Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2019:1493

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
10-01-2019
Datum publicatie
21-02-2019
Zaaknummer
NL18.23511
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Mondelinge uitspraak
Voorlopige voorziening+bodemzaak
Inhoudsindicatie

Dublin Italië, Salvini-decreet

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL18.23511

V-nummer: [nummer]


proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam] , eiser

(gemachtigde: mr. S. Zwiers),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: N.H.T. Jansen).

Procesverloop

Bij besluit van 6 december 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaak NL18.23512, plaatsgevonden op 10 januari 2019. Eiser is, met bericht van verhindering, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

1. Niet in geschil is dat Italië de verantwoordelijke lidstaat is voor de behandeling van eisers verzoek om internationale bescherming. Zoals in het bestreden besluit is overwogen, is eiser het grondgebied van de Dublin-lidstaten op illegale wijze via Italië binnengekomen. Italië heeft op die grond ingestemd met de overname van eiser.

2. Voor zover eiser in beroep heeft aangevoerd dat hij vanwege het Salvini-decreet na overdracht in Italië geen opvang zal krijgen, overweegt de rechtbank dat Italië heeft ingestemd met de behandeling van eisers asielverzoek en daarbij gehouden zal zijn aan de Europese asielrichtlijnen, waaronder de Opvangrichtlijn. Verweerder heeft er verder terecht op gewezen dat ten aanzien van Italië, ondanks de in dat land bestaande opvangproblemen, onverkort wordt uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in de uitspraak van 19 december jl. geoordeeld dat de als gevolg van het Salvini-decreet gewijzigde Italiaanse wetgeving geen aanleiding geeft voor een ander oordeel. Eiser heeft met de gronden van beroep dan ook niet aannemelijk gemaakt dat hem in Italië opvang zal worden onthouden.

4. Voor zover eiser overigens heeft gesteld dat verweerder onvoldoende rekening heeft gehouden met de door eiser naar voren gebrachte humanitaire omstandigheden, heeft eiser verzuimd om dit te concretiseren.

5. Hetgeen in beroep is aangevoerd kan dan ook niet leiden tot de conclusie dat verweerder in redelijkheid gehouden is om de asielaanvraag van eiser inhoudelijk te behandelen.

6. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Deze uitspraak is in het openbaar uitgesproken door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. W.H. Mentink, griffier op 10 januari 2019.

Deze uitspraak is in het openbaar gedaan, digitaal ondertekend en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.