Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2019:1464

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
22-02-2019
Datum publicatie
22-02-2019
Zaaknummer
09/767028-17; 09/765001-19 (gevoegd ter terechtzitting van 8 februari 2019)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank spreekt de verdachte vrij van de hem ten laste gelegde mensenhandel. De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het bedrijfsmatig verhandelen van wapens en munitie (artikel 9 WWM). De rechtbank veroordeelt de verdachte derhalve tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van drie jaren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2019/196
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht

Meervoudige strafkamer

Parketnummers: 09/767028-17; 09/765001-19 (gevoegd ter terechtzitting van 8 februari 2019)

Datum uitspraak: 22 februari 2019

Tegenspraak

(Promisvonnis)

De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1988 te [geboorteplaats] ,

thans gedetineerd in de penitentiaire inrichting [P.I.] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden op de terechtzittingen van 12 oktober 2018, 16 november 2018 (beide zittingen pro forma in de zaak met parketnummer 09/767028-17) en 8 februari 2019 (inhoudelijke behandeling van beide zaken).

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. W. Bos en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsman mr. R.P. Snorn naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging van dagvaarding I (parketnummer 09/767028-17) ter terechtzitting van 8 februari 2019 - ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaardingen. De verdachte wordt – kort gezegd – verweten dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan mensenhandel in de zin van artikel 273f, eerste lid, sub 1, 4, 6 en 9 van het Wetboek van Strafrecht (Sr) ten aanzien van [slachtoffer] (dagvaarding I), alsmede het handelen in vuurwapens en/of munitie dan wel pogingen daartoe (dagvaarding II met parketnummer 09/765001-19).

De tekst van de tenlastelegging in beide zaken is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Geldigheid van de dagvaarding

3.1

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft ten aanzien van dagvaarding II betoogd dat onvoldoende duidelijk is op welke bepaling(en) de tenlastelegging precies doelt. De dagvaarding bevat een mengsel van diverse handelingen uit diverse wetsartikelen van de Wet wapens en munitie (WWM) en is dusdanig onduidelijk dat deze nietig moet worden verklaard, aldus de raadsman. Ter onderbouwing van zijn standpunt heeft de raadsman verwezen naar de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 5 november 2010 (ECLI:NL:RBSGR:2010:BU3965).

3.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het voor de verdediging voldoende duidelijk is wat de verdachte bij dagvaarding II wordt verweten. Het is weliswaar een juridisch complexe tenlastelegging; binnen de verschillende feiten zijn verschillende gedragingen ten laste gelegd, maar het geen ‘mengsel’ zoals is betoogd door de raadsman. Daarnaast zijn in de tenlastelegging verwijzingen naar de desbetreffende ambtshandelingen (en daarmee de vindplaatsen in het proces-verbaal) opgenomen en ook is duidelijk om welke concrete wapens het gaat.

3.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank stelt vast dat, hoewel het een juridisch complexe tenlastelegging betreft waarin verschillende delictsomschrijvingen cumulatief zijn gebruikt, de tenlastelegging voldoende feitelijk is omschreven en voldoet aan de eisen van artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering (Sv). In de tenlastelegging zijn de bedoelde wapens immers gespecificeerd en zijn vindplaatsen uit het dossier opgenomen, waardoor de vergelijking met de door de raadsman aangehaalde uitspraak niet op gaat. Daarbij komt dat ook uit de ondervraging ter terechtzitting is gebleken dat het voor de verdachte duidelijk was wat hem bij dagvaarding II wordt verweten. Voorts is uit het inhoudelijke verweer van de raadsman gebleken dat de feitelijke verwijten de verdediging glashelder zijn. De rechtbank verwerpt derhalve het verweer. De dagvaarding is geldig.

4 Vrijspraken en bewijsoverwegingen

4.1

Inleiding

Naar aanleiding van de verklaring die door [slachtoffer] (hierna ook: [slachtoffer] ) is afgelegd in het mensenhandel onderzoek genaamd “Koningspython” is bij de politie het vermoeden ontstaan dat zij slachtoffer van mensenhandel (seksuele uitbuiting) is geweest. Op 11 juli 2016 heeft [slachtoffer] aangifte gedaan van mensenhandel, gepleegd door de verdachte in de periode van november 2013 tot en met december 2014. Naar aanleiding van deze aangifte is het onderzoek genaamd “Boomleguaan” gestart.

Het onderzoek “Boomleguaan” heeft geleid tot de uiteindelijke verdenkingen tegen de verdachte van mensenhandel en wapenhandel.

4.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft, zoals verwoord in zijn schriftelijk requisitoir, gevorderd dat de rechtbank wettig en overtuigend bewezen zal verklaren dat de verdachte het hem bij dagvaarding I ten laste gelegde feit heeft begaan. Op zijn nadere standpunten zal – voor zover relevant – nader worden ingegaan.

Ten aanzien van dagvaarding II heeft hij gerekwireerd tot integrale vrijspraak van de onder 2, 3 en 6 ten laste gelegde feiten en tot bewezenverklaring van de onder 1 primair, 4 primair en 5 primair ten laste gelegde feiten, met dien verstande dat het telkens gaat om het verhandelen van een wapen en/of munitie en niet het voorhanden hebben, overdragen en/of ter beschikking stellen daarvan; voor die laatstgenoemde onderdelen dient eveneens vrijspraak te volgen.

4.3

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft ten aanzien van beide dagvaardingen integrale vrijspraak bepleit.

Daar waar dit aangewezen is, zal de rechtbank nader ingaan op hetgeen door de raadsman is aangevoerd.

4.4

De beoordeling van de tenlastelegging

4.4.1

Dagvaarding I

Wettelijk kader

Aan de verdachte is mensenhandel ten laste gelegd zoals omschreven in artikel 273f, eerste lid, sub 1, 4, 6 en 9 Sr. Wezenlijk bestanddeel van de diverse varianten van het delict mensenhandel is dat sprake is van uitbuiting en/of dat het oogmerk van de verdachte daarop is gericht. Van een uitbuitingssituatie in de prostitutie kan worden gesproken, wanneer de betrokkene in een situatie verkeert die niet gelijk is aan de omstandigheden waarin de “gemiddelde mondige prostituee in Nederland” pleegt te verkeren, derhalve de prostituee die zelf bepaalt voor wie, maar ook waar, wanneer, met wie en onder welke omstandigheden zij werkt.

Bij de beoordeling van de vraag of de ten laste gelegde mensenhandel kan worden bewezen, dient voorts te worden vastgesteld of sprake was van (een) handeling(en), te weten werven, vervoeren, overbrengen, huisvesten en/of opnemen, en van middelen, te weten dwang, geweld, bedreiging met geweld, een andere feitelijkheid, misleiding, misbruik uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of misbruik van de kwetsbare positie. Daarnaast moet het oogmerk van de verdachte op uitbuiting worden vastgesteld.

In deze zaak zal dus allereerst beoordeeld moeten worden of de verdachte voor de feitelijke handelingen, zoals deze aan hem zijn ten laste gelegd, gebruik heeft gemaakt van middelen in de zin van artikel 237f eerste lid, aanhef en onder 1, Sr. Daarbij is van belang dat, zodra het hanteren van een van deze middelen bewezen wordt verklaard, de (eventuele) instemming van aangeefster met de uitbuitingssituatie niet meer relevant is.

Verklaring van [slachtoffer]

heeft – verkort en zakelijk weergegeven – het volgende verklaard. Zij heeft de verdachte eind oktober 2013 via social media leren kennen. Zij was op dat moment al werkzaam in de prostitutie. In november 2013 heeft zij de verdachte voor het eerst in Leeuwarden bezocht. De verdachte stelde voor dat zij in Leeuwarden (als thuiswerker) in de prostitutie zou gaan werken. Kort hierna is [slachtoffer] bij de verdachte ingetrokken. Zij werkte vrijwel elke dag als prostituee, zowel in privéhuizen als bij de verdachte thuis. Tijdens haar (thuis)werk moest zij aan de verdachte doorgeven wanneer zij klanten ontving en wat haar verdiensten waren. Het geld dat zij met haar prostitutiewerkzaamheden verdiende, moest zij aan de verdachte afstaan. Ook is [slachtoffer] meermalen door de verdachte mishandeld en bedreigd. In december 2014 is [slachtoffer] , nadat zij had ontdekt zwanger te zijn, bij de verdachte weggegaan.

Verklaring van de verdachte

De verdachte heeft de hem ten laste gelegde mensenhandel ontkend. Hij stelt dat het klopt dat hij in die periode een relatie met [slachtoffer] heeft gehad en dat zij in de prostitutie werkte, maar dat hij haar daartoe op geen enkele manier heeft gedwongen en dat zij haar geld niet aan hem hoefde af te staan. Hij heeft wel eens WhatsApp-contact met haar gehad over klanten die kwamen, maar dat was omdat deze klanten bij hem thuis kwamen en hij dan weg moest zijn, aldus de verdachte.

Oordeel van de rechtbank

Gelet op de ontkenning van de verdachte ziet de rechtbank zich voor de vraag gesteld of de verklaring van [slachtoffer] , zoals de officier van justitie heeft gesteld, in voldoende mate wordt ondersteund door andere bewijsmiddelen.

Op basis van het dossier kan naar het oordeel van de rechtbank worden vastgesteld dat [slachtoffer] zich tijdens de ten laste gelegde periode in verschillende privéhuizen ( [naam] ) en in de woning van de verdachte heeft geprostitueerd. Ook staat voldoende vast dat zij in die periode door de verdachte is geslagen. Bovendien kan uit de beschikbare WhatsApp-berichten – die overigens alleen zien op de eerste paar weken dat [slachtoffer] en de verdachte een relatie hadden – worden afgeleid dat de verdachte enige bemoeienis heeft gehad met de prostitutiewerkzaamheden van [slachtoffer] . Echter, voor de conclusie dat [slachtoffer] voor de verdachte in de prostitutie werkzaam was, bevat het dossier naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende (steun)bewijs. Behalve uit de aangifte blijkt namelijk onvoldoende dat [slachtoffer] in de ten laste gelegde periode (een groot deel van) het door haar in de prostitutie verdiende geld aan de verdachte heeft afgestaan, dat hij haar daartoe op enigerlei wijze heeft gedwongen of bewogen of dat hij opzettelijk voordeel heeft getrokken uit onvrijwillige prostitutie van [slachtoffer] . Hoewel, zoals overwogen, uit het dossier voorts in voldoende mate blijkt dat de verdachte aangeefster heeft mishandeld, ziet de rechtbank onvoldoende steun voor de stelling dat deze mishandeling is gepleegd om [slachtoffer] te dwingen of te bewegen tot het verrichten van arbeid of diensten van seksuele aard, of daar op enige wijze voordeel uit te trekken. Het causaal verband tussen de mishandeling(en) en deze arbeid of diensten kan, behalve uit de aangifte, niet uit het dossier worden afgeleid. Hetzelfde geldt, naar het oordeel van de rechtbank, voor het bestaan van andere dwangmiddelen en/of hun relatie met de prostitutie van [slachtoffer] .

Aangezien deze essentiële onderdelen van de tenlastelegging geen of onvoldoende steun vinden in andere bewijsmiddelen, is de rechtbank van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat de verdachte de hem bij dagvaarding I ten laste gelegde mensenhandel -in alle ten laste gelegde varianten- heeft begaan. De verdachte zal hiervan dan ook worden vrijgesproken.

4.4.2

Dagvaarding II

4.4.2.1 Vrijspraak feit 3

Met de officier van justitie en de raadsman is de rechtbank van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat de verdachte het onder 3 (primair en subsidiair) ten laste gelegde heeft begaan, zodat hij daarvan dient te worden vrijgesproken. Onder 3 is immers een wapen van categorie III ten laste gelegd, terwijl het hier blijkens het dossier gaat om een wapen van categorie II.

4.4.2.2 Beoordeling van de feiten 1, 2, 4, 5 en 61

Inleiding

Tijdens onderzoek aan de telefoons van de verdachte, te weten een Samsung Galaxy S5 SM-G900F en Samsung Galaxy Note2, zijn vele foto’s aangetroffen waarop wapens, althans op vuurwapens gelijkende voorwerpen, en munitie staan afgebeeld. Ook zijn WhatsApp-gesprekken aangetroffen waarin (in verhullende taal) wordt gesproken over verschillende soorten vuurwapens en hun prijzen. De afbeeldingen en de WhatsApp-berichten zijn door de politie onderzocht.3 Hieruit kan het volgende worden afgeleid.4

Ten aanzien van feit 1

Op 20 mei 2016, omstreeks 13:22 uur, ontvangt de verdachte via WhatsApp een viertal foto’s van ene “Mr T Suwhoop General” met de berichten: “Taurus .357 mag 6 shot kan ook .38 special in" en "Maar 4 x meet test shot verder helemaal nieuw". De verdachte geeft daarop aan dat hij gaat kijken. Vervolgens stuurt de verdachte de vier foto’s iets meer dan een uur later om 14:31 uur door naar “Fruz” met de vraag of hij nog wat nodig heeft. De verdachte zegt dat ze “22 vragen” en vraagt of dat kan. Fruz geeft aan dat dat duur is. Later die dag geeft de verdachte aan Fruz door dat “dat ding” in de buurt van Rotterdam is.5

Op 12 april 2017 ontvangt de verdachte van “T Suwhoop Da Boss 18 Ganggang” twee foto’s met het bericht: “Taurus 357 mag €1600”. In reactie daarop geeft de verdachte aan dat hij gaat “checken”.6

Uit het proces-verbaal van de politie blijkt dat met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid kan worden gesteld dat op voornoemde foto’s twee revolvers van het Braziliaanse merk Taurus, model 66, staan afgebeeld.7

Ten aanzien van feit 2

Op 8 maart 2017 ontvangt de verdachte van “T Suwhoop Da Boss 18 Ganggang” (hierna: T) een foto met daarbij het bericht dat allen “32 zijn, behalve die bruine, die is 7.62.” De verdachte vraagt naar de prijs. Daarop zegt T: “Boven is 1550. Allebij nieuw. Onder is 700. Ook nieuw.” De verdachte zegt dat hij gaat kijken en vraagt of T “die linksboven” wil vasthouden, omdat hij aan het sparen is.8

Op 24 maart 2017 ontvangt de verdachte van T een bericht waarin T zegt: “7.62cal en €1350”. Vervolgens stuurt T een viertal foto’s naar de verdachte. De verdachte vraagt vervolgens of alleen deze over is en of de anderen al “challa” zijn. De verdachte gaat “checken”, zegt hij. Vervolgens zegt de verdachte: “Ik ben zelf aan kijken om iets te droppe. Heb snel weer pipe nodig man.”9

Uit het proces-verbaal van de politie blijkt dat met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid kan worden gesteld dat op voornoemde foto’s telkens een pistool van het Russische merk Tokarev, model TT33, staat afgebeeld met bijbehorende munitie.10

Ten aanzien van feit 4

Op 16 februari 2015, omstreeks 18:09 uur, ontvangt de verdachte van “Rasta Heechterp” een foto. Rasta Heechterp geeft daarbij aan dat “deze” ook te koop is. De verdachte vraagt hoeveel de “uz” kost. Daarop reageert Rasta Heechterp met de berichten: “de Glock wel 30”, “vragen ze ervoor” en “2500”.11

Op 1 februari 2017, omstreeks 14:47 uur, ontvangt de verdachte van Ceo Da Boss Suwhoop (hierna: Ceo) twee foto’s met het bericht: “G is gl26”. De verdachte geeft daarop aan dat iemand zegt dat “26 wel kan”. Ook zegt de verdachte dat een Glock hoofdpijn is in Rotterdam. Vervolgens stuurt de verdachte de foto’s door naar Damien 2017 (hierna: Damien). Damien vraagt naar de prijs. De verdachte antwoordt: “denk 25”. Daarop zegt Damien dat hij gelijk komt kopen.12 Op de Cd-rom die zich in het dossier bevindt waarop onder meer de gesprekken tussen de verdachte en Damien (WhatsApp-gesprek 18) nader zijn uitgewerkt is te lezen dat Damian vervolgens zegt dat hij die “26” sowieso echt wil hebben ook al is die “2900”. De verdachte geeft dan aan dat Damien hem morgen kan ophalen voor 2900 en dat Damien misschien “face to face” nog kan onderhandelen over de prijs.13

Uit het proces-verbaal van de politie blijkt dat met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid kan worden gesteld dat op voornoemde foto’s telkens een semi automatisch pistool van het Oostenrijkse merk Glock, model 26, staat afgebeeld.14

Ten aanzien van feit 5

Op 5 augustus 2017, omstreeks 19:23 uur, vraagt de verdachte via WhatsApp aan “OG Patje” of hij nog wapens kan regelen. Daarop stuurt OG Patje een foto van een wapen en bespreken zij hoeveel dat wapen waard is. Even later heeft de verdachte via WhatsApp een gesprek met “Topcat Roffa”. Topcat Roffa geeft aan dat hij op zoek is naar “Tools”. Ook heeft hij serieuze klanten die op zoek zijn. Vervolgens hebben ze het over “G...locks”, die tussen de 25 en 32 kosten. De verdachte vindt dat duur. Hij kan wel “roulette Torries” regelen voor € 1000 of € 900. Even later stuurt de verdachte de foto, die hij eerder van OG Patje heeft ontvangen, door naar Topcat Roffa met de getallen 765 en 1350.

De verdachte heeft op 14 augustus 2017, omstreeks 22:45 uur, opnieuw via WhatsApp, contact met OG Patje. De verdachte vraagt OG Patje wederom of hij nog wapens heeft. OG Patje stuurt de verdachte vervolgens een foto van wapens en zij bespreken hoeveel de wapens waard zijn.15

Uit het proces-verbaal van de politie blijkt dat met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid kan worden gesteld dat op voornoemde foto’s telkens een pistool van het Joegoslavische merk Crvena Zastava, model 70, staat afgebeeld.16

Ten aanzien van feit 6

“Mr T Blood Suwhoo Capo” (hierna: Mr T) stuurt de verdachte op 24 mei 2015, omstreeks 11:01 uur, via WhatsApp een aantal foto’s waarop wapens en kogelwerende vesten staan afgebeeld. Mr T geeft vervolgens aan hoeveel de afgebeelde goederen kosten. In reactie daarop laat de verdachte weten dat hij gaat “checken”. Vervolgens zegt Mr T: "Kaki maby ook voor je zelf kill die 32 kan ik krijgen voo 7 g". De verdachte reageert daar positief op. Mr T biedt aan om de verdachte te helpen met betalen.17

Op 11 april 2016, omstreeks 12:12 uur, ontvangt de verdachte via WhatsApp een foto van “Gilly Goon” met daarbij de berichten: “32” en “11 bar”. De verdachte geeft daarop aan dat hij komt checken als hij genoeg heeft. Gilly Goon vraagt de verdachte of de prijs “boeng” (de rechtbank begrijpt: goed) is. De verdachte antwoordt dat hij voor een 32 nooit hoger zou gaan dan een doezoe (de rechtbank begrijpt: duizend). Vervolgens merkt de verdachte op dat een Walther een duur merk is en dat de prijs dan oké is, maar voor “die yugo merk shit niet”.18

Uit het proces-verbaal van de politie blijkt dat met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid kan worden gesteld dat op voornoemde foto’s telkens een semi automatisch pistool van het Joegoslavische merk Zastava, model 70, staat afgebeeld.19

Ten aanzien van de feiten 1, 2, 4, 5 en 6

Prijzen wapens

Uit een proces-verbaal van bevindingen volgt dat de in de WhatsApp-gesprekken genoemde prijzen in combinatie met de afgebeelde vuurwapens volgens de politie reële prijzen zijn voor scherp schietende vuurwapens. De prijzen zijn gerelateerd aan het (criminele) circuit waarin de wapens worden verhandeld.20

Verklaring van de verdachte

De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij via WhatsApp over wapens heeft gesproken en plaatjes van wapens heeft ontvangen en doorgestuurd.21 De verdachte ontkent echter te hebben gehandeld in wapens; het waren slechts “stoere praatjes”.

4.4.2.3 Overwegingen van de rechtbank

Gaat het om echte wapens?

Met betrekking tot de vraag of op voornoemde foto’s daadwerkelijk echte vuurwapens staan afgebeeld, overweegt de rechtbank als volgt. De wapenexpert van de Forensische Opsporing stelt dat met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid kan worden gesteld dat het steeds om echte wapens gaat. Ook de prijzen die in de WhatsApp-gesprekken worden genoemd passen bij scherp schietende wapens. Voorts kan – naar het oordeel van de rechtbank – uit de aard en inhoud van de WhatsApp-gesprekken worden afgeleid dat het om echte wapens gaat. Er wordt immers gesproken over testschoten en “hoofdpijn in Rotterdam”. Ook is er een foto van munitie bij één van de wapens te zien waarbij het volgens de expert ook bijna zeker moet gaan om echte kogels. Voorts blijkt uit geen van de talloze gesprekken ook maar een aanwijzing dat het slechts om nep/namaak vuurwapens zou gaan. De rechtbank is dan ook van oordeel dat gelet op al deze feiten en omstandigheden het niet anders kan zijn dan dat de wapens die op voornoemde foto’s staan afgebeeld, de echte scherp schietende vuurwapens betreffen zoals ten laste gelegd.

Is sprake van ‘bedrijfsmatig verhandelen’ als bedoeld in artikel 9 Wet wapens en munitie (WWM)?

De rechtbank dient vervolgens de vraag te beantwoorden of de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het bedrijfsmatig verhandelen van vuurwapens en/of munitie, zoals bedoeld in artikel 9 WWM. Hoewel de term verhandelen niet is gedefinieerd in de wettekst van de WWM of de daarbij behorende Memorie van Toelichting, gaat de rechtbank - anders dan de verdediging - uit van een ruime interpretatie, die meer omvat dan de in- en verkoop van wapens en/of munitie of overdracht daarvan. De rechtbank overweegt daartoe dat overeenkomstig de Richtlijn (EU) 2017/85322 onder verhandelen niet alleen de activiteiten van een wapenhandelaar, maar ook de activiteiten van een wapenmakelaar vallen. Als wapenmakelaar kan worden beschouwd iedere natuurlijke of rechtspersoon wiens handel geheel of gedeeltelijk bestaat uit het onderhandelen over of regelen van transacties voor de aankoop, verkoop of levering van vuurwapens, essentiële onderdelen daarvan of munitie.23

Uit voornoemde bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, kan worden afgeleid dat de verdachte actief kopers en verkopers van wapens en munitie heeft samengebracht. Uit de WhatsApp-gesprekken is voorts een patroon af te leiden, waarbij de verdachte op de hoogte wordt gebracht van het aanbod van bepaalde wapens en munitie, de verdachte vervolgens aangeeft dat hij gaat kijken/checken en in een aantal gevallen ook daadwerkelijk contact legt met een (mogelijk) geïnteresseerde koper. Naar het oordeel van de rechtbank zijn deze handelingen van de verdachte aan te merken als wapenmakelarij. Daarbij is van ondergeschikt belang of tussen kopers en verkopers daadwerkelijk een koop is gesloten, dan wel of de wapens uiteindelijk van eigenaar zijn gewisseld. Immers, ook als een transactie uiteindelijk niet is doorgegaan, laat dat onverlet dat de verdachte de onderhandelingen over die transactie heeft gevoerd en in die zin dus als wapenmakelaar heeft opgetreden en aldus bedrijfsmatig heeft verhandeld in de zin van artikel 9 WWM. Dit maakt dat de rechtbank van oordeel is dat de verdachte als wapenmakelaar de in de tenlastelegging genoemde wapens en munitie heeft verhandeld, zonder dat daarbij van belang is of hij daadwerkelijk zelf de wapens en munitie voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen. Dit maakt ook direct dat de verdachte moet worden vrijgesproken van de steeds cumulatief ten laste gelegde overtredingen van de artikelen 26 (voorhanden hebben) en 31 (overdragen) van de WWM.

Uit het dossier volgt dat de verdachte deze wapens en munitie heeft verhandeld zonder dat hij daarvoor een erkenning (wapenvergunning) had. Hoewel het delictsbestanddeel zonder erkenning niet in de tenlastelegging is opgenomen, zal de rechtbank dit als een kennelijke verschrijving beschouwen en de tenlastelegging in die zin verbeterd lezen. De kern van het verwijt ligt immers in het verbod te handelen in wapens en munitie en daar is in onderhavige zaak sprake van.

Tussenconclusie

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de verdachte gedurende de periode van februari 2015 tot en met augustus 2017 in strijd met artikel 9 WWM vuurwapens heeft verhandeld ten aanzien van de in de feiten 1, 4, 5 en 6 genoemde wapens en een vuurwapen en bijpassende munitie ten aanzien van het/de in feit 2 genoemde wapen en munitie.

Is sprake van medeplegen?

De rechtbank zal de verdachte vrijspreken van het ten laste gelegde medeplegen. De rechtbank overweegt daartoe dat de verdachte – blijkens het dossier – steeds zelfstandig heeft gehandeld als wapenmakelaar. Hoewel de verdachte in die hoedanigheid koper en verkoper heeft samengebracht, kan niet bewezen worden verklaard dat sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen hem en de (ver)kopende partij bij het verhandelen.

Heeft de verdachte van het verhandelen van wapens zijn beroep/gewoonte gemaakt?

Het handelen van de verdachte, waaronder de vijf bewezen verklaarde feiten, en zijn vuurwapenhandel gerelateerde uitlatingen in voornoemde WhatsApp-gesprekken, wijzen op het vaste voornemen om illegaal wapens en/of munitie te verhandelen. Hij heeft over een lange periode met een zekere regelmaat geprobeerd om kopers en verkopers van verschillende wapens bij elkaar te brengen. Geïnteresseerden wisten hem te vinden en andersom. Dit wijst op een zekere mate van expertise bij de verdachte, mede gelet op het aantal verschillende merken wapens waar hij in handelde. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de verdachte van het handelen in wapens en munitie een gewoonte heeft gemaakt.

Conclusie van de rechtbank

Gelet op al het hiervoor overwogene is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat de verdachte de feiten 1, 2, 4, 5 en 6 primair (bedrijfsmatig handelen) heeft begaan en dat de verdachte daar een gewoonte van heeft gemaakt.

4.5

De bewezenverklaring

De rechtbank verklaart bewezen dat:

Dagvaarding II met parketnummer 09/765001-19

1. primair

hij in de periode van 20 mei 2016 tot en met 12 april 2017 te Leeuwarden en/of elders in Nederland, zonder erkenning wapens, in de zin van artikel 1 onder 3, gelet op artikel 2 lid 1, categorie III van de Wet wapens en Munitie, te weten twee revolvers (merk Taurus model 66) heeft verhandeld, terwijl hij, verdachte daar een gewoonte van heeft gemaakt.

2. primair

hij in de periode 8 maart 2017 tot en met 24 maart 2017 te Leeuwarden en/of elders in Nederland, zonder erkenning een wapen in de zin van artikel 1 onder 3, gelet op artikel 2

te weten een pistool (merk Tokarev, model TT 33) en een hoeveelheid bijpassende munitie,

heeft verhandeld, terwijl hij, verdachte daar een gewoonte van heeft gemaakt;

4. primair

hij in de periode van 16 februari 2015 tot en met 9 februari 2017 te Leeuwarden en/of Rotterdam en/of elders in Nederland, zonder erkenning een wapen in de zin van artikel 2 lid 1 categorie III onder 1 van de Wet wapens en Munitie, te weten een pistool (merk Glock, model 26,) heeft verhandeld, terwijl hij, verdachte daar een gewoonte van heeft gemaakt;

5. primair

hij in de periode van 5 augustus 2017 tot en met 14 augustus 2017 te Leeuwarden en/of elders in Nederland, zonder erkenning een wapen in de zin van artikel 1 onder 3, gelet op artikel 2 lid 1, categorie III van de Wet wapens en Munitie, te weten: een pistool (merk Crvena Zastava, model 70, heeft verhandeld, terwijl hij, verdachte daar een gewoonte van heeft gemaakt;

6. primair

hij in de periode van 24 mei 2015 tot en met 11 april 2016 te Leeuwarden en/of elders in Nederland, zonder erkenning een wapen, in de zin van artikel 1 onder 3, gelet op artikel 2 lid 1, categorie III van de Wet wapens en Munitie, te weten: een pistool (merk Zastava, model M70) heeft verhandeld, terwijl hij, verdachte daar een gewoonte van heeft gemaakt.

Voor zover in de tenlastelegging type- en taalfouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5 De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is eveneens strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6 De strafoplegging

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte voor de door hem bewezen geachte feiten wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren, met aftrek van de tijd reeds in voorarrest doorgebracht.

Daarnaast heeft hij gevorderd aan de verdachte een vrijheidsbeperkende maatregel ex artikel 38v, tweede lid, sub b, Sr op te leggen in de vorm van een contactverbod met aangeefster [slachtoffer] voor de duur van vijf jaren en daarbij te bepalen dat bij overtreding van deze maatregel telkens twee weken vervangende hechtenis zal worden toegepast, met dien verstande dat de totale duur van de tenuitvoergelegde vervangende hechtenis maximaal zes maanden is, en deze maatregel dadelijk uitvoerbaar te verklaren.

6.2

Het standpunt van de verdediging

Met betrekking tot de strafmaat heeft de raadsman slechts opgemerkt dat de verdediging zich kan vinden in hetgeen door de reclassering is geadviseerd.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. De rechtbank heeft hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich gedurende een periode van ruim twee jaar schuldig gemaakt aan wapenhandel, zodanig dat de verdachte van dit verhandelen een gewoonte heeft gemaakt. De verdachte heeft als wapenmakelaar een bijdrage geleverd aan het veelvuldig en ongecontroleerd verspreiden van diverse vuurwapens binnen het criminele circuit. Hoewel bewezen is verklaard dat de verdachte vijf wapens heeft verhandeld, kan uit het dossier worden afgeleid dat het in werkelijkheid om een veel grotere hoeveelheid wapens gaat. Het ongecontroleerde bezit van wapens in zijn algemeenheid brengt een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen met zich en leidt tot onveiligheid in de maatschappij. De illegale handel in vuurwapens dient dan ook streng te worden bestraft.

De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van de verdachte van 10 januari 2019, waaruit blijkt dat de verdachte in het verleden eerder is veroordeeld voor strafbare feiten. In 2016 en 2017 is de verdachte nog veroordeeld wegens (onder meer) mensenhandel en mishandeling, zodat artikel 63 Sr van toepassing is. Tevens constateert de rechtbank dat de verdachte ten tijde van het bewezen verklaarde in twee proeftijden liep. De rechtbank zal bij het bepalen van de straf met deze omstandigheden rekening houden.

Naar het oordeel van de rechtbank kan, gelet op de ernst van de bewezen verklaarde feiten en het totale gebrek aan inzicht bij de verdachte, slechts worden volstaan met een forse gevangenisstraf. Bij het bepalen van de hoogte van de gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op de straffen die in vergelijkbare zaken zijn opgelegd. Alles afwegende en mede omdat de rechtbank in tegenstelling tot de officier van justitie niet komt tot een bewezenverklaring van de ten laste gelegde mensenhandel, komt de rechtbank tot een gevangenisstraf van kortere duur dan door de officier van justitie is geëist. Gelet op de vrijspraak van de mensenhandel is er ook geen aanleiding een contactverbod op te leggen.

Gelet op het hiervoor overwogene acht de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van drie jaren passend en geboden.

De rechtbank ziet geen aanleiding om een deel van deze straf voorwaardelijk aan de verdachte op te leggen. Het reclasseringsrapport van 24 december 2018 geeft daarvoor weinig bruikbare handvatten en de rechtbank ziet in de stellig ontkennende houding van de verdachte geen reden om hulpverlening te bieden voor problemen die mede samenhangen met strafbaar gedrag dat volgens de verdachte niet voorkomt.

7 De vordering van de benadeelde partij

Omdat de verdachte zal worden vrijgesproken van het feit waarop de vordering betrekking heeft, zal de rechtbank de benadeelde partij [slachtoffer] niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering tot schadevergoeding en wordt zij veroordeeld in de kosten die de verdachte tot aan deze uitspraak in verband met zijn verdediging tegen die vordering heeft moeten maken, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil.

8 De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen:

- 57 en 63 van het Wetboek van Strafrecht;

- 9 en 55 van de Wet wapens en munitie.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het bij dagvaarding I met parketnummer 09/767028-17 ten laste gelegde feit en het bij dagvaarding II met parketnummer 09/765001-19 onder 3 ten laste gelegde feit en de onder 1, 2, 4, 5 en 6 cumulatief ten laste gelegde overtredingen van de artikelen 26 en 31 van de WWM heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de bij dagvaarding II met parketnummer 09/765001-19 onder 1 primair, 2 primair, 4 primair, 5 primair en 6 primair ten laste gelegde feiten heeft begaan, zoals hierboven onder 4.5 bewezen is verklaard en dat het bewezen verklaarde uitmaakt:

ten aanzien van feit 1 primair:

handelen in strijd met artikel 9, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en van het in strijd met de wet verhandelen van wapens een gewoonte maken, meermalen gepleegd;

ten aanzien van feit 2 primair:

handelen in strijd met artikel 9, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en van het in strijd met de wet verhandelen van wapens of munitie een gewoonte maken;

ten aanzien van feit 4 primair:

handelen in strijd met artikel 9, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en van het in strijd met de wet verhandelen van wapens een gewoonte maken;

ten aanzien van feit 5 primair:

handelen in strijd met artikel 9, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en van het in strijd met de wet verhandelen van wapens een gewoonte maken;

ten aanzien van feit 6 primair:

handelen in strijd met artikel 9, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en van het in strijd met de wet verhandelen van wapens een gewoonte maken;

verklaart het bewezen verklaarde en de verdachte daarvoor strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 3 (DRIE) JAREN;

bepaalt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de eventuele tenuitvoerlegging van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

bepaalt dat de benadeelde partij niet ontvankelijk is in haar vordering tot schadevergoeding;

veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen die vordering gemaakt, tot op heden begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door

mr. D.A.C. Koster, voorzitter,

mr. R.E. Perquin, rechter,

mr. P.G. Salvadori, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. J.L.D. Timmermans, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 22 februari 2019.

Bijlage I

Dagvaarding I met parketnummer 09/767028-17

hij in of omstreeks de periode van 23 november 2013 tot en met december 2014 te Leeuwarden en/of Groningen en/of Amsterdam en/of Almere en/of Rotterdam

en/of Den Haag en/of elders in Nederland,

A) een ander of anderen, te weten [slachtoffer] , (telkens) door dwang,

geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) of door dreiging met geweld of

(een) andere feitlijkhe(i)d(en), door afpersing, fraude, misleiding dan wel

door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht of

door misbruik van een kwetsbare positie

- heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest of opgenomen, met het

oogmerk van seksuele uitbuiting van die [slachtoffer] (sub 1°) en/of

- heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het

verrichten van arbeid of diensten van seksuele aard dan wel onder die

omstandighe(i)d(en) enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan verdachte

en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden

dat die [slachtoffer] zich daardoor beschikbaar zou(den) stellen tot het

verrichten van arbeid of diensten van seksuele aard (sub 4°) en/of

- heeft gedwongen dan wel bewogen verdachte te bevoordelen uit de opbrengst

van haar, [slachtoffer] , seksuele handelingen met en/of voor een derde (sub 9°) en/of

B)(telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de seksuele uitbuiting

van die/een ander of anderen, te weten naam [slachtoffer] , (sub 6°),

immers heeft verdachte (telkens)

- die [slachtoffer] bewogen tot het voor hem, verdachte, te werken in de

(thuis)prostitutie, en/of (daartoe) één of meerdere werkplekken voor die

[slachtoffer] verzorgd, door (onder meer) zijn, verdachtes, woning (te Friesland)

beschikbaar te stellen voor de prostitutiewerkzaamheden van die [slachtoffer] en/of

haar te werk te stellen, althans te laten werken, in meerdere, althans een,

club(s) en/of privéhuizen, te weten (onder meer) (maar niet beperkt tot): [naam]

(te Amsterdam) en/of [naam] (te Almere) en/of [naam] (te Rotterdam)

en/of de [naam] (te Den Haag) en/of [naam] (te Den Haag) en/of [naam]

(te Den Haag), en/of de [naam] (te Den Haag), en/of

- die [slachtoffer] bewogen een raam te huren (te Groningen), en/of

- die [slachtoffer] bewogen tot zich 24 uur per dag beschikbaar stellen op een of

meerdere seksites, te weten (onder meer) [naam] , en/of

- die [slachtoffer] bewogen tot het maken van de afspraak dat hij, verdachte, een

(groot) percentage (te weten: 50%) van haar in de prostitutie verdiende geld

zou krijgen en/of

- ( vervolgens) die [slachtoffer] gedwongen, althans bewogen, haar met de prostitutie

verdiende geld (volledig) af te staan en/of

- die [slachtoffer] gedwongen, althans bewogen, om 7 dagen, althans veel dagen, in de

week in de prostitutie te werken en/of

- die [slachtoffer] gecontroleerd, (onder meer) over het aantal klanten dat zij had,

door die [slachtoffer] te laten appen als er een klant was en/of als er een klant

vertrok en/of hoe lang de klant was gebleven en/of na een klant langs te komen om het verdiende geld op te halen,

en/of

- voor die [slachtoffer] bepaald of bepaalde klanten mochten komen en/of hoe lang die klanten mochten komen en/of hoeveel die klanten moesten betalen en/of

- de telefoon van die [slachtoffer] gecontroleerd en/of de gesprekken in die

telefoon doorgelezen, en/of

- die [slachtoffer] gedreigd wanneer zij niet genoeg verdiende, doordat hij,

verdachte, (zeer) boos werd wanneer die [slachtoffer] dier werktelefoon niet opnam

en/of haar advertentie(s) offline zette, en/of

- die [slachtoffer] gedwongen om te werken terwijl zij ziek was, en/of

- die [slachtoffer] (meermalen) mishandeld, door die [slachtoffer] te slaan/stompen in haar

gezicht en/of aan haar haren te trekken en/of tegen de muur te duwen en/of te

schoppen en/of

- die [slachtoffer] (meermalen) met de dood bedreigd en/of gedreigd die [slachtoffer] neer

te schieten, en/of dat hij, verdachte, de ouders en het broertje van die [slachtoffer] dood zal maken en/of dit/deze dreigement(en) kracht bij gezet door die [slachtoffer]

met een vuurwapen te bedreigen en/of te intimideren;

Dagvaarding II met parketnummer 09/765001-19

1.

hij, (op één of meer tijdstippen) in of omstreeks de periode van 20 mei 2016

tot en met 12 april 2017 te Leeuwarden en/of elders in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, één of

meerdere wapen(s),

in de zin van artikel 1 onder 3, gelet op artikel 2 lid 1, categorie III van

de Wet wapens en Munitie,

te weten tweemaal, althans eenmaal,

(een) revolver(s) (merk Taurus model 66) (vindplaats: AH/132, pg 13, 15

AH/133, pagina 46, 59)

voorhanden heeft/hebben gehad, heeft/hebben overgedragen, heeft/hebben

verhandeld, en/of (anderszins) ter beschikking heeft/hebben gesteld al dan

niet in de uitvoering van een bedrijf en/of,

terwijl hij, verdachte en/of die ander(en) daar een gewoonte en/of beroep van

heeft/hebben gemaakt

Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een

veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij, (op één of meer tijdstippen) in of omstreeks de periode van 20 mei 2016

tot en met 12 april 2017

te Leeuwarden en/of elders in Nederland,

ter uitvoering van het voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met

een of meer anderen,

althans alleen, één of meerdere wapen(s), in de zin van artikel 1 onder 3,

gelet op artikel 2 lid 1, categorie III van de Wet wapens en Munitie,

te weten tweemaal, althans eenmaal, (een) revolver(s) (merk Taurus model 66)

(vindplaats: AH/132, pg 13, 15 AH/133, pagina 46, 59)

voorhanden te hebben, over te dragen, te verhandelen, en/of (anderszins) ter

beschikking te stellen al dan niet in de uitvoering van een bedrijf en/of,

terwijl hij, verdachte en/of die ander(en) daar een gewoonte en/of beroep van

heeft/hebben gemaakt,

immers heeft hij, verdachte,

- een of meerdere (whats-app) bericht(en) ontvangen van een persoon, te weten

mr T Suwhoop General, met daarin een of meer foto's van wapens (voornoemd)

en/of specificaties van die wapen(s) voornoemd en/of op welk bericht hij,

verdachte, die T Suwhoop General te kennen gegeven dat 'hij gaat kijken', en/of

- één of meerdere van deze (voornoemde) ontvangen foto's door gestuurd aan

Fruz en/of die wapens aldus aangeboden en/of aan die Fruz gevraagd of hij nog

mensen kent en/of een prijs doorgegeven en/of onderhandeld over de prijs en/of

aangegeven waar dit/die wapen(s) kunnen worden opgehaald,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij, (op één of meer tijdstippen) in of omstreeks de periode 8 maart 2017 tot

en met 24 maart 2017

te Leeuwarden en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een of

meer anderen,

althans alleen, een wapen in de zin van artikel 1 onder 3, gelet op artikel 2

te weten een pistool (merk Tokarev, model TT 33) (vindplaats: AH/132, pg 8

en/of AH/133, pagina 55, 56) en/of een hoeveelheid bijpassende munitie,

voorhanden heeft/hebben gehad, heeft/hebben overgedragen, heeft/hebben

verhandeld, en/of (anderszins) ter beschikking heeft/hebben gesteld al dan

niet in de uitvoering van een bedrijf en/of, terwijl hij, verdachte en/of die

ander(en) daar een gewoonte en/of beroep van heeft/hebben gemaakt

Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een

veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij, (op één of meer tijdstippen) in of omstreeks de periode 8 maart 2017 tot

en met 24 maart 2017

te Leeuwarden en/of elders in Nederland,

ter uitvoering van het voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met

een of meer anderen,

althans alleen, een wapen in de zin van artikel 1 onder 3, gelet op artikel 2

lid 1, categorie III van de Wet wapens en Munitie, te weten een pistool (merk

Tokarev, model TT 33) (vindplaats: AH/132, pg 8 en/of AH/133, pagina 55, 56)

en/of een hoeveelheid bijpassende munitie,

voorhanden te hebben, over te dragen, te verhandelen, en/of (anderszins) ter

beschikking te stellen al dan niet in de uitvoering van een bedrijf en/of,

terwijl hij, verdachte en/of die ander(en) daar een gewoonte en/of beroep van

heeft/hebben gemaakt,

immers heeft hij, verdachte,

- een of meer whats-app bericht ontvangen van een persoon, te weten mr T

Suwhoop da Boss 18 Ganggang, met daarin een of meer foto('s) van wapens

(voornoemd) en/of specificaties van die wapen(s) voornoemd en/of op welk

bericht hij, verdachte, die T Suwhoop da Boss 18 Ganggang vraagt naar de prijs

en/of aangeeft dat "hij gaat kijken" en/of dat hij die T Suwhoop da Boss 18

Ganggang vraagt het wapen linksboven vast te houden, omdat hij, verdachte aan

het sparen is en/of aangeeft dat hij, verdachte, het wapen binnen een maand

wil halen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3.

hij, (op één of meer tijdstippen) in of omstreeks de periode van 16 februari

2015 tot en met 23 juli 2016 te Leeuwarden en/of elders in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een wapen

in de zin van artikel 1 onder 3, gelet op artikel 2 lid 1, categorie III van

de Wet wapens en Munitie,

te weten een pistool (merk Zustava, type M70 AB22,) (vindplaats: AH/132, pg

185 en/of AH/133, pagina 44 en 48)

voorhanden heeft/hebben gehad, heeft/hebben overgedragen, heeft/hebben

verhandeld, en/of (anderszins) ter beschikking heeft/hebben gesteld al dan

niet in de uitvoering van een bedrijf en/of,

terwijl hij, verdachte en/of die ander(en) daar een gewoonte en/of beroep van

heeft/hebben gemaak;

Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een

veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij, (op één of meer tijdstippen) in of omstreeks de periode van 16 februari

2015 tot en met 23 juli 2016 te Leeuwarden en/of elders in Nederland,

ter uitvoering van het voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met

een of meer anderen, althans alleen, een wapen in de zin van artikel 1 onder

3, gelet op artikel 2 lid 1, categorie III van de Wet wapens en Munitie,

te weten een pistool (merk Zustava, type M70 AB22,) (vindplaats: AH/132, pg

185 en/of AH/133, pagina 44 en 48)

voorhanden te hebben, over te dragen, te verhandelen, en/of (anderszins) ter

beschikking te stellen al dan niet in de uitvoering van een bedrijf en/of,

terwijl hij, verdachte en/of die ander(en) daar een gewoonte en/of beroep van

heeft/hebben gemaakt,

immers heeft hij, verdachte,

- een of meer whats-app bericht(en) ontvangen van een persoon, te weten mr T

Suwhoop General, met daarin een of meer foto('s) van wapens (voornoemd) en/of

specificaties van die wapen(s) voornoemd en/of de opmerking dat ze hard

gaan, en/of de opmerking dat hij, die mr T, een AK en shottie te koop heeft

en/of met daarbij prijzen genoemd en/of de opmerking dat er genoeg slugs

(munitie) bij zit, en/of

- op welk(e) bericht(en) hij, verdachte, die T, aangeeft dat "hij gaat

kijken" en/of vraagt hoeveel voor de AK en/of vraagt wat voor AK het betreft,

waarop die mr T aangeeft dat het om een M70 Zustava kalasnicov betreft,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

4.

hij, (op één of meer tijdstippen) in of omstreeks de periode van 16 februari

2015 tot en met 9 februari 2017 te Leeuwarden en/of Rotterdam en/of elders in

Nederland en/of Curacao,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een wapen

in de zin van artikel artikel 2 lid 1 categorie III onder 1 van de Wet wapens

en Munitie, te weten een pistool (merk Glock, model 26,) (vindplaats:

AH/122, pg 186 en/of AH/133, pagina 27, 28, 53, 54)

voorhanden heeft/hebben gehad, heeft/hebben overgedragen, heeft/hebben

verhandeld, en/of (anderszins) ter beschikking heeft/hebben gesteld al dan

niet in de uitvoering van een bedrijf en/of,

terwijl hij, verdachte en/of die ander(en) daar een gewoonte en/of beroep van

heeft/hebben gemaakt;

Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een

veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij, (op één of meer tijdstippen) in of omstreeks de periode van 16 februari

2015 tot en met 9 februari 2017 te Leeuwarden en/of Rotterdam en/of elders in

Nederland en/of Curacao,

ter uitvoering van het voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met

een of meer anderen, althans alleen, een wapen in de zin van artikel artikel 2

lid 1 categorie III onder 1 van de Wet wapens en Munitie, te weten een

pistool (merk Glock, model 26,) (vindplaats: AH/122, pg 186 en/of AH/133,

pagina 27, 28, 53, 54)

voorhanden te hebben, over te dragen, te verhandelen, en/of (anderszins) ter

beschikking te stellen al dan niet in de uitvoering van een bedrijf en/of,

terwijl hij, verdachte en/of die ander(en) daar een gewoonte en/of beroep van

heeft/hebben gemaakt,

immers heeft hij, verdachte:

- een of meer (whats-app) bericht(en) ontvangen van een persoon, te weten mr

CEO Da Boss, met daarin een of meer foto('s) van wapens (voornoemd) en/of

specificaties van die wapen(s) voornoemd, en/of

- op welk(e) bericht(en) hij, verdachte, die CEO, aangeeft dat "iemand zegt

dat 26 wel kan" en/of "dat een Glock hoofdpijn is in Rotterdam en/of

- de foto('s) voornoemd (welke hij verdachte had ontvangen van die CEO)

doorgestuurd aan een persoon, te weten Damien 2017, en/of de specificaties van

dat wapen genoemd en/of desgevraagd een prijsindicatie gegeven, waarop die

Damien, aangeeft dat hij direct komt kopen en/of geeft hij, verdachte, aan dat

zijn contact in Curacao niet reageert/nog ligt te slapen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

5.

hij, (op één of meer tijdstippen) in of omstreeks de periode van 5 augustus

2017 tot en met 14 augustus 2017 te Leeuwarden en/of elders in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een wapen

in de zin van artikel 1 onder 3, gelet op artikel 2 lid 1, categorie III van

de Wet wapens en Munitie, te weten:

een pistool (merk Crvena Zastava, model 70) (vindplaats AH/132 pg 6 en/of

AH/133, pagina 27, 28) voorhanden heeft/hebben gehad, heeft/hebben

overgedragen, heeft/hebben verhandeld, en/of (anderszins) ter beschikking

heeft/hebben gesteld al dan niet in de uitvoering van een bedrijf en/of,

terwijl hij, verdachte en/of die ander(en) daar een gewoonte en/of beroep van

heeft/hebben gemaakt;

Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een

veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij, (op één of meer tijdstippen) in of omstreeks de periode van 5 augustus

2017 tot en met 14 augustus 2017 te Leeuwarden en/of elders in Nederland,

ter uitvoering van het voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met

een of meer anderen, althans alleen, een wapen in de zin van artikel 1 onder

3, gelet op artikel 2 lid 1, categorie III van de Wet wapens en Munitie, te

weten:

een pistool (merk Crvena Zastava, model 70) (vindplaats AH/132 pg 6 en/of

AH/133, pagina 27, 28) voorhanden heeft/hebben gehad, heeft/hebben

overgedragen, heeft/hebben verhandeld, en/of (anderszins) ter beschikking

heeft/hebben gesteld al dan niet in de uitvoering van een bedrijf en/of,

voorhanden te hebben, over te dragen, te verhandelen, en/of (anderszins) ter

beschikking te stellen al dan niet in de uitvoering van een bedrijf,

terwijl hij, verdachte en/of die ander(en) daar een gewoonte en/of beroep van

heeft/hebben gemaakt,

immers heeft hij verdachte:

- een of meer (whats-app) bericht(en) verstuurd aan een persoon, te weten Og

Patje, met daarin de vraag of die Og Patje nog wapens kan regelen, waarop die

Og Patje, een of meer foto('s) van wapens (voornoemd) en/of specificaties van

die wapen(s) voornoemd toegestuurd aan hem, verdachte, en/of waarop die Og

patje en hij, verdachte, bespreken hoeveel het wapen waard is, en/of

- een of meer (whats-app) bericht(en) ontvangen van een persoon, te weten

Topcat Roffa, met daarin de opmerking dat die Topcat voornoemd opzoek is naar

'tools' en/of dat die Topcat voornoemd ook serieuze klanten heeft die opzoek

zijn en/of spreken zij, verdachte en/of die Topcat over 'glocks' en/of

bespreken de prijzen en/of geeft hij, verdachte aan dat de genoemde prijs te

duur is en/of geeft hij, verdachte, aan dat hij wel 'roulette Torries' kan

regelen en/of noemt de bijpassende prijzen, en/of

- de foto('s) voornoemd (welke hij verdachte had ontvangen van die Og Patje)

doorgestuurd aan die topcat en/of de getallen '765'en 1350' genoemd,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

6.

hij, (op één of meer tijdstippen) in of omstreeks de periode van 24 mei 2015

tot en met 11 april 2016 te Leeuwarden en/of elders in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, één of

meerdere wapen(s), in de zin van artikel 1 onder 3, gelet op artikel 2 lid

1, categorie III van de Wet wapens en Munitie, te weten:

een pistool (merk Zastava, model M70) (vindplaats: AH/122, pg 192 en/of

AH/133, pagina 36-38, 45) heeft overgedragen en/of voorhanden heeft gehad,

voorhanden heeft/hebben gehad, heeft/hebben overgedragen, heeft/hebben

verhandeld, en/of (anderszins) ter beschikking heeft/hebben gesteld al dan

niet in de uitvoering van een bedrijf en/of,

terwijl hij, verdachte en/of die ander(en) daar een gewoonte en/of beroep van

heeft/hebben gemaakt;

Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een

veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij, (op één of meer tijdstippen) in of omstreeks de periode van 24 mei 2015

tot en met 11 april 2016 te Leeuwarden en/of elders in Nederland, ter

uitvoering van het voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een

of meer anderen, althans alleen, één of meerdere wapen(s), in de zin van

artikel 1 onder 3, gelet op artikel 2 lid 1, categorie III van de Wet wapens

en Munitie, te weten:

een pistool (merk Zastava, model M70) (vindplaats: AH/122, pg 192 en/of

AH/133, pagina 36-38, 45) heeft overgedragen en/of voorhanden heeft gehad,

voorhanden te hebben, over te dragen, te verhandelen, en/of (anderszins) ter

beschikking te stellen al dan niet in de uitvoering van een bedrijf en/of,

terwijl hij, verdachte en/of die ander(en) daar een gewoonte en/of beroep van

heeft/hebben gemaakt,

immers heeft hij, verdachte:

immers heeft hij, verdachte:

- een of meer (whats-app) bericht(en) ontvangen van een persoon, te weten mr

T Blood Suwo Capo, met daarin een of meer foto('s) van wapens (voornoemd)

en/of specificaties van die wapen(s) (voornoemd), en/of

- op welk(e) bericht(en) hij, verdachte, die mr T, aangeeft dat "hij gaat

checken" en/of waarop die, mr T, tegen hem, verdachte, zegt "kaki maby ook

voor jezelf kill die 32 kan ik krijgen voor 7 g", waarop hij, verdachte,

positief reageert en die mr T aangeeft dat hij helpt met betalen, en/of

- een of meer (whats-app) bericht(en) ontvangen van een persoon, te weten

Gill Goon, met daarin een of meer foto('s) van wapen(s) (voornoemd) en/of

specificaties van die wapen(s) (voornoemd), en/of de prijs/prijzen van

wapen(s) voornoemd, waarop hij, verdachte, aangeeft dat "je een 9 vanaf 12

kan krijgen en een walther een duur merk is en het dan okee is, maar die yugo

shit niet"

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Bijlage II

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Waar wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal Onderzoek Boomleguaan, DHR CC 16010 van het Team Migratiecriminaliteit en Mensenhandel van de Dienst Regionale Recherche Eenheid Den Haag, onderverdeeld in: proces-verbaal 1e pro forma (blz. 1 t/m 2016), proces-verbaal 2e pro forma (blz. 1 t/m 70), proces-verbaal (blz. 1 t/m 202) en 2e vervolg proces-verbaal (blz. 1 t/m 39), met bijlagen (Cd-roms).

2 AH 123, blz. 1 en AH 124, blz. 11.

3 AH/122 – proces-verbaal DH2R018014 SMAKT, WME nummer 365/2018, blz. 185 t/m 199; AH/132 – proces-verbaal DHRCC1610 / Boomleguaan, WME nummer 462/2018, blz.6 t/m 18 en AH/133 – proces-verbaal van bevindingen, met bijlagen, blz. 19 t/m 146.

4 Wanneer hierna wordt verwezen naar foto’s en/of WhatsApp-gesprekken, betreffen dit steeds – tenzij anders wordt vermeld – foto’s en/of WhatsApp-gesprekken afkomstig van de eerdergenoemde telefoons van de verdachte.

5 AH/133, blz. 46 (betreft onder meer foto 28 uit AH/132).

6 AH/133, blz. 59 (betreffen foto’s 18 en 19 uit AH/132).

7 AH/132, blz. 13 en 15 (foto’s 18 en 19 en foto 28).

8 AH/133, blz. 55 (betreft foto 7 uit AH/132).

9 AH/133, blz. 57 (betreft foto 8 uit AH/132).

10 AH/132, blz. 8-9.

11 AH/133, blz. 29 (betreft foto 6 uit AH/122).

12 AH/133, blz. 53 (betreffen foto’s 7 en 8 uit AH/122)

13 Cd-rom, uitgewerkte gesprekken, WhatsApp-gesprek nr.18, regel 206 ev.

14 AH/122, blz. 186-187.

15 AH/133, blz. 27-28 (betreft foto’s 1 en 2 uit AH/132).

16 AH/132, blz. 6.

17 AH/133, blz. 36 (betreft foto 27 uit AH/122).

18 AH/133, blz. 45 (betreft foto 28 uit AH/122).

19 AH/122, blz. 192.

20 AH/138, blz. 5.

21 Verklaring van de verdachte tijdens het onderzoek ter terechtzitting van 8 februari 2019.

22 Richtlijn (EU) 2017/853 van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2017 tot wijziging van Richtlijn 91/477/EEG van de Raad inzake de controle op de verwerving en het voorhanden hebben van wapens (PbEU 2017, L 137/22).

23 Art. 1, eerste lid, sub 10 van de Richtlijn (EU) 2017/853.