Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2019:12366

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
29-10-2019
Datum publicatie
01-04-2020
Zaaknummer
C/09/549017 / FA RK 18-1584
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Verdeling zorg- en opvoedingstaken na echtscheiding. Eindbeslissing: binnen de OTS van 9 maanden moet worden toegewerkt naar de door de rechtbank vastgestelde zorgregeling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Meervoudige kamer

Rekestnummer: FA RK 18-1584

Zaaknummer: C/09/549017

Datum beschikking: 29 oktober 2019

Verdeling zorg- en opvoedingstaken

Beschikking op het op 1 maart 2018 ingekomen verzoek van:

[X]

de vrouw,

wonende te [woonplaats]

advocaat: mr. M.B. Brouwer te Den Haag.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[Y] ,

de man,

wonende te [woonplaats] ,

advocaat: mr. N. Chedra te Amsterdam (voorheen mr. C.S.F. de Nijs te Den Haag).

Procedure

Bij beschikking van [daum] 2019 van deze rechtbank is:

  • -

    de echtscheiding tussen de man en de vrouw uitgesproken;

  • -

    de hoofdverblijfplaats van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] bij de vrouw bepaald;

  • -

    bepaald dat de vrouw de man eenmaal per maand, per de eerste van de maand, informeert over de gewichtige aangelegenheden met betrekking tot de persoon en het vermogen van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ;

  • -

    bepaald dat de man met ingang van de dag waarop de beschikking van echtscheiding zal zijn ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand een kinderalimentatie van € 160,- per maand per kind aan de vrouw zal betalen;

  • -

    bepaald dat de man met ingang van de dag waarop de beschikking van echtscheiding zal zijn ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand een partneralimentatie van € 485,- per maand aan de vrouw zal betalen;

  • -

    de verdeling van de huwelijksgemeenschap vastgesteld.

De rechtbank heeft iedere verdere beslissing ten aanzien van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken (en de proceskosten) aangehouden in afwachting van de resultaten van het traject Ouderschap Blijft.

De rechtbank heeft vervolgens de volgende stukken ontvangen:

  • -

    de brief van 11 juli 2019, met het tussentijds verslag van Ouderschap Blijft als bijlage, van Jeugdformaat;

  • -

    het faxbericht van 31 juli 2019 van de zijde van de man;

  • -

    de brief van 3 oktober 2019, met bijlagen, van de zijde van de man;

  • -

    de brief van 4 oktober 2019, met bijlagen, van de zijde van de vrouw;

  • -

    de brief van 11 oktober 2019, met bijlagen, van de zijde van de man;

  • -

    het F9-formulier van 14 oktober 2019, met bijlagen, van de zijde van de vrouw.

Op 16 oktober 2019 is de behandeling van de zaak ter zitting voor de meervoudige kamer voortgezet. Hierbij zijn verschenen: de man en de vrouw bijgestaan door hun advocaten en mevrouw [medew. RvdK] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).

Tijdens de zitting is door de Raad een ondertoezichtstelling verzocht. De rechtbank heeft de ondertoezichtstelling ter zitting mondeling uitgesproken. De schriftelijke motivering hiervan is bij afzonderlijke beschikking uitgewerkt (C/09/581683, JE RK 19-2558). Gelet hierop is in het dictum opgenomen dat een afschrift van deze beschikking ook verstuurd moet worden naar [naam GI] .

Verzoek en verweer

Het verzoek van de man zoals dat thans nog ter beoordeling voorligt houdt in dat de man verzoekt een zorgregeling vast te stellen, in die zin dat de kinderen nu minimaal vier uur per week bij de man zijn en deze zorgregeling wordt uitgebreid naar een weekend in de veertien dagen van vrijdagmiddag uit school tot maandagochtend naar school alsmede de helft van de vakanties en feestdagen.

De vrouw heeft verweer gevoerd tegen het verzoek van de man.

Beoordeling

De rechtbank handhaaft al hetgeen bij genoemde beschikking is overwogen en beslist, voor zover in deze beschikking niet anders wordt overwogen of beslist.

Verdeling zorg- en opvoedingstaken

De rechtbank heeft de ouders in de voorlopige voorzieningenprocedure bij beschikking van 2 mei 2018 verwezen naar Jeugdformaat voor het traject Ouderschap Blijft. De ouders hebben gewerkt aan het (onder begeleiding) opbouwen van het contact tussen de man en de kinderen en hiernaast hebben de ouders oudergesprekken gevoerd. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben nu bijna elke week een tot twee uur contact met hun vader, waarbij zij gezamenlijk de stad in gaan, om te lunchen of iets anders leuks te gaan doen. De ene keer is dit wel en de andere keer niet onder begeleiding van één van de betrokken hulpverleners van Jeugdformaat. De rechtbank begrijpt uit het tussentijds verslag van Jeugdformaat en de toelichting van de ouders ter zitting dat de doelen op dit moment nog niet zijn behaald en dat de ouders het traject nog zullen voortzetten. Hiernaast hebben de ouders allebei hulpverlening voor zichzelf ingeschakeld; de moeder heeft maandelijks een gesprek bij een psycholoog en de vader heeft zich aangemeld voor de Face 2 Face workshop voor gescheiden ouders en een introductietraining Geweldloze Communicatie.

De rechtbank heeft tijdens de zitting samen met de ouders en de Raad gesproken over hoe het de afgelopen periode is gegaan en hoe de ouders vinden dat het nu verder moet met de zorgregeling en de inzet van hulpverlening. De ouders hebben vervolgens, samen met hun advocaten en mevrouw [medew. RvdK] van de Raad, tijdens de zitting afspraken gemaakt over hoe de zorgregeling nu zal worden vormgegeven. Zij hebben het volgende afgesproken. Op vrijdag 18 oktober 2019 brengt de vrouw de kinderen om 13.00 uur bij het [naam openbare gelegenheid] in [woonplaats] . De vrouw geeft de kinderen een kus en gaat gelijk weg, waarna de man met de kinderen bij het [naam openbare gelegenheid] naar binnen gaat. De man brengt de kinderen – zo begrijpt de rechtbank – om 17.00 uur bij de vrouw thuis. Het volgende contactmoment is op woensdag 23 oktober 2019 in de herfstvakantie. Voor die dag mag [minderjarige 2] een activiteit bedenken. De man en de vrouw zullen hierover nog contact hebben per e-mail. De vrouw zal de kinderen dan weer om 13.00 brengen, een kus geven en weggaan. De man zal iets leuks gaan doen met de kinderen en de kinderen om 17.00 uur weer bij de vrouw thuis brengen. Daarna zullen de kinderen iedere woensdag uit school (12.30 uur) tot 16.30 uur bij de man zijn, waarbij de man de kinderen uit school haalt en om 16.30 uur bij de vrouw brengt. De rechtbank begrijpt dat de zorgregeling onbegeleid zal plaatsvinden. De rechtbank acht het niet wenselijk dat de kinderen tijdens de omgang met de vader telkens met de moeder telefonisch contact hebben. Voor een goede invulling van de zorgregeling is het van belang dat de moeder deze contacten beperkt en voor zover de kinderen haar wel bellen dat zij deze gesprekken beknopt houdt. De rechtbank zal deze afspraken hierna opnemen in de beschikking, als minimale zorgregeling. De rechtbank is van oordeel dat deze zorgregeling gedurende de periode dat de ondertoezichtstelling loopt verder moet worden uitgebreid naar een zorgregeling waarbij de kinderen uiteindelijk om de week van vrijdag uit school tot maandag naar school, en de helft van de vakanties en feestdagen, bij de man zijn. Dit is ook één van de doelen voor de ondertoezichtstelling. Nu in het kader van de ondertoezichtstelling toegewerkt gaat worden naar deze zorgregeling, zal de rechtbank de zaak niet nogmaals aanhouden maar op dit punt een eindbeslissing geven.

De rechtbank acht het ook in het belang van de kinderen en de ouders dat de ouders het traject Ouderschap Blijft en de voor henzelf ingeschakelde individuele hulpverlening zullen voortzetten en dat systeemtherapie wordt opgestart. De rechtbank merkt hierbij op dat zij het met de Raad eens is dat in de eerste plaats (deze) hulpverlening voor de ouders nodig is om hun verstandhouding te normaliseren en dat zolang dit nog niet het geval is het (zeker) niet in het belang van [minderjarige 2] en [minderjarige 1] is om nu een kinderpsycholoog in te schakelen. De rechtbank vindt het wel belangrijk dat de ouders hulpverlening voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] inschakelen in de vorm van een KIES training of een vergelijkbare training. De kinderen kunnen bij een dergelijke training onder begeleiding van een coach en samen met andere kinderen van gescheiden ouders praten over de echtscheiding van hun ouders en ervaren dat er meer kinderen zijn die dat meemaken.

Proceskosten

Gelet op het feit dat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de rechtbank de proceskosten compenseren als hierna vermeld.

Beslissing

De rechtbank:

*

bepaalt dat de minderjarigen [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] 2008 te

[geboorteplaats] , en [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] 2010 te [geboorteplaats] bij de man zullen zijn conform de afspraken tussen de ouders:

  • -

    op vrijdag 18 oktober 2019 zoals omschreven in het lichaam van deze beschikking;

  • -

    op woensdag 23 oktober 2019 zoals omschreven in het lichaam van deze beschikking;

  • -

    hierna minimaal iedere woensdag uit school (12.30 uur) tot 16.30 uur, waarbij de man de kinderen uit school haalt en om 16.30 uur bij de vrouw brengt;

bepaalt dat deze zorgregeling gedurende de ondertoezichtstelling van negen maanden

(16 oktober 2019 tot 16 juli 2020) onder begeleiding van [naam GI] zal worden uitgebreid tot een zorgregeling waarbij [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in ieder geval ná 16 juli 2020 bij de man zullen zijn:

  • -

    om de week van vrijdagmiddag uit school tot maandagochtend naar school;

  • -

    de helft van de vakanties en feestdagen, in onderling overleg tussen de ouders te verdelen;

*

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

*

wijst af het meer of anders verzochte;

*

bepaalt dat deze beschikking tevens wordt verzonden naar [naam GI] ;

*

bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.

Deze beschikking is gegeven door mrs. J.M. Vink, L. Koper, A.M. Gruschke, rechters, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. M. Verkerk als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 29 oktober 2019 door mr. L. Koper.