Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2019:14546

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
20-12-2019
Datum publicatie
17-04-2020
Zaaknummer
C/09/578961 / FA RK 19-6126
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Ogv 1:377g BW kunnen kinderen de rechter vragen een beslissing te nemen als het gaat om een zorgregeling, informatieregeling, benoeming bijzondere curator en de hoofdverblijfplaats in het geval van gezamenlijk gezag. De kinderen kunnen echter niet aan de kinderrechter vragen om de moeder te herstellen in het gezag na een gezagsbeëindiging (1:277 BW), om wijziging van hun hoofdverblijfplaats bij eenhoofdig gezag of om een ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing. De verzoeken van de kinderen in het kader van de informele rechtsingang worden niet-ontvankelijk verklaard. De kinderrechter heeft wel zorgen om de situatie van de kinderen, zodat ambtshalve een onderzoek naar een kinderbeschermingsmaatregel door de Raad voor de Kinderbescherming wordt gelast.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PFR-Updates.nl 2020-0118
RFR 2020/114
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Enkelvoudige kamer

Rekestnummer: FA RK 19-6126

Zaaknummer: C/09/578961

Datum beschikking: 20 december 2019

Informele rechtsingang

Beschikking op de op 21 augustus 2019 ingekomen brieven van:

[naam minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2004 te ’ [geboorteplaats 1] (hierna: [voornaam minderjarige 1] ),

en

[naam minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2005 te [geboorteplaats 2] (hierna: [voornaam minderjarige 2] ),

de kinderen,

wonende te [woonplaats 1] ,

Als belanghebbenden worden aangemerkt:

[Y] ,

de vader,

wonende te [woonplaats 2] ,

[X] ,

de moeder,

wonende te [woonplaats 3] .

Procedure

Bij brieven, ingekomen op 21 augustus 2019, hebben [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] zich via de informele rechtsingang tot de rechtbank gewend.

[voornaam minderjarige 1] heeft zich op 17 september 2019 in raadkamer uitgelaten over haar verzoek. Op 19 november 2019 hebben beide kinderen zich uitgelaten over hun verzoek.

De rechtbank heeft de ouders per brief geïnformeerd over de strekking van het verzoek van de kinderen en hen voor een behandeling ter zitting opgeroepen.

Op 3 december 2019 is de zaak ter zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vader, de moeder, namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de raad) de heer [naam medewerker RvdK] , en namens het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) mevrouw [naam gezinscouch] (de gezinscoach) en mevrouw [naam systeemtherapeut] (de systeemtherapeut).

Verzoek

De kinderen verzoeken – kort samengevat – de moeder in haar gezag te herstellen en hun hoofdverblijfplaats te wijzigen.

Beoordeling

[voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] hebben allebei een brief geschreven aan de kinderrechter. In het gesprek met de kinderrechter hebben de kinderen het volgende verteld. Zij willen niet meer bij hun vader wonen. Volgens [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] is de sfeer in huis steeds zeer gespannen en is de vader vaak chagrijnig en boos. De vader kan ook agressief zijn, met name richting [voornaam minderjarige 2] . [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] zouden willen dat hun moeder alleen het gezag over hen krijgt en dat ze bij hun moeder kunnen gaan wonen. Of, als zij niet bij hun moeder kunnen wonen, in ieder geval ergens anders dan bij hun vader. [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] hebben verder verteld dat zij deze wens al langer hebben. Zij hebben in juni 2019 ook al uitgesproken dat het niet goed gaat thuis. Zij hebben toen heel kort bij opa en oma verbleven en vervolgens is er toen hulp ingezet door het CJG in de vorm van een gezinscoach en systeemgesprekken.

Ter zitting heeft de vader verteld dat de kinderen sinds het ontvangen van de oproep voor de zitting een week geleden niet meer thuis zijn geweest en dat zij nu bij tante [voornaam 1] (tante van de moeder) zijn. De vader wil [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] niet verplichten om bij hem te wonen als zij dat niet willen. De kinderen zijn wel altijd welkom en hij houdt van ze. De vader heeft verder aangegeven dat hij af en toe wel eens chagrijnig kan zijn, maar hij is zeker niet agressief. Hij vindt de situatie erg vervelend en hij wil dat de kinderen veilig zijn. Als de kinderen besluiten om toch bij de vader te blijven wonen, dan wil hij een jeugdbeschermer.

Door de moeder is aangegeven dat de wensen van de kinderen duidelijk zijn en dat zij goede begeleiding nodig hebben. De kinderen hebben een andere leefomgeving nodig om zichzelf te kunnen zijn. De moeder gelooft niet meer in een jeugdbeschermer.

Door de gezinscoach is aangegeven dat zij in juli 2019 is begonnen met gesprekken met de vader en de kinderen, waarbij de hulpvraag was hoe het thuis gezelliger kon worden. De gezinscoach heeft ook met de moeder gesproken. De kinderen kwamen met zorgen over beide ouders. Het was de bedoeling om ouders bij elkaar te brengen om te zorgen dat zij contact kregen over de kinderen. Door de systeemtherapeut [voornaam 2] is ter zitting verteld dat het nu belangrijk is dat er rust komt in de situatie voor de kinderen. De spanning is heel erg hoog geweest. Voor [voornaam 2] houdt haar taak nu op.

Namens de raad is aangegeven dat uit de brieven van de kinderen en uit de informatie ter zitting blijkt dat de kinderen zich in een loyaliteitsconflict bevinden. Volgens de raad klinkt de stem van een volwassene door in de brieven. Op dit moment is hulpverlening in het vrijwillig kader betrokken. De gezinscoach van het CJG kan het verblijf van de kinderen bij de tante coördineren en zicht houden op de kinderen en kan zo nodig ook kijken of er een geschiktere plek is voor de kinderen om te verblijven. Een raadsonderzoek is wel van belang, omdat het verblijf van de kinderen bij de tante geen structurele oplossing is.

De rechtbank is gelet op de brieven van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] , op hun uitlatingen en de meest recente ontwikkelingen van oordeel dat een onderzoek door de raad geïndiceerd is. De rechtbank maakt zich zorgen om de situatie van de kinderen. De rechtbank verzoekt daarom ambtshalve de raad onderzoek te doen naar een kinderbeschermingsmaatregel. De hoofdverblijfplaats van de kinderen is nu bij de vader, maar zij verblijven feitelijk bij een tante. De rechtbank heeft geen zicht op de situatie van de kinderen bij deze tante. De rechtbank acht het van belang dat de kinderen (voorlopig) een neutrale vaste verblijfplaats krijgen. Door de gezinscoach is ter zitting toegezegd dat zij deze hulp zal gaan coördineren. Indien de situatie escaleert kan de gezinscoach direct contact zoeken met de raad, zoals is besproken ter zitting. De rechtbank zal de zaak niet aanhouden in afwachting van het beschermingsonderzoek. Indien de raad tot de slotsom komt dat een beschermingsmaatregel noodzakelijk is, kan daartoe een verzoek worden ingediend bij de rechtbank (bij de kinderrechter mr. O.F. Bouwman).

De rechtbank overweegt ten aanzien van de verzoeken van de kinderen het volgende. Op grond van artikel 1:377g van het Burgerlijk Wetboek kunnen kinderen de rechter vragen een beslissing te nemen als het gaat om een zorgregeling, informatieregeling, benoeming bijzondere curator en de hoofdverblijfplaats in het geval van gezamenlijk gezag. De kinderen kunnen echter niet aan de kinderrechter vragen om de moeder te herstellen in het gezag na een gezagsbeëindiging (artikel 1:277 BW), om wijziging van hun hoofdverblijfplaats bij eenhoofdig gezag of om een ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing. De rechtbank zal de kinderen daarom niet-ontvankelijk verklaren in hun verzoeken.

Beslissing
De rechtbank:

verklaart [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] niet-ontvankelijk in hun verzoeken;

verzoekt de Raad voor de Kinderbescherming een beschermingsonderzoek te verrichten en naar aanleiding van dat onderzoek zo nodig een verzoek tot een kinderbeschermingsmaatregel bij de rechtbank (bij de kinderrechter mr. O.F. Bouwman onder vermelding van zaaknummer C/09/578961 FA RK 19-6126) in te dienen.

Deze beschikking is gegeven door mr. O.F. Bouwman, kinderrechter, bijgestaan door

mr. M. Corver als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 20 december 2019.