Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2019:1894

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
01-03-2019
Datum publicatie
01-03-2019
Zaaknummer
09/767169-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Mensenhandel. Gevangenisstraf van 32 maanden voor mensenhandel en mishandelingen. Verwerping verweer ten aanzien van de geldigheid van de dagvaarding. Vrijspraak verkrachtingen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 09/767169-18

Datum uitspraak: 1 maart 2019

Tegenspraak

(Promisvonnis)

De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1987 te [geboorteplaats] ,

thans gedetineerd in de penitentiaire inrichting “Alphen aan den Rijn” te Alphen aan den Rijn, locatie Eikenlaan.

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden ter terechtzittingen van 28 augustus 2018, 9 november 2018, 18 januari 2019 (telkens pro forma) en 15 februari 2019 (inhoudelijk).

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. W. Bos en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsman mr. M.M. Kuyp naar voren is gebracht.

De officier van justitie heeft ter terechtzitting van 15 februari 2019 medegedeeld dat hij voornemens is een ontnemingsvordering als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) aanhangig te maken.

2 De tenlastelegging

Aan de verdachte is - kort gezegd en na toegewezen vordering tot wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting van 15 februari 2019 - ten laste gelegd dat hij zich in de periode van 1 april 2017 tot en met 28 januari 2018 ten aanzien van [slachtoffer 1] (hierna: [slachtoffer 1] of [slachtoffer 1] ) schuldig heeft gemaakt aan mensenhandel (feit 1), verkrachting (feit 3) en mishandeling in de periode van 1 januari 2016 tot en met 28 januari 2018 (feit 5).

Daarnaast wordt de verdachte (ook: [verdachte] ) verweten dat hij zich in de periode van 1 oktober 2011 tot en met 16 oktober 2015 eveneens ten aanzien van [slachtoffer 2] (hierna: [slachtoffer 2] of [slachtoffer 2] ) schuldig heeft gemaakt aan mensenhandel (feit 2) en verkrachting (feit 4).

De volledige tekst van de tenlastelegging is opgenomen als bijlage I bij dit vonnis en maakt daarvan deel uit. De reeds toegewezen wijzigingen in de tenlastelegging zijn daarin cursief weergegeven.

3 Geldigheid van de dagvaarding

De verdediging heeft bepleit dat de dagvaarding (partieel) nietig wordt verklaard ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde, nu specifieke data ontbreken en niet kan worden beoordeeld om welke concrete voorvallen het gaat. Dit geldt ook ten aanzien van het onder 5 ten laste gelegde voor wat betreft de elementen ‘in het gezicht te slaan en/of te stompen (..) en/of het trappen tegen de ribben, althans het lichaam’. Naar het oordeel van de verdediging voldoet de dagvaarding op deze punten niet aan de eisen van artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv). De tenlastelegging vermeldt onder 3 een periode waarin [slachtoffer 1] en verdachte tientallen keren seks hadden en ten aanzien van het onder 5 ten laste gelegde heeft [slachtoffer 1] over verschillende mishandelingen verklaard, maar allemaal zonder concrete datum of tijd. De dagvaarding is, gezien de inhoud van het dossier, de ruime periode en de verschillende vermeende incidenten, ten aanzien van deze onderdelen onvoldoende begrijpelijk.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat dit verweer niet opgaat, nu de tenlastelegging, in samenhang met de inhoud van het dossier, voldoende duidelijk is voor de verdachte om te weten waarvan hij wordt beschuldigd. Ook uit de behandeling ter terechtzitting en door hetgeen door de verdediging naar voren is gebracht, is gebleken dat het verwijt duidelijk is, aldus de officier van justitie.

De rechtbank stelt voorop dat een van de fundamenten van het strafprocesrecht is dat het onderzoek ter terechtzitting plaatsvindt op basis van de dagvaarding. Dit zorgt er voor dat alle partijen (de verdachte, het openbaar ministerie en de rechter) op de hoogte zijn van de gronden waarop de vervolging berust. Middels de dagvaarding wordt de verdachte geïnformeerd over het feit waarvoor hij terecht moet staan, zodat hij weet waartegen hij zich moet verdedigen. Dit betekent dat in de tenlastelegging het feit wordt opgenomen gespecificeerd naar tijd en plaats.

Onder 3 en 5 van de onderhavige tenlastelegging wordt een aantal gedragingen/handelingen genoemd die de verdachte zou hebben gepleegd tegen [slachtoffer 1] , die (indien bewezen) gekwalificeerd kunnen worden als verkrachting respectievelijk mishandeling. [slachtoffer 1] heeft in haar verklaringen verschillende specifieke momenten genoemd van verkrachtings- en geweldshandelingen die de verdachte tegen haar zou hebben gepleegd, waaronder ook de door de verdediging genoemde ten laste gelegde elementen. Dat daarbij geen concrete datum is genoemd, maakt de beschreven handelingen niet minder concreet. Bovendien bevat het procesdossier ook andere informatie die betrekking heeft op die specifieke handelingen. Naar het oordeel van de rechtbank kan het niet anders zijn dan dat het ook aan de zijde van de verdediging duidelijk moet zijn waartegen de verdachte zich in dit verband moet verdedigen. Uit de behandeling ter terechtzitting en de ondervraging van de verdachte is niet gebleken dat het verwijt onduidelijk is.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de dagvaarding voldoende duidelijk is. De rechtbank verwerpt het verweer. De dagvaarding is geldig.

4 Bewijsoverwegingen

4.1

Juridisch kader mensenhandel

Mensenhandel is strafbaar gesteld in artikel 273f Sr. Dit wetsartikel staat in titel XVIII van voornoemd wetboek, de titel die ziet op de ‘misdrijven tegen de persoonlijke vrijheid’. De strafbaarstelling is gericht op het tegengaan van uitbuiting van mensen. Uitbuiting moet daarbij niet beperkt worden uitgelegd. Het belang van het individu staat voorop; dat belang is het behoud van zijn of haar lichamelijke en geestelijke integriteit en persoonlijke vrijheid. Artikel 273f Sr beoogt bescherming te bieden tegen de aantasting van die integriteit en vrijheid. Bij mensenhandel moet altijd worden uitgegaan van de intentie van de dader, niet van die van het slachtoffer.

In het onderzoek is de verdachte naar voren gekomen als verdachte van mensenhandel binnen de prostitutiebranche ten aanzien van één vrouw en middels het werken voor de webcam ten aanzien van een andere vrouw. Het gaat daarbij steevast om de verdenking van diverse varianten van mensenhandel zoals deze zijn opgenomen in de onderscheidenlijke onderdelen van het eerste lid van artikel 273f Sr. De rechtbank zal hierna eerst kort stilstaan bij het juridisch kader van mensenhandel tegen welke achtergrond zij iedere verdenking moet beoordelen. De rechtbank zal daarbij de diverse varianten van mensenhandel genoemd in artikel 273f - voor zover relevant - en de uitgangspunten die de rechtbank daarbij hanteert uiteenzetten en dit stuk afsluiten met enkele algemene overwegingen. De onderdelen (sub 2, 3, 5, 7 en 8) die geen rol spelen bij de verdenking zoals die is neergelegd in de diverse tenlasteleggingen zal de rechtbank onbesproken laten.

Sub 1 van artikel 273f

Sub 1 stelt diverse handelingen strafbaar voor zover deze worden gefaciliteerd door een dwangmiddel en met het oogmerk van uitbuiting worden verricht.

Handelingen

De handelingen (werven, vervoeren, overbrengen, huisvesten en opnemen) hebben elk een neutrale en feitelijk betekenis en kunnen worden begrepen aan de hand van dagelijks taalgebruik. Zij dienen ruim te worden uitgelegd.

Dwangmiddelen

De dwangmiddelen - voor zover deze voor de officier van justitie en/of de verdediging een punt van aandacht zijn geweest tijdens de behandeling ter terechtzitting - zijn dwang, misleiding, misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en misbruik van een kwetsbare positie. De inzet van een dwangmiddel dient ertoe te leiden dat iemand in een uitbuitingssituatie (‘een situatie die de gelegenheid tot uitbuiting schiep’) belandt of dat iemand wordt belet zich aan een uitbuitingssituatie te onttrekken.

Het begrip ‘dwang’ moet ruim worden uitgelegd en worden bekeken in de hele context waarin de handelingen van de verdachte plaatsvinden. Het slachtoffer zal door aanwending van dwang tegen zijn zin in een situatie van uitbuiting zijn gebracht, waarin hij, als hij daartoe weerstand had kunnen bieden, niet terecht zou zijn gekomen. Het slachtoffer moet het dwangmiddel dus hebben opgemerkt en het moet bij hem vrees hebben opgeleverd, anders is er geen sprake van dwang. Daarbij doet het niet ter zake dat de dwang op een ander in het algemeen geen indruk zou maken. Het is subjectief.

Het dwangmiddel ‘misleiding’ heeft op grond van jurisprudentie van de Hoge Raad feitelijke betekenis.1 De rechtbank gaat er bij dit dwangmiddel vanuit dat er doelbewust een foute voorstelling van zaken wordt gegeven, iemand wordt overtuigd van iets dat niet waar is, waardoor iemand iets gaat doen dat hij anders niet zou hebben gedaan. Ook dit dwangmiddel is subjectief.

‘Misbruikdwangmiddelen’

Ook de dwangmiddelen ‘misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht’ en ‘misbruik van een kwetsbare positie’ hebben feitelijke betekenis.2 Deze dwangmiddelen, die objectief moeten worden vastgesteld, kunnen elkaar deels overlappen. Deze misbruikdwangmiddelen kunnen veelal uit de omstandigheden worden afgeleid. De verdachte moet zich wel bewust zijn geweest van de relevante feitelijke omstandigheden van de betrokkene waaruit het overwicht voortvloeide of verondersteld wordt voort te hebben gevloeid, in die zin dat voorwaardelijk opzet ten aanzien van die omstandigheden bij hem aanwezig moet zijn. Datzelfde geldt voor gevallen waarin sprake is van een kwetsbare positie van het slachtoffer.3De Hoge Raad heeft daarbij expliciet overwogen dat niet is vereist dat doelbewust misbruik is gemaakt van de kwetsbare positie van het slachtoffer.

Ook wordt voor het bewijs van het misbruik geen verdergaand initiatief en actief handelen van de verdachte vereist dan tot uitdrukking komt in de termen die in de wet staan (werven, vervoeren, overbrengen, huisvesten of opnemen). De Hoge Raad overweegt daarbij dat het in het bijzonder niet een zelfstandig vereiste is dat het initiatief van de verdachte is uitgegaan en ook niet dat het slachtoffer door de verdachte in een uitbuitingssituatie is gebracht. Tot slot merkt de Hoge Raad op dat de omstandigheid dat een slachtoffer tevoren al op een of meer andere plaatsen in de prostitutie had gewerkt, geen aanwijzing behoeft te zijn voor vrijwilligheid en het ontbreken van een uitbuitingssituatie.4

Indien tot een bewezenverklaring wordt gekomen van een van deze twee misbruikdwangmiddelen dient het feitelijk bewezenverklaarde hieraan invulling te geven. Bij het misbruik maken van (1) een uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht is er sprake van een relationele ongelijkheid of van het brengen in een dergelijke situatie van ongelijkheid, waardoor de keuzevrijheid van het slachtoffer is beperkt. Daarbij merkt de rechtbank op dat ‘beperkt’ niet inhoudt dat er sprake moet zijn van een zodanige dwang of druk dat voor het slachtoffer geen andere keuze meer mogelijk was; de beperking van de keuzevrijheid van het slachtoffer is voldoende om een gedwongen karakter van prostitutie aan te nemen. Uit de wetsgeschiedenis komt naar voren dat de wetgever bij prostituees stelt dat hiervan sprake is als zij verkeren of komen te verkeren in een situatie die niet gelijk is aan de omstandigheden waarin een mondige prostituee in Nederland pleegt te verkeren. Het criterium ‘de gemiddelde mondige prostituee in Nederland’ omvat in ieder geval dat zij zelf bepaalt waar, wanneer, met wie, onder welke omstandigheden en tegen welke opbrengsten zij werkt. Ten aanzien van het misbruik maken van (2) een anders ‘kwetsbare positie’ geeft artikel 273f, zesde lid, Sr een minimumdefinitie van dit begrip: hieronder wordt mede begrepen een situatie waarin een persoon geen andere werkelijke of aanvaardbare keuze heeft dan het misbruik te ondergaan. Aangenomen kan worden dat de ‘misbruiker’ de ander (het latere slachtoffer) in die positie aantreft zonder dat beiden in een relatie tot elkaar staan. Zoals overwogen kan dit middel ook overlappen met het misbruik uit overwicht.

Oogmerk van uitbuiting

Zoals gezegd zijn de handelingen omschreven in sub 1 slechts strafbaar als deze zijn gefaciliteerd door een dwangmiddel én als zij zijn begaan met het oogmerk van uitbuiting. Met andere woorden: de gedragingen moeten zijn gericht op de uitbuiting van personen. Het oogmerk veronderstelt een noodzakelijkheidsbewustzijn. Voorwaardelijk opzet volstaat niet. Ook dit bestanddeel van het wetsartikel heeft feitelijke betekenis en hoeft in de tenlastelegging niet nader te worden omschreven. Het oogmerk van uitbuiting kan worden afgeleid uit bijvoorbeeld verklaringen. Echter, bij afwezigheid van verklaringen kan het oogmerk van uitbuiting ook veelal worden afgeleid uit de omstandigheden. Het tweede lid van artikel 273 f Sr geeft een niet-limitatieve opsomming van wat de term ‘uitbuiting’ omvat. Voor zover in deze zaak relevant staat daar in ieder geval de uitbuiting van een ander in de prostitutie.

De vraag of sprake is van een oogmerk van uitbuiting moet, gelet op de jurisprudentie van de Hoge Raad, vanuit meerdere invalshoeken worden beschouwd. Die beoordeling is sterk verweven met de omstandigheden van het geval. Factoren die een rol kunnen spelen bij de beantwoording van die vraag zijn onder meer de aard en duur van de werkzaamheden, de beperkingen die de tewerkstelling meebrengt voor degene die het werk verricht en het economisch voordeel (het profijt) dat daarmee door de tewerksteller wordt behaald.5 Deze factoren zijn niet cumulatief. De strafbaarstelling van sub 1 ziet - hoewel een bewezen verklaring tot een voltooid delict leidt - in feite immers op het voorbereidingsdelict voorafgaand aan de daadwerkelijke uitbuiting. In een dergelijk geval zijn (nog) niet alle genoemde elementen aan de orde. Er kan dan wel worden gekeken naar bijvoorbeeld de modus operandi, huisvesting en afspraken. De rechtbank houdt bij de beoordeling van de factoren ook rekening met het gegeven of een slachtoffer meer- of minderjarig is.

Tot slot overweegt de rechtbank ten aanzien van het oogmerk van uitbuiting dat het voor de vervulling van de delictsomschrijving niet nodig is dat de ander daadwerkelijk wordt uitgebuit; het oogmerk volstaat.6

Uitgangspunt voor de rechtbank is in ieder geval dat zodra er sprake is van een dwangmiddel, de eventuele vrijwilligheid van het slachtoffer niet meer ter zake doet. Ook het gegeven dat een slachtoffer op enig moment toch ‘vrij’ was om te stoppen met het prostitutiewerk en zich mitsdien aan de uitbuitingssituatie heeft onttrokken, doet in zijn algemeenheid niet af aan het gegeven dat er (voordien) wel sprake is (geweest) van een dwangmiddel. Immers, aan het ‘laten gaan’ van een prostituee kunnen meerdere redenen ten grondslag liggen, waaronder ook opportunistische redenen, bezien vanuit het oogpunt van de dader. Zo kan ook niet in zijn algemeenheid worden gezegd dat indien er een mogelijkheid was voor het slachtoffer zich aan de uitbuitingsituatie te onttrekken, maar zij dit desalniettemin niet heeft gedaan, er dus geen sprake kan zijn van een uitbuitingssituatie.7

Sub 4

Sub 4 ziet op de daadwerkelijke uitbuiting. De uitbuitingsgedragingen - voor zover in deze zaak relevant - hebben het oog op het doen werken in de prostitutie. Het gaat er hierbij om een ander met een dwangmiddel (dezelfde als genoemd in sub 1) te dwingen of te bewegen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van prostitutiewerk of onder de in sub 1 genoemde omstandigheden enige handeling te ondernemen waarvan hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat die ander zich daardoor tot het verrichten van die handelingen beschikbaar stelt. Gedoeld wordt op degene die gebruik maakt van de uitbuitingssituatie van een ander, welke uitbuitingssituatie hij overigens niet zelf hoeft te hebben gecreëerd. De Hoge Raad heeft overwogen dat, hoewel ‘uitbuiting’ als zodanig niet in de tekst van subonderdeel 4 is opgenomen, dit daarin wel moet worden ingelezen en daarmee een impliciet bestanddeel daarvan vormt. De gedragingen, bedoeld in sub 4, kunnen slechts als mensenhandel worden bestraft, indien uit de bewijsvoering volgt dat zij zijn begaan onder omstandigheden waarbij uitbuiting kan worden verondersteld.8 Het onderscheid met betrekking tot de dwangmiddelen in sub 1 en sub 4 zit in het gegeven dat in sub 1 het dwangmiddel ziet op de handeling werven, vervoeren, etcetera, terwijl in sub 4 het dwangmiddel direct is gelinkt aan het laten werken. Het ‘zich beschikbaar stellen’ is daarbij voldoende, wat betekent dat ook hier niet daadwerkelijk gewerkt hoeft te zijn om tot een voltooid delict te komen.

Sub 6

Strafbaar op grond van sub 6 is degene die opzettelijk voordeel trekt uit de uitbuiting van een ander. Opzet is als bestanddeel opgenomen, omdat anders onachtzaam handelen onder deze bepaling zou vallen. De Hoge Raad heeft uitgemaakt dat het opzet gericht dient te zijn op zowel het voordeel trekken als de uitbuiting van een ander.9 De profijttrekker kan, maar hoeft niet, een ander zijn dan degene die de uitbuitingssituatie heeft gecreëerd. Een dwangmiddel is hier niet nodig.

Sub 9

Op grond van sub 9 is degene strafbaar die een ander met een van de sub 1 genoemde dwangmiddelen dwingt dan wel beweegt hem te bevoordelen uit de opbrengst van diens seksuele handelingen met of voor een derde. Dit subonderdeel is erop gericht op te kunnen treden tegen de situatie dat een prostituee wordt gedwongen tot afgifte van (een deel van) haar opbrengsten van seksuele handelingen. Uitbuiting is hierbij geen vereiste. Naar het oordeel van de rechtbank is evenmin vereist dat daadwerkelijk van bevoordeling sprake is geweest. De tekst van artikel 273f, eerste lid, sub 9 Sr biedt ruimte voor die opvatting. Bovendien komt een dergelijke uitleg tegemoet aan de strekking van de strafbaarstelling van mensenhandel, te weten het belang van behoud van iemands geestelijke en lichamelijke integriteit en persoonlijke vrijheid. Immers, door met een dwangmiddel iemand ertoe te bewegen hem te bevoordelen uit de opbrengst van diens seksuele handelingen met of voor een derde is daarmee diens geestelijke integriteit en persoonlijke vrijheid reeds geschonden en het delict voltooid.

Nadere overwegingen

Prostitutie is in Nederland een zelfstandig en legaal beroep. Een prostituee kan dit werk doen in loondienst waarbij er duidelijke afspraken worden gemaakt tussen een prostituee en haar werkgever over onder meer het werk en salaris. Deze afspraken worden neergelegd in een arbeidsovereenkomst. Een dergelijke arbeidsovereenkomst zal meebrengen dat de prostituee haar verdiende geld niet bij zich houdt (maar loon ontvangt) en dat de werkgever voorwaarden kan stellen aan de manier waarop zij werkt (tijd, plaats, werkkleding), maar anderzijds komt op hem de (zorg)verplichting te rusten om te zorgen voor veilige en gezonde werkomstandigheden voor zijn werknemer. Ook zal een dergelijke arbeidsovereenkomst meebrengen dat de werkgever de vergunning regelt en zorg draagt voor de inhouding van loonbelasting en de afdracht daarvan aan de belastingdienst. Daarnaast is de werkgever ook verantwoordelijk voor het doen van aangiftes omzetbelasting en de voldoening daarvan. De prostituee zal zelf aangifte inkomstenbelasting moeten doen.

De prostituee die als een zelfstandige zonder personeel (ZZP-er) aan de slag gaat, kan haar verdiende geld normaal gesproken bij zich houden en geniet meer vrijheden. Zij moet wel meer dingen zelf regelen, zoals een vergunning aanvragen, zich inschrijven bij de Kamer van Koophandel, een administratie voeren en bewaren en zorgdragen voor haar belastingzaken (inkomstenbelasting en omzetbelasting).

Zo bieden beide constructies op hun eigen manier een goede basis om op een voldoende rendabele wijze als prostituee te werken. Tegen die achtergrond is het zonder nadere toelichting niet eenvoudig te begrijpen waarom een prostituee een deel van haar verdiensten zonder meer aan een ander zou afstaan. Op het moment dat een ander (dan de hiervoor bedoelde werkgever) geld ontvangt van een prostituee terwijl daarvoor niet een noodzaak bestaat zoals hiervoor beschreven, zal dit een aanwijzing kunnen zijn dat wordt gehandeld in strijd met artikel 273f Sr.

De rechtbank merkt op dat zij in deze zaak rekening houdt met de bijzondere situatie dat zowel [slachtoffer 1] als [slachtoffer 2] een relatie hadden met de verdachte.

4.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat [verdachte] dient te worden vrijgesproken van de feiten 2 en 3 en dat de feiten 1, 4 en 5 wettig en overtuigend kunnen worden bewezen. Hij heeft hiertoe aangevoerd dat de verklaringen van aangeefster [slachtoffer 1] betrouwbaar zijn en ten aanzien van de mensenhandel (feit 1) en de mishandelingen (feit 5) bovendien voldoende ondersteund worden door overige bewijsmiddelen. Ten aanzien van de verkrachtingen (feit 3) worden haar verklaringen onvoldoende ondersteund door andere bewijsmiddelen. De verklaringen van aangeefster [slachtoffer 2] zijn volgens de officier van justitie weliswaar betrouwbaar, maar vinden onvoldoende steun ten aanzien van de mensenhandel (feit 2). Ten aanzien van de verkrachting (feit 4) worden haar verklaringen wel voldoende ondersteund door andere bewijsmiddelen. Bij de beoordeling van de verschillende onderdelen van de tenlastelegging zal de rechtbank, voor zover relevant, weergeven wat de officier van justitie ter onderbouwing heeft aangevoerd.

4.3

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte van alle ten laste gelegde feiten moet worden vrijgesproken. De verdediging heeft hiertoe primair aangevoerd dat de verklaringen van aangeefster [slachtoffer 1] onbetrouwbaar zijn en niet voor het bewijs kunnen worden gebezigd. Subsidiair heeft de verdediging betoogd dat de verklaringen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] onvoldoende steun vinden in de overige stukken in het dossier. De verdediging heeft, zoals verwoord in een uitgebreide pleitnota, uitvoerig verweer gevoerd ten aanzien van (vrijwel) alle onderdelen van deze feiten. Waar nodig zal de rechtbank op de gevoerde verweren responderen.

4.4

De beoordeling van de tenlastelegging10

4.4.1

[slachtoffer 1]

Door de verdediging is aangevoerd dat de verklaringen van [slachtoffer 1] niet betrouwbaar zijn.

Bij de beoordeling van de betrouwbaarheid van verklaringen van getuigen komt in de eerste plaats belang toe aan de consistentie, nauwkeurigheid of gedetailleerdheid, en volledigheid van die verklaringen. Echter, waar de verklaringen op deze punten onvolkomenheden bevatten, betekent dat niet automatisch dat deze reeds daarom onbetrouwbaar zouden zijn.

Het onderzoek is omvangrijk geweest, waarbij [slachtoffer 1] op uiteenlopende tijdstippen uitgebreide verklaringen heeft afgelegd over feiten en omstandigheden die zich in de voorgaande jaren zouden hebben voorgedaan.

Van belang is dat zij bij het afleggen van haar verklaringen specifieke vragen heeft moeten beantwoorden over haar werk in de prostitutie en haar redenen om dit werk te gaan doen.

Zij heeft op acht verschillende momenten een verklaring afgelegd en niet alleen op hoofdlijnen, maar ook op detailniveau consistent verklaard. Zij heeft uitgebreid en consistent verklaard over haar persoonlijke omstandigheden, haar relatie met de verdachte en de redenen waarom zij in de prostitutie is gaan werken. Daarbij heeft zij zichzelf niet ontzien. Zij heeft gewezen op de schulden die zij zelf heeft veroorzaakt en die moesten worden afgelost. Zij heeft verklaard dat zij min of meer heeft ingestemd met het werken in de prostitutie. Daarnaast heeft zij ook meerdere keren benadrukt dat de relatie met de verdachte niet altijd slecht was. Ook heeft zij verklaard dat de verdachte soms zei dat ze moest stoppen en dat zij dan toch doorging. Dit wordt bevestigd in WhatsApp- en sms-berichten tussen de verdachte en [slachtoffer 1] . Tegelijkertijd bevestigen deze berichten ook verschillende onderdelen van haar verklaring die belastend voor de verdachte zijn.

Gelet op het bovenstaande acht de rechtbank de vele verklaringen van [slachtoffer 1] voldoende betrouwbaar.

Het voorgaande leidt de rechtbank tot de conclusie dat de verklaringen van [slachtoffer 1] niet van het bewijs zullen worden uitgesloten; het desbetreffende verweer wordt dan ook verworpen. Wel zal de rechtbank de verklaringen van [slachtoffer 1] behoedzaam bezien en (gedeeltes daarvan) gebruiken voor het bewijs waar ze voldoende verankering vinden in andere bewijsmiddelen.

Dat [slachtoffer 1] in de ten laste gelegde periode in de prostitutie werkzaam was, heeft ter terechtzitting niet ter discussie gestaan.11 Evenmin heeft ter discussie gestaan dat de verdachte in deze periode een relatie met haar had en op de hoogte was van het werk waarmee zij haar geld verdiende.

De vraag die de rechtbank dient te beantwoorden, is of de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan mensenhandel van [slachtoffer 1] in de zin van (één of meer onderdelen van) artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht en of hij haar heeft verkracht en mishandeld. Met betrekking tot de vraag naar de bewezenverklaring van het tenlastegelegde overweegt de rechtbank het volgende.

De verklaringen van [slachtoffer 1]

heeft op 1 februari 2018 een eerste verklaring afgelegd over haar gedwongen werk in de prostitutie en aangifte gedaan van zware mishandelingen. Tijdens een informatief gesprek zeden op 8 februari 2018 heeft zij opnieuw een verklaring afgelegd. [slachtoffer 1] is vervolgens op 22 februari 2018 nader gehoord en zij heeft toen aangifte gedaan van verkrachtingen. Daarnaast heeft zij nog verklaringen afgelegd op 5 en 25 april 2018 waarbij zij ook aangifte heeft gedaan van mensenhandel. Hierna zijn nog verklaringen afgelegd op 18 mei 2018 en 27 juni 2018 en tenslotte heeft zij op 7 januari 2019 als getuige en verklaring afgelegd bij de rechter-commissaris. Zij heeft onder meer het volgende verklaard.12

[slachtoffer 1] heeft de verdachte leren kennen in december 2014 en sinds januari 2015 hadden zij een relatie. In februari 2015 bleek zij zwanger te zijn en op 20 november 2015 is hun dochter [dochter slachtoffer 1] geboren.

Hoewel het begin van de relatie zonder problemen verliep, werd [verdachte] na een paar maanden agressiever, bijvoorbeeld in hoe hij haar benaderde, en veranderde hun relatie. [slachtoffer 1] was heel onderdanig in de relatie; ze pikte alles en praatte het ook wel goed.

[slachtoffer 1] heeft van 23 januari 2017 tot 24 maart 2017 vastgezeten vanwege een veroordeling voor fraude en is in de maanden hierna begonnen met het werken in de prostitutie. [verdachte] en zij hadden veel schulden die moesten worden afbetaald. Hij heeft veel regelingen getroffen toen zij vast zat. Hij deed de administratie. In het begin heeft hij wel wat binnenkomende rekeningen betaald, dit was tot juni/juli 2017. Daarna heeft zij er geen zicht meer op gehad. Het geld dat zij verdiende, legde zij op tafel voor hem neer of hij haalde het zelf uit haar portemonnee. [verdachte] wilde haar geld hebben, omdat hij alles regelde.

Zij is op initiatief van [verdachte] begonnen met het werken in de prostitutie en is daarin meegegaan omdat zij ook schulden heeft laten ontstaan. Hij beloofde haar ‘als je dit gaat doen dan komen we eruit, ik houd van je’. Het was een soort houvast voor haar, zo van: ‘ik moet dit doen, ik heb ook een stukje goed te maken’. Zij geloofde oprecht dat hij van haar hield en dat alles goed zou komen. Zij heeft ook gezegd: ‘ik heb ook horecapapieren, laat mij op het strand werken, dan heb je veel fooien, dan verdienen we ook genoeg’. Maar dat wilde hij niet, dat duurde te lang. Zij heeft daar ‘een soort van’ mee ingestemd, omdat zij hem toen geloofde. Zij heeft hem laten weten dat zij het echt niet wilde, dat zij het niet kon, maar hij was haar enige houvast. Zij heeft ook even gedacht: ‘dit is mijn leven, ik accepteer het wel’. Maar zij heeft het nooit vrijwillig gedaan, zij heeft het nooit helemaal geaccepteerd.

[slachtoffer 1] en [verdachte] hebben wel gesproken over stoppen. [slachtoffer 1] had vaak momenten dat zij niet meer kon. Zij appte hem dan. Er waren momenten nadat zij met klanten was geweest dat zij het fysiek niet aan kon, dat zij alles eruit kotste. Maar hij pushte dan van: ga ermee door. Er waren ook momenten dat [verdachte] juist zei dat hij vond dat zij moest stoppen, maar dan zei [slachtoffer 1] dat zij toch doorging. Zij heeft ook berichten gekregen van: ‘als je nu thuiskomt, dan ga je maar met je blote kut op de gang liggen en dan trek je misschien wel klanten’. De momenten dat hij zei ‘doe het wel en het moet’ waren overheersend. [slachtoffer 1] wilde het op een gegeven moment aan hem bewijzen, hij was haar enige waarheid en enige houvast. Hij heeft haar vaak genoeg gezegd dat als zij niet bezig was of met vriendinnen was, dat zij haar dochter gedag kon zeggen. Hij zei dingen als: ‘zonder mij ben je niks, zonder mij ben je in de goot’ en op een gegeven moment ging zij dat geloven.

Zij heeft in privéhuizen gewerkt, achter de ramen op de Wallen in Amsterdam en via advertenties op seksjobs.nl in een hotel en escort- en cardates. Ze heeft achtereenvolgens bij [bedrijf] in Dordrecht (mei 2017), bij [bedrijf] in Amersfoort (twee weken in juni 2017) en bij [bedrijf] in Amsterdam (eind juni, juli en augustus 2017) gewerkt. Hierna is zij in september 2017 begonnen met werken achter de ramen op de Wallen in Amsterdam, waarvoor zij zich ook heeft ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Toen dat uiteindelijk ook niet genoeg verdiende is zij in oktober 2017 in het [hotel] in Vianen gaan werken via advertenties op seksjobs.nl. Dat moest van [verdachte] . Daar werkte ze dan in het weekend en doordeweeks deed ze escort- en cardates. In de hotels heeft ze 13 of 14 weekenden gezeten van vrijdag tot en met zondag. Ze heeft tot 28 januari 2018 via de advertenties gewerkt. Die dag is zij samen met [dochter slachtoffer 1] , met hulp van [getuige 1] , haar huis ontvlucht.

[verdachte] bracht haar vaak naar haar werk toe en dan stapte zij huilend uit en zei hij: “kom op je kan het wel, vanavond heb je weer geld”. Als [verdachte] haar niet kon of wilde brengen, ging zij met het openbaar vervoer. [verdachte] wilde weten wat ze met klanten deed. Ze mochten nooit per telefoon reageren, want dan konden ze haar bellen en had hij er geen controle over, dus het was altijd per mail. [verdachte] checkte haar e-mails. Hij zei wat ze moest doen met de klanten. Hij gaf aan wat hij wel goed vond en wat niet. Hij is er achter gekomen dat zij een keer seks had met een klant zonder condoom. Hij had een app op haar telefoon gezet waarbij hij alles kon zien wat zij op haar telefoon deed, een soort Spyware app. Hij kon met de inloggegevens precies zien wanneer iemand wilde komen. Hij wilde precies weten wanneer iemand weg ging of binnen kwam. Zij moest [verdachte] een berichtje sturen als zij werd uitgekozen en moest [verdachte] een appje sturen voor hoelang zij een klant had. [verdachte] reageerde ook op de advertenties op seksjobs.nl als zij niet snel genoeg reageerde.

Het geld dat [slachtoffer 1] verdiende, moest zij aan [verdachte] afstaan. Soms ging het geld direct naar hem, zodra hij haar op kwam halen. Het was contant geld. Zij gaf het gelijk aan hem, omdat hij dan al had uitgerekend hoeveel zij moest hebben en dan vroeg hij dat meteen als zij in de auto stapte. Zij mocht dan 10 of 20 euro zelf houden om de volgende dag eten te halen. De laatste tijd in het hotel kwam hij er heen rijden om geld te halen. Het laatste weekend had zij niet genoeg verdiend. Zij wilde haar kamernummer niet geven, maar uiteindelijk heeft zij dat toch gedaan, omdat hij anders [dochter slachtoffer 1] mee zou nemen. Toen is hij haar kamer in gekomen en heeft haar in elkaar geslagen. In [snackbar] , heeft [verdachte] wel geld uit haar portemonnee gepakt. [slachtoffer 1] denkt 400 euro of zo. Hij pakte dat er uit en toen pakte hij een tientje terug en gooide dat naar haar op tafel. Dat is voor jou zei hij toen.

[slachtoffer 1] is tijdens de relatie vele malen mishandeld. In het begin dacht zij dat er een reden voor was dat hij af en toe agressief was. Stress van zijn ex omdat zij mogelijk zwanger was van hem. Toen kwam de overlijdensdatum van zijn vader en werd hij geopereerd aan zijn schouder. Zij gaf dat steeds de schuld dat het gebeurde. Zij bleef bij hem voor [dochter slachtoffer 1] .

Dat hij agressief werd, uitte zich in schelden, slaan, stompen, met de tondeuse stukken van haar haar afhalen en sigaretten uitdrukken op haar benen. Tegen haar omgeving zei zij dat het ongelukjes waren en ze heeft verteld dat ze op kickboksen was gegaan. Met kerstavond 2016 sloeg hij haar in de auto met zijn hand met zegelring in haar gezicht.

Het uitdrukken van sigarettenpeuken op haar lichaam is vanaf oktober en november 2017 geweest. Zij heeft deze plekken met make-up kunnen verbergen en zij had altijd kousen aan zodat je ze niet zag. Haar zus heeft deze plekken gezien. [getuige 1] heeft letsel bij haar gezien en ook op de crèche hebben ze wel wat meegekregen van letsel in haar gezicht, maar dan vertelde zij dat het door iets anders kwam. Ook bij een bezoek van Veilig Thuis heeft zij over een blauw oog verklaard dat het door een klant kwam. Als zij de waarheid zou vertellen, zou er een rapport zijn en dat zou bij [verdachte] komen en dan zou hij alsnog [dochter slachtoffer 1] afpakken. Hij heeft altijd gezegd: “Als je bij mij weg gaat, dan krijg je jouw dochter niet meer te zien en jij hebt toch niets of niemand meer.” En dat had ze ook niet.

Zij heeft een keer een klap gekregen waar [getuige 2] bij was. Een andere keer heeft hij haar bont en blauw geslagen, gedreigd met een mes en dat hij haar vingertoppen er af zou knippen en toen heeft hij met een tondeuse plukken uit haar haar geschoren. [getuige 2] was daar getuige van.

[verdachte] en [slachtoffer 1] gebruikten cocaïne, dat werd betaald van het geld dat zij verdiende. Als [verdachte] gebruikte werd hij altijd heel erg lief. Zij deed daar dan aan mee. Hij was dan echt de droomman. Zij hield toen ook echt van hem. [slachtoffer 1] is blijven werken in de prostitutie, omdat zij zich er bij neer had gelegd. Zij dacht dat hij ooit genoeg zou hebben. Want hij zei dat als zij genoeg had verdiend ze iets op gingen bouwen en zij heeft dat ook een tijdje geloofd.

De verklaringen van getuigen

Op woensdag 11 april 2018 is [getuige 1] als getuige gehoord. Zij verklaarde onder meer dat zij de verdachte op 27 september 2017 heeft leren kennen in [snackbar] . Enige tijd later werd [getuige 1] door [verdachte] voorgesteld aan zijn vriendin [slachtoffer 1] en hun dochter [dochter slachtoffer 1] . [getuige 1] heeft verklaard dat zij bij [slachtoffer 1] een hele dode blik zag, die zij herkende omdat zij in haar jeugd ook was verkracht en geslagen. Na deze ontmoeting zag [getuige 1] [slachtoffer 1] ongeveer 2 à 3 keer per week. [getuige 1] heeft in [snackbar] gezien dat [verdachte] 1600 euro van [slachtoffer 1] afnam. Hij pakte het zelf uit haar portemonnee. [slachtoffer 1] zei nadat [verdachte] dit geld had afgenomen ‘ik heb nu nog maar 5 euro’. Hierop zag [getuige 1] dat [verdachte] een briefje van vijf euro naar [slachtoffer 1] toegooide en zei ‘nu heb je een tientje’. Op een gegeven moment kreeg zij een bericht van [verdachte] dat [slachtoffer 1] iemand zonder condoom had gepijpt en dat hij haar toen een stomp op haar oog had gegeven. [getuige 1] heeft in de woning van [verdachte] en [slachtoffer 1] gezien dat [slachtoffer 1] onder de blauwe plekken zat op haar benen, armen en haar buik. Zij denkt dat dit november of december 2017 was. [getuige 1] heeft verder verklaard dat zij van [slachtoffer 1] heeft gehoord dat zij werd mishandeld door [verdachte] en dat zij van [verdachte] in de prostitutie moest werken om schulden van [verdachte] in te lossen. [getuige 1] heeft de familie van [slachtoffer 1] ingelicht en samen met de moeder en zus van [slachtoffer 1] hebben zij haar weggehaald uit de woning in [plaatsnaam] .13

Op 15 mei 2018 is [getuige 2] als getuige gehoord. Zij verklaarde onder meer dat zij [verdachte] ongeveer één jaar geleden heeft leren kennen via een datingsite. Zij heeft [slachtoffer 1] bij [verdachte] thuis ontmoet. Tegen haar was [verdachte] lief, leuk en aardig, maar tegen [slachtoffer 1] een stuk minder. Zij moest alles maar doen en als hij honger had, moest zij het eten maken. Hij snauwde tegen haar. Er werd haar verteld dat [slachtoffer 1] veel schulden had gemaakt en daarom in de prostitutie ging werken. [slachtoffer 1] vertelde haar dat het haar eigen keuze was. Dat ze het wel moeilijk vond, maar dat ze er wel achter stond. Ze had wel eens dagen gehad dat ze liever niet dan wel ging. [verdachte] ging de laatste maanden haar mail beheren. Hij ging de reacties die zij kreeg keuren of ze dan wel of niet moest gaan. Hij deed dat omdat hij haar niet vertrouwde. [slachtoffer 1] werkte via de site Cardate en later vanuit een hotel via de site Seksjobs. Ze heeft ook in een privéhuis in Amsterdam en achter de ramen gewerkt. Ze heeft verder verklaard dat [verdachte] [slachtoffer 1] een keer op straat in Scheveningen geslagen heeft, toen hij er achter kwam dat zij de huur niet had betaald en zei dat ze dat wel had betaald. Daarnaast had hij een keer in een mail gezien dat ze onveilige seks zou hebben gehad. [getuige 2] was toen in de douche met de kinderen en [slachtoffer 1] en [verdachte] waren in de keuken. Daarna had [slachtoffer 1] blauwe plekken op haar benen en armen. Ze hoorde: ‘Nee, nee, niet doen! Stop!’ en zag later toen de deur open was dat hij naast haar stond met een mes en zei dat hij haar voor het leven ging tekenen. [verdachte] heeft ook met een scheerapparaat bij haar gestaan, zodat hij haar hoofd zou kaalscheren. Het geld dat [slachtoffer 1] verdiende werd uitgegeven of in een lade gelegd. Zij heeft niet gezien dat er rekeningen van werden betaald. Het was volgens haar meer in het beheer van [verdachte] , want als [slachtoffer 1] wat had gepakt moest zij verantwoorden waarvoor zij dat had gepakt. Ze had weleens dagen dat ze niets verdiende of heel weinig en zij kreeg dan wel commentaar van [verdachte] dat ze beter haar best moest doen. Hij baalde er soms wel van dat het minder was dan dat hij eigenlijk had gehoopt. Zij verklaarde ook dat [verdachte] ‘zo op [slachtoffer 1] en het geld zat’.14

Op 13 april 2018 is E.E. [slachtoffer 1] (de zus van [slachtoffer 1] ) als getuige gehoord. Zij heeft onder meer verklaard dat [slachtoffer 1] met kerst 2016 een dikke lip had. Daarnaast heeft zij verklaard dat zij brandplekken van sigaretten op haar benen heeft gezien. Ook heeft zij verklaard dat het contact met [slachtoffer 1] tijdens de relatie met [verdachte] steeds minder werd.15

Op 19 april 2018 is [moeder slachtoffer 1] (de moeder van [slachtoffer 1] ) als getuige gehoord. Zij heeft onder meer verklaard dat [verdachte] [slachtoffer 1] regelmatig afsnauwde en dat [slachtoffer 1] ook af en toe onder de blauwe plekken zat, waarvan [slachtoffer 1] dan zei ‘dat komt door het stoeien’. Op kerstavond 2016 heeft zij gezien dat [slachtoffer 1] een hele dikke lip had. Ook heeft zij verklaard dat zij steeds minder contact met [slachtoffer 1] had.16

Overige bevindingen

Uit het rapport van Veilig Thuis blijkt dat [slachtoffer 1] een aantal keren is gezien met een blauw oog en dat zij verklaarde dat het door klanten kwam.17

Door de politie zijn foto’s gemaakt van het letsel bij [slachtoffer 1] .18 In het rapport van 18 december 2018 over het letsel op de benen van [slachtoffer 1] heeft de forensisch [arts] geconcludeerd dat haar bevindingen veel waarschijnlijker zijn wanneer het letsel is veroorzaakt door het uitdrukken van brandende sigaretten peuken dan wanneer het letsel zou zijn veroorzaakt door een andere oorzaak.19

WhatsApp-berichten en sms-berichten

In het dossier bevindt zich een grote hoeveelheid WhatsApp berichten tussen [slachtoffer 1] en de verdachte. De rechtbank stelt vast dat zij in de periode van april 2017 tot en met 25 november 2017 vele berichten hebben verzonden die onder meer zagen op het werk van [slachtoffer 1] in de prostitutie.

In het dossier bevindt zich eveneens een grote hoeveelheid sms-berichten tussen [slachtoffer 1] en de verdachte in de periode 29 november 2017 tot en met 29 januari 2018. De rechtbank stelt vast dat zij ook in deze periode veel berichten hebben verzonden die zagen op het werk van [slachtoffer 1] in de prostitutie.

Uit de vele berichten heeft de rechtbank geconstateerd dat het contact tussen [slachtoffer 1] en de verdachte varieerde van normale berichten tussen partners tot gescheld, gevloek en beledigingen. [slachtoffer 1] sprak vaak over een ‘plicht’ om haar schulden af te lossen. Dit werd ook wel bevestigd door de verdachte, want [slachtoffer 1] had de problemen veroorzaakt.

Gelet op de hoeveelheid berichten, zal de rechtbank hieronder naast de berichten die zijn ten laste gelegd, een aantal berichten noemen op basis waarvan zij vaststelt dat de verdachte bemoeienis had met het werk van [slachtoffer 1] in de prostitutie. Bijvoorbeeld berichten waarin [verdachte] vraagt of [slachtoffer 1] een klant heeft, of [slachtoffer 1] al klaar is, hoeveel [slachtoffer 1] heeft verdiend, of [slachtoffer 1] naar huis kan komen, wat [slachtoffer 1] mag doen met een klant, dat ze beter haar best moet doen en dat ze geld moet verdienen.

15 juni 2017: [slachtoffer 1] stuurt een bericht dat ze altijd huilend naar huis komt en vanwege haar werk moest kotsen.20

20 juli 2017: [verdachte] is boos omdat ze vandaag maar één klant heeft gehad. [slachtoffer 1] zegt dat er niet veel klanten waren. [verdachte] vindt dat [slachtoffer 1] beter haar best moet doen.21

23 juli 2017: [slachtoffer 1] heeft niet veel verdiend met werken. [slachtoffer 1] zegt dat ze er niks aan kan doen. [verdachte] zegt dat ze achter de ramen kan gaan staan. [slachtoffer 1] vindt het heel vervelend dat hij dat voorstelt. [slachtoffer 1] stelt voor dat zij escort kan gaan doen. Er ontstaat een ruzie waarbij [verdachte] vindt dat hun relatie over is. [slachtoffer 1] oppert om advertenties op sexjobs.nl te zetten. [slachtoffer 1] wil [verdachte] niet kwijt, als ze daarvoor haar eigen grenzen over moet, dan doet ze dat.22

2 augustus 2017: [slachtoffer 1] zegt dat ze haar best gaat doen, waarop [verdachte] reageert dat ze dat altijd moet doen. Daarna volgen er veel berichten over het werk, een controle, klanten en zegt [slachtoffer 1] dat ze moest overgeven. [verdachte] zegt op een gegeven moment dat hij van [slachtoffer 1] houdt en respect voor haar heeft. Hij zegt ook dat hij een klootzak kan zijn, maar een engel is als zij haar best doet. [slachtoffer 1] zegt op een gegeven moment dat ze 332 euro heeft verdiend.23

30 augustus 2017: [slachtoffer 1] zegt: Hoop dat ik snel weer naar huis mag komen. [verdachte] zegt: Ligt eraan hoe snel het opgelost is. [slachtoffer 1] zegt: Mag ik pas terug als alles betaald is? [verdachte] zegt: Ja. Wat had je dan verwacht. Dit kan zo niet. En dit moet opgelost zijn.24

22 september 2017: [verdachte] zegt dat [slachtoffer 1] in het weekend gewoon 2000 euro bij elkaar moet werken, zodat ze in het weekend een normaal leven kunnen leiden. Dan wordt het draaglijker voor hen beiden.25

14 oktober 2017: [verdachte] en [slachtoffer 1] sturen meerdere berichten over geldbedragen en afspraken. [verdachte] zegt nog dat het wel weinig is voor 6 uur werken.26

15 oktober 2017: [verdachte] zegt dat als er vanavond geen geld is, dat zij maar buiten moet slapen.27

3 november 2017: [verdachte] zegt ‘Ga je met je kut op de gang liggen. Trek je je ze misschien el naar binnen.28

3 november 2017 [verdachte] : rij mezelf zo tegen een boom an [dochter slachtoffer 1] en ik Lekekr. Aar boven’.29

3 en 4 november 2017: [slachtoffer 1] vraagt of zij nog steeds moet laten weten wanneer zij klanten heeft, als [verdachte] gaat slapen. [verdachte] zegt dat dat ze moet appen als er iemand komt, maar dat hij niet terug gaat appen. [slachtoffer 1] stuurt dan een aantal keren wanneer zij een klant heeft en wanneer de klant weer weg is.30

2 december 2017: [slachtoffer 1] stuurt: Hoe is t met [dochter slachtoffer 1] ? [verdachte] zegt: Die os dood. [slachtoffer 1] zegt: Doe nou eens normaal… Heeft ze goed geslapen? [verdachte] zegt: Heb dr opgehangen. [slachtoffer 1] zegt: Jij zou je dochter nooit wat aandoen. [verdachte] zegt: O. Nou vooruit.31

8 december 2017: [verdachte] zegt: Kom dat geld ff brengen aub. [slachtoffer 1] zegt: Nu. [verdachte] zegt: Ja. [verdachte] zegt: [dochter slachtoffer 1] slaapt nu toch. Kamer 1. [slachtoffer 1] zegt: Ja. Bij de receptie geven. [verdachte] zegt: ????? [slachtoffer 1] zegt: Wat. [verdachte] zegt: ?. Gewoon om hoog lopen kamer 1. [slachtoffer 1] zegt: Ja. [verdachte] zegt: Kom eraan.32

9 december 2017: [verdachte] zegt: ik ga stoppen met smsen. [slachtoffer 1] zegt: OK. Wil je wel dat ik laat weten als er iemand is. [verdachte] zegt: Ja. En ik hou alles in gaten. Dus naai me niet aub want dat bedien ik niet.33

9 december 2017: [verdachte] zegt: je bent stil. [slachtoffer 1] zegt: Zit op reactie te wachten. [verdachte] zegt: (…) Mail het bedrag erachtaan en meld dat ie gelijk moet betalen voor die duren die die wil.34

9 december 2017: [slachtoffer 1] zegt: Half 9 heeft een ongeluk gehad. Komt dus niet. Wil je dat ik morgen blijf? Heb 2 die rond 12 uur willen komen. [verdachte] zegt: Ja. VAnavond ook gewoon inplannen. Je weet nooit of die andere afzegd.35

10 december 2017: [verdachte] zegt: Je fuckt de boel. [slachtoffer 1] zegt: Ik fuck niks. [verdachte] zegt: En als er iemand vraag om escort zeg ja doe aan escort naar zit nu in een hotel en niet nee geen escort Aleen hotel ontvangst en meisje wij hebben een heel geoot probleem straks met elkaar. Want jij heb het niet voor elkaar dus onze dochter kan niet meer naar het kdv top joh.36

10 december 2017: [verdachte] zegt: Waarom wis je alles. Weer wat te verbergen zeker? [slachtoffer 1] zegt: Ik wis die ik geblokkeerd heb. Als ik een email blokkeer word t verwijderd. [verdachte] zegt: Wat hadden we afgesproken over dat je zou het laten staan dus, Jenheb nog genieg te verbergen weet je wat ik denk dat je al die tijd zonder heb gedaan en nunje dat niet meer kan dus ook geen klanten heb.37

16 december 2017: [verdachte] stuurt: ‘[slachtoffer 1] kom op knallen, pak [getuige 2] d r auto. Je moet gewoon andere regio pakken, het schiet nu niet op nu’ en als [slachtoffer 1] dan stuurt: ‘je wordt boos als ik niet goed genoeg verdien. Ik wil liever niet zakken in prijs voor de trio maar wil jou ook niet kwaad hebben’, stuurt [verdachte] dat hij haar niet vertrouwt.38

20 december 2017: [verdachte] stuurt een bericht waarin hij zegt ‘zal ik ander zo me dochter oohaken en weg gaan’.39

23 december 2017: [slachtoffer 1] zegt: Kunnen we alsjeblieft een avondje samen zijn. [verdachte] zegt: Luister had je maar na moeten denken. [slachtoffer 1] zeg: Alsjeblieft. [verdachte] zegt: Ga maar zorgen dat je wat verdient. [slachtoffer 1] zegt: Ja. Breng zo [dochter slachtoffer 1] naar bed en dan kijk ik of ik mails heb of ergens op kan reageren. [verdachte] zegt: Ja advertentie omhoog gooien. [slachtoffer 1] zegt: Als ik wat heb verdiend kunnen we dan wel een leuke avond hebben. [verdachte] zegt: Misschien.40

27 december 2017: [verdachte] zegt: Ik bel helemaal niks zie je thuis wel. [slachtoffer 1] zegt: Wil je dat ik nog thuis kom dan? [verdachte] zegt: Jenhebt nog een schuld in te lossen. Dus je zal wel moeten. [slachtoffer 1] zegt: Ja. Je geld krijg je terug. [verdachte] zegt: Ja en zolang ben je bij ons heel simpel. [slachtoffer 1] zegt: En straks ga je weer los op me? [verdachte] zegt: (…) Ach man rot toch op. Waarom ben je bang omdat je weet dat ik gelijk heb.41

30 december 2017: [verdachte] zegt: Opkankeren met jou. Je liegt alles aan elkaar. Maar goed morgen ligt er min 180 op tafal.42

25 januari 2018: [verdachte] zegt: Je ziet me morgen. [slachtoffer 1] zegt: Hoop wel voor t avondeten want er is niks in huis en jij hebt al t geld.43

27 januari 2018: [verdachte] zegt: Evht kk leugenaar ben je. Kk dief van je eugen kk gezin. (…) Ik kom zo terug ik meen het. Wat is kamer nr. [slachtoffer 1] zegt: Als je zo doet dan wil ik niet dat je komt. [verdachte] zegt: Nu dat kamer nr. Ook zoiets niet doorgeven. [slachtoffer 1] zegt: Ik geef t niet als je zo doet…. Doe gewoon normaal. [verdachte] zegt: Nu. Zou maar opschieten als ik jou was. [slachtoffer 1] zegt: Nee, ik laat me niet aftuigen. Ik heb niks verkeerds gedaan. [verdachte] zegt: Oke zeg [dochter slachtoffer 1] maar gedag dan. [slachtoffer 1] zegt: Wordt rustig. [verdachte] zegt: Ze komt niet meer in je buurt. [slachtoffer 1] zegt: Doe eerst maar eens rustig en normaal. [verdachte] zegt: Je hebt het gehoord. [slachtoffer 1] zegt: Doe gewoon. [verdachte] zegt: Al je spullen wat je bij je heb kan je houden de rest pleur ik weg kom zo me laptop halen dan kijk je maar. [slachtoffer 1] zegt: Hou nou eens op. [verdachte] zegt: Je legt hem maar Lekekr bij de intonaite. Hoef jou nooit meer te zien. En zou maar opschieten. [slachtoffer 1] zegt: We hebben een dochter samen. ? Als je [dochter slachtoffer 1] sowieso af pakt dan hoef je ook niet naar mn kamer te komen.44

De verklaringen van de verdachte

De verdachte heeft bij de politie meerdere verklaringen afgelegd en heeft ook ter terechtzitting uitgebreid verklaard. Hij heeft ontkend zich schuldig gemaakt te hebben aan mensenhandel en verkrachtingen van [slachtoffer 1] . Hij heeft verklaard dat hij een relatie had met [slachtoffer 1] , dat zij tegen hem had gelogen over rekeningen en dat zij daardoor hoge schulden hadden. Hij zou zijn eigen gedeelte van de schulden aflossen met zijn eigen werk en [slachtoffer 1] zou haar gedeelte aflossen. Omdat zij niet in de schuldsanering kon en het geld anders meteen naar de schuldeisers zou gaan, hebben zij uiteindelijk samen besloten dat zij in de prostitutie zou gaan werken. [slachtoffer 1] is hier mee gekomen. Het was zwaar voor hem om te weten wat voor werk zij deed. Het geld dat zij verdiende in de prostitutie werd gebruikt om schulden af te lossen, rekeningen te betalen en voor de normale huishoudelijke uitgaven, zoals boodschappen. Hij heeft geen geld van haar afgepakt.

Hij wilde inderdaad dat [slachtoffer 1] hem een bericht stuurde wanneer zij een klant had en wanneer de klant weer weg was. Dat was voor de veiligheid. Hij heeft toegang gehad tot haar e-mailaccount omdat hij erachter was gekomen dat zij onveilige seks had gehad met een klant. Hij heeft haar toen een klap in haar gezicht gegeven. Door de e-mails kon hij haar advertenties en afspraken lezen. Hij heeft een app op haar telefoon geplaatst, waardoor hij haar berichten mee kon lezen. Met “min” in het bericht van 30 december 2017 wordt minimaal bedoeld.45

Bewijsoverwegingen ten aanzien van mensenhandel

De rechtbank stelt vast dat [slachtoffer 1] op enig moment in mei 2017 is begonnen met werken in de prostitutie. Voor haar verklaring dat de verdachte haar in april 2017 heeft gedwongen om in de prostitutie te gaan werken en haar daarvoor linkjes heeft gestuurd van privéhuizen of andere werkplekken, ziet de rechtbank geen steun in het dossier. De enige steun zou gevonden kunnen worden in de WhatsApp-berichten, maar daar ziet de rechtbank ook dat [slachtoffer 1] zelf mogelijke werkplekken zocht en doorstuurde naar de verdachte. [slachtoffer 1] zou in die zin kunnen worden beschouwd als de gemiddelde mondige prostituee in Nederland. Zij koos zelf waar zij aan het werk ging en sloot daarvoor een arbeids- of opdrachtovereenkomst.

De rechtbank ziet echter dat de verdachte, door van [slachtoffer 1] te eisen dat zij hem berichten stuurde wanneer haar klanten kwamen en gingen en door het beheren van haar e-mails, in de loop van 2017 steeds meer invloed is gaan uitoefenen op [slachtoffer 1] . Daarbij ging hij meer en meer voorschrijven op welke manier en op welk moment [slachtoffer 1] haar werkzaamheden moest uitvoeren. Hij bracht en haalde [slachtoffer 1] regelmatig met de auto. Zij mocht niet naar huis als ze weinig had verdiend en ze moest dan beter haar best doen. Als [slachtoffer 1] liet weten te willen stoppen, zei de verdachte dat ze door moet gaan. Dat deze controle voor haar veiligheid was, acht de rechtbank ongeloofwaardig. [slachtoffer 1] werkte op andere locaties dan waar de verdachte zich bevond. De verdachte kon niet direct ter plaatse zijn bij onraad. Bovendien moest [slachtoffer 1] ook berichten sturen over de aanwezigheid van klanten als hij ging slapen. Hij heeft, toen [slachtoffer 1] vanuit hotels werkte, advertenties voor haar geplaatst en beheerde de reacties van klanten op die advertenties. Het was dus de verdachte die bepaalde waar en wanneer zij werkte en wat zij moest doen. De controle van de verdachte en zijn bemoeienis met het werk van [slachtoffer 1] worden ondersteund door de verklaring van [getuige 2] . Ook heeft zij verklaard dat de verdachte zei dat [slachtoffer 1] beter haar best moest doen, als ze niet zoveel geld had verdiend. Het bericht over het minimum van € 180,- dat op tafel moet liggen (bericht van 30 december 2017) onderbouwt dat de verdachte zich met de concrete hoogte van de van [slachtoffer 1] verwachte verdiensten bemoeide. Onder deze omstandigheden verkeerde [slachtoffer 1] niet meer in een situatie die gelijk is aan de omstandigheden waarin de gemiddelde mondige prostituee in Nederland pleegt te verkeren.

Uit het dossier blijkt voorts dat de verdachte financieel voordeel heeft genoten van de prostitutie van [slachtoffer 1] . Voordat [slachtoffer 1] in de prostitutie ging werken heeft zij in detentie gezeten. Zij verkeerde in financiële problemen door schulden van haarzelf en de schulden van de verdachte. Op grond van de eerder genoemde bewijsmiddelen kan worden vastgesteld dat [slachtoffer 1] een deel van haar verdiensten in de prostitutie aan de verdachte heeft afgedragen. De verklaringen van [slachtoffer 1] vinden op deze punten voldoende verankering in andere bewijsmiddelen. Zo blijkt uit de verklaring van [getuige 1] dat de verdachte geld van [slachtoffer 1] heeft afgepakt in [snackbar] . Daarnaast blijkt uit de WhatsApp-berichten onder meer dat de verdachte aan [slachtoffer 1] vroeg hoeveel ze had verdiend, dat ze beter haar best moest doen als ze weinig klanten had gehad, dat ze nog niet naar huis mocht als ze te weinig had verdiend, dat [slachtoffer 1] door hem onder druk werd gezet als ze niet een bepaalde hoeveelheid geld mee naar huis zou nemen. Verder blijkt uit de Whatsapp- en sms-berichten dat de verdachte regelmatig het verdiende geld kwam ophalen in het hotel waar [slachtoffer 1] werkte. Hieruit leidt de rechtbank af dat de verdachte aan de prostitutie van [slachtoffer 1] verdiende en dat hij haar dwong te blijven werken.

De reden voor [slachtoffer 1] om door te gaan met het werken in de prostitutie was vanwege [dochter slachtoffer 1] , zo heeft zij verklaard. De verdachte heeft verschillende keren gedreigd haar van [slachtoffer 1] af te nemen. Daarmee werd [slachtoffer 1] feitelijk onder druk gezet om door te gaan op het pad dat zij was ingeslagen, ongeacht of ze dat nog langer op vrijwillige basis deed. [slachtoffer 1] heeft zich daardoor geïsoleerd gevoeld en had, naast [verdachte] en [dochter slachtoffer 1] , niemand anders op wie zij kon terugvallen. Dit wordt bevestigd door de verklaringen van haar moeder, haar zus en [getuige 1] . Dat [slachtoffer 1] zich door deze omstandigheden in een afhankelijke situatie bevond, blijkt wel uit de omstandigheid dat zij uiteindelijk slechts met hulp van [getuige 1] met [dochter slachtoffer 1] heeft kunnen vluchten.

Dat [slachtoffer 1] ook is mishandeld vindt steun in de verklaringen van haar moeder, haar zus, [getuige 1] en [getuige 2] , in het rapport van Veilig Thuis en in het hierboven genoemde rapport ten aanzien van het letsel bij [slachtoffer 1] .

Uit het voorgaande blijkt dat de verdachte door dwang, geweld, bedreiging met andere feitelijkheden de kwetsbare positie van [slachtoffer 1] heeft aangegrepen om te leven van haar verdiensten als prostituee. [slachtoffer 1] stond een deel van haar inkomsten af, zonder dat daar een reële tegenprestatie tegenover stond.

Gelet op het voorgaande kan worden bewezen dat de verdachte door dwang, geweld, bedreiging met andere feitelijkheden en door misbruik van haar kwetsbare positie,

  • -

    [slachtoffer 1] heeft vervoerd met het oogmerk van seksuele uitbuiting (sub 1);

  • -

    [slachtoffer 1] ertoe heeft gedwongen en bewogen om zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten van seksuele aard (sub 4);

  • -

    [slachtoffer 1] heeft gedwongen dan wel bewogen hem uit de opbrengst van haar seksuele handelingen te bevoordelen (sub 9).

Daarnaast kan worden bewezen dat de verdachte opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de seksuele uitbuiting van [slachtoffer 1] (sub 6). Feit 1 zal dienovereenkomstig bewezen worden verklaard.

Bewijsoverwegingen ten aanzien van mishandeling

Zoals hiervoor al werd besproken heeft [slachtoffer 1] ook verklaard over verschillende mishandelingen. De rechtbank acht deze verklaringen ten aanzien van het slaan/stompen in haar gezicht en het uitdrukken van sigarettenpeuken op haar lichaam voldoende ondersteund door overige bewijsmiddelen. Zo wordt de verklaring over mishandeling door het uitdrukken van sigarettenpeuken ondersteund door het geconstateerde letsel, het rapport van de forensische arts en de verklaring van de zus van [slachtoffer 1] . De verdachte zelf heeft verklaard eenmaal een sigarettenpeuk op haar rug te hebben uitgedrukt. Het slaan/stompen in haar gezicht vindt steun in de verklaringen van de moeder en de zus van [slachtoffer 1] met betrekking tot Kerstavond 2016 en de verklaringen van [getuige 2] en [getuige 1] met betrekking tot de stomp in haar gezicht toen de verdachte er achter was gekomen dat zij onveilige seks had gehad. Ook de verdachte zelf heeft verklaard dat hij [slachtoffer 1] toen een klap in haar gezicht heeft gegeven. Genoemde mishandelingen kunnen wettig en overtuigend bewezen worden.

De rechtbank ziet onvoldoende steun met betrekking tot de overige ten laste gelegde handelingen en zal de verdachte daarvan vrijspreken.

Bewijsoverwegingen ten aanzien van verkrachting

[slachtoffer 1] heeft in haar verklaringen uitgebreid verklaard over meerdere verkrachtingen. Hoewel de rechtbank haar verklaringen betrouwbaar acht, is de rechtbank - met de officier van justitie en de verdediging - van oordeel dat de verklaringen van [slachtoffer 1] met betrekking tot de verkrachtingen onvoldoende steun vinden in andere bewijsmiddelen. Zo is de verklaring van de verdachte dat hij thuis was toen [slachtoffer 1] thuiskwam na de ondergane abortus een tweede bewijsmiddel voor tijd en plaats van de verkrachting die volgens [slachtoffer 1] volgde, maar ziet niet op enig aspect van de verweten handelingen. Deze en andere verkrachtingen waarover [slachtoffer 1] verklaart passen in het beeld van de verdachte die gewelddadig is naar haar en niet maalt om inbreuken op haar lichamelijke integriteit, ook niet door derden. Dat vormt echter evenmin bewijs van de concrete verkrachtingen. Dit betekent dat de onder 3 ten laste gelegde verkrachtingen niet wettig en overtuigend kunnen worden bewezen en dat de verdachte hiervan zal worden vrijgesproken.

4.4.2

[slachtoffer 2]

Met betrekking tot de vraag naar de bewezenverklaring van het onder 2 en 4 tenlastegelegde overweegt de rechtbank het volgende.

In de verklaringen van [slachtoffer 2] wordt een duidelijke uitbuitingssituatie geschetst, waarbij er van de zijde van de verdachte sprake zou zijn geweest van dwang, geweld en misbruik van een kwetsbare positie. Daarnaast zou de verdachte haar hebben verkracht. De verdachte heeft dit ontkend. De rechtbank ziet zich daarom voor de vraag gesteld of de verklaringen van [slachtoffer 2] voor wat betreft de rol van de verdachte voldoende steun vinden in andere bewijsmiddelen.

De uitbuitingssituatie wordt naar het oordeel van de rechtbank niet ondersteund door andere bewijsmiddelen en kan alleen worden afgeleid uit de verklaringen van [slachtoffer 2] zelf. Aangezien de essentiële onderdelen van de tenlastelegging geen of onvoldoende steun vinden in andere bewijsmiddelen, is de rechtbank - met de officier van justitie en de verdediging - van oordeel dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de verdachte de onder 2 ten laste gelegde mensenhandel heeft begaan. De verdachte zal hiervan dan ook worden vrijgesproken.

De rechtbank is, anders dan de officier van justitie, van oordeel dat de verklaringen van [slachtoffer 2] met betrekking tot de verkrachting evenmin voldoende steun vinden in andere bewijsmiddelen. In de medische gegevens van [slachtoffer 2] wordt melding gemaakt van scheurtjes in het slijmvlies van de anus in juli 2013. Hoewel de informatie op zich kan dienen als ondersteunend bewijs, bewijst die onvoldoende overtuigend dat die klachten het gevolg zijn van anale seks met de verdachte en evenmin dat die anale seks (die vaker plaatsvond tussen hen beiden) tegen de wil van [slachtoffer 2] heeft plaatsgevonden. Dit betekent dat ook de onder 4 ten laste gelegde verkrachting niet wettig en overtuigend kan worden bewezen en dat de verdachte ook hiervan zal worden vrijgesproken.

4.5

De bewezenverklaring

De rechtbank verklaart ten aanzien van de verdachte bewezen dat:

1.

hij, in de periode van 1 april 2017 tot en met 28 januari 2018 in Nederland,

A) een ander, te weten [slachtoffer 1] , telkens door dwang, geweld, door dreiging met andere feitelijkheden en/of door misbruik van een kwetsbare positie,

- heeft vervoerd met het oogmerk van seksuele uitbuiting van die [slachtoffer 1] (sub 1°) en

- heeft gedwongen en bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten van seksuele aard (sub 4°) en

- heeft gedwongen dan wel bewogen verdachte te bevoordelen uit de opbrengst van haar, [slachtoffer 1] , seksuele handelingen met en/of voor een derde (sub 9°) en

B) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de seksuele uitbuiting van die [slachtoffer 1] (sub 6°),

immers heeft verdachte:

- beschikking gehad over de inlog gegevens van de account op sexjobs.nl en het emailadres van de account van die [slachtoffer 1] en de afspraken en het klantencontact beheerd, en

- die [slachtoffer 1] van en naar haar werkplek gebracht, en

- die [slachtoffer 1] gedwongen na een klant een Whatsapp bericht te sturen,

- die [slachtoffer 1] meegedeeld dat zij beter haar best moet doen, nadat zij hem had meegedeeld dat er niet veel klanten waren en

- die [slachtoffer 1] meegedeeld dat zij achter de ramen kan gaan staan, nadat zij hem had meegedeeld dat zij niet veel had verdiend en vervolgens die [slachtoffer 1] onder druk gezet door mee te delen dat hun relatie over is, waarop zij reageerde door te zeggen dat zij hem niet kwijt wil en dat als zij daarvoor haar eigen grenzen over moet, zij dat dan doet en

- die [slachtoffer 1] meegedeeld dat als er vanavond geen geld is, dat zij dan buiten moet slapen en als je niets hebt verdiend mag je niet naar huis komen en

- die [slachtoffer 1] meegedeeld ‘ga met je kut op de gang liggen, trek je je ze misschien dan naar binnen’ en ‘je advertentie omhoog gooien, ga maar zorgen dat je wat verdient’ en

- die [slachtoffer 1] sms-berichten stuurt ‘ [slachtoffer 1] kom op knallen, pak [getuige 2] d r auto. Je moet gewoon andere regio pakken, het schiet nu niet op nu’ en meegedeeld dat hij, verdachte, haar niet vertrouwt nadat zij hem een sms-bericht stuurde ‘je wordt boos als ik niet goed genoeg verdien. Ik wil liever niet zakken in prijs voor de trio maar wil jou ook niet kwaad hebben en

- die [slachtoffer 1] meegedeeld dat hij zelfmoord op zichzelf en [dochter slachtoffer 1] zal plegen en

- meermalen die [slachtoffer 1] geslagen en/of gestompt, en

- op het lichaam van die [slachtoffer 1] sigaretten uitgedrukt en

- bij die [slachtoffer 1] stukken haar met een tondeuse weggeschoren, en

- die [slachtoffer 1] het door haar in de prostitutie verdiende geld laten afstaan en het door die [slachtoffer 1] verdiende geld in de prostitutie afgepakt;

5.

hij op tijdstippen in de periode van 1 januari 2016 tot en met 28 januari 2018 in Nederland meermalen [slachtoffer 1] (zijn levensgezel) heeft mishandeld door

- in het gezicht te slaan en/of te stompen van die [slachtoffer 1] , en

- het uitdrukken van sigaretten op het lichaam van die [slachtoffer 1] .

Voor zover in de tenlastelegging type- en taalfouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

6 De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

7 De strafoplegging

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich, gelet op de bepleite integrale vrijspraak, niet uitgelaten over de strafmaat.

7.3

Het oordeel van de rechtbank

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.

De verdachte heeft zich gedurende een lange periode schuldig gemaakt aan mensenhandel ten aanzien van de vrouw met wie hij een relatie had, onder meer door geweld te gebruiken en misbruik te maken van haar kwetsbare positie. De vrouw bevond zich in een uitbuitingssituatie, waarin zij (in elk geval) een gedeelte van de opbrengst van haar verdiensten in de prostitutie aan de verdachte heeft moeten afstaan. De vrouw heeft in een periode van ongeveer negen maanden achtereenvolgens bij privéhuizen, achter de ramen en als escort in de prostitutie gewerkt. Hoewel dit aanvankelijk op vrijwillige basis gebeurde, werd het slachtoffer daar gaandeweg steeds meer toe gedwongen door de verdachte; hierbij dreigde hij onder andere hun dochtertje mee te nemen of haar wat aan te doen. Hij heeft het slachtoffer daarnaast gedurende een lange periode meermalen mishandeld tijdens de relatie, onder andere door sigarettenpeuken op haar lichaam uit te drukken. Door dit geweld heeft zij letsel opgelopen. Met zijn handelen heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan ernstige strafbare feiten waarmee hij een zeer ernstige inbreuk heeft gemaakt op de lichamelijke en geestelijke integriteit en de persoonlijke vrijheid van het slachtoffer en daarmee een grove inbreuk op haar fundamentele rechten. Met name de omstandigheden dat hij een relatie had met het slachtoffer, hij die relatie heeft gebruikt als dwangmiddel en dat binnen deze relatie geweld plaatsvond, is ernstig. De verdachte heeft hierbij zijn eigen (financiële) belangen op de voorgrond gesteld. De ervaring leert dat slachtoffers van mensenhandel hier gedurende lange tijd nog psychische en emotionele schade van kunnen ondervinden.

De rechtbank heeft acht geslagen op het strafblad van de verdachte van 17 december 2018 waaruit volgt dat hij niet eerder is veroordeeld voor mensenhandel. Voor mishandeling ligt dat anders, daarvoor werd de verdachte in 2014 veroordeeld tot een taakstraf.

De rechtbank heeft verder kennisgenomen van het reclasseringsadvies van Reclassering Nederland van 7 augustus 2018. Hieruit blijkt dat de reclassering het recidiverisico niet kan inschatten en adviseert een onvoorwaardelijke straf op te leggen.

Naar het oordeel van de rechtbank kan gelet op de ernst van de bewezenverklaarde feiten niet worden volstaan met een andere sanctie dan oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur. Alles afwegende en mede omdat de rechtbank in tegenstelling tot de officier van justitie niet komt tot een bewezenverklaring van de onder 4 ten laste gelegde verkrachting, komt de rechtbank tot een gevangenisstraf van een aanzienlijk kortere duur dan de officier van justitie heeft geëist. De rechtbank acht een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 32 maanden in dit geval passend en geboden, met aftrek van het voorarrest, zoals hierna vermeld.

8 De vordering van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

8.1

De vordering

[slachtoffer 1] heeft zich als benadeelde partij gevoegd met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 40.242,66, bestaande uit materiële schade (€ 25.242,66) en immateriële schade (€ 15.000,00), te vermeerderen met de wettelijke rente.

8.2

De conclusie van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering tot een bedrag van € 40.242,66, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

8.3

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich primair, gelet op de bepleite vrijspraak, op het standpunt gesteld dat de vordering dient te worden afgewezen, dan wel niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. Subsidiair heeft de verdediging bepleit dat zowel de materiële als de immateriële schade niet eenvoudig zijn vast te stellen. De vorderingen leveren dan ook een onevenredige belasting op van het strafproces en dienen daarom niet-ontvankelijk te worden verklaard.

8.4

Het oordeel van de rechtbank

Materiële schade

Het door [slachtoffer 1] gevorderde bedrag is door de verdediging betwist. De rechtbank is van oordeel dat de hoogte van het bedrag dat zij aan de verdachte heeft moeten afstaan niet eenvoudig is vast te stellen. Aanhouding van de zaak voor nader onderzoek en een nadere onderbouwing levert een onevenredige belasting van het strafgeding op. De rechtbank zal daarom de benadeelde partij voor wat betreft de gevorderde materiële schade niet‑ontvankelijk verklaren in de vordering. De benadeelde partij kan dit deel van de vordering slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

Immateriële schade

Het gevorderde bedrag is door de verdediging betwist. De rechtbank is van oordeel dat uit het onderzoek ter terechtzitting - in het bijzonder zoals ook is gebleken ter terechtzitting bij het uitoefenen van haar spreekrecht - is komen vast te staan dat de benadeelde partij schade heeft geleden als rechtstreeks gevolg van de onder 1 en 5 bewezen verklaarde feiten. Het betreft mensenhandel en mishandelingen tijdens de relatie die de benadeelde partij had met de verdachte. De verdachte heeft [slachtoffer 1] uitgebuit door dwang, geweld, dreiging met geweld en met andere feitelijkheden en door misbruik te maken van haar kwetsbare positie. Het is een feit van algemene bekendheid dat een inbreuk op de fysieke integriteit en het gevoel van onmacht om zichzelf uit de situatie te onttrekken, bij de slachtoffers psychische schade veroorzaken.

Gelet op het voorgaande - en rekening houdend met de omstandigheden van dit geval - is de rechtbank van oordeel dat een bedrag van € 7.500,00 aan immateriële schade naar billijkheid toewijsbaar is, aangezien de rechtbank de vordering - mede gelet op hetgeen in soortgelijke zaken wordt toegekend - tot dit bedrag voldoende onderbouwd acht.

De rechtbank zal de benadeelde partij voor wat betreft de overige gevorderde immateriële schade niet‑ontvankelijk verklaren in dat deel van de vordering. De benadeelde partij kan dit deel van de vordering slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter

Conclusie

De rechtbank zal de vordering toewijzen tot een bedrag van € 7.500,00, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf de datum 28 januari 2018 (de laatste gewerkte dag).

De rechtbank zal de benadeelde partij voor wat betreft de overige gevorderde bedragen (materieel en immaterieel) niet-ontvankelijk verklaren in (dat deel van) de vordering.

Kosten

Aangezien de vordering gedeeltelijk wordt toegewezen, zal de verdachte tevens worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Schadevergoedingsmaatregel

Omdat de verdachte voor de bewezenverklaarde strafbare feiten zal worden veroordeeld en hij jegens [slachtoffer 1] naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door deze feiten zijn toegebracht, zal de rechtbank aan de verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het hiervoor genoemde toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente daarover met ingang van de hiervoor genoemde datum, ten behoeve van het slachtoffer.

9 De inbeslaggenomen goederen

De rechtbank is met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat uit het onderzoek ter terechtzitting geen aanwijzingen naar voren zijn gekomen dat het inbeslaggenomen geldbedrag gerelateerd kan worden aan de bewezenverklaarde feiten. Omdat het belang van strafvordering zich daartegen niet meer verzet, zal de rechtbank de teruggave aan de verdachte gelasten van het bedrag van € 125,00.

10 De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straf en maatregel zijn gegrond op de artikelen 36f, 57, 63, 273f, 300 en 304 van het Wetboek van Strafrecht. Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

11 De beslissing

De rechtbank:

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 2, 3 en 4 tenlastegelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1 en 5 tenlastegelegde feiten heeft begaan, zoals hierboven onder 4.5 bewezen is verklaard en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

ten aanzien van feit 1:

mensenhandel;

ten aanzien van feit 5:

mishandeling, begaan tegen zijn levensgezel, meermalen gepleegd;

verklaart het bewezenverklaarde en de verdachte daarvoor strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 32 (tweeëndertig) MAANDEN;

bepaalt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

Benadeelde partij

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 1] gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 7.500,00 aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 28 januari 2018 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan;

veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer 1] ten aanzien van de gevorderde materiële schade en de overige gevorderde immateriële schade niet-ontvankelijk is in de vordering en dat de benadeelde partij de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 7.500,00, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 28 januari 2018 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van het slachtoffer genaamd [slachtoffer 1];

bepaalt dat in geval noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 72 dagen;

bepaalt dat gehele of gedeeltelijke voldoening van de betalingsverplichting aan de benadeelde partij de betalingsverplichting aan de Staat in zoverre doet vervallen, alsmede dat gehele of gedeeltelijke voldoening van de betalingsverplichting aan de Staat de betalingsverplichting aan de benadeelde partij in zoverre doet vervallen;

Beslag

gelast de teruggave van het op de beslaglijst genoemde voorwerp aan de verdachte, te weten: € 125,00.

Dit vonnis is gewezen door

mr. G.H.M. Smelt, voorzitter,

mr. Y.J. Wijnnobel - Van Erp, rechter,

mr. B.A. Sturm, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. J.A. Schuttevaer en mr. M.A. Schaap, griffiers,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 1 maart 2019.

Mr. G.H.M. Smelt is buiten staat dit vonnis te ondertekenen.

Bijlage I: De tenlastelegging

Aan bovenbedoelde gedagvaarde persoon wordt tenlastegelegd dat

1.

hij, in of omstreeks de periode van 1 april 2017 tot en met 28 januari 2018 te [plaatsnaam] en/of Dordrecht en/of Amersfoort en/of Amsterdam en/of Vianen, althans elders in Nederland,

A) een ander of anderen, te weten [slachtoffer 1] , (telkens) door dwang, geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) of door dreiging met geweld of (een) andere feitlijkhe(i)d(en), door afpersing, fraude, misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht, door misbruik van een kwetsbare positie,

- heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest of opgenomen, met het oogmerk van seksuele uitbuiting van die [slachtoffer 1] (sub 1°) en/of

- heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten van seksuele aard dan wel onder die omstandighe(i)d(en) enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die [slachtoffer 1] zich daardoor beschikbaar zou(den) stellen tot het verrichten van arbeid of diensten van seksuele aard (sub 4°) en/of

- heeft gedwongen dan wel bewogen verdachte te bevoordelen uit de opbrengst van haar, [slachtoffer 1] , seksuele handelingen met en/of voor een derde (sub 9°) en/of

B)(telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de seksuele uitbuiting van die [slachtoffer 1] , (sub 6°),

immers heeft verdachte:

- tegen die [slachtoffer 1] gezegd "je gaat geld verdienen op de manier zoals ik het wil, je gaat maar de hoer spelen", althans woorden van gelijke aard en/of strekking, en/of

- informatie aan die [slachtoffer 1] gestuurd over privéhuizen en/of andere werkplekken, en/of

- foto('s) van die [slachtoffer 1] gemaakt en/of met deze/die foto('s) advertentie(s) gemaakt en/of geplaatst op sexjobs.nl, en/of

- beschikking gehad over de inlog gegevens van de account op sexjobs.nl en/of het emailadres van de account van die [slachtoffer 1] en/of de afspraken en/of het klantencontact beheerd, en/of

- die [slachtoffer 1] van en/of naar haar werkplek gebracht, en/of

- die [slachtoffer 1] gedwongen na (een/elke) klant een Whatsapp bericht te sturen,

- die [slachtoffer 1] meegedeeld dat zij beter haar best moet doen, nadat zij hem had meegedeeld dat er niet veel klanten waren en/of

- die [slachtoffer 1] meegedeeld dat zij achter de ramen kan gaan staan, nadat zij hem had meegedeeld dat zij niet veel had verdiend en/of vervolgens die [slachtoffer 1] onder druk gezet door mee te delen dat hun relatie over is, waarop zij reageerde door te zeggen dat zij hem niet kwijt wil en dat als zij daarvoor haar eigen grenzen over moet, zij dat dan doet en/of

- die [slachtoffer 1] meegedeeld dat als er vanavond geen geld is, dat zij dan buiten moet slapen en/of als je niets hebt verdiend mag je niet naar huis komen en/of

- die [slachtoffer 1] meegedeeld ga met je kut op de gang liggen, trek je je ze misschien dan naar binnen en/of je advertentie omhoog gooien, ga maar zorgen dat je wat verdient en/of

- die [slachtoffer 1] meegedeeld dat hij, verdachte, haar niet vertrouwt waarop zij sms’t je wordt boos als ik niet goed genoeg verdien. Ik wil liever niet zakken in prijs voor de trio maar wil jou ook niet kwaad hebben en/of vervolgens sms t hij, verdachte, naar [slachtoffer 1] kom op knallen, pak [getuige 2] d r auto. Je moet gewoon andere regio pakken, het schiet nu niet op nu en/of

- die [slachtoffer 1] meegedeeld dat hij zelfmoord op zichzelf en/of [dochter slachtoffer 1] zal plegen en/of

- ( meermalen) die [slachtoffer 1] geslagen en/of gestompt, en/of

- ( meermalen) die [slachtoffer 1] anaal en/of vaginaal verkracht en/of terwijl hij, verdachte, daarbij de dreigende woorden heeft toegevoegd "Ik zal je laten voelen hoe het op je nieuwe werk zal gaan", althans woorden van gelijke aard en/of strekking, en/of

- die [slachtoffer 1] gedreigd met de woorden "als je bij me weggaat, overleef je het niet", althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of

- die [slachtoffer 1] gedreigd met het martelen en/of verminken door vrienden van hem, verdachte, en/of

- die [slachtoffer 1] geïsoleerd van haar familie en/of die [slachtoffer 1] gedwongen voor hem, verdachte, te kiezen, door te zeggen dat zij, [slachtoffer 1] , anders [dochter slachtoffer 1] (te weten de dochter van die [slachtoffer 1] en/of hem, verdachte) gedag moest zeggen, en/of

- op het lichaam van die [slachtoffer 1] sigaretten uitgedrukt en/of

- bij die [slachtoffer 1] (met kracht) aan haar tepelpiercing getrokken en/of gepoogd deze tepelpiercing uit te trekken en/of die [slachtoffer 1] bespuugd en/of bij die [slachtoffer 1] stukken haar met een tondeuse weggeschoren, en/of

- ( met kracht) de keel/hals van die [slachtoffer 1] dichtgeknepen, en/of

- tegen die [slachtoffer 1] gezegd dat ze 'owned by [verdachte] ' op haar onderbuik moest laten tatoeëren, en/of

- bij die [slachtoffer 1] een tatoeage op haar lichaam laten plaatsen, en/of

- die [slachtoffer 1] het door haar in de prostitutie verdiende geld laten afstaan en/of het door die [slachtoffer 1] verdiende geld in de prostitutie afgepakt;

2.

hij in of omstreeks de periode van oktober 2011 tot en met 16 oktober 2015 te Maartensdijk en/of te Naarden, althans elders in Nederland,

A) een ander of anderen, te weten [slachtoffer 2] , (telkens) door dwang, geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) of door dreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en), door afpersing, fraude, misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht, door misbruik van een kwetsbare positie,

- heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest of opgenomen, met het oogmerk van seksuele uitbuiting van die [slachtoffer 2] (sub 1°) en/of

- heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten van seksuele aard dan wel onder die omstandighe(i)d(en) enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die [slachtoffer 2] zich daardoor beschikbaar zou(den) stellen tot het verrichten van arbeid of diensten van seksuele aard (sub 4°) en/of

- heeft gedwongen dan wel bewogen verdachte te bevoordelen uit de opbrengst van haar, [slachtoffer 2] , seksuele handelingen met en/of voor een derde (sub 9°), en/of

B)(telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de seksuele uitbuiting van die/een ander of anderen, te weten die [slachtoffer 2] , (sub 6°),

immers heeft verdachte:

- die [slachtoffer 2] gedwongen dan wel bewogen voor de webcam te werken en/of

- die [slachtoffer 2] geslagen en/of gestompt en/of

- die [slachtoffer 2] met een stofzuigerstang, althans een voorwerp geslagen, en/of

- een tatoeage laten plaatsen met tekst "owned bij [verdachte] ", en/of

- die [slachtoffer 2] in de buik gestompt terwijl die [slachtoffer 2] zwanger was (ten gevolge waarvan die [slachtoffer 2] gedurende lange tijd in het ziekenhuis heeft gelegen), en/of

- ( meermalen) die [slachtoffer 2] anaal en/of vaginaal verkracht, en/of

- het geld van die [slachtoffer 2] afgepakt en/of laten afstaan;

3.

hij, op een of meerdere tijdstippen, in of omstreeks de periode van 1 april 2017 tot en met 29 januari 2018 te [plaatsnaam] , althans elders in Nederland, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, te weten (onder andere):

- het (met kracht) dichtknijpen van de keel van [slachtoffer 1] , en/of

- het (met kracht) duwen en/of stompen en/of trappen op het hoofd en/of de ribben van die [slachtoffer 1] , en/of

- het aan de haren trekken van die [slachtoffer 1] , en/of

- een badjas, althans enig object, in de mond van die [slachtoffer 1] te stoppen, en/of

- die [slachtoffer 1] voorover te duwen op het aanrecht, en/of

- die [slachtoffer 1] op te dragen zich uit te kleden en/of haar vervolgens voorover te duwen en/of het hoofd van die [slachtoffer 1] richting de penis van hem, verdachte, te brengen/duwen,

die [slachtoffer 1] , heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1] , te weten (het meermalen, althans eenmaal) brengen/duwen en/of heen en weer bewegen van zijn, verdachtes, penis in de vagina en/of anus en/of mond van die [slachtoffer 1] ;

4.

hij, ( op een of meerdere tijdstippen) in of omstreeks de periode van 1 oktober 2011 tot en met 16 oktober 2015 te [plaatsnaam] en/of elders in Nederland, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, te weten

- het op bed gooien van die [slachtoffer 2] en/of (vervolgens)

- het kapot scheuren van de broek van die [slachtoffer 2] , en/of

- het bij de haren van die [slachtoffer 2] beetpakken en/of (vervolgens) die [slachtoffer 2] te sleuren over de vloer en/of

- het duwen van het hoofd van die [slachtoffer 2] in de matras (zodat die [slachtoffer 2] niet teveel geluid kon maken),

die [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 2] , te weten (het meermalen, althans eenmaal) brengen/duwen en/of heen en weer bewegen van zijn, verdachtes, penis in de vagina en/of anus van die [slachtoffer 2] ;

5.

hij, op één of meer tijdstippen, in of omstreeks de periode van 1 januari 2016 tot en met 28 januari 2018, te 's-Gravenhage en/of [plaatsnaam] , althans elders in Nederland (meermalen) [slachtoffer 1] (zijns levensgezel) heeft mishandeld door

- ( meermalen) in het gezicht te slaan en/of te stompen van die [slachtoffer 1] , en/of

- een (heet) gebakken ei met gesmolten brie in het gezicht van die [slachtoffer 1] te duwen en/of

- het trappen tegen de ribben, althans het lichaam, van die [slachtoffer 1] en/of

- het (met kracht) dichtknijpen van de keel van die [slachtoffer 1] , en/of

- het uitdrukken van één of meerdere sigaret(ten) op het lichaam van die [slachtoffer 1] .

1 HR 8 september 2009, ECLI:NL:HR:2009:BJ3537.

2 HR 8 september 2009, ECLI:NL:HR:2009:BJ3537.

3 HR 27 oktober 2009, ECLI:NL:HR:2009:BI7099.

4 HR 27 oktober 2009, ECLI:NL:HR:2009:BI7099.

5 HR 27 oktober 2009, ECLI:NL:HR:2009:BI7099; HR 24 november 2015, ECLI:NL:HR:2015:3309.

6 HR 6 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2771.

7 HR 21 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:1100.

8 HR 5 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:554.

9 HR 8 september 2015, ECLI:NL:HR:2015:2467.

10 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Waar wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer BVH 2018 087963 (Onderzoek Mamba (DHRCC18004)), van de Politie Eenheid Den Haag, Dienst Regionale Recherche. Het dossier bestaat uit 4 processen-verbaal: Proces-verbaal Voorgeleiding (hierna: Voorgeleiding), Proces-verbaal Raadkamer (hierna: Raadkamer), Proces-verbaal 1e Pro Forma (hierna: 1e PF), Proces-verbaal 2e Pro Forma (hierna: 2e PF).

11 AH/03, Voorgeleiding, p. 31 en 32; AH/05, Voorgeleiding, p. 37, met bijlagen (p. 80 t/m 91); Een geschrift, te weten kopie jaaropgave, Voorgeleiding, p. 93 (Bijlage bij AH/05, p. 38); AH/13, Voorgeleiding, p. 140 t/m 144; AH/14, Voorgeleiding, p. 146 t/m 158; AH/88, 2e PF, p. 21 en 22, met bijlage (p. 25 t/m 33); AH/80, 1e PF, p. 153 en 154, met bijlagen (p. 155 t/m 254).

12 AG/01-01, Voorgeleiding, p. 293 t/m 295, met bijlage (p. 296); AG/01-02, Voorgeleiding, p. 298 t/m 300; AG/01-03, Voorgeleiding, p. 305 t/m 307 en 312 en 313, met bijlage (p. 316 en 317); AG/01-04, Voorgeleiding, p. 320 t/m 327; AG/01-05, Voorgeleiding, p. 332, 334 en 336 t/m 342; AG/01-06, Raadkamer, p. 4 t/m 7; AG/01-07, 1e PF, p. 102 t/m 104; proces-verbaal verhoor van getuige [slachtoffer 1] , d.d. 7 januari 2019, opgemaakt door de rechter-commissaris, punten 14 t/m 17, 19, 30, 31, 37, 47, 50, 64, 67, 69, 77, 79, 80 en 96 t/m 102.

13 AG/04-01, Voorgeleiding, p. 362 t/m 365.

14 AG/07-01, Raadkamer, p. 56 t/m 60 en 65 t/m 68.

15 AG/03-01, Voorgeleiding, p. 354 t/m 356.

16 AG/05-01, Voorgeleiding, p. 374 en 375.

17 AH/02, Voorgeleiding, p. 13 t/m 15, met bijlage rapport (p. 16 t/m 29).

18 AH/11, Voorgeleiding, p. 133, met fotobijlagen (p. 134 t/m 136); AH/26, Voorgeleiding, p. 186 t/m 209.

19 Een geschrift, te weten een Forensisch medische rapportage, d.d. 18 december 2018 van drs. [arts] ten aanzien van het letsel bij [slachtoffer 1] (los bijgevoegd).

20 WhatsApp-gesprekken, p. 1379.

21 AH/61, 1e PF, p. 23, met bijlage WhatsApp-gesprekken, p. 1785.

22 AH/61, 1e PF, p. 24, met bijlage WhatsApp-gesprekken, p. 1856 t/m 1864.

23 AH/61, 1e PF, met bijlage WhatsApp-gesprekken, p. 1980 t/m 1994.

24 AH/61, 1e PF, met bijlage WhatsApp-gesprekken, p. 2254.

25 AH/61, 1e PF, met bijlage WhatsApp-gesprekken, p. 2613 en 2614.

26 AH/61, 1e PF, met bijlage WhatsApp-gesprekken, p. 2985 t/m 2987.

27 AH/68, 1e PF, p. 54, met bijlage WhatsApp-gesprekken, p. 3022.

28 AH/70, 1e PF, p. 58, met bijlage WhatsApp-gesprekken, p. 3460.

29 AH/70, 1e PF, p. 58, met bijlage WhatsApp-gesprekken, p. 3463.

30 WhatsApp-gesprekken, p. 3467 en 3468.

31 AH/72, 1e PF, p. 281, berichten 3113 t/m 3108.

32 AH/72, 1e PF, p. 295, berichten 2858 t/m 2847.

33 AH/72, 1e PF, p. 306, berichten 2653 t/m 2650.

34 AH/72, 1e PF, p. 309, berichten 2611 t/m 2607.

35 AH/72, 1e PF, p. 314, berichten 2521 t/m 2518.

36 AH/72, 1e PF, p. 319, berichten 2424 t/m 2421.

37 AH/72, 1e PF, p. 322, berichten 2377 t/m 2374.

38 AH/72, 1e PF, p. 259, met bijlage SMS-gesprekken, p. 349 en 350.

39 AH/72, 1e PF, p. 259, met bijlage SMS-gesprekken, p. 360.

40 AH/72, 1e PF, p. 364, berichten 1620 t/m 1613.

41 AH/72, 1e PF, p. 372, berichten 1480 t/m 1468.

42 AH/72, 1e PF, p. 381, berichten 1305 t/m 1303.

43 AH/72, 1e PF, p. 440, berichten 254 en 253.

44 AH/72, 1e PF, p. 449-451, berichten 139, 138, 121 t/m 106.

45 Verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 15 februari 2019.