cijfer van een IMEI-nummers kan wisselen. Het betreft dan nog altijd dezelfde telefoon.11 Het gaat dus om het telefoontoestel met IMEI-nummer [IMEI-nummer 4] .

Uit de tapgesprekken is gebleken dat [Medeverdachte 1] de bijnamen [Bijnaam 1] en [Bijnaam 1] heeft. Op de bij de aanhouding van [Verdachte] inbeslaggenomen iPhone kwam op

23 november 2017 omstreeks 9:30 uur een gesprek binnen. Daarbij werd weergegeven telefoonnummer ‘ [Telefoonnummer 7] ’ en contact ‘ [Bijnaam 3] ’.12 Daaruit wordt afgeleid dat [Medeverdachte 1] ook de bijnaam [Bijnaam 3] heeft.

[Medeverdachte 3]

In de periode van 21 november 2017 tot en met 23 november 2017 zijn gesprekken van de telefoon met IMEI-nummer [IMEI-nummer 5] (hierna ook: [IMEI-nummer 5] ) opgenomen, afgeluisterd en administratief verwerkt.

[Medeverdachte 3] gebruikte van 8 november 2017 om 8:10 uur tot 23 november 2017 om 00:04 uur een telefoon met telefoonnummer [Telefoonnummer 6] en IMEI-nummers [IMEI-nummer 5] en [IMEI-nummer 2] (van 12 november 2017 om 23:05 uur tot 18 november 2017 om 17:44 uur. Dat is opgemaakt uit de contacten die dat telefoonnummer in die periode dagelijks meerdere malen had met [Naam 2] , de vriendin van [Medeverdachte 3] .13

Tijdens de doorzoeking van de woning van [Medeverdachte 3] ( [Adres 1] te Gouda) is een Nokia telefoon aangetroffen met IMEI-nummer [IMEI-nummer 2]14.

Bij de fouillering na zijn aanhouding op 23 november 2017 werd bij [Medeverdachte 3] aangetroffen een Samsung telefoon met IMEI-nummer [IMEI-nummer 5] .

In de gesprekken noemde [Medeverdachte 3] soms zijn naam. Ook zijn er gesprekken waarin hij zijn naam niet noemde, maar zijn stem wel is herkend.

Uit een sms-bericht en twee tapgesprekken is gebleken dat [Medeverdachte 3] de bijnaam ‘ [Bijnaam 4] ’ heeft. [Verdachte] ( [Telefoonnummer 2] / [IMEI-nummer 1] ) werd op 9 november 2017 ge-sms’t door [Medeverdachte 3] ( [Telefoonnummer 6] ) met de tekst: “Mij nummer [Bijnaam 4] ”. [Verdachte] ( [Telefoonnummer 2] / [IMEI-nummer 1] ) werd op 13 november 2017 gebeld door [Telefoonnummer 8] (telefoonnummer ten name [Naam 2] , de vriendin van [Medeverdachte 3] ). Daarbij zei [Medeverdachte 3] tegen [Verdachte] : “Met [Bijnaam 4] ”. Op 15 november 2017 belde [Medeverdachte 3] ( [Telefoonnummer 6] / [IMEI-nummer 2] ) uit naar [Telefoonnummer 9] . Daarbij zei [Telefoonnummer 9] : “Wie is dit?” en antwoordde [Medeverdachte 3] : “ [Bijnaam 4] ”.15

[Medeverdachte 2]

Er zijn taps aangesloten om telefoongesprekken op te nemen en af te luisteren op IMEI-nummer [IMEI-nummer 8] (hierna ook: [IMEI-nummer 8] ) en telefoonnummer [Telefoonnummer 10] .

Naar aanleiding van een telefoongesprek met [Verdachte] op 31 oktober 2017 op de [Adres 2] te Gouda vlakbij de [Adres 3] te Gouda, het adres van [Medeverdachte 2] , is aan [Medeverdachte 2] toegeschreven het telefoonnummer [Telefoonnummer 11] (hierna ook: [Telefoonnummer 11] ) dat van 29 oktober 2017 om 12:14 uur tot 11 november 2017 om 16:58 uur is gebruikt met IMEI-nummer [IMEI-nummer 8] .

In de gesprekken noemde [Medeverdachte 2] soms zijn naam. Telefoonnummer [Telefoonnummer 11] komt vanaf 30 oktober 2017 tot en met 22 november 2017 voor op de tap van IMEI-nummer [IMEI-nummer 1] ( [Verdachte] ). Daarbij zijn gesprekken gevoerd, waarin [Medeverdachte 2] zijn naam niet noemde, maar zijn stem wel is herkend.16

[Medeverdachte 4]

Aan [Medeverdachte 4] is toegeschreven het telefoonnummer [Telefoonnummer 9] (hierna ook: [Telefoonnummer 9] ) met de IMEI-nummers [IMEI-nummer 9] , [IMEI-nummer 10] (hierna ook: [IMEI-nummer 10] ), [IMEI-nummer 11] , [IMEI-nummer 12] in gebruik van 31 oktober 2017 om 17:21 uur tot

25 november 2017 om 22:55 uur om de navolgende redenen.17

Op 21 november 2017 werd [Medeverdachte 3] ( [Telefoonnummer 6] ) gebeld door telefoonnummer [Telefoonnummer 9] . [Medeverdachte 3] noemde de gebruiker van telefoonnummer [Telefoonnummer 9] in dat gesprek ‘neef’. [Medeverdachte 3] en [Medeverdachte 4] zijn neven van elkaar.18

Op 21 november 2017 belde [Medeverdachte 3] ( [Telefoonnummer 6] ) naar telefoonnummer [Telefoonnummer 9] . [Medeverdachte 3] zei dat hij stond geparkeerd onder het balkon van de gebruiker van telefoonnummer [Telefoonnummer 9] . De gebruiker van telefoonnummer [Telefoonnummer 9] , een man, zei dat hij eraan kwam. Korte tijd later werd de auto met kenteken [Kenteken 4] , dat op dat moment werd gehuurd door [Verdachte] , aangetroffen achter de woning van [Medeverdachte 4] , waarbij [Medeverdachte 4] als bijrijder in de auto zat19.

Telefoonnummer [Telefoonnummer 9] komt van 15 november 2017 tot en met 23 november 2017 voor op de tap van [Medeverdachte 3] ( [Telefoonnummer 6] ) en [Verdachte] ( [IMEI-nummer 1] ).

Uit historische gegevens is gebleken dat telefoonnummer [Telefoonnummer 9] , IMEI-nummer [IMEI-nummer 10] en IMEI-nummer [IMEI-nummer 12] meestal gebruik maakten van een zendmast aan [Adres zendmast] te Gouda. Dat is in de nabijheid van de woning van de moeder van [Medeverdachte 4] .

Zwijgrecht en bewijsvoering

Verdachte en zijn medeverdachten hebben na hun aanhouding in het opsporingsonderzoek en ook nadien tijdens het onderzoek ter terechtzitting nagenoeg geheel of grotendeels gezwegen. Het staat verdachten uiteraard vrij deze proceshouding aan te nemen. De omstandigheid dat een verdachte weigert een verklaring af te leggen of een bepaalde vraag te beantwoorden kan op zichzelf, mede gelet op het bepaalde in artikel 29, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv), ook niet tot het bewijs bijdragen. De rechter kan echter wel indien een verdachte voor een omstandigheid die op zichzelf, in samenhang met de verdere inhoud van de bewijsmiddelen beschouwd, redengevend moet worden geacht voor het bewijs van het aan hem ten laste gelegde feit, geen redelijke -die redengevendheid ontzenuwende- verklaring heeft gegeven, de afwezigheid van een dergelijke verklaring in zijn overwegingen omtrent het bewijs betrekken. Uit vaste jurisprudentie van de Hoge Raad volgt dat voor het trekken van conclusies uit het stilzwijgen van een verdachte niet de voorwaarde geldt dat “de zaak bewijsbaar moet zijn zonder rekening te houden met het stilzwijgen van de verdachte”. De zaak hoeft, met andere woorden, niet zonder het negatieve gevolg dat de rechter kan verbinden aan het gebruik van het zwijgrecht al rond te zijn (vgl. HR 05-06-2012, ECLI:NL:HR:2012:BW7372).

De verdachten hebben niets willen zeggen over bijvoorbeeld het doel van hun nachtelijke autoritten, waarbij veel kilometers zijn afgelegd en waarvoor aanzienlijke kosten moeten zijn gemaakt. Evenmin hebben zij willen verklaren over de aanwezigheid van juweliersbenodigdheden in één van de gehuurde auto’s. Bij ieder van de feiten waarin de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, heeft de rechtbank meegewogen dat over deze omstandigheden geen verklaring is afgelegd. In de hiernavolgende bespreking van de ten laste gelegde feiten zal de rechtbank voorts per feit aangeven waar zij gevolgen heeft verbonden aan de zwijgende proceshouding van verdachte(n).

3.3

Feit 1 (zaaksdossier 1)

Het openbaar ministerie verdenkt [Verdachte] , [Medeverdachte 1] en [Medeverdachte 2] van deze inbraak.

Vrijspraak

Vast staat dat op enig moment in de avond en nacht van 5 op 6 september 2017 uit een woning aan het [Adres 4] sieraden en horloges, toebehorende aan [Slachtoffer 1] en [Slachtoffer 2] , zijn weggenomen nadat er een raam van de keuken is opengebroken. [Slachtoffer 1] heeft mede namens [Slachtoffer 2] hiervan aangifte gedaan nadat de buren in de ochtend van 6 september 2017 hadden gezien dat het raam van de keuken open stond, terwijl de bewoners van die woning enkele dagen afwezig waren.

De rechtbank ziet zich gesteld voor de vraag of buiten gerede twijfel vastgesteld kan worden dat verdachten deze woninginbraak hebben gepleegd. Uit de resultaten van het onderzoek door de politie is het volgende gebleken:

  • -

    de telefoon toebehorend aan [Verdachte] , met het IMEI-nummer eindigend op [IMEI-nummer 1] en het telefoonnummer [Telefoonnummer 12] straalde die nacht een zendmast in Spankeren aan om 2:54 uur. Uit onderzoek is gebleken dat deze telefoon die avond om 23:10 uur in Gouda een zendmast aanstraalde en nadien masten in Harmelen, Bunnik, Maarsbergen en Ede, nabij de A12. Om 3:08 straalde deze telefoon van [Verdachte] een zendmast in Dieren aan.

  • -

    op 6 september 2017 om 4:38 uur was er een zogenaamde ANPR hit op de A1 nabij Apeldoorn op de auto met het kenteken [Kenteken 1] . De tenaamgestelde van deze auto was [Verdachte] .

  • -

    bij Amersfoort werd later die nacht rond 5:00 uur deze auto gecontroleerd door de politie. Inzittenden waren [Medeverdachte 2] als bestuurder, [Verdachte] als bijrijder en [Medeverdachte 1] achterin gezeten. In de auto trof de politie inbrekerswerktuigen, twee schroevendraaiers en een breekijzer, aan.

  • -

    uit camerabeelden afkomstig van camera’s nabij de woningen [Adres 5] en [Adres 6] om de hoek van de woning [Adres 4] van die nacht is gebleken dat die nacht vanaf 1:45 uur een aantal personen over de weg nabij de woning en over een tuinpad liepen. De beelden zijn van matige kwaliteit qua scherpte en kleurbepaling. De gezichten van de betrokken personen zijn verder nauwelijks zichtbaar.

  • -

    twee verbalisanten hebben [Medeverdachte 1] herkend van deze beelden, één verbalisant heeft daarnaast ook [Verdachte] en [Medeverdachte 2] herkend.

Vaststaat dat de telefoon van [Verdachte] die nacht rond 3:00 uur in Spankeren en vervolgens in het nabijgelegen Dieren een zendmast heeft aangestraald. Het dossier bevat echter onvoldoende aanknopingspunten voor de vaststelling van strafbare betrokkenheid van verdachte bij de inbraak in de woning aan het [Adres 4] op enig tijdstip die nacht. Na een controle van de auto met verdachten later die nacht zijn immers geen sieraden en horloges afkomstig van de inbraak zijn aangetroffen. De rechtbank is verder van oordeel dat de kwaliteit van het beeldmateriaal onvoldoende is om de herkenningen van de verbalisanten als bewijsmateriaal te gebruiken. De rechtbank zal, nu wettig en overtuigend bewijs ontbreekt, [Verdachte] , [Medeverdachte 1] en [Medeverdachte 2] vrijspreken van dit feit. De stelling van de verdediging dat het resultaat van de doorzoeking van de auto moet worden uitgesloten van het bewijs behoeft derhalve geen bespreking meer.

3.4

Feit 2 (zaaksdossier 2)

Het openbaar ministerie verdenkt [Verdachte] en [Medeverdachte 1] van deze inbraak.

Bewijsmiddelen

Op 25 september 2017, omstreeks 15:15 uur, bevonden verbalisanten [Verbalisant] ,

[Verbalisant] en [Verbalisant] zich op de [Adres 7] in Reeuwijk in verband met een melding van een mogelijk gestolen scooter. Daar namen zij een verklaring op van de getuigen

[Getuige 1] en [Getuige 2] .

[Getuige 1] verklaarde dat hij die dag op de [Adres 7] (de rechtbank begrijpt, ook hierna: [Adres 7] ) in Reeuwijk omstreeks 14:50 uur twee jonge personen met een roze scooter aan zag komen gelopen, vanuit de richting van de [Adres 8] . Eén van de twee personen liep snel naar een parkeerplaats aan de [Adres 7] , stapte in een grijze auto en reed naar de andere persoon die bij de scooter stond, waarna deze ook instapte. Vervolgens reden zij weg. De roze scooter lieten zij achter op de [Adres 7] . [Getuige 2] (stiefvader van voornoemde [Getuige 1] ) verklaarde dat hij zag dat een persoon in zijn richting kwam lopen en dat die persoon vervolgens in een grijze [Auto] met het kenteken [Kenteken 1] stapte. Het was een Marokkaanse jongen met normaal tot slank postuur. De jongen in de [Auto] reed vervolgens naar een andere jongen, die halverwege de [Adres 7] met een scooter stond. De [Auto] stopte naast deze jongen. Deze jongen had een gezet postuur, was ongeveer 1, 80 meter lang, was donker gekleed en had kortgeschoren haar (bovenop langer en een beetje naar de zijkant gekamd). [Getuige 2] zag dat deze jongen in de [Auto] stapte en dat deze daarna wegreed in de richting van de [Adres 9] . De scooter lieten ze staan. De jongens kwamen volgens [Getuige 2] vanaf de [Adres 8] gelopen. Uit onderzoek is gebleken dat de auto met kenteken [Kenteken 1] op naam stond van [Verdachte] .20

Op 25 september 2017 heeft [Slachtoffer 3] aangifte gedaan van diefstal in zijn woning aan de [Adres 8] in Reeuwijk gepleegd op 25 september 2017 tussen 12:00 uur en 14:56 uur. Aangever woont in de woning met zijn vriendin en dochter (de rechtbank begrijpt: [Getuige 7] ). Zijn vriendin had de woning als laatste verlaten en had de woning rondom slotvast en schadevrij afgesloten. Om 16:38 uur werd aangever door de politie gebeld dat er was ingebroken. Aangekomen bij zijn woning zag hij dat de achterdeur en de poortdeur ter hoogte van de overkapping en de achtertuin open stonden. Tevens zag aangever dat in beide deuren sleutels zaten terwijl hij altijd de sleutels van het huis uit de sloten haalt. In de woning zag aangever dat diverse kasten en lades open stonden en dat diverse goederen uit de kasten waren gehaald en op de grond lagen. Aangever zag op de bank in de woonkamer een doosje van zijn iPhone 5S liggen, die normaal gesproken in de buffetkast van de woonkamer lag. De telefoon (zonder simkaart) was uit het doosje weggenomen. In zijn slaapkamer was het een chaos. Aangever zag diverse sieradenkistjes open op bed liggen, waarin vooral de sieraden van zijn vriendin zaten, onder meer sieraden die zij van haar moeder had gekregen. Op het dressoir in de slaapkamer stond normaal gesproken een zware, niet verankerde kluis. Daarin bewaarde hij vooral geld en de kentekenpapieren en overschrijvingspapieren van alle voertuigen. Hij dacht dat in de kluis een ruime 2000 euro aan contanten zat, in coupures en in briefgeld. De kluis was nu weg. Op de eerste verdieping zag aangever dat de kamer van zijn dochter flink was doorzocht en dat tevens de kantoorruimte op dezelfde verdieping was doorzocht. Van de politie hoorde aangever dat alle ruimtes door hen waren bekeken op schade, maar dat er geen schade was gezien. Voorts hoorde hij dat het aannemelijk leek, dat iemand met een valse sleutel binnen gekomen kon zijn. Aangever vernam dat de politie een scooter in de voortuin had gezet. De sleutel, die eerder nog in een kastje nabij de voordeur lag, was weggenomen. De scooter stond eerder nog op het stuurslot afgesloten in de carport.21

[Getuige 7] heeft verklaard dat zij met [Verdachte] een relatie heeft gehad en dat zij [Medeverdachte 1] kent.22

Uit zendmastgegevens van het telefoonnummer eindigend op [Telefoonnummer 12] (in gebruik bij [Verdachte] ) is gebleken dat die telefoon op 25 september 2017 tot 13:37 uur de zendmast aan de [Adres zendmast] in Gouda heeft aangestraald, vlakbij de woning van [Verdachte] aan de [Adres 10] in Gouda. Vervolgens heeft die telefoon om 14:37 uur en om 14:46 uur de zendmast aan de [Adres zendmast] in Reeuwijk aangestraald. De woning van aangever aan de [Adres 8] in Reeuwijk valt binnen het dekkingsgebied van deze zendmast. Daarna heeft de telefoon om 14:57 uur de zendmast aan het [Adres zendmast] in Reeuwijk aangestraald. De eerstvolgende zendmastregistratie daarop was om 15:13 uur, op welk moment de telefoon (weer) de zendmast aan de [Adres zendmast] in Gouda heeft aangestraald.23

Op 28 december 2017 is vertrouwelijke communicatie opgenomen van [Verdachte] in de penitentiaire inrichting. In een gesprek tussen hem en zijn vriendin [Naam 1] wordt (voor zover hier relevant) het volgende gezegd:

[Naam 1] : wil je me vertellen over [Getuige 7] . (…)

[Verdachte] : ewa die gozer die berichten heeft vertelt die moet ik pakken, want die heeft me bij haar (de rechtbank begrijpt: [Getuige 7] ) verraden namelijk.

[Naam 1] : die gozer die mij bericht dus die heeft jou verraden bij haar.

[Verdachte] : juist.

[Naam 1] : waarom dat?

[Verdachte] : omdat ik en [Bijnaam 1] hebben wat bij haar gedaan (…). We hebben haar de hele kluis van haar vader afgepakt, daar is er wat gebeurd daarom is mijn grijze [Auto] weg. Mijn [Auto] dit dat, iemand heeft gezegd tegen haar... ja ik was het.

[Naam 1] : dat jij het was.

[Verdachte] : ja en zij wist dat ik de [Auto] had. (…)

[Verdachte] : (…) [Bijnaam 1] hebt bijna haar vader vermoord vriend, die vader wist, wij waren het. Ja, wij waren het. Maar zij durfde dat nooit tegen ons te zeggen.24

Vanaf 29 september 2017 stond het de auto met het kenteken [Kenteken 1] , een grijze [Auto] , niet meer op naam van [Verdachte] .25

[Verdachte] heeft ter terechtzitting verklaard dat hij ‘ [Bijnaam 2] ’ wordt genoemd en dat hij een relatie heeft gehad met [Getuige 7] en [Naam 1] .26

Conclusie

Uit het voorgaande leidt de rechtbank het volgende af.

[Verdachte] heeft in een afgeluisterd gesprek tegen zijn vriendin gezegd dat hij met ‘ [Bijnaam 1] ’ wat bij [Getuige 7] heeft gedaan en dat ze de kluis van de vader van [Getuige 7] hebben afgepakt. Naar het oordeel van de rechtbank kan dit niet anders worden uitgelegd dan dat [Verdachte] samen met [Medeverdachte 1] , die [Bijnaam 1] wordt genoemd, in de woning van aangever [Slachtoffer 3] is geweest en dat zij daar een kluis hebben weggenomen. Uit de aangifte blijkt dat nog veel goederen zijn weggenomen. Dat sprake is geweest van twee inbrekers vindt bevestiging in de hiervoor opgenomen getuigenverklaringen. De zendmastgegevens van de telefoon van [Verdachte] bevestigen bovendien nog dat [Verdachte] op de bewuste middag inderdaad vlakbij de woning van aangever in Reeuwijk was.

Al het voorgaande in aanmerking nemende concludeert de rechtbank dat [Verdachte] en [Medeverdachte 1] samen met de auto van [Verdachte] naar Reeuwijk zijn gegaan, dat zij de auto in de nabijheid van de woning van aangever hebben geparkeerd, dat zij naar die woning zijn gelopen en die woning hebben betreden, dat zij daar de goederen zoals genoemd in de tenlastelegging hebben weggenomen, dat zij met de scooter van [Getuige 7] zijn teruggelopen in de richting van de auto en dat zij daarna (zonder scooter) met de auto zijn vertrokken. Er heeft aldus een nauwe en bewuste samenwerking tussen [Verdachte] en [Medeverdachte 1] bestaan.

Uit onderzoek van de politie is gebleken dat geen braakschade is geconstateerd in/aan de woning van aangever maar de rechtbank heeft hiervoor vastgesteld dat [Verdachte] en [Medeverdachte 1] wel in die woning zijn geweest. Onder die omstandigheden, en nu het dossier geen aanwijzingen bevat voor het tegendeel, kan het naar het oordeel van de rechtbank niet anders zijn dan dat [Verdachte] en [Medeverdachte 1] de woning hebben betreden met een niet aan hen toebehorende sleutel van die woning.

Met de officieren van justitie en de verdediging komt de rechtbank tot een partiële vrijspraak van de tenlastegelegde strafverzwarende omstandigheid dat de inbraak is gepleegd in de voor de nachtrust bestemde tijd, nu uit de hiervoor opgenomen bewijsmiddelen evident blijkt dat de inbraak overdag heeft plaatsgevonden.

Dit betekent dat de rechtbank het medeplegen van diefstal door middel van een valse sleutel wettig en overtuigend bewezen verklaart.

3.5

Feiten 3, 4 en 5 (respectievelijk zaaksdossiers 3, 4 en 5)

Het openbaar ministerie verdenkt [Verdachte] en [Medeverdachte 1] van deze feiten.

Feit 5: bewijsmiddelen

Op 21 oktober 2017 heeft [Slachtoffer 4] (geboren in 1930) aangifte gedaan van diefstal in haar woning aan de [Adres 11] in Bodegraven, gemeente Bodegraven-Reeuwijk. Aangeefster lag op 21 oktober 2017, omstreeks 5:00 uur op bed, toen zij wakker werd van mannenstemmen. Er stonden twee mannen in haar slaapkamer en haar werd gevraagd hoe het met haar ging. Vervolgens liepen de twee mannen naar de keuken en klommen daar door het raam naar buiten. Aangeefster is daarop bij het raam gaan kijken en zag dat dit opengebroken was. Zij zag meerdere breeksporen in de sluitnaad aan de zijkant van het kozijn. Daarna is aangeefster door haar huis gelopen en zag dat alle lades van de kasten in haar woning open stonden. Op de bank lagen meerdere pasjes en haar portemonnee. De € 150,-- die in haar portemonnee zat, is daaruit weggenomen.27 Tijdens sporenonderzoek in de woning van aangeefster is geconstateerd dat er aan de voorzijde van de woning een draairaam was en dat daar in het kozijn drie indruksporen van ongeveer 8 millimeter aanwezig waren.28

Uit de peilbakengegevens van de door [Verdachte] gehuurde auto met kenteken [Kenteken 2] is gebleken dat die auto op 21 oktober 2017 van 3:06 uur het terrein van het [Tankstation] aan de rijksweg A12 in Bodegraven op is gereden. Uit de zendmastgegevens van het telefoonnummer van [Verdachte] eindigend op [Telefoonnummer 1] is gebleken dat dat nummer op

21 oktober 2017, om 3:10 uur, werd gebeld. Daarbij straalde de telefoon de zendmast aan op de [Adres zendmast] in Bodegraven.29

Verbalisant [Verbalisant] heeft de camerabeelden van het [Tankstation] langs de rijksweg A12 in Bodegraven bekeken. Daarop zag zij dat op 21 oktober 2017 om 3:05 uur de auto met het kenteken [Kenteken 2] het terrein van het tankstation op kwam rijden. [Verbalisant] heeft de passagier herkend als [Medeverdachte 1] . De chauffeur heeft zij herkend als [Verdachte] . Zij zag dat hij een spijkerbroek droeg met opvallende gescheurde plekken in die broek, ter hoogte van de knie. Ook was er een gescheurde plek in de broek op het linker bovenbeen. Om 3:09 uur pakte hij zijn telefoon en bracht deze naar zijn rechter oor. Om 3:09 uur haalde [Verdachte] de telefoon weer bij zijn oor weg en deed deze in zijn rechter broek- of jaszak. Om 3:10 uur stapte [Verdachte] weer in de auto en om 3:11 uur reed de auto van het tankstation weg.30 Verbalisant [Verbalisant] heeft voornoemde camerabeelden eveneens bekeken. Daarop heeft hij de bestuurder herkend als [Verdachte] en de passagier als [Medeverdachte 1] .31 Ten slotte hebben de verbalisanten [Verbalisant]32 en [Verbalisant]33 [Medeverdachte 1] en de verbalisanten [Verbalisant]34, [Verbalisant]35 en [Verbalisant]36 [Medeverdachte 1] en [Verdachte] ambtshalve herkend op afdrukken van voornoemde camerabeelden.

Dat de auto naar Gouda is gereden wordt bevestigd door de waarneming van verbalisant [Verbalisant] om 3:26 uur, op welk moment hij de auto voorbij zag komen rijden op het [Adres 12] . Hij herkende de bestuurder als [Verdachte] .37

Uit peilbakengegevens is gebleken dat de auto later die nacht van 4:35 uur tot 4:54 uur heeft stilgestaan op hoek van de [Adres 13] in Bodegraven, om de hoek bij de woning van aangeefster. De afstand van die woning tot deze parkeerplek is ongeveer 80 meter. Vervolgens is de auto omstreeks 4:55 uur met hoge snelheid weggereden.38

Feit 5: conclusie

De rechtbank leidt uit het voorgaande het volgende af.

Op het moment dat aangeefster omstreeks vijf uur wakker werd van twee mannen die in haar woning stonden, bleek de door [Verdachte] gehuurde auto met het kenteken

[Kenteken 2] nabij de woning van aangeefster te zijn geparkeerd. Bovendien blijkt uit de bewijsmiddelen dat de telefoon van [Verdachte] mee beweegt met het peilbaken onder de auto. Ten slotte komt de beschrijving van aangeefster van één van de twee mannen die in haar woning stonden -vooral de genoemde spijkerbroek die kapot is bij de knieën- overeen met de bestuurder van de auto met kenteken [Kenteken 2] , die om 3:06 uur is gezien op de camerabeelden van het [Tankstation] en door verschillende verbalisanten is herkend als [Verdachte] .

Al het voorgaande in aanmerking nemende concludeert de rechtbank dat [Verdachte] samen met een ander heeft ingebroken in de woning van aangeefster en dat zij daar de in de tenlastelegging genoemde goederen hebben weggenomen.

Hoewel uit de camerabeelden blijkt dat [Verdachte] en [Medeverdachte 1] om 3:06 uur samen in de auto zaten en ook uit de aangifte blijkt dat sprake was van twee personen in de woning van aangeefster, kan niet worden uitgesloten dat [Verdachte] , die om 3:26 uur als bestuurder van de auto werd gezien, [Medeverdachte 1] onderweg ergens heeft afgezet. De verbalisant beschrijft immers alleen [Verdachte] als inzittende van de auto terwijl er geen aanknopingspunten zijn dat [Medeverdachte 1] zich dan nog in die auto bevindt. Dit betekent dat de rechtbank alleen ten aanzien van [Verdachte] het medeplegen van diefstal, gepleegd in de voor de nachtrust bestemde tijd, door middel van braak en inklimming wettig en overtuigend bewezen verklaart.

Vrijspraak van feit 3

Aangeefster [Slachtoffer 5] heeft verklaard dat zij van het beveiligingsbedrijf heeft gehoord dat op 20 oktober 2017 omstreeks 21:10 uur het alarm in haar woning aan de [Adres 14] in Zeist was afgegaan. Uit de peilbakengegevens is gebleken dat de door [Verdachte] gehuurde auto met het kenteken [Kenteken 2] op 20 oktober 2017 vanaf 20:43 uur op verschillende locaties in Zeist is geweest en dat de auto van 20:50 uur tot 21:09 uur nabij de woning van de aangevers heeft stilgestaan. Uit de zendmastgegevens is gebleken dat de telefoons in gebruik bij [Verdachte] en [Medeverdachte 1] op 20 oktober 2017, omstreeks 21:30 uur, zendmasten hebben aangestraald nabij de woning van aangevers. Later die nacht, namelijk op 21 oktober 2017 omstreeks 3:06 uur, zaten [Verdachte] en [Medeverdachte 1] samen in die auto.

Uit het voorgaande zou kunnen worden afgeleid dat [Verdachte] en [Medeverdachte 1] omstreeks het tijdstip van de alarmmelding zich nabij die woning hebben bevonden. Uit het dossier blijkt evenwel ook dat [Verdachte] en [Medeverdachte 1] vaker in Zeist zijn, onder meer omdat een vriendin van [Verdachte] ( [Getuige 7] ) daar woont. Bovendien is de woning van die vriendin gelegen nabij de zendmast die door de telefoons van [Verdachte] en [Medeverdachte 1] is aangestraald. Daar komt nog bij dat de auto tot 21 oktober 2017 om 2:43 uur in Zeist is gebleven.

Al het voorgaande in aanmerking nemende, kan naar het oordeel van de rechtbank niet de conclusie worden getrokken dat [Verdachte] en [Medeverdachte 1] betrokkenheid moeten hebben gehad bij de poging tot inbraak in de woning van aangevers. Gelet hierop zal de rechtbank [Verdachte] en [Medeverdachte 1] van dit feit vrijspreken.

Vrijspraak van feit 4

Aangever [Slachtoffer 6] heeft verklaard dat hij op 21 oktober 2017 om 2:00 uur thuis was en dat hij om 7:15 uur ontdekte dat in zijn woning was ingebroken. Uit de peilbakengegevens is gebleken dat de door [Verdachte] gehuurde auto met het kenteken

[Kenteken 2] op 21 oktober 2017 om 2:43 uur uit Zeist is weggereden en daarna van 3:38 uur tot 4:27 uur heeft stilgestaan op [Adres 15] ter hoogte van nummer [Huisnummer] in Reeuwijk, dichtbij de woning van aangever. Op 21 oktober 2017 omstreeks 3:06 uur zaten [Verdachte] en [Medeverdachte 1] samen in de auto.

De rechtbank leidt uit het voorgaande af dat de inbraak op enig moment in een tijdsbestek van ruim vijf uren moet hebben plaatsgevonden en dat de auto zich ergens in dat tijdsbestek nabij de woning heeft bevonden en daar langere tijd heeft stilgestaan, namelijk ruim een uur. Naar het oordeel van de rechtbank kunnen deze gegevens over de auto en de inzittende(n), niet zonder meer leiden tot de conclusie dat [Verdachte] en/of [Medeverdachte 1] betrokkenheid hebben gehad bij de inbraak.

De officieren van justitie hebben bepleit dat feit 4 wettig en overtuigend kan worden bewezen door gebruik te maken van schakelbewijs. Dat wil zeggen dat de bewezenverklaring van feit 5, in welke zaak sprake is van een handelwijze die zozeer overeenkomt met de handelwijze van feit 4, steunbewijs kan opleveren voor een bewezenverklaring van feit 4. De rechtbank volgt de officieren van justitie daarin echter niet. Enerzijds omdat niet vast staat dat [Verdachte] en [Medeverdachte 1] betrokken zijn bij feit 4 en de rechtbank bij [Medeverdachte 1] tot een vrijspraak komt van feit 5 en anderzijds omdat met betrekking tot de feiten 4 en 5 geen sprake is van een specifieke handelwijze die op essentiële punten overeenkomt.

Al het voorgaande in aanmerking nemende, concludeert de rechtbank dat [Verdachte] en

[Medeverdachte 1] moeten worden vrijgesproken van betrokkenheid bij de inbraak in de woning aan [Adres 15] in Reeuwijk.

3.6

Feit 6 (zaaksdossier 6)

Het openbaar ministerie verdenkt [Verdachte] en [Medeverdachte 1] van deze inbraak.

Bewijsmiddelen

Op 24 oktober 2017 heeft [Slachtoffer 7] (geboren in 1932) aangifte gedaan van diefstal in haar woning aan de [Adres 16] in Nuenen, gepleegd tussen 23 oktober 2017 om 22:30 uur en 24 oktober 2017 om 1:45 uur. Aangeefster heeft verklaard dat rechts naast haar voordeur een sleutelkastje hangt, waarin een sleutel van de voordeur aanwezig was. Omdat zij niet meer kan staan of lopen, slaapt zij al enige jaren in de woonkamer. Op 23 oktober 2017 omstreeks 22:30 uur ging aangeefster naar bed. De voordeur was op dat moment op slot en er stonden twee dozen voor de voordeur zodat aangeefster weet of iemand in de woning is geweest. Op 24 oktober 2017 omstreeks 1:45 uur werd zij wakker en zag dat haar horloge op de grond lag terwijl deze toen zij ging slapen nog naast haar bed op tafel lag. Ook zag aangeefster dat de dozen die voor de voordeur stonden nu midden in de gang stonden en dat de voordeur open stond. Bij de inbraak was de handtas met daarin haar portemonnee van aangeefster weggenomen. Aangeefster heeft van de politie gehoord dat het sleutelkastje verbroken was en dat de huissleutel uit dit kastje in de voortuin is teruggevonden. Op de eerste etage van de woning stonden verschillende laden en kasten open.39 Op 11 november 2017 verklaarde aangeefster dat zij behalve haar handtas ook nog een horloge (damesmodel met erg platte wijzerplaat) en drie trouwringen mist.40 Tijdens sporenonderzoek in de woning van aangeefster is vastgesteld dat het sleutelkastje, dat rechts naast de voordeur hing, braakschade had. Met de sleutel uit het kastje was toegang tot de woning verkregen.41

Van de bewoonster van de woning aan de [Adres 17] in Nuenen, gelegen tegenover de woning van aangeefster, zijn camerabeelden van een bewakingscamera verkregen. Aan de voorzijde van het pand heeft de bewakingscamera op 24 oktober 2017 omstreeks 00:26 uur een opname gemaakt. De camera werkt op een bewegingssensor. Op de opgenomen beelden is te zien dat op 24 oktober 2017 omstreeks 00:26 uur een persoon door/langs de voortuin van [Adres 16] loopt.42 Nadien is vastgesteld dat het camerasysteem 4 minuten achterloopt op de daadwerkelijke tijd.43

Op 23 oktober 2017 vanaf 14:45 uur tot 19:50 uur stond de door [Verdachte] gehuurde auto met het kenteken [Kenteken 2] stil op de [Adres 10] te Gouda, te weten nabij de woning van [Verdachte] . Uit de zendmastgegevens van het telefoonnummer van [Verdachte] (eindigend op [Telefoonnummer 1] ) en van het telefoonnummer van [Medeverdachte 1] (eindigend op [Telefoonnummer 5] ) is gebleken dat op

23 oktober 2017 om 19:33 uur en om 19:43 uur telkens van het nummer [Telefoonnummer 5] (in gebruik bij [Medeverdachte 1] ) een uitgaand gesprek heeft plaatsgevonden naar het nummer [Telefoonnummer 1] (in gebruik bij [Verdachte] ). Daarbij werden zendmasten in Gouda aangestraald.

Vervolgens heeft de auto om 20:22 uur stilgestaan bij het tankstation [Tankstation] , de rechtbank begrijpt: te Harmelen, langs de rijksweg A12, en heeft de auto daarna vanaf 22:16 uur stilgestaan aan de [Adres 18] in Eindhoven.

Uit de zendmastgegevens is gebleken dat om 22:37 uur het nummer [Telefoonnummer 5] (in gebruik bij

[Medeverdachte 1] ) werd gebeld door het nummer [Telefoonnummer 1] (in gebruik bij [Verdachte] ), waarbij door het nummer [Telefoonnummer 5] (in gebruik bij [Medeverdachte 1] ) de zendmast aan de Jan van Hooffstraat 8 in Eindhoven werd aangestraald en door het nummer [Telefoonnummer 1] (in gebruik bij [Verdachte] ) de zendmast aan de [Adres zendmast] in Eindhoven.44

Om 23:14 uur reed de auto, zo blijkt uit peilbakengegevens, over de A270 bij Nuenen de bebouwde kom van Nuenen in. Daar heeft de auto van 23 oktober 2017 om 23:16 uur tot

24 oktober 2017 om 1:05 uur stilgestaan op de [Adres 17] . Uit de zendmastgegevens van het telefoonnummer [Telefoonnummer 1] (in gebruik bij [Verdachte] ) is gebleken dat de telefoon op 24 oktober 2017 om 00:32 uur een sms-bericht ontving waarbij een zendmast aan [Adres zendmast] in Nuenen werd aangestraald. De afstand tussen [Adres 16] en [Adres zendmast] is 1 kilometer.

Om 1:05 uur is de auto weer vertrokken uit Nuenen en is doorgereden over de A67. Van 1:23 uur tot 1:25 uur is de auto vervolgens gestopt op de parkeerplaats [Plaats] (bij [Tankstation] ) in Veldhoven. Daarna is de auto van 1:32 uur tot 2:11 uur rijdend dan wel stilstaand op diverse locaties in Hapert geweest. Uit de zendmastgegevens van het telefoonnummer [Telefoonnummer 1] (in gebruik bij [Verdachte] ) is gebleken dat om 2:11 uur een sms-bericht werd ontvangen van het telefoonnummer eindigend op [Telefoonnummer 13] (in gebruik bij [Getuige 7] , de vriendin van [Verdachte] , wonende aan de [Adres 19] in Zeist). Daarbij werd een zendmast aan de [Adres zendmast] in Hapert aangestraald.

Om 2:11 uur verliet de auto Hapert, waarna het van 2:52 uur tot 2:55 uur is gestopt bij een pomp bij het [Tankstation] in Liempde-Oost, aan de rijksweg A2. Daarna heeft de auto zich verplaatst naar Zeist, waar om 3:30 uur kort werd stilgestaan op de [Adres 19] nabij nummer [Huisnummer] . Vervolgens is de auto vertrokken om na enige omzwervingen omstreeks 6:00 uur in Gouda aan te komen. Daar is de auto om 6:05 uur gestopt op de [Adres 20] bij de woning van [Medeverdachte 1] . Ten slotte is de auto om 6:07 uur gestopt op de [Adres 10] bij de woning van [Verdachte] , waar die tot in de middag is blijven staan.45

Van het bezoek van de auto met het kenteken [Kenteken 2] aan het tankstation [Tankstation] in Harmelen om 20:22 uur op 23 oktober 2017 zijn camerabeelden veiliggesteld. Verbalisant [Verbalisant] heeft die beelden bekeken en gezien dat de auto kwam aanrijden en dat daarin drie personen zaten. De bestuurder van de auto heeft verbalisant als [Verdachte] herkend en de bijrijder heeft hij als [Naam 4] herkend. Om 20:23 uur stapten [Verdachte] en [Naam 4] in de auto waarna de auto is weggereden.46 Verbalisanten [Verbalisant]47 en [Verbalisant]48 hebben afdrukken van voornoemde camerabeelden bekeken. Zij hebben daarop beiden [Verdachte] herkend.

Conclusie

Uit het voorgaande leidt de rechtbank het volgende af.

[Verdachte] was op 23 oktober 2017 om 20:22 uur in de door hem gehuurde auto (kenteken [Kenteken 2] ) in Harmelen. Daarna bevond de auto zich omstreeks 22:16 uur in Eindhoven en vervolgens heeft de auto van 23 oktober 2017 om 23:16 uur tot 24 oktober 2017 om 1:05 uur stilgestaan op de [Adres 17] in Nuenen nabij de woning van aangeefster. Uit de zendmastgegevens blijkt dat de telefoon die in gebruik is bij [Verdachte] mee beweegt met de auto wanneer het vertrekt vanuit Gouda en via Harmelen en Eindhoven naar Nuenen rijdt. Daar komt bij dat precies in die tijdspanne omstreeks 00:30 uur de bewakingscamera van de overburen van aangeefster door middel van de bewegingssensor activiteit registreerde en beelden heeft opgenomen van een persoon die van links naar rechts voor de woning langs liep.

De rechtbank is van oordeel dat deze redengevende feiten en omstandigheden ten aanzien van [Verdachte] om een verklaring vragen. Hij heeft zich echter beroepen op het zwijgrecht. De rechtbank neemt het zwijgen van verdachte mee in haar overwegingen.

Al het voorgaande in aanmerking nemende, concludeert de rechtbank dat het [Verdachte] is geweest die naar de woning van aangeefster is gereden, daar het sleutelkastje heeft opengebroken, vervolgens met de sleutel uit dat kastje de woning heeft betreden en daar de in de tenlastelegging genoemde goederen van aangeefster heeft weggenomen.

Partiële vrijspraak medeplegen

De rechtbank is van oordeel dat het enige concrete bewijsmiddel dat zou kunnen wijzen op betrokkenheid van [Medeverdachte 1] bij de inbraak het feit is dat de telefoon die bij hem in gebruik is op 23 oktober 2017 om 22:37 uur een zendmast heeft aangestraald in Eindhoven op het moment dat de auto met [Verdachte] ook in Eindhoven was, al was dat wel op een andere plaats in Eindhoven. Dat is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende om op grond daarvan te concluderen dat het niet anders kan zijn dan dat [Medeverdachte 1] enkele uren later betrokken moet zijn geweest bij de inbraak in de woning van aangeefster. Anders dan [Verdachte] is [Medeverdachte 1] bovendien niet als inzittende van de auto herkend. Gelet hierop kan niet buiten redelijke twijfel worden vastgesteld dat [Medeverdachte 1] betrokken was bij de inbraak. De rechtbank zal [Medeverdachte 1] dan ook vrijspreken.

Dit betekent dat de rechtbank ten aanzien van [Verdachte] het plegen van de diefstal gepleegd in de voor de nachtrust bestemde tijd door middel van een valse sleutel wettig en overtuigend bewezen verklaart.

3.7

Feiten 7 en 8 (respectievelijk zaaksdossiers 7 en 8)

Het openbaar ministerie verdenkt [Verdachte] en [Medeverdachte 1] van deze feiten.

Feit 7: bewijsmiddelen

Op 27 oktober 2017 heeft aangeefster [Slachtoffer 8] aangifte gedaan van diefstal in haar woning aan de [Adres 21] in Zeist, gepleegd tussen 26 oktober 2017 om 23:30 uur en

27 oktober 2017 om 6:40 uur, waar zij met haar man en twee dochters woont. Aangeefster heeft de woning op 26 oktober 2017 omstreeks 23:30 uur in goede orde afgesloten. Op

27 oktober 2017 om 6:40 uur kwam aangeefster weer in de woonkamer. Zij zag dat er kastdeurtjes open stonden. Op dat moment dacht zij nog niet aan een inbraak. Omstreeks 8:30 uur wilde aangeefster haar laptop (een zilverkleurige Macbook Air 11) pakken die ze de avond ervoor op de tafel in de woonkamer had gelegd. Toen zag zij haar laptop niet meer liggen. De andere laptop (een zilverkleurige Macbook Air 13), die in een laptoptas achter in de woonkamer zou moeten liggen, bleek eveneens weg. Aangeefster heeft toen in de woning gekeken of er sporen van inbraak waren te vinden. Zij zag daarop twee sleutels in de gang liggen bij de voordeur. Dit waren niet de sleutels van aangeefster of van haar man. Aangeefster heeft verklaard dat haar dochter, die speciaal onderwijs volgt, normaal gesproken sleutels in haar rugzak heeft zitten. Hierop heeft ze gebeld naar de school van haar dochter, maar de sleutels bleken niet in de rugzak te zitten. Gelet hierop dacht aangeefster dat de sleutels uit de tas van haar dochter zijn gestolen en dat men zonder toestemming gebruik heeft gemaakt van die sleutels om in de woning te komen. Bij de inbraak zijn weggenomen een zilverkleurige Macbook Air 11 met laptoptas en oplader, een zilverkleurige Macbook Air 13 met laptoptas en oplader en een zilverkleurige DVD Driver. Ook mist aangeefster een zwart geldkistje, die in de kast in de woonkamer lag, waarin ongeveer € 260,-- contant lag. Daarnaast zijn drie mobiele telefoons weggenomen, te weten:

  • -

    een iPhone 4 black met simkaart (met telefoonnummer [Telefoonnummer 14] en registratienummer [IMEI-nummer 13] );

  • -

    een iPhone 4 black zonder simkaart (met registratienummer [IMEI-nummer 14] );

  • -

    een Samsung J3 Gold met simkaart (met telefoonnummer [Telefoonnummer 15] en met registratienummer [IMEI-nummer 15] ).49

Tijdens sporenonderzoek in de woning van aangeefster is geconstateerd dat rondom de woning geen sporen van braak aanwezig waren.50

Bij een doorzoeking van de woning van [Verdachte] aan de [Adres 10] in Gouda op

23 november 2017 werd in een mini melkbus aan de muur in de bij de woning behorende berging een zwarte iPhone met het IMEI-nummer [IMEI-nummer 14] aangetroffen.51

Verbalisant [Verbalisant] heeft deze iPhone uitgelezen. Zij zag dat op de kennisgeving van inbeslagname (hierna: KVI) dat de iPhone is voorzien van het IMEI-nummer [IMEI-nummer 16] . Via de toegangscode die meegekomen is met het uitlezen, heeft [Verbalisant] handmatig onderzoek gedaan in de iPhone. Zij zag dat de iPhone voorzien was van het IMEI-nummer [IMEI-nummer 13] en dat dit IMEI-nummer verschilde van het in de KVI genoemde IMEI-nummer. Uit onderzoek was gebleken dat het IMEI-nummer op de KVI ( [IMEI-nummer 16] ) afkomstig is van de simkaartingang-houder en niet origineel toebehoort aan deze iPhone. Via de daarvoor bestemde politiesystemen bleek [Verbalisant] dat het IMEI-nummer [IMEI-nummer 13] afkomstig is van de woninginbraak [Adres 21] te Zeist. Tijdens de hiervoor genoemde doorzoeking bij [Verdachte] is in eerdergenoemde melkbus nog een iPhone aangetroffen, die eveneens afkomstig bleek te zijn van de bewoners van de [Adres 21] te Zeist. [Verbalisant] zag dat het telefoonnummer [Telefoonnummer 14] voor het laatst in deze iPhone heeft gezeten en dat dit nummer overeenkomt met het opgegeven telefoonnummer van de aangever wonend aan de [Adres 21] te Zeist.52

Uit telefoongesprekken en de bijbehorende zendmastgegevens is gebleken dat de telefoon van [Verdachte] (nummer [Telefoonnummer 1] ) op de avond van 26 oktober 2017 en in de nacht van

26 en 27 oktober 2017 in Zeist was. Om 17:29 uur maakten [Verdachte] en [Medeverdachte 1] gebruik van dit nummer. Daarbij werd de zendmast aan de [Adres zendmast] in Zeist aangestraald. Om 17:41 uur werd het nummer [Telefoonnummer 1] wederom gebeld waarbij de zendmast aan de [Adres zendmast] in Zeist werd aangestraald. [Verdachte] gebruikte tijdens dit gesprek het nummer [Telefoonnummer 1] . Om 18:32 uur gebruikte [Medeverdachte 1] het nummer [Telefoonnummer 1] . In het gesprek noemde hij ook zijn voornaam. Hierbij werd de zendmast aan de [Adres zendmast] in Zeist aangestraald. Om 19:39 uur werd het nummer [Telefoonnummer 1] gebeld. In het daaropvolgend gesprek zei [Verdachte] dat hij samen was met [Bijnaam 1] . Hierbij straalde het nummer [Telefoonnummer 1] de zendmast aan de [Adres zendmast] in Zeist aan. Om 22:56 uur en om 23:11 uur maakte [Medeverdachte 1] weer gebruik van het nummer [Telefoonnummer 1] , wanneer hij telkens belde naar de gebruiker van het nummer [Telefoonnummer 16] . Daarbij werd telkens de zendmast aan de [Adres zendmast] in Zeist aangestraald. In laatstgenoemd gesprek zei [Medeverdachte 1] dat hij niet met de telefoon van zichzelf belt omdat hij die niet bij zich heeft.53

Uit de zendmastgegevens van het nummer [Telefoonnummer 5] (in gebruik bij [Medeverdachte 1] ) is gebleken dat het nummer op 27 oktober 2017 om 00:12 uur werd gebeld door het nummer [Telefoonnummer 1] (in gebruik bij [Verdachte] ). Het nummer [Telefoonnummer 5] straalde op dat moment een zendmast aan op de [Adres zendmast] in Zeist. De door [Verdachte] gehuurde auto met het kenteken [Kenteken 2] (hierna: de auto) bevond zich op dat moment op de [Adres 22] te Bosch en Duin in de gemeente Zeist. Uit de peilbakengegevens is gebleken dat de auto op 26 oktober 2017 om 23:59 uur en om 00:00 uur stil stond op de [Adres 22] in Bosch en Duin en dat de auto op die nacht om 00:22 met 80 km/u op de [Adres 22] in Bosch en Duin reed. De afstand tussen de zendmast aan de [Adres zendmast] in Zeist en de [Adres 22] in Bosch en Duin is 0,95 kilometer. De [Adres 22] valt binnen het bereik van de zendmast van de [Adres zendmast] te Zeist.

De auto reed op 27 oktober 2017 tussen 2:22 uur en 2:24 uur langzaam door de [Adres 21] in Zeist en stond vervolgens van 2:25:18 uur tot 2:28:23 stil op de [adres 88] in Zeist. De auto stond daarna van 2:32 uur tot 15.29 uur stil aan de [Adres 34] in Zeist. Uit de zendmastgegevens van het nummer [Telefoonnummer 1] (in gebruik bij [Verdachte] ) is gebleken dat op 27 oktober 2017 om 6:48 uur werd gebeld naar het autoverhuurbedrijf waarvan de auto door [Verdachte] is gehuurd, waarbij de zendmast aan de [Adres zendmast] in Zeist werd aangestraald.54

Feit 7: conclusie

Uit het voorgaande leidt de rechtbank het volgende af.

[Verdachte] was op 23 november 2017 in het bezit van twee bij de inbraak weggenomen telefoons. Zijn telefoon (nummer [Telefoonnummer 1] ) bevond zich op de avond van 26 oktober 2017 en in de nacht van 26 en 27 oktober 2017 in en nabij Zeist. Bovendien bevond de door [Verdachte] gehuurde auto zich op 27 oktober 2017 in Zeist. Die auto reed op 27 oktober 2017 omstreeks 2.30 uur namelijk eerst langzaam door de [Adres 21] in Zeist en stond vervolgens op korte afstand van de woning van aangeefster een aantal minuten stil.

De rechtbank is van oordeel dat deze redengevende feiten en omstandigheden ten aanzien van [Verdachte] om een verklaring vragen. Hij heeft zich echter beroepen op het zwijgrecht. De rechtbank neemt het zwijgen van de verdachte mee in haar overwegingen.

De rechtbank komt tot de conclusie dat [Verdachte] naar de woning van aangeefster is gegaan en daar de in de tenlastelegging opgenomen goederen heeft weggenomen. Uit onderzoek van de politie is gebleken dat geen braakschade is geconstateerd in/aan de woning van aangeefster. Aangeefster heeft geconstateerd dat er sleutels in de woning lagen die niet van haar man of van haar zelf waren. Onder die omstandigheden, en nu het dossier geen aanwijzingen bevat voor het tegendeel, is het naar het oordeel van de rechtbank [Verdachte] geweest die de woning heeft betreden met een niet aan hem toebehorende sleutel van die woning.

Partiele vrijspraak medeplegen

Uit de bewijsmiddelen blijkt weliswaar dat de telefoon van [Medeverdachte 1] in Zeist was en dat die telefoon in de nacht van 27 oktober 2017 om 2:04 uur een zendmast heeft aangestraald aan de rijksweg A12 in Bunnik, terwijl de auto daar op dat moment ook was, maar het dossier bevat verder onvoldoende concrete aanknopingspunten voor de vaststelling van strafbare betrokkenheid van hem bij de inbraak in de woning aan de [Adres 21] in Zeist. [Medeverdachte 1] zal derhalve van betrokkenheid bij die inbraak worden vrijgesproken.

Nu de rechtbank ook overigens niet is gebleken van aanwijzingen dat de inbraak door meer personen is gepleegd, zal de rechtbank [Verdachte] vrijspreken van het tenlastegelegde medeplegen.

Dit betekent dat de rechtbank ten aanzien van [Verdachte] de diefstal, gepleegd in de voor de nachtrust bestemde tijd, door middel van een valse sleutel wettig en overtuigend bewezen verklaart.

Vrijspraak van feit 8

Met de officieren van justitie en de raadsman is de rechtbank van oordeel dat het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bevat op grond waarvan kan worden geconcludeerd dat [Verdachte] en [Medeverdachte 1] zich schuldig hebben gemaakt aan de onder 8 ten laste gelegde woninginbraak. Zij zullen daarvan dan ook worden vrijgesproken.

3.8

Feit 9 (zaaksdossier 9)

Het openbaar ministerie verdenkt [Verdachte] van deze inbraak.

Bewijsmiddelen

Op 31 oktober 2017 heeft aangeefster [Slachtoffer 9] aangifte gedaan van diefstal in haar woning aan de [Adres 23] in Emmeloord, gepleegd tussen 26 oktober 2017 om 15:00 uur en 28 oktober 2017 om 13:42 uur. Daarbij zijn een Samsung telefoon, Apple iPad en een Apple Pro laptop weggenomen.55 Tijdens sporenonderzoek in de woning op het adres [Adres 23] in Emmeloord is geconstateerd dat de dader(s) in de achtertuin op de uitbouw moet(en) zijn geklommen en zo naar de rechterzijkant van de woning moet(en) zijn gelopen. Daar heeft men vervolgens een op een ventilatiestand geopend uitzetraam van een slaapkamer geforceerd door met een breekvoorwerp te wrikken in de sluitnaad. Nadat men het uitzetraam had geopend was men naar binnen geklommen.56

Bij de doorzoeking op 23 november 2017 in de woning van [Verdachte] werd in één van de slaapkamers, in een wasmand, een groen afgesloten geldkistje aangetroffen. In dat geldkistje werd een goudkleurige ring, met de inscriptie ‘ [naam] ’, aangetroffen. Ook bevonden zich in dit geldkistje het rijbewijs en Marokkaans identiteitsbewijs van [Verdachte] . Op 20 maart 2018 werd in de uitzending van Opsporing Verzocht genoemde ring getoond. Op 21 maart 2018 werd door aangeefster gereageerd. Tijdens een telefonisch verklaarde zij dat zij haar ring herkende als haar trouwring. De ring is weggenomen uit een sieradenkistje dat op een kast in haar slaapkamer stond.57

De door [Verdachte] gehuurde auto met het kenteken [Kenteken 2] stond op 28 oktober 2017 van 1:39 uur tot 1:43 uur stil bij [Tankstation] aan de rijksweg A1 in Amersfoort. Later die nacht om 4:17 uur reed de auto op de Provinciale weg N351 de bebouwde kom van Emmeloord binnen. Van 4:18 uur tot 5:45 uur heeft de auto daar stilgestaan op de [Adres 24] , op een afstand van 80 meter van de woning van aangeefster. Vervolgens is de auto omstreeks 5:50 uur teruggereden in de richting van Gouda. Onderweg heeft de auto tussen 6:00 uur en 6:03 uur stilgestaan bij het [Tankstation] in Nagele, aan de rijksweg A6. Ten slotte is de auto om 7:27 uur aangekomen op de [Adres 10] (nabij de woning van [Verdachte] ).58

Uit telefoongesprekken en de zendmastgegevens van het nummer [Telefoonnummer 1] (in gebruik bij [Verdachte] ) is gebleken dat die telefoon op 27 oktober 2017 om 23:02 uur belde naar het nummer [Telefoonnummer 17] , waarbij een zendmast aan de [Adres zendmast] in Gouda werd aangestraald.59

De camerabeelden van [Tankstation] in Amersfoort van 28 oktober 2017 zijn opgevraagd en bekeken. Verbalisant [Verbalisant] heeft daarop gezien dat om 1.39 uur een grijze [Auto] (kenteken [Kenteken 2] ) kwam aanrijden. Hij zag dat drie personen in de auto zaten. De bestuurder die uitstapte heeft verbalisant als [Verdachte] herkend. De bijrijder die uitstapte heeft verbalisant als [Medeverdachte 5] herkend. De derde persoon bleef in de auto zitten.60 Verbalisant [Verbalisant]61 heeft op afdrukken van voornoemde camerabeelden [Verdachte] en [Medeverdachte 5] herkend en verbalisanten [Verbalisant]62, [Verbalisant]63 en [Verbalisant]64 hebben op die afdrukken [Verdachte] herkend.

De camerabeelden van het [Tankstation] in Nagele van 28 oktober 2017 zijn door de politie opgevraagd en bekeken. Verbalisant [Verbalisant] heeft daarop gezien dat om 6:06 uur een grijze [Auto] (kenteken [Kenteken 2] ) kwam aanrijden. Hij zag dat drie personen in de auto zaten. De bestuurder die uitstapte, heeft verbalisant als de hem ambtshalve bekende [Verdachte] herkend. De andere personen bleven in de auto zitten.65

Verbalisant [Verbalisant] heeft afdrukken van voornoemde beelden bekeken en heeft daarop de bestuurder als [Verdachte] herkend.66

Uit een telefoongesprek tussen nummer [Telefoonnummer 1] (in gebruik bij [Verdachte] ) en het nummer [Telefoonnummer 18] (in gebruik bij [Verbalisant] ), gevoerd op 1 november 2017, blijkt dat (onder meer) het volgende werd gezegd:

[Telefoonnummer 18] : Hoe zit het met die spullen, is daar nog wat van gekomen of?

[Telefoonnummer 1] ( [Verdachte] ): Vervloek de Satan, welke spullen.

[Telefoonnummer 18] : Ik weet niet, die telefoon en zo.

[Telefoonnummer 1] ( [Verdachte] ): Psss (sissend geluid)

[Telefoonnummer 18] : Was niks?

[Telefoonnummer 1] ( [Verdachte] ): Nee, niets, niets.

[Telefoonnummer 18] :..ntv ..failliet, ik zweer het je.

[Telefoonnummer 1] ( [Verdachte] ): (lacht) Gaouto mattie (lacht).

[Telefoonnummer 18] : Eh?

[Telefoonnummer 1] ( [Verdachte] ): (lacht) fucking Gouto (lacht).

[Telefoonnummer 18] : Nou vriend niets.

[Telefoonnummer 1] ( [Verdachte] ): kilo.67

Conclusie

Uit het voorgaande leidt de rechtbank het volgende af.

[Verdachte] was op 23 november 2017 in het bezit van de ring van aangeefster die bij de inbraak in haar woning is weggenomen. De door [Verdachte] gehuurde auto stond van 4:18 tot 5:45 uur stil op slechts 80 meter afstand van de woning van aangeefster. [Verdachte] is om 6:06 uur, kort nadat de auto stilstond bij de woning van aangeefster, herkend als bestuurder van die auto. Eerder die nacht om 1:39 uur is [Verdachte] ook herkend als bestuurder van de auto. Zowel om 1:39 uur als om 6:06 uur is [Verdachte] samen met nog twee personen (waaronder [Medeverdachte 5] ) in de auto gezien.

De rechtbank is van oordeel dat deze redengevende feiten en omstandigheden ten aanzien van [Verdachte] om een verklaring vragen. Hij heeft zich echter beroepen op het zwijgrecht, ook voor wat betreft een eventuele taakverdeling bij de inbraak. De rechtbank neemt het zwijgen van de verdachte mee in haar overwegingen.

Nu ook het afgeluisterde gesprek tussen [Verdachte] en [Medeverdachte 5] niet anders kan worden uitgelegd dan dat [Medeverdachte 5] kort na de gepleegde inbraak bij [Verdachte] heeft geïnformeerd naar de buit van de door hen gepleegd inbraak, concludeert de rechtbank dat [Verdachte] samen met [Medeverdachte 5] en een derde naar de woning van aangeefster is gereden, daar een raam heeft opengebroken, de woning heeft betreden en vervolgens de in de tenlastelegging genoemde voorwerpen heeft weggenomen.

Dit betekent dat de rechtbank het medeplegen van diefstal, gepleegd in de voor de nachtrust bestemde tijd, door middel van braak en inklimming wettig en overtuigend bewezen verklaart.

3.9

Feiten 10 en 11 (respectievelijk zaaksdossiers 10 en 11)

Het openbaar ministerie verdenkt [Verdachte] en [Medeverdachte 2] van deze feiten.

Bewijsmiddelen

Op 1 november 2017 heeft aangeefster [Slachtoffer 10] (geboren in 1923) aangifte gedaan van inbraak in haar woning aan [Adres 25] in Drachten gepleegd tussen 31 oktober 2017 om 23:30 uur en 1 november 2017 om 5:30 uur. Aangeefster was op 31 oktober 2017 om 23.30 uur naar bed gegaan en had alle ramen en deuren op slot gedaan. Omstreeks 5:30 uur werd aangeefster wakker en zag dat een groen juwelenkistje naast haar bed stond. Dit kistje is normaal gesproken in de kaptafel naast haar bed opgeborgen. Aangeefster had meteen in de gaten dat iemand binnen was geweest. Daarop is zij in de woning gaan kijken. In de achterste kamer zag zij dat het raam openstond. Ook zag ze dat de geldkluis was geopend. Uit de woning zijn weggenomen een aantal ringen, twee kettingen, een armband, oorbellen, een broche, een horloge en een gouden tientje.68 Aangeefster had naast de voordeur van haar woning een sleutelkastje maar die sleutel is niet gebruikt of meegenomen. Wel zijn andere sleutels weggenomen.69 Bij sporenonderzoek werd geconstateerd dat op het inklimraam aan de buitenzijde duidelijke moeten zichtbaar waren. Dit inklimraam geeft toegang tot een werkkamer, waar meerdere kasten waren doorzocht. Ook alle andere aan de hal gelegen vertrekken in de woning waren doorzocht.70

Op 1 november 2017 heeft aangeefster [Slachtoffer 11] aangifte gedaan van een poging tot inbraak in haar woning met een naaiatelier gelegen aan de [Adres 26] te Drachten, gepleegd tussen 31 oktober 2017 om 22:30 uur en 1 november 2017 om 8:30 uur. Op 1 november 2017 omstreeks 22:30 uur was aangeefster voor het laatst in het naaiatelier. Daar was alles toen nog normaal. De volgende morgen omstreeks 8:30 uur zag zij dat het raam van het atelier open stond en was opengebroken, dat in het atelier spullen waren verzet, dat een aantal bakjes uit de kast waren gehaald en op de tafel waren gezet en dat in de garage een aantal laatjes van een kastje openstonden. Uit de woning zijn geen goederen weggenomen.71 Uit sporenonderzoek is gebleken dat aan de buitenzijde op (de dorpel van) het raam van het naaiatelier werktuigsporen, een schoenspoor en een handschoenspoor zichtbaar waren.72

Op 30 oktober 2017 om 23:44 uur werd [Verdachte] – zijn stem is herkend – op telefoonnummer [Telefoonnummer 1] gebeld. Hij sprak onder andere met een man die zich [Bijnaam 5] noemde. Zijn telefoonnummer [Telefoonnummer 1] straalde daarbij zendmastlocatie Ringweg N Dwarsvaart te Drachten aan. Het volgende werd gezegd:

[Verdachte] : lk ben in nu een bos aan het verstoppen voor de Ebeach (fon: politie), ik zweer het je.

[Bijnaam 5] : Politie.73

Op 30 oktober 2017 om 23:46 uur voerde [Verdachte] – zijn stem is herkend – met telefoonnummer [Telefoonnummer 1] eveneens via zendmastlocatie Ringweg N Dwarsvaart te Drachten een telefoongesprek met een onbekende man (NNM). Tijdens dit telefoongesprek werd het volgende gezegd:

[Verdachte] : Waar ben jij vriend, de politie is al lang al weg man.

NNM: De motoragent is actief.

[Verdachte] : Nee, ik zweer je van niet. Wij zijn precies op die grote weg, zitten er naar te kijken vriend.

NNM: Waar zijn jullie dan?

[Verdachte] : Ga, hoe jij de hek over gesprongen om in de tuin te komen.

NNM: Ja.

[Verdachte] : Die terug, en dan zeg maar die padje uitlopen. Wij zijn precies daar.

NNM: Welke brug, Moet je die grote weg oversteken?

[Verdachte] : Daar zijn wij, wij zijn precies aan de grote weg.74

Op 31 oktober 2017 om 18:06 uur, werd [Verdachte] – zijn stem is herkend – op telefoonnummer [Telefoonnummer 1] gebeld door een onbekende man (NNM). Het volgende werd gezegd nadat [Verdachte] had gevraagd met wie hij sprak:

NNM: lk " [Bijnaam 6] ". Waar ben je?

[Verdachte] : lk ben even thuis jo.

NNM: Hoe zit het er mee, vandaag moeten we wat regelen mattie (lacht)

[Verdachte] : (lacht).

NNM: (lacht) wat ze ons gisteren geflikt hebben mattie, ik zweer het je dat heeft ze vandaag verrot/verkloot (vandaag hebben ze het slecht).75

Op 31 oktober 2017 om 23:45 uur belde [Verdachte] (telefoonnummer [Telefoonnummer 1] , locatie [Adres zendmast] te Gouda) met [Medeverdachte 2] – zijn stem is herkend – op telefoonnummer [Telefoonnummer 11] . Uit dit telefoongesprek is op te maken dat [Medeverdachte 2] thuis was, dat [Verdachte] , die zichzelf [Bijnaam 2] noemde, aan de achterkant van het huis van [Medeverdachte 2] stond en aan [Medeverdachte 2] vroeg om naar buiten te komen, waarop [Medeverdachte 2] antwoordde dat dat goed was.76 Uit de peilbakengegevens van de op dat moment door [Verdachte] gehuurde auto met kenteken

[Kenteken 2] is gebleken dat die auto zich op 31 oktober 2017 om 23:43 uur bevond op de [Adres 10] te Gouda, dat de auto zich om 23:46 uur verplaatste in de richting van de wijk [Adres 27] en dat de auto om 23:49 uur op de [Adres 2] te Gouda reed, achter de [Adres 3] waar [Medeverdachte 2] op dat moment woonde. Hieruit kan worden afgeleid dat [Verdachte] [Medeverdachte 2] op 31 oktober 2017 rond om 23:45 uur thuis ophaalde.77 Uit bakengegevens is vervolgens gebleken dat de door [Verdachte] gehuurde auto met kenteken [Kenteken 2] in de nacht van 31 oktober 2017 op 1 november 2017 rond middernacht uit Gouda vertrok78 en op 1 november 2017 om 00:19 uur stopte bij het [Tankstation] langs de A12 te Reeuwijk.79 Verbalisant [Verbalisant] heeft opgevraagde camerabeelden uitgekeken van dat tankstation op 1 november 2017 van 00:19 uur tot en met 00:23 uur. Hij heeft daarop [Verdachte] als bestuurder en [Medeverdachte 2] als bijrijder van de auto herkend.80 Ook de verbalisanten [Verbalisant]81, [Verbalisant]82 en [Verbalisant]83 hebben [Verdachte] op deze beelden herkend.

Uit gegevens uit telefoontaps is gebleken dat telefoonnummer [Telefoonnummer 1] , in gebruik bij [Verdachte] , omstreeks 00.32 uur een sms-bericht ontving en daarbij gebruik maakte van een zendmast in Woerden. Uit analyse van de bakengegevens is gebleken dat de auto op dat moment op de A12 ter hoogte van Woerden reed. Uit de bakengegevens is gebleken dat de auto omstreeks 2:00 uur aankwam in Drachten en daar enige tijd rondreed. Vervolgens stond de auto tussen 2:13 tot 4:08 stil op de [Adres 28] te Drachten. In die omgeving hebben die nacht geen maar de nacht daarop wel inbraken plaatsgevonden. Tussen 4:11 en 5:08 uur stond de auto stil op de [Adres 29] te Drachten. Dit is in de nabijheid van [Adres 25] en [Adres 26] . Vanuit Drachten reed de auto terug naar Gouda.84

Uit bakengegevens is gebleken dat de auto met kenteken [Kenteken 2] op 1 november 2017 om 5:41 uur stopte ter hoogte van het [Tankstation] te Nagele.85 Verbalisant [Verbalisant] heeft opgevraagde camerabeelden uitgekeken van dat tankstation op

1 november 2017 van 5:46 uur tot en met 6:02 uur en heeft daarop [Verdachte] en [Medeverdachte 2] herkend.86 Ook de verbalisanten [Verbalisant]87, [Verbalisant]88, [Verbalisant]89 en [Verbalisant]90 hebben [Verdachte] en [Medeverdachte 2] op deze beelden herkend.

Uit analyse van de bakengegevens is gebleken dat de auto op 1 november 2017 tussen 6:40 uur tot 6:56 uur stopte ter hoogte van het [Tankstation] te Groenekan.91 Op camerabeelden van [Tankstation] op 1 november 2017 van 6:40 uur tot 6:56 uur heeft verbalisant [Verbalisant] [Verdachte] en [Medeverdachte 2] herkend.92 Ook de verbalisanten [Verbalisant]93, [Verbalisant]94, [Verbalisant]95 en [Verbalisant]96 hebben [Verdachte] en [Medeverdachte 2] op deze beelden herkend.

De auto met kenteken [Kenteken 2] stopte om 7:30 uur op de [Adres 10] . Dat is in de nabijheid van de woning van [Verdachte] . Omstreeks 8:01 uur maakte telefoonnummer [Telefoonnummer 1] , in gebruik bij [Verdachte] , gebruik van de zendmast [Adres zendmast] te Gouda, niet ver van zijn woning.97

Conclusie

Op grond van de bewijsmiddelen staat vast dat [Verdachte] en [Medeverdachte 2] in de nacht van

31 oktober 2017 op 1 november 2017 in een gehuurde auto van Gouda naar Drachten zijn gereden, op 1 november 2017 van 2 tot 5 uur ’s nachts in Drachten zijn geweest en vervolgens weer zijn teruggereden naar Gouda. Zij waren dus in de nacht gedurende 3 uur op grote afstand van hun woonplaats met een gehuurde auto. In die nacht is in Drachten een woninginbraak gepleegd en is voorts een poging gedaan om in te breken in een woning met naaiatelier.

Op 30 oktober 2017 tegen middernacht, dus de nacht vóór die van de zojuist genoemde inbraak en een poging daartoe, was [Verdachte] ook in Drachten en heeft hij daar vandaan twee telefoongesprekken gevoerd waaruit blijkt dat hij en een vriend zich op dat moment voor de politie hadden verstopt. Uit hun telefoongesprek van 31 oktober 2017 om 18:06 uur maakt de rechtbank op dat de politie toen de plannen van [Verdachte] en een ander heeft verstoord, maar dat dit “vandaag” niet nog eens zal gebeuren.

[Verdachte] en [Medeverdachte 2] hebben geen redelijke, verifieerbare en de redengevendheid ontzenuwende verklaring heeft gegeven voor deze voor hen belastende feiten en omstandigheden. De rechtbank betrekt het ontbreken van enige verklaring bij de bewijsvoering.

De rechtbank acht op grond van dit alles beide feiten bewezen en gaat ervan uit, nu zij de hele nacht samen zijn geweest en bij gebreke van aanwijzingen in een andere richting, dat [Verdachte] en [Medeverdachte 2] daarbij zo nauw en bewust hebben samengewerkt dat sprake is van het in vereniging plegen.

3.10

Feiten 12 en 13 (respectievelijk zaaksdossiers 12 en 13)

Het openbaar ministerie verdenkt [Verdachte] en [Medeverdachte 2] van deze feiten.

Bewijsmiddelen

Op 2 november 2017 heeft aangeefster [Slachtoffer 12] (geboren in 1924) aangifte gedaan van een inbraak in haar woning gelegen aan [Adres 28] te Drachten gepleegd tussen 1 november 2017 om 23:30 uur toen zij naar bed ging, en 2 november 2017 om 00:30 uur toen zij wakker werd om naar de WC te gaan en de deuren van haar kleedkast open zag staan. Het gaat om een bejaardenwoning die deel uitmaakt van een blok met 20 bejaardenwoningen. ’s Morgens om 10 uur zag zij dat er goederen op de grond lagen en dat alle kastjes openstonden, waaronder ook de lades van het nachtkastje naast het bed waar aangeefster had liggen slapen. Haar sleutelkastje was opengebroken en de sleutel was weg. Er was geen braakschade. Uit de woning zijn weggenomen een zorgpas (Promovendum), een identiteitskaart op naam van aangeefster, een bankpas (ING), een rode portemonnee met € 50,--, een zwarte portemonnee met € 50,--, nog een zwarte portemonnee en een briefje van € 50,--.98

Op 2 november 2017 heeft aangever [Slachtoffer 13] , mede namens zijn vrouw

[Slachtoffer 14] , aangifte gedaan van een inbraak in zijn woning, gelegen aan de [Adres 30] te Drachten gepleegd tussen 1 november 2017 om 23:30 uur, toen zij naar bed gingen, en 2 november om 2:50 uur, toen [Slachtoffer 14] naar de WC ging en zag dat de houder van de shag lag opengeslagen. Ook deze woning maakt deel uit van een blok met 20 bejaardenwoningen. ’s Morgens om 11:15 uur bij het opstaan zagen zij zich dat er was ingebroken. Er lagen spullen op de grond in de woonkamer. Hun sleutelkastje was opengebroken en de sleutel stak aan de buitenkant van de voordeur in het slot. Er was geen braakschade. Uit de woning is geld weggenomen, namelijk een witte envelop met € 450,-- en een ijzeren pot met € 800,--.99

Uit historische telecomgegevens bleek dat op 1 november 2017 om 14:52 uur contact was tussen de telefoonnummers [Telefoonnummer 11] in gebruik bij [Medeverdachte 2] en [Telefoonnummer 1] in gebruik bij [Verdachte] , waarbij gebruik werd gemaakt van de zendmast [Adres zendmast] te Gouda. Het nummer [Telefoonnummer 11] had vervolgens op 1 november 2017 om 21:41 uur contact met een ander nummer, waarbij gebruik werd gemaakt van de zendmast [Adres zendmast] te Reeuwijk. Uit bakengegevens is gebleken dat de auto met kenteken [Kenteken 2] op 1 november 2017 te 21:41 uur werd geregistreerd op de [Adres 31] te Reeuwijk.100

Uit bakengegevens is gebleken dat die auto op 1 november 2017 om 22:07 uur vertrok vanaf de [Adres 10] in Gouda (woning [Verdachte] ).Vlak voor vertrek waren er enkele contacten over en weer tussen de telefoonnummers [Telefoonnummer 1] in gebruik bij [Verdachte] en [Telefoonnummer 19] in gebruik bij [Naam 4] waarbij de telefoon met nummer [Telefoonnummer 1] nabij de [Adres zendmast] in Gouda was.101

Uit bakengegevens is voorts gebleken dat de auto op 1 november 2017 tussen 22:28 uur en 22:33 uur stopte ter hoogte van het [Tankstation] te Harmelen.102 Verbalisant [Verbalisant] heeft camerabeelden uitgekeken van dat tankstation op 1 november 2017 van 22:29 uur tot 22:32 uur. Hij heeft daarop de grijze [Auto] met kenteken [Kenteken 2] gezien. Hij heeft verder gezien dat [Verdachte] tankte en instapte aan de bijrijderszijde en dat [Medeverdachte 2] instapte aan de bestuurderszijde.103 Ook de verbalisanten [Verbalisant]104, [Verbalisant]105 en [Verbalisant]106 hebben [Verdachte] op deze beelden herkend. De auto stopte op woensdag 1 november 2017 tussen 23:37 uur en 23:50 uur ter hoogte van het [Tankstation] te Rutten.107

Verbalisant [Verbalisant] heeft opgevraagde camerabeelden uitgekeken van dat tankstation op 1 november 2017 van 23:30 uur tot 23:47 uur. Hij heeft daarop de grijze [Auto] met kenteken [Kenteken 2] gezien. Hij heeft verder gezien dat [Verdachte] uitstapte en de shop in liep, dat [Medeverdachte 2] , de bestuurder, ook de shop in liep en dat zij beiden de shop uit liepen.108 Ook de verbalisanten [Verbalisant]109, [Verbalisant]110, [Verbalisant]111 en [Verbalisant]112 hebben [Verdachte] en [Medeverdachte 2] op deze beelden herkend. Uit een tapgesprek van 23:42 uur is op te maken dat [Verdachte] – zijn stem is herkend – gebruik maakte van telefoonnummer [Telefoonnummer 1] .113 Deze telefoon straalde op dat moment een zendmast aan in Bant. Dat is volgens Google Maps een dorp in de nabijheid van [Tankstation] te Rutten.

De auto met kenteken [Kenteken 2] reed vervolgens Drachten binnen en stond daar tussen 00:21 en 1:12 uur stil aan de [Adres 28] , ter hoogte van nummer [Huisnummer] . Tussen 1:12 uur en 2:54 uur verplaatste de auto zich over meerdere locaties in Drachten. Uit de historische verkeersgegevens is gebleken dat telefoonnummer [Telefoonnummer 1] , in gebruik bij [Verdachte] , omstreeks 2:51 uur gebruik maakte van de zendmast aan de

[Adres zendmast] te Drachten. De auto reed op dat moment ook in Drachten op de [Adres 32] . Om 3:51 uur had telefoonnummer [Telefoonnummer 1] , in gebruik bij [Verdachte] , een internetcontact, waarbij de zendmast langs de A7 ter hoogte van [Plaats] werd gebruikt ( [Tankstation] ).114 De auto reed toen ter hoogte van [Plaats] .115 Vervolgens stond de auto tussen 4:01 uur tot en met 4:56 uur opnieuw stil aan de [Adres 28] te Drachten.116

Uit analyse van de bakengegevens is gebleken dat de auto op 2 november 2017 tussen 5:55 uur en 6:15 uur stopte ter hoogte van het [Tankstation] te Eemnes.117 Verbalisant [Verbalisant] heeft camerabeelden uitgekeken van dat tankstation van

2 november 2017, tussen 6:06 uur en 6:21 uur. Hij heeft daarop gezien dat [Medeverdachte 2] en [Verdachte] binnenkwamen en de shop verlieten.118 Ook de verbalisanten [Verbalisant]119, [Verbalisant]120 en [Verbalisant]121 hebben [Verdachte] en [Medeverdachte 2] op deze beelden herkend. Vervolgens was de auto omstreeks 6:50 uur weer in Gouda en stopte die om 7:00 uur op de [Adres 10] te Gouda (woning [Verdachte] ). Vrijwel meteen daarna belde telefoonnummer [Telefoonnummer 1] , in gebruik bij [Verdachte] , naar nummer [Telefoonnummer 4] , in gebruik bij de vriendin van [Verdachte] , over de zendmast [Adres zendmast] , niet ver van zijn woning te Gouda.

Conclusie

Uit de opgesomde bewijsmiddelen trekt de rechtbank de conclusie dat [Verdachte] en [Medeverdachte 2] in de nacht van 1 op 2 november 2017 van Gouda naar Drachten zijn gereden met de door [Verdachte] gehuurde auto. Die auto stond op 2 november 2017 tussen 00:21 en 1:12 uur stil aan de [Adres 28] te Drachten, de laan met de woningen van aangevers [Slachtoffer 12] , [Slachtoffer 13] en [Slachtoffer 14] . Bij aangeefster [Slachtoffer 12] is ingebroken tussen

1 november 2017 om 23:30 uur en 2 november 2017 om 00:30 uur. Bij aangever [Slachtoffer 13] en zijn vrouw [Slachtoffer 14] is ingebroken tussen 1 november 2017 om 23:30 uur en

2 november om 2:50 uur. De inbraken vonden dus plaats op tijdstippen dat de auto die [Verdachte] en [Medeverdachte 2] die nacht gebruikten in de omgeving was van de woningen waarin is ingebroken.

[Verdachte] en [Medeverdachte 2] hebben geen redelijke, verifieerbare en de redengevendheid ontzenuwende verklaring gegeven voor hun nachtelijke aanwezigheid in Drachten, ver van hun woonplaats, met een gehuurde auto. De rechtbank betrekt dat bij de bewijsvoering.

De rechtbank acht op grond van dit alles beide feiten bewezen en gaat ervan uit dat [Verdachte] en [Medeverdachte 2] daarbij zo nauw en bewust hebben samengewerkt dat sprake is van het in vereniging plegen. Zij zijn immers de hele nacht samen geweest en aanwijzingen in een andere richting ontbreken.

3.11

Feit 14 (zaaksdossier 14)

Het openbaar ministerie verdenkt [Verdachte] , [Medeverdachte 1] en [Medeverdachte 2] van deze inbraak.

Vrijspraak

Op 3 november 2017 heeft [Slachtoffer 15] namens de [Instelling] aangifte gedaan van een inbraak in het kantoor van de [Instelling] , gelegen aan de [Adres 33] te Deelen gepleegd tussen 2 november 2017 om 23:30 uur en 3 november 2017 om 6:50 uur. Het kantoor was doorzocht en uit de brievenbussen zijn diverse geldbedragen, in totaal ruim € 2.700,--, en 2 mobiele telefoons weggenomen.

Uit onderzoek naar historische adresgegevens is gebleken dat verdachte [Medeverdachte 1] van

14 maart 2012 tot en met 12 september 2012 ingeschreven heeft gestaan bij de jeugdinstelling, gevestigd aan de [Adres 33] te Deelen.

Uit onderzoek van bakengegevens van de auto met kenteken [Kenteken 2] is gebleken dat de auto op 2 november 2017 te 21:33 uur via Reeuwijk naar de A12 richting Utrecht reed en van 22:44 uur tot 00:15 uur stil stond bij [Tankstation] te Klarenbeek. Omstreeks 23:20 uur werden [Verdachte] , [Medeverdachte 2] en [Medeverdachte 1] gecontroleerd terwijl zij op het terrein van dit tankstation bij de [Auto] stonden. Binnen deze periode gebruikten de telefoons van alle drie de verdachten de zendmast aan de [Adres zendmast] te Klarenbeek.

Ook op camerabeelden van datzelfde [Tankstation] zijn tussen

2 november 2017 om 22:44 uur en 3 november 2017 om ongeveer 00:15 uur [Verdachte] , [Medeverdachte 1] , en een derde persoon bij de grijze [Auto] met het kenteken [Kenteken 2] herkend. Daarbij is ook gezien dat [Verdachte] iets op het dak van een gebouwtje legde, dat vier politiemannen in burger een controle uitvoerden en dat [Verdachte] na die controle op dezelfde plek waar hij eerder iets op het dak legde iets van het dak af pakte en meenam.

Op 3 november 2017 tussen 2:07 uur en 3:01 uur stond de auto vervolgens stil op de N804 aldaar genaamd de [Adres 33] . Om 3:01 uur reed de auto weg. Tussen 3:03 uur en 3:28 uur stond de auto wederom stil aan de [Adres 33] op een afstand van 350 meter vanaf de jeugdinstelling. Op 3 november 2017 om 3:28 uur reed de auto vanaf de N804 richting de Rijksweg A50 en daarna de A12 op richting Zeist en de [Adres 34] aldaar.

Conclusie

Naar het oordeel van de rechtbank is dit alles niet voldoende om te komen tot een bewezenverklaring. Dat de door [Verdachte] gehuurde auto gedurende enige tijd heeft stilgestaan op de [Adres 33] in de nabijheid het kantoor van de [Instelling] is zonder bijkomende omstandigheden onvoldoende bewijs dat de inzittenden van die auto de inbraak hebben gepleegd. Daarbij komt dat uit het dossier onvoldoende duidelijk is geworden of zowel [Verdachte] als [Medeverdachte 1] als [Medeverdachte 2] met die auto naar de [Adres 33] zijn gereden. De omstandigheid dat [Medeverdachte 1] in 2012 bij de [Instelling] heeft gewoond doet aan dat oordeel niet af. Datzelfde geldt voor het enkele gegeven dat gezien is dat [Verdachte] voorafgaand aan de controle door de politie op het terrein van het tankstation iets op een dakje heeft gelegd.

3.12

Feit 15 (zaaksdossier 15)

Het openbaar ministerie verdenkt [Verdachte] van deze inbraak.

Vrijspraak

Op 4 november 2017 heeft [Slachtoffer 16] (geboren in 1936), mede namens zijn vriendin [Slachtoffer 17] (geboren in 1941), aangifte gedaan van een inbraak in hun woning, gelegen aan de [Adres 35] te Reeuwijk tussen 3 november 2017 om 23:30 uur en 4 november 2017 om 2:55 uur. Zij woonden op dat moment samen en hadden naast de voordeur van hun woning een sleutelkastje. [Slachtoffer 16] heeft verklaard dat hij de voordeur had dichtgedaan, maar niet afgesloten met extra sloten, dat hij omstreeks 2.55 uur wakker werd van een krakend geluid en zag dat iemand in zijn slaapkamer stond, die met een zaklamp in zijn richting scheen. De man zei dat ze van de politie waren en een alarm hadden gekregen. Uit de woning is 47 euro en een gouden dasspeld weggenomen. Uit forensisch onderzoek is gebleken dat dat het sleutelkastje niet verbroken was en dat de sleutel er nog in hing. Ook was er geen braakschade aan de woning.

Uit analyse van bakengegevens is gebleken dat de door [Verdachte] gehuurde [Auto] voorzien van het kenteken [Kenteken 2] op 4 november 2017 te 00:00 uur stilstond op de [Adres 10] te Gouda. Op 4 november 2017 te 00:00 uur belde [Verdachte] ( [Telefoonnummer 2] ) uit met nummer [Telefoonnummer 11] . Op dat moment straalde die telefoon de zendmast aan op de [Adres zendmast] te Gouda. Op 4 november 2017 te 1:14 uur reed de auto met kenteken [Kenteken 2] vanuit Gouda naar Reeuwijk. Omstreeks 1:18 uur reed de auto over de [Adres 36] in Reeuwijk. Om 1:56 uur reed de auto over de [Adres 35] te Reeuwijk met een snelheid van 18 kilometer per uur. Omstreeks 2:01 uur werd [Verdachte] ( [Telefoonnummer 2] ) gebeld en maakte toen gebruik van de zendmast aan de [Adres zendmast] te Reeuwijk. Om 2:25 uur reed de auto wederom de [Adres 35] te Reeuwijk op. Tussen 2:27 uur en 3:01 uur stond de auto stil op de [Adres 37] in Reeuwijk, ter hoogte van nummer [Huisnummer] , waarna die met hoge snelheid – 83 km per uur – wegreed. De woning [Adres 37] bevindt zich op circa 300 meter afstand van de woning [Adres 35] . Vervolgens is de auto via Rotterdam teruggereden naar Gouda. Om 5:13 uur straalde de telefoon in gebruik bij [Verdachte] een zendmast aan op de [Adres zendmast] te Gouda. Omstreeks 5:16 uur werd de auto geparkeerd aan de [Adres 10] te Gouda (nabij de woning van [Verdachte] ).

Conclusie

Vastgesteld kan worden dat de door [Verdachte] gehuurde auto ongeveer een half uur stil heeft gestaan op circa 300 meter afstand van de woning aan de [Adres 35] en daar met hoge snelheid is weggereden 6 minuten nadat aangever [Slachtoffer 16] had gemerkt dat een man met een zaklamp in zijn slaapkamer stond. Een half uur vóór en drie kwartier ná dit halve uur was de telefoon van [Verdachte] in de buurt van de gehuurde auto. Dat alles is niet voldoende om te komen tot een bewezenverklaring, vooral omdat Reeuwijk tegen Gouda, de woonplaats van [Verdachte] , aan ligt. Hij hoeft geen verklaring te geven voor deze feiten en omstandigheden. De rechtbank spreekt hem vrij van dit feit.

3.13

Feiten 16, 17 en 18 (respectievelijk zaaksdossiers 16, 17 en 18)

Het openbaar ministerie verdenkt [Verdachte] , [Medeverdachte 1] en [Medeverdachte 2] van deze inbraken.

Vrijspraak

Op 4 november 2017 heeft aangever [Slachtoffer 18] (geboren in 1941) aangifte gedaan van een inbraak in zijn woning gelegen aan de [Adres 38] te Vught op zaterdag 4 november 2017 tussen 13:00 uur en 23:00 uur. Aangever en zijn vrouw kwamen op

4 november 2017 rond 23:00 uur thuis en zagen dat de gordijnen dicht waren en de lichten aan. Er stond een ladder tegen de zijkant van de woning. Zo kan op het platte dak worden geklommen en het slaapkamerraam op de eerste verdieping worden bereikt. Dat raam was geforceerd. Uit de woning waren een gouden trouwring en een gouden ketting weggenomen. Aangever heeft verklaard dat buren van nummer [Huisnummer] om 20:00 uur licht hebben zien branden en dat gasten van de buren van nummer [Huisnummer] om half 6 nog geen ladder hebben zien staan. Op 5 november 2017 heeft de politie een buurtonderzoek verricht in de nabijheid van de woning [Adres 38] te Vught. Hieruit is gebleken dat de bewoonster van nummer [Huisnummer] tussen 19:15 en 19:30 uur heeft gezien dat de gordijnen openstonden en dat er geen licht brandde. De bewoonster van nummer [Huisnummer] zag omstreeks 21:00 uur het licht branden.

Op 5 november 2017 heeft aangeefster [Slachtoffer 19] mede namens haar vriend [Slachtoffer 20] aangifte gedaan van een inbraak in hun woning gelegen aan de [Adres 39] te Vught tussen 4 november 2017 om 10:00 uur en 5 november 2017 om 16:00 uur. Toen aangevers thuiskwamen zagen zij dat alle lades van de kasten in de woonkamer open stonden. Op 5 november 2017 heeft [Naam 5] , woonachtig aan de [Adres 40] te Vught verklaard dat op 4 november 2017 om 23:00 uur een persoon de voortuin van zijn woning inliep en met een zaklamp naar binnen scheen. Deze persoon schrok toen hij de getuige zag en liep snel weg. Op 16 januari 2018 heeft [Naam 5] verklaard dat hij het tijdstip niet meer exact wist. Het lag tussen 22:00 en 23:00 uur.

Op 5 november 2017 heeft aangeefster [Slachtoffer 21] (geboren in 1930) aangifte gedaan van een inbraak in haar woning gelegen aan de [Adres 41] te Weert tussen

4 november 2017 om 21:30 uur en 5 november 2017 om 8:15 uur. Toen zij wakker werd, zag ze dat in haar slaapkamer en in andere kamers lades open stonden. Zij had naast de voordeur van haar woning een sleutelkastje. Uit de woning zijn zeer veel (gouden) sieraden weggenomen en ook € 105,-- uit een beurs en wat kleingeld uit een potje. Uit sporenonderzoek is gebleken dat het sleutelkastje was opengebroken, waarna de voordeur met de sleutel is geopend. Naar aanleiding van deze woninginbraak werd buurtonderzoek verricht in de nabijheid van de woning [Adres 41] te Weert. Buren van nummer [Huisnummer] hebben de hond omstreeks 1:00 uur horen blaffen. Dit is geen normaal gedrag van de hond, aldus deze buren.

Uit bakengegevens van de [Auto] met kenteken [Kenteken 2] is gebleken dat de auto op 4 november 2017 rond 19:40 uur uit Gouda vertrok en via de A12 en de A2 reed. Tussen 20:20 en 20:24 uur stopte de auto bij [Tankstation] te Beesd. Verbalisant [Verbalisant] heeft camerabeelden uitgekeken van dat tankstation op 4 november 2017 tussen 20:20 en 20:23 uur. Hij heeft daarop een grijze [Auto] , [Medeverdachte 1] , [Verdachte] en [Medeverdachte 2] gezien. Verbalisant [Verbalisant] heeft [Medeverdachte 1] en [Verdachte] op de beelden herkend en heeft daarop voorts een persoon gezien die kenmerken heeft van [Medeverdachte 2] . Verbalisant [Verbalisant] heeft [Medeverdachte 1] en [Verdachte] op de beelden herkend. Verbalisant [Verbalisant] heeft [Verdachte] op de beelden herkend.

Uit bakengegevens van de auto is voorts gebleken dat die om 20:40 uur aankwam in Vught, daar enige tijd rondreed en vervolgens tussen 21:08 en 21:39 uur stilstond op de [Adres 38] te Vught. Daarna reed de auto weer enige tijd rond in Vught en stond vervolgens stil aan de [Adres 39] in Vught tussen 22:02 uur en 22:23 uur. Daarna reed de auto over de A2 richting Eindhoven. Uit de historische verkeersgegevens is gebleken dat telefoonnummer [Telefoonnummer 2] ( [Verdachte] ) omstreeks 22:41 uur een zendmast gebruikte langs de Rijksweg A2 te Boxtel en omstreeks 23:36 uur een zendmast gebruikte in Helmond. De auto bevond zich op deze momenten in de buurt van deze zendmasten. Omstreeks 1:50 uur kwam de auto aan in Weert en reed enige keren door de [Adres 41] alvorens tussen 2:05 uur en 2:14 uur stil te staan op de [Adres 43] ter hoogte van nummer [Huisnummer] . Dit is in de nabijheid van de woning [Adres 41] . Na vertrek uit Weert reed de auto over de A2 en A12 naar Gouda.

Omstreeks 3.38 uur belde het telefoonnummer [Telefoonnummer 3] , in gebruik bij [Medeverdachte 1] , uit en maakte daarbij gebruik van de zendmast in Enspijk. [Medeverdachte 1] belde daarbij naar telefoonnummer [Telefoonnummer 20] , in gebruik bij zijn broertje Marouane [Medeverdachte 1] . [Medeverdachte 1] zei daarbij dat hij ver is. De auto reed op dat moment op de Rijksweg A2 nabij Enspijk.

Uit onderzoek van de historische verkeersgegevens is gebleken dat telefoonnummer [Telefoonnummer 11] , toegeschreven aan [Medeverdachte 2] , een sms-bericht ontving omstreeks 3:41 uur en daarbij gebruik maakte van de zendmast langs de Rijksweg A2 te Beesd. Uit analyse van de bakengegevens is gebleken dat de auto omstreeks 3:41 uur over de Rijksweg A2 reed tussen Beesd en Culemborg.

Conclusie

De gehuurde auto stond tussen 21:08 en 21:39 uur stil op de [Adres 38] te Vught. De buren hebben al eerder, namelijk om 20:00 uur of omstreeks 21:00 uur, licht zien branden bij de woning van aangever [Slachtoffer 18] aan de [Adres 38] . Vervolgens stond de auto stil aan de [Adres 39] in Vught tussen 22:02 uur en 22:23 uur. Een buurman van de [Adres 39] heeft aanvankelijk verklaard dat hij omstreeks 23:00 uur een verdachte persoon heeft gezien. Later heeft deze buurman verklaard dat hij het precieze tijdstip niet meer weet en dat hij deze persoon op 4 november 2017 tussen 22:00 uur en 23:00 uur heeft gezien. Omstreeks 1:50 uur kwam de auto aan in Weert en reed enige keren door de [Adres 41] . Tussen 2:05 uur en 2:14 uur stond de auto stil in de nabijheid van de woning [Adres 41] . De buren hebben ongeveer één uur eerder, omstreeks 1:00 uur, de hond horen blaffen.

De tijdstippen waarop de gehuurde auto stilstond bij de woningen waarin is ingebroken vallen telkens niet samen met de tijdstippen waarop volgens buren iets aan de hand was bij de woningen waarin is ingebroken. Daardoor kan niet worden vastgesteld dat [Verdachte] , [Medeverdachte 1] en [Medeverdachte 2] , de inzittenden van deze auto die nacht, deze inbraken hebben gepleegd. Zij zullen dan ook worden vrijgesproken van alle drie de feiten.

3.14

Feiten 19, 20 en 21 (respectievelijk zaaksdossiers 19, 20 en 21)

Het openbaar ministerie verdenkt [Verdachte] , [Medeverdachte 1] en [Medeverdachte 3] van deze inbraken.

Bewijsmiddelen

Op 9 november 2017 omstreeks 6:30 uur verliet aangeefster [Slachtoffer 22] haar woning aan de [Adres 42] te Heerlen. Zij had het alarm geactiveerd en haar woning deugdelijk afgesloten. Op 10 november 2017 om 00:21 uur kreeg zij via haar gsm van de alarmcentrale het bericht dat er een enkelvoudig alarm afging vanuit haar woning. Om 00:31 uur zag zij dat het een drievoudig alarm was geworden. Op dat moment wist zij dat er iemand in de woning aanwezig moest zijn. Later die dag zag aangeefster dat vanaf haar slaapkamer op de eerste etage setjes gouden sierraden weggenomen waren. Ook is een zwart-wit gestreepte kussensloop vanaf haar bed weggenomen. De daders zijn de woning van aangeefster binnengekomen door een raam op de begane grond aan de zijkant van de woning (oprit) te forceren. Ze zijn vervolgens door het raam geklommen.122 Tijdens een sporenonderzoek aan de woning is gezien dat op de buitenvensterbank van het woonkamerraam een fragment van een schoenzoolafdruk zichtbaar was, dat in de lengte van het woonkamerraam, gelegen in de rechter zijgevel van de woning, indruksporen en tegendruksporen zichtbaar waren, dat een tegendrukpunt - een omtrek van een breekijzer - zichtbaar was en dat op de leren bank staande in de woonkamer schuin naast voornoemd woonkamerraam schoenzoolafdrukken zichtbaar waren.123

Aangeefster [Slachtoffer 23] (geboren in 1932), wonende op de [Adres 44] te Geleen, is hulpbehoevend en krijgt twee keer per dag zorg van [Bedrijf 2] . Haar kleinzoon heeft voor haar een sleutelkastje gekocht en bevestigd. Op 9 november 2017 omstreeks 19:30 uur heeft aangeefster voor de laatste keer die dag hulp gehad. Alles was toen nog in orde.124 Getuige [Getuige 3] is werkzaam bij [Bedrijf 2] en moest op 10 november 2017 om 11:00 uur bij mevrouw [Slachtoffer 23] (de rechtbank begrijpt: aangeefster [Slachtoffer 23] ) zijn. Bij aankomst stond de voordeur een stukje open. De getuige zag dat de klep van het sleutelkastje omlaag hing. Zij zag dat in de onderzijde van het kastje een gat zat. [Getuige 3] hoorde mevrouw zeggen dat zij de voordeur niet had opengemaakt.125

Aangeefster [Slachtoffer 24] (geboren in 1935) woont op de [Adres 45] te Heerlen. Op 10 november 2017 omstreeks 5:00 uur schrok zij wakker van een geluid. Zij zag dat iets of iemand rechts naast haar bed zat. Zij dacht eerst aan een poes of zo maar toen zij nog een keer keek, zag zij dat het een persoon was. De persoon was geheel in het donker gekleed en zij dacht dat hij een capuchon op had. Aangeefster heeft geschreeuwd en was erg bang dat de persoon haar iets aan zou doen. De persoon kroop achteruit weg. Aan de centrale toegangsdeur van de woning van aangeefster hing een sleutelkastje met de sleutel van de centrale toegangsdeur. Aan de deur van de woning hing een tweede sleutelkastje met de sleutel van de woning. Het sleutelkastje van de centrale toegangsdeur was weggenomen. Het sleutelkastje aan de voordeur van de woning was verbroken en de daarin geplaatste sleutel was weggenomen.126 Aangeefster verklaarde dat de dader van de inbraak in haar woning een heel fijn en smal postuur had en erg jong leek. Voorts verklaarde aangeefster dat zij heeft ontdekt dat zij een dameshorloge mist.127 Tijdens een sporenonderzoek in de woning aan de [Adres 45] te Heerlen zag verbalisant [Verbalisant] dat naast de centrale toegangsdeur vier boorgaten in de muur zichtbaar waren, dat er geen sleutelkastje meer aanwezig was, dat naast de voordeur van de woning zelf het sleutelkastje was opengebroken en dat in de achterwand van het sleutelkastje krassporen zichtbaar waren. Op een kast waren handschoensporen zichtbaar.128

Uit peilbakengegevens is gebleken dat de auto met het kenteken [Kenteken 3] in de nacht van

9 op 10 november 2017 tussen 23:40 uur en 00:11 uur en tussen 00:12 uur en 00:24 uur stilstond op de [Adres 42] in Heerlen. Daarna reed de auto met een snelheid van 80 km/h weg vanaf deze straat via de [Adres 46] . De telefoon van [Medeverdachte 3] ( [Telefoonnummer 6] ) straalde op 10 november 2017 om 00:24 uur een zendmast aan op de [Adres zendmast] te Heerlen. Deze locatie ligt 1,08 kilometer van de [Adres 46] . Uit de bakengegevens is voorts gebleken dat de auto op 10 november 2017 tussen 3:01 uur en 3:15 uur stilstond op de [Adres 44] te Geleen. Om 3:15 uur reed de auto daar weg met een snelheid van 88 km/h. De telefoon van [Medeverdachte 3] straalde op 10 november 2017 om 3:03 uur een zendmast aan op de [Adres zendmast] te Geleen. De afstand tussen de [Adres zendmast] en de [Adres 44] is hemelsbreed gemeten 629 meter. De [Adres zendmast] valt onder het zendmastgebruik van de [Adres 44] . Uit de bakengegevens is gebleken dat de auto vervolgens op 10 november 2017 tussen 4:25 uur en 4:43 uur stilstond op de [Adres 45] in Heerlen, ter hoogte van nummer [Huisnummer] . Tussen 4:44 uur en 5:06 uur stond de auto stil op de [Adres 47] in Heerlen. Beide straten liggen in elkaars nabijheid. De [Adres 47] ligt op 90 meter afstand van het adres [Adres 45] . Om 5:06 uur reed de auto met een snelheid van 75 km/h weg vanaf de [Adres 47] . De telefoon van [Medeverdachte 3] straalde op 10 november 2017 om 5:09 uur een zendmast aan op de [Adres zendmast] te Hoensbroek. De [Adres zendmast] ligt op de route van het baken, dat om 5:08 uur op de [Adres 48] te Hoensbroek was. Uit de bakengegevens is gebleken dat de auto ten slotte vanaf de [Adres 49] in Heerlen direct, zonder stoppen, naar het [Tankstation] in Weert reed. Om 5:33 uur stond de auto daar stil. De telefoon van [Verdachte] ( [Telefoonnummer 2] ) straalde om 5:37 uur een zendmast aan op de A2 ter hoogte van Weert.129

De camerabeelden van [Tankstation] te Weert van 10 november 2017 zijn door de politie opgevraagd en bekeken. Verbalisant [Verbalisant] zag daarop dat op 10 november 2017 om 5:43 uur een donkergrijze [Auto] , met kenteken eindigend op een Z, kwam aanrijden. Zij zag dat er drie personen uitstapten. De bestuurder heeft zij herkend als [Verdachte] , de bijrijder als [Medeverdachte 3] en de passagier als [Medeverdachte 1] .130 Verbalisant [Verbalisant] heeft afdrukken van de beelden van [Tankstation] te Weert van 10 november 2017 omstreeks 5:34 uur bekeken. Hij heeft daarop [Medeverdachte 3] , [Medeverdachte 1] en [Verdachte] herkend.131

Uit onderzoek is gebleken dat op 10 november 2017 om 0:08 uur met de iPhone van [Verdachte] een foto is gemaakt in Heerlen, op de locatie [Adres 42] .132

Uit dit onderzoek is voorts gebleken dat op 10 november 2017 met de iPhone van [Verdachte] drie foto’s zijn gemaakt in Geleen. Om 2:03 uur is een foto gemaakt op de locatie [Adres 86] , om 2:27 uur is een foto gemaakt op de [Adres 87] en om 2:58 uur is een foto gemaakt op de [Adres 44] 39. Deze locaties bevinden zich respectievelijk 1100 meter, 700 meter en 53 meter van de [Adres 44] te Geleen.133

Conclusie

De rechtbank stelt op grond van voormelde bewijsmiddelen vast dat [Verdachte] als bestuurder van de auto is herkend nadat die zonder tussenstop uit de nabijheid van de [Adres 45] te Heerlen was weggereden. Het tijdstip van deze camerabeelden komt overeen met het tijdstip waarop de auto blijkens de peilbakengegevens bij het betreffende tankstation was. Daarnaast is met de telefoon die in gebruik was bij [Verdachte] rond het tijdstip van de inbraak in de woning aan de [Adres 42] te Heerlen een foto gemaakt van de brievenbus van die woning. Ook de auto was op dat moment in die buurt. Binnen het tijdbestek van de diefstal en/of inbraakpoging aan de [Adres 44] in Geleen zijn bovendien met de telefoon van [Verdachte] nog andere foto’s gemaakt van brievenbussen in de buurt van dat adres. De auto was op dat moment eveneens in die buurt. De rechtbank is van oordeel dat deze redengevende feiten en omstandigheden ten aanzien van [Verdachte] om een verklaring vragen. [Verdachte] heeft zich echter beroepen op zijn zwijgrecht. De rechtbank weegt het zwijgen van verdachte mee in haar overwegingen.

Daarbij merkt de rechtbank nog op dat zij, anders dan de raadsman, van oordeel is dat de foto’s wel degelijk zijn gemaakt met de telefoon waarop die foto’s zijn aangetroffen, te weten die van [Verdachte] . Immers, de verbalisant die de telefoon heeft onderzocht heeft gerelateerd dat de telefoon bij het maken van een foto een zogenaamde ‘device location’ op de telefoon opslaat. Het onderzoek naar die data op die telefoon heeft geleid tot het reconstrueren van de datum en de plaats waar de foto’s zijn gemaakt.

Dit betekent dat de rechtbank het gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd plegen van diefstallen door middel van braak en inklimming in de woning aan de [Adres 42] te Heerlen en in de woning aan de [Adres 45] te Heerlen, wettig en overtuigend bewezen zal verklaren. Daarnaast zal de rechtbank het, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, plegen van de diefstal van de sleutel van aangeefster door middel van verbreking en de poging tot inbraak in de woning aan de [Adres 44] te Geleen door middel van een valse sleutel, wettig en overtuigend bewezen verklaren.

Nu de medeverdachten [Medeverdachte 1] en [Medeverdachte 3] van deze feiten worden vrijgesproken, kan de rechtbank niet vaststellen dat [Verdachte] voormelde feiten samen met anderen heeft gepleegd. Hij zal dan ook bij alle drie de feiten partieel worden vrijgesproken van het ten laste gelegde medeplegen.

3.15

Feiten 22, 23 en 24 (respectievelijk zaaksdossiers 22, 23 en 24)

Het openbaar ministerie verdenkt [Verdachte] , [Medeverdachte 1] en [Medeverdachte 3] van deze inbraken.

Bewijsmiddelen

[Slachtoffer 25] (geboren in 1944) heeft op 12 november 2017 aangifte gedaan van inbraak in haar woning aan [Adres 50] in Oirschot, waar zij woont met haar echtgenoot. Op 14 oktober 2017 is zij met haar man naar Italië vertrokken. Mevrouw [Naam 7] paste op de woning terwijl zij weg waren. Op 11 november 2017 om 10:15 uur is [Naam 7] uit de woning vertrokken terwijl deze volledig intact en onbeschadigd was. Op

12 november 2017 omstreeks 15:30 uur kwam aangeefster samen met haar man thuis. De kasten op de begane grond en de eerste etage waren overhoop gehaald en doorzocht. Op de slaapkamer lag een witte handdoek met een schoenafdruk erop. Toen aangeefster in de keuken kwam, zag zij dat het raam in de keuken weg was.134 Aangeefster heeft later contact opgenomen met de politie om te melden dat zij een gouden ketting miste. Deze lag in een lade van de kast op de kleedkamer.135 Tijdens een sporenonderzoek in de woning aan [Adres 50] te Oirschot zagen verbalisanten [Verbalisant] en [Verbalisant] dat er aan de bovenzijde van het keukenraam was gewrikt tussen het kiepgedeelte en het vaste kozijn.136

Op 12 november 2017 deed [Naam 8] aangifte van inbraak namens haar vader [Slachtoffer 26] . Op 11 november 2017 omstreeks 22:00 uur hebben aangeefster en haar zus de woning aan de [Adres 51] te Waalre afgesloten en zijn zij naar bed gegaan. Op 12 november 2017 omstreeks 4:06 uur hoorde haar zus de trap in de hal kraken. Vijf minuten na de kraak op de overloop hoorde de zus van aangeefster een auto voorbij rijden vanuit de richting [Adres 52] . Op 12 november 2017 omstreeks 8:00 uur kwam aangeefster beneden. Zij zag toen dat het licht in de deel brandde, dat het raam openstond en dat de laden open stonden. Uit haar portemonnee bleken 20 euro aan briefgeld, twee pinpassen en twee credit cards te zijn weggenomen. Ook zijn de Macbook (serienummer [Nummer] ) van aangeefster met oplader weggenomen. Het kozijn van het raam dat is geforceerd is flink beschadigd.137 Tijdens een sporenonderzoek in de woning aan de [Adres 51] te Waalre zagen verbalisanten [Verbalisant] en [Verbalisant] diverse indrukken in de kopse kant van het draairaam van de zitkamer en zij zagen dat de raamhefboom was ontzet.138

Op 23 november 2017 is de woning van [Verdachte] aan de [Adres 10] te Gouda doorzocht. In de berging werd onder meer een Apple Macbook met registratienummer [Nummer] aangetroffen en inbeslaggenomen. Dit blijkt de bij de inbraak in de woning aan de [Adres 51] te Waalre weggenomen Macbook te zijn.139

Aangeefster [Slachtoffer 27] (geboren in 1931) verliet op 10 november 2017 omstreeks 14:00 uur haar woning aan de [Adres 53] te Eindhoven. Op 12 november 2017 kwam zij omstreeks 21:00 uur weer thuis. Zij zag dat het raam in de keuken open stond. De woning was doorzocht en verschillende sieraden, een horloge en een sigarenmondpijpje zijn weggenomen.140 Tijdens een sporenonderzoek in de woning aan de [Adres 53] te Eindhoven zagen verbalisanten [Verbalisant] en [Verbalisant] diverse indrukken van vermoedelijk een schroevendraaier en een breekijzer in het linker draairaam van de keuken. De raamhefboom van het linker draairaam was ontzet.141

Uit peilbakengegevens is gebleken dat de auto met het kenteken [Kenteken 3] op 11 november 2017 om 21:37 uur vertrok vanaf de [Adres 54] te Rotterdam. Uit zendmastgegevens is geleken dat het telefoonnummer in gebruik bij [Verdachte] ( [Telefoonnummer 2] ) op

11 november 2017 om 21:25 uur belde naar het nummer in gebruik bij [Medeverdachte 3] ( [Telefoonnummer 6] ) en daarbij de zendmast [Adres zendmast] te Rotterdam gebruikte.

Op 12 november 2017 om 00:15 uur reed de auto de bebouwde kom van Oirschot binnen en om 00:13 uur gebruikte het telefoonnummer van [Verdachte] de zendmast aan de [Adres zendmast] in Oirschot. Om 00:22 uur stond de auto ongeveer 1 minuut stil op [Adres 50] in Oirschot. Van 1:03 uur tot 1:22 uur heeft de auto stilgestaan op de [Adres 55] in Oirschot nabij nummer [Huisnummer] . Dit is vlakbij het adres [Adres 50] . Vanuit Oirschot verplaatste de auto zich vervolgens naar Eersel, waar het van 2:06 uur tot 2:58 uur stilstond. Tussen 2:36 uur en 2:39 uur werd het nummer in gebruik bij [Medeverdachte 1] ( [Telefoonnummer 3] ) vijf keer gebeld over zendmasten te Eersel en Duizel. Deze dorpen liggen vlakbij elkaar. Uit de bakengegevens is gebleken dat de auto vervolgens om ca. 3:07 uur Waalre binnen reed. Enkele minuten later reed de auto door de [Adres 51] in Waalre en stopte daar ook enkele keren. Onder meer van 3:52 uur tot 4:08 uur stond de auto daar stil. Om 4:08 uur reed de auto over de [Adres 56] in Oirschot.

Voorts heeft de auto blijkens de peilbakengegevens van 4:39 uur tot 5:18 uur stilgestaan op [Adres 57] in Eindhoven. Het telefoonnummer in gebruik bij [Verdachte] straalde in die periode een zendmast aan op het [Adres zendmast] in Eindhoven. Deze mast is niet ver van [Adres 57] , waar de auto op dat moment geparkeerd stond. [Adres 57] ligt vlakbij het adres [Adres 53] te Eindhoven. Nadat de auto wegreed uit Eindhoven, werd net buiten Eindhoven langs de A58 gestopt. Op de [Tankstation] stond de auto stil van 5:26 uur tot 5:41 uur. Om 6:44 uur kwam de auto tot stilstand op de [Adres 54] in Rotterdam, nabij de woning van [Naam 2] , de vriendin van [Medeverdachte 3] .142

De camerabeelden van tankstation [Tankstation] van 12 november 2017 zijn door de politie opgevraagd en bekeken. Verbalisant [Verbalisant] zag daarop dat op 12 november 2017 om 1:37 uur een grijze [Auto] het beeld van de camera in kwam rijden. Er stapten drie inzittenden uit. De verbalisant heeft de bestuurder herkend als [Verdachte] , de bijrijder als [Medeverdachte 1] en de passagier rechtsachter als [Medeverdachte 3] . Om 1:57 uur stoppen de beelden. De auto met de drie mannen erin stond op dat tijdstip nog stil naast het tankstation.143 Verbalisanten [Verbalisant] , [Verbalisant] , [Verbalisant] en [Verbalisant] hebben afdrukken van de beelden van [Tankstation] van 12 november 2017 omstreeks 1:37 uur bekeken. Zij hebben daarop [Medeverdachte 3] , [Verdachte] en [Medeverdachte 1] herkend.144

Uit onderzoek aan de iPhone van [Verdachte] is gebleken dat op 12 november 2017 met die telefoon twee foto’s zijn gemaakt in Waalre op de locatie [Adres 58] om 3:19 uur en om 3:20 uur. Deze locatie is 81 meter van de locatie [Adres 51] te Waalre.145 Voorts is uit onderzoek aan de iPhone van [Verdachte] gebleken dat daarmee op 12 november 2017 tussen 4:19 uur en 4:58 uur elf foto’s zijn gemaakt in Eindhoven. De foto’s zijn genomen op locaties in de omgeving van het adres [Adres 53] , onder meer op [Adres 53] [Huisnummer] , [Huisnummer] en [Huisnummer] . Van de verschillende locaties waar de elf foto’s zijn genomen, is de verste gelegen op een afstand van 750 meter van [Adres 53] en de dichtstbijzijnde op 58 meter van [Adres 53] in Eindhoven.146

Conclusie

De rechtbank stelt op grond van voormelde bewijsmiddelen vast dat in de woning van [Verdachte] de uit de woning aan de [Adres 51] te Waalre weggenomen MacBook is aangetroffen. Dit is een aanwijzing voor betrokkenheid van [Verdachte] bij die woninginbraak. Daarnaast zijn op de iPhone van [Verdachte] foto’s aangetroffen, gemaakt in de omgeving van [Adres 51] in Waalre en foto’s gemaakt in de omgeving van [Adres 53] in Eindhoven. Deze foto’s zijn genomen rondom de tijdstippen dat de auto volgens de peilbakengegevens ook nabij die locaties was. Ook hier geldt dat het verweer van de raadsman met betrekking tot de op de telefoon van [Verdachte] aangetroffen foto’s wordt verworpen.

Voorts stelt de rechtbank vast dat de door [Verdachte] gehuurde [Auto] , nadat het in Oirschot was geweest en voordat het naar Waalre ging, stopte op een parkeerplaats. Op camerabeelden van die parkeerplaats zijn, behalve [Verdachte] , ook [Medeverdachte 1] en [Medeverdachte 3] als inzittenden herkend. Dit is een aanwijzing dat alle drie de verdachten die nacht samen op pad waren en betrokken waren bij de inbraken in Oirschot, Waalre en Eindhoven. Dat geldt zeker nu de auto in de avond van 11 november 2017 vertrok uit Rotterdam, nabij van de woning van de partner van [Medeverdachte 3] , en na een nachtelijke rit - waarbij de auto in de buurt van de woningen van de drie aangevers in respectievelijk Oirschot, Waalre en Eindhoven heeft stilgestaan - ook weer terugkomt in Rotterdam, nabij de woning van de vriendin van [Medeverdachte 3] . Bovendien gebruikten de telefoons van [Verdachte] en [Medeverdachte 1] in de nacht van 11 op 12 november 2017 meerdere keren zendmasten op locaties waar de auto zich op dat moment bevond.

De rechtbank is van oordeel dat deze redengevende feiten en omstandigheden ten aanzien van alle drie de verdachten om een verklaring vragen. [Verdachte] en [Medeverdachte 1] hebben zich echter beroepen op hun zwijgrecht. [Medeverdachte 3] heeft evenmin een verklaring afgelegd. De rechtbank weegt het zwijgen van de verdachten mee in haar overwegingen.

Al het voorgaande in aanmerking nemende, concludeert de rechtbank dat [Verdachte] , [Medeverdachte 1] en [Medeverdachte 3] in de nacht van 11 op 12 november 2017 met zijn drieën vanuit Rotterdam naar de woning aan [Adres 50] in Oirschot zijn gegaan, vervolgens naar de woning aan de [Adres 51] in Waalre en daarna naar de woning aan de [Adres 53] in Eindhoven en daar samen handelingen hebben verricht, gericht op het plegen van inbraken in die woning (te weten het verbreken van ramen, het doorzoeken van de woningen en het wegnemen van goederen). Daarna zijn zij weer samen teruggereden naar Rotterdam. Er heeft deze nacht aldus een nauwe en bewuste samenwerking tussen [Verdachte] , [Medeverdachte 1] en [Medeverdachte 3] bestaan, waardoor het onderdeel medeplegen ten aanzien van alle drie de verdachten bewezen kan worden verklaard.

Dit betekent dat de rechtbank het gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd medeplegen van diefstal door middel van braak en inklimming in de woning aan [Adres 50] te Oirschot, in de woning aan de [Adres 51] te Waalre en in de woning aan de [Adres 53] te Eindhoven wettig en overtuigend bewezen zal verklaren.

3.16

Feiten 25 en 26 (respectievelijk zaaksdossiers 25 en 26)

Het openbaar ministerie verdenkt [Verdachte] , [Medeverdachte 1] en [Medeverdachte 3] van deze feiten.

Bewijsmiddelen

Aangeefster [Slachtoffer 28] (geboren in 1940) ging op 13 november 2017 omstreeks 23:30 uur slapen in haar woning aan de [Adres 59] te Hoogeveen. Omdat zij eerder een inbraak heeft gehad, is zij altijd heel secuur in het afsluiten van haar woning. Op 14 november 2017 omstreeks 3:30 uur werd aangeefster wakker van het geluid van haar kastdeur. Zij zei: “Wat is dat.” Zij keek en zag direct een tweetal zaklampen in haar gezicht. Zij kon achter de zaklampen de silhouetten zien van mannen. Zij zag dat één man gehurkt naast haar bed zat. Zij zag dat de andere man in de deuropening van haar slaapkamer stond. Aangeefster hoorde dat de man die gehurkt bij haar bed zat, vroeg: “Ja mevrouw, waar is uw portemonnee.” Zij hoorde dat de man gewoon Nederlands sprak. Zij hoorde ook geen dialect of accent. Beide mannen renden weg, waarna aangeefster de politie heeft gebeld. Toen de politie ter plaatse was, zag aangeefster dat het raam in haar woonkamer geforceerd was. Zij zag verder dat alle laden en kastjes in haar woning open stonden en dat elke kamer doorzocht was. Er zijn een zwartkleurig etuitje met wat klein geld, een zilveren horloge en een zaklamp weggenomen.147 Ter plaatse bij de woning aan de [Adres 59] , zag verbalisant [Verbalisant] dat een uitzetraam aan de buitenzijde van de woning was opengebroken. Verbalisant zag diverse moeten in het kozijn en het slot was verbogen.148

Aangeefster [Slachtoffer 29] (geboren in 1930) ging op 13 november 2017 omstreeks 22:30 uur naar bed in haar woning aan de [Adres 60] te Beilen. Tussen 4:00 uur en 5:00 uur in de nacht werd zij wakker van een lichtschijnsel dat aan en uit ging. Vervolgens zag zij dat het lichtschijnsel sterker werd en hoorde zij dat er iemand naar boven kwam lopen via de trap. Aangeefster was doodsbang en om geen aandacht te trekken is zij met haar rug naar de slaapkamerdeur gedraaid en heeft zij haar ogen dichtgeknepen en net gedaan alsof zij sliep. Aangeefster hoorde op een gegeven moment dat de persoon haar slaapkamer in liep. Zij hoorde dat de schuifdeur van haar kledingkast werd geopend. Zij hoorde dat de persoon het deurtje van het nachtkastje opende ter hoogte van haar hoofdkussen. Na enige tijd hoorde aangeefster niets meer en is zij naar de wc gegaan. Dit was rond 6:00 uur. Zij constateerde dat er ingebroken was en dat het gehele huis was doorzocht, dat kasten en lades waren geopend en dat in de slaapkamer/kantoor het raam opengebroken was. Zij zag dat het gehele raamkozijn vernield was. Er zijn sieraden weggenomen en tevens een horloge, een

ING-bankpas, een zakagenda, een portemonnee en een schilderij.149 Tijdens een sporenonderzoek in de woning aan de [Adres 60] te Beilen zagen verbalisanten [Verbalisant] en [Verbalisant] dat aan de achterzijde van de woning een uitzetraam op de begane grond was opengebroken met een breekwerktuig om toegang tot de woning te verschaffen. Op de dorpel aan buitenzijde van het opengebroken raam werden meerdere fragmenten van handschoensporen zichtbaar gemaakt.150 Aangeefster [Slachtoffer 29] is een foto getoond van een ketting die het observatieteam (hierna: het OT) in de nacht van 13 op 14 november 2017 heeft gevonden op een parkeerplaats bij het [Tankstation] langs de A28 bij Veeningen. De ketting is aangetroffen op de plek waar een persoon, die uit de auto met het kenteken [Kenteken 3] stapte, had gestaan. Aangeefster heeft de ketting met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid als haar eigendom herkend.151

Het observatieteam heeft op 14 november 2017 de volgende waarnemingen en/of bevindingen gedaan:

2:09 uur: [Verdachte] parkeert de [Auto] (met het kenteken [Kenteken 3] ) bij [Tankstation] , gelegen aan de A28 te Staphorst. [Verdachte] , [Medeverdachte 3] en [Medeverdachte 1] gaan de shop binnen.

2:13 uur: [Verdachte] , [Medeverdachte 3] en [Medeverdachte 1] stappen in de [Auto] . [Verdachte] is de bestuurder, [Medeverdachte 3] de bijrijder en [Medeverdachte 1] zit op de achterbank van de [Auto] . Tijdelijk geen waarnemingen.

3:20 uur: De [Auto] staat geparkeerd op de [Adres 61] , ter hoogte van de [Adres 62] , te Hoogeveen. Er zitten drie onbekend gebleven personen in de [Auto] .

3:33 uur: Drie onbekend gebleven personen komen rennend over de [Adres 62] vanuit de richting van de [Adres 59] te Hoogenveen en steken de [Adres 61] te Hoogenveen over en stappen in de [Auto] . De [Auto] vertrekt met hoge snelheid in de richting van de [Adres 64] .

4:10 uur: De [Auto] staat zonder inzittenden geparkeerd op de [Adres 60] te Beilen.

4:19 uur: Drie onbekend gebleven personen, in het donker gekleed, komen rennend vanuit de richting van de [Adres 60] te Beilen.

4:23 uur: De [Auto] vertrekt, met drie onbekend gebleven inzittenden Tijdelijk geen waarnemingen.

4:41 uur: De [Auto] staat geparkeerd op de [Adres 60] , ter hoogte van nummer [Huisnummer] , te Beilen. Het is niet gezien of er nog personen in de [Auto] zitten. Tijdelijk geen waarnemingen.

5:30 uur: De [Auto] staat achter op de parkeerplaats geparkeerd bij [Tankstation] te Veeningen.

5:35 uur: Het linker achterportier en het rechter voorportier van de [Auto] worden geopend. Het is niet gezien wat daar gebeurd is.

5:41 uur: [Verdachte] stapt uit als bestuurder van de [Auto] en legt een donkere jas in de kofferbak van de [Auto] .

5:42 uur: De [Auto] vertrekt, [Verdachte] is de bestuurder. Het is niet gezien wie de overige inzittenden zijn.

5:44 uur: Op de parkeerplaats, direct onder de plek waar de [Auto] heeft gestaan, wordt een dunne, paars-/bruinkleurig kralenketting in twee delen aangetroffen, van een totale lengte van ongeveer 50 cm. Deze ketting is veiliggesteld en overhandigd aan het tactische team.

6:22 uur: De [Auto] wordt geparkeerd bij [Tankstation] gelegen aan de [Adres 64] te Harderwijk. [Verdachte] , [Medeverdachte 3] en [Medeverdachte 1] stappen uit de [Auto] .152

Uit peilbakengegevens is gebleken dat [Auto] met kenteken [Kenteken 3] op

13 november 2017 rond 23:45 uur uit Gouda eerst richting Rotterdam en daarna aan het begin van de nacht richting Noord-Nederland vertrok. Op 14 november 2017 rond 2:20 uur kwam de auto aan in Hoogeveen. Rond 2:35 uur reed de auto door de [Adres 63] in Hoogeveen. Van 2:37 uur tot 3:34 uur stond de auto stil op of rond de [Adres 61] in Hoogeveen. Dit is op ongeveer 150 meter afstand van de [Adres 59] . Vervolgens reed de auto naar Beilen. Van 3:54 uur tot en met 4:24 uur stond de auto stil op de [Adres 65] , vlakbij de [Adres 60] in Beilen. Van 4:24 uur tot en met 4:41 uur reed de auto door enkele straten in Beilen. Van 4:41 uur tot en met 5:21 uur stond de auto weer stil op de [Adres 60] . Rond 5:21 uur vertrok de auto uit Beilen. Van 5:35 uur tot 5:47 uur stond de auto stil op [Tankstation] aan de A28. Vanaf deze parkeerplaats reed de auto met rond 6:31 uur een tussenstop in Harderwijk terug richting de Randstad. Om 8:15 uur kwam de auto tot stilstand op de [Adres 66] te Rotterdam vlakbij de woning van de vriendin van [Medeverdachte 3] , [Naam 2] . Uit zendmastgegevens is gebleken dat zowel de telefoon van [Verdachte] ( [Telefoonnummer 2] ) als de telefoon van [Medeverdachte 3] ( [Telefoonnummer 6] ) in de nacht van 13 op 14 november 2017 meerdere keren zendmasten gebruikten op locaties waar de auto zich op dat moment bevond.153 Uit zendmastgegevens is gebleken dat het telefoonnummer in gebruik bij [Medeverdachte 1] ( [Telefoonnummer 7] ), op 14 november 2017 tussen 00:27 uur en 6:16 uur eveneens meebewoog met het baken onder de auto.154

De camerabeelden van [Tankstation] te Harderwijk van 14 november 2017 zijn opgevraagd en bekeken door de politie. Verbalisant [Verbalisant] zag daarop dat op

14 november 2017 om 6:25 uur een grijze [Auto] aan kwam rijden. Zij zag dat om 6:26 uur een man, die zij op het beeld van "entree shop" heeft herkend als [Medeverdachte 1] , uit de auto stapte en de tankshop inliep. Zij zag dat om 6:28 uur twee mannen, die zij op het beeld "entree shop" later heeft herkend als [Verdachte] en [Medeverdachte 3] , uitstapten en de tankshop inliepen. Zij zag dat [Verdachte] om 6:32 uur uit de shop kwam en in de auto stapte op de bestuurdersplaats. Om 6:33 uur kwam [Medeverdachte 3] uit de shop en nam plaats op de bijrijdersstoel en vervolgens kwam [Medeverdachte 1] uit de shop en nam plaats achter de bestuurder. Direct daarna reed de [Auto] weg.155 Verbalisanten [Verbalisant] , [Verbalisant] , [Verbalisant] , [Verbalisant] en [Verbalisant] hebben afdrukken van de beelden van [Tankstation] van 14 november 2017 omstreeks 6:33 uur bekeken. Zij hebben daarop [Verdachte] , [Medeverdachte 1] en [Medeverdachte 3] herkend.156

Conclusie

De rechtbank stelt op grond van voormelde bewijsmiddelen vast dat de drie verdachten omstreeks 2:09 uur en omstreeks 6:30 uur zijn herkend als inzittenden van de door [Verdachte] gehuurde auto. In de tussengelegen tijd zijn de twee inbraken gepleegd. Rond de tijdstippen van die inbraken ziet het OT drie personen uit de richting van de betreffende woningen naar de auto rennen. Een sterke aanwijzing dat deze drie personen [Verdachte] , [Medeverdachte 1] en [Medeverdachte 3] zijn, ziet de rechtbank in het feit dat de telefoons van alle drie de verdachten gelet op de zendmasten die deze aanstraalden in de nacht van 13 op 14 november 2017 dezelfde route afleggen als de auto.

Opmerkelijk is dat op de telefoon van [Verdachte] een foto is aangetroffen die blijkens de gegevens van die foto op 14 november 2017 om 4:00 uur kennelijk is gemaakt in Hoogeveen, terwijl de auto op dat moment al in Beilen was. De rechtbank acht dit gegeven onverklaarbaar en merkt ook op dat naar deze discrepantie geen nader onderzoek is gedaan. Toch doet dit op zichzelf onverklaarbare gegeven naar het oordeel van de rechtbank geen afbreuk aan de juistheid van de bevindingen van de andere voormelde bewijsmiddelen. De route van de auto, zoals die blijkt uit de peilbakengegevens, klopt bovendien met de bevindingen van het OT in die nacht. Daarbij is opvallend de stop die de auto maakt op de [Tankstation] , waarbij [Verdachte] wordt herkend en waar één van de weggenomen goederen is teruggevonden.

De rechtbank is van oordeel dat deze redengevende feiten en omstandigheden ten aanzien van alle drie de verdachten om een verklaring vragen. [Verdachte] en [Medeverdachte 1] hebben zich echter beroepen op hun zwijgrecht. De rechtbank weegt het zwijgen van de verdachten mee in haar overwegingen.

[Medeverdachte 3] heeft op 27 november 2017 bij de rechter-commissaris verklaard dat hij niet op het adres [Adres 63] is geweest en ook nog nooit in Beilen. Gelet op de inhoud van voormelde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang bezien, gaat de rechtbank aan die verklaring voorbij.

Al het voorgaande in aanmerking nemende, concludeert de rechtbank dat [Verdachte] , [Medeverdachte 1] en [Medeverdachte 3] in de nacht van 13 op 14 november 2017 met zijn drieën naar de woning aan de [Adres 59] in Hoogeveen en daarna naar de woning aan de [Adres 60] in Beilen zijn gegaan en daar samen handelingen hebben verricht, gericht op het plegen van inbraken in die woningen (te weten het verbreken van ramen, het doorzoeken van de woningen en het wegnemen van goederen). Daarna zijn zij weer samen teruggereden naar de Randstad. Er heeft deze nacht aldus een nauwe en bewuste samenwerking tussen [Verdachte] , [Medeverdachte 1] en [Medeverdachte 3] bestaan, waardoor het onderdeel medeplegen ten aanzien van alle drie de verdachten bewezen kan worden verklaard.

Dit betekent dat de rechtbank het, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, medeplegen van diefstal door middel van braak en inklimming in de woning aan de [Adres 59] te Hoogeveen en in de woning aan de [Adres 60] te Beilen, wettig en overtuigend bewezen zal verklaren.

3.17

Feit 27 (zaaksdossier 27)

Het openbaar ministerie verdenkt [Verdachte] , [Medeverdachte 1] , [Medeverdachte 3] en [Medeverdachte 4] van deze poging tot inbraak.

Bewijsmiddelen

Op 15 november 2017 om 2.14 uur deed [Slachtoffer 30] (1952) aangifte. Ze werd die nacht omstreeks 2:00 uur wakker van breekgeluiden aan de achterzijde van de woning. Toen ze naar beneden was gelopen zag ze iemand bij het achterraam staan en vervolgens wegrennen. Via een ander raam zag ze dat het in totaal drie personen waren die wegrenden. Ze zag vervolgens dat het raam aan de achterzijde van de woning iets naar binnen gebogen stond. Er stonden indrukken in het hout van het raamwerk en kozijn. Ze zag ook dat de onderste grendel verbogen was.157 Uit nader sporenonderzoek is gebleken dat bij het raam van de woonkamer aan de achterzijde van de woning werktuigsporen zichtbaar waren.158

Uit de bakengegevens is gebleken dat de auto met het kenteken [Kenteken 2] op 14 november 2017 om 19:00 uur in Rotterdam in de nabijheid van de [Adres 54] was, waar de vriendin van [Medeverdachte 3] , [Naam 2] woont, en daar iets na 21:00 uur is vertrokken richting Amsterdam. Laat op de avond reed deze auto via onder meer de A7 richting Harlingen. Om 1:10 uur was de auto blijkens de bakengegevens in Harlingen, alwaar de auto om 1:16 uur bij de [Adres 67] aankwam. Om 1:16 uur tot 1:19 uur stond de auto stil voor de deur van [Adres 67] . Hierna reed de auto naar [Adres 68] alwaar de auto van 1:24 uur tot 2:12 uur stilstond, op ongeveer 300 meter afstand van [Adres 67] . Nadat de auto even na 2 uur weer ging rijden, reed die met hoge snelheid op de A31 richting Leeuwarden. Om 4:25 uur is de auto met inzittenden op de parkeerplaats bij een benzinestation tussen Wolvega en Mildam (nabij Heerenveen) gecontroleerd. In de auto zaten op dat moment [Verdachte] , [Medeverdachte 1] , [Medeverdachte 3] en [Medeverdachte 4] . Hierna is de auto blijkens de bakengegevens naar Gouda en vervolgens naar Rotterdam gereden.159

Tussen 5:03 en 5:11 uur stopte de auto in Zwolle bij het [Tankstation] . Op camerabeelden zijn [Verdachte] , [Medeverdachte 1] , [Medeverdachte 4] en [Medeverdachte 3] herkend door verbalisanten.160

Verbalisanten van het observatieteam zagen op 14 november 2017 om 23:45 uur vier personen in de auto plaatsnemen in Amsterdam West, waarbij [Verdachte] als bestuurder en [Medeverdachte 1] zijn herkend. Om 2:05 uur, rond het tijdstip van de inbraak, hoorde het observatieteam uit de richting van [Adres 67] te Harlingen geschreeuw. Om 2:11 uur zag het team de auto wegrijden vanuit [Adres 68] richting van de [Adres 69] . Om 2:13 uur stopte de auto op de [Adres 69] . Vanuit de richting van [Adres 68] zag het observatieteam vervolgens een onbekende persoon komen aanrennen die achterin de auto stapte. De auto reed vervolgens met hoge snelheid weg.161

Voor wat betreft de zendmastgegevens is uit onderzoek gebleken dat om 21:40 uur het telefoonnummer van [Medeverdachte 3] ( [Telefoonnummer 6] ) contact maakt met een zendmast in Delft. Voorts heeft om 3:55 uur het telefoonnummer van [Verdachte] ( [Telefoonnummer 2] ) contact gemaakt met een zendmast in Nieuwehorne (provincie Friesland). De telefoon van [Medeverdachte 1] ( [Telefoonnummer 7] ) heeft die avond eerst een zendmast op de [Adres zendmast] in Amsterdam aangestraald, vervolgens om 00:59 uur een zendmast nabij Makkum, om 5:34 uur een zendmast in Harderwijk en om 7:24 uur een zendmast op [Adres zendmast] te Rotterdam, en telkens in de buurt waar ook de [Auto] zich op die tijdstippen bevond.162 De telefoon van [Medeverdachte 4] ( [Telefoonnummer 9] ) straalde op

14 november 2017 om 23:55 uur een zendmast aan in Oostzaan en later die nacht op

15 november 2017 om 4:30 uur een zendmast in Ter Idzard. Om 6:20 uur maakte de auto een stop op [Adres 70] te Gouda alwaar de moeder van [Medeverdachte 4] woont.163

Conclusie

De rechtbank stelt op basis van deze bevindingen vast dat de auto met daarin [Verdachte] , [Medeverdachte 1] , [Medeverdachte 3] en [Medeverdachte 4] in de avond van 14 november 2017 laat vanuit de randstad naar Harlingen is gereden. De auto heeft daar kort bij de woning aan [Adres 67] stilgestaan en stond even later in de buurt enige tijd geparkeerd. Vlak nadat aangeefster ontdekte dat er door drie personen gepoogd werd om in haar woning in te breken, zag het observatieteam de auto hard wegrijden. Verdachten hebben over hun aanwezigheid in de holst van de nacht in Harlingen en over het doel van hun reis vanuit Gouda naar Friesland slechts gezwegen, terwijl deze redengevende feiten en omstandigheden een uitleg verdienen. Nu die verklaringen over het doel van die rit gedurende de nacht naar Harlingen ontbreken, gaat de rechtbank er onder de hierboven vastgestelde feiten en omstandigheden van uit dat [Verdachte] , [Medeverdachte 1] , [Medeverdachte 3] en [Medeverdachte 4] samen een poging hebben gedaan in te breken bij de woning aan [Adres 67] te Harlingen. Dit feit zal dan ook bewezen worden verklaard.

3.18

Feiten 28, 29, 30 en 31 (respectievelijk zaaksdossiers 28, 29, 30 en 31)

Het openbaar ministerie verdenkt [Verdachte] , [Medeverdachte 3] en [Medeverdachte 4] van deze vier woninginbraken, waarvan één poging daartoe.

Bewijsmiddelen

Allereerst is in de nacht van 19 op 20 november 2017 ingebroken in een woning aan het [Adres 71] te Wijchen waar een handtas met inhoud, een portemonnee met diverse (bank)pasjes, een iPhone 6, een adresboekje, een zonnebril, en sleutels van [Slachtoffer 31] zijn weggenomen. Nadat aangeefster die ochtend wakker werd, zag zij dat een uitzetijzer van een badkamerraam was losgeschroefd en dat er via het bad naar binnen was geklommen.164 Op 23 november 2017 is [Verdachte] aangehouden. Bij de fouillering trof de politie in zijn broekzak een zwarte iPhone 6 aan. Uit onderzoek bleek dat deze telefoon de telefoon van aangeefster was.165

In de nacht van 19 op 20 november 2017 is ook een poging gedaan om goederen weg te nemen uit een woning aan de [Adres 72] te Hernen, eveneens in de gemeente Wijchen. [Naam 9] heeft namens zijn vader [Slachtoffer 32] aangifte gedaan nadat hij in de ochtend van 20 november 2017 was gebeld door de politie dat er was ingebroken in de woning van zijn vader. Aangever is naar de woning gegaan en zag dat er braakschade aan het kozijn van het keukenraam aan de achterzijde van de woning zat. Via het aanrecht is men naar binnen gegaan. Alle kasten, deurtjes en laadjes stonden open. Alle gordijnen waren gesloten. Overal lag zand in de woning. Er is niets meegenomen omdat de woning nagenoeg leeg stond en onbewoond was.166 [Getuige 4] zag die nacht om 3:30 uur bij de woning van de achterbuurman aan de [Adres 72] het licht branden en het keukenraam open. Zij heeft toen de politie gewaarschuwd.167 Onderzoek wees uit dat in de sluitzijde van het keukenraam een werktuigindrukspoor stond van vermoedelijk een schroevendraaier. Op het aanrechtblad werd modder aangetroffen.168

Om 3:45 uur die nacht is vervolgens ingebroken in een woning aan de [Adres 73] te Niftrik in de gemeente Wijchen. [Slachtoffer 33] deed daarvan aangifte en verklaarde dat zij om 3:45 uur wakker werd en een zacht tikkend geluid hoorde. Zij zag toen twee personen via de kamerdeur vanuit de hal de woonkamer in komen waar zij in bed lag. Toen zij een lampje aan deed, zag zij dat het twee jonge mannen waren die via de woonkamer richting de keuken liepen. Eén van de twee jongens zei toen dat ze een lichtje zochten. Ze liepen beiden vervolgens de hal in en verlieten de woning via de voordeur. Vervolgens heeft aangeefster de politie gebeld. Na de komst van de politie bleek dat het raam van de bijkeuken was verbroken. De laden en kastdeuren in de woonkamer stonden open. Er ontbrak een lade uit de kast. Daarin zaten twee portemonnees met daarin verschillende pasjes, een rijbewijs, een ID-bewijs en bankpassen. In de lade lag ook een geldbedrag van ruim 1.000 euro. Ook op de bovenverdieping stonden laden en deuren open.169 Op 29 november 2017 is aangeefster nader gehoord. Zij verklaarde dat in één van de portemonnees een bankpas, identiteitskaart, een oud en een nieuw rijbewijs en een tweetal andere passen zaten. In de andere portemonnee zaten 1 of 2 briefjes van 50 euro. Uit een doosje is een gouden ketting met een pareltje en een andere gouden ketting met een wereldbolletje weggenomen.170 Uit sporenonderzoek bleek dat de sluiting van een uitzetraam is geforceerd met waarschijnlijk een schroevendraaier en een breekijzer, waarna men middels inklimming de woning is binnengegaan. Er waren aldaar indruksporen aanwezig. Aan de binnenzijde van het raam waren handschoensporen aanwezig en op de vensterbank fragmenten van twee verschillende schoenafdrukken. Ook op de trap naar de eerste verdieping zijn schoenafdrukken met een soortgelijke profilering gezien.171

Ten slotte is die nacht in een woning aan de [Adres 74] in Opijnen, in de gemeente Neerijnen, een inbraak gepleegd. Op 20 november 2017 om 6:10 uur deed [Naam 10] namens zijn buurman [Slachtoffer 34] daarvan aangifte. Om 5:32 uur op 20 november 2017 kreeg [Naam 10] een alarmmelding van de woning van de familie [Slachtoffer 34] . Er bleek te zijn ingebroken. Er lag een ketting in de hal en een raampje stond open. Op de overloop stond een geldkistje.172 Uit een nader bericht van [Slachtoffer 34] bleek dat een geldkistje, een zonnebril [Merk] , een parelarmband, zilveren oorbellen, een halsketting, armband en oorbellen, zilveren manchet knopen, een halsketting en een horloge zijn weggenomen.173 In de sluitzijde van een zijraam van de woning zijn twee werktuigindruksporen, vermoedelijk afkomstig van een schroevendraaier en een breekijzer, aangetroffen.174 In de ochtend van 20 november 2017 heeft de politie een breekijzer aangetroffen buiten op de grond direct voor het raam dat was opengebroken.175

Uit Track&Trace gegevens van de auto met het kenteken [Kenteken 4] is gebleken dat de auto op 19 november 2017 omstreeks 14:07 uur stil stond in Rotterdam op de [Adres 54] , waar [Medeverdachte 3] regelmatig verblijft. De telefoon van [Verdachte] straalde rond dat tijdstip een zendmast aan in de directe omgeving van de [Adres 54] . Vervolgens is de auto naar Gouda gereden naar de [Adres 10] , nabij de woning van [Verdachte] , en vervolgens naar [Adres 70] , de verblijfsadressen van [Medeverdachte 4] . Toen is de auto naar de [Adres 71] in Wijchen gereden. Daar heeft de auto om 22:17 uur op de [Adres 71] een minuut, en even later vanaf 22:19 uur 12 minuten, stilgestaan. Op 20 november 2017 tussen 00:12 uur en 02:04 uur stond de auto geparkeerd aan de [Adres 75] te Wijchen, op 350 meter afstand van de [Adres 71] . De telefoon van [Verdachte] straalde om 00:18 uur de zendmast aan de [Adres zendmast] te Leur, gemeente Wijchen aan. Om 2:16 uur heeft de auto stilgestaan op de [Adres 76] te Hernen. De afstand tot de [Adres 72] is 74 meter. De telefoon van [Verdachte] straalde om 2:17 uur een zendmast aan te Beuningen, op 2,03 kilometer van de [Adres 76] te Hernen. Om 3:35 uur stond de auto 26 minuten stil op de [Adres 77] te Niftrik, gemeente Wijchen, een zijstraat van de [Adres 73] . De afstand tot de woning aan de [Adres 73] is 180 meter. De telefoon van [Verdachte] straalde om 3:35 uur een zendmast aan op de [Adres zendmast] te Ravenstein, gemeente Wijchen op 1,27 kilometer van de [Adres 73] te Niftrik. Vanaf 4:57 uur is de auto blijkens de Track&Trace gegevens op diverse locaties in Opijnen geregistreerd en stond stil vanaf 5:05 uur tot 5:30 uur in de [Adres 74] en de [Adres 78] in Opijnen. De afstand tussen de woning en de plaats waar de auto heeft stilgestaan is 130 meter. Om 5:53 uur is de auto geregistreerd op de A15 in Hardinxveld-Giessendam alwaar de auto bij het tankstation is gestopt. Om 6:49 uur is de auto geregistreerd op de [Adres 79] en vervolgens op de [Adres 54] te Rotterdam.176

Onderzoek aan de telefoon van [Verdachte] heeft uitgewezen dat op 20 november 2017 tussen 00:30 en 00:42 uur in Wijchen drie foto’s zijn gemaakt door brievenbussen van woningen aan de [Adres 71] , op respectievelijk 62, 83 en 130 meter afstand van het adres [Adres 71] .177 Daarna zijn om 2:19 uur en om 3:05 uur twee foto’s zijn gemaakt door brievenbussen op respectievelijk 130 en 120 meter van de woning aan de [Adres 72] nr. [Huisnummer] te Hernen.178 Om 3:41 uur is een foto door de brievenbus van de woning aan de [Adres 73] [Huisnummer] te Niftrik gemaakt, op 94 meter afstand van de [Adres 73] nr. [Huisnummer] .179 Ten slotte is met die telefoon op 20 november 2017 om 5:00 uur een foto gemaakt door de brievenbus van de woning aan het [Adres 80] nummer 8, op 900 meter afstand van de woning [Adres 74] .180

Uit onderzoek is verder gebleken dat de telefoon van [Medeverdachte 3] ( [Telefoonnummer 6] ) op 19 november 2017 om 13:57 uur en 14:18 uur respectievelijk een zendmast aan de [Adres zendmast] en aan de [Adres zendmast] te Rotterdam aanstraalde. De telefoons van [Medeverdachte 4] en [Medeverdachte 3] straalden op 19 november 2017 respectievelijk om 20:27 uur en 20:31 uur een zendmast aan [Adres zendmast] te Gouda aan. De telefoon van [Medeverdachte 3] straalde vervolgens een zendmast aan aan de [Adres zendmast] te Leur, gemeente Wijchen aan om 23:56 uur, op 2,38 kilometer van [Adres zendmast] te Wijchen, daarna op 20 november 2017 om 5:09 uur een zendmast op de [Adres zendmast] te Rossum en om 5:10 uur een zendmast op de [Adres zendmast] te Varik, respectievelijk 2,51 kilometer en 2,56 kilometer van de [Adres 74] te Opijnen.181

Op camerabeelden van 20 november 2017 omstreeks 5:51 uur – 6:03 uur gemaakt in en rond de winkel van het [Tankstation] op de A15 zijn [Verdachte] , [Medeverdachte 4] en [Medeverdachte 3] herkend door verbalisanten.182

Conclusie

De rechtbank stelt op basis van deze feiten en omstandigheden buiten gerede twijfel vast dat [Verdachte] , [Medeverdachte 3] en [Medeverdachte 4] in de auto vanuit Rotterdam, via Gouda, samen naar Wijchen zijn gereden. De gereden route en het stilstaan van de auto in de directe omgeving van de woningen komen nagenoeg overeen met de tijdstippen waarop werd ingebroken. Dit geldt ook voor de zendmastgegevens van de aan verdachten toegeschreven telefoons en de foto’s op de telefoon van [Verdachte] die door brievenbussen van nabijgelegen woningen zijn gemaakt. Telkens komen die gegevens qua tijd en plaats overeen. De enige uitzondering hierop is de woning in Hernen, die woning niet bewoond was op het moment dat daar werd ingebroken. Toch past ook die (poging) woninginbraak, ook gelet op de getuige die daar om 3:30 uur licht zag branden, in de route en de reeks van aangedane locaties door verdachten die nacht. Op de terugweg richting de randstad zijn [Verdachte] , [Medeverdachte 3] en [Medeverdachte 4] bij een tankstation op camerabeelden herkend. Zeer belastend is daarenboven nog dat enkele dagen later bij [Verdachte] de bij de woninginbraak aan de [Adres 71] weggenomen telefoon is aangetroffen. Ook hier geldt dat het verweer van de raadsman met betrekking tot de op de telefoon van [Verdachte] aangetroffen foto’s wordt verworpen.

De rechtbank acht op grond van het voorgaande alle vier feiten wettig en overtuigend bewezen en gaat ervan uit, nu zij de hele nacht samen zijn geweest en bij gebreke van aanwijzingen in een andere richting, dat [Verdachte] , [Medeverdachte 3] en [Medeverdachte 4] samen handelingen hebben verricht, gericht op het plegen van inbraken en daarbij zo nauw en bewust hebben samengewerkt dat sprake is van het in vereniging plegen van deze feiten.

3.19

Feit 32 (zaaksdossier 32)

Het openbaar ministerie verdenkt [Verdachte] en [Medeverdachte 1] van deze poging tot inbraak.

Bewijsmiddelen

Op 22 november 2017 deed [Naam 11] namens zijn moeder [Slachtoffer 35] (geboren in 1928, hierna: aangeefster) aangifte van diefstal. Op 22 november 2017 lag aangeefster te slapen in haar woning aan de [Adres 81] te Best. Tussen 3:00 uur en 3:15 uur werd zij wakker en moest zij naar de wc. Toen zij in de gang stond, zag zij een silhouet van een persoon door het glas van de voordeur. Zij hoorde dat er gerommeld werd aan het sleutelkastje. Aangeefster ontdekte dat het sleutelkastje met de sleutel van de woning was weggenomen.183

Uit zendmastgegevens is gebleken dat de telefoon in gebruik bij [Verdachte] ( [Telefoonnummer 2] ) op

22 november 2017 om 1:04 uur de zendmast op de [Adres zendmast] te Gouda aanstraalde. Om 0:46 uur en om 1:04 uur straalde het telefoonnummer in gebruik bij [Medeverdachte 1] ( [Telefoonnummer 7] ) eveneens de zendmast op de [Adres zendmast] in Gouda aan.

Uit peilbakengegevens is gebleken dat de door [Verdachte] gehuurde auto met het kenteken [Kenteken 4] op 22 november 2017 om 1:50 uur vertrok vanuit Gouda naar Nieuwerkerk aan den IJssel. Om 2:00 uur stond de auto stil bij [Tankstation] te Nieuwerkerk aan den IJssel. Vanaf dit tankstation reed de auto over de A16 en A58 naar Best en stopte om 3:06 uur bij de [Adres 81] [Huisnummer] schuin tegenover [Adres 81] . Tussen 3:10 uur en 3:38 uur stond de auto stil op de [Adres 82] te Best. De afstand tussen dat adres en de [Adres 81] te Best is ongeveer 160 meter. Uit de bakengegevens is gebleken dat de auto vervolgens om 3:48 uur Best uit is gereden in de richting van Eindhoven, waar de auto geruime tijd bleef. Om 5:33 uur reed de auto vanuit Eindhoven naar Liempde over de A2. Vanuit Liempde reed de auto om 6:08 uur weg over de A2, via het [Tankstation] in Zaltbommel, naar de [Adres 54] in Rotterdam. De auto stopte daar om 7:31 uur. De telefoons van [Verdachte] ( [Telefoonnummer 2] ) en [Medeverdachte 1] ( [Telefoonnummer 7] ) straalden om 7:32 uur respectievelijk 7:48 uur een zendmast op de [Adres zendmast] te Rotterdam aan.184

De camerabeelden van [Tankstation] te Nieuwerkerk aan den IJssel van 22 november 2017 zijn door de politie opgevraagd en bekeken. De politie heeft daarop gezien dat op

22 november 2017 om 1:59 uur een zwarte [Auto] met kenteken [Kenteken 4] kwam aanrijden. De bestuurder die uitstapte en ging tanken, is herkend als [Verdachte] . De bijrijder is niet uit de auto geweest.185 De politie heeft ook afdrukken van de beelden van [Tankstation] Nieuwerkerk aan den IJssel van 22 november 2017 omstreeks 2:00 uur bekeken. Daarop is [Verdachte] herkend.186 Het onderzoeksteam heeft ook de camerabeelden van [Tankstation] van 22 november 2017 bekeken. Verbalisant [Verbalisant] heeft daarop gezien dat op 22 november 2017 om 6:29 uur een zwarte [Auto] met kenteken [Kenteken 4] kwam aanrijden. De bestuurder die uitstapte en ging tanken, heeft verbalisant herkend als [Verdachte] . De bijrijder die in de auto bleef zitten, heeft verbalisant herkend als [Medeverdachte 1] .187 Verbalisanten [Verbalisant] , [Verbalisant] en [Verbalisant] hebben afdrukken van de beelden van [Tankstation] van 22 november 2017 omstreeks 6:29 uur bekeken. Zij hebben daarop alle drie [Verdachte] herkend. Verbalisant [Verbalisant] heeft daarop tevens [Medeverdachte 1] herkend.188

Op de iPhone van [Medeverdachte 1] zijn diverse foto’s aangetroffen die door brievenbussen van woningen waren genomen. Op de telefoon stonden onder andere twee foto’s die op

22 november 2017 te 3:06 uur zijn gemaakt. Op deze foto’s was een krant zichtbaar. Dit bleek de krant ” [Naam krant] ” van 21 november 2017 te zijn.189 Aangeefster heeft verklaard dat zij de plaatselijke krant “ [Naam krant] ” ontvangt en dat deze volgens haar op dinsdagmiddag wordt bezorgd. Normaal gesproken leegt zij elke ochtend en avond haar brievenbus. Het is echter goed mogelijk dat zij op 21 november 2017 haar brievenbus alleen in de ochtend heeft geleegd, omdat zij toen wegens een heupoperatie niet goed ter been was.190

Ook met de iPhone van [Verdachte] zijn op 22 november 2017 foto’s gemaakt in Best, te weten drie foto’s: op de locaties [Adres 83] om 3:00 uur, [Adres 84] om 3:37 uur en [Adres 85] om 3:38 uur. Deze locaties zijn respectievelijk 500, 500 en 550 meter verwijderd van het adres [Adres 81] te Best.191

Op 22 november 2017 te 00:14 uur werd [Verdachte] ( [Telefoonnummer 2] ) gebeld door [Medeverdachte 1] ( [Telefoonnummer 7] ). Daarbij werd onder meer het volgende besproken:

[Medeverdachte 1] : Kom laten wij wat gaan regelen, voel me zwaar verrot/klote. Zit hele dag hier ...ntv man.

[Verdachte] : er is geen materiaal daar, regel alstublieft materiaal man.

[Verdachte] : hoe wil je regelen zonder materiaal mattie, hoe dan?

[Medeverdachte 1] : [Bijnaam 2] luister dan.

[Verdachte] : materiaal

[Medeverdachte 1] : [Bijnaam 2] luister naar mij

[Medeverdachte 1] : luister naar mij, bel es [Bijnaam 6] of zo, en je bent in ROTTERDAM toch

[Verdachte] : (schraapt zijn keel) ja

[Medeverdachte 1] : nou dan, bel [Bijnaam 6]

[Verdachte] : en dan?

[Medeverdachte 1] : of ik bel [Bijnaam 6] , ga ik zeggen kan ik zo ophalen, gaan. In ieder geval.

[Verdachte] : bel hem dan.

Uit historische verkeersgegevens van het nummer [Telefoonnummer 7] is gebleken dat er direct daarna contact is opgenomen met de telefoonnummers [Telefoonnummer 21] en [Telefoonnummer 22] . Hierna belde [Telefoonnummer 7] direct weer [Telefoonnummer 2] .Uit de politiesystemen is gebleken dat [Naam 12] , geboren 25 juli 1998 te Utrecht, een contact van [Verdachte] is en dat [Naam 12] " [Bijnaam 6] " genoemd wordt. Voorts blijkt uit een gesprek van 31 oktober 2017 om 18:06 uur dat " [Bijnaam 6] " gebruik maakt van het telefoonnummer [Telefoonnummer 22] .

Op 22 november 2017 om 00:18 uur werd [Verdachte] wederom gebeld door [Medeverdachte 1] . In dit gesprek werd onder andere het volgende gezegd:

[Medeverdachte 1] : eh, materiaal is geregeld, maar dan moet je eerst hier naar mij toekomen

en dan terug naar ROTTERDAM.

Later in de nacht van 22 november 2017, om 5:02 uur, belde [Verdachte] uit naar het telefoonnummer van [Medeverdachte 3] ( [Telefoonnummer 6] ). Hij maakte daarbij gebruik van de zendmast [Adres zendmast] te Waalre. In dit gesprek werd onder meer het volgende gezegd:

[Verdachte] : Waar ben je?

[Medeverdachte 3] : lk ben nu eindje

[Verdachte] : lk ben ook Eindje. Waar ben je Eindje?

[Medeverdachte 3] : lk rij nu richting 's-Hertogenbosch

[Verdachte] : Ewa. lk ben hier nu Helmond.

[Medeverdachte 3] : Helmond?

[Verdachte] : Ja.

[Medeverdachte 3] : Ewa, gas richting’s-Hertogenbosch

[Verdachte] : Ja, ewa. wacht ff, ik ga hier nog even snel kijken iets en dan rij ik die kant op,

gelijk.

[Medeverdachte 3] : Met wie ben je? Solo?

[Verdachte] : Nee, met 1 iemand.

Om 6:30 uur belde [Medeverdachte 1] met het nummer van [Verdachte] naar [Medeverdachte 3] . Hij maakte daarbij gebruik van zendmast [Adres zendmast] te Bruchem. In dit gesprek werd onder andere het volgende gezegd:

[Medeverdachte 3] : Heb je wat geroomd of niet?

[Medeverdachte 1] : Niks man, ik zweer het je. We hebben kanker veel dingen bekeken maar niks man, ook geen materiaal, je weet.

[Medeverdachte 3] : Ook geen materiaal, even serieus jongens, man.

[Medeverdachte 1] : Ja, we zijn laatste moment gegaan. lk was de hele dag bij jou thuis mattie. lk

heb daar de gehele dag gezeten, hij (derde persoon) kwam en zei kom we gaan wat doen.192

Conclusie

De rechtbank stelt, op grond van voormelde bewijsmiddelen, vast dat [Verdachte] en [Medeverdachte 1] aan het begin van de nacht van 22 november 2017 telefonisch contact hadden over het regelen van materiaal en het ophalen van [Medeverdachte 1] . Even later waren beiden in Gouda, in de omgeving van de woning van [Verdachte] . Vervolgens reed [Verdachte] met een bijrijder van Gouda naar Best, waar de auto rond het tijdstip van de inbraakpoging geparkeerd stond op korte afstand van de woning van aangeefster. Sterke aanwijzingen dat de bijrijder van [Verdachte] [Medeverdachte 1] was, ziet de rechtbank in zijn telefoongegevens en in het feit dat [Verdachte] en [Medeverdachte 1] op 22 november 2017 omstreeks 6:30 uur zijn herkend bij een tankstation bij Zaltbommel. Op dat moment vertelde [Medeverdachte 1] in een telefoongesprek, gebruikmakend van het telefoonnummer van [Verdachte] , dat het die nacht niet is gelukt iets te “romen”, terwijl zij veel dingen hebben bekeken. Daarnaast zijn op de telefoons van zowel [Verdachte] als [Medeverdachte 1] foto’s aangetroffen die zijn genomen in de buurt van de woning van aangeefster rond het tijdstip van de diefstal c.q. de inbraakpoging. Ook hier geldt dat het verweer van de raadsman met betrekking tot de op de telefoon van [Verdachte] aangetroffen foto’s wordt verworpen.

De rechtbank is van oordeel dat deze redengevende feiten en omstandigheden ten aanzien van beide verdachten om een verklaring vragen. [Verdachte] en [Medeverdachte 1] hebben zich echter beroepen op hun zwijgrecht. De rechtbank weegt het zwijgen van de verdachten mee in haar bewijsoverwegingen.

Al het voorgaande in aanmerking nemende, concludeert de rechtbank dat [Verdachte] en [Medeverdachte 1] hebben overlegd over het regelen van materiaal, vervolgens met zijn tweeën naar de woning aan de [Adres 81] te Best zijn gegaan en daar samen handelingen hebben verricht, gericht op het plegen van de inbraak in die woning (te weten het verbreken van het sleutelkastje en het wegnemen van het kastje en de sleutel van de woning). Er heeft aldus een nauwe en bewuste samenwerking tussen [Verdachte] en [Medeverdachte 1] bestaan, waardoor het onderdeel medeplegen bewezen kan worden verklaard.

Dit betekent dat de rechtbank de eendaadse samenloop van het, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, medeplegen van diefstal van het sleutelkastje en de sleutel van aangeefster door middel van verbreking en de poging tot inbraak in de woning aan de [Adres 81] te Best door middel van een valse sleutel, wettig en overtuigend bewezen zal verklaren.

4 De bewezenverklaring

De rechtbank verklaart ten aanzien van verdachte bewezen dat:

2.

(zaaksdossier 2)

hij op 25 september 2017 te Reeuwijk, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een woning aan de [Adres 8] heeft weggenomen

  • -

    een kluis en

  • -

    geld en

  • -

    sieraden en

  • -

    een telefoon en

  • -

    kentekenbewijzen en

  • -

    een sleutel

geheel of ten dele toebehorende aan dhr. [Slachtoffer 3] , waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft door middel van een valse, te weten een niet aan hen toebehorende, sleutel;

5.

(zaaksdossier 5)

hij op 21 oktober 2017 te Bodegraven, gemeente Bodegraven-Reeuwijk, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in een woning aan de [Adres 11] , alwaar verdachte zich buiten weten van de rechthebbende bevond, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag van (ongeveer) 150 euro, toebehorende aan [Slachtoffer 4] , waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft door middel van braak en inklimming;

6.

(zaaksdossier 6)

hij omstreeks 23 oktober 2017 te Nuenen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in een woning aan de [Adres 16] , alwaar verdachte zich buiten weten van de rechthebbende bevond, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

  • -

    een handtas en

  • -

    een horloge en

  • -

    trouwringen

toebehorende aan mw. [Slachtoffer 7] , waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van een valse sleutel, te weten de sleutel uit het bij voornoemde woning horende sleutelkastje, welke verdachte heeft opengebroken;

7.

(zaaksdossier 7)

hij omstreeks 27 oktober 2017 te Zeist, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in een woning aan de [Adres 21] , alwaar verdachte zich buiten weten van de rechthebbende bevond, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

  • -

    twee computers en

  • -

    een geldkist en

  • -

    een geldbedrag (260 euro) en

  • -

    een DVD speler en

  • -

    mobiele telefoons (twee van het merk iPhone en een van het merk Samsung) en

  • -

    twee simkaarten,

geheel of ten dele toebehorende aan [Slachtoffer 8] , waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van een valse, te weten een niet aan hem toebehorende, sleutel;

9.

(zaaksdossier 9)

hij op 28 oktober 2017 te Emmeloord, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in een woning aan de [Adres 23] , alwaar verdachte zich buiten weten van de rechthebbende bevond, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

  • -

    een mobiele telefoon (merk Samsung) en

  • -

    een iPad (merk Apple) en

  • -

    een laptop (merk Apple Pro) en

  • -

    een ring

toebehorende aan mw. [Slachtoffer 9] , waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft door middel van braak en inklimming;

10.

(zaaksdossier 10)

hij op 1 november 2017 te Drachten, gemeente Smallingerland, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in een woning aan [Adres 25] , alwaar verdachte zich buiten weten van de rechthebbende bevond, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

  • -

    ringen en een armband en oorbellen en een ketting en een broche, en

  • -

    een horloge en

  • -

    een gouden tientje en

  • -

    (huis)sleutels,

toebehorende aan mw. [Slachtoffer 10] ,

waarbij verdachte en/of zijn mededader zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft door middel van braak en inklimming;

11.

(zaaksdossier 11)

hij op 1 november 2017 te Drachten, gemeente Smallingerland, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in een woning, alwaar verdachte zich buiten weten van de rechthebbende bevond, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een woning aan de [Adres 26] weg te nemen geld en/of goed(eren) van zijn/hun gading, toebehorende aan mw. [Slachtoffer 11] , en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen door middel van braak en inklimming, met zijn mededader

  • -

    zich naar voornoemde woning heeft begeven en

  • -

    (vervolgens) een raam aan de achterzijde van die woning heeft geforceerd en

  • -

    (vervolgens) in het naaiatelier van voornoemde woning een aantal bakjes uit een kast heeft gehaald en in de garage van voornoemde woning een aantal laatjes van een kast heeft opengemaakt,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

12.

(zaaksdossier 12)

hij op 2 november 2017 te Drachten, gemeente Smallingerland, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in een woning aan de [Adres 28] , alwaar verdachte zich buiten weten van de rechthebbende bevond, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

  • -

    een rode portemonnee met daarin een geldbedrag van 50 euro en

  • -

    een zwarte portemonnee met daarin een geldbedrag van 50 euro en

  • -

    een geldbedrag van 50 euro en

  • -

    een ING bankpas en een identiteitskaart op naam van [Slachtoffer 12] en een Promovendum zorgpas, toebehorende aan mw. [Slachtoffer 12] ,

waarbij verdachte en/of zijn mededader zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft door middel van een valse sleutel, te weten de sleutel uit het bij voornoemde woning horende sleutelkastje, dat verdachte en/of zijn mededader heeft/hebben opengebroken;

13.

(zaaksdossier 13)

hij op 2 november 2017 te Drachten, gemeente Smallingerland, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in een woning aan de [Adres 30] , alwaar verdachte zich buiten weten van de rechthebbende bevond, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

  • -

    een envelop met daarin een geldbedrag van 450 euro en

  • -

    een ijzeren pot met daarin een geldbedrag van 800 euro,

toebehorende aan dhr. [Slachtoffer 13] en mw. [Slachtoffer 14] ,

waarbij verdachte en/of zijn mededader zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft door middel van een valse sleutel, te weten de sleutel uit het bij voornoemde woning horende sleutelkastje, dat verdachte en/of zijn mededader heeft/hebben opengebroken;

19.

(zaaksdossier 19)

hij omstreeks 10 november 2017 te Heerlen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning aan de [Adres 42], alwaar verdachte zich buiten weten van de rechthebbende bevond, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

  • -

    ringen en oorsieraden en armbanden en hangers en bedels en hangers en

  • -

    een kussensloop

toebehorende aan mw. [Slachtoffer 22] , waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming;

20.

(zaaksdossier 20)

hij op 10 november 2017 te Geleen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd op een besloten erf waarop een woning stond, alwaar verdachte zich buiten weten van de rechthebbende bevond, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening van een woning aan de [Adres 44] heeft weggenomen een huissleutel toebehorende aan mw. [Slachtoffer 23] , waarbij verdachte dat weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking;

en

hij op 10 november 2017 te Geleen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning, alwaar verdachte zich buiten weten van de rechthebbende bevond, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning aan de [Adres 44] weg te nemen geld en/of goed(eren) van zijn gading, toebehorende aan mw. [Slachtoffer 23] , en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen door middel van valse sleutel, te weten de sleutel uit het bij voornoemde woning horende sleutelkastje, welke verdachte heeft opengebroken,

- zich naar voornoemde woning heeft begeven en

- ( vervolgens) het sleutelkastje van voornoemde woning heeft geforceerd en de sleutel daar uit heeft gehaald,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

21.

(zaaksdossier 21)

hij op 10 november 2017 te Heerlen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning aan de [Adres 45] , alwaar verdachte zich buiten weten van de rechthebbende bevond, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een horloge, toebehorende aan mw. [Slachtoffer 24] , waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van een valse sleutel, te weten de sleutel uit het bij voornoemde woning horende sleutelkastje, welke verdachte heeft opengebroken;

22.

(zaaksdossier 22)

hij op 12 november 2017 te Oirschot, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning aan [Adres 50] , alwaar verdachte zich buiten weten van de rechthebbende bevond, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening heeft weggenomen een gouden ketting, toebehorende aan mw. [Slachtoffer 25] , waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft door middel van braak en inklimming;

23.

(zaaksdossier 23)

hij op 12 november 2017 te Waalre, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning aan de [Adres 51] , alwaar verdachte zich buiten weten van de rechthebbende bevond, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

  • -

    een geldbedrag van (ongeveer) 20 euro en

  • -

    pinpassen en creditcards en

  • -

    een Macbook met daarbij behorende oplader,

toebehorende aan mw. [Naam 8] en/of dhr. [Slachtoffer 26] , waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft door middel van braak en inklimming;

24.

(zaaksdossier 24)

hij op 12 november 2017 te Eindhoven, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning aan de [Adres 53] , alwaar verdachte zich buiten weten van de rechthebbende bevond, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

  • -

    ringen en armbanden en oorbellen en kettingen en hangers en

  • -

    een horloge en

  • -

    een sigarenmondpijpje,

toebehorende aan mw. [Slachtoffer 27] , waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft door middel van braak en inklimming;

25.

(zaaksdossier 25)

hij op 14 november 2017 te Hoogeveen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning aan de [Adres 59] , alwaar verdachte zich buiten weten van de rechthebbende bevond, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

  • -

    een zwart etui met een hoeveelheid kleingeld en

  • -

    een reiswekker en

  • -

    een horloge (merk Certina) en

  • -

    een zaklamp (merk Unilever),

toebehorende aan mw. [Slachtoffer 28] , waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft door middel van braak en inklimming;

26.

(zaaksdossier 26)

hij op 14 november 2017 te Beilen, gemeente Midden-Drenthe, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning aan de [Adres 60] , alwaar verdachte zich buiten weten van de rechthebbende bevond, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

  • -

    ringen en armbanden en oorbellen en een ketting en een hanger en

  • -

    een horloge en

  • -

    een ING-bankpas en

  • -

    een portemonnee en

  • -

    een zakagenda en

  • -

    een schilderij,

toebehorende aan mw. [Slachtoffer 29] , waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft door middel van braak en inklimming;

27.

(zaaksdossier 27)

hij op 15 november 2017 te Harlingen gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning, alwaar verdachte zich buiten weten van de rechthebbende bevond, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een woning aan [Adres 67] weg te nemen geld en/of goederen van hun gading, toebehorende aan mw. [Slachtoffer 30] , en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en die weg te nemen goederen en/of geld onder hun bereik te brengen door middel van braak, met zijn mededaders zich naar voornoemde woning heeft begeven en een raam aan de achterzijde van die woning heeft geforceerd,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

28.

(zaaksdossier 28)

hij op 20 november 2017 te Wijchen gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning aan het [Adres 71] , alwaar verdachte zich buiten weten van de rechthebbende bevond, tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een handtas inhoudende

  • -

    een portemonnee met daarin (bank)pasjes en een creditcard en een kentekenbewijs en OV-chipkaarten en

  • -

    een toegangsbutton, en

  • -

    een mobiele telefoon (een iPhone 6) en

  • -

    een adresboekje en

  • -

    een zonnebril in een brillenkoker en

  • -

    een parfumflesje en

  • -

    sleutels,

toebehorende aan mw. [Slachtoffer 31] , waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft door middel van braak en inklimming;

29.

(zaaksdossier 29)

hij op 20 november 2017 te Hernen, gemeente Wijchen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning, alwaar verdachte zich buiten weten van de rechthebbende bevond, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een woning aan de [Adres 72] weg te nemen geld en/of goederen van hun gading, toebehorende aan dhr. [Slachtoffer 32] , en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen door middel van braak en inklimming, met zijn mededaders

  • -

    zich naar voornoemde woning heeft begeven en

  • -

    vervolgens een raam aan de achterzijde van die woning heeft geforceerd en

  • -

    ruimtes van en kasten in voornoemde woning heeft doorzocht,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

30.

(zaaksdossier 30)

hij op 20 november 2017 te Niftrik, gemeente Wijchen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning aan de [Adres 73] , alwaar verdachte zich buiten weten van de rechthebbende bevond, tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

  • -

    portemonnees met daarin een bankpas en een rijbewijs en een identiteitskaart en een geldbedrag en

  • -

    gouden kettingen en

  • -

    een geldbedrag van ongeveer 1.000 euro

toebehorende aan mw. [Slachtoffer 33] , waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft door middel van braak en inklimming;

31.

(zaaksdossier 31)

hij op 20 november 2017 te Opijnen, gemeente Neerijnen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning aan de [Adres 74] , alwaar verdachte zich buiten weten van de rechthebbende bevond, tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

  • -

    een zonnebril en

  • -

    sieraden en

  • -

    een horloge en

  • -

    een geldbedrag van ongeveer 150 euro,

toebehorende aan dhr. [Slachtoffer 34] , waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft door middel van braak en inklimming;

32.

(zaaksdossier 32)

hij op 22 november 2017 te Best, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd op een besloten erf waarop een woning stond, alwaar verdachte zich buiten weten van de rechthebbende bevond, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening van een woning aan de [Adres 81] heeft weggenomen een sleutelkastje en een sleutel toebehorende aan mw. [Slachtoffer 35] , waarbij verdachte en/of zijn mededader die weg te nemen goederen onder hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van verbreking

en

hij op 22 november 2017 te Best, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning, alwaar verdachte zich buiten weten van de rechthebbende bevond, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning aan de [Adres 81] weg te nemen geld en/of goed(eren) van hun gading, toebehorende aan mw. [Slachtoffer 35] , en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen door middel van een valse sleutel, te weten de sleutel uit het bij voornoemde woning horende sleutelkastje, welke verdachte en/of zijn mededader heeft/hebben opengebroken,

met zijn mededader

  • -

    zich naar voornoemde woning heeft begeven en

  • -

    (vervolgens) het sleutelkastje van voornoemde woning heeft verbroken

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Voor zover in de tenlastelegging type- en taalfouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

6 De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

7 De strafoplegging

7.1

De vordering van de officieren van justitie

De officieren van justitie hebben gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 jaren, met aftrek van voorarrest.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat – kort gezegd – de eis van de officieren van justitie te fors is, ook in vergelijking met soortgelijke zaken, en dat voorts rekening moet worden gehouden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte en met de omstandigheden dat de politie (het observatieteam) niet eerder heeft ingegrepen, waardoor het aantal feiten onnodig groot is.

7.3

Het oordeel van de rechtbank

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.

Aard en ernst van de feiten

[Verdachte] heeft zich schuldig gemaakt aan een groot aantal, te weten 23 woninginbraken, waarvan drie pogingen.

Deze feiten zijn op uiterst brutale en professionele wijze uitgevoerd, waarbij verdachte en zijn mededaders het onder meer voorzien hadden op woningen waar kwetsbare, vaak hoogbejaarde mensen wonen of waar mensen op vakantie waren. De inbraken vonden plaats door braak en inklimming of door een sleutelkastje te vernielen, de daarin aanwezige sleutel weg te nemen en vervolgens de woning in te gaan. De buit bestond veelal uit contant geld, bankpassen en sieraden.

De rechtbank houdt ook rekening met de georganiseerde wijze waarop verdachte en zijn mededaders de woninginbraken en pogingen daartoe hebben gepleegd. Met door verdachte gehuurde auto’s zijn verdachte en zijn mededaders vele nachten op pad geweest en zijn in uiteenlopende regio’s verschillende (kleine) plaatsen in Nederland aangedaan. Daarbij is bij de rechtbank de indruk ontstaan dat met deze auto, behalve woninginbraken, ook voorverkenningen hebben plaatsgevonden. Verdachte en zijn mededaders waren bovendien in staat om in zeer korte tijd een woning te betreden, te doorzoeken en er met de buit vandoor te gaan, nagenoeg zonder tot hen te herleiden (technische) sporen achter te laten. De verdachte en zijn mededaders beschikten in de periode van de bewezenverklaarde inbraken en pogingen voorts niet over een legale bron van inkomsten. Aangenomen mag worden dat de opbrengst van de buit hun bron van inkomsten was.

Ook is bij de straftoemeting van belang dat de rechtbank in het dossier geen aanwijzingen heeft gevonden waaruit blijkt dat sprake is geweest van een bepaalde rolverdeling tussen verdachte en zijn mededaders bij de voorbereiding en/of uitvoering van de feiten. De rechtbank gaat daarom steeds uit van een gelijk aandeel van verdachte en zijn mededaders.

De door verdachte en zijn mededaders gepleegde woninginbraken en pogingen daartoe zijn ernstige feiten. Verdachte en zijn mededaders hebben met de bewezenverklaarde feiten getoond geen enkel respect te hebben voor de eigendommen van een ander en hebben veel schade en overlast veroorzaakt. Met de diefstal van persoonlijke spullen zijn aangevers bovendien eigendommen kwijtgeraakt die vaak emotionele waarde voor hen hadden en die onvervangbaar zijn. Door hun handelswijze hebben verdachte en zijn mededaders bovendien ernstig inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer en het gevoel van veiligheid van aangevers. De rechtbank neemt in het bijzonder in aanmerking dat verdachte en zijn mededaders de woningen van aangevers vaak uitgebreid hebben doorzocht en zelfs in de slaapkamers van verschillende aangevers zijn geweest, terwijl deze daar in bed lagen. In een aantal gevallen zijn aangevers eenmaal door de aanwezigheid van de daders wakker geworden en hebben toen doodsangsten uitgestaan. De impact die de inbraken op hen hebben gehad, blijkt ook duidelijk uit de verklaringen van verschillende aangevers die in het dossier zitten. Woninginbraken zorgen zo voor gevoelens van angst en onveiligheid in de maatschappij.

Verdachte heeft geen enkele verantwoordelijkheid genomen voor de door hem gepleegde woninginbraken, dan wel pogingen daartoe. Naar het oordeel van de rechtbank geeft het geen pas om de politie te verwijten dat niet eerder is ingegrepen om (meer) inbraken te voorkomen.

Persoonlijke omstandigheden

[Verdachte] is blijkens het uittreksel van de justitiële documentatie van 11 januari 2019 in 2014 ook veroordeeld voor een woninginbraak. Vanwege die veroordeling liep verdachte nog in een proeftijd tot 3 november 2017, dus tijdens een groot deel van de periode van de hem nu tenlastegelegde feiten. De rechtbank weegt dat in strafverzwarende zin mee.

Blijkens een op 30 november 2018 opgemaakt rapport van de Reclassering Fivoor bestaan veel zorgen over de huidige situatie van verdachte, met name vanwege het criminele milieu waarin hij verkeert, en door het gebrek aan inkomen en dagbesteding. Verdachte verveelt zich en heeft schulden. Hij is ingebed in een negatief sociaal netwerk dat grotendeels zijn identiteit vormgeeft. Eerdere trajecten bij de jeugdreclassering en de jeugdpsychiatrie om het leven van betrokkene een andere richting te geven, hebben niet het juiste effect gesorteerd. Waar hij zich in toenemende mate gemotiveerd toont voor begeleiding, is de verwachting dat een outreachende aanpak nodig is om hem gemotiveerd te krijgen en te houden. Het risico dat verdachte opnieuw zal recidiveren is hoog ingeschat.

De reclassering adviseert toepassing van het volwassenen strafrecht en oplegging van een deels voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden.

Conclusie

Als reactie op de hoeveelheid en aard van deze bewezenverklaarde feiten dient een gevangenisstraf van aanzienlijke duur het uitgangspunt te zijn. Bij het bepalen van de hoogte van de op te leggen straf heeft de rechtbank acht geslagen op de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht, die afwijken van de strafvorderingsrichtlijnen van het openbaar ministerie. Ook omdat de rechtbank komt tot minder bewezenverklaarde feiten dan waarvan de officieren van justitie bij hun strafeis zijn uitgegaan, komt de rechtbank tot een lagere straf. Voor een voorwaardelijk strafdeel is, gelet op de op hoogte van te leggen straf, geen ruimte.

8 De vorderingen van de benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregel

8.1

De vordering van de benadeelde partij [Slachtoffer 3] (feit 2)

8.1.1

De vordering

De benadeelde partij heeft een vordering ingediend strekkende tot betaling van een bedrag van € 3.250,-- als vergoeding van materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente. Ter terechtzitting van 5 februari 2019 hebben de benadeelde partij en zijn partner [Getuige 6] de vordering mondeling nader toegelicht.

8.1.2

Het standpunt van de officieren van justitie

De officieren van justitie hebben geconcludeerd tot hoofdelijke toewijzing van de vordering tot een bedrag van € 2.850,-- ter zake van materiële schade.

Voorts hebben de officieren van justitie verzocht om (schattenderwijs) € 500,-- aan immateriële schadevergoeding hoofdelijk toe te wijzen. Het (hoofdelijk) toe te wijzen bedrag komt daarmee op een totaalbedrag van € 3.350,--, welk bedrag dient te worden vermeerderd met de wettelijke rente. Daarnaast dient de schadevergoedingsmaatregel te worden opgelegd.

8.1.3

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft, wat betreft het weggenomen contante geldbedrag, verzocht uit te gaan van het in de aangifte genoemde bedrag van € 2.000,--, in plaats van het nadien in de vordering opgenomen bedrag van € 2.850,--, nu dat verschil onverklaarbaar is.

Voor het overige heeft de raadsman de vordering niet betwist.

8.1.4

Het oordeel van de rechtbank

Wat betreft de gevorderde materiële schade stelt de rechtbank vast dat een bedrag van

€ 3.250,-- wordt gevorderd, te weten de totale schade van € 8.952,50 minus de door de verzekering reeds vergoede schade van € 5.702,50.

Bij de vordering is een brief van de verzekeringsmaatschappij van de benadeelde partij gevoegd, waaruit blijkt dat € 462,50 (inboedel), € 175,00 (kostbare inboedel), € 4.565,- (lijfsieraden) en € 500,-- (contant geld) aan de benadeelde partij is vergoed. Daarbij is geen nadere precisering gegeven voor welke goederen schade is vergoed. De benadeelde partij heeft ook niet toegelicht voor welke (resterende) schade hij nog vergoeding vordert.

Het gevorderde bedrag van € 3.250,-- is daarmee onvoldoende onderbouwd zodat de vordering voor dat deel zal worden afgewezen.

Eveneens zal de rechtbank de gevorderde vergoeding van immateriële schade afwijzen. In de vordering is geen bedrag voor die schade genoemd en ook overigens is onvoldoende onderbouwd dat de benadeelde partij ten gevolge van de bewezenverklaarde inbraak rechtstreeks immateriële schade heeft geleden. De mondelinge toelichting ter terechtzitting alleen is daarvoor, gelet op het bepaalde in artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek, onvoldoende.

Het voorgaande leidt tot het oordeel dat de vordering integraal zal worden afgewezen. Dit brengt mee dat de benadeelde partij moet worden veroordeeld in de kosten die de verdachte tot aan deze uitspraak in verband met zijn verdediging tegen die vordering heeft moeten maken, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil.

8.2

De vordering van de benadeelde partij [Slachtoffer 13] en [Slachtoffer 14] (feit 13).

8.2.1

De vordering

De benadeelde partij heeft een vordering ingediend strekkende tot betaling van een bedrag van € 1.499,00 (bestaande uit een bedrag van € 830,00 als vergoeding voor materiële en een bedrag van € 669,00 als vergoeding voor immateriële schade), te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

8.2.2

Het standpunt van de officieren van justitie

De officieren van justitie hebben geconcludeerd tot hoofdelijke toewijzing van de vordering, vermeerderd met wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

8.2.3

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft ten aanzien van de vordering geen standpunt ingenomen.

8.2.4

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal de vordering van de benadeelde partij [Slachtoffer 13] en [Slachtoffer 14] hoofdelijk toewijzen, nu deze voldoende is onderbouwd en niet is betwist door of namens de verdachte. De rechtbank zal de gevorderde wettelijke rente toewijzen met ingang van 2 november 2017, omdat vast is komen te staan dat de schade vanaf die datum is ontstaan.

Nu de vordering wordt toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Nu de verdachte voor het onder 13 bewezenverklaarde strafbare feit zal worden veroordeeld en hij jegens de slachtoffers naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk is voor de schade die door dit feit is toegebracht, zal de rechtbank aan de verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 1.499,00, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 2 november 2017 tot aan de dag van de algehele voldoening, ten behoeve van [Slachtoffer 13] en [Slachtoffer 14] .

8.3

De vordering van de benadeelde partij [Slachtoffer 21] (feit 18)

8.3.1

De vordering

De benadeelde partij heeft een vordering ingediend strekkende tot betaling van een bedrag van € 4.359,50 (bestaande uit € 3.859,50 aan materiële schade en € 500,-- aan immateriële schade), te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

8.3.2

Het standpunt van de officieren van justitie

De officieren van justitie hebben geconcludeerd tot hoofdelijke toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [Slachtoffer 21] , vermeerderd met wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

8.3.3

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft ten aanzien van de vordering geen standpunt ingenomen.

8.3.4

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [Slachtoffer 21] niet-ontvankelijk verklaren, aangezien de verdachte ten aanzien van het ten laste gelegde feit waarop de vordering betrekking heeft, zal worden vrijgesproken.

9 De inbeslaggenomen goederen

9.1

De vordering van de officieren van justitie

De officieren van justitie hebben geen bezwaar gemaakt tegen de door verdachte verzochte teruggave van voorwerpen met de nummers 5, 6, 25, 27 en 49 op de beslaglijst. Voorts kan de ring met het [Auto] -logo, die onder nummer 42 op de beslaglijst voorkomt, aan verdachte worden teruggegeven.

Met betrekking tot de door verdachte verzochte teruggave van inbeslaggenomen geldbedragen (nummers 54, 55, 56 en 57 op de beslaglijst), is gevorderd die verbeurd te verklaren, omdat verdachte geen ander inkomen heeft dan uit woninginbraken. Tevens is de verbeurdverklaring gevorderd van de voorwerpen met de nummers 7, 8, 15 en 19.

Voor wat betreft de overige voorwerpen op de beslaglijst (voornamelijk sieraden) is gevorderd daarvan de bewaring ten behoeve van de rechthebbende te bevelen. Immers, onder verdachte is een aantal sieraden inbeslaggenomen die afkomstig bleken te zijn van (onder meer) de tenlastegelegde inbraken. Daarnaast zijn er voorwerpen (horloge, beamer en een fotocamera) inbeslaggenomen die afkomstig zijn van andere, niet tenlastegelegde, diefstallen.

Met betrekking tot de inbeslaggenomen personenauto (op de beslaglijst genummerd 1) is door de officieren van justitie naar voren gebracht dat die reeds is teruggegeven aan de rechtmatige eigenaar.

9.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft geen standpunt ingenomen met betrekking tot het beslag.

De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat de op de beslaglijst genoemde voorwerpen en geld onder de nummers 5, 6, 25, 27, 35, 37, 49, 54, 55, 56 en 57 aan hem, dan wel aan één of meer familieleden, toebehoren. Voorts heeft verdachte verklaard dat een gouden ring met een [Auto] -logo van hen inbeslaggenomen is, die vermoedelijk onder 9 of 10 op de beslaglijst staat.

9.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal de inbeslaggenomen gelden, die op de beslaglijst zijn genummerd 54, 55, 56 en 57 (totaal ruim € 800,--), verbeurd verklaren, aangezien die – gelet op de plaats van aantreffen en het gebrek bij verdachte aan inkomen – geheel of grotendeels door middel van of uit de baten van één of meer van de bewezen verklaarde feiten zijn verkregen.

Met betrekking tot de inbeslaggenomen toetssteen, het toetswater en de juweliersloep (die op de beslaglijst zijn genummerd respectievelijk 7, 8, 15 en 19) heeft verdachte niet verklaard dat die aan hem toebehoren, terwijl de rechtbank op grond van het onderzoek ter terechtzitting niet heeft kunnen vaststellen aan wie zij wel toebehoren. De rechtbank zal deze voorwerpen op de voet van artikel 33a, tweede lid en onder c, Sr verbeurdverklaren, omdat het voorwerpen zijn met behulp waarvan de bewezenverklaarde feiten zijn begaan. Ten aanzien van verdachte is bewezen verklaard dat hij een groot aantal inbraken heeft gepleegd, waarbij vooral sieraden zijn weggenomen. De voorwerpen, die in één van de door verdachte en zijn mededaders bij de inbraken gebruikte huurauto’s zijn aangetroffen, hadden geen ander doel dan tijdens of kort na het plegen van die inbraken vaststellen of zij gouden sieraden van waarde in handen hadden. Voorts gebruikte verdachte bij de bewezen verklaarde feiten zijn telefoon om daarmee contact te hebben met zijn mededader(s).

De rechtbank heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van verdachte.

De rechtbank zal de bewaring ten behoeve van de rechthebbende gelasten van de hierna in de beslissing genoemde voorwerpen, aangezien die blijkens mededeling van verdachte niet aan hem toebehoren en door de rechtbank thans niemand als rechthebbende kan worden aangemerkt.

De rechtbank zal de teruggave aan de verdachte gelasten van de op de beslaglijst onder 5, 6, 25, 27, 35, 37, 42 (de gouden ring met het [Auto] -logo) en 49 genummerde voorwerpen, nu die aan hem toebehoren.

Ten slotte zal de rechtbank, voor zover nog nodig, de teruggave gelasten van de inbeslaggenomen personenauto met het kenteken [Kenteken 4] (nummer 1) aan [Bedrijf 1] .

10 De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen (bijkomende) straf en maatregel zijn gegrond op de artikelen 24c, 33, 33a, 36f, 45, 47, 55, 57, 63 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

11 De beslissing

De rechtbank:

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1, 3, 4, 8, 14, 15, 16, 17 en 18 tenlastegelegde feiten heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de onder 2, 5, 6, 7, 9, 10, 11, 12, 13, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31 en 32 tenlastegelegde feiten heeft begaan, zoals hierboven onder 4 bewezen is verklaard en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

ten aanzien van feit 2:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van valse sleutels;

ten aanzien van feit 5:

diefstal, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning, door iemand die zich aldaar buiten weten van de rechthebbende bevindt, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming;

ten aanzien van feit 6:

diefstal, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning, door iemand die zich aldaar buiten weten van de rechthebbende bevindt, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van valse sleutels;

ten aanzien van feit 7:

diefstal, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning, door iemand die zich aldaar buiten weten van de rechthebbende bevindt, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van valse sleutels;

ten aanzien van feit 9:

diefstal, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning, door iemand die zich aldaar buiten weten van de rechthebbende bevindt, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming;

ten aanzien van feit 10:

diefstal gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning door iemand die zich aldaar buiten weten van de rechthebbende bevindt door twee of meer verenigde personen, waarbij schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming;

ten aanzien van feit 11:

poging tot diefstal gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning door iemand die zich aldaar buiten weten van de rechthebbende bevindt door twee of meer verenigde personen, waarbij schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming;

ten aanzien van feit 12:

diefstal gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning door iemand die zich aldaar buiten weten van de rechthebbende bevindt door twee of meer verenigde personen, waarbij schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van valse sleutels;

ten aanzien van feit 13:

diefstal gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning door iemand die zich aldaar buiten weten van de rechthebbende bevindt door twee of meer verenigde personen, waarbij schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van valse sleutels;

ten aanzien van feit 19:

diefstal gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning, door iemand die zich daar buiten weten van de rechthebbende bevindt, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming;

ten aanzien van feit 20:

de eendaadse samenloop van

diefstal gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd op een besloten erf waarop een woning staat, door iemand die zich daar buiten weten van de rechthebbende bevindt, waarbij de schuldige het goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking;

en

poging tot diefstal gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning, door iemand die zich buiten weten van de rechthebbende bevindt, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van valse sleutels;

ten aanzien van feit 21:

diefstal gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning, door iemand die zich daar buiten weten van de rechthebbende bevindt, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van valse sleutels;

ten aanzien van feit 22

diefstal gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning, door iemand die zich daar buiten weten van de rechthebbende bevindt, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming;

ten aanzien van feit 23

diefstal gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning, door iemand die zich daar buiten weten van de rechthebbende bevindt, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming;

ten aanzien van feit 24

diefstal gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning, door iemand die zich daar buiten weten van de rechthebbende bevindt, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming;

ten aanzien van feit 25:

diefstal gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning, door iemand die zich daar buiten weten van de rechthebbende bevindt, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming;

ten aanzien van feit 26:

diefstal gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning, door iemand die zich daar buiten weten van de rechthebbende bevindt, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming;

ten aanzien van feit 27:

poging tot diefstal gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning, door iemand die zich aldaar buiten weten van de rechthebbende bevindt, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en die weg te nemen goederen door middel van braak;

ten aanzien van feit 28:

diefstal gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning, door iemand die zich aldaar buiten weten van de rechthebbende bevindt, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming;

ten aanzien van feit 29:

poging tot diefstal gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning, door iemand die zich aldaar buiten weten van de rechthebbende bevindt, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming;

ten aanzien van feit 30:

diefstal gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning, door iemand die zich aldaar buiten weten van de rechthebbende bevindt, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming;

ten aanzien van feit 31:

diefstal gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning, door iemand die zich aldaar buiten weten van de rechthebbende bevindt, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming;

ten aanzien van feit 32:

de eendaadse samenloop van

diefstal gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd op een besloten erf waarop een woning staat, door iemand die zich daar buiten weten van de rechthebbende bevindt, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking;

en

poging tot diefstal gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning, door iemand die zich daar buiten weten van de rechthebbende bevindt, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van valse sleutels;

verklaart het bewezenverklaarde en de verdachte daarvoor strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt hem daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 5 (vijf) jaar en 6 (zes) maanden;

bepaalt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

de vordering van de benadeelde partij [Slachtoffer 3] :

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij af;

veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen die vordering gemaakt, tot op heden begroot op nihil.

de vordering van de benadeelde partij [Slachtoffer 13] en [Slachtoffer 14] :

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij toe en veroordeelt de verdachte hoofdelijk om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan [Slachtoffer 13] en [Slachtoffer 14] , wonende te Drachten, een bedrag van € 1.499,00, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 2 november 2017 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan,

met hoofdelijke veroordeling in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot deze uitspraak begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de staat van een bedrag groot

€ 1.499,00, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 2 november 2017 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van het slachtoffer genaamd [Slachtoffer 13] en [Slachtoffer 14] ;

bepaalt dat in geval noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 24 dagen;

bepaalt dat gehele of gedeeltelijke voldoening van de betalingsverplichting aan de benadeelde partij de betalingsverplichting aan de Staat in zoverre doet vervallen, alsmede dat gehele of gedeeltelijke voldoening van de betalingsverplichting aan de Staat de betalingsverplichting aan de benadeelde partij in zoverre doet vervallen;

bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door zijn mededader aan de benadeelde partij, dan wel bij gehele of gedeeltelijke voldoening van de, aan de mededader opgelegde, verplichting tot betaling aan de staat, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag;

de vordering van de benadeelde partij [Slachtoffer 21] :

bepaalt dat de benadeelde partij [Slachtoffer 21] niet-ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding;

veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen die vordering gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

de inbeslaggenomen goederen

verklaart verbeurd de goederen en geldbedragen die op de aan dit vonnis gehechte beslaglijst zijn genummerd 7, 8, 15, 19, 54, 55, 56 en 57;

gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van de voorwerpen die op de aan dit vonnis gehechte beslaglijst zijn genummerd 1, 2, 3, 4, 9 t/m 14, 16, 17, 18, 20/ t/m 24, 26, 28 t/m 34, 36, 38 t/m 41, 43 t/m 48, en 50 t/m 53, 58 en 59;

gelast de teruggave aan de verdachte van de voorwerpen die op de aan dit vonnis gehechte beslaglijst zijn genummerd 5, 6, 25, 27, 35, 37, 42 en 49;

gelast de teruggave aan [Bedrijf 1] van de inbeslaggenomen personenauto met het kenteken [Kenteken 4] , die op de aan dit vonnis gehechte beslaglijst is genummerd 1.

Dit vonnis is gewezen door

mr. E.C. Kole, voorzitter,

mr. F.A.M. Veraart, rechter,

mr. L. Kelkensberg, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. J. Biljard, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 8 maart 2019.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

De wijzigingen ten gevolge van de op de terechtzitting van 7 februari 2019 toegestane vordering wijziging tenlastelegging zijn cursief weergegeven.

1.

(zaaksdossier 1)

hij op of omstreeks 6 september 2017 te Spankeren, gemeente Rheden, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, locatie woning/besloten erf, alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan het

[Adres 4] heeft weggenomen

- een kunststof bak met deksel en/of

- een bijouxdoos met daarin één of meerdere armband(en) en/of een horlogeketting en/of

- één of meerdere (dames) horloge(s),

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan mw. [Slachtoffer 1] en/of dhr.

[Slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders,

waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goederen en/of geld onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;

2.

(zaaksdossier 2)

hij op of omstreeks 25 september 2017 te Reeuwijk, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan de [Adres 8] heeft weggenomen

- een kluis en/of

- geld en/of

- sieraden en/of

- een of meer telefoon(s) en/of

- een of meer kentekenbewijs(zen) en/of

- een of meer sleutel(s)

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan dhr. [Slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders,

waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goederen en/of geld onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van inklimming, dan wel door middel van een valse, te weten een niet aan hem toebehorende, sleutel;

3.

(zaaksdossier 3)

hij op of omstreeks 20 oktober 2017 te Zeist, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, locatie woning/besloten erf, alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond,

ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan de [Adres 14] weg te nemen geld en/of goed(eren) van zijn/hun gading, geheel of ten dele toebehorende aan [Slachtoffer 5] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goederen en/of geld onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak

en/of verbreking en/of inklimming,

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s)

- zich naar voornoemde woning begeven en/of

- ( vervolgens) heeft verdachte en/of hebben zijn mededader(s) met een breekvoorwerp gewrikt in de sluitnaad van een raam aan de achterzijde van die woning en/of

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

4.

(zaaksdossier 4)

hij op of omstreeks 21 oktober 2017 te Reeuwijk, gemeente Bodegraven-Reeuwijk

gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, locatie woning/besloten erf, alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan [Adres 15] heeft weggenomen

- een portemonnee en/of

- een broche,

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan dhr. [Slachtoffer 6] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders,

waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goederen en/of geld onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;

5.

(zaaksdossier 5)

hij op of omstreeks 21 oktober 2017 te Bodegraven, gemeente Bodegraven-Reeuwijk,

gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, locatie woning/besloten erf, alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan de [Adres 11] heeft weggenomen een geldbedrag van (ongeveer) 150 euro, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [Slachtoffer 4] , in elk geval

aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders,

waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goederen en/of geld onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;

6.

(zaaksdossier 6)

hij op of omstreeks 23 oktober 2017 te Nuenen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, locatie woning/besloten erf, alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan de [Adres 16] heeft weggenomen

- een handtas en/of

- een horloge en/of

- een/twee trouwring(en)

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan mw. [Slachtoffer 7] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders,

waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goederen en/of geld onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming dan wel door middel van een valse sleutel, te weten de sleutel uit het bij voornoemde woning horende sleutelkastje, welke verdachte en/of zijn mededaders heeft/hebben opengebroken;

7.

(zaaksdossier 7)

hij op of omstreeks 27 oktober 2017 te Zeist, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd,

in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, locatie woning/besloten erf, alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan de [Adres 21] heeft weggenomen

- een/twee computer(s) en/of

- een geldkist en/of

- een geldbedrag (260 euro) en/of

- een DVD speler en/of

- een/meerder mobiele telefoon(s) (twee van het merk Iphone en/of een van het

merk Samsung) en/of

- een/twee simkaart(en)

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan mw. [Naam 14] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders,

waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goederen en/of geld onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming, dan wel door middel van een valse, te weten een niet aan hem toebehorende, sleutel;

8.

(zaaksdossier 8)

hij op of omstreeks 27 oktober 2017 te Zeist, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd,

in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, locatie woning/besloten erf, alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan de [Adres 34] weg te nemen geld en/of goed(eren) van zijn/hun gading, geheel of ten dele toebehorende aan [Naam 15] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goederen en/of geld onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming,

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s)

- zich naar voornoemde woning begeven en/of

- ( vervolgens) heeft verdachte en/of hebben zijn mededader(s) met een breekvoorwerp gewrikt in de sluitnaad van een raam aan zijkant van die woning en/of

- ( vervolgens) heeft verdachte en/of hebben zijn mededader(s) (op een later moment) nogmaals met een breekvoorwerp gewrikt in de sluitnaad van een raam aan zijkant van die woning,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

9.

(zaaksdossier 9)

hij op of omstreeks 28 oktober 2017 te Emmeloord, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, locatie woning/besloten erf, alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan de [Adres 23] heeft weggenomen

- een mobiele telefoon (merk Samsung) en/of

- een IPad (merk Apple) en/of

- een laptop (merk Apple Pro) en/of

- een ring

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan mw. [Slachtoffer 9] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders,

waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goederen en/of geld onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;

10.

(zaaksdossier 10)

hij op of omstreeks 1 november 2017 te Drachten, gemeente Smallingerland, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, locatie woning/besloten erf, alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan [Adres 25] heeft weggenomen

- één of meerdere ring(en) en/of armband(en) en/of oorbel(len) en/of een ketting en/of een broche, althans één of meerdere sieraden en/of

- een horloge en/of

- een gouden tientje en/of

- één of meerdere (huis)sleutel(s),

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan mw. [Slachtoffer 10] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders,

waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goederen en/of geld onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;

11.

(zaaksdossier 11)

hij op of omstreeks 1 november 2017 te Drachten, gemeente Smallingerland, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, locatie woning/besloten erf, alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan de

[Adres 26] weg te nemen geld en/of goed(eren) van zijn/hun gading, geheel of ten dele toebehorende aan mw. [Slachtoffer 11] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededaders, en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goederen en/of geld onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming,

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s)

- zich naar voornoemde woning begeven en/of

- ( vervolgens) een raam aan de achterzijde van die woning geforceerd en/of verbroken en/of

- ( vervolgens) in het naaiatelier van voornoemde woning een aantal bakjes uit een kast gehaald en/of in de garage van voornoemde woning een aantal laatjes van een kast opengemaakt,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

12.

(zaaksdossier 12)

hij op of omstreeks 2 november 2017 te Drachten, gemeente Smallingerland, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, locatie woning/besloten erf, alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan de [Adres 28] heeft weggenomen

- een rode portemonnee met daarin een geldbedrag van (ongeveer) 50 euro en/of

- een zwarte portemonnee met daarin een geldbedrag van (ongeveer) 50 euro en/of

- een geldbedrag van (ongeveer) 50 euro en/of

- een ING bankpas en/of een identiteitskaart op naam van [Slachtoffer 12] en/of een Promovendum zorgpas, althans één of meerdere pas(sen), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan mw. [Slachtoffer 12] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders,

waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goederen en/of geld onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming en/of een valse sleutel, te weten de sleutel uit het bij voornoemde woning horende sleutelkastje, welke verdachte en/of zijn mededaders heeft/hebben opengebroken;

13.

(zaaksdossier 13)

hij op of omstreeks 2 november 2017 te Drachten, gemeente Smallingerland, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, locatie woning/besloten erf, alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan de [Adres 30] heeft weggenomen

- een envelop met daarin een geldbedrag van (ongeveer) 450 euro en/of

- een ijzeren pot met daarin een geldbedrag van (ongeveer) 800 euro,

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan dhr. [Slachtoffer 13] en/of mw.

[Slachtoffer 14] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders,

waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goederen en/of geld onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming en/of een valse sleutel, te weten de sleutel uit het bij voornoemde woning horende sleutelkastje, welke verdachte en/of zijn mededaders heeft/hebben opengebroken;

14.

(zaaksdossier 14)

hij op of omstreeks 3 november 2017 te Deelen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, locatie woning/besloten erf, alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning/gebouw aan de [Adres 33] heeft weggenomen

- een/meerdere geldbedragen (ter hoogte van 978 euro en/of 240 euro en/of 300 euro en/of 500 euro en/of 600 euro) en/of

- een/twee mobiele telefoon(s) (merk Samsung) en/of

- een geldkistje (met daarin een geldbedrag 47,90 euro)

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de [Instelling] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders,

waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goederen en/of geld onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;

15.

(zaaksdossier 15)

hij op of omstreeks 4 november 2017 te Reeuwijk, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, locatie woning/besloten erf, alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan de [Adres 35] heeft weggenomen

- een geldbedrag (van 47 euro) en/of

- een dasspeld

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan mw. [Slachtoffer 17] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders,

waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goederen en/of geld onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;

16.

hij op of omstreeks 4 november 2017 te Vught, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, locatie woning/besloten erf, alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan de [Adres 38] heeft weggenomen een of meerdere ketting(en) en/of een ring(en), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [Slachtoffer 18] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders,

waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goederen en/of geld onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;

17.

(zaaksdossier 17)

hij op of omstreeks 4 november 2017 te Vught, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, locatie woning/besloten erf, alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan de [Adres 39] heeft weggenomen

- vier, althans een aantal, armbanden en/of

- vier, althans een aantal horloges en/of

- een autosleutel en/of

- drie huissleutels

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan mw. , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders,

waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goederen en/of geld onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;

18.

(zaaksdossier 18)

hij op of omstreeks 5 november 2017 te Weert, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, locatie woning/besloten erf, alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan de [Adres 41] heeft weggenomen

een of meerdere trouwring(en) en/of

horloge(s) en/of

een medaillon en/of

twee broches en/of

ring(en) en/of

halskettingen en/of

een gouden tientje en/of

een hanger en/of

een camee en/of

armbanden en/of

een dasspeld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan mw. [Slachtoffer 21] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders,

waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goederen en/of geld onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming en/of een valse sleutel, te weten de sleutel uit het bij voornoemde woning horende sleutelkastje, welke verdachte en/of zijn mededaders heeft/hebben opengebroken;

19.

(zaaksdossier 19)

hij op of omstreeks 10 november 2017 te Heerlen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, locatie woning/besloten erf, alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan de [Adres 42] heeft weggenomen

- een of meerdere ring(en) en/of oorsiera(a)d(en) en/of armbanden en/of hanger(s) en/of bedel(s) en/of hanger(s) en/of

- een kussensloop

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan mw. [Slachtoffer 22] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders,

waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goederen en/of geld onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;

20.

(zaaksdossier 20)

hij op of omstreeks 10 november 2017 te Geleen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, locatie woning/besloten erf, alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan de [Adres 44] heeft weggenomen een huissleutel, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan mw. [Slachtoffer 23] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders,

waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf

heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goederen en/of geld onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;

en/of

hij op of omstreeks 10 november 2017 te Geleen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, locatie woning/besloten erf, alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan de [Adres 44] weg te nemen geld en/of goed(eren) van zijn/hun gading, geheel of ten dele toebehorende aan mw. [Slachtoffer 23] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goederen en/of geld onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming en/of valse sleutel, te weten de sleutel uit het bij voornoemde woning horende sleutelkastje, welke verdachte en/of zijn mededaders heeft/hebben opengebroken,

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s)

- zich naar voornoemde woning begeven en/of

- ( vervolgens) het sleutelkastje van voornoemde woning geforceerd en/of de sleutel daar uit gehaald,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

21.

(zaaksdossier 21)

hij op of omstreeks 10 november 2017 te Heerlen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, locatie woning/besloten erf, alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan de [Adres 45] heeft weggenomen een horloge, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan mw. [Slachtoffer 24] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders,

waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goederen en/of geld onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming en/of een valse sleutel, te weten de sleutel uit het bij voornoemde woning horende sleutelkastje, welke verdachte en/of zijn mededaders heeft/hebben opengebroken193;

22.

(zaaksdossier 22)

hij op of omstreeks 12 november 2017 te Oirschot, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, locatie woning/besloten erf, alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan [Adres 50] heeft weggenomen een gouden ketting, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan mw. [Slachtoffer 25] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders,

waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goederen en/of geld onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;

23.

(zaaksdossier 23)

hij op of omstreeks 12 november 2017 te Waalre, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, locatie woning/besloten erf, alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan de [Adres 51] heeft weggenomen

- een geldbedrag van (ongeveer) 20 euro en/of

- één of meerdere pinpas(sen) en/of creditcards en/of

- een Macbook met daarbij behorende oplader,

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan mw. [Naam 8] en/of dhr. [Slachtoffer 26] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders,

waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goederen en/of geld onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;

24.

(zaaksdossier 24)

hij op of omstreeks 12 november 2017 te Eindhoven, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, locatie woning/besloten erf, alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan de [Adres 53] heeft weggenomen

- één of meerdere ring(en)e n/of armband(en) en/of oorbel(len) en/of ketting(en) en/of hanger(s), althans één of meerdere sieraden en/of

- een horloge en/of

- een sigarenmondpijpje,

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan mw. [Slachtoffer 27] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders,

waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goederen en/of geld onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;

25.

(zaaksdossier 25)

hij op of omstreeks 14 november 2017 te Hoogeveen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, locatie woning/besloten erf, alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan de [Adres 59] heeft weggenomen

- een zwart etui met een hoeveelheid kleingeld en/of

- een reiswekker en/of

- een horloge (merk Certina) en/of

- een zaklamp (merk Unilever),

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan mw. [Slachtoffer 28] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders,

waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goederen en/of geld onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;

26.

(zaaksdossier 26)

hij op of omstreeks 14 november 2017 te Beilen, gemeente Midden-Drenthe, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, locatie woning/besloten erf, alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan de [Adres 60] heeft weggenomen

- één of meerdere ring(en)e n/of armband(en) en/of oorbel(len) en/of een ketting en/of een hanger, althans één of meerdere sieraden en/of

- een horloge en/of

- een ING-bankpas en/of

- een portemonnee en/of

- een zakagenda en/of

- een schilderij,

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan mw. [Slachtoffer 29] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders,

waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goederen en/of geld onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;

27.

(zaaksdossier 27)

hij op of omstreeks 15 november 2017 te Harlingen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, locatie woning/besloten erf, alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen

misdrijf om tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan [Adres 67] weg te nemen geld en/of goed(eren) van zijn/hun gading, geheel of ten dele toebehorende aan mw. [Slachtoffer 30] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of

die/dat weg te nemen goederen en/of geld onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming,

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s)

- zich naar voornoemde woning begeven en/of

- ( vervolgens) een raam aan de achterzijde van die woning geforceerd en/of verbroken,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

28.

(zaaksdossier 28)

hij op of omstreeks 20 november 2017 te Wijchen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, locatie woning/besloten erf, alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan het [Adres 71] heeft weggenomen een handtas inhoudende (onder andere)

- een portemonnee met daarin (onder andere) één of meerdere (bank)pasje(s) en/of creditcard en/of een kentekenbewijs en/of OV-chipkaart(en) en/of pasje(s) en/of

- een toegangsbutton, althans sleutel en/of

- een mobiele telefoon (een Iphone 6) en/of

- een adresboekje en/of

- een zonnebril in een brillenkoker en/of

- een parfumflesje

- sleutels,

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan mw. [Slachtoffer 31] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders,

waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goederen en/of geld onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;

29.

(zaaksdossier 29)

hij op of omstreeks 20 november 2017 te Hernen, gemeente Wijchen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, locatie woning/besloten erf, alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan de

[Adres 72] weg te nemen geld en/of goed(eren) van zijn/hun gading, geheel of ten dele toebehorende aan dhr. [Slachtoffer 32] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goederen en/of geld onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming,

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s)

- zich naar voornoemde woning begeven en/of

- ( vervolgens) een/het (keuken)raam aan de achterzijde van die woning geforceerd en/of verbroken en/of

- ( vervolgens) één of meerdere ruimte(s) van en/of kast(en) in voornoemde woning doorzocht,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

30.

(zaaksdossier 30)

hij op of omstreeks 20 november 2017 te Niftrik, gemeente Wijchen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, locatie woning/besloten erf, alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan de [Adres 73] heeft weggenomen

- één of meerdere portemonnees met daarin (onder andere) een bankpas en/of een rijbewijs en/of een identiteitskaart en/of een geldbedrag van ongeveer 100 euro en/of

- één of meerdere gouden ketting(en) en/of

- een geldbedrag van ongeveer 1000 euro,

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan mw. [Slachtoffer 33] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders,

waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goederen en/of geld onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;

31.

(zaaksdossier 31)

hij op of omstreeks 20 november 2017 te Opijnen, gemeente Neerijnen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, locatie woning/besloten erf, alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan de

[Adres 74] heeft weggenomen

- een zonnebril (merk [Merk] ) en/of

- één of meerdere armband(en) en/of oorbel(len) en/of ketting(en) en/of manchetknopen, althans één of meerdere sieraden en/of

- een horloge en/of

- een geldbedrag van ongeveer 150 euro,

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan dhr. [Slachtoffer 34] en/of zijn vrouw en/of zijn kind(eren), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders,

waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goederen en/of geld onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming.

32.

(zaaksdossier 32)

hij op of omstreeks 22 november 2017 te Best, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, locatie woning/besloten erf, alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit/van een woning aan de [Adres 81] heeft weggenomen een sleutelkastje en/of een sleutel, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan mw. [Slachtoffer 35] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders,

waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goederen en/of geld onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;

en/of

hij op of omstreeks 22 november 2017 te Best, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, locatie woning/besloten erf, alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan de [Adres 81] weg te nemen geld en/of goed(eren) van zijn/hun gading, geheel of ten dele toebehorende aan mw. [Slachtoffer 35] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders,

en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goederen en/of geld onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming en/of valse sleutel, te weten de sleutel uit het bij voornoemde woning horende sleutelkastje, welke verdachte en/of zijn mededaders heeft/hebben opengebroken,

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s)

- zich naar voornoemde woning begeven en/of

- ( vervolgens) het sleutelkastje van voornoemde woning verbroken

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Waar wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het dossier inzake het onderzoek “ [Onderzoeksnaam] ” met dossiernummer [Nummer] , van de politie Eenheid Den Haag, bestaande uit: - het proces-verbaal, sluitingsdatum 13 april 2018, met de doorgenummerde dossierpagina’s 1 tot en met 2594 (hierna: Dossier 1); - het aanvullende proces-verbaal van de politie Eenheid Den Haag, sluitingsdatum 29 juni 2018, met de doorgenummerde pagina’s 2595 tot en met 2910 (hierna: Dossier 2); - het aanvullende proces-verbaal van de politie Eenheid Den Haag, sluitingsdatum 11 december 2018, met de doorgenummerde pagina’s 2594 tot en met 2653 (hierna: Dossier 3).

2 Dossier 1, proces-verbaal van bevindingen, pag. 103 en 104.

3 Dossier 1, proces-verbaal van bevindingen, pag. 111 en 112.

4 Dossier 1, proces-verbaal van bevindingen pag. 103 en 104, met bijlagen, in samenhang met Dossier 1, proces-verbaal van bevindingen, pag. 111 en 112.

5 Dossier 1, proces-verbaal van bevindingen, pag. 103 en 104, met bijlagen, in samenhang met Dossier 1, proces-verbaal van bevindingen, pag. 111 en 112, en Dossier 1, proces-verbaal Kilometerstand [Kenteken 4] , pag. 315.

6 Dossier 1, proces-verbaal van bevindingen, pag. 113 - 115.

7 Dossier 1, proces-verbaal doorzoeking voertuig [Kenteken 4] , blz. 305 tot en met 308 en het proces-verbaal van bevindingen, pag. 313 en 314.

8 Dossier 1, proces-verbaal van bevindingen, pag. 116, in samenhang met dossier 1, proces-verbaal stemherkenning [Verdachte] , pag. 227, proces-verbaal van bevindingen overzicht telefoonnummers [Verdachte] , pag. 239 en 240, en proces-verbaal, pag. 445.

9 De verklaring van [Verdachte] , zoals afgelegd ter terechtzitting van 4 februari 2019.

10 Dossier 1, proces-verbaal van bevindingen, pag. 117, in samenhang met Dossier 1, proces-verbaal stemherkenning [Medeverdachte 1] , pag. 228, Dossier 1, proces-verbaal stemherkenning [Medeverdachte 1] , pag. 229, Dossier 1, proces-verbaal van bevindingen, pag. 235, Dossier 1, proces-verbaal telefoongebruik [Medeverdachte 1] , pag. 241 en 242, Dossier 1, proces-verbaal van bevindingen, pag. 480 en 481, en Dossier 1, proces-verbaal van bevindingen, pag. 482.

11 Dossier 1, proces-verbaal van bevindingen, pag. 494 (bovenaan).

12 Dossier 1, proces-verbaal van bevindingen, pag. 243 en 244.

13 Dossier 1, proces-verbaal van bevindingen, pag. 118, in samenhang met Dossier 1, proces-verbaal stemherkenning [Medeverdachte 3] , pag. 230, 236 en 237, Dossier 1, proces-verbaal van bevindingen overzicht telefoonnummers [Medeverdachte 3] , pag. 245 en 246, en Dossier 1, proces-verbaal, pag. 523, 524 en 525.

14 Dossier 1, proces-verbaal van bevindingen, pag. 118 tot en met 137.

15 Dossier 1, proces-verbaal bevindingen, pag. 126, 127 en 128.

16 Dossier 1, proces-verbaal stemherkenning [Medeverdachte 2] , pag. 231, Dossier 1, proces-verbaal stemherkenning [Medeverdachte 2] , pag. 232, Dossier 1, proces-verbaal gebruik telefoon [Medeverdachte 2] , pag. 247 en 248 en Dossier 1, proces-verbaal van bevindingen, pag. 249 en 250.

17 Dossier 1, proces-verbaal gebruik telefoon [Medeverdachte 4] , pag. 251 en 252, Dossier 1, proces-verbaal van bevindingen, pag. 253 t/m 257, Dossier 1, proces-verbaal van bevindingen, pag. 258 en 259 en Dossier 1, proces-verbaal, pag. 538.

18 Dossier 1, proces-verbaal van bevindingen, pag. 253.

19 Dossier 1, proces-verbaal van bevindingen, pag. 255.

20 Dossier 1, proces-verbaal van bevindingen, pag. 676 en 677, in samenhang met Dossier 1, proces-verbaal van verhoor getuige [Getuige 1] , pag. 680 en 681, Dossier 1, proces-verbaal van verhoor getuige [Getuige 2] , pag. 682 en 683, en Dossier 1, proces-verbaal van bevindingen, pag. 685 en 686.

21 Dossier 1, proces-verbaal van aangifte, pag. 641 tot en met 643, en de daarbij gevoegde bijlage goederen, Dossier 1, pag. 644 t/m 649, in samenhang met Dossier 1, proces-verbaal van verhoor getuige [Getuige 6] , pag. 662 en 663.

22 Dossier 1, proces-verbaal van verhoor van getuige [Getuige 7] (met bijlagen), pag. 664 tot en met 672.

23 Dossier 1, proces-verbaal van bevindingen, pag. 702 tot en met 705.

24 Dossier 1, proces-verbaal van bevindingen, pag. 713 (zie ook dossier 1, p. 260 en 261).

25 Dossier 1, proces-verbaal van bevindingen, pag. 710 t/m 712.

26 De verklaring van [Verdachte] , zoals afgelegd ter terechtzitting van 4 februari 2019.

27 Dossier 1, proces-verbaal van aangifte [Slachtoffer 4] , pag. 799 t/m 801.

28 Dossier 1, proces-verbaal sporenonderzoek, pag. 811 en 812.

29 Dossier 1, aanvullend proces-verbaal baken – zendmastgegevens, pag. 718 t/m 722.

30 Dossier 1, proces-verbaal van bevindingen, pag. 730 t/m 733.

31 Dossier 1, proces-verbaal van bevindingen camerabeelden [Tankstation] , pag. 734 t/m 735.

32 Dossier 1, proces-verbaal van herkenning, pag. 738.

33 Dossier 1, proces-verbaal van herkenning, pag. 740.

34 Dossier 1, proces-verbaal van herkenning, pag. 742 en 743 ( [Medeverdachte 1] ) en Dossier 1, proces-verbaal van herkenning, pag. 745 en 746 ( [Verdachte] ).

35 Dossier 1, proces-verbaal van herkenning, pag. 749.

36 Dossier 1, proces-verbaal van herkenning, pag. 752.

37 Dossier 1, mutatierapport, pag. 773.

38 Dossier 1, proces-verbaal van bevindingen Onderzoek telecom- en bakengegevens, pag. 723 tot en met 727.

39 Dossier 1, proces-verbaal van aangifte [Slachtoffer 7] , pag. 856 t/m 857.

40 Dossier 1, proces-verbaal van bevindingen, pag. 863 en 864.

41 Dossier 1, proces-verbaal van sporenonderzoek, pag. 873.

42 Dossier 1, proces-verbaal van bevindingen, pag. 874 en 875.

43 Dossier 2, aanvullend proces-verbaal beelden Nuenen, [Adres 17] , pag. 2630 en 2631.

44 Dossier 1, aanvullend proces-verbaal telecomgegevens [Medeverdachte 1] , pag. 889 t/m 892.

45 Dossier 1, proces-verbaal van bevindingen Onderzoek telecom- en bakengegevens, pag. 880 t/m 889.

46 Dossier 1, proces-verbaal van bevindingen camerabeelden [Tankstation] , pag. 893 en 894.

47 Dossier 1, proces-verbaal van herkenning, pag. 901.

48 Dossier 1, proces-verbaal van herkenning, pag. 903.

49 Dossier 1, proces-verbaal van aangifte [Slachtoffer 8] , pag. 905 t/m 907, in samenhang met de daarbij gevoegde Bijlage goederen, Dossier 1, pag. 908 en 909.

50 Dossier 1, proces-verbaal van sporenonderzoek, pag. 915.

51 Dossier 1, proces-verbaal van bevindingen, pag. 910.

52 Dossier 1, proces-verbaal van bevindingen uitlezen telefoon, pag. 911 en 912.

53 Dossier 1, proces-verbaal van bevindingen, pag. 916 t/m 918.

54 Dossier 1, proces-verbaal van bevindingen Baken kenteken [Kenteken 2] , pag. 927 t/m 932.

55 Dossier 1, proces-verbaal van aangifte [Slachtoffer 9] , pag. 958 en 959.

56 Dossier 1, proces-verbaal van sporenonderzoek, pag. 991 en 992.

57 Dossier 1, proces-verbaal van bevindingen herkenning ring, pag. 986 en 987.

58 Dossier 1, proces-verbaal van bevindingen Onderzoek telecom- en bakengegevens, pag. 996 t/m 1000.

59 Dossier 1, proces-verbaal van bevindingen, pag. 1001 en 1002.

60 Dossier 1, proces-verbaal van bevindingen camerabeelden [Tankstation] , pag. 1003 t/m 1004.

61 Dossier 1, proces-verbaal van herkenning, pag. 1010 en 1011.

62 Dossier 1, proces-verbaal van herkenning, pag. 1013.

63 Dossier 1, proces-verbaal van herkenning, pag. 1015 en 1016.

64 Dossier 1, proces-verbaal van herkenning, pag. 1018.

65 Dossier 1, proces-verbaal van bevindingen camerabeelden Nagele 28/10-2017, pag. 1020 t/m 1021.

66 Dossier 1, proces-verbaal van herkenning, pag. 1023.

67 Dossier 1, proces-verbaal van bevindingen tapgesprekken, pag. 1025 en 1026.

68 Dossier 1, proces-verbaal van aangifte [Slachtoffer 10] , pag. 1028 en 1029, in samenhang met de bij dat proces-verbaal gevoegde Bijlage goederen, pag. 1030, 1031 en 1032.

69 Dossier 1, proces-verbaal van bevindingen, pag. 1039.

70 Dossier 1, proces-verbaal van sporenonderzoek, pag. 1040 en 1041.

71 Dossier 1, proces-verbaal van aangifte, 1105 en 1106.

72 Dossier 1, proces-verbaal van sporenonderzoek, pag. 1112 en 1113.

73 Dossier 1, proces-verbaal van bevindingen tapgesprekken, pag. 1043 t/m 1045, en het uitgewerkte tapgesprek, pag. 1046.

74 Dossier 1, tapgesprek, pag. 1048.

75 Dossier 1, tapgesprek, pag. 1049.

76 Dossier 1, tapgesprek, pag. 1050.

77 Dossier 1, proces-verbaal van bevindingen, pag. 1051 en 1052.

78 Dossier 1, proces-verbaal van bevindingen, pag. 1055.

79 Dossier 1, proces-verbaal van bevindingen, pag. 1062.

80 Dossier 1, proces-verbaal van bevindingen pag. 1064 t/m 1067.

81 Dossier 1, proces-verbaal van herkenning, pag. 1068 t/m 1070.

82 Dossier 1, proces-verbaal van herkenning, pag. 1071 en 1072.

83 Dossier 1, proces-verbaal van herkenning, pag. 1073 en 1074.

84 Dossier 1, proces-verbaal van bevindingen, pag. 1054 tot en met 1057.

85 Dossier 1, proces-verbaal van bevindingen pag. 1063.

86 Dossier 1, proces-verbaal van bevindingen pag. 1075 tot en met 1077.

87 Dossier 1, proces-verbaal van herkenning, pag. 1078 t/m 1083.

88 Dossier 1, proces-verbaal van herkenning, pag. 1084 en 1085.

89 Dossier 1, proces-verbaal van herkenning, pag. 1086 en 1087.

90 Dossier 1, proces-verbaal van herkenning, pag. 1088 en 1089.

91 Dossier 1, ambtelijk verslag, pag. 49.

92 Dossier 1, proces-verbaal van bevindingen pag. 1090 tot en met 1092.

93 Dossier 1, proces-verbaal van herkenning, pag. 1093 t/m 1098.

94 Dossier 1, proces-verbaal van herkenning, pag. 1099 en 1100.

95 Dossier 1, proces-verbaal van herkenning, pag. 1101 en 1102.

96 Dossier 1, proces-verbaal van herkenning, pag. 1103 en 1104.

97 Dossier 1, proces-verbaal van bevindingen, pag. 1057.

98 Dossier 1, proces-verbaal van aangifte met bijlage goederen, pag. 1175 t/m 1179, en Dossier 1, proces-verbaal bevindingen m.b.t. de telefoon, pag. 1189.

99 Dossier 1, proces-verbaal van aangifte, pag. 1247 t/m 1250.

100 Dossier 1, proces-verbaal van bevindingen, pag. 1201 t/m 1204.

101 Dossier 1, proces-verbaal van bevindingen, pag. 1190 tot en met 1196, en Dossier 3, proces-verbaal van correctie bevindingen p. 2641 tot en met 2644.

102 Dossier 1, ambtelijk verslag, pag. 52.

103 Dossier 1, proces-verbaal van bevindingen, pag. 1205 t/m 1208.

104 Dossier 1, proces-verbaal van herkenning, pag. 1209 t/m 1211.

105 Dossier 1, proces-verbaal van herkenning, pag. 1212 en 1213.

106 Dossier 1, proces-verbaal van herkenning, pag. 1214 en 1215.

107 Dossier 1, proces-verbaal van bevindingen, pag. 1203.

108 Dossier 1, proces-verbaal van bevindingen, pag. 1216 t/m 1220.

109 Dossier 1, proces-verbaal van herkenning, pag. 1221 t/m 1226.

110 Dossier 1, proces-verbaal van herkenning, pag. 1227 en 1228.

111 Dossier 1, proces-verbaal van herkenning, pag. 1229 en 1230.

112 Dossier 1, proces-verbaal van herkenning, pag. 1231 en 1232.

113 Dossier 1, proces-verbaal van bevindingen, pag. 1197.

114 Dossier 3, proces-verbaal van correctie bevindingen, pag. 2641 tot en met 2644.

115 Dossier 3, proces-verbaal van correctie bevindingen, afbeelding op pag. 2644.

116 Dossier 1, proces-verbaal van bevindingen, pag. 1190 tot en met 1196.

117 Dossier 1, proces-verbaal van bevindingen, pag. 1204.

118 Dossier 1, proces-verbaal van bevindingen, pag. 1233 t/m 1235.

119 Dossier 1, proces-verbaal van herkenning, pag. 1236 t/m 1241.

120 Dossier 1, proces-verbaal van herkenning, pag. 1242 t/m 1244.

121 Dossier 1, proces-verbaal van herkenning, pag. 1245 en 1246.

122 Dossier 1, proces-verbaal van aangifte, pag. 1472 en 1473, met bijlagen.

123 Dossier 1, proces-verbaal forensisch onderzoek woning/bedrijf, pag. 1495 t/m 1497, met bijlage.

124 Dossier 1, proces-verbaal aangifte, pag. 1528 t/m 1530, met bijlagen.

125 Dossier 1, proces-verbaal van verhoor getuige, pag. 1534 en 1535.

126 Dossier 1, proces-verbaal aangifte, pag. 1562 t/m 1564, met bijlagen.

127 Dossier 1, proces-verbaal van 2e aanvullende verhoor aangeefster, pag. 1570 t/m 1572.

128 Dossier 1, proces-verbaal sporenonderzoek, pag. 1573 t/m 1575, met bijlage.

129 Dossier 1, proces-verbaal Baken [Kenteken 3] en zendmasten 9 op 10 november 2017, pag. 1507 t/m1514.

130 Dossier 1, proces-verbaal van uitkijken camera beelden 10 nov 2017 05.43 uur A2 [Tankstation] , pag. 1515 en 1516, met bijlagen.

131 Dossier 1, processen-verbaal van herkenning persoon door opsporingsambtenaar, pag. 1519 en 1520, met bijlage; 1522 en 1521, met bijlage; 1525 en 1526, met bijlage, in samenhang met Dossier 1, proces-verbaal herkenningen onderzoek [Onderzoeksnaam] uitgezet, pag. 561-563, met bijlagen.

132 Dossier 1, proces-verbaal van bevindingen, pag. 1504 en 1505, met bijlagen, in samenhang met Dossier 1, proces-verbaal, pag. 365 t/m 367, met bijlagen.

133 Dossier 1, proces-verbaal van bevindingen, pag. 1536 en 1537, met bijlagen, in samenhang met Dossier 1, proces-verbaal, pag. 365 t/m 367, met bijlagen.

134 Dossier 1, proces-verbaal aangifte, pag. 1606 en 1607, met bijlagen.

135 Dossier 1, proces-verbaal van bevindingen, pag. 1612.

136 Dossier 1, proces-verbaal sporenonderzoek, pag. 1613.

137 Dossier 1, proces-verbaal aangifte, pag. 1665 t/m 1667, met bijlagen.

138 Dossier 1, proces-verbaal sporenonderzoek, pag. 1677 en 1678.

139 Dossier 1, proces-verbaal van bevindingen, pag. 1675, in samenhang met Dossier 1, proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming, pag. 332 en 333, met bijlage.

140 Dossier 1, proces-verbaal aangifte, pag. 1749 en 1750, met bijlage.

141 Dossier 1, proces-verbaal sporenonderzoek, pag. 1753 en 1754.

142 Dossier 1, proces-verbaal bevindingen, pag. 1616 t/m 1623, met bijlagen en Dossier 1, proces-verbaal bevindingen, pag. 1633.

143 Dossier 1, proces-verbaal van bevindingen, pag. 1639 en 1640, met bijlagen.

144 Dossier 1, processen verbaal van herkenning persoon door opsporingsambtenaar, pag. 1650 en 1651, met bijlage; pag. 1553 en 1654, met bijlage; pag. 1656 en 1657, met bijlage; pag. 1659, met bijlage; pag. 1661, met bijlage en pag. 1663, met bijlage.

145 Dossier 1, proces-verbaal van bevindingen, pag. 1695 en 1696, met bijlagen, in samenhang met Dossier 1, proces-verbaal, pag. 365 t/m 367, met bijlagen.

146 Dossier 1, proces-verbaal van bevindingen, pag. 1768 en 1769, met bijlagen, in samenhang met Dossier 1, proces-verbaal, pag. 365 t/m 367, met bijlagen.

147 Dossier 1, proces-verbaal aangifte, pag. 1837 t/m 1839, met bijlagen en Dossier 1, proces-verbaal Aanvulling goederen bijlage [Slachtoffer 28] , pag. 1851.

148 Dossier 1, proces-verbaal van bevindingen, pag. 1852 en 1853.

149 Dossier 1, proces-verbaal aangifte, pag. 1970 t/m 1973, met bijlagen en Dossier 1, proces-verbaal van bevindingen pag. 1993 en 1994, met bijlage.

150 Dossier 1, proces-verbaal sporenonderzoek, pag. 2001 t/m 2003.

151 Dossier 1, proces-verbaal bevindingen pag. 1996, met bijlage, in samenhang met Dossier 1, proces-verbaal van observatie maandag 13 november en dinsdag 14 november 2017, pag. 2009-2013, met bijlagen, en proces-verbaal foto’s ketting doorgestuurd tbv Beilen, pag. 1998-2000.

152 Dossier 1, proces-verbaal van observatie maandag 13 november en dinsdag 14 november 2017, pag. 1865 t/m 1869, met bijlagen.

153 Dossier 1, proces-verbaal bevindingen, pag. 1879 t/m 1885, met bijlagen.

154 Dossier 1, proces-verbaal aanvullend zendmastgegevens [Telefoonnummer 7] nacht 13/14 november 2017, pag. 1892 t/m 1896.

155 Dossier 1, proces-verbaal uitkijken camera beelden 14 nov 2017 6.33 uur A28 [Tankstation] Harderwijk, pag. 1929 en 1930, met bijlagen.

156 Dossier 1, processen-verbaal van herkenning persoon door opsporingsambtenaar, pag. 1934 en 1935, met bijlagen; pag. 1939 en 1940, met bijlage; pag. 1942 en 1943, met bijlage; pag. 1945 en 1946, met bijlage; pag. 1948, met bijlage; pag. 1950 en 1951, met bijlage; pag. 1953, met bijlage.

157 Dossier 1, proces-verbaal van aangifte, pag. 2082 t/m 2084

158 Dossier 1, proces-verbaal van sporenonderzoek, pag. 2.091 en 2.092

159 Dossier 1, proces-verbaal van onderzoek telecom en bakengegevens, pag. 2.109, en Dossier 1, proces-verbaal van bevindingen, pag. 2.125 en 2.126.

160 Dossier 1, proces-verbaal van bevindingen, pag. 2.127 t/m 2.131, en Dossier 1 ,processen-verbaal van herkenning pag. 2.132 t/m 2.154.

161 Dossier 1, proces-verbaal van observatie, pag. 2.104 en 2.105.

162 Dossier 1, proces-verbaal aanvullend pv zendmastgegevens, pag. 2.117 t/m 2.120.

163 Dossier 1, proces-verbaal van bevindingen Baken/zendmastgegevens [Medeverdachte 4] , pag. 2.121 t/m 2.124.

164 Dossier 1, proces-verbaal van aangifte, pag. 2.155 t/m 2.157, Dossier 1, proces-verbaal van verhoor aangeefster, pag. 2.158 en 2.159 en Dossier 1, proces-verbaal sporenonderzoek, pag. 2.163.

165 Dossier 1, proces-verbaal bevindingen [Adres 71] , pag. 2.161.

166 Dossier 1, proces-verbaal van aangifte, pag. 2.202 en 2.203.

167 Dossier 1, proces-verbaal van verhoor meldster zaak [Onderzoeksnaam 2] , pag. 2.204 en 2.205.

168 Dossier 1, proces-verbaal van sporenonderzoek, pag. 2.206 en 2.207.

169 Dossier 1, proces-verbaal van aangifte, pag. 2.243 t/m 2.245.

170 Dossier 1, proces-verbaal van verhoor aangeefster, pag. 2.246 en 2.247.

171 Dossier 1, proces-verbaal van sporenonderzoek, pag. 2.248 t/m 2.250.

172 Dossier 1 proces-verbaal van aangifte, pag. 2.286 en 2.287.

173 Dossier 1, proces-verbaal van bevindingen weggenomen goed, pag. 2.297 en 2.298.

174 Dossier 1, proces-verbaal sporenonderzoek, pag. 2.306 en 2.307.

175 Dossier 1, proces-verbaal breekijzer Opijnen, pag. 2.308 en 2.309.

176 Dossier 1, proces-verbaal track&trace/zendmasten 19/20 november 2017, pag. 2.171 t/m 2.184.

177 Dossier 1, proces-verbaal van bevindingen, pag. 2.166 t/m 2.170.

178 Dossier 1, proces-verbaal van bevindingen, pag. 2.208 t/m 2.211.

179 Dossier 1, proces-verbaal van bevindingen, pag. 2.252 t/m 2.254.

180 Dossier 1, proces-verbaal van bevindingen, pag. 2.312 t/m 2.314.

181 Dossier 1, proces-verbaal aanvullend proces-verbaal nacht 19 op 20 november 2017 zendmastgegevens [Medeverdachte 3] en [Medeverdachte 4] , pag. 2.226 t/m 2.230.

182 Dossier 1, proces-verbaal Bevindingen camerabeelden [Tankstation] , pag. 2.334 e.v., Dossier 1, proces-verbaal van herkenning persoon door opsporingsambtenaar, pag. 2.339 e.v., en Dossier 1, proces-verbaal van herkenning persoon door opsporingsambtenaar, pag. 2.343.

183 Dossier 1, proces-verbaal aangifte, pag. 2346 t/m 2348.

184 Dossier 1, proces-verbaal Baken 21/22 november 2017 Best, pag. 2378 t/m 2385 .

185 Dossier 1, proces-verbaal uitkijken camera beelden, pag. 2386 t/m 2388.

186 Dossier 1, proces-verbaal van herkenning persoon door opsporingsambtenaar, pag. 2391, met bijlage en Dossier 1, proces-verbaal van herkenning persoon door opsporingsambtenaar, pag. 2393, met bijlage, in samenhang met Dossier 1, proces-verbaal herkenningen onderzoek [Onderzoeksnaam] uitgezet, pag. 561-563, met bijlagen.

187 Dossier 1, proces-verbaal van uitkijken camera beelden, pag. 2395 en 2396, met bijlage.

188 Dossier 1, proces-verbaal van herkenning persoon door opsporingsambtenaar, pag. 2398, met bijlage en Dossier 1, proces-verbaal van herkenning persoon door opsporingsambtenaar, pag. 2400, met bijlage en Dossier 1, proces-verbaal van herkenning persoon door opsporingsambtenaar, pag. 2402 en 2403, in samenhang met Dossier 1, proces-verbaal herkenningen onderzoek [Onderzoeksnaam] uitgezet, pag. 561 t/m 563, met bijlagen.

189 Dossier 1, proces-verbaal van bevindingen, pag. 2368 t/m 2370, in samenhang met Dossier 1, proces-verbaal van bevindingen, pag. 493 t/m 502.

190 Dossier 1, proces-verbaal gesprek aangeefster, pag. 2371 en 2372.

191 Dossier 1, proces-verbaal van bevindingen, pag. 2373 en 2374, met bijlagen, in samenhang met Dossier 1, proces-verbaal, pag. 365 t/m 367, met bijlagen.

192 Dossier 1, proces-verbaal van bevindingen, pag. 2349 t/m 2353, met bijlagen, in samenhang met Dossier 1, proces-verbaal van bevindingen, pag. 116 t/m 143, met bijlagen.

193 Gelet op het verweer van de raadsman met betrekking tot dit feit en de daarop gevolgde (toegestane) vordering wijziging tenlastelegging door het openbaar ministerie, is naar het oordeel van de rechtbank in die vordering abusievelijk vermeld dat dit cursief weergegeven gedeelte voor feit 20 geldt, terwijl daar – gelet op de kennelijke bedoeling van de steller van de tenlastelegging – feit 21 had moeten staan. De rechtbank verbetert dat hierbij in de tenlastelegging. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.