Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2019:13821

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
20-12-2019
Datum publicatie
06-01-2020
Zaaknummer
C/09/581106 / KG ZA 19-968
Rechtsgebieden
Intellectueel-eigendomsrecht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Gemeenschapsmodelrecht. Auteursrecht. Gestelde inbreuk op 52 verschillende meubels. Onrechtmatige gebruik van identieke productnamen. Onrechtmatig gebruik van bedrijfsgeheimen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DEN HAAG

Team handel

zaaknummer / rolnummer: C/09/581106 / KG ZA 19-968

Vonnis in kort geding van 20 december 2019

in de zaak van

EICHHOLTZ B.V.,

te Noordwijkerhout,

eiseres,

advocaat mr. N.D.R. Nefkens te Amsterdam,

tegen

[gedaagde] ,

te [plaats] ,

gedaagde,

advocaat mr. H.A. van Beilen te Leeuwarden.

Partijen zullen hierna Eichholtz en [gedaagde] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 10 oktober 2019, met producties EP 1 t/m EP 17;

  • -

    een brief van Eichholtz van 25 november 2019 inhoudende een vermindering van eis;

  • -

    de aanvullende producties EP 18 t/m EP 25 van Eichholtz;

  • -

    producties GP 1 t/m GP 10 van [gedaagde] ;

  • -

    het emailbericht van 26 november 2019 van [gedaagde] met een aanvullende kostenopgave;

  • -

    de mondelinge behandeling van 27 november 2019, waarbij partijen hun standpunten hebben toegelicht aan de hand van overgelegde pleitaantekeningen.

1.2.

Ten slotte is vonnis nader bepaald op heden.

2 De feiten

2.1.

Eichholtz exploiteert een meubelgroothandel die zich bezighoudt met het ontwerpen en produceren van meubels en interieuraccessoires. Zij verkoopt haar meubels en accessoires onder meer in Europa.

2.2.

Eichholtz is houdster van – onder meer – de volgende Gemeenschapsmodellen1 (hierna samen: de Modellen):

- het op 6 mei 2014 aangevraagde en op 14 juli 2014 ingeschreven Gemeenschapsmodel met registratienummer 002458653-0030 (hierna: Model 1):

- het op 6 mei 2014 aangevraagde en op 14 juli 2014 ingeschreven Gemeenschapsmodel met registratienummer 002458653-0014 (hierna: Model 2):

- het op 6 mei 2014 aangevraagde en op 14 juli 2014 ingeschreven Gemeenschapsmodel met registratienummer 002458653-0024 (hierna: Model 3):

- het op 6 mei 2014 aangevraagde en op 14 juli 2014 ingeschreven Gemeenschapsmodel met registratienummer 002458653-0016 (hierna: Model 4):

- het op 6 mei 2014 aangevraagde en op 14 juli 2014 ingeschreven Gemeenschapsmodel met registratienummer 002458653-0032 (hierna: Model 5):

- het op 6 mei 2014 aangevraagde en op 14 juli 2014 ingeschreven Gemeenschapsmodel met registratienummer 002458653-0015 (hierna: Model 6):

- het op 6 mei 2014 aangevraagde en op 14 juli 2014 ingeschreven Gemeenschapsmodel met registratienummer 002458653-0031 (hierna: Model 7):

- het op 6 mei 2014 aangevraagde en op 14 juli 2014 ingeschreven Gemeenschapsmodel met registratienummer 002458653-0012 (hierna: Model 8):

2.3.

Eichholtz heeft de hieronder weergegeven lamp Argento in twee maten in haar collectie:


2.4.

[gedaagde] heeft een eenmanszaak en handelt onder de namen ‘ [gedaagde] ’ en ‘ [X] ’. [gedaagde] verkoopt via Marktplaats en de website [de website] meubelen, verlichting en woonaccessoires.

2.5.

[gedaagde] biedt op zijn website en/of via Marktplaats onder meer de hieronder weergegeven producten te koop aan:

2.5.1.

2.6.

Partijen hebben gedurende enkele jaren een samenwerkingsrelatie gehad op basis waarvan Eichholtz producten aan [gedaagde] heeft verkocht en geleverd. [gedaagde] heeft deze producten vervolgens onder het merk Eichholtz aangeboden en verkocht. Eichholtz heeft in een brief van 3 oktober 2017 aan [gedaagde] laten weten de samenwerking per direct te willen beëindigen. [gedaagde] heeft bezwaar gemaakt tegen de korte opzegtermijn, waarna Eichholtz nog tot in mei 2018 Eichholtz-producten aan [gedaagde] heeft geleverd.

2.7.

In maart 2019 heeft [gedaagde] een mailing verstuurd aan (in ieder geval) een aantal klanten van Eichholtz met aanbiedingen van producten die ook in de Eichholtz collectie voorkomen, maar dan voor veel lagere prijzen.

2.8.

Bij beschikking van 28 juni 2019 heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank aan Eichholtz verlof verleend voor (onder meer) het leggen van conservatoir beslag. Eichholtz is op 4 september 2019 tot beslaglegging op producten en administratie van [gedaagde] overgegaan.

3 Het geschil

3.1.

Eichholtz vordert, na eiswijziging, dat de voorzieningenrechter bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis [gedaagde] veroordeelt om:

A. binnen vierentwintig uur na betekening van dit vonnis te (doen) staken en gestaakt te (doen) houden het direct of indirect benaderen van de klanten van Eichholtz genoemd in productie 12b bij de dagvaarding en van de overige klanten van wie [gedaagde] de klantgegevens heeft verkregen zonder toestemming van Eichholtz, op straffe van een direct opeisbare dwangsom van € 10.000,- voor elke overtreding, met een maximum van € 500.000,-;

binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis aan mr. N.D.R. Nefkens, een met bewijs onderbouwde opgave te verstrekken van:

a. de wijze waarop en de datum c.q. data waarop toegang tot deze klantgegevens verkregen is;

b. de namen, adressen, telefoonnummer(s), web- en e-mailadressen van de partijen die bij het verkrijgen van de klantgegevens betrokken zijn;

c. een volledige lijst van verkregen klantgegevens;

op straffe van een direct opeisbare dwangsom van € X,- voor elke overtreding, met een maximum van € 500.000,-;

C. binnen vierentwintig uur na betekening van dit vonnis te (doen) staken en gestaakt te (doen) houden iedere inbreuk op de auteurs- en op de Gemeenschapsmodelrechten op in de dagvaarding genoemde producten en productfoto’s van Eichholtz (met uitzondering van de modellen genoemd in de brief met eisvermindering van Eichholtz van 25 november 2019), dan wel het slaafs (doen) nabootsen van de genoemde producten, in het bijzonder [gedaagde] te verbieden de genoemde producten en productfoto’s van Eichholtz openbaar te (doen) maken en/of te (doen) verveelvoudigen, dan wel producten die identiek zijn aan of in overwegende mate lijken op de genoemde producten te (doen) fabriceren en/of te (doen) aanbieden en/of te (doen) verhandelen en/of in voorraad te (doen) houden en/of te (doen) verkopen en/of te (doen) leveren en/of te (doen) importeren en/of te (doen) exporteren en/of te (doen) verhuren en/of uit te (doen) lenen en/of op welke titel dan ook te (doen) verhandelen en/of in het verkeer te (doen) brengen en/of te (doen) verspreiden via (direct) mailings en/of via e-mails, en/of via een catalogus en/of via een website of sociale media die vrij toegankelijk zijn voor het publiek dan wel op een andere wijze in alle landen van de Europese Unie, zulks op straffe van een direct opeisbare dwangsom van € 25.000,- voor elke overtreding en voor iedere dag dat deze overtreding voortduurt, met een maximum van € 500.000,-;

binnen vierentwintig uur na betekening van dit vonnis te (doen) staken en gestaakt te (doen) houden ieder gebruik van de productnamen van Eichholtz voor de door [gedaagde] te verhandelen producten;

binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis aan mr. N.D.R. Nefkens, onder overlegging van kopieën van offertes, facturen, bankafschriften en andere relevante documenten of bescheiden, een schriftelijke, door een onafhankelijk door Eichholtz aan te wijzen registeraccountant gecontroleerde en gewaarmerkte opgave te verstrekken van:

d. het aantal vervaardigde, ingekochte en verkochte inbreukmakende producten;

e. de kostprijs, de inkoopprijs en de verkoopprijs van de inbreukmakende producten, alsmede de door [gedaagde] met de verkoop van de inbreukmakende producten gemaakte bruto en netto winst, berekend volgens de variabele kostprijsberekeningsmethode;

f. de namen, adressen, telefoonnummers, web- en e-mailadressen van de professionele partijen aan wie [gedaagde] een aanbod tot verkoop heeft gedaan van de inbreukmakende producten;

g. de namen, adressen, telefoonnummers, web- en e-mailadressen van de afnemers, niet zijnde particulieren, van de inbreukmakende producten;

h. de namen, adressen, telefoonnummer(s), web- en e-mailadressen van de fabrikant(en), (mede)importeur(s), tussenperso(o)n(en), agent(en) en leverancier(s) van de inbreukmakende producten;

i. de namen, adressen, telefoon- en faxnummers(s), web- en e-mailadressen van de media waarop of waarin ten behoeve van reclame of anderszins de inbreukmakende producten door [gedaagde] is/zijn geplaatst;

j. de voorraad inbreukmakende producten, brochures, prijslijsten en/of ander promotiemateriaal waarmee de inbreukmakende producten aangeboden worden, op het moment van de betekening van de dagvaarding, het vonnis en de dag der algehele voldoening;

binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis alle inbreukmakende producten terug te halen bij de afnemers, niet zijnde particulieren, en deze binnen dertig dagen na betekening van dit vonnis aan Eichholtz ter beschikking te stellen, ter vernietiging op kosten van [gedaagde] ;

binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis de aanwezige voorraad van inbreukmakende producten ter beschikking te stellen aan Eichholtz ter vernietiging door Eichholtz op kosten van [gedaagde] ;

H. binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis afgifte te doen aan Eichholtz van de aanwezige voorraad van brochures, prijslijsten en/of ander promotiemateriaal waarmee de inbreukmakende producten worden aangeboden, ter vernietiging door Eichholtz op kosten van [gedaagde] , zonder Eichholtz daarvoor een vergoeding verschuldigd is;

het gevorderde onder D, E, F en G op straffe van een direct opeisbare dwangsom van € 5.000,- voor elke overtreding en voor iedere dag dat deze overtreding voortduurt, met een maximum van € 500.000,-;

I. binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis zijn met de verkoop van de inbreukmakende producten gemaakte winst af te dragen;

J. de kosten van deze procedure aan Eichholtz te betalen op de voet van artikel 1019h Rv2.

Voorts verzoekt Eichholtz de termijn voor het instellen van de eis in hoofdzaak te bepalen op zes maanden na de datum van dit vonnis.

3.2.

Eichholtz legt aan haar vorderingen ten grondslag dat zij auteursrechten en/of Gemeenschapsmodelrechten heeft op 52 in de dagvaarding opgesomde meubels en woonaccessoires. [gedaagde] maakt inbreuk op haar Gemeenschapsmodelrechten en auteursrechten door kopieën van die producten aan te bieden op zijn website en/of Marktplaats. Tevens pleegt hij daarmee een onrechtmatige daad, omdat sprake is van slaafse nabootsing. Daarbij gebruikt [gedaagde] in een aantal gevallen een foto van Eichholtz waarop het betreffende product is afgebeeld en waarop Eichholtz eveneens auteursrechthebbende is. Daarmee maakt hij inbreuk op de auteursrechten van Eichholtz op deze productfoto’s. Ook gebruikt [gedaagde] voor een aantal producten de modelnamen die Eichholtz hanteert voor het betreffende model of een ander model. Daardoor ontstaat verwarring bij het publiek en handelt [gedaagde] onrechtmatig jegens Eichholtz. Daarnaast heeft [gedaagde] klanten van Eichholtz benaderd met gebruikmaking van contactgegevens van de contactpersonen van Eichholtz bij die klanten. Die klantcontactgegevens zijn een bedrijfsgeheim van Eichholtz, zodat [gedaagde] in strijd met artikel 2 van de Wet Bescherming Bedrijfsgeheimen (WBB) heeft gehandeld, subsidiair onrechtmatig heeft gehandeld jegens Eichholtz door die te gebruiken. Eichholtz heeft een spoedeisend belang bij de gevorderde inbreukverboden en nevenvorderingen.

3.3.

[gedaagde] voert gemotiveerd verweer.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

Bevoegdheid

4.1.

Voor zover de vorderingen zien op inbreuk op Gemeenschapsmodelrechten van Eichholtz, is de voorzieningenrechter van deze rechtbank, gelet op de woonplaats van [gedaagde] in Nederland, internationaal en relatief bevoegd kennis te nemen van de vorderingen van Eichholtz op grond van artikelen 80 lid 1 jo. 81 aanhef en onder a jo. 82 lid 1 GModVo3, in samenhang met artikel 3 Uitvoeringswet EG-verordening betreffende Gemeenschapsmodellen. Deze bevoegdheid strekt zich uit tot de Europese Unie.

4.2.

Voor zover de vorderingen zijn gebaseerd op gestelde inbreuken op auteursrechten van Eichholtz, het algemene leerstuk van de onrechtmatige daad danwel het gebruik van bedrijfsgeheimen, is de voorzieningenrechter bevoegd reeds omdat [gedaagde] in de procedure is verschenen en de bevoegdheid niet heeft bestreden.

Spoedeisend belang en complexiteit

4.3.

Het spoedeisend belang is, gelet op de door Eichholtz gestelde voortdurende (dreiging van) inbreuk, gegeven.

4.4.

[gedaagde] heeft aangevoerd dat de vorderingen te complex zijn om in kort geding te behandelen, alleen al vanwege het grote aantal producten dat Eichholtz aan haar vorderingen ten grondslag heeft gelegd. De voorzieningenrechter dient echter met terughoudendheid aan te nemen dat een zaak te omvangrijk is voor kort geding. De hoeveelheid producten waarvoor Eichholtz haar vordering heeft ingesteld, sluit deze zaak niet categorisch uit van behandeling in kort geding. Dat laat onverlet dat het de keuze van Eichholtz is geweest om binnen het beperkte (tijds)bestek van een kort geding vermeende inbreuk op 52 verschillende modellen en werken en andere onrechtmatige daden aan de orde te stellen. Die keuze ontslaat Eichholtz niet van de plicht om haar stellingen ten aanzien van al deze producten en grondslagen bij betwisting voldoende te onderbouwen. Anderzijds heeft het aantal modellen en werken waarop Eichholtz zich beroept en het korte tijdsbestek waarin [gedaagde] daarop kon reageren, gevolgen voor de wijze waarop [gedaagde] verweer heeft kunnen voeren. Dit alles neemt de voorzieningenrechter mee bij de beoordeling.

Modelrechtelijke grondslag

Geldigheid Gemeenschapsmodelrechten

4.5.

Een Gemeenschapsmodel wordt alleen beschermd indien en voor zover het model nieuw is en een eigen karakter heeft (artikel 4 lid 1 GModVo). Een ingeschreven Gemeenschapsmodel wordt als nieuw beschouwd, indien geen identiek model voor het publiek beschikbaar is gesteld vóór de datum van indiening van de aanvraag om inschrijving van het model waarvoor bescherming wordt gevraagd of, wanneer aanspraak op voorrang wordt gemaakt, vóór de datum van voorrang (art. 5 lid 1 sub b GModVo). Het publiek bestaat uit ingewijden in de betrokken sector die in de Gemeenschap werkzaam zijn. Modellen worden geacht identiek te zijn indien de kenmerken ervan slechts in onbelangrijke details verschillen (artikel 5 lid 2 GModVo). Een model wordt geacht een eigen karakter te hebben, indien de algemene indruk die het bij de geïnformeerde gebruiker wekt, verschilt van de algemene indruk die bij die gebruiker wordt gewekt door modellen die vóór de eerdergenoemde datum voor het publiek beschikbaar zijn gesteld (artikel 6 GModVo). Onder het begrip ‘geïnformeerde gebruiker’ dient te worden verstaan een gebruiker die niet slechts gemiddeld, maar in hoge mate aandachtig is, hetzij door persoonlijke ervaring, hetzij door kennis van de betrokken sector4.

4.6.

[gedaagde] heeft de geldigheid van de ingeroepen Gemeenschapsmodelrechten bestreden en ten aanzien van alle Modellen gesteld dat die door een andere ontwerper dan Eichholtz reeds ontworpen zijn in de jaren ’60 dan wel in de jaren ’70 van de vorige eeuw. Gelet op het bepaalde in artikel 85 lid 1 GModVo, ligt het op de weg van [gedaagde] om voldoende aannemelijk te maken dat de Modellen niet geldig zijn omdat zij niet voldoen aan de vereisten van nieuwheid en eigen karakter.

4.7.

Ter onderbouwing van deze stelling heeft [gedaagde] als productie GP 03-d een overzicht overgelegd waarin hij naast de Modellen van Eichholtz andere meubels heeft afgebeeld, die volgens hem eerder aan het publiek beschikbaar zijn gesteld. De voorzieningenrechter zal dat overzicht hierna bespreken. Daarbij wordt opgemerkt dat in beginsel slechts de afbeeldingen in de in GP 03-d opgenomen kolom ‘Foto’s eerder gepubliceerde artikelen’ worden meegenomen in de beoordeling. De voorzieningenrechter begrijpt het verweer van [gedaagde] zo, dat hij in de kolom ‘Foto’s andere aanbieders in de markt’ (de meest rechter kolom) afbeeldingen toont van meubels die nu door derden aangeboden worden, maar dat hij niet stelt dat die al aan het publiek beschikbaar waren gesteld voor 6 mei 2014, de datum van aanvraag van de Modellen.

4.7.1.

De Smythson-serie van Eichholtz (Modellen 1, 2 en 3) is volgens [gedaagde] gebaseerd op tafels ontworpen door Michel Boyer in de jaren ʼ70. Hij verwijst ter onderbouwing daarvan naar onderstaand overzicht.

4.7.2.

De bovenste rij afbeeldingen betreft Modellen 1 en 2. Eichholtz bestrijdt dat [gedaagde] voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het vormgevingserfgoed dat hij daar tegenover stelt al bestond voor 6 mei 2014, omdat er geen verifieerbare datum bij de afbeeldingen is vermeld. De afbeelding in het overzicht met de titel ‘Steel Multi-level Structured Coffee Table’ vermeldt echter dat het om een model uit de jaren ʼ70 gaat. [gedaagde] heeft gesteld dat het om een ontwerp van Michel Boyer gaat en heeft verklaard dat hij de afbeeldingen van deze modellen heeft gevonden op een internationale veilingsite voor antiek en vintage meubilair, FirstDibs. Bij het aanbod was te zien dat het exemplaar een origineel serienummer had, zo verklaarde [gedaagde] . Gelet op deze gemotiveerde stelling, kon Eichholtz niet volstaan met het verweer dat er geen verifieerbare datum bij de afbeelding is vermeld. De vermelding op de veilingwebsite met het jaartal 1970 en de naam van de ontwerper, Michel Boyer, maken dit verweer wel verifieerbaar. Gelet daarop gaat de voorzieningenrechter er van uit dat deze tafel (hierna: de Boyer-tafel) tot het vormgevingserfgoed behoorde voor Model 2. Eichholtz heeft niet toegelicht waarin het eigen karakter van Model 2 ten opzichte van dit vormgevingserfgoed schuilt. De voorzieningenrechter ziet dat ook niet in, nu Model 2 ten opzichte van de Boyer-tafel alleen qua maatvoering en materiaalkleur wat lijkt af te wijken; de tafelvlakken in het midden van de Boyer-tafel zijn langwerpig, niet vierkant. Ook lijkt het materiaal van het frame messing, terwijl Model 2 van chroom lijkt te zijn. Het betreft echter in beide gevallen glanzend metaal. Tegelijkertijd worden beide tafels gekenmerkt door negen rechthoekige rookglazen tafelbladen die afwisselend op twee hoogtes in een recht metalen frame zijn gevat, waarbij de bladen op de hoeken en in het midden hoger zijn gelegen dan de bladen in het midden van de zijkanten. De genoemde verschillen zijn naar voorlopig oordeel dan ook onvoldoende om een eigen karakter aan Model 2 te verschaffen. Naar voorlopig oordeel is Model 2 derhalve nietig, zodat de daarop gebaseerde vorderingen niet toewijsbaar zijn.

4.7.3.

Met betrekking tot Model 1 (de Side Table Smythson) is de voorzieningenrechter voorshands van oordeel dat Model 1 niet een zodanig gelijke algemene indruk zal wekken bij de geïnformeerde gebruiker als de Boyer-tafel, dat dat model geen eigen karakter heeft ten opzichte van dat vormgevingserfgoed. Dat geldt ook voor Model 3 (de Console Table Smythson) ten opzichte van de Michel Boyer tafel die is afgebeeld in de onderste rij links van de tabel weergegeven in 4.7.1. Dat het gebruikelijk is in de meubelindustrie om van een meubel een serie varianten te maken zoals een bijzettafel en een dressoir, doet daar niet aan af. De toepassing van een zelfde stijl levert bij voldoende afwijking wat betreft de overige uiterlijke kenmerken, zoals de vorm, voor de geïnformeerde gebruiker niet dezelfde algemene indruk op. Voor Model 1 (de side table) geldt dat het model vier platte vlakken heeft die - van boven af gezien - gezamenlijk een vierkant vormen, terwijl de Boyer-tafel waar [gedaagde] zich op beroept zeven platte vlakken kent die - van boven af gezien - gezamenlijk een rechthoekige vorm tonen. Voor Model 3 (de console tafel) en de (andere) Boyer-tafel geldt dat Model 3 zich kenmerkt door één rij met drie aan de onderkant met elkaar verbonden kolommen, waarbij elke kolom twee platte vlakken heeft. De tafel waar [gedaagde] op wijst heeft daarentegen drie rijen, waarbij elke rij lijkt te bestaan uit drie kolommen. De hoger geplaatste tafelbladen vormen daarbij samen een kruis. Daardoor wekken Model 1 en Model 3 voorshands oordelend een andere algemene indruk bij de geïnformeerde gebruiker dan de Boyer-tafel. Voorshands is derhalve niet aannemelijk dat Model 1 en Model 3 nietig zijn.

4.7.4.

Ten aanzien van Modellen 4 en 5 (de Tribute-serie van Eichholtz) heeft [gedaagde] gesteld dat deze Modellen zijn ontleend aan tafels die oorspronkelijk ontworpen zijn door Edward Wormley in 1960. Ter onderbouwing van deze stelling heeft [gedaagde] de volgende afbeelding overgelegd:

4.7.5.

Naar voorlopig oordeel wekken Model 4 en 5 bij de geïnformeerde gebruiker een andere algemene indruk, omdat uit de Gemeenschapsmodelinschrijvingen duidelijk blijkt dat die modellen een metalen onderstel hebben en een glazen blad, terwijl het aangevoerde vormgevingserfgoed van hout is gemaakt en een blad heeft van hout, natuursteen of een daarop in uiterlijk gelijkend materiaal. Dat de materiaalkeuze in de branche geen rol zou spelen zoals [gedaagde] heeft betoogd, doet daar, als dat al zo zou zijn, niet aan af. Voor zover de algemene indruk van een Model door het materiaal wordt bepaald, dient dat bij de beoordeling te worden betrokken. Modellen 4 en 5 staan derhalve naar voorlopig oordeel niet bloot aan nietigverklaring.

4.7.6.

Ten aanzien van de Modellen 6 en 7 (de Treasure-serie van Eichholtz) heeft [gedaagde] gesteld dat het oorspronkelijke ontwerp dateert uit de jaren ʼ70 en van Willy Rizzo afkomstig is, die het als een console tafel op de markt heeft gebracht (hierna: de Rizzo-tafel). [gedaagde] doelt daarbij, zo begrijpt de voorzieningenrechter, op de in de onderstaande tabel als onderste weergegeven console tafel. Alleen bij dat meubel staat namelijk Willy Rizzo als ontwerper vermeld.

4.7.7.

Naar voorlopig oordeel wekt de Rizzo-tafel een andere algemene indruk bij de geïnformeerde gebruiker dan Modellen 6 en 7. Modellen 6 en 7 betreffen lage tafels van metaal met glazen bladen, terwijl de Rizzo-tafel een hoge smalle console-tafel betreft met een dik houten blad, waarin een lade lijkt te zijn opgenomen. Modellen 6 en 7 zijn derhalve voorshands oordelend geen nietige modellen.

4.7.8.

Voor zover [gedaagde] met de afbeeldingen weergegeven onder 4.7.6 nog heeft bedoeld te stellen dat Modellen 6 en 7 een samenstel zijn van de kenmerken van de verschillende daar weergegeven tafels uit het vormgevingserfgoed, kan dat betoog niet slagen. Bij de beoordeling van nieuwheid en eigen karakter dient een model vergeleken te worden met afzonderlijke modellen in het vormgevingserfgoed. Niet vereist is dat de algemene indruk afwijkt van een combinatie van afzonderlijke kenmerken van meerdere oudere modellen5.

4.7.9.

[gedaagde] stelt dat Model 8 (de Huntington-serie van Eichholtz), waarvan de Coffee Table als Gemeenschapsmodel is geregistreerd niet nieuw is en geen eigen karakter heeft ten opzichte van een ontwerp van Maison Charles uit de jaren ʼ60, dat in de jaren ʼ70 tevens door Guy Lefevre op de markt is gebracht. Ter onderbouwing heeft [gedaagde] de volgende afbeeldingen van die tafels in het geding gebracht:

4.7.10.

De voorzieningenrechter is voorshands van oordeel dat deze stelling niet slaagt. Model 8 wekt een andere algemene indruk bij de geïnformeerde gebruiker dan de door [gedaagde] getoonde producten. Model 8 kenmerkt zich immers door een vierkant tafelblad met daaronder een kleiner vierkant blad; de door [gedaagde] getoonde tafels bevatten dit uiterlijke kenmerk niet. De bovenste tafel heeft twee rechthoekige bladen en de onderste tafel heeft een vierkant tafelblad met daaronder een rechthoekig blad. In deze tafels ontbreken rechte hoeken in het horizontale grondvlak van het frame, wat wel een in het oog springend kenmerk is van Model 8.

4.8.

[gedaagde] heeft voorts de geldigheid van de door Eichholtz ingeroepen modelrechten bestreden door te stellen dat de technische tekeningen van zijn fabrikant van eerdere datum zijn dan de tekeningen van Eichholtz die bij de betreffende Modellen horen en door Eichholtz zijn overgelegd als productie EP 14. Ter onderbouwing van deze stelling heeft [gedaagde] als productie GP 03-c technische tekeningen van de betreffende meubels overgelegd van leveranciers genaamd ‘PNA’ en ‘Good Inspiration Ltd’, waar op is vermeld op welke datum de betreffende ontwerpen zouden zijn gemaakt. Eichholtz heeft vraagtekens geplaatst bij de echtheid van (de datering van) deze ontwerptekeningen. Zij wijst er op dat de tekeningen van PNA dateren van vóór de oprichting van PNA en dat er in het Chinese handelsregister geen onderneming met de naam ‘Good Inspiration Ltd’ voorkomt. Gelet op deze gemotiveerde betwisting, kan voorshands niet van de echtheid van de door [gedaagde] ingediende producttekeningen worden uitgegaan.

4.9.

Het voorgaande brengt mee dat [gedaagde] voorshands oordelend alleen ten aanzien van Model 2 voorshands aannemelijk heeft gemaakt dat de ingeroepen modelrechten in een nietigheidsactie geen stand zullen houden. De voorzieningenrechter gaat in deze procedure dan ook uit van de geldigheid van de ingeroepen modelrechten voor Model 1 en Model 3 tot en met 8.

Inbreuk op Gemeenschapsmodelrechten?

4.10.

[gedaagde] betwist niet dat hij de in 2.5.1 tot en met 2.5.8 weergegeven tafels aanbiedt of heeft aangeboden, noch dat die tafels bij de geïnformeerde gebruiker geen andere algemene indruk wekken dan de Modellen, zodat zij onder de beschermingsomvang van respectievelijk Model 1, 3, 4, 5, 6, 7 en 8 vallen.

4.11.

[gedaagde] betoogt echter dat hij de producten die hij te koop aanbiedt bijna allemaal bij Eichholtz heeft ingekocht, waarmee hij zich beroept op uitputting van de modelrechten van Eichholtz. Op [gedaagde] rust de bewijslast ter zake de uitputting en derhalve, in het kader van dit kort geding, de plicht de gestelde uitputting voldoende aannemelijk te maken.

4.12.

Ter onderbouwing van deze stelling verwijst [gedaagde] naar een door hemzelf opgesteld overzicht van artikelen die hij bij Eichholtz heeft ingekocht (productie GP 08) en de daarmee verband houdende uitdraai uit zijn administratie met een uitsplitsing van de bij Eichholtz ingekochte artikelen met vermelding van factuurnummer en -datum (productie GP 04). Uit deze producties is naar voorlopig oordeel niet op te maken dat de artikelen die [gedaagde] thans op zijn website en via Marktplaats aanbiedt, originele door Eichholtz geleverde producten zijn. [gedaagde] erkent dat er van de in 2.5.3 en 2.5.4 weergegeven producten geen facturen bestaan. Dat dit het gevolg zou zijn van het feit dat hij deze op een show bij Eichholtz contant heeft afgerekend, heeft [gedaagde] op geen enkele wijze aannemelijk kunnen maken. Voor de overige modellen verwijst [gedaagde] naar een lange lijst van facturen en producten (ingekocht tussen november 2014 en mei 2018). Bij gebreke van een nadere aanduiding of toelichting kan daaruit binnen het kader van dit kort geding niet worden afgeleid op welke artikelen met welke inkoopdatum [gedaagde] zijn verweer baseert. Los daarvan toont deze lijst met name aankopen van één artikel van een model. Zonder nadere onderbouwing (bijvoorbeeld met boekhoudkundige bescheiden waarin de voorraad wordt verbonden aan facturen/leveringen) kan voorshands niet worden aangenomen dat een bij Eichholtz ingekocht exemplaar van een meubel ook het exemplaar is dat [gedaagde] nu, één tot vijf jaar na de betreffende factuurdatum, te koop aanbiedt. Het uitputtingsverweer van [gedaagde] slaagt dan ook niet.

4.13.

Gelet op het voorgaande is de voorzieningenrechter voorshands van oordeel dat [gedaagde] door het aanbieden van de producten weergegeven in 2.5 inbreuk maakt op de door Eichholtz ingeroepen Gemeenschapsmodelrechten.

Auteursrecht

Inbreuk op auteursrechten op meubels?

4.14.

Eichholtz beroept zich in deze procedure op auteursrechten ten aanzien van de volgende producten:

  1. de Side Table Smythson,

  2. de Coffee Table Smythson,

  3. de Console Table Smythson,

  4. de Coffee Table Tribute,

  5. de Side Table Tribute,

  6. de Coffee Table Treasure,

  7. de Side Table Treasure,

  8. de Coffee Table Huntington,

  9. de Sofa Cesare,

  10. de Dining Chair Dirand,

  11. de Coffee Table Tortona set of 4,

  12. de Coffee Table Baccarat,

  13. de Side Table Baccarat,

  14. de Coffee Table Aramis set of 4,

  15. de Console Table Cristiano,

  16. de Cabinet Lagonda,

  17. de Chandelier Ludlow,

  18. de Chair Bahamas,

  19. de Chandelier Argento S,

  20. de Chandelier Argento L,

  21. de Stool Savoy,

  22. de Bench Tristan,

  23. de Bench Cesare,

  24. de Stool Adonia,

  25. de Stool Cesare,

  26. de Lounge Sofa Cesare Left,

  27. de Lounge Sofa Cesare right,

  28. de Chair Cesare,

  29. de Sofa Adonia,

  30. de Sofa Raffles,

  31. de Trolley Arezzo,

  32. de Console Table Curtis,

  33. de Coffee Table Curtis,

  34. de coffee Table Horizon square,

  35. de console Table Horizon,

  36. de Side Table Cocktail,

  37. de Console Table Criss Cross,

  38. de Side Table Criss Cross,

  39. de Coffee Table Criss Cross,

  40. de Cabinet Soto,

  41. de Cabinet Trento,

  42. de Mirror Levine,

  43. de Side Table Villièrs,

  44. de Coffee Table Tatler,

  45. de Headboard Shangri La,

  46. de Table Lamp Mornington,

  47. de Side Table Paladin,

  48. de Coffee Table Sax set of 4,

  49. de Table Lamp Pimlico

  50. de Chandelier Claridges,

  51. de Atlanta Chair,

  52. de Bench Beekman Place.

4.15.

Eichholtz stelt dat [gedaagde] inbreuk maakt op de auteursrechten van Eichholtz op deze producten en heeft ter onderbouwing van deze stelling in de producties EP 09 en EP 10 een overzicht gemaakt van de door [gedaagde] via zijn website respectievelijk via Marktplaats aangeboden producten en deze producten afgezet tegen het assortiment van Eichholtz.

4.16.

De voorzieningenrechter ziet niet in welk belang Eichholtz heeft bij haar vorderingen gebaseerd op het auteursrecht voor de producten opgesomd in 4.14 onder 1 en 3 tot en met 8, nu uit het voorgaande volgt dat de vorderingen voor die producten al op grond van inbreuk op Gemeenschapsmodelrechten van Eichholtz toewijsbaar zijn. Eichholtz heeft niet toegelicht welk afzonderlijk belang zij heeft bij een aanvullend verbod op de auteursrechtelijke grondslag. Een beoordeling van de vraag of die producten ook inbreuk maken op auteursrechten van Eichholtz kan bij deze stand van zaken achterwege blijven.

4.17.

[gedaagde] betwist op zich niet dat de in 4.14 opsomde meubelen en woonaccessoires als auteursrechtelijke werken voor bescherming door het auteursrecht in aanmerking komen. Hij bestrijdt echter dat Eichholtz de auteursrechthebbende is, omdat het volgens [gedaagde] in alle gevallen gaat om producten die Eichholtz heeft ontleend aan bestaande meubelontwerpen van derden. De voorzieningenrechter slaat geen acht op de (datering in de) door [gedaagde] in dit verband overgelegde productie GP 6a met ontwerptekeningen van Good Inspiration Ltd, op dezelfde gronden als hiervoor in 4.8 vermeld. [gedaagde] heeft daarnaast ter onderbouwing van dit verweer twee (deels overeenstemmende) overzichten overgelegd als producties GP 2 en GP 6b, waarin hij per product uiteen heeft gezet aan welke oudere ontwerpen Eichholtz haar producten volgens hem heeft ontleend.

4.17.1.

Ten aanzien van de meubels opgesomd in 4.14 onder 9 (Sofa Cesare), 10 (Chair Dirand), 11 (Tortona Coffee Table), 12 en 13 (Baccarat), 15 (Christiano), 17 (Ludlow), 21 (Savoy), 22 (Tristan), 23, 25, 26, 27 en 28 (Bench, Stool, Lounge Sofa en Chair Cesare), 29 (Sofa Adonia), 30 (Raffles), 31 (Arezzo), 32 en 33 (Curtis), 37, 38 en 39 (Criss Cross), 40 (Soto), 41 (Trento), 42 (Levine), 43 (Villiers), 44 (Tatler), 45 (Shangri La) geldt het volgende. In de producties 2 en 6b van [gedaagde] , heeft hij ten aanzien van al deze meubels en woonaccessoires ontwerpen afgebeeld die volgens hem tot het vormgevingserfgoed behoren. In die producties is echter niet vermeld, althans niet leesbaar, in welke periode het betreffende ontwerp aan het publiek ter beschikking is gesteld. Ook valt die informatie niet af te leiden uit het verweer van [gedaagde] ten aanzien van die ontwerpen. Het ontleningsverweer kan voor deze meubel-ontwerpen om die reden al niet slagen.

4.17.2.

Ten aanzien van de meubels opgesomd onder 2 (Smythson Coffee Table), 14 (Aramis), 16 (Lagonda), 18 (Bahamas), 24 (Adonia), 34 en 35 (Horizon), 36 (Cocktail) van 4.14 geldt dat [gedaagde] zijn ontleningsverweer voldoende concreet heeft onderbouwd in de voornoemde overzichten, door een afbeelding van het betreffende vormgevingserfgoed, waarbij de periode waarin dat op de markt is gebracht en de producent of ontwerper zijn vermeld. Het gaat daarbij om de hierna weergegeven onderdelen van het overzicht van [gedaagde] (en ten aanzien van de Smythson Coffe Table het in 4.7.2 al weergegeven overzicht):

Anders dan Eichholtz betoogt, staat het feit dat er geen exacte datum bij de afbeeldingen is vermeld, er binnen het bestek van dit kort geding niet aan in de weg dat het vermelde jaartal of decennium voorshands oordelend in alle gevallen ruimschoots voor de door Eichholtz gestelde datum van haar ontwerp ligt. Tegenover deze gemotiveerde stellingen heeft Eichholtz onvoldoende uiteengezet waarom de aangedragen ontwerpen niet tot het vormgevingserfgoed behoren, noch waarom haar latere werken geen verveelvoudiging daarvan maar een eigen intellectuele schepping vormen. Eichholtz heeft in de dagvaarding slechts in zijn algemeenheid ten aanzien van al haar meubels gesteld dat er sprake is van een eigen intellectuele schepping. Ter zitting heeft zij van de meubels vermeld in 4.14 onder 14 (Aramis), 24 (Adonia), 34 en 35 (Horizon) nog betoogd dat de totaalindruk ‘compleet anders’ is dan de totaalindruk van het betreffende door [gedaagde] aangedragen oudere ontwerp. Gelet op de gemotiveerde stellingen van [gedaagde] , had het echter op de weg van Eichholtz gelegen om concreet aan te geven welke uiterlijke kenmerken van deze producten maken dat er sprake is van een eigen intellectuele schepping en dus een auteursrechtelijk beschermd werk. Gelet op de overeenkomsten met de oudere werken, is ook niet evident waarin de eigen intellectuele schepping van Eichholtz schuilt.

4.17.3.

Ten aanzien van de lampen opgesomd onder 19 en 20 (Argento) van 4.14 (zie 2.3 voor afbeeldingen van de Argento lampen) geldt dat Eichholtz ter zitting wel voldoende heeft gemotiveerd op grond van welke uiterlijke kenmerken er sprake is van een eigen intellectuele schepping ten opzichte van het vormgevingserfgoed, zodat er sprake is van een eigen auteursrechtelijk beschermd werk, geen onbeschermde ontlening aan een ouder model. Daarbij is van belang dat de door [gedaagde] overgelegde afbeelding van het vormgevingserfgoed van slechte kwaliteit is. Het overzicht van [gedaagde] geeft het vormgevingserfgoed als volgt weer:

Eichholtz heeft de volgende afbeelding van haar lamp overgelegd:

Deze afbeeldingen zijn niet erg duidelijk, maar voor zover die te beoordelen zijn, weerspreken zij in elk geval het betoog van Eichholtz dat zij eigen keuzes heeft gemaakt bij haar lamp door te kiezen voor alleen horizontaal geplaatste zij-armen en grotere lampbollen, niet.

4.17.4.

De voorzieningenrechter stelt vast dat de producten vermeld in 4.14 onder de nummers 46 tot en met 50 niet in de overzichten van Eichholtz zijn verwerkt. Eichholtz heeft ten aanzien van deze producten enkel gesteld dat het aanbod van de kopieën van deze producten door [gedaagde] pas na het verleende beslagverlof is ontdekt, maar heeft nagelaten haar vordering op dit punt met afbeeldingen te onderbouwen. Naar voorlopig oordeel heeft Eichholtz dan ook onvoldoende aannemelijk gemaakt dat [gedaagde] inbreuk maakt op de auteursrechten van Eichholtz ten aanzien van deze producten, zodat de vorderingen voor zover zij deze producten betreffen, zullen worden afgewezen.

4.17.5.

De in 4.14 onder 51 genoemde Atlanta Chair is door [gedaagde] op Marktplaats aangeboden onder het merk Eichholtz. Naar de eigen stellingen van Eichholtz biedt [gedaagde] onder meer via Marktplaats onder gebruikmaking van de merknaam ‘Eichholtz’ originele Eichholtz producten aan, die door Eichholtz aan [gedaagde] zijn geleverd. Dit brengt mee dat de door [gedaagde] op Marktplaats aangeboden ‘Eichholtz Atlanta Arm Chair’ voorshands oordelend een origineel Eichholtz product is, zodat de stelling dat [gedaagde] met het aanbieden van dit product inbreuk maakt op het auteursrecht op de Atlanta Chair van Eichholtz wordt verworpen en de vordering op dit punt wordt afgewezen.

4.18.

[gedaagde] betwist niet dat, voor zover het beroep van Eichholtz op auteursrecht op de meubels slaagt, de door hem op zijn website en op Marktplaats aangeboden meubels aangemerkt moeten worden als een verveelvoudiging daarvan. Nu dat geldt voor de hiervoor in 4.17.1 en 4.17.3 opgesomde producten van Eichholtz, vormen de (daarmee corresponderende) producten van [gedaagde] die Eichholtz in haar producties EP 9 en EP 10 heeft weergegeven derhalve in beginsel een inbreuk op het auteursrecht van Eichholtz.

4.19.

Ook in dit verband beroept [gedaagde] zich echter op uitputting, omdat de meubels die hij te koop aanbiedt door hem zouden zijn ingekocht bij Eichholtz. Op dezelfde gronden als overwogen in 4.12, kan dat verweer niet slagen, met uitzondering van de in 4.17.5 Atlanta stoel.

4.20.

De slotsom is dat voorshands voldoende aannemelijk is dat [gedaagde] inbreuk heeft gemaakt op auteursrechten van Eichholtz op de in 4.17.1 en 4.17.3 opgesomde meubels en woonaccessoires van Eichholtz.

Auteursrecht op foto’s

4.21.

[gedaagde] heeft niet betwist dat Eichholtz auteursrechthebbende is op de productfoto’s van haar collectie. Hij heeft in dit verband alleen het verweer gevoerd dat Eichholtz hem nooit heeft gevraagd die foto’s niet langer te gebruiken nadat de handelsrelatie tussen partijen was geëindigd. Een waarschuwing of bewustheid van de inbreuk is echter geen voorwaarde voor het maken van een auteursrechtinbreuk. Derhalve heeft [gedaagde] naar voorlopig oordeel ook inbreuk gemaakt op het auteursrecht van Eichholtz op de productfoto’s. Dat hij heeft verklaard die foto’s inmiddels niet meer te gebruiken, staat aan een verbod niet in de weg, nu [gedaagde] de inbreuk niet uitdrukkelijk heeft erkend. Eichholtz heeft derhalve onverminderd belang bij het gevorderde verbod voor deze inbreuk.

Onrechtmatige daad

Slaafse nabootsing

4.22.

Voor zover de modelrechtelijke en auteursrechtelijke grondslagen van Eichholtz niet slagen, komt de voorzieningenrechter toe aan de gestelde slaafse nabootsing. De daarop gebaseerde vorderingen slagen evenmin, al omdat Eichholtz niet aannemelijk heeft gemaakt dat de betreffende producten een eigen plaats op de markt innemen en [gedaagde] heeft bestreden dat dat het geval is.

Overig onrechtmatig handelen

4.23.

[gedaagde] heeft niet betwist dat het gebruik van de productnamen Padova, Astoria, Tribute, Shangri, Palmer, Azore, Recla, Luigi, Roman, Quadrum, Rosella, Cesare, Lugano, Tristan, Argento, Alessia, Quercus, Xavier, Torian, Isola, Remy, Azura, Cross, Mallorca, Lombard, Alpina, Beekman en Dawson van Eichholtz voor zijn eigen (al dan niet identieke) producten een vorm van onrechtmatige mededinging is, omdat daardoor verwarring kan ontstaan bij het publiek. Het betoog van [gedaagde] dat hij die namen mocht gebruiken omdat hij de betreffende producten bij Eichholtz heeft ingekocht, slaagt niet, zoals hiervoor in 4.12 is overwogen. Dat verweer gaat bovendien niet op voor de gevallen waarin hij een productnaam van Eichholtz voor een afwijkend product gebruikt. Het gebruik van deze productnamen is derhalve naar voorlopig oordeel een onrechtmatige daad.

Gebruik van bedrijfsgeheimen

4.24.

[gedaagde] heeft ter zitting bevestigd dat hij, naast contactgegevens die hij zelf in de loop der jaren heeft verzameld, een lijst van klantcontactgegevens van Eichholtz heeft gebruikt voor de in 2.7 beschreven mailing. Hij betwist ook niet dat die lijst een bedrijfsgeheim in de zin van artikel 1 WBB is. Deze lijst zou hij hebben ontvangen van een (voormalig) medewerker van Eichholtz, [A]. Uit hetgeen [gedaagde] ter zitting heeft verklaard, komt naar voren dat hij zich niet gerealiseerd heeft dat het om vertrouwelijke informatie ging. Naar voorlopig oordeel had [gedaagde] , op het moment dat hij deze informatie gebruikte voor zijn mailing, echter behoren te begrijpen dat hij met dat gebruik in strijd handelde met een verplichting om die informatie niet te gebruiken voor concurrentie met Eichholtz. Immers, voor zover [gedaagde] die informatie al had ontvangen in het kader van zijn handelsrelatie met Eichholtz, behoorde het hem duidelijk te zijn dat het toegestane gebruik daarvan was beperkt tot activiteiten in dat kader. Tijdens die handelsrelatie was Eichholtz groothandelaar, die leverde aan [gedaagde] als detailhandelaar gericht op consumentenverkoop. Het gebruik van deze gegevens na de beëindiging van de handelsrelatie voor business to business promotie, kon daar daarom niet onder vallen en [gedaagde] behoorde dat te weten. Gelet op dit een en ander heeft [gedaagde] onrechtmatig gehandeld jegens Eichholtz op grond van artikel 2 lid 2 aanhef en sub c WBB.

Vorderingen

4.25.

Het door Eichholtz gevorderde verbod om inbreuk te maken in de Europese Unie op Gemeenschapsmodelrechten is toewijsbaar voor de Modellen 1, 3, 4, 5, 6, 7 en 8.

4.26.

Een verbod om inbreuk te maken op de auteursrechten op de in 4.17.1 en 4.17.3 opgesomde werken is eveneens toewijsbaar. Eichholtz vordert dit verbod ook voor de gehele Europese Unie, maar heeft niet gesteld dat [gedaagde] inbreuk heeft gemaakt op aan haar toekomende auteursrechten in andere landen van de Europese Unie, zodat er geen grond is voor een EU-wijd verbod. Het auteurstrechtelijke verbod wordt daarom beperkt tot Nederland.

4.27.

Het gevorderde verbod om de in 4.23 opgesomde productnamen te gebruiken is eveneens toewijsbaar.

4.28.

Gelet op het voorlopig oordeel dat [gedaagde] onrechtmatig gebruik heeft gemaakt van een bedrijfsgeheime lijst van klantgegevens van Eichholtz, is ook een verbod om die gegevens te gebruiken toewijsbaar. In het petitum van de dagvaarding verwijst Eichholtz naar klantcontactgegevens in productie 12b. Nu die productie niet bestaat en productie EP 11b wel een dergelijke lijst bevat, gaat de voorzieningenrechter er van uit dat laatstgenoemde productie is bedoeld. Ook op de gevorderde opgave met betrekking tot deze bedrijfsgeheime gegevens heeft Eichholtz, bij gebreke van een betwisting daarvan, naar voorlopig oordeel recht. Deze voorziening kan voorshands worden aangemerkt als een vorm van afgifte van de bedrijfsgeheime gegevens in de zin van artikel 5 lid 2 WBB. Ter voorkoming van executiegeschillen en gelet op de kerstperiode, wordt de termijn waarbinnen [gedaagde] de opgave dient te doen aangepast als in het dictum vermeld.

4.29.

De gevorderde opgave van inkoop-, verkoop- en voorraadgegevens van inbreukmakende producten is eveneens toewijsbaar. Met die gegevens kan Eichholtz verdere inbreuken in de keten trachten te voorkomen en/of beëindigen, zodat zij daarbij een spoedeisend belang heeft. Waar in het dictum bij het opgavebevel en overige nevenvorderingen wordt gesproken over ‘inbreukmakende producten’, is bedoeld op de Modellen 1, 3, 4, 5, 6, 7 en/of 8 inbreukmakende producten waaronder in ieder geval de in 2.5 weergegeven meubels, en de meubels en woonaccessoires van [gedaagde] die in productie EP 9 en EP 10 door Eichholtz zijn aangemerkt als kopieën van de in 4.17.1 en 4.17.3 opgesomde werken. De vordering tot controle en waarmerking van de opgave door een registeraccountant is niet toewijsbaar, omdat toewijzing daarvan tot executieproblemen kan leiden6. Ter voorkoming van executiegeschillen en gelet op de kerstperiode, wordt de termijn waarbinnen [gedaagde] de opgave dient te doen aangepast als in het dictum vermeld.

4.30.

Bij de gevorderde opgave van winstgegevens en gegevens van derden aan wie [gedaagde] alleen een aanbod heeft gedaan, heeft Eichholtz geen spoedeisend belang, zodat opgave van gegevens die daarop betrekking hebben niet toewijsbaar is. De vordering tot opgave van gegevens van derden in wiens medium [gedaagde] reclame heeft geplaatst wordt ook niet toegewezen, omdat dit enerzijds bedrijfsgevoelige informatie van [gedaagde] betreft terwijl anderzijds het belang van Eichholtz om te voorkomen dat [gedaagde] wederom reclame maakt met inbreukmakende producten voorshands voldoende is gewaarborgd met de toe te wijzen stakingsbevelen en de daaraan te verbinden dwangsom.

4.31.

De gevorderde recall van inbreukmakende producten is ook toewijsbaar, evenals het bevel tot vernietiging van de aldus terug ontvangen producten en de voorraad inbreukmakende producten. Ook de afgifte ter vernietiging van promotiemateriaal is toewijsbaar. Als [gedaagde] , zoals hij heeft betoogd, niet over promotiemateriaal beschikt, zal dit bevel geen effect sorteren, maar als hij wel over promotiemateriaal beschikt, heeft Eichholtz recht op en belang bij deze voorziening. Ter voorkoming van executiegeschillen en gelet op de kerstperiode, wordt de termijn waarbinnen [gedaagde] de afgifte dient te doen aangepast als in het dictum vermeld.

4.32.

De over de bevelen gevorderde dwangsommen zijn ook toewijsbaar, met dien verstande dat de dwangsommen zelf en de maximering gematigd worden als in het dictum bepaald.

4.33.

De gevorderde winstafdracht is niet toewijsbaar. Welk spoedeisend belang Eichholtz heeft bij toewijzing van deze vordering, heeft zij niet gesteld en is zonder nadere toelichting ook niet duidelijk.

4.34.

[gedaagde] zal als de overwegend in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten. Eichholtz heeft een proceskostenveroordeling op de voet van artikel 1019h Rv gevorderd en opgegeven dat haar advocaatkosten € 8.239 bedragen. Naar schatting betreft 75% van die kosten werkzaamheden in verband met de handhaving van intellectuele eigendomsrechten in de zin van artikel 1019 Rv. Voor zover de vorderingen zijn gebaseerd op de commune onrechtmatige daad en de Wet Bescherming Bedrijfsgeheimen is een kostenveroordeling op de voet van artikel 237 Rv en het liquidatietarief toewijsbaar.

4.35.

De voorzieningenrechter merkt dit kort geding aan als een normaal kort geding in de zin van de Indicatietarieven in IE-zaken van de rechtbanken, waarvoor een maximum indicatietarief geldt van € 15.000. Gelet daarop zijn de door Eichholtz opgegeven kosten redelijk en evenredig. De voorzieningenrechter begroot de proceskosten derhalve op 75% van de opgegeven advocaatkosten, € 6.179,25, vermeerderd met (25% x 2 punten x tarief II van het liquidatietarief =) € 271,50, € 639 griffierecht en 83,42 dagvaardingskosten, in totaal: € 7.173,17.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

beveelt [gedaagde] om binnen vierentwintig uur na betekening van dit vonnis te staken en gestaakt te houden het direct of indirect benaderen van de klanten van Eichholtz met gebruikmaking van de klantgegevens genoemd in productie 11b bij de dagvaarding en van de overige klantgegevens van Eichholtz die hij heeft verkregen van de onder 4.24 genoemde persoon, op straffe van een direct opeisbare dwangsom van € 1.000,= voor elke overtreding of, zulks ter keuze van Eichholtz, iedere dag dat die voortduurt, met een maximum van € 50.000,=,

5.2.

beveelt [gedaagde] om binnen vier weken na betekening van dit vonnis aan mr. N.D.R. Nefkens, [adres], een met bewijs onderbouwde opgave te verstrekken van:

a. de wijze waarop en de periode waarin toegang tot deze klantgegevens verkregen is,

b. de namen, adressen, telefoonnummer(s), web- en e-mailadressen van de partijen die bij het verkrijgen van de klantgegevens betrokken zijn,

c. een volledige lijst van verkregen klantgegevens,

op straffe van een direct opeisbare dwangsom van € 500,- voor elke dag van niet-naleving, met een maximum van € 25.000,=,

5.3.

beveelt [gedaagde] om binnen vierentwintig uur na betekening van dit vonnis in de Europese Unie te staken en gestaakt te houden iedere inbreuk op de Gemeenschapsmodelrechten van Eichholtz op Model 1, Model 3, Model 4, Model 5, Model 6, Model 7 en/of Model 8, waaronder in het bijzonder begrepen het fabriceren en/of aanbieden en/of verhandelen en/of voor dat doel in voorraad houden en/of verkopen en/of leveren en/of importeren en/of exporteren en/of verhuren en/of uitlenen en/of op welke titel dan ook in het handelsverkeer brengen en/of verspreiden via (direct) mailings en/of via e-mails, en/of via een catalogus en/of via een website of sociale media die vrij toegankelijk zijn voor het publiek van de in 2.5 weergegeven producten, zulks op straffe van een direct opeisbare dwangsom van € 20.000,= voor elke overtreding of, zulks ter keuze van Eichholtz, voor iedere dag dat deze overtreding voortduurt, met een maximum van € 200.000,=,

5.4.

beveelt [gedaagde] om binnen vierentwintig uur na betekening van dit vonnis in Nederland te staken en gestaakt te houden iedere inbreuk op de auteursrechten van Eichholtz op de in 4.17.1 en/of 4.17.3 opgesomde werken en op de productfoto’s van Eichholtz, waaronder in het bijzonder begrepen het fabriceren en/of aanbieden en/of verhandelen en/of voor dat doel in voorraad houden en/of verkopen en/of leveren en/of importeren en/of exporteren en/of verhuren en/of uitlenen en/of op welke titel dan ook in het handelsverkeer brengen en/of verspreiden via (direct) mailings en/of via e-mails, en/of via een catalogus en/of via een website of sociale media die vrij toegankelijk zijn voor het publiek van de in producties 9 en 10 bij de dagvaarding weergegeven producten van [gedaagde] die een verveelvoudiging zijn van deze werken, zulks op straffe van een direct opeisbare dwangsom van € 20.000,= voor elke overtreding of, zulks ter keuze van Eichholtz, voor iedere dag dat deze overtreding voortduurt, met een maximum van € 200.000,=,

5.5.

beveelt [gedaagde] om binnen vierentwintig uur na betekening van dit vonnis te staken en gestaakt te houden ieder gebruik van de productnamen opgesomd in 4.23,

5.6.

beveelt [gedaagde] om binnen vier weken na betekening van dit vonnis aan mr. N.D.R. Nefkens, [adres], onder overlegging van kopieën van offertes, facturen, bankafschriften en andere relevante documenten of bescheiden, een schriftelijke opgave te verstrekken van:

a. het aantal vervaardigde, ingekochte en verkochte inbreukmakende producten;

b. de namen, adressen, telefoonnummers, web- en e-mailadressen van de afnemers, niet zijnde particulieren, van de inbreukmakende producten;

c. de namen, adressen, telefoonnummer(s), web- en e-mailadressen van de leverancier(s) van de inbreukmakende producten;

d. de voorraad inbreukmakende producten, brochures, prijslijsten en/of ander promotiemateriaal waarmee de inbreukmakende producten aangeboden worden, op 10 oktober 2019, op het moment van de betekening van dit vonnis en op de dag van de opgave,

5.7.

beveelt [gedaagde] om binnen vier weken na betekening van dit vonnis alle inbreukmakende producten terug te halen bij de afnemers, niet zijnde particulieren, en deze binnen zes weken na betekening van dit vonnis aan Eichholtz ter beschikking te stellen, ter vernietiging op kosten van [gedaagde] ,

5.8.

beveelt [gedaagde] om binnen zes weken na betekening van dit vonnis de aanwezige voorraad inbreukmakende producten ter beschikking te stellen aan Eichholtz ter vernietiging door Eichholtz op kosten van [gedaagde] ,

5.9.

beveelt [gedaagde] om binnen zes weken na betekening van dit vonnis afgifte te doen aan Eichholtz van de aanwezige voorraad van brochures, prijslijsten en/of ander promotiemateriaal waarmee de inbreukmakende producten worden aangeboden, ter vernietiging door Eichholtz op kosten van [gedaagde] , zonder dat Eichholtz daarvoor een vergoeding verschuldigd is,

5.10.

bepaalt dat [gedaagde] een dwangsom verbeurt van € 5.000,= voor elke dag dat hij een van de hiervoor onder 5.5 tot en met 5.9 gegeven bevelen niet opvolgt, met een maximum van € 50.000,=,

5.11.

veroordeelt [gedaagde] in de kosten van dit geding, tot op heden aan de zijde van Eichholtz begroot op € 7.173,17,

5.12.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.13.

stelt de termijn ingevolge artikel 1019i Rv op zes maanden na de datum van dit vonnis,

5.14.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.M. Bus en in het openbaar uitgesproken op 20 december 2019.

1 In dit overzicht wordt telkens slechts één van de gedeponeerde afbeeldingen weergegeven.

2 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

3 Verordening (EG) nr. 6/2002 van de Raad van 12 december 2001 betreffende Gemeenschapsmodellen (Gemeenschapsmodellenverordening)

4 HvJ EU 20 oktober 2011, C-281/10 (Pepsico v. Grupo Promer), r.o. 53

5 HvJ EU 19 juni 2014, ECLI:EU:C:2014:2013 (Karen Millen).

6 Vgl. Rechtbank Den Haag 20 juli 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:8293, r.o. 4.43