Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2019:1819

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
08-02-2019
Datum publicatie
04-03-2019
Zaaknummer
NL18.24102
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Voorlopige voorziening+bodemzaak
Inhoudsindicatie

Dublin Italië, minderjarigheid, niet-registertolk, Salvini-decreet

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL18.24102

v-nummer: [nummer]


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam] , eiser

(gemachtigde: mr. A. Greve-Kortrijk),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. K. Bruin).

Procesverloop

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 13 december 2018 (het bestreden besluit).

Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaak NL18.24103, plaatsgevonden op 31 januari 2019. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen de heer Idemudia. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiser is burger van Nigeria. Hij stelt te zijn geboren op [geboortedatum] . Op 9 oktober 2018 heeft eiser een aanvraag gedaan voor een asielvergunning.

2. In het bestreden besluit heeft verweerder eisers aanvraag niet in behandeling genomen op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 omdat verweerder Italië verantwoordelijk acht voor de behandeling van eisers asielaanvraag. De Italiaanse autoriteiten hebben op 11 december 2018 (alsnog) ingestemd met de overname van eisers aanvraag. In wat eiser heeft aangevoerd heeft verweerder geen aanleiding gezien om zijn asielaanvraag op grond van artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening1 alsnog aan zich te trekken.

3. Op wat eiser daartegen heeft aangevoerd, wordt hierna ingegaan.

De rechtbank oordeelt als volgt.

4. Eiser heeft aangevoerd dat verweerder ten onrechte gebruik heeft gemaakt van een niet-registertolk. Hij is hierdoor in zijn belangen geschaad omdat eisers aanmeldgehoor onzorgvuldig is verlopen. De rechtbank overweegt dat in de regel verweerder bij het aanmeldgehoor gebruik dient te maken van een registertolk. De rechtbank stelt echter vast dat in het tolkenregister geen tolk geregistreerd staat met kwalificaties in de Pidgin Engels-Nigeriaanse taal. Daarmee doet zich één van de twee uitzonderingen voor die zijn genoemd in artikel 28, derde lid, van de Wet beëdigde tolken en vertalers. Tevens heeft eiser gedurende het aanmeldgehoor op geen enkel moment aangegeven dat de communicatie niet goed zou verlopen. Ook na inzage van het gehoorverslag heeft eiser geen correcties en aanvullingen ingediend. Verweerder heeft zich daarmee terecht op het standpunt gesteld dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij het afnemen van het aanmeldgehoor in zijn belangen is geschaad.

5. Eiser stelt voorts minderjarig te zijn. Ter onderbouwing hiervan heeft hij op zitting een geboorteakte getoond, waarvan hij in de beroepsfase een kopie had overgelegd.

Verweerder heeft zich evenwel terecht op het standpunt gesteld dat er geen aanleiding bestaat om te twijfelen aan eisers meerderjarigheid. De Italiaanse autoriteiten hebben eiser geregistreerd als [naam 2] , geboren op [geboortedatum 2] . Eiser heeft geen identiteitsdocument overgelegd waarmee hij de onjuistheid van deze geregistreerde geboortedatum aannemelijk heeft gemaakt. Eisers overgelegde geboorteakte, ook in de huidige vorm, kan geen begin van bewijs vormen voor zijn gestelde minderjarigheid. Dit document bevat immers geen pasfoto van eiser, en is daarmee niet te herleiden tot de persoon van eiser. Daar komt bij dat de Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel en de gehoorambtenaar van de IND onafhankelijk van elkaar een leeftijdsschouw hebben uitgevoerd. Beiden zijn tot de conclusie gekomen dat eiser evident meerderjarig is. De enkele verklaring van eiser op zitting dat hij gedurende zijn asielprocedure in Italië heeft getracht zijn geboortedatum te laten aanpassen, doet hieraan niet af.

6. Eiser stelt tenslotte dat ten opzichte van Italië niet langer van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan. Hij verwijst naar het zogeheten ‘Salvini-decreet’, waaruit zou blijken dat de rechtspositie en de opvangmogelijkheden van asielzoekers in aanzienlijke mate achteruit is gegaan. De rechtbank is met verweerder van oordeel dat eiser niet in zijn standpunt kan worden gevolgd. Verweerder heeft de verantwoordelijkheid voor eisers aanvraag zich dan ook niet hoeven aantrekken op grond van artikel 17 van de Dublinverordening. Eiser heeft immers niet aannemelijk gemaakt dat door het decreet er sprake is van een zodanige structurele verslechtering van zijn omstandigheden, dat hij een reëel risico loopt op een behandeling die strijdig is met artikel 3 van het EVRM.2Dit volgt ook uit de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 10 oktober 20183 en 19 december 2018.4 Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij zal worden geschaad door de inperking van de SPRAR-opvang. Hij kwam immers ook voor de inwerkingtreding van het decreet niet in aanmerking voor deze opvang. Nu eiser wordt beschouwd als een meerderjarige alleenstaande man, is het rapport over kwetsbare asielzoekers5 waarnaar eiser in zijn beroepsgronden verwijst niet relevant voor de beoordeling van zijn beroep. Het opheffen van de humanitaire verblijfsstatus is niet in strijd met de Europese verdragen en richtlijnen, nu dit een nationaalrechtelijke verblijfstitel betreft.

7. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van mr. W.H. Mentink, griffier.

Deze uitspraak is in het openbaar gedaan, digitaal ondertekend en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.

1 Verordening (EU) Nr. 604/2013

2 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden

3 ECLI:NL:RVS:2018:3246

4 ECLI:NL:RVS:2018:4131

5 Danish Refugee Council en Swiss Refugee Council ‘Mutual trust is still not enough’, 12 december 2018