Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2019:11934

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
29-10-2019
Datum publicatie
31-03-2020
Zaaknummer
C/09/561114 / FA RK 18-7302
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Nigeriaans gewoonterecht, erkenning

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Module Burgerlijke stand en landeninformatie 2020/5464
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Enkelvoudige kamer

Rekestnummer: FA RK 18-7302

Zaaknummer: C/09/561114

Datum beschikking: 29 oktober 2019

Beschikking op het op 1 oktober 2018 ingekomen verzoekschrift van:

[Y] ,

de man,

wonende te [woonplaats] ,

en

[zoon] ,

verzoeker,

wonende te België,

en

[dochter] ,

verzoekster,

wonende te België,

allen bijgestaan door advocaat mr. S.A. Wortmann te Groningen.

Als belanghebbenden worden aangemerkt:

[X]

de vrouw,

wonende te België.

de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Den Haag,

hierna: de ambtenaar.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

- het verzoekschrift;

- de brief d.d. 22 oktober 2018 van de zijde van verzoekers;

- de brief van de ambtenaar d.d. 9 januari 2019;

- de brief van de ambtenaar d.d. 11 januari 2019;

- de brief d.d. 6 februari 2019 van de zijde van verzoekers;

- de brief van de ambtenaar d.d. 14 maart 2019.

Op 13 juni 2019 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: verzoekers, bijgestaan door hun advocaat, de vrouw en de ambtenaar. Van de zijde van de ambtenaar zijn pleitnotities overgelegd en van de zijde van verzoekers zijn nadere stukken overgelegd.

Verzoek

Het verzoekschrift strekt ertoe dat de rechtbank:

  • -

    de inschrijving zal gelasten in het register van geboorten van de burgerlijke stand van de gemeente ’s-Gravenhage van de geboorteaktes van verzoeker en verzoekster, beide opgemaakt op 1 augustus 2002 door het [naam registratiecentrum] , Nigeria, met aanhechting van een kopie van die geboorteaktes aan de in dezen te geven beschikking;

  • -

    voor recht zal verklaren dat de geboorteaktes van verzoeker en verzoekster, beide opgemaakt op 1 augustus 2002 door het [naam registratiecentrum] , Nigeria, overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie zijn opgemaakt en die aktes, althans de daarin vermelde geboortegegevens naar hun aard vatbaar zijn voor opneming in een Nederlands register van de burgerlijke stand;

  • -

    voor recht zal verklaren dat de erkenning door de man van verzoeker en verzoekster op grond van artikel 10:101 BW dient te worden erkend.

Feiten

- De man en de vrouw hebben gedurende twaalf jaar een affectieve relatie gehad die in 2003 is geëindigd. De man en de vrouw hebben in die periode samengewoond.

- Uit de vrouw zijn geboren:

[zoon] , op [geboortedatum] 1995 te [geboorteplaats] (Nigeria) (hierna: [zoon] ) en

[dochter] , op 21 [geboortedatum] 1999 te [geboorteplaats] (hierna: [dochter] );

- Ten tijde van de geboorte van [zoon] en [dochter] was de man gehuwd met een ander dan de vrouw;

- Met betrekking tot [zoon] en [dochter] zijn op 1 augustus 2002 geboorteaktes opgemaakt door het [naam registratiecentrum] Nigeria, waarbij de vrouw als de moeder en de man als de vader zijn vermeld. Deze geboorteaktes zijn gelegaliseerd door het Consulaat-Generaal van het Koninkrijk der Nederlanden te [plaatsnaam] , Nigeria op 23 december 2002.

Beoordeling

Rechtsmacht en toepasselijk recht

De rechtbank acht voldoende aanknopingspunten met de Nederlandse rechtssfeer aanwezig om op grond van artikel 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van het onderhavige verzoek kennis te nemen. Het betreft immers een verzoek tot opname in de Nederlandse geboorteregister. Op het verzoek is Nederlands recht van toepassing.

Inhoudelijk

Ter beoordeling staat of de Nigeriaanse geboorteakten van [zoon] en [dochter] , afgegeven in Nigeria op 1 augustus 2002 voor inschrijving in het geboorteregister in aanmerking komen.

Volgens de ambtenaar kan deze geboorteakte niet worden ingeschreven omdat de man daarin als juridische vader van de kinderen is vermeld. Toentertijd kon de man die was gehuwd met een ander dan de vrouw geen – buiten het huwelijk geboren – kinderen erkennen. Voorts blijkt uit de overgelegde geboorteaktes niet wanneer en op welke wijze de erkenning heeft plaatsgevonden noch of de man krachtens Nigeriaans recht als de juridische vader van de kinderen kan worden beschouwd.

Inschrijving van een buiten Nederland opgemaakte geboorteakte in een Nederlands register van de burgerlijke stand is mogelijk indien de akte overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie is opgemaakt en een persoon betreft die op het ogenblik van het verzoek Nederlander is of enige tijd Nederlander dan wel Nederlands onderdaan niet-Nederlander is geweest, die rechtmatig verblijft in Nederland of aan wiens akte een latere vermelding moet worden toegevoegd.

De rechtbank zal eerst beoordelen of [zoon] en [dochter] de Nederlandse nationaliteit hebben. Daarbij is van belang of zij in familierechtelijke betrekking staan tot de man. [zoon] en [dochter] zijn geboren in Nigeria.

Artikel 1:101 BW bepaalt dat een buitenslands tot stand gekomen rechtsfeit of rechtshandeling waarbij familierechtelijke betrekkingen zijn vastgesteld of gewijzigd, welke zijn neergelegd in een door een bevoegde instantie overeenkomstig de plaatselijke voorschriften opgemaakte akte, van rechtswege in Nederland wordt erkend, tenzij sprake is van een weigeringsgrond als genoemd in artikel 10:100 BW.

Door verzoekers zijn overgelegd de gelegaliseerde Nigeriaanse geboorteaktes van [zoon] en [dochter] , waarop de man als vader staat vermeld. De familierechtelijke betrekking die in deze aktes zijn neergelegd komen naar het oordeel van de rechtbank voor erkenning in aanmerking, tenzij zich een van de weigeringsgronden voordoet. Daarbij komt het aan op de vraag of, zoals de ambtenaar heeft betoogd, de erkenning van die familierechtelijke betrekking onverenigbaar is met de openbare orde.

De ambtenaar wijst er in de eerste plaats op dat uit de akte niet volgt wanneer en waar de erkenning heeft plaatsgevonden. Volgens de ambtenaar blijkt uit informatie van het Ministerie van Buitenlandse zaken dat een erkenning dient plaats te vinden bij de rechtbank in Nigeria. Evenwel ten tijde van de geboorte van de [zoon] en [dochter] en ten tijde van het opmaken van hun geboorteakte in 2002 was de Nigerian Childrens Right Act 2003 nog niet van kracht. Volgens het toentertijd geldende Common Law was erkenning van een kind in Nigeria buiten huwelijk niet mogelijk. Het Gewoonterecht daarentegen bepaalde dat de vader van een kind zijn biologische vader is als ook dat het gemakkelijk is voor een man om een juridische band te vestigen met zijn kind door het afleggen van een vormvrije, vrijwillige verklaring. Meestentijds kwam de erkenning tot stand komt door de opname van het kind in het gezin en de behandeling van het kind als een wettig kind (Module Burgerlijke stand en landeninformatie 3946). Anders dan de ambtenaar betoogt kan de man zich beroepen op het onder meer in [geboorteplaats] geldende Gewoonterecht nu hij in die sociale gemeenschap met de vrouw en de kinderen in gezinsverband heeft samengeleefd.

Niet in geschil is in dit geding dat de man de biologische vader van [zoon] en [dochter] is en evenmin dat hij vanaf de geboorte van de kinderen met hen en de vrouw in gezinsverband heeft samengeleefd. Dit alles in onderling verband en samenhang genomen leidt de rechtbank tot het oordeel dat de man [zoon] en [dochter] bij hun geboorte heeft erkend en aldus de juridisch vader van hen is.

De rechtbank is voorts van oordeel dat van strijd met de openbare orde in dit geval geen sprake is. Weliswaar was er tot 1 april 2014 sprake van dat erkenning van de kinderen door de man niet van rechtswege werden erkend wegens strijd met de openbare orde omdat vóor 1 april 2014 een erkenning gedaan door de man slechts kon worden erkend indien vastgesteld zou worden dat er ten tijde van de erkenning sprake was van een nauwe persoonlijke betrekking tussen de man en de kinderen danwel dat tussen de man en de vrouw een band die op één lijn te stellen is met het huwelijk. Per 1 april 2014 is echter artikel 1:204 lid 1 sub e BW komen te vervallen, waardoor de weigeringsgrond als bedoeld in artikel 10:101 lid 2 sub a BW zich niet meer kan voordoen voor wat betreft de omstandigheid dat de man ten tijde van de erkenning van [zoon] en [dochter] met een andere vrouw gehuwd was dan de moeder van de kinderen. In zoverre kan de erkenning door de man van Lucas en [dochter] worden erkend. Naar Nigeriaans recht is voor erkenning geen toestemming van de vrouw noodzakelijk, terwijl uit de stukken overigens blijkt dat de vrouw het altijd eens is geweest met de erkenning, zodat aan het bepaalde ingevolge artikel 10:95 lid 3 BW is voldaan. Van een schijnhandeling is verder niet gebleken.

Uit het voorgaande volgt dat de Nigeriaanse erkenning door de man van [zoon] en [dochter] ingevolge artikel 1:101 BW kan worden erkend zodat zijn verzoek op dit punt zal worden toegewezen.

Nu de familierechtelijke betrekking tussen de man en [zoon] en [dochter] in Nederland moet worden erkend, geldt de man als de juridische vader van hen. Omdat de man ten tijde van de erkenning de Nederlandse nationaliteit bezat (en nog altijd heeft), hebben ook [zoon] en [dochter] de Nederlandse nationaliteit. Zij zijn dan ook ontvankelijk in hun verzoek tot inschrijving van de geboorteakte van hen in het register van de burgerlijke stand van de gemeente ’s-Gravenhage.

Omdat de erkenning door de man bij de geboorte van de kinderen heeft plaatsgevonden, neemt de rechtbank als vaststaand aan dat de door verzoekers overgelegde in Nigeria opgemaakte geboorteaktes met de daarin vervatte erkenning overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie is opgemaakt en naar zijn aard vatbaar is voor opneming in een Nederlands register van de burgerlijke stand, zoals is bedoeld in artikel 1:26 BW. De rechtbank zal dan ook op grond van artikel 1:26b BW de inschrijving gelasten van de Nigeriaanse geboorteakten van [zoon] en [dochter] .

Beslissing

De rechtbank:

verklaart voor recht dat de erkenningen door [Y] , geboren op [geboortedatum] 1939 van [zoon] geboren op [geboortedatum] 1995 te [geboorteplaats] (Nigeria)en [dochter], geboren op [geboortedatum] 1999 te [geboorteplaats] (Nigeria) op grond van artikel 10:101 BW dienen te worden erkend;

verklaart voor recht dat de geboorteaktes van [zoon] geboren op [geboortedatum] 1995 te [geboorteplaats] (Nigeria) en [dochter], geboren op [geboortedatum] 1999 te [geboorteplaats] (Nigeria) met de daarin vervatte erkenning door [Y] , geboren [geboortedatum] 1939, opgemaakt op 1 augustus 2002 door het [naam registratiecentrum] , Nigeria, overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie zijn opgemaakt en naar hun aard vatbaar zijn voor opneming in een Nederlands register van de burgerlijke stand;

gelast de inschrijving van voormelde geboorteaktes, met de daarin vervatte erkenning, in het register van geboorten van de burgerlijke stand van de gemeente van ’s-Gravenhage.

Deze beschikking is gegeven door mr. H.M. Boone, rechter, bijgestaan door mr. J. Dijkstra als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 29 oktober 2019.