Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2019:1304

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
23-01-2019
Datum publicatie
14-02-2019
Zaaknummer
C/09/547219 / HA ZA 18-131
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Tussenuitspraak
Inhoudsindicatie

vonnis incident

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
TvA 2019/42
NTHR 2019, afl. 4, p. 195
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DEN HAAG

Team handel

Zaaknummer / rolnummer: C/09/547219 / HA ZA 18-131

Vonnis in incidenten van 23 januari 2019

in de zaak van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SAN LEON ENERGY B.V.,

gevestigd te Leiden,

2. de vennootschap naar buitenlands recht

SAN LEON (NETHERLANDS) LIMITED,

gevestigd op de Britse Maagdeneilanden,

eiseressen in de hoofdzaak,

verweersters in de incidenten,

advocaat mr. G.J.G. Bolderman te Amsterdam,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

TAQA OFFSHORE B.V.,

gevestigd te Den Haag,

gedaagde in de hoofdzaak,

eiseres in het incident,

advocaten mr. R.P.J.L. Tjittes en mr. J.W. de Jong te Den Haag,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

NEPTUNE ENERGY NEDERLAND B.V.,

voorheen genaamd ENGIE E&P NEDERLAND B.V.,

gevestigd te Zoetermeer,

gedaagde in de hoofdzaak,

eiseres in het incident,

advocaat mr. T.L. Claassens te Rotterdam.

Eiseressen in de hoofdzaak, verweersters in de incidenten, zullen hierna afzonderlijk San Leon Energy en San Leon Ltd worden genoemd en gezamenlijk San Leon c.s.

Eiseres in het incident, tevens gedaagde sub 1 in de hoofdzaak, zal hierna TAQA worden genoemd. Eiseres in het incident, tevens gedaagde sub 2 in de hoofdzaak, zal Neptune worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaardingen van 15 januari 2018, met producties;

  • -

    de incidentele conclusie houdende exceptie van onbevoegdheid tevens conclusie van antwoord van Neptune;

  • -

    de conclusie van antwoord in het incident houdende exceptie van onbevoegdheid ex artikel 1022 Rv;

  • -

    de incidentele conclusie houdende exceptie van onbevoegdheid van TAQA, met nagekomen producties;

  • -

    de conclusie van antwoord in het incident houdende exceptie van onbevoegdheid (opgeworpen door TAQA), met productie;

  • -

    de pleitnota’s van San Leon c.s., TAQA en Neptune, zoals voorgedragen tijdens het pleidooi op 14 november 2018.

1.2.

Ten slotte is een datum voor vonnis bepaald in de incidenten.

2 De hoofdzaak

2.1.

San Leon c.s. vordert in de hoofdzaak bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

wat TAQA betreft:

  1. voor recht te verklaren dat TAQA gehouden is tot betaling van de royaltyverplichtingen onder de San Leon ORRI A aan San Leon Ltd en van de royaltyverplichtingen onder de EnCore ORRI aan San Leon Energy;

  2. TAQA te veroordelen tot betaling aan San Leon c.s. van de verschuldigde royalty’s op grond van de San Leon ORRI en de EnCore ORRI, althans schadevergoeding ter hoogte van de uit te betalen royalty’s op basis van de San Leon ORRI en de EnCore ORRI nader op te maken bij staat, in elk geval te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van de dagvaarding tot aan de dag van algehele voldoening;

  3. TAQA te veroordelen tot – voor zover nodig – het verlenen van medewerking aan de rechtsgeldige overdracht van de San Leon ORRI en de EnCore ORRI, althans te bepalen dat het onderhavige vonnis in de plaats komt van alle rechtshandelingen die nodig mochten zijn zodat TAQA gehouden is tot het in sub (a) bepaalde;

  4. TAQA te veroordelen om binnen tien dagen na betekening van het vonnis op grond van artikel 843a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) alle bewijzen aan San Leon Energy en San Leon Ltd te verstrekken die noodzakelijk zijn om de royalty’s verschuldigd aan San Leon Energy en San Leon Ltd te berekenen, op straffe van verbeurte van een dwangsom ten laste van TAQA van € 25.000 per dag dat TAQA hiermee in gebreke blijft met een maximum van € 10.000.000;

wat Neptune betreft:

Neptune te veroordelen tot – voor zover nodig – het verlenen van medewerking aan de rechtsgeldige overdracht van de San Leon ORRI en de EnCore ORRI, althans te bepalen en te gedogen dat het onderhavige vonnis in de plaats komt van alle rechtshandelingen die nodig mochten zijn zodat TAQA gehouden is tot het in sub (a) bepaalde;

voor zover de eis onder e. hierboven niet wordt toegewezen, of voor zover dit niet nodig is of voor zover de rechtbank van oordeel zou zijn dat het verweer van TAQA dat Neptune de voor San Leon c.s. aansprakelijke partij is dan wel dat het verweer van TAQA dat de EnCore ORRI is komen te vervallen door een vaststellingsovereenkomst zou slagen, Neptune te veroordelen tot het betalen van schadevergoeding aan San Leon c.s. ter hoogte van de uit te betalen royalty’s op basis van de San Leon ORRI en de EnCore ORRI nader op te maken bij staat, in elk geval te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag van algehele voldoening;

Neptune te veroordelen om binnen tien dagen na betekening van het vonnis, op grond van artikel 843a Rv, alle bewijzen aan San Leon c.s. te verstrekken die noodzakelijk zijn om de royalty’s verschuldigd aan San Leon c.s. te berekenen, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom ten laste van Neptune van € 25.000 per dag dat Neptune hiermee in gebreke blijft met een maximum van € 10.000.000;

wat Neptune en TAQA samen betreft:

Neptune en TAQA hoofdelijk te veroordelen in de proceskosten van San Leon c.s., de nakosten daaronder mede begrepen.

2.2.

San Leon c.s. legt aan haar vorderingen het volgende ten grondslag. San Leon Energy heeft het vorderingsrecht onder de EnCore ORRI verkregen van Island Netherlands B.V. (nu: Neptune). Voor zover de rechten en verplichtingen uit de EnCore ORRI nog niet van Neptune aan San Leon Energy zijn overgedragen, zullen partijen zich op grond van artikel 5 Delta SPA gedragen alsof deze overdracht al wel had plaatsgevonden. Dat betekent dat TAQA de royalty’s op grond van deze ORRI aan San Leon Energy moet betalen. Op grond van de EnCore SPA is TAQA voorts schuldenaar jegens San Leon Ltd onder de San Leon ORRI (San Leon ORRI A). TAQA is tot nakoming van beide overeenkomsten verplicht. Indien de rechtbank van oordeel is dat de rechten en verplichtingen uit beide overeenkomsten niet rechtsgeldig bij San Leon c.s. zijn gebleven, moet Neptune meewerken aan de overdracht van de San Leon ORRI en de EnCore ORRI aan San Leon Ltd respectievelijk San Leon Energy. Aan de subsidiaire vorderingen (tweede deel vordering b, en vordering f) legt San Leon c.s. ten grondslag dat zij schade heeft geleden door het onrechtmatig handelen (artikel 6:162 BW) van TAQA en Neptune omdat de overeenkomsten door het bereiken van een schikking tussen TAQA en Neptune verrekend zijn of anderszins opgehouden hebben te bestaan. Door het niet afdragen van de opbrengsten heeft TAQA zich ongerechtvaardigd verrijkt ten nadele van San Leon c.s.

2.3.

De rechtbank overweegt dat de hoofdzaak in de kern de vraag betreft of en jegens wie San Leon c.s. gerechtigd is tot een percentage van de opbrengsten uit de olie- en gasproductie binnen het Amstelveld. In 2007 zijn – voor zover hier relevant – twee Overriding Royalty Agreements (ORRI’s) overeengekomen: de EnCore ORRI en de San Leon ORRI. Op grond van de EnCore ORRI was EnCore (nu: TAQA) gehouden 10% van de opbrengsten uit haar belang in het Amstelveld te betalen aan Island NL (nu: Neptune). Volgens San Leon c.s. is (op grond van de Delta SPA van 22 mei 2008) de EnCore ORRI aan San Leon Energy overgedragen, zodat TAQA nu aan San Leon Energy dient te betalen. Op grond van de San Leon ORRI heeft San Leon Ltd recht op 1% van de opbrengsten die Island NL (nu: Neptune) genereert. Volgens San Leon c.s. heeft TAQA de verplichtingen van Neptune onder de San Leon ORRI overgenomen (door San Leon c.s. aangeduid als San Leon ORRI A), zodat TAQA op grond daarvan aan San Leon Ltd royalty’s dient te betalen. Aldus stelt San Leon c.s. zich primair op het standpunt dat TAQA royalty’s moet betalen onder de San Leon ORRI A en de EnCore ORRI. Subsidiair spreekt zij Neptune aan, kort gezegd voor zover haar medewerking nodig is om alsnog de ORRI’s over te dragen, of voor zover TAQA’s verweren slagen.

3 Incidentele vorderingen

3.1.

TAQA vordert dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart om kennis te nemen van de vorderingen van San Leon c.s. en stelt daartoe – samengevat – het volgende.

Ten aanzien van de EnCore ORRI

i. De bevoegdheid van de rechtbank dient te worden bepaald aan de hand van de Verordening (EU) nr. 1215/2012 (hierna: Brussel I bis). De rechtsvoorganger van TAQA is partij bij de EnCore ORRI. De EnCore ORRI bevat een forumkeuze voor de Engelse rechter en een rechtskeuze voor het recht van Engeland en Wales (artikel 14). Op grond van artikel 25 Brussel I bis is de Engelse rechter exclusief bevoegd. Dit brengt mee dat de Nederlandse rechter geen rechtsmacht heeft ten aanzien van de vorderingen uit hoofde van de EnCore ORRI. Ook de rechtsopvolgers van de partijen bij de EnCore ORRI zijn gebonden aan het forumkeuzebeding.

De rechtbank is evenmin bevoegd om de vorderingen te beoordelen die berusten op een verplichting van TAQA om mee te werken aan het alsnog overdragen van de EnCore ORRI aan San Leon Energy. Deze vorderingen zijn erop gebaseerd dat Neptune artikel 5 van de Delta SPA dient na te komen. In artikel 22 van de Delta SPA is bepaald dat geschillen betreffende de Delta SPA dienen te worden beslecht door middel van arbitrage. Op grond van artikel 1022 Rv dient de rechter zich onbevoegd te verklaren indien een geschil aanhangig is gemaakt waarover een overeenkomst tot arbitrage is gesloten.

Voor toewijzing van de exhibitievordering met betrekking tot de EnCore ORRI is vereist dat tussen San Leon Energy en TAQA een rechtsbetrekking bestaat op grond waarvan San Leon Energy er belang bij heeft om de volgens haar verschuldigde royalty’s onder deze ORRI te berekenen. Of dat zo is, moet door de Engelse rechter en/of door arbiters worden beoordeeld. Deze vordering is in feite een vordering tot nakoming van artikel 3.2 van de EnCore ORRI waarvoor ook het forumkeuzebeding van artikel 14 van de EnCore ORRI geldt.

Ten aanzien van de San Leon ORRI A

San Leon c.s. baseert haar vordering tot betaling, dan wel het verlenen van medewerking aan overdracht van de San Leon ORRI A, op wat is overeengekomen in de EnCore SPA en de Letter Agreement. Artikel 18 van de EnCore SPA bevat een forumkeuzebeding voor de Engelse rechter, zodat de Nederlandse rechter onbevoegd is om kennis te nemen van de vorderingen van San Leon c.s. met betrekking tot de San Leon ORRI A. Dit geldt ook ten aanzien van de gevorderde vervangende schadevergoeding en de verplichting mee te werken aan de overdracht van de San Leon ORRI A aan TAQA als schuldenaar.

Ook voor toewijzing van de exhibitievordering is vereist dat tussen San Leon Ltd en TAQA een rechtsbetrekking bestaat op grond waarvan San Leon Ltd er belang bij heeft om de volgens haar verschuldigde royalty’s onder de San Leon ORRI A te berekenen. Of dit zo is, zal door de Engelse rechter moeten worden beoordeeld, aldus nog steeds TAQA.

3.2.

Neptune vordert dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart om kennis te nemen van de vorderingen onder e, f, g en h van de dagvaarding voor zover deze betrekking hebben op de EnCore ORRI.

i. Neptune stelt daartoe dat de vorderingen zijn gebaseerd op de Delta SPA. Artikel 22 van de Delta SPA bepaalt dat ieder geschil betreffende de Delta SPA dient te worden beslecht door middel van arbitrage conform het arbitragereglement van het Nederlands Arbitrage Instituut. De rechtbank is dus op grond van artikel 1022 Rv onbevoegd om kennis te nemen van de vorderingen uit hoofde van de Delta SPA, zo stelt Neptune.

3.3.

San Leon c.s. voert verweer tegen de incidentele vorderingen.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 Beoordeling van de incidentele vorderingen

Bevoegdheid ten aanzien van de vorderingen tegen TAQA

Ten aanzien van de EnCore ORRI

4.1.

Aangezien San Leon Ltd is gevestigd op de Britse Maagdeneilanden, is sprake van een geschil met een internationaal karakter. Nu TAQA een beroep doet op een exclusief forumkeuzebeding als bedoeld in artikel 25 Brussel I bis en sprake is van een internationaal geval, moet de vraag naar de bevoegdheid van de Nederlandse rechter beantwoord worden aan de hand van Brussel I bis. De omstandigheid dat gedaagden in Nederland zijn gevestigd maakt dit niet anders.

4.2.

De primaire grondslag van de vorderingen van San Leon c.s. is nakoming van de EnCore ORRI. Deze grondslag is erop gebaseerd dat de EnCore ORRI aan San Leon Energy is overgedragen. Tussen partijen is in geschil of de EnCore ORRI is overgedragen aan San Leon Energy. Of dat het geval is, moet naar Engels recht worden beoordeeld. Gelet evenwel op de primaire grondslag en in aanmerking genomen dat TAQA zich heeft gedragen alsof de EnCore ORRI aan San Leon Energy is overgedragen (zo heeft zij San Leon c.s. verzocht om verlaging van de royaltybetalingen onder deze ORRI, productie 12 bij dagvaarding), zal de rechtbank in het kader van dit incident er vanuit gaan dat de EnCore ORRI is overgedragen aan San Leon Energy. Ter toelichting merkt de rechtbank op dat dit geen bindende eindbeslissing is. De rechter in de hoofdzaak is aan deze beslissing dus niet gebonden (zie Hoge Raad 30 juni 1989, ECLI:NL:PHR:1989:AD0853, NJ 1990/382).

4.3.

De EnCore ORRI bevat een exclusieve forumkeuze voor de Engelse rechter in artikel 14, dat als volgt luidt:

“14 GOVERNING LAWS AND JURISDICTION

The construction, validity and performance of this Agreement and all agreements executed pursuant hereto shall be governed by and construed in accordance with the laws of England and Wales and, subject to Clause 15, each Party hereby irrevocably submits to the exclusive jurisdiction of the English Courts.”

4.4.

Gesteld noch gebleken is dat het forumkeuzebeding waarop TAQA zich beroept nietig althans materieel ongeldig is als bedoeld in de aanhef van lid 1 van artikel 25 Brussel I bis. Het forumkeuzebeding voldoet aan het in artikel 25 lid 1 onder (a) Brussel I bis genoemde (vorm)vereiste.

4.5.

San Leon c.s. betoogt dat zij nimmer met het forumkeuzebeding heeft ingestemd, en dat TAQA dat evenmin uit haar gedragingen heeft kunnen afleiden. San Leon c.s. miskent evenwel dat de uitdrukkelijke instemming van San Leon Energy met het forumkeuzebeding niet is vereist om daaraan gebonden te zijn. Naar het oordeel van de rechtbank is San Leon Energy aan dit forumkeuzebeding gebonden, nu zij Neptune is opgevolgd in de rechten en verplichtingen onder de EnCore ORRI en de forumkeuze op de overgegane rechten en verplichtingen betrekking heeft (zie HvJ EG 9 november 2000, ECLI:NL:XX:2000:AD6366, NJ 2001/599).

4.6.

De rechtbank verwerpt voorts het verweer van San Leon Energy dat de onderhavige vorderingen niet vallen onder de vraagstukken van “construction, validity and performance” als bedoeld in artikel 14 EnCore ORRI. De vorderingen van San Leon Energy zien in de kern immers op nakoming en dus uitvoering van de EnCore ORRI. Het forumkeuzebeding heeft dus betrekking op de overgegane rechten, zodat San Leon Energy daaraan gebonden is.

4.7.

Op grond van artikel 25 lid 1 Brussel I bis is de Engelse rechter dan ook exclusief bevoegd. Dit betekent dat de Nederlandse rechter geen rechtsmacht heeft ten aanzien van vorderingen a en b, voor zover die zien op betaling van royalty’s uit hoofde van de EnCore ORRI. Vordering d komt neer op nakoming van artikel 3.2 EnCore ORRI, zodat op grond van het voorgaande ook ten aanzien van deze vordering geldt dat de Engelse rechter bevoegd is. Gelet op de samenhang met vordering a geldt het voorgaande ook voor vordering c.

4.8.

De subsidiaire grondslag van vordering b van San Leon Energy is onrechtmatige daad, althans ongerechtvaardigde verrijking. San Leon Energy stelt schade te hebben geleden, doordat TAQA en Neptune een schikkingsovereenkomst hebben gesloten, op grond waarvan TAQA geen verplichtingen meer heeft onder de EnCore ORRI. Volgens San Leon c.s. is de Nederlandse rechter bevoegd op grond van artikel 6 lid 1 aanhef en onder e Rv kennis te nemen van de op onrechtmatige daad dan wel ongerechtvaardigde verrijking gebaseerde vordering, naar de rechtbank begrijpt omdat het schadebrengende feit zich zou hebben voorgedaan in Nederland.

4.9.

Nu niet betwist is dat de aan de subsidiaire grondslag ten grondslag gelegde feiten zich hebben voorgedaan in Nederland, acht deze rechtbank (gelet op artikel 102 Rv) zich bevoegd van de subsidiaire grondslag van vordering b kennis te nemen.

Ten aanzien van de San Leon ORRI

4.10.

TAQA betoogt dat nu San Leon Ltd haar vordering tot betaling baseert op de EnCore SPA en de Letter Agreement, zij gebonden is aan het forumkeuzebeding in de EnCore SPA, op grond waarvan de Engelse rechter bevoegd is.

4.11.

De rechtbank overweegt als volgt. De primaire grondslag van de vordering is nakoming van de San Leon ORRI A. Volgens San Leon c.s. blijkt uit de gedragingen van TAQA na het sluiten van de EnCore SPA dat zij de schuld onder de San Leon ORRI A heeft overgenomen. Zo wijst San Leon c.s. erop dat TAQA in de Letter Agreement van 17 december 2007 het volgende heeft geschreven:

“We refer to our recent discussions regarding the execution of the novations of the Aceiro Overriding Royalty Agreement and the San Leon Overriding Royalty Agreements (…) (“the “Royalty Agreements”) in respect of EnCore’s acquisition of a 16,67% interest in the Q13a Amstel production licence. (…) In the meantime, and prior to the formal execution of novations of the Royalty Agreements, each of Island Netherlands B.V. and EnCore Oil Nederland B.V. undertakes to each other to accept and be bound by the terms of the Overriding Royalty Agreement attached as Schedule 3 to the SPA to be entered into by each of such companies as if such terms were in full force and effect. These undertakings will be superseded by the execution of such Overriding Royalty Agreement between our companies in due course, and, in particular to make payments of all amounts due by way of royalty to the designated affiliates of San Leon Energy Limited and Aceiro Energy B.V. as if the Royalty Agreements had been executed as at the date hereof.”

4.12.

Voorts heeft TAQA bij brief van 28 oktober 2009 aan San Leon Ltd verzocht de royalty’s te verlagen, aldus San Leon c.s. Volgens San Leon c.s. is de San Leon ORRI A door TAQA overgenomen, en heeft TAQA los van de EnCore SPA de betalingsverplichtingen uit de San Leon ORRI op zich genomen. Op basis van artikel 14 van de San Leon ORRI is een uitdrukkelijke keuze gemaakt voor de Nederlandse rechter, aldus San Leon c.s.

4.13.

De rechtbank is van oordeel dat uit de hiervoor weergegeven gedragingen van TAQA kan worden afgeleid dat zij de schuld onder de San Leon ORRI A heeft overgenomen, althans zich heeft verplicht royalty’s te betalen. Dit volgt ook uit de Letter Agreement van 17 december 2007, waarin zij zich verbindt de betalingen aan de begunstigden te verrichten “as if the Royalty Agreements had been executed as at the date hereof”.

4.14.

De enkele omstandigheid dat de verplichting voor TAQA om de San Leon ORRI A over te nemen is opgenomen in de EnCore SPA, brengt niet mee dat San Leon Ltd gebonden is aan het in die overeenkomst opgenomen forumkeuzebeding. Zij vordert immers nakoming van de San Leon ORRI A.

4.15.

De rechtbank verwerpt tot slot de stelling van TAQA dat San Leon Ltd is toegetreden tot de EnCore SPA en dus aan het forumkeuzebeding gebonden is. Deze stelling vindt geen steun in de feiten; in de brief van 14 november 2014 waar TAQA zich op beroept staat immers het volgende:

“Under the Letter Agreement Encore undertakes to Island Netherlands B.V. (“Island NL”) to pay its share of the royalties due to San Leon (Netherlands) Limited (“San Leon ltd”), as designated affiliate of San Leon Energy Limited, under the Overriding Royalty Agreement dated 7 December 2007 between Island NL and San Leon Ltd (the “San Leon ORA”) as if Encore had become a party to the San Leon ORA on 17 December 2007. San Leon Ltd hereby accepts the third party clause referred to above, accedes to the Letter Agreement and demands payment of TAQA’s share of the royalties due under the San Leon ORA, payable to (…) San Leon (Netherlands) Limited.”

4.16.

Aldus is San Leon Ltd slechts toegetreden tot de Letter Agreement, en niet tot de EnCore SPA, zodat zij niet gebonden is aan het daarin opgenomen forumkeuzebeding.

4.17.

Nu de rechtbank van oordeel is dat uit zowel de Letter Agreement als de gedragingen van TAQA reeds volgt dat zij de schuld onder de San Leon ORRI A heeft overgenomen, is zij gebonden aan het in de San Leon ORRI opgenomen forumkeuzebeding, aangezien het forumkeuzebeding betrekking heeft op de overgegane verplichtingen. Voor zover TAQA overigens niet zou zijn gebonden aan het forumkeuzebeding is de Nederlandse rechter bevoegd omdat TAQA is gevestigd in Nederland.

Bevoegdheid ten aanzien van de vorderingen tegen Neptune voor zover deze de EnCore ORRI betreffen

4.18.

San Leon c.s. stelt dat Neptune op grond van artikel 5 van de Delta SPA dient mee te werken aan de overdracht van de EnCore ORRI aan San Leon Energy, indien de rechtbank oordeelt dat de rechten en verplichtingen uit de overeenkomsten niet bij San Leon Energy zijn gebleven. De rechtbank overweegt als volgt.

4.19.

De rechtsvoorgangers van zowel San Leon c.s. als Neptune zijn partij bij de Delta SPA. In artikel 22 van de Delta SPA is bepaald dat geschillen betreffende de Delta SPA dienen te worden beslecht door middel van arbitrage. Brussel I bis is niet van toepassing op arbitrage (artikel 1 lid 2 aanhef en onder a Brussel I bis). Op grond van artikel 1022 Rv dient de rechter zich onbevoegd te verklaren indien een geschil aanhangig is gemaakt waarover een overeenkomst tot arbitrage is gesloten. Nu vordering e is onderworpen aan arbitrage zal de rechtbank zich onbevoegd verklaren.

4.20.

Nu artikel 22.3 inhoudt dat de arbitrageclausule ook van toepassing is op “disputes arising in connection with agreements which are connected with this agreement”, zijn de vorderingen onder f en g, voor zover het de EnCore ORRI betreft, eveneens onderworpen aan arbitrage.

4.21.

Het voorgaande leidt tot toewijzing van de incidentele vordering van Neptune.

4.22.

De rechtbank zal de beslissing over de proceskosten in het incident aanhouden.

4.23.

Ten overvloede merkt de rechtbank op dat Neptune ten aanzien van de vorderingen onder e, f, g en h voor zover die zien op de San Leon ORRI de bevoegdheid van de Nederlandse rechter niet betwist. Zij heeft inhoudelijk verweer gevoerd en betoogt dat de rechtbank die vorderingen dient af te wijzen, omdat – kort gezegd – de San Leon ORRI aan TAQA is overgedragen.

Slotsom

4.24.

De slotsom is dat de rechtbank bevoegd is kennis te nemen van de vorderingen a tot en met d tegen TAQA, voor zover het de San Leon ORRI A betreft. Voor wat betreft de EnCore ORRI is de rechtbank uitsluitend bevoegd voor zover het de subsidiaire grondslag van vordering b betreft; voor het overige is de rechtbank niet bevoegd, omdat de Engelse rechter op grond van een forumkeuzebeding exclusief bevoegd is kennis te nemen van deze vorderingen tegen TAQA.

4.25.

De rechtbank is evenmin bevoegd kennis te nemen van vordering e, f en g (f en g slechts voor zover deze zien op de EnCore ORRI) tegen Neptune, omdat deze vorderingen zijn onderworpen aan arbitrage. Dat de rechtbank bevoegd is kennis te nemen van de vorderingen e, f, g en h tegen Neptune voor zover het de San Leon ORRI A betreft, is niet in geschil.

4.26.

San Leon c.s. wijst erop dat een onwerkbare situatie zou ontstaan indien zij voor drie verschillende instanties zou moeten procederen, te weten de Nederlandse rechter, de Engelse rechter en het Nederlands Arbitrage Instituut. De rechtbank kan, zo betoogt San Leon c.s., aan artikel 7 lid 1 Rv rechtsmacht ontlenen om kennis te nemen van de vorderingen tegen TAQA en Neptune omdat tussen de vorderingen tegen TAQA enerzijds en tegen Neptune anderzijds een zodanige samenhang bestaat, dat redenen van doelmatigheid een gezamenlijke behandeling rechtvaardigen.

4.27.

De rechtbank verwerpt deze stelling. Een rechtsgeldig overeengekomen arbitragebeding kan niet door toepassing van artikel 7 Rv worden gepasseerd. Artikel 7 Rv ziet immers op zaken die bij dagvaarding moeten worden ingeleid en daarvan is geen sprake indien een geschil aan arbitrage onderworpen is. Het betoog van San Leon c.s. dat Neptune in feite bij voorbaat in vrijwaring is opgeroepen, zodat de Nederlandse rechter op grond van artikel 7 lid 2 Rv rechtsmacht toekomt gaat reeds niet op, omdat San Leon c.s. juist heeft gedagvaard voor het geval TAQA niet wordt veroordeeld. Een forumkeuzebeding kan evenmin worden gepasseerd door toepassing van artikel 7 Rv.

4.28.

De rechtbank heeft begrip voor het betoog van San Leon c.s. dat een gecompliceerde situatie ontstaat indien zij zich zowel tot de Engelse als Nederlandse rechter moet richten en tevens tot het Nederlands Arbitrage Instituut. Zij wijst evenwel erop dat hier sprake is van subjectieve cumulatie, waarbij San Leon Ltd vorderingen heeft op grond van de San Leon ORRI A, terwijl San Leon Energy vorderingen heeft op grond van de EnCore ORRI. Ondanks de samenhang is sprake van afzonderlijke vorderingen. Dat de zaken moeten worden gesplitst is niet doelmatig, maar is – anders dan San Leon c.s. lijkt te betogen – in ieder geval geen aanleiding om op grond van de redelijkheid en billijkheid voorbij te gaan aan een exclusief forumkeuzebeding en arbitragebeding, en levert evenmin strijd met artikel 6 EVRM op.

4.29.

San Leon c.s. heeft voorts nog een beroep gedaan op misbruik van procesrecht, omdat TAQA een beroep doet op onbevoegdheid van de Nederlandse rechter, terwijl de rechtbank Den Haag wel bevoegd is te oordelen over het materiële verweer dat zij zal gaan voeren: namelijk dat zij geen betalingsverplichting heeft omdat zij een schikking heeft getroffen met Neptune.

4.30.

De rechtbank overweegt dat naar Nederlands (proces)recht van de processuele bevoegdheid om de onbevoegdheid van een rechter in te roepen, misbruik kan worden gemaakt. Daarvan kan onder meer sprake zijn wanneer de uitoefening van de bevoegdheid geen ander doel heeft dan een ander te schaden of wanneer de uitoefening van de bevoegdheid wegens de onevenredigheid van de over en weer betrokken belangen niet kan worden toegelaten (vgl. HR 4 november 1994, ECLI:NL:HR:1994:ZC1516 en HR 7 mei 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL3651). De rechtbank is van oordeel dat onvoldoende gesteld en gebleken is dat van misbruik van procesrecht, zoals San Leon c.s. betoogt, sprake is. De omstandigheid dat de zaken wellicht gesplitst moeten worden en aan verschillende rechters moeten worden voorgelegd, is daarvoor niet voldoende.

5 De beoordeling in de hoofdzaak

5.1.

De rechtbank kan zich voorstellen dat partijen naar aanleiding van dit vonnis zich willen bezinnen op hun verdere processtrategie. Voor zover het de subsidiaire vordering tegen TAQA ten aanzien van de EnCore ORRI betreft, kan de rechtbank zich voorstellen dat partijen verzoeken om verwijzing naar de parkeerrol, in afwachting van de procedure bij de Engelse rechter. De rechtbank zal de zaak naar de rol van 6 februari 2019 verwijzen, zodat partijen zich bij akte uitlaten voortprocederen kunnen uitlaten over de gewenste voortgang van de procedure.

6 De beslissing

De rechtbank:

in het door TAQA opgeworpen incident

6.1.

verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van vordering a, b (primaire grondslag), c en d voor zover het de EnCore ORRI betreft;

6.2.

verklaart zich bevoegd kennis te nemen van vordering b (subsidiaire grondslag) voor zover het de EnCore ORRI betreft;

6.3.

verklaart zich bevoegd kennis te nemen van vorderingen a tot en met d voor zover het de San Leon ORRI betreft;

in het door Neptune opgeworpen incident

6.4.

verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van vordering e, en van vordering f en g voor zover het de EnCore ORRI betreft;

in de hoofdzaak

6.5.

verwijst de zaak naar de rol van 6 februari 2019 voor akte uitlaten voortprocederen.

6.6.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.M. Voorwinden en in het openbaar uitgesproken op

23 januari 2019.