Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2019:11744

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
06-11-2019
Datum publicatie
06-11-2019
Zaaknummer
09/807383-19 en 13/689310-16 (TUL)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt veroordeeld voor het voorhanden hebben van een handgranaat, bedreiging door die handgranaat op te hangen aan het supportershome van ADO Den Haag en vernieling door het spuiten van rode kruizen naast de handgranaat. De rechtbank zal verdachte veroordelen tot een gevangenisstraf van 18 maanden waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en met oplegging van bijzondere voorwaarden waaronder een locatieverbod, inhoudende dat hij zich gedurende de proeftijd niet in een straal van 300 meter rondom het stadion van ADO Den Haag mag bevinden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht

Meervoudige strafkamer

Parketnummers: 09/807383-19 en 13/689310-16 (TUL)

Datum uitspraak: 6 november 2019

Tegenspraak

(Promisvonnis)

De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren [geboortedag] 2001 te [geboorteplaats]

[Thans gedetineerd] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden op de terechtzittingen van 1 augustus 2019 (pro forma) en 23 oktober 2019 (inhoudelijk).

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. S.F. Heslinga en van hetgeen de verdachte en zijn raadsman mr. G.J.M. Kruizinga naar voren hebben gebracht.

2 De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 08 april 2019 en/of 09 april 2019 te 's-Gravenhage, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, HFC ADO Den Haag N.V en/of de supporters van HFC ADO Den Haag N.V., althans [naam manager] en/of [getuige 1] en/of de [getuige 2] en/of selectie en/of staf en/of medewerkers van HFC ADO Den Haag N.V. en/of de zich in de nabije omgeving van het supportershome van HFC ADO Den Haag N.V. bevindende perso(o)n(en), heeft bedreigd met enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van personen of goederen of gemeen gevaar voor de verlening van diensten ontstaat, althans met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, althans met openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen of goederen, immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) opzettelijk (een op scherp staande) handgranaat op/tegen een wand van het supportershome van HFC ADO Den Haag gehangen/geplakt;

2.

hij op of omstreeks 08 april 2019 te 's-Gravenhage en/of Amsterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een wapen van categorie II, onder 7 van de Wet wapens en munitie, te weten een complete en intacte scherfhandgranaat ( [type] ), zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen van personen of zaken door vuur of door middel van ontploffing voorhanden heeft gehad;

3.

hij op of omstreeks 08 april 2019 te 's-Gravenhage, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en wederrechtelijk het supportershome van HFC ADO Den Haag N.V., in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan HFC ADO Den Haag N.V., in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), heeft beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt door toen en daar opzettelijk en wederrechtelijk met een (verf)spuitbus drie rode kruizen (verwijzend naar (het wapen van) Amsterdam) op de wand van het supportershome te spuiten;

4.

hij te Amsterdam, althans in Nederland, op of omstreeks 23 april 2019, munitie van categorie III, te weten drie patronen (merk: Sellier & Bellot, kaliber: 9mm x 19 mm), voorhanden heeft gehad.

3 Bewijsoverwegingen

3.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van alle ten laste gelegde feiten.

3.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit voor de feiten 1 tot en met 3 en heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank over feit 4.

3.3

De beoordeling van de tenlastelegging1

Feiten 1, 2 en 3

Aantreffen handgranaat en kruizen

Op 9 april 2019 was [getuige 1] aan het werk op zijn kantoor nabij het ADO Stadion. Zijn raam gaf zicht op het supportershome van ADO. Hij zag op de muur van het supportershome iets hangen. Hij zag dat er ducttape met daarnaast drie kruizen op de muur zaten. Hij is ernaartoe gelopen en zag dat er in de ducttape een kleine groenkleurige bol zat. Hij zag dat uit de groene bol een draad kwam. Hij zag geen ontsteker en realiseerde zich dat dit niet goed was. Hij heeft de beheerder van ADO gebeld, die op zijn beurt de politie heeft ingelicht.2

[getuige 3] is een van de beheerders van het supportershome van ADO. Hij heeft het supportershome op 8 april 2019 afgesloten en is rond 20:30 uur weggegaan. Op dat moment was er nog niets aan de hand.3

[getuige 2] is beheerder van het Multifunctioneel Centrum (MFC; een andere benaming voor het supportershome). Hij werd op 9 april 2019 gebeld door [getuige 1] en hoorde wat deze had gezien bij het supportershome. [getuige 2] is gaan kijken en zag een handgranaat aan het MFC hangen. Ook zag hij dat er drie rode kruizen gespoten waren op een houten wand van het MFC. De drie rode kruizen staan volgens hem voor Ajax/Amsterdam.4

[naam manager] , manager Stadion Veiligheid, heeft namens HFC ADO Den Haag N.V. aangifte gedaan van bedreiging. Op 9 april 2019 (de rechtbank begrijpt: 8 april 2019) was er in de avonduren een handgranaat tegen een toegangsdeur van het supportershome van ADO geplakt. Dit supportershome is eigendom van HFC ADO Den Haag N.V.. Op 10 april 2019 (de rechtbank begrijpt: 9 april 2019) is [naam manager] hiervan op de hoogste gesteld. Hij heeft gelijk 112 gebeld. [naam manager] zag ter plaatse dat een granaat met tape op een houten wand van het supportershome was geplakt. Naast de granaat waren drie rode kruizen aangebracht, als in het teken van Amsterdam. HFC ADO Den Haag N.V. voelt zich zeer bedreigd door het aanbrengen van dit explosief.5

De ter plaatse gekomen politie zag dat aan een van de houten wanden van het supportershome (de zijde tegenover het ADO-stadion) een groene handgranaat hing. De politie zag dat de handgranaat dreigde los te komen van de wand door de harde wind en het gewicht van de handgranaat. De politie heeft de handgranaat iets verder losgetrokken en op het naastgelegen bankje gelegd. De handgranaat hing aan een stuk zwart elektriciteitsdraad. De draad was met diverse stroken zilvergrijs ducttape aan de wand geplakt. De handgranaat was aan het andere uiteinde van de elektriciteitsdraad eveneens met zilvergrijs ducttape geplakt. De elektriciteitsdraad was niet aan de veiligheidspin van de handgranaat vastgemaakt, maar aan het handgranaatlichaam geplakt. De veiligheidspin was nog aanwezig en de uiteinden waren omgebogen.6

Onderzoek naar handgranaat

Uit onderzoek bleek dat de granaat een handgranaat van model M52 met een P3-ontsteker was. Deze handgranaat is een wapen in de zin van artikel 2, lid 1, categorie II onder 7 van de Wet wapens en munitie. 7

Het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) heeft de granaat onderzocht en heeft geconstateerd dat het een deugdelijke handgranaat was. Als de handgranaat zou worden geactiveerd, zou deze tot ontploffing komen. Om de handgranaat te activeren, moet de veiligheidspin door middel van de trekring uit de ontsteekinrichting worden getrokken. Bij het wegwerpen van de handgranaat wordt de beugel eraf geslingerd door de veerwerking van de slagpinveer en treedt het ontstekingsmechanisme in werking. Vervolgens zal de handgranaat na enkele seconden ontploffen. De wijze waarop de handgranaat aan het supportershome was bevestigd, belette de beugel niet om - als de veiligheidspin eruit wordt getrokken – om te klappen waardoor het ontstekingsmechanisme in werking treedt.

De handgranaat is door iemand aan het supportershome bevestigd en vervolgens onbeheerd achtergelaten. Het is een feit van algemene bekendheid dat na het onbeheerd achterlaten van een handgranaat, men niet langer de controle heeft over het verdere verloop. Immers, het is niet te voorspellen of iemand (bijvoorbeeld een passant) de echtheid van de handgranaat verkeerd beoordeeld, bijvoorbeeld door te denken dat het om ‘namaak’ of ‘speelgoed’ gaat.

Indien een dergelijke handgranaat geactiveerd wordt (bedoeld of onbedoeld), zal na enkele seconden de ontsteker (het slagpijpje) de explosieve lading op basis van de springstof TNT in het handgranaatlichaam tot ontploffing brengen. Hierbij treden hitte, brisantie (dit wil zeggen: de alles vernietigende uitwerking van springstof op zijn directe omgeving) en een schokgolf op waarbij het metalen handgranaatlichaam uiteengereten wordt en verscherft. Door de ontploffing ontstaat - naast materiële schade aan omgevingsmaterialen - gevaar voor dodelijk letsel voor personen tot op een afstand van meerdere meters en gevaar voor ernstig lichamelijk letsel tot zeer ernstig lichamelijk letsel tot op een afstand van tientallen meters. De genoemde scherfwerking van het metalen handgranaatlichaam vormt op een afstand vanaf enkele meters het grootste gevaar voor letsel en schade. Het NFI concludeert dat de granaat is aan te merken als “een voorwerp bestemd voor het treffen van personen of zaken door middel van ontploffing”, zoals vermeld in artikel 2, lid 1, categorie II, onder 7, van de Wet wapens en munitie.8

Camerabeelden

De politie heeft de camerabeelden van Team Technisch Toezicht (TTT) die in de avond van 8 april 2019 in de omgeving van het ADO-stadion zijn gemaakt bekeken. Daarop was te zien dat een auto, vermoedelijk een donkerkleurige Mercedes, op de Donau komt aanrijden en tot stilstand komt. Er stapt een persoon uit de auto aan de bijrijderskant. Deze persoon rent over de middenberm en over de rijbaan richting het supportershome van ADO Den Haag. De auto rijdt vrijwel direct weg. Te zien is dat deze persoon heen en weer loopt langs het supportershome van ADO. Even later komt de auto weer aanrijden en de persoon rent richting de auto die vervolgens tot stilstand komt. Kort daarna rent een persoon vanaf de auto weer richting het supportershome. De auto staat op dat moment nog steeds stil met de verlichting aan. De persoon komt even later terugrennen en stapt weer in de stilstaande auto. Nadat de persoon is ingestapt, rijdt de auto direct weg.

Vervolgens is op de camerabeelden te zien dat de auto de Donau afrijdt in de richting van de A4. De auto slaat linksaf de Noordelijke Randweg op. Op dat moment is het kenteken [(--)] zichtbaar. Dit blijkt een Mercedes-Benz te zijn die op naam staat van [naam] , de vader van [medeverdachte 2] . De politie concludeert dat de auto die op de beelden te zien is vanaf het ADO-stadion tot de Noordelijke Randweg via de camerabeelden is te volgen en dat het steeds om hetzelfde voertuig gaat.9

Onderzoek naar Mercedes met kenteken [(--)]

Uit onderzoek naar het kenteken [(--)] is het volgende gebleken.

Een voertuig met dat kenteken is op 8 april 2019 tweemaal op de A4 is geregistreerd. Om 21:57:29 uur op de A4 rechts bij hectometerpaal 11.3 bij Hoofddorp (richting Den Haag) en om 22:42:28 uur op de A4 links bij hectometerpaal 21.9 bij Nieuwe Wetering (richting Amsterdam). 10

Op 8 april 2019 rond 22:42 uur kreeg de politie een ANPR-hit (automatische nummerplaatherkenning) binnen op het kenteken [(--)] . Uit de politiesystemen bleek dat dit een blauwe Mercedes-Benz betrof, met als tenaamgestelde [vader van medeverdachte 2] . Om 22:45 uur zag de politie de Mercedes rijden en besloot de inzittenden te controleren. De Mercedes werd stilgezet aan de Westelijke Randweg te Schiphol. De bestuurder bleek [medeverdachte 2] te zijn, de bijrijder [verdachte] ) en de passagier [medeverdachte 1] . Allen waren in het zwart gekleed. [verdachte] en [medeverdachte 2] vertelden dat ze naar een shishalounge in Leiden waren geweest. De politie zag onder de bijrijdersstoel een blauwe Albert Heijntas liggen. Gevraagd naar de inhoud van deze tas zei [medeverdachte 2] dat de politie wel even mocht kijken. De politie zag dat er een rol grijze ducttape en een verfspuitbus in zaten.11

Aanvullend onderzoek camerabeelden

De politie heeft de eerdergenoemde camerabeelden van Team Technisch Toezicht (nogmaals) uitgekeken. Op deze beelden was een gedeelte van de rijbaan van de Schelde te zien naast het ADO-stadion. Tevens was op deze beelden één zijde/muur van het supportershome te zien. Op deze muur waren op 9 april 2019 de handgranaat en de rode kruizen aangetroffen. Op deze beelden was het volgende te zien.

Om 22:20:56 uur rijdt de auto van de vader van [medeverdachte 2] op de Donau. Te zien is dat de auto stopt op de rijbaan en er een persoon uitstapt die om 22:21:08 uur de rijbaan oversteekt en in de richting van het supportershome loopt. De auto rijdt hierna weg. De uitgestapte persoon staat om 22:21:28 uur 1 minuut en 52 seconden op de plek waar later de kruizen en de handgranaat zijn aangetroffen. Om 22:23:20 uur loopt de persoon weg van het supportershome, richting de rijbaan. Vervolgens komt de persoon op een andere camera duidelijker in beeld. De politie zag dat de persoon een zwarte North Face jas en een zwarte broek droeg. De persoon had een slank postuur en droeg een blauw-witte tas in zijn rechterhand. Tegelijkertijd is te zien dat de auto van de vader van [medeverdachte 2] weer aan komt rijden op de Donau. De auto stopt en de persoon loopt naar de auto. Om 22:24:00 uur is te zien dat voor de tweede keer een persoon oversteekt en richting het supportershome rent. De persoon staat vervolgens vier seconden op de plek waar de kruizen en de handgranaat zijn aangetroffen. Om 22:24:57 uur is te zien dat de persoon opnieuw de rijbaan oversteekt, richting de auto loopt en kennelijk instapt. Om 22:25:12 uur rijdt de auto van de vader van [medeverdachte 2] weg richting de Noordelijke Randweg. De politie heeft op de beelden geen andere personen gezien die op de plek stonden waar de kruizen en de handgranaat zijn aangetroffen.12

Verklaringen verdachten

[medeverdachte 2] heeft verklaard dat hij op in de avond van 8 april de auto van zijn vader heeft bestuurd. Hij heeft twee jongens (de politie weet volgens hem wel wie er voorin en wie er achterin zaten, hij wil geen namen noemen) een lift gegeven. Hij is naar Den Haag gereden en de andere twee jongens bepaalden waar hij naartoe moest rijden. Per afrit gaven zij aan wat hij moest doen. De jongens hebben gezegd dat ze een afspraak hadden. Voor de rest weet hij niet wat zij hebben gedaan. Hij is in een buitenwijk van Den Haag met de auto op de weg gestopt. Toen is één van de jongens uitgestapt. Hij weet niet wie van de jongens dit was. Hij is meteen weer weggereden. Hij heeft een rondje gereden, want degene die in de auto bleef zitten, zei dat hij vijf minuten later weer op dezelfde plek terug moest komen. Hij weet niet wat daar verder is gebeurd. Hij is de enige die die avond de auto heeft bestuurd en is niet uit de auto geweest. De jongen kwam teruglopen naar de auto en stapte in de auto. Degene die instapte, zei dat ze naar Amsterdam gingen. Zij hebben die avond met zijn drieën in de auto gezeten. Er hebben die avond geen ander personen bij hem in de auto gezeten. Hij heeft niets gekregen voor deze rit, zelfs geen vergoeding voor benzine.13

[medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij hier niets mee te maken heeft. Hij is in die auto gestapt en was nergens van op de hoogte. Hij wist niet waar zij naartoe zouden gaan. Zij zouden gaan chillen. Uiteindelijk zijn zij richting Den Haag gereden. In Den Haag is er iemand (van wie hij de naam niet wil noemen) uitgestapt bij het ADO-stadion. Hij weet niet wat die persoon is gaan doen. Later is die persoon weer in de auto gestapt. Zij zijn daarna weer richting de snelweg gereden, richting Amsterdam. Hij wil liever niet vertellen wie er in de auto zaten en wie is uitgestapt. [medeverdachte 1] heeft de hele rit op de achterbank gezeten. Hij is zelf niet uitgestapt, behalve bij de staandehouding.14

[verdachte] heeft zich in alle politieverhoren op zijn zwijgrecht beroepen. Op de terechtzitting van 23 oktober 2019 heeft hij verklaard dat hij op de avond van 8 april 2019 met zijn vriendin in een Van der Valk-hotel langs de A4 verbleef. Hij was dronken geworden en heeft met de telefoon van zijn vriendin naar [medeverdachte 2] gebeld om te vragen of [medeverdachte 2] hem kon komen ophalen. [medeverdachte 2] zou toen gezegd hebben dat hij onderweg was vanuit Den Haag naar Amsterdam en hij hem kon komen ophalen. Kort nadat [verdachte] in de auto was gestapt, werden zij staande gehouden door de politie. De andere inzittenden van de auto hebben tegen [verdachte] gezegd dat hij moest verklaren dat zij uit een shishalounge in Leiden kwamen en daarom heeft hij dit verklaard. Hij is die avond dus niet in Den Haag geweest en weet niets van het ophangen van de handgranaat af.15

Conclusies van de rechtbank

Uit de camerabeelden blijkt dat iemand die uit de door [medeverdachte 2] bestuurde Mercedes is gestapt naar het supportershome is gelopen en daar handelingen heeft verricht op de plaats waar de handgranaat is opgehangen en de kruizen zijn gespoten. De politie heeft aan de hand van de camerabeelden geconstateerd dat in de avond/nacht van 8 op 9 april 2019 verder niemand op die locatie is gezien. De rechtbank leidt hieruit af dat een van de personen uit de Mercedes de granaat aan het ADO-supportershome heeft opgehangen en de kruizen heeft aangebracht.

De eerste vraag die de rechtbank vervolgens moet beantwoorden, is of [verdachte] in de Mercedes heeft gezeten.

Vast staat dat de Mercedes op 8 april 2019 om 22:45 uur, dus ongeveer 20 minuten nadat de handgranaat is opgehangen en de kruizen zijn gespoten, staande is gehouden op de A4. In de Mercedes zitten op dat moment drie personen: [medeverdachte 2] op de bestuurdersstoel, [medeverdachte 1] op de achterbank en [verdachte] op de bijrijdersstoel. [medeverdachte 2] heeft verklaard dat zij de hele avond met zijn drieën in de auto hebben gezeten en er geen anderen personen bij hem in de auto hebben gezeten. Dit duidt erop dat [verdachte] ook kort daarvoor in Den Haag in de auto moet hebben gezeten. Zijn verklaring dat hij die avond niet in Den Haag is geweest, maar later op de avond bij een hotel is opgepikt, strookt niet met de verklaring van [medeverdachte 2] . Bovendien is deze verklaring onvoldoende concreet en op een zodanig laat moment afgelegd, dat de rechtbank deze verklaring onaannemelijk acht. De rechtbank is gelet op deze omstandigheden van oordeel dat [verdachte] de derde persoon in de auto was.

De volgende vraag die de rechtbank moet beantwoorden, is welke van de drie verdachten uit de auto is gestapt en richting het supportershome is gelopen.

De rechtbank stelt vast dat uit de camerabeelden niet blijkt dat er twee personen uit de auto zijn gestapt. De rechtbank gaat ervan uit dat de persoon die de eerste keer uit de bijrijderskant van de auto is gestapt, ook de persoon is die de tweede keer richting het supportershome loopt. Op de beelden is immers niet te zien dat de persoon die de eerste keer terug komt lopen, in de auto stapt en dat vervolgens een andere persoon uitstapt en naar het supportershome loopt. Dit past ook bij de verklaringen van [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] dat zij de auto niet uit zijn geweest.

Op de camerabeelden is te zien dat de persoon die de handgranaat heeft opgehangen een blauw-witte plastic tas bij zich draagt. Een soortgelijke tas wordt 20 minuten later bij de staandehouding onder de (bijrijders)stoel van [verdachte] aangetroffen met daarin een rol grijze ducttape en een verfspuitbus. Dit past bij het scenario dat [verdachte] degene is die de handgranaat heeft opgehangen en de rode kruizen heeft gespoten op het ADO-supportershome. Bovendien past het postuur van [verdachte] bij dat van de persoon die op de camerabeelden is te zien als hij terugloopt van het supportershome naar de auto. [medeverdachte 1] past qua postuur niet bij de persoon die op de beelden is te zien, terwijl [medeverdachte 2] de auto heeft bestuurd en niet aannemelijk is dat hij de auto heeft verlaten. Gelet op al deze omstandigheden stelt de rechtbank vast dat [verdachte] degene is die uit de Mercedes is gestapt, de handgranaat heeft opgehangen en de rode kruizen op het supportershome heeft gespoten. Daarmee is bewezen dat [verdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan bedreiging (feit 1), aan het voorhanden hebben van de handgranaat (feit 2) en het beschadigen van het supportershome door daar drie rode kruizen op te spuiten (feit 3).

Omdat uit het dossier niet is gebleken dat er sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking met een ander persoon of andere personen, zal de rechtbank [verdachte] vrijspreken van het bestanddeel medeplegen.

De raadsman heeft bepleit dat het voorhanden hebben van een handgranaat en het ophangen van de handgranaat eendaadse samenloop betreft. Nu de artikelen die zien op het voorhanden hebben van een wapen en bedreiging andere belangen beschermen, is de rechtbank van oordeel dat geen sprake is van eendaadse samenloop.

Feit 4

Bij de aanhouding van [verdachte] op 23 april 2019 wordt in zijn woning een plastic zakje met daarin drie scherpe volmantelpatronen aangetroffen.16 Uit onderzoek van de politie blijkt dat dit drie stuks pistoolmunitie (Selier & Bellot, kaliber 9mm x 19mm) betreft. Dit is munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie.17 [verdachte] bekent dat die patronen van hem zijn.18

De rechtbank is van oordeel dat bewezen kan worden dat [verdachte] drie patronen voorhanden heeft gehad.

3.4

De bewezenverklaring

De rechtbank verklaart bewezen dat:

1.

hij op 08 april 2019 en 09 april 2019 te 's-Gravenhage, HFC ADO Den Haag N.V en de supporters van HFC ADO Den Haag N.V., althans [naam manager] en [getuige 1] en de [getuige 2] , heeft bedreigd met enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van personen of goederen ontstaat, immers heeft verdachte opzettelijk een handgranaat op een wand van het supportershome van HFC ADO Den Haag geplakt;

2.

hij op 08 april 2019 te 's-Gravenhage een wapen van categorie II, onder 7 van de Wet wapens en munitie, te weten een complete en intacte scherfhandgranaat ( [type] ), zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen van personen of zaken door vuur of door middel van ontploffing voorhanden heeft gehad;

3.

hij op 08 april 2019 te 's-Gravenhage, opzettelijk en wederrechtelijk het supportershome van HFC ADO Den Haag, toebehorende aan HFC ADO Den Haag N.V., heeft beschadigd door toen en daar opzettelijk en wederrechtelijk met een verfspuitbus drie rode kruizen op de wand van het supportershome te spuiten;

4.

hij te Amsterdam, op 23 april 2019, munitie van categorie III, te weten drie patronen (merk: Sellier & Bellot, kaliber: 9mm x 19 mm), voorhanden heeft gehad.

4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5 De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6 De strafoplegging

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Daarnaast heeft de officier van justitie de oplegging van de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering gevorderd. De officier heeft verzocht de bijzondere voorwaarden direct uitvoerbaar te verklaren.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft subsidiair bepleit een groter strafdeel voorwaardelijk op te leggen met daaraan gekoppeld de door de reclassering geadviseerde voorwaarden.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank neemt in het bijzonder het volgende in aanmerking.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van een handgranaat en bedreiging van de algemene veiligheid door die handgranaat aan het ADO-supportershome te plakken. Verdachte heeft door dit te doen een levensgevaarlijke situatie doen ontstaan. De handgranaat is pas na twaalf uur ontdekt door een getuige die gelukkig de politie heeft ingeschakeld. Als de granaat door een ander was gevonden die daarvan niet tijdig het gevaar had onderkend, of als de handgranaat door de wind was losgeraakt, dan had het heel anders kunnen aflopen. Verdachte heeft zich hier kennelijk niet om bekommerd en heeft op geen enkele manier openheid gegeven, laat staan verantwoordelijkheid genomen voor het gevaar, de angst en de onrust die hij hiermee heeft veroorzaakt. Het heeft er bovendien alle schijn van dat dit feit voetbalgerelateerd geweld betreft. Verdachte heeft hiermee bijgedragen aan de al langer bestaande en zorgwekkende sfeer van escalerend geweld tussen aanhangers van ADO Den Haag en Ajax. Dit rekent de rechtbank de verdachte zwaar aan. Ook heeft verdachte drie patronen voorhanden gehad.

Uit het strafblad van verdachte van 26 september 2019 blijkt dat hij eerder is veroordeeld voor openlijk geweld en mishandeling. Verdachte liep hiervan nog een in proeftijd, maar dit heeft hem er kennelijk niet van weerhouden opnieuw een strafbaar feit te plegen.

Uit het reclasseringsrapport van 30 juli 2019 blijkt dat de reclassering twijfels heeft bij de woonomgeving en de vrienden- en kennissenkring van verdachte. Door de proceshouding van verdachte heeft de reclassering echter geen verbanden kunnen leggen tussen het ten laste gelegde en de risicofactoren, en heeft zij het recidiverisico niet kunnen inschatten. Geadviseerd is om het volwassenenstrafrecht toe te passen en een deels voorwaardelijke straf op te leggen met als bijzondere voorwaarden een meldplicht, een contactverbod met de medeverdachten, een locatiegebod en –verbod gecontroleerd door middel van elektronische controle, een stadionverbod en de verplichting mee te werken aan een zinvolle dagbesteding.

Gelet op alle feiten en omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat een forse gevangenisstraf op haar plaats is. Omdat de rechtbank het van groot belang acht dat verdachte met de reclassering aan de slag gaat, zal de rechtbank een deel van deze gevangenisstraf voorwaardelijk opleggen. De rechtbank zal aan dit voorwaardelijke deel een meldplicht, een locatiegebod en locatieverbod gecontroleerd door middel van elektronische controle en de verplichting tot het meewerken aan zinvolle dagbesteding koppelen. De rechtbank ziet geen meerwaarde in het (nu nog) opleggen van een contactverbod met de medeverdachten en een stadionverbod. Ook ziet de rechtbank in het licht van de op te leggen straf geen meerwaarde in de dadelijke uitvoerbaarheid van de bijzondere voorwaarden. Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf van 18 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren met oplegging van de genoemde bijzondere voorwaarden, passend en geboden.

7 De vordering tenuitvoerlegging

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de vordering tot tenuitvoerlegging geheel wordt toegewezen.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

7.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht termen aanwezig voor gehele toewijzing van de vordering van de officier van justitie van 18 juli 2019 tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijk deel van de opgelegde taakstraf, te weten 20 uur taakstraf, waartoe verdachte werd veroordeeld bij onherroepelijk geworden vonnis van de kinderrechter van de rechtbank te Amsterdam van 21 april 2017. Uit het onderzoek op de terechtzitting is namelijk gebleken dat verdachte de algemene voorwaarde niet heeft nageleefd, doordat hij zich voor het einde van de proeftijd die bij voormeld vonnis was opgelegd, wederom heeft schuldig gemaakt aan strafbare feiten.

8 De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen:

- 14 a, 14b, 14c, 57, 285 en 350 van het Wetboek van Strafrecht;

- 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

Deze voorschriften zijn toegepast zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte alle ten laste gelegde feiten heeft begaan, zoals die hierboven onder 3.4 bewezen zijn verklaard en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

ten aanzien van feit 1:

bedreiging met enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van personen of goederen ontstaat;

ten aanzien van feit 2:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II;

ten aanzien van feit 3:

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen;

ten aanzien van feit 4:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;

verklaart het bewezen verklaarde en de verdachte daarvoor strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 18 (achttien) maanden;

bepaalt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk gedeelte van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

bepaalt dat een gedeelte van die straf, groot 4 (vier) maanden, niet zal worden tenuitvoergelegd onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde:

- zich voor het einde van de hierbij op twee jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

en onder de bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich gedurende de proeftijd meldt bij de Reclassering Nederland, Wibautstraat 12 te Amsterdam op door de reclassering te bepalen tijdstippen, zo frequent en zolang deze reclassering dat noodzakelijk acht, waaronder ook het meewerken aan huisbezoeken valt;

- gedurende de proeftijd op vooraf vastgestelde tijdstippen aanwezig is op het verblijfadres, te weten [adres] of een ander adres waarvoor de reclassering toestemming geeft, waarbij de reclassering in overleg met verdachte en mede afhankelijk van de dagbesteding, de precieze tijdstippen vaststelt en waarbij verdachte bij de start op doordeweekse dagen met dagbesteding een aaneengesloten blok van 12 uur niet op het verblijfadres hoeft te zijn, op dagen zonder opleiding of behandeling 2 uur en in de weekend een blok van 4 uur, waarop toezicht wordt gehouden door middel van elektronische controle;

- zich gedurende de proeftijd niet bevindt in een straal van 300 meter rondom het voetbalstadion van ADO Den Haag, waarop toezicht wordt gehouden door middel van elektronische controle;

- meewerkt aan het verwerven van een zinvolle dagbesteding door school te hervatten of betaalde arbeid te verrichten;

geeft opdracht aan Reclassering Nederland tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd:

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

- medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

Beslissing op de vordering tenuitvoerlegging van een voorwaardelijk opgelegde straf;

gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voorwaardelijk opgelegd bij voormeld vonnis van de kinderrechter van de rechtbank Amsterdam van 21 april 2017, gewezen onder parketnummer 13/689310-16, te weten:

een taakstraf van 20 uren, subsidiair 10 dagen vervangende jeugddetentie.

Dit vonnis is gewezen door

mr. A.M. Boogers, voorzitter,

mr. C.W.M. Giesen, rechter,

mr. J.R.K.A.M. Waasdorp, rechter,

in tegenwoordigheid van mrs. R. Kroon – Overdijk en M. van Haalem, griffiers,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 6 november 2019.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Waar wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer PL1500-2019094912, van de politie eenheid Den Haag, districtsrecherche Zuid, met bijlagen (doorgenummerd blz. 1 t/m 450).

2 Proces-verbaal van verhoor [getuige 1] , p. 116.

3 Proces-verbaal van verhoor [getuige 3] , p. 291.

4 Proces-verbaal van verhoor [getuige 2] , p. 121.

5 Proces-verbaal van verhoor [naam manager] , p. 112.

6 Proces-verbaal, p. 125-128.

7 Proces-verbaal, p. 411-412.

8 Een geschrift, te weten een NFI-rapport genaamd “Explosievenonderzoek aan een vermeerde handgranaat die is aangetroffen aan de buitenzijde van het supporters clubhuis van ADO Den Haag op 9 april 2019” van 15 juli 2019, p. 413-422.

9 Proces-verbaal van bevindingen, p. 129-130.

10 Proces-verbaal van bevindingen, p. 135.

11 Proces-verbaal van bevindingen, p. 132-134.

12 Proces-verbaal van bevindingen, p. 394-409.

13 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 2] , p. 431-437.

14 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 1] , p. 441-447

15 De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 23 oktober 2019.

16 Proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming, p. 173-174.

17 Proces-verbaal, p. 191-192.

18 Proces-verbaal van verhoor [verdachte] , p. 197.