Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2019:1806

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
11-02-2019
Datum publicatie
29-03-2019
Zaaknummer
NL18.1064
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Asiel Eritrea. Illegale uitreis en desertie ongeloofwaardig geacht nu eiseres in bezit is van echt bevonden paspoort. Beroep ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats 's-Gravenhage

Bestuursrecht

zaaknummer: NL19.1064


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres], eiseres

(gemachtigde: mr. A.I. Engelsman),

en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. F. Gieskes).


Procesverloop
Bij besluit van 9 januari 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de verlengde procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaak NL19.1065, plaatsgevonden op 5 februari 2019. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Als tolk is verschenen A. Soloman. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiseres is van Eritrese nationaliteit. Zij is geboren op [geboortedatum] 1989. Zij heeft op 30 maart 2018 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend.

2. Eiseres heeft aan haar asielaanvraag ten grondslag gelegd dat zij is gedeserteerd omdat sprake was van een oneindige militaire dienst. Eiseres was werkzaam bij het ministerie van onderwijs, maar vanwege de dienstplicht heeft zij altijd onder het ministerie van defensie gewerkt. Eiseres haar dagelijkse werkzaamheden bestonden uit het uitdelen van rapporten aan jongeren die hun opleiding afgerond hadden. Eiseres is op een dag niet op haar werk verschenen en heeft het land op illegale wijze verlaten om naar Soedan te reizen. Zij heeft van 2016 tot 2018 in Soedan gewoond en gewerkt.

3. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens verweerder de volgende relevante elementen:

- identiteit, nationaliteit en herkomst;

- Problemen met de autoriteiten vanwege de desertie;

- Problemen met de autoriteiten vanwege de illegale uitreis.

4. Verweerder heeft de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiseres geloofwaardig geacht. De problemen met de autoriteiten vanwege desertie en illegale uitreis heeft verweerder ongeloofwaardig geacht. Daartoe is van belang geacht dat eiseres in het bezit is van een echt bevonden Eritrees paspoort. De stelling van eiseres dat zij in Soedan het paspoort op frauduleuze wijze heeft verkregen, wordt dan ook niet gevolgd. Daarbij is tevens van belang dat het volgens het Algemeen Ambtsbericht Eritrea uit 2017 niet mogelijk is om in Eritrea een paspoort aan te vragen als iemand nog dienstplichtig is (zie pagina 22). Voor deserteurs is het wel mogelijk om in persoon een paspoort in het buitenland aan te vragen, maar zij moeten dan kosten en belastingen betalen. Ook moeten deserteurs een spijtbetuiging ondertekenen (zie pagina 23). De verklaring van eiseres dat zij haar paspoort op illegale wijze heeft verkregen door een man geld te betalen zodat hij een paspoort voor haar kon regelen, wordt gelet op voormelde informatie niet gevolgd. Nu eiseres in het bezit is van een geldig paspoort, staat daarmee tevens vast dat zij niet dienstplichtig is. Daarom bestond ook geen aanleiding om haar land van herkomst om deze reden op illegale wijze te verlaten. Overigens heeft eiseres over haar feitelijke vertrek en de gestelde illegale uitreis ongeloofwaardig verklaard.

5. Eiseres kan zich met deze beslissing niet verenigen en meent dat verweerder haar aanvraag ten onrechte als ongegrond heeft afgewezen. Zo meent eiseres dat verweerder ten onrechte de verklaringen over haar verblijf in Soedan niet bij zijn beoordeling heeft betrokken, nu alle documentatie correspondeert met haar asielrelaas. In beroep heeft eiseres een originele verklaring van de Summit International Schools en haar mobiliteitspasje van Soedan overgelegd. Met betrekking tot het verkrijgen van een paspoort betwist eiseres dat haar verklaringen in strijd zijn met algemene objectieve informatie. Zij heeft haar paspoort niet zelf aangevraagd bij de ambassade of het consulaat in Soedan en heeft geen document van demobilisatie, reistoestemming of medische vrijstelling hoeven overleggen. Zij is op fraudeleuze wijze in het bezit gekomen van een (echt) paspoort. Verweerder heeft onvoldoende gemotiveerd waarom het niet mogelijk is dat eiseres op de door haar gestelde wijze een paspoort heeft verkregen. Eiseres twijfelt daarnaast aan het onderzoek dat Bureau Documenten aan haar paspoort heeft verricht en wenst een contra-expertise uit te laten voeren. Zij verzoekt de rechtbank de behandeling van haar beroep aan te houden in afwachting van de uitkomst van de contra-expertise.

Daarnaast meent eiseres dat verweerder in het geheel niet heeft meegewogen dat zij op een dag niet meer is verschenen op haar werk bij het ministerie van onderwijs. Eiseres heeft uitgebreid en consequent verklaard over haar werkzaamheden en het niet verschijnen op werk, hetgeen bijdraagt aan haar geloofwaardigheid. Verweerder had dit dan ook gemotiveerd in zijn besluitvorming dienen te betrekken.

Voorts betwist eiseres dat zij haar illegale uitreis niet aannemelijk heeft gemaakt. Er bestond wel degelijk aanleiding het land illegaal te verlaten, nu zij gedeserteerd was en het voor haar daarom vrijwel onmogelijk was om het land legaal te verlaten. De verklaringen van de Eritrese overheid waar verweerder naar verwijst, namelijk dat uit het meest recente ambtsbericht blijkt dat degenen die terugkeren niet zullen worden gestraft zolang zij geen andere misdrijven hebben gepleegd, bieden geen enkele garantie. In tegenstelling tot verweerder meent eiseres dat het wel degelijk aan verweerder is om aannemelijk te maken dat zij Eritrea legaal heeft verlaten en niet te vrezen heeft bij terugkeer, nu verweerder de sleutelelementen identiteit, nationaliteit en herkomst wel geloofwaardig heeft geacht. Ter onderbouwing verwijst eiseres naar een uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg van 15 mei 2018 (ECLI:NL:RBDHA:2018:5831). Eiseres betwist dat zij ongeloofwaardig, vaag, summier of onlogisch heeft verklaard over haar illegale uitreis en verwijst daarbij naar haar gedetailleerde en concrete aanvullende verklaring die bij de zienswijze is overgelegd. Eiseres werd tijdens het gehoor erg emotioneel en had moeite met uitleggen wat zij bedoelde. Eiseres heeft wel degelijk een deugdelijke verklaring gegeven voor het feit dat zij haar eerdere verklaringen heeft aangevuld. Bovendien bevond de zaak zich op het moment van indienen van de aanvullende verklaring nog in de besluitvormingsfase en had verweerder de verklaring niet zonder meer ter zijde mogen schuiven. Verweerder heeft de wijze waarop eiseres Eritrea heeft verlaten ten onrechte ongeloofwaardig geacht.

Tot slot betwist eiseres uitdrukkelijk dat zij verklaringen heeft afgelegd die kennelijk inconsequent en tegenstrijdig zijn en meent dat verweerder haar aanvraag ten onrechte heeft afgewezen als kennelijk ongegrond.

6. De rechtbank overweegt als volgt.

6.1

Bureau Documenten van de Immigratie- en Naturalisatiedienst heeft geconcludeerd dat het paspoort van eiseres echt is. De rechtbank is van oordeel dat er gezien de deskundigheid van Bureau Documenten voor verweerder geen aanleiding bestond te twijfelen aan het onderzoeksresultaat. Eiseres heeft voorts niet aannemelijk gemaakt dat het onderzoek aan het paspoort niet zorgvuldig, inzichtelijk of concludent zou zijn. De rechtbank gaat daarom uit van het rapport van Bureau Documenten waarbij de echtheid van het paspoort is vastgesteld. Voor zover eiseres heeft verzocht om aanhouding van de behandeling van het beroep om een contra-expertise te laten uitvoeren, wijst de rechtbank dit verzoek af. Eiseres heeft niet concreet gemaakt dat zij een contra-expertise zal laten uitvoeren. Dat eiseres een verzoek tot financiering heeft ingediend bij het COA en per e-mail contact heeft gehad met de beoogde onderzoeker over de prijs van de contra-expertise is daartoe onvoldoende.

6.2

Uit het Algemeen Ambtsbericht Eritrea uit 2017 blijkt dat men voor de aanvraag van een paspoort een identiteitskaart en documenten waaruit demobilisatie of een medische vrijstelling blijkt, dient over te leggen. Dit geldt zowel voor een aanvraag bij een regionaal immigratiekantoor in Eritrea als op Eritrese ambassades en consulaten in het buitenland. In Eritrea kunnen dienstplichtigen geen paspoort aanvragen. Dienstweigeraars, deserteurs en personen die het land illegaal hebben verlaten kunnen in het buitenland wel paspoorten verkrijgen. Daarvoor is vereist dat men kosten en belastingen betaalt, waaronder de diasporabelasting. Bovendien wordt van deserteurs en dienstweigeraars verwacht dat zij een spijtbetuiging ondertekenen. Het paspoort moet persoonlijk worden aangevraagd en opgehaald. Paspoorten kunnen door familieleden in Eritrea worden afgehaald indien zij daartoe zijn gemachtigd door de Eritrese ambassade. De stelling van eiseres dat zij haar paspoort op frauduleuze wijze heeft verkregen verhoudt zich derhalve op geen enkele wijze met de hiervoor vermelde uitkomst van Bureau Documenten noch met de informatie uit het ambtsbericht. Gezien het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat verweerder terecht heeft overwogen dat de verklaring van eiseres over de manier waarop zij in het bezit is gekomen van het paspoort ongeloofwaardig is. Nu eiseres door de Eritrese autoriteiten in het bezit is gesteld van een paspoort, maakt dat haar verklaring dat zij haar dienstplicht niet heeft vervuld eveneens ongeloofwaardig.

6.3

Nu de desertie van eiseres niet geloofwaardig is geacht, heeft verweerder, vanwege het causale verband ervan, evenmin geloof kunnen hechten aan de door eiseres gestelde illegale uitreis. Daarbij heeft verweerder eiseres tevens kunnen tegenwerpen dat zij vaag, summier en onlogisch over haar uitreis heeft verklaard. Zo kan zij niets verklaren over de identiteit van de reisagent of haar medereisgenoten. Ook is eiseres in eerste instantie vertrokken zonder geld, ondanks het feit dat zij wist dat voor haar vertrek veel geld betaald zou moeten worden. De moeder van eiseres heeft de reissom voldaan, maar eiseres kan niet verklaren hoe haar moeder aan dit geld is gekomen. Daarnaast is eiseres onverwacht vertrokken en heeft zij haar reis niet of nauwelijks voorbereid. Zo wist zij niets over hoe de reis geregeld was en heeft zij niemand ingelicht over haar reisplannen. Eiseres kon voorts niets verklaren over de reisroute, hetgeen zij tijdens haar reis heeft gezien of langs welke plaatsen zij is gereisd. Dat eiseres middels een aanvullende verklaring ingediend met de zienswijze haar verklaringen over haar uitreis heeft aangevuld, doet daar niet aan af. Verweerder heeft terecht overwogen dat van eiseres een deugdelijke verklaring mag worden verwacht indien zij op een later moment haar verklaringen aanvult of wijzigt. Daarbij heeft verweerder terecht tegengeworpen dat eiseres noch in het nader gehoor, noch in de correcties en aanvullingen daarop, heeft aangegeven dat zij haar reisverhaal niet volledig naar voren heeft gebracht. Pas op het moment dat deze verklaringen aan haar zijn tegengeworpen in het voornemen is eiseres met een aanvullende verklaring gekomen. Dat eiseres heeft verklaard tijdens het gehoor emotioneel te zijn geweest omdat haar herinneringen aan de reis terugkwamen, doet aan het voorgaande niets af. Met verweerder is de rechtbank van oordeel dat eiseres er niet in is geslaagd een deugdelijke verklaring te geven voor het feit dat zij haar verklaringen op een later moment heeft aangevuld. Gelet op het voorgaande heeft eiseres dan ook niet aannemelijk gemaakt dat zij Eritrea op illegale wijze heeft verlaten.

6.4

Voorts kan het beroep van eiseres op de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg van 15 mei 2018 niet slagen. Immers, in die zaak had de vreemdeling, in tegenstelling tot eiseres, geen echt paspoort overgelegd en stond de identiteit ter discussie. Daarvan is in onderhavig geval geen sprake. Uit het arrest M.O. tegen Zwitserland van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens volgt dat het Hof een omkering van de bewijslast in de zin dat als verweerder de illegale uitreis niet geloofwaardig vindt, het aan verweerder is om aan te tonen dat de vreemdeling legaal is vertrokken, wel mogelijk acht, maar niet als essentiële onderdelen van het asielrelaas ongeloofwaardig zijn bevonden. Daarvan is in onderhavig geval sprake. Het is dan ook aan eiseres om aannemelijk te maken dat zij Eritrea illegaal is uitgereisd en niet aan verweerder om aan te tonen dat zij legaal is uitgereisd. Eiseres is hierin niet geslaagd.

7. Hetgeen voor het overige is aangevoerd kan niet tot een ander oordeel leiden. De rechtbank zal deze gronden dan ook onbesproken laten.

8. Eiseres komt niet in aanmerking voor toelating op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Het beroep is ongegrond.

9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing


De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.


Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M. Meijers, rechter, in aanwezigheid van mr. R. Kroon - Overdijk, griffier.

Deze uitspraak is in het openbaar gedaan, digitaal ondertekend en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.