Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2019:11903

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
07-11-2019
Datum publicatie
22-11-2019
Zaaknummer
AWB - 18/9905
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

VOVO is niet-ontvankelijk, omdat niet langer wordt voldaan aan het in artikel 8:81 van de Awb neergelegde connexiteitsvereiste.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN Haag

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 18/9905

uitspraak van de voorzieningenrechter van 7 november 2019 op het verzoek om voorlopige voorziening van

[verzoeker] , verzoeker, V-nummer [V-nummer]

(gemachtigde mr. M.N.R. Nasrullah),

tegen

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

Procesverloop

Bij besluit van 9 mei 2018 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd afgewezen.

Bij besluit van 13 december 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van verzoeker tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.

Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep is bij de rechtbank geregistreerd onder zaaknummer AWB 18/9904.

Tevens heeft verzoeker verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.

Overwegingen

1. De rechtbank heeft heden het beroep in de procedure met zaaknummer

AWB 18/9904 – na behandeling hiervan ter zitting op 10 oktober 2019 – ongegrond verklaard, zodat niet langer wordt voldaan aan het in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht neergelegde connexiteitsvereiste.

2. Het verzoek is om die reden kennelijk niet-ontvankelijk.

3. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de rechtbank verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Kleijn, rechter, in aanwezigheid van

mr. I.N. Powell, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 7 november 2019.

griffier voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan geen hoger beroep worden ingesteld