Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2019:1328

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
14-02-2019
Datum publicatie
22-03-2019
Zaaknummer
NL18.5419
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

asiel, verklaringen over mensenhandel en seksuele gerichtheid niet ten onrechte ongeloofwaardig bevonden, beroep ongegrond

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats 's-Gravenhage

Bestuursrecht

zaaknummer: NL18.5419


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 februari 2019 in de zaak tussen

[eiser], eiser

(gemachtigde: mr. S. Thelosen),

en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. A.S.R. Mangroelal)


Procesverloop
Bij besluit van 22 februari 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser van 1 januari 2017 tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 22 november 2018. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen E. Tackey. Tevens is eisers partner en een medewerker van VluchtelingenWerk Nederland verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiser heeft de Keniaanse nationaliteit. Hij is geboren op [geboortedatum] 1977.

2. Eiser heeft tijdens het nader gehoor van 12 april 2017 aan zijn asielaanvraag ten grondslag gelegd dat hij in 1999 door middel van mensenhandel in Engeland is gekomen. Hij heeft verklaard dat hij daar gedwongen werd frauduleuze handelingen te verrichten en als seksslaaf werd gebruikt. Ook is daar middels door de ontvoerders aan hem verstrekte medicatie geprobeerd hem te veranderen tot vrouw; eiser heeft borstvorming. Nadat zijn asielaanvraag in Engeland is afgewezen, is hij op 28 oktober 2016 naar Kenia uitgezet. Hij is in Kenia ontvoerd en op reis meegenomen met als bestemming Zuid-Amerika. Op Schiphol heeft eiser weten te ontsnappen. Na verweerders voornemen van 6 december 2017 tot afwijzing van eisers asielaanvraag, heeft eiser verklaard tijdens het nader gehoor in de war te zijn geweest. Door therapie met een psychiater durft hij bij het aanvullend gehoor te verklaren dat hij homoseksueel en transgender is en dat hij met drie personen een homoseksuele relatie heeft gehad. Eiser vreest bij terugkeer naar Kenia problemen met de bendes die hem hebben ontvoerd en voor vervolging vanwege zijn seksuele gerichtheid.

3. Verweerder heeft het asielrelaas van eiser in de volgende relevante elementen onderverdeeld:

  • -

    identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser;

  • -

    problemen van eiser met bendes in Kenia;

  • -

    seksuele gerichtheid van eiser waaronder homoseksualiteit en transgender zijn;

  • -

    relaties.

4. Verweerder heeft alleen de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser geloofwaardig geacht. De overige relevante elementen volgt verweerder niet. De gestelde problemen van eiser met bendes in Kenia heeft verweerder ongeloofwaardig geacht, wegens onvoldoende gedetailleerde verklaringen over deze bendes en over de motieven waarom zij het op hem gemunt zouden hebben. Ook acht verweerder opmerkelijk dat eiser op een filmpje op Facebook te zien is in de periode dat hij naar eigen zeggen voor de bendes ondergedoken zat. Verweerder betrekt hierbij tevens een onderzoek van het UK Home Office van 29 januari 2015, waarin is vastgesteld dat eiser geen slachtoffer is geweest van mensenhandel. Eisers homoseksuele gerichtheid en transgender zijn heeft verweerder niet geloofwaardig geacht wegens wisselende en ongerijmde verklaringen omtrent zijn proces van ontdekking en de wijze waarop hij daarmee is omgegaan. Ook heeft eiser wisselend verklaard over de rol van zijn borstvorming hierin. Eisers verklaring dat hij met drie personen een homoseksuele relatie heeft gehad, acht verweerder mede gezien zijn vage verklaringen onvoldoende om zonder meer te volgen. Verweerder concludeert daarom dat de asielaanvraag wordt afgewezen als ongegrond.

5.1

Eiser voert aan dat de gehoren en het besluit onzorgvuldig tot stand zijn gekomen, omdat er onvoldoende rekening is gehouden met zijn medische en psychische klachten. Toen hij Nederland binnenkwam heeft hij in een gesloten psychiatrische inrichting gezeten. Eiser heeft een posttraumatisch stress-syndroom. Ook acht eiser onzorgvuldig dat hij niet in de gelegenheid is gesteld om zijn vrije relaas te vertellen. Het nader gehoor is warrig verlopen, ook voor mensen zonder psychische problemen. Daarbij is eiser onvoldoende in de gelegenheid gesteld om te verklaren over zijn geschiedenis in Engeland en Duitsland.

5.2

De rechtbank is van oordeel dat verweerder eiser voldoende zorgvuldig heeft gehoord. Uit het FMMU medisch advies horen en beslissen van 3 januari 2017 volgt dat eiser wel gehoord kan worden, maar dat rekening gehouden moet worden met oplopende spanning en stress bij eiser dat mogelijk kan zorgen voor een paniekaanval. Het advies is pauzes inlassen en bij een paniekaanval het interview zo nodig beëindigen en op een ander tijdstip voortzetten. Uit het verslag van het nader gehoor volgt dat de hoormedewerker van verweerder bij het gehoor rekening heeft gehouden met deze beperkingen. Zo heeft de hoormedewerker onder meer aangegeven dat het belangrijk is dat eiser het aangeeft als zijn toestand hem belemmert in het doen van zijn verhaal, waarop eiser heeft geantwoord dat zijn conditie hem toestaat om verder te gaan. Op de vraag of eiser zich lichamelijk en geestelijk in staat voelde om het gehoor te laten plaatsvinden, heeft eiser geantwoord dat dit zo was en dat hij het zal laten weten mocht zich iets voordoen. Eiser is er op gewezen dat hij het mag aangeven wanneer hij om welke reden dan ook moeite heeft met vragen of behoefte heeft aan een pauze. De rechtbank stelt met verweerder vast dat eiser tijdens of na het gehoor geen melding heeft gemaakt van problemen tijdens het gehoor. De rechtbank stelt met eiser vast dat het nader gehoor niet op de gebruikelijke wijze is aangevangen met ruimte voor eiser om de redenen voor zijn asielaanvraag te geven. Eisers standpunt dat het gehoor hierdoor onzorgvuldig is verlopen, deelt de rechtbank echter niet. Verweerder heeft ter zitting toegelicht dat de wijze van bevraging door de hoormedewerker wordt aangepast aan de betrokken vreemdeling. Dat de hoormedewerker in het geval van eiser behalve open vragen ook gesloten vragen heeft gesteld, acht de rechtbank evenmin onzorgvuldig. Eiser is voldoende in de gelegenheid gesteld zijn relaas naar voren te brengen. Eiser heeft verklaard over hetgeen hij heeft meegemaakt in Engeland en het stond eiser vrij nader te verklaren over zijn ervaringen in Duitsland. Verweerder heeft evenwel niet ten onrechte beslist dat eisers problemen daar één verhaallijn vormen met dezelfde bende in Kenia en dat verweerder enkel beoordeelt welke risico’s eiser bij terugkeer naar Kenia stelt te lopen.

6.1

Eiser voert verder aan dat verweerder zijn problemen met de bendes ten onrechte, zonder deugdelijke motivering en zonder zorgvuldig onderzoek ongeloofwaardig heeft bevonden. In dit kader voert hij aan dat in het Britse onderzoek van het UK Home Office van 29 januari 2015 enkel is geconcludeerd dat er onvoldoende aanwijzingen waren dat eiser een slachtoffer van mensenhandel is geweest. Verweerder heeft hieruit niet kunnen afleiden dat de aangevoerde feiten ongeloofwaardig zijn bevonden. Ten onrechte heeft verweerder de borstvorming niet betrokken als ondersteunend bewijs. Eiser is niet in de gelegenheid gesteld om gedetailleerder te verklaren over de bende en de motieven. Ten onrechte heeft verweerder geen waarde gehecht aan het proces-verbaal van de Keniaanse politie. Weliswaar staan daarin eigen verklaringen van eiser opgetekend, maar wel van ver voor de asielaanvraag. Eiser betwist dat hij eerder had moeten aangeven dat hij niet zelf de filmpjes op Facebook heeft gezet. Verweerder heeft onvoldoende gemotiveerd gereageerd op hetgeen eiser heeft aangevoerd over zijn eerste en tweede ontvoering in Kenia. Voorts is het volgens eiser niet vreemd dat hij niet meer kan verklaren over de plaats Nakuru, omdat hij geblinddoekt was.

6.2

De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat eisers verklaringen over zijn problemen met de bendes ongeloofwaardig zijn. Hierbij heeft verweerder terecht de door eiser overgelegde brief van UK Home Office van 29 januari 2015 betrokken, waarin wordt geoordeeld dat niet geloofwaardig is dat eiser slachtoffer is geweest van mensenhandel. Voorts heeft verweerder hierbij mogen betrekken dat uit deze brief blijkt dat eiser in Engeland strafrechtelijk is veroordeeld in 2012 tot ruim zes jaar gevangenisstraf. Verweerder heeft verder niet ten onrechte opgemerkt dat eisers borstvorming niet noodzakelijkerwijs door gedwongen medicatie hoeft te zijn ontstaan. Omdat eiser stelt 18 jaar te maken te hebben gehad met de bende, heeft verweerder uitgebreidere verklaringen mogen verwachten. Daarbij heeft verweerder naar het oordeel van de rechtbank mogen tegenwerpen dat eiser lachend en in pak op een filmpje op Facebook staat in de periode dat hij in Kenia ondergedoken zou hebben gezeten. Zijn reactie dat hij niet constant ondergedoken zat en dat de zus van een kennis dit zonder zijn weten heeft geüpload, doet hier niet aan af. Verweerder heeft terecht opgemerkt dat niet valt in te zien dat eiser niet aan deze persoon zou vertellen dat hij ondergedoken zat vanwege problemen met een bende, te meer nu eiser heeft verklaard wel aan voorbijgangers om hulp te hebben gevraagd. Verweerder heeft niet ten onrechte mogen verwachten dat zij ervan op de hoogte zouden zijn dat eiser op dat moment ondergedoken zat en dus vooral niet traceerbaar moest zijn. Verder heeft verweerder aan het proces-verbaal van eisers aangifte bij de Keniaanse politie naar het oordeel van de rechtbank niet de waarde hoeven toekennen die eiser daaraan toegekend wenst te zien, omdat dit een weergave is van eisers verklaringen.

7.1

Eiser voert aan dat verweerder ten onrechte en zonder deugdelijke motivering zijn homoseksualiteit en transgender zijn ongeloofwaardig heeft bevonden. Verweerder had geen gesloten vragen mogen stellen, zoals ook volgt uit de UNHCR Guide Lines en de brief van de staatssecretaris aan de Tweede Kamer van 4 juli 2018. Verweerder heeft verkeerd geïnterpreteerd dat eiser zich pas vanaf de borstvorming vrouw is gaan voelen. Eiser voelde zich vroeger al een meisje en dit is versterkt door de borstvorming. Dat eiser het moeilijk heeft gehad in zijn jeugd, maar dat hij gedachtes en gevoelens als kind moeilijk kan herinneren sluit elkaar niet uit. Dat eiser in Engeland geen asiel heeft aangevraagd vanwege zijn seksuele geaardheid kan hem niet worden tegengeworpen ingevolgde het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJEU) van 2 december 2014 in de gevoegde zaken C-148/13 tot en met C-150/13, A, B en C tegen de staatssecretaris, ECLI:EU:C:2014:2406. Eiser hield zijn geaardheid destijds nog verborgen. Eiser betwist tegenstrijdig te hebben verklaard over het moment van acceptatie. Dat hij homoseksueel is heeft eiser al vroeg naar zichzelf geaccepteerd, maar dit heeft hij altijd verborgen gehouden voor anderen. De therapie heeft niet tot innerlijke zelfacceptatie geleid, maar heeft eiser enkel de moed gegeven om naar buiten te treden als openlijk homoseksueel. De verklaring van eisers huisgenoot die hij bij de zienswijze heeft overgelegd, kan als ondersteuning dienen en deze verklaring had verweerder dan ook moeten beoordelen. Het is een onredelijke verwachting dat eiser behalve de wetenschap dat homoseksualiteit in Kenia strafbaar is, meer zou moeten weten over de situatie daar. Ten onrechte en in strijd met zijn brief aan de Tweede Kamer van 4 juli 2018, heeft verweerder de nadruk gelegd op het bewustwordingsproces en de wijze van zelfacceptatie. Verweerder dient opnieuw op eisers asielaanvraag te beslissen conform zijn nieuwe Werkinstructie 2018/9. Tot slot voert eiser aan dat hij reeds vanwege de borstvorming in Kenia als transgender zal worden gezien, waardoor hij een behandeling in strijd met artikel 3 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) vreest. Verweerder had onderzoek moeten doen naar de wijze waarop transgenders in Kenia behandeld worden.

7.2

De rechtbank volgt verweerder in zijn standpunt dat Werkinstructie 2018/9 geen aanleiding geeft om eiser opnieuw door verweerder te laten horen, omdat deze werkinstructie niet leidt tot een wezenlijk ander gehoor en een andere beoordeling. Volgens Werkinstructie 2018/9 mag verweerder zich bij het gehoor en in de beoordeling niet beperken tot het bewustwordings- en acceptatieproces. De rechtbank stelt vast dat de in eisers aanvullende gehoor gestelde vragen eveneens zien op eisers eigen ervaring en persoonlijke beleving van zijn homoseksualiteit in bredere zin. Verweerder heeft evenwel niet ten onrechte tegengeworpen dat eiser wisselend en ongerijmd heeft verklaard omtrent zijn proces van ontdekking en de wijze waarop hij daarmee is omgegaan. Eiser heeft in zijn aanvullende gehoor verklaard zijn seksuele gerichtheid pas te hebben geaccepteerd na een gesprek met een psychiater na het eerste voornemen. Dat hij met die acceptatie enkel het uiten ervan bedoelde en niet innerlijke acceptatie, heeft verweerder niet ten onrechte niet zo opgevat. Verweerder heeft eiser dan ook mogen tegenwerpen dat met de acceptatie in Nederland niet valt te rijmen dat eiser heeft verklaard in Engeland een huwelijk te zijn aangegaan om zijn geaardheid te verhullen. Verder heeft verweerder eiser niet ten onrechte tegengeworpen dat, indien eiser zich al die tijd bewust was van zijn geaardheid, niet valt in te zien dat hij die geaardheid niet als asielmotief heeft aangewend in Engeland tijdens zijn asielprocedure daar. De rechtbank volgt eiser niet dat uit het HvJEU arrest in de zaken A, B en C volgt dat dit niet mag worden tegengeworpen. Uit de punten 69 en 70 van het arrest volgt dat het Unierechtelijke vereiste om rekening te houden met persoonlijke of algemene omstandigheden die een rol spelen bij het asielverzoek, ertoe kan leiden dat asielzoekers die stellen te vrezen wegens hun seksuele gerichtheid, gelet op hun kwetsbaarheid en de gevoeligheid van vragen daarover, in het kader van de beoordeling van de geloofwaardigheid ervan niet zonder meer mag worden tegengeworpen dat zij hun vrees voor vervolging wegens de gestelde seksuele gerichtheid pas op een later moment aanvoeren en dat die gerichtheid reeds daarom ongeloofwaardig is. Echter, nu eiser ruim 17 jaar in Engeland heeft verbleven en dus niet meer direct afkomstig was uit een land waar zijn gestelde seksuele gerichtheid cultureel niet of nauwelijks is geaccepteerd of zelfs strafbaar is, heeft verweerder naar het oordeel van de rechtbank in eisers geval mogen tegenwerpen dat hij niet zo spoedig als voor eiser redelijkerwijs mogelijk was zijn seksuele gerichtheid als asielmotief heeft aangevoerd. Dit doet in het geval van eiser dan ook afbreuk aan de geloofwaardigheid van zijn gestelde homoseksuele gerichtheid. Anders dan eiser aanvoert, heeft verweerder de door eiser ingebrachte verklaring van zijn huisgenoot overeenkomstig de nieuwe Werkinstructie betrokken, maar evenwel niet ten onrechte geoordeeld dat deze niet aan de ongeloofwaardigheid van eisers verklaringen kunnen afdoen.

Ten aanzien van eisers verklaringen over het zijn van transgender, heeft verweerder naar het oordeel van de rechtbank eveneens mogen tegenwerpen dat eiser hierover wisselend heeft verklaard. Het is opmerkelijk dat eiser zijn borstvorming associeert met zijn transgender zijn terwijl hij heeft verklaard dat hij gedwongen medicatie kreeg toegediend en dat geresulteerd heeft in niet vrijwillige borstvorming. Eiser heeft verklaard zich door zijn borstvorming gehandicapt te voelen. Dat eiser reeds vanwege zijn borstvorming zal worden beschouwd als transgender heeft verweerder niet ten onrechte geen reëel risico geacht. Toen eiser na zijn eerdere uitzetting in Kenia verbleef, heeft hij ook geen problemen ondervonden vanwege zijn uiterlijk.

8. Het beroep is ongegrond.

9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing


De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.


Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J.L. van der Waals, rechter, in aanwezigheid van mr. M.E. Pluymaekers, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 14 februari 2019.

griffier

rechter

Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op:

Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na de dag van verzending van deze uitspraak of na de dag van plaatsing daarvan in het digitale dossier. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.