Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2019:14881

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
16-07-2019
Datum publicatie
09-03-2021
Zaaknummer
C/09/575499 / JE RK 19-1458
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Benoeming bijzondere curator ex art. 1:250 BW op verzoek van de gecertificeerde instelling, vanwege ernstig verstoorde verhouding tussen de ouders en de minderjarige.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Team Jeugd & Bopz

Zaaksgegevens: C/09/575499 / JE RK 19-1458

Datum beschikking: 16 juli 2019

Beschikking van de kinderrechter

Benoeming bijzondere curator ex artikel 1:250 BW

in de zaak naar aanleiding van het op 14 juni 2019 ingekomen verzoekschrift van:

Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland (hierna: de gecertificeerde instelling),

betreffende de minderjarige:

[minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2001 te [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de man]

hierna te noemen: de vader,

wonende te [woonplaats 1] (zonder bekende woon- of verblijfplaats),

en

[de vrouw]

hierna te noemen: de moeder,

wonende te [woonplaats 2] ,

hierna tezamen te noemen: de ouders.

Procesverloop

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

- het verzoekschrift van 14 juni 2019;

- de aanvullende stukken van de gecertificeerde instelling, ingekomen op 11 juli 2019;

- de schriftelijke reactie van de ouders op het verzoekschrift, ingekomen op 15 juli 2019;

- de brief van [minderjarige] die hij aan de kinderrechter heeft overlegd op 16 juli 2019.

Op 16 juli 2019 heeft de kinderrechter het verzoek ter zitting met gesloten deuren behandeld. Hierbij zijn verschenen:

- [minderjarige] ;

- de vader;

- de moeder;

- [vertegenwoordigers van de GI] namens de gecertificeerde instelling.

[minderjarige] is op 16 juli 2019 ook afzonderlijk in raadkamer gehoord.

Feiten

- De vader en de moeder zijn gehuwd.

- De vader en de moeder zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .

- [minderjarige] verblijft feitelijk in een accommodatie (trainingshuis) van een jeugdhulpaanbieder.

- Bij beschikking van de kinderrechter in deze rechtbank van 7 maart 2019 is [minderjarige] onder toezicht gesteld van 7 maart 2019 tot 21 november 2019 en is een machtiging verleend om [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van de ondertoezichtstelling, zijnde tot [minderjarige] meerderjarig wordt.

Verzoek en verweer

Het verzoek strekt tot benoeming van een bijzondere curator over [minderjarige] op grond van artikel 1:250 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Aan het verzoek ligt ten grondslag dat de relatie tussen [minderjarige] en de ouders ernstig is verstoord. Het lukt hen niet om op constructieve wijze met elkaar te communiceren en zij kunnen geen overeenstemming bereiken over belangrijke zaken en besluiten die genomen moeten worden in het belang van de ontwikkeling van [minderjarige] . Zij hebben conflict over basale zaken zoals het meegeven van kleding en andere persoonlijke spullen van [minderjarige] en over financiën. De ouders eisen een tegenprestatie voordat zij tot afgifte van kleding of geld overgaan, in de vorm van contactherstel of het bekijken van [minderjarige] zijn kamer in het trainingshuis. Omdat er geen overeenstemming wordt bereikt ontvangt [minderjarige] nu geen geld en bezit hij heel weinig kleding. Hierdoor wordt [minderjarige] in zijn ontwikkeling bedreigd. De gecertificeerde instelling acht het noodzakelijk dat de belangen van [minderjarige] gewaarborgd worden nu zich een wezenlijk conflict voordoet tussen zijn belangen en de belangen van de gezagsdragers.

De gecertificeerde instelling verzoekt primair om een bijzondere curator te benoemen op grond van haar positie als belanghebbende. Als gevolg van bovengenoemde situatie wordt de gecertificeerde instelling belemmerd in haar taak om de bedreigingen in de ontwikkeling en opvoeding van [minderjarige] weg te nemen. De gecertificeerde instelling wordt daardoor rechtstreeks in haar verplichtingen geraakt. De gecertificeerde instelling verzoekt de kinderrechter subsidiair om ambtshalve een bijzondere curator te benoemen.

[minderjarige] is het eens met het verzoek om een bijzondere curator te benoemen. Hij heeft verteld en geschreven dat hij schulden heeft moeten maken en dat hij lange tijd niet goed heeft kunnen voorzien in zijn basisbehoeften, zoals eten, kleding, reiskosten en sociale activiteiten.

De vader en de moeder hebben verweer gevoerd. Zij hebben aangegeven dat zij het belangrijk vinden dat [minderjarige] opgroeit tot een evenwichtige volwassene en dat zij hem daar graag bij willen ondersteunen. Zij vinden het evenwel belangrijk dat het contact tussen hen en [minderjarige] hersteld wordt, maar betwisten dat zij het achterhouden van geld gebruiken als pressiemiddel om contact af te dwingen. Zij hebben aangegeven dat [minderjarige] aan hen kan vragen wat hij nodig heeft en hoeveel, wanneer en waarvoor hij dat nodig heeft, maar dat zij geen informatie van hem krijgen.

Beoordeling

Aanmerken als belanghebbende

Ingevolge artikel 798 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (RV) merkt de kinderrechter de gecertificeerde instelling aan als belanghebbende omdat zij door de belangenverstrengeling van de ouders en [minderjarige] rechtstreeks geraakt wordt in haar verplichtingen ter uitvoering van de ondertoezichtstelling. De gecertificeerde instelling is derhalve ontvankelijk in haar primaire verzoek.

Benoeming bijzondere curator

Ingevolge artikel 1:250 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de kinderrechter een bijzondere curator benoemen om een minderjarige, zowel in als buiten rechte, te vertegenwoordigen. De kinderrechter kan dit doen als de belangen van (een van) de met gezag belaste ouders of voogd(en) in strijd zijn met de belangen van de minderjarige in aangelegenheden die betrekking hebben op de verzorging en opvoeding of het vermogen van de minderjarige. De kinderrechter moet beoordelen of de benoeming van de bijzondere curator noodzakelijk is en moet daarbij in het bijzonder de aard van de belangenstrijd in aanmerking nemen.

De kinderrechter overweegt dat uit de stukken en ter zitting is gebleken dat er sprake is van een situatie zoals bedoeld in artikel 1:250 BW. Er is sprake van een wezenlijk conflict tussen de ouders en [minderjarige] met betrekking tot zijn opvoeding en verzorging. [minderjarige] voelt zich kennelijk niet gesteund door de ouders, noch hebben de ouders kunnen voorkomen dat zij en [minderjarige] in deze situatie terecht zijn gekomen. Gelet op de omstandigheden van het onderhavige geval ziet de kinderrechter aanleiding om een bijzondere curator te benoemen. De bijzondere curator vertegenwoordigt [minderjarige] in en buiten rechte en zal daarom uitsluitend zijn belangen behartigen.

De bijzondere curator, zijnde een familiemediator, zal de belangen van [minderjarige] behartigen in het conflict met de ouders. De bijzondere curator dient in het bijzonder te onderzoeken waarin de weerstand, die [minderjarige] heeft ten opzichte van (het contact met) de ouders, is gelegen en of er nu of in de toekomst mogelijkheden zijn om het contact te herstellen. Indien dit mogelijk is kan de bijzondere curator [minderjarige] ondersteunen bij het hervatten van dit contact. De bijzondere curator wordt verzocht gesprekken te voeren met [minderjarige] en de ouders en zo mogelijk ook met [minderjarige] en de ouders gezamenlijk. Mevrouw drs. A. van Teijlingen, familiemediator gevestigd te Sassenheim, is bereid gevonden om als bijzondere curator op te treden en zal hiertoe door de rechtbank worden benoemd.

De rechtbank wijst de ouders er op dat zij de verplichting hebben gevolg te geven aan de door de bijzondere curatoren te geven instructies.

Voorts verzoekt de rechtbank de bijzondere curator om ‘de leidraad werkwijze en verslag bijzondere curatoren ex artikel 1:250 BW’ in acht te nemen. De rechtbank verzoekt verslag te doen van de bevindingen en het verslag uiterlijk voor de in het dictum vermelde datum aan de rechtbank, aan verzoeker en aan de belanghebbenden toe te sturen. De bijzondere curator kan, indien gewenst, ook namens [minderjarige] een zelfstandig verzoek indienen. Na ontvangst van de schriftelijke reactie van de bijzondere curator zal de rechtbank, als zij dat nodig acht, een mondelinge behandeling plannen. Daarvoor zullen verzoeker, de belanghebbenden en de bijzondere curator worden opgeroepen.

Beslissing

De rechtbank:

benoemt tot bijzondere curator over [minderjarige] :

- mevrouw drs. A. van Teijlingen, familiemediator te Sassenheim;

bepaalt dat de bijzondere curator uiterlijk 24 oktober 2019 een verslag zoals hiervoor bedoeld toestuurt aan de rechtbank, aan verzoeker en aan de belanghebbenden;

bepaalt dat verzoeker en de belanghebbenden, indien gewenst, binnen twee weken na ontvangst van het verslag van de bijzondere curator hierop schriftelijk kunnen reageren; deze reactie dient aan de rechtbank, aan de andere procespartijen en aan de bijzondere curator te worden toegezonden;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. M. Kramer, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. S.T. Viezee als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 juli 2019.