Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2019:15092

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
26-11-2019
Datum publicatie
11-01-2022
Zaaknummer
C/09/579739 / KG RK 19-1237
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Rekestprocedure
Beschikking
Inhoudsindicatie

Verzet tegen weigering van de griffier om te voldoen aan een verzoek tot verstrekking van afschriften/uittreksels uit het roljournaal.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Viditax (FutD), 2-2-2022
FutD 2022-0458
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK DEN HAAG

Team handel

zaaknummer / rekestnummer: C/09/579739 / KG RK 19-1237

Beschikking van de voorzieningenrechter van 26 november 2019

in de zaak van

TAYLOR WESSING N.V., te Eindhoven,

verzoekster,

advocaten mrs. W.J.G. Maas, D.M. Mulder en I.S. Klink te Amsterdam,

tegen

DE GRIFFIER VAN DE RECHTBANK DEN HAAG, te Den Haag,

verweerder.

Partijen zullen hierna verzoekster en de griffier worden genoemd.

1 De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het verzoekschrift van 23 juli 2019;

  • -

    de brief van de griffier van 23 augustus 2019;

  • -

    het verzetschrift tegen weigering afgifte afschrift / uittreksel door de griffier van de rechtbank Den Haag, met producties 1 tot en met 7;

  • -

    de brief van de griffier van 14 oktober 2019 met productie 1;

  • -

    de mondelinge behandeling op 17 oktober 2019;

  • -

    de akte overlegging aanvullende bijlage, met bijlage 8, van de zijde van verzoekster, genomen ter zitting op 17 oktober 2019;

  • -

    de pleitnota van verzoekster.

2 De feiten

2.1.

Verzoekster is een internationaal opererend advocatenkantoor dat zich in Nederland onder meer bezighoudt met het adviseren van cliënten op het gebied van het intellectueel eigendomsrecht.

2.2.

Bij een aan (de “teamleider griffie handel/bodem” van) de rechtbank gerichte brief van 23 juli 2019 heeft verzoekster verzocht (i) haar te berichten of sprake is van een zeker beleid op de griffie dat geen informatie wordt verstrekt over procedures bij deze rechtbank aan derden (waaronder advocaten van derden) die niet zelf bij die procedures zijn betrokken en zo ja, dat beleid voor toekomstige verzoeken te herzien, en (ii) haar te berichten of inderdaad procedures aanhangig zijn tussen Sisvel enerzijds en Xiaomi, Archos, Oppo en/of Nikko anderzijds en zo ja, wanneer de (openbare) zittingen in deze zaak plaatshebben en wat het zaaknummer is van deze procedures.

2.3.

Bij brief van 23 augustus 2019 heeft de griffier het verzoek van verzoekster afgewezen. In zijn brief heeft de griffier toegelicht dat het IE-pleidooirooster vanaf 1 april 2016 niet meer wordt gepubliceerd op de website van de rechtspraak onder meer in verband met de hoge werkdruk van het Team Handel, sectie Intellectueel Eigendom en dat de wet geen ruimte biedt voor het verstrekken door de griffier van de verzochte opgave, aangezien artikel 28 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) (oud), thans artikel 29 Rv, alleen betrekking heeft op het verstrekken van afschriften van vonnissen en beschikkingen en niet op het verstrekken van een overzicht van procedures waarbij een bepaalde partij is betrokken.

2.4.

Tegen die beslissing van de griffier heeft verzoekster op 5 september 2019 een verzetschrift ingediend.

2.5.

Op 14 oktober 2019 heeft de griffier verzoekster het volgende bericht:

“In vervolg op het telefoongesprek dat mr. Keltjens [voorzitter, team handel rechtbank Den Haag, rechtbank] vorige week met u voerde over de aanhangige verzetprocedure, bericht ik u als volgt.

Nadere bestudering van uw verzoek heeft er toe geleid dat ik in deze zaak alsnog overga tot verstrekking van de door u verzochte informatie uit het roljournaal met betrekking tot alle lopende procedures bij de Rechtbank Den Haag tussen Sisvel enerzijds en Xiaomi, Archo, Oppo en/of Nikko anderzijds. Tussen partijen zijn de volgende procedures aanhangig:

  1. zaak- en rolnummer C/09/578590 / HA ZA 19-862, Sisvel International S.A. tegen Archos S.A.

  2. zaak- en rolnummer C/09/578930 / HA ZA 19-884, Sisvel International S.A. tegen Guangdong Oppo Mobile Telecommunications co., ltd. e.a.

Met deze informatie kunt u deze procedure observeren in het roljournaal en te zijner tijd zien wanneer er zittingen plaatsvinden.

Er zijn geen kort geding procedures tussen deze partijen aanhangig.”

2.6.

Op de zitting van 17 oktober 2019 is het verzetschrift van verzoekster behandeld. Op die zitting hebben verzoekster en de griffier hun standpunten (verder) toegelicht. De datum voor de beschikking is bepaald op heden.

3 Het verzet

3.1.

Verzoekster heeft de voorzieningenrechter verzocht het verzet gegrond te verklaren en bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad, de griffier te gelasten afschriften, althans uittreksels, te verstrekken van het roljournaal, althans het door de griffier gehandhaafde overzicht van zaken, met betrekking tot alle lopende procedures bij deze rechtbank tussen Sisvel enerzijds en Xiaomi, Archos, Oppo en/of Nikko anderzijds, waaronder vermelding van het zaaknummer, met veroordeling van de griffier in de proceskosten.

3.2.

Aan haar verzetschrift legt verzoekster, samengevat, het volgende ten grondslag. Om cliënten, die (ook) betrokken zijn in octrooiprocedures in andere jurisdicties, goed te kunnen adviseren met betrekking tot hun rechten en mogelijkheden in Nederland, is voor verzoekster van belang dat zij beschikt over informatie, althans afschrift en/of uittreksel omtrent voornoemde mogelijke procedures. Op dit moment is het beperkt mogelijk om informatie (digitaal) te verkrijgen over bodemzaken die niet door verzoekster worden behandeld en/of waarin een cliënt van verzoekster geen partij is, omdat, wanneer het zaaknummer niet bekend is, de zoekfunctie van het (digitale) roljournaal in tijd is beperkt en geen informatie verschaft, althans afschrift en/of uittreksel, van zaken in kort geding. Verzoekster kan de door haar verlangde informatie, afschriften en/of uittreksels daarom niet anders bemachtigen dan na een daartoe verstrekkend verzoek aan de griffier. Op grond van artikel 838 Rv dient de griffer de door verzoekster verzochte opgave te verstrekken, nu het roljournaal, althans het register van de rechtbanken, een openbaar register als bedoeld in artikel 15 Besluit orde van dienst gerechten (hierna: het Besluit) betreft. Voor het geval de rechtbank zou twijfelen over de vraag of derden, waaronder verzoekster, recht hebben op informatie, afschrift en/of uittreksel van het overzicht van zaken (het roljournaal) zoals dat door de rechtbank wordt gehanteerd, verzoekt verzoekster de rechtbank hieromtrent prejudiciële vragen te stellen aan de Hoge Raad op grond van artikel 392 Rv.

3.3.

De griffier voert verweer.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Op 14 oktober 2019 heeft de griffier alsnog de door verzoekster verzochte informatie verstrekt. Dit betekent dat, zoals de griffier aanvoert, verzoekster in beginsel geen belang heeft bij een beoordeling van het verzetschrift tegen het besluit van de griffer. Verzoekster stelt zich echter op het standpunt een principieel belang bij een gemotiveerde uitspraak te hebben, dat ook haar eigen belang overstijgt, nu geen eenstemmig beleid bestaat dat door alle rechterlijke instanties in Nederland wordt gevolgd en zij wil voorkomen dat zij (en derden) steeds opnieuw de discussie met deze rechtbank en/of een andere rechterlijke instantie moet aangaan (en zo nodig een verzetschriftprocedure aanhangig dient te maken) om de door haar verlangde informatie te verkrijgen. Daarbij wijst zij erop dat de voorzieningenrechter van deze rechtbank op 27 september 2012 heeft geoordeeld dat de registers van de gerechten niet als openbare registers kunnen worden aangemerkt. Zonder een andersluidende beslissing op dit onderdeel zou een eventuele beleidswijziging op gespannen voet staan met de enige uitspraak over dit onderwerp, aldus verzoekster. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter leent de onderhavige procedure zich niet voor een beoordeling van het door verzoekster gestelde belang. Het verzoek van verzoekster zal derhalve worden afgewezen.

4.2.

Gezien het feit dat de griffier de door verzoekster gevraagde informatie pas heeft verstrekt nadat verzoekster het verzetschrift heeft ingediend, acht de voorzieningenrechter het redelijk dat de griffier het griffierecht van verzoekster zal vergoeden en een (beperkt) bedrag wegens advocaatkosten voor zijn rekening neemt. Het griffierecht wordt begroot op € 639. De vergoeding wegens advocaatkosten wordt vastgesteld op € 600.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

wijst het verzoek af;

5.2.

veroordeelt de griffier tot vergoeding van het griffierecht van € 639 en een bedrag groot € 600 wegens advocaatkosten aan verzoekster;

5.3.

compenseert de overige proceskosten, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;

5.4.

verklaart de veroordeling onder 5.2 uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. H.J. Vetter en in het openbaar uitgesproken op 26 november 2019.