Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2019:11533

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
16-10-2019
Datum publicatie
13-11-2019
Zaaknummer
C/09/578005 / KG ZA 19-748
Rechtsgebieden
Intellectueel-eigendomsrecht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

inbreuk op Beneluxmerken; ten aanzien van bestuurder niet gebleken van enige betrokkenheid bij het inbreukmakende en onrechtmatige handelen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DEN HAAG

Team handel

zaaknummer / rolnummer: C/09/578005 / KG ZA 19-748

Vonnis in kort geding van 16 oktober 2019

in de zaak van

de vennootschap naar vreemd recht

CHAPTER 4 CORP., DBA SUPREME, NEW YORK CORPORATION,

te New York, Verenigde Staten van Amerika,

eiseres,

advocaat mr. A.R.T. Odle te Amsterdam,

tegen

1. de vennootschap naar vreemd recht

BOOM TOWN FASHION GMBH,

te Bucholz in der Nordheide, Duitsland,

gedaagde,

niet verschenen,

en

2 [gedaagde sub 2] h.o.d.n. BOOM TOWN FASHION ,

te [plaats 1] , Duitsland,

gedaagde,

niet verschenen,

en

3. GELDERSE STICHTING VOOR BEHEER EN BEWINDVOERING TER BESCHERMING VAN MEERDERJARIGEN, in haar hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van [gedaagde sub 3],

te [plaats 2] ,

gedaagde.

Eiseres zal hierna Supreme worden genoemd. Gedaagden zullen gezamenlijk worden aangeduid als Boom Town Fashion c.s. en afzonderlijk als Boom Town Fashion, [gedaagde sub 2] en GSBB/ [gedaagde sub 3] .

Zijdens Supreme zijn ter zitting verschenen de advocaat voornoemd alsmede mr. R.M.S. Palijama. Zijdens GSBB/ [gedaagde sub 3] zijn verschenen: [A] en [B] namens GSBB alsmede [gedaagde sub 3] en zijn persoonlijk begeleider [C] .

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de op 6 augustus 2019 betekende dagvaardingen;

  • -

    de bij de dagvaarding behorende producties EP1 t/m EP39;

  • -

    de aanvullende producties zijdens Supreme met nummers EP40 en EP41;

  • -

    de mondelinge behandeling van 27 september 2019 en de ter gelegenheid daarvan overgelegde pleitnotities van Supreme.

1.2.

Ten slotte is een datum voor vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Supreme is sinds haar oprichting in 1994 actief onder de handelsnaam ‘Supreme’. Supreme verhandelt haar producten, waaronder kleding en accessoires in het genre streetwear, onder gebruikmaking van het teken ‘Supreme’ en het hierna afgebeelde logo (hierna: het Red Box Logo):

2.2.

Supreme verkoopt haar producten exclusief via haar centrale website (www.supremenewyork.com), een Supreme applicatie en via eigen Supreme-boetiekwinkels.

2.3.

Supreme heeft wereldwijd verschillende registraties van het woordmerk ‘SUPREME’ en van een met het Red Box Logo corresponderend woord/beeldmerk op haar naam staan. Onder deze registraties bevinden zich de volgende Benelux-registraties (hierna: de BX Merken):

- het hieronder afgebeelde woord/beeldmerk, ingeschreven op 8 juli 2015 (inschrijvingsnummer 0982089) voor waren in de klassen 18, 25 en 35 (tassen, koffers, heuptasjes, rugzakken, kleding, verkoopdiensten):

- het hieronder afgebeelde woord/beeldmerk, ingeschreven op 16 juli 2018 (inschrijvingsnummer 1392016), voor waren in klasse 34 (aanstekers):

2.4.

Boom Town Fashion houdt zich onder de naam ‘Supreme Streetwear’ bezig met het verhandelen van kleding en accessoires in (onder meer) de Benelux. Zij maakt daarbij gebruik van het Red Box Logo, het teken ‘Supreme’ en de namen ‘Supreme Italia’, ‘Supreme Spain’ en ‘Supreme Europe’.

2.5.

Boom Town Fashion biedt op haar website www.supreme-streetwear.com alsook via diverse sociale mediakanalen onder de naam ‘Supreme Streetwear’ een groot scala aan producten aan, die voorzien zijn van het teken ‘Supreme’ (hierna: de inbreukmakende producten). Een selectie van het aanbod van Boom Town Fashion is hier onder weergegeven.

2.6.

[gedaagde sub 2] was tot mei 2018 enig bestuurder van Boom Town Fashion . Op de door Supreme overgelegde printafdruk van de website www.supreme-streetwear.com, gedateerd op 2 augustus 2019, staat [gedaagde sub 2] vermeld als Inhaber (zie de onder 2.5 weergegeven pagina van deze website, geel gearceerd).

2.7.

[gedaagde sub 2] heeft RM Trading Agency (hierna: RM Trading) een licentie aangeboden voor de verkoop van ‘Supreme Italia’ producten in Nederland, welk aanbod door RM Trading is aanvaard. Boom Town Fashion heeft RM Trading vervolgens de hieronder afgebeelde factuur gestuurd met betrekking tot de inkoop van de ‘Supreme Italia’ producten. Op deze factuur staat [gedaagde sub 2] vermeld als Geschaeftsfuehrer.

2.8.

Het vermogen van [gedaagde sub 3] (hierna: [gedaagde sub 3] ) staat onder bewind. GSBB is na ontslag van de vorige bewindvoerder bij beschikking van de Rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, van 12 april 2016 benoemd als opvolgend bewindvoerder.

2.9.

Uit een overgelegde uitdraai uit het Duitse equivalent van het handelsregister blijkt dat [gedaagde sub 3] sinds 30 mei 2018 is ingeschreven als enig bestuurder van Boom Town Fashion en dat [gedaagde sub 2] per die datum is uitgeschreven als bestuurder.

2.10.

Supreme heeft Boom Town Fashion en [gedaagde sub 2] op 7 mei 2019 gesommeerd om haar inbreukmakende handelingen en het onrechtmatig gebruik van de merken van Supreme te staken en gestaakt te houden. Aan deze sommaties is geen gevolg gegeven.

3 Het geschil

3.1.

Supreme vordert – samengevat – dat de voorzieningenrechter van deze rechtbank bij zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:

A: Boom Town Fashion beveelt om met onmiddellijke ingang na betekening van dit vonnis elke inbreuk op de merken van Supreme te staken en gestaakt te houden in de Benelux, alsook ieder overig onrechtmatig en misleidend handelen ten aanzien van die merken te staken en gestaakt te houden;

B: Boom Town Fashion beveelt om met onmiddellijke ingang na betekening van dit vonnis elke inbreuk op de handelsnaamrechten van Supreme te staken en gestaakt te houden, alsook ieder overig onrechtmatig en misleidend handelen ten aanzien van het gebruik van de handelsnaam van Supreme;

C: [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] ieder voor zich beveelt om met onmiddellijke ingang na betekening van dit vonnis het faciliteren en uitvoeren van de inbreukmakende, onrechtmatige en misleidende handelingen door Boom Town Fashion te staken en gestaakt te houden;

D: Boom Town Fashion c.s. hoofdelijk beveelt tot betaling van een onmiddellijk opeisbare dwangsom van € 25.000,- voor iedere dag dat, dan wel van € 2.500,- voor ieder product en/of zakelijk stuk waarmee – zulks ter keuze van Supreme – door hen na betekening van dit vonnis aan de onder A, B en C weergegeven vorderingen in het geheel of gedeeltelijk geen gevolg is gegeven, met een maximum van € 1.000.000,- per gedaagde;

E: Boom Town Fashion c.s., ieder voor zich, veroordeelt om binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis aan Supreme, voor rekening van Boom Town Fashion c.s., een door een onafhankelijke deskundige opgestelde en door een door Supreme aan te wijzen onafhankelijke registeraccountant en/of een andere daarin gespecialiseerde onafhankelijke instantie, gecontroleerde en gecertificeerde, schriftelijke gedetailleerde opgave te doen zoals in de dagvaarding is vermeld, op straffe van een dwangsom van € 10.000,- voor iedere dag dat aan die veroordeling geen gevolg is gegeven, met een maximum van € 200.000,- per gedaagde;

F: Boom Town Fashion c.s. beveelt om binnen drie dagen na betekening van dit vonnis een rectificatie te plaatsen zoals in de dagvaarding is vermeld, en om binnen één maand na betekening van dit vonnis op eigen briefpapier aan alle afnemers in de Benelux een rectificatie te versturen, met een gelijktijdig te verzenden kopie van de brief en een lijst van geadresseerden aan de advocaat van Supreme, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 5.000,- voor iedere dag dat zij aan deze veroordeling geheel of gedeeltelijk geen gevolg geven, met een maximum van € 100.000,- per gedaagde;

G: Boom Town Fashion c.s. beveelt om binnen zestig dagen na betekening van dit vonnis de voorraad en geretourneerde inbreukmakende producten ter vernietiging aan Supreme af te geven, op straffe van een dwangsom van € 5.000,- voor iedere dag dat zij aan dit bevel geen gevolg hebben gegeven, met een maximum van € 100.000,- per gedaagde;

H: Boom Town Fashion en [gedaagde sub 2] hoofdelijk veroordeelt in de volledige door Supreme gemaakte proceskosten op de voet van artikel 1019h Rv1 en [gedaagde sub 3] veroordeelt in de proceskosten ex artikel 237 Rv.

3.2.

Ter zitting heeft Supreme de vorderingen tegen GSBB/ [gedaagde sub 3] aldus verminderd, dat wordt gevraagd de vorderingen onder E, F en G voormeld slechts voorwaardelijk toe te wijzen, voor het geval alsnog van persoonlijke feitelijke betrokkenheid van [gedaagde sub 3] bij de inbreukmakende en/of onrechtmatige handelwijze mocht blijken.

3.3.

Grondslagen van de vorderingen ten aanzien van Boom Town Fashion

3.3.1.

Supreme doet een beroep op haar geregistreerde BX Merken en stelt voorts dat het (niet-geregistreerde) woordmerk ‘SUPREME’ wereldwijd, en ook in de Benelux, een dermate grote bekendheid, populariteit en reputatie geniet dat het om die reden kwalificeert als een algemeen bekend merk als bedoel in artikel 6bis UvP2. Het woordmerk geniet daarom ook zonder registratie bescherming. Boom Town Fashion maakt, door het aanbieden en verhandelen van producten onder gebruikmaking van het teken ‘Supreme’ (op de wijze als hiervoor weergegeven sub 2.5: ), zonder daartoe toestemming te hebben van Supreme, inbreuk op de hiervoor genoemde merkrechten van Supreme. Daarnaast hanteert Boom Town Fashion het teken ‘Supreme’ in de namen ‘Supreme Italia’, ‘Supreme Spain’ en ‘Supreme Europe’, eveneens zonder toestemming daartoe van Supreme. (De hier genoemde tekens die Boom Town Fashion volgens Supreme gebruikt worden hierna aangeduid met ‘de Inbreukmakende Tekens’.)

3.3.2.

Supreme stelt voorts dat zij haar handelsnaam ‘Supreme’ in de Benelux, en in ieder geval in Nederland, feitelijk en actief voert en dat deze hier te lande bekendheid geniet.

Boom Town Fashion maakt, door actief te zijn onder de naam ’Supreme Streetwear’, in Nederland inbreuk op dit handelsnaamrecht van Supreme. De handelsnamen van partijen stemmen immers in zeer hoge mate overeen, zodat een gevaar voor directe en indirecte verwarring bestaat.

3.3.3.

Tot slot handelt Boom Town Fashion volgens Supreme onrechtmatig jegens haar. Zij doet dit in de eerste plaats door inbreukmakende handelingen door derden uit te lokken, aangezien zij zogenaamde ‘licenties’ voor gebruik van ‘het merk Supreme Italia’ aan derden heeft verstrekt. Daarnaast misleidt zij het consumentenpubliek over de herkomst van de inbreukmakende producten, door ten onrechte de suggestie te wekken dat deze afkomstig zijn van een aan Supreme gelieerde onderneming. Boom Town Fashion doet daarmee op onrechtmatige wijze afbreuk aan het handelsdebiet van Supreme.

3.4.

Grondslagen van de vorderingen ten aanzien van [gedaagde sub 2]

3.4.1.

heeft als voormalig bestuurder en thans feitelijke beleidsbepaler van Boom Town Fashion de inbreukmakende en onrechtmatige activiteiten van Boom Town Fashion gefaciliteerd en uitgevoerd. [gedaagde sub 2] staat op de website vermeld als eigenaar en is – zo blijkt uit de sub 2.7 opgenomen factuur – de contactpersoon voor alle bestellingen die via die website en de Facebookpagina worden gedaan. Ook via Amazon biedt hij namens Boom Town Fashion de inbreukmakende producten aan. [gedaagde sub 2] heeft daarnaast derden benaderd teneinde een zogenaamde licentie te verstrekken voor gebruik van ‘het merk Supreme Italia’ in Nederland. [gedaagde sub 2] heeft in september 2018 bovendien een aanvraag in Duitsland ingediend voor het woord-/beeldmerk ‘Supreme Streetwear’ voor onder meer kleding en schoeisel. Deze aanvraag is echter geweigerd.

3.4.2.

[gedaagde sub 2] was vanaf september 2018, of in elk geval na de sommatie van 7 mei 2019, op de hoogte van de merk- en handelsnaamrechten van Supreme. Hij was dan ook in staat en verplicht om de inbreuken op die rechten te staken. Door dit na te laten heeft hij in strijd gehandeld met de maatschappelijke zorgvuldigheid die hij ten opzichte van Supreme in acht diende te nemen, waardoor hem een ernstig, persoonlijk verwijt kan worden gemaakt.

3.4.3.

[gedaagde sub 2] wordt aldus aangesproken op het verhandelen van inbreukmakende producten zowel in zijn hoedanigheid van voormalig directeur en thans beleidsbepaler van Boom Town Fashion , als in persoon.

3.5.

Grondslagen van de vorderingen ten aanzien van [gedaagde sub 3]

3.5.1.

is vanaf mei 2018 bestuurder van Boom Town Fashion en staat ten tijde van de behandeling van het kort geding als zodanig nog ingeschreven in het Duitse handelsregister. Hoewel het er op lijkt dat [gedaagde sub 3] is gebruikt als ‘katvanger’, handhaaft Supreme haar vorderingen tegen hem voor zover toch van enige persoonlijke feitelijke betrokkenheid van [gedaagde sub 3] bij Boom Town Fashion zou (mogen) blijken. Voor dat geval wordt [gedaagde sub 3] als bestuurder aangesproken wegens het faciliteren en uitvoeren van inbreukmakende en onrechtmatige handelingen.

3.6.

GSBB/ [gedaagde sub 3] voert verweer.

3.7.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

Bevoegdheid

4.1.

De rechtbank moet ambtshalve bezien of zij bevoegd is kennis te nemen van de vorderingen tegen Boom Town Fashion c.s. met betrekking tot de BX Merken. De rechtbank is, voor zover de vorderingen zijn gebaseerd op deze merken, internationaal en relatief bevoegd op grond van artikel 4.6 lid 1 BVIE3, nu Supreme heeft aangevoerd dat de gestelde inbreuk in heel Nederland plaatsvindt en daarmee ook in het arrondissement Den Haag. Ten aanzien van Boom Town Fashion en [gedaagde sub 2] is deze rechtbank bovendien ook internationaal en relatief bevoegd op grond van artikel 4.6 lid 2 BVIE, nu Supreme noch Boom Town Fashion en [gedaagde sub 2] gevestigd of woonachtig zijn binnen het Benelux-gebied.

4.2.

Voor zover de vorderingen zijn gebaseerd op andere grondslagen, is deze rechtbank ten aanzien van [gedaagde sub 3] reeds bevoegd omdat [gedaagde sub 3] is verschenen zonder de bevoegdheid van deze rechtbank te bestrijden. Ten aanzien van Boom Town Fashion en [gedaagde sub 2] is deze rechtbank bevoegd op grond van artikel 6 aanhef en onder e Rv, nu Supreme heeft gesteld dat de inbreuk op het handelsnaamrecht van Supreme en het gestelde overige onrechtmatige handelen in heel Nederland plaatsvindt en daarmee ook in het arrondissement Den Haag.

Vorderingen tegen Boom Town Fashion en [gedaagde sub 2]

4.3.

[gedaagde sub 3] heeft ter zitting verklaard dat hij slechts namens zichzelf is verschenen en niet in zijn hoedanigheid van bestuurder van Boom Town Fashion . De voorzieningenrechter stelt dan ook vast dat Boom Town Fashion net als [gedaagde sub 2] niet in deze procedure is verschenen. Nu de voorgeschreven termijnen en formaliteiten jegens deze twee gedaagden in acht zijn genomen, wordt tegen hen verstek verleend. Nu de vorderingen, gelet op de stellingen in de dagvaarding en de toelichting daarop tijdens de mondelinge behandeling, de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomen, zullen deze worden toegewezen zoals in de beslissing is verwoord, met inachtneming van het volgende.

4.4.

Nu de vorderingen zoals die zijn weergegeven onder 3.1 sub A en B slechts tegen Boom Town Fashion zijn ingesteld, zal de onder D gevorderde dwangsom voor die twee onderdelen slechts worden toegewezen ten aanzien van Boom Town Fashion .

4.5.

De termijn voor het doen van opgave (sub E) zal worden gesteld op vier weken na betekening van dit vonnis, teneinde executieproblemen te voorkomen.

4.6.

De onder E gevorderde opgave van de winst wordt afgewezen, omdat deze vordering strekt ter vaststelling van de eventueel geleden schade. Supreme heeft niet onderbouwd waarom van haar niet gevergd kan worden dat zij met betrekking tot deze vordering de uitkomst van de bodemprocedure afwacht; daarmee is het spoedeisend belang bij deze vordering onvoldoende gebleken. Dit deel van de vordering zal dan ook worden afgewezen.

4.7.

De vordering om de opgave te doen waarmerken door een registeraccountant zal worden afgewezen. Hetgeen met betrekking tot de accountant wordt gevorderd komt neer op een verklaring dat de opgave, voor zover verifieerbaar, een getrouwe weergave van de werkelijkheid vormt. Dit vormt in wezen een opdracht voor het geven van een vorm van assurance. De voorzieningenrechter is ermee bekend dat een (register)accountant, zeker als die accountant niet de huisaccountant is, die assurance niet kan geven. Toewijzing van het gevorderde leidt derhalve gemakkelijk tot executieproblemen.

4.8.

De aan de opgave gekoppelde dwangsom zal niet hoofdelijk worden toegewezen, omdat zowel Boom Town Fashion als [gedaagde sub 2] ieder voor zich een verplichting heeft tot het doen van opgave. Het niet voldoen aan deze verplichting door één van de gedaagden kan niet leiden tot het verschuldigd worden van een dwangsom door de andere gedaagde. Hetzelfde geldt voor de dwangsom die is gekoppeld aan de onder F gevorderde rectificatie en de onder G gevorderde afgifte ter vernietiging.

4.9.

Boom Town Fashion en [gedaagde sub 2] zullen als de in het ongelijk gestelde partij hoofdelijk worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. Supreme maakt aanspraak op vergoeding van de kosten op de voet van artikel 1019h Rv en heeft daartoe diverse kostenspecificaties in het geding gebracht. Deze specificaties tellen op tot een totaalbedrag van € 56.289,43. Teneinde de redelijkheid en evenredigheid van de opgevoerde kosten te kunnen beoordelen, sluit de voorzieningenrechter aan bij de Indicatietarieven in IE-zaken (versie april 2017). De daarin vermelde tarieven worden geacht redelijk en evenredig te zijn. Gelet op onder meer de omvang van het redelijkerwijs noodzakelijke feitenonderzoek ten behoeve van de procedure, de omvang van het relevante feitencomplex en het aantal relevante producties, is deze zaak naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter aan te merken als een normaal kort geding met een maximumtarief van € 15.000,-. Nu er in deze procedure drie gedaagden zijn gedagvaard en er slechts ten nadele van twee van hen een proceskostenveroordeling wordt uitgesproken, zal 2/3e deel van € 15.000,- (te weten een bedrag van € 10.000,-) aan salaris advocaat worden toegewezen. Dit bedrag wordt verhoogd met € 639,- aan griffierecht en € 4.686,53 aan verschotten4, waarmee het totaalbedrag uitkomt op € 15.325,53.

Vorderingen tegen GSBB/ [gedaagde sub 3]

4.10.

GSBB heeft zich tegen de vorderingen verweerd met de stelling dat er door Boom Town Fashion misbruik is gemaakt van de zwakke geestelijke gesteldheid en identiteit van [gedaagde sub 3] . Hij is in een periode waarin hij ook buiten beeld van GSBB was, in de verwachting een sollicitatiegesprek te voeren, door twee onbekende personen meegelokt naar Duitsland. Daar is hij bewogen zijn handtekening onder bepaalde papieren te plaatsen. [gedaagde sub 3] heeft daarna niets meer van de betreffende personen gehoord en hij en GSBB zijn er pas door deze procedure van op de hoogte geraakt dat hij als bestuurder van Boom Town Fashion staat geregistreerd. Van enige feitelijke betrokkenheid van [gedaagde sub 3] bij Boom Town Fashion is nooit sprake geweest. [gedaagde sub 3] is ook onbekend met [gedaagde sub 2] .

4.11.

Uit de stukken is – behoudens de inschrijving in het Duitse handelsregister van [gedaagde sub 3] als bestuurder van Boom Town Fashion – niet gebleken van enige betrokkenheid van [gedaagde sub 3] bij het inbreukmakende en onrechtmatige handelen van Boom Town Fashion . [gedaagde sub 3] heeft een redelijk gedetailleerde verklaring afgelegd over hetgeen hem in het verleden is overkomen en vaststaat dat hij in die periode dakloos was en niet in beeld van zijn bewindvoerder. De foto van [gedaagde sub 2] die Supreme ter zitting aan hem getoond heeft, is door [gedaagde sub 3] niet herkend. Surpreme heeft erkend dat [gedaagde sub 3] mogelijk als katvanger is misbruikt. Gezien de toelichting van [gedaagde sub 3] ter zitting is er geen aanleiding te vermoeden dat alsnog van enige betrokkenheid van [gedaagde sub 3] zal blijken. De vorderingen tegen hem worden derhalve afgewezen.

4.12.

Supreme zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van GSBB/ [gedaagde sub 3] . Betrokkenen hebben ter zitting aangegeven dat hun reis-, verblijf- en verletkosten op nihil kunnen worden gesteld. De kosten worden derhalve beperkt tot het door GSBB/ [gedaagde sub 3] verschuldigde griffierecht van € 297,-. Dit bedrag wordt toegewezen.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

in de zaken tegen Boom Town Fashion en [gedaagde sub 2]

5.1.

beveelt Boom Town Fashion om met onmiddellijke ingang na betekening van dit vonnis in de Benelux te staken en gestaakt te houden elke inbreuk op de BX Merken en het niet-geregistreerde woordmerk SUPREME alsook te staken en gestaakt te houden ieder overig onrechtmatig en misleidend handelen, waaronder begrepen maar niet beperkt tot het gebruik van deze merken van Supreme en daarmee overeenstemmende tekens, waaronder begrepen, maar niet beperkt tot de Inbreukmakende Tekens en andere tekens waar de hier genoemde merken van Supreme onderdeel van uitmaken, onder meer door in de Benelux zowel online als offline te staken en gestaakt de houden de volgende gebruikshandelingen:

 het (doen) produceren, samenstellen, aanbieden, (uit)leveren, in de handel brengen, importeren, exporteren of daartoe in voorraad hebben van waren onder een of meer van deze merken of enig daarmee overeenstemmend teken;

 het aanbrengen van een of meer van deze merken en of enig daarmee overeenstemmend teken op waren of hun verpakking;

 het gebruik van een of meer van deze merken en/of enig daarmee overeenstemmend teken in facturen, correspondentie, stukken voor zakelijk gebruik, elektronische stukken en posts op onder meer sociale mediakanalen, in domeinnamen, op websites en andere (elektronische) materialen, alsmede de verspreiding van voornoemde stukken en materialen;

 het gebruik van een of meer van deze merken en of enig daarmee overeenstemmend teken als (onderdeel van een) handelsnaam;

 elk gebruik van een of meer van deze merken en of enig daarmee overeenstemmend teken in advertenties, promotiematerialen of andere publicaties, waaronder het gebruik op het internet, waaronder begrepen, maar niet beperkt tot het gebruik op websites, sociale media kanalen, e-mails en domeinnamen, welk gebruik is gericht op, althans toegankelijk is vanuit de Benelux;

5.2.

beveelt Boom Town Fashion om met onmiddellijke ingang na de betekening van dit vonnis te staken en gestaakt te houden elke inbreuk op de handelsnaam ‘Supreme’, alsook ieder overig onrechtmatig en misleidend handelen, waaronder begrepen, maar niet beperkt tot het staken en gestaakt houden van het gebruik van de handelsnaam ‘Supreme’ en andere handelsnamen die daarmee op verwarringwekkende wijze overeenstemmen, waaronder begrepen, maar niet beperkt tot de handelsnaam ‘Supreme Streetwear’ en andere handelsnamen waar de handelsnaam ‘Supreme’ een onderdeel van uitmaakt, waarbij onder gebruik onder meer, maar niet uitsluitend, verstaan wordt het online en offline gebruik in stukken voor zakelijk gebruik, elektronische stukken en posts op onder meer sociale mediakanalen, in domeinnamen, op websites en andere (elektronische) materialen, zoals facturen en correspondentie, alsmede de verspreiding van voornoemde stukken en materialen;

5.3.

beveelt Boom Town Fashion en [gedaagde sub 2] , ieder voor zich, om met onmiddellijke ingang na betekening van dit vonnis de onrechtmatige gedragingen, bestaande uit het faciliteren en uitvoeren van inbreukmakende, onrechtmatige en misleidende handelingen door Boom Town Fashion te (doen) staken en gestaakt te (doen) houden, meer in het bijzonder om ervoor zorg te dragen dat alle (rechts)personen waarvan een van hen (indirect) bestuurder en/of feitelijk leidinggevende is in de gehele Benelux, iedere inbreuk op de BX Merken, het niet-geregistreerde woordmerk ‘SUPREME’ en de handelsnaam ‘Supreme’ alsmede het overig onrechtmatig en misleidend handelen jegens Supreme, bestaande uit de onder 5.1 en 5.2 genoemde handelingen, staken en gestaakt houden;

5.4.

veroordeelt Boom Town Fashion tot betaling van een onmiddellijk opeisbare dwangsom van € 25.000,- voor iedere dag dat, dan wel van € 2.500,- voor ieder product en/of zakelijk stuk waarmee – zulks ter keuze van Supreme – door Boom Town Fashion na betekening van dit vonnis aan het hiervoor bepaalde onder 5.1 tot en met 5.3 in het geheel of gedeeltelijk geen gevolg is gegeven, met een maximum aan te verbeuren dwangsommen van € 1.000.000,-;

5.5.

veroordeelt [gedaagde sub 2] tot betaling van een onmiddellijk opeisbare dwangsom van € 25.000,- voor iedere dag dat, dan wel van € 2.500,- voor ieder product en/of zakelijk stuk waarmee – zulks ter keuze van Supreme – door [gedaagde sub 2] na betekening van dit vonnis aan het hiervoor bepaalde onder 5.3 in het geheel of gedeeltelijk geen gevolg is gegeven, met een maximum aan te verbeuren dwangsommen van € 1.000.000,-;

5.6.

veroordeelt Boom Town Fashion en [gedaagde sub 2] , ieder voor zich, om binnen vier weken na betekening van dit vonnis aan Supreme, voor rekening van Boom Town Fashion en [gedaagde sub 2] , een door een onafhankelijke deskundige opgestelde, schriftelijke gedetailleerde opgave te doen, vergezeld van door deze onafhankelijke partij gecertificeerde kopieën van alle relevante documenten, zoals facturen, paklijsten, vrachtbrieven, orderformulieren, orderbevestigingen, voorraadadministratie, (e-mail) correspondentie en/of andere relevante bewijsstukken, met betrekking tot:

 de producent(en), exporteur(s), importeur(s) en andere tussenpersonen (waaronder expediteurs) van de inbreukmakende producten, onder vermelding van tijdstip, volledige adresgegevens, namen, telefoon- en faxnummers en e-mailadressen;

 de leverancier(s) en/of distributeur(s) van wie Boom Town Fashion en [gedaagde sub 2] de Inbreukmakende producten geleverd hebben gekregen en/of aangekocht, alsook van degene(n) van of namens wie Boom Town Fashion en [gedaagde sub 2] de inbreukmakende producten aangeboden heeft gekregen, onder vermelding van tijdstip, volledige adresgegevens, namen, telefoon- en faxnummers en e-mailadressen;

 de aan Boom Town Fashion en [gedaagde sub 2] aangeboden, geleverde aantallen, prijzen en leverdata van inbreukmakende producten, zulks afzonderlijk gerangschikt per type inbreukmakend product en per leverancier en tijdstip, onder overlegging van de hierop betrekking hebbende facturen, orderformulieren en correspondentie;

 de door Boom Town Fashion en [gedaagde sub 2] aan afnemers gevestigd in de Benelux, althans Nederland, aangeboden, verkochte en geleverde aantallen inbreukmakende producten, zulks, behoudens voor het geval het privépersonen betreft, gerangschikt per afnemer en met vermelding van het aantal en type inbreukmakende producten, tijdstip en de volledige adresgegevens, telefoon- en faxnummers en e-mailadressen en onder overlegging van de hierop betrekking hebbende facturen, orderformulieren en correspondentie;

 de op de dag van deze dagvaarding onder Boom Town Fashion en [gedaagde sub 2] en/of ten behoeve van (een van) hen aanwezige voorraad inbreukmakende producten, zulks gerangschikt per type inbreukmakend product;

 de aantallen inbreukmakende producten die op de dag van het opstellen van de opgave nog geleverd moeten worden aan Boom Town Fashion en [gedaagde sub 2] , zulks gerangschikt per type Inbreukmakende producten en onder vermelding van de volledige adresgegevens van de betreffende leverancier en onder overlegging van de hierop betrekking hebbende facturen, orderformulieren en correspondentie;

een en ander op straffe van een onmiddellijk opeisbare dwangsom van € 10.000,- voor iedere dag dat door Boom Town Fashion en/of [gedaagde sub 2] aan de bovenstaande veroordeling in het geheel of gedeeltelijk geen gevolg is gegeven, met een maximum aan te verbeuren dwangsommen van € 200.000,- per gedaagde;

5.7.

beveelt Boom Town Fashion en [gedaagde sub 2] om binnen drie dagen na betekening van dit vonnis en vervolgens gedurende een onafgebroken periode van negentig dagen een beeldvullende rectificatie te plaatsen op de openingspagina van haar website www.supreme-streetwear.com, alsook op haar sociale media-kanalen, opgemaakt in de gebruikelijke opmaak van Boom Town Fashion en [gedaagde sub 2] en in een goed leesbaar lettertype (tenminste ter grootte van Times New Roman lettergrootte 18) met de volgende tekst, zulks zonder toevoegingen of weglatingen:

“Dear Sir, Madam,

Herewith we inform you that Chapter 4 Corp., DBA Supreme, New York Corporation (“Chapter 4”) is the owner of the word-trademark ‘SUPREME’ and the word-device trademark depicted below for the Benelux:

Boom Town Fashion GmbH is not allowed to produce, offer, sell, distribute, import or export any products under the aforementioned trademarks in or from the Benelux. We are not in any way related to Chapter 4, nor its products. We also do not have permission from Chapter 4 to market any products bearing Chapter 4’s trademarks in the Benelux.

In a decision of 16 oktober 2019, the District Court in The Hague, the Netherlands held in a preliminary decision that the products offered, sold and marketed by us under Chapter 4’s trademarks, as well as under the marks ‘SUPREME ITALIA’, ‘SUPREME SPAIN’ and ‘SUPREME EUROPE’ infringe Chapter 4’s intellectual property rights in the Benelux.

As a consequence of this decision, we are no longer allowed to offer, sell, advertise or deliver any of these infringing products in the Benelux.

We request that anyone in the Benelux that has purchased any product from us bearing Chapter 4’s trademarks and/or the marks ‘SUPREME ITALIA’, ‘SUPREME SPAIN’ and ‘SUPREME EUROPE’ from our website www.supreme-streetwear.com or otherwise, to return this product to us at our return address [insert address].

We will compensate the purchase price in full, as well as any shipment costs.

Boom Town Fashion GmbH”

en om binnen één maand na betekening van dit vonnis op eigen briefpapier aan alle afnemers in de Benelux aan wie inbreukmakende producten zijn verkocht, een rectificatie uit te sturen met de bovenstaande tekst, met een gelijktijdig te verzenden kopie van de brief en een lijst van geadresseerden aan de advocaat van Supreme, een en ander op straffe van een onmiddellijk opeisbare dwangsom van € 5.000,- voor iedere dag dat door Boom Town Fashion en/of [gedaagde sub 2] aan deze veroordeling in het geheel of gedeeltelijk geen gevolg is gegeven, met een maximum aan te verbeuren dwangsommen van € 100.000,- per gedaagde.

5.8.

beveelt Boom Town Fashion en [gedaagde sub 2] om binnen zestig dagen na betekening van dit vonnis de onder 5.6 en 5.7 bedoelde voorraden en geretourneerde inbreukmakende producten aan Supreme, op een door Supreme te bepalen plaats af te geven ter vernietiging op kosten van Boom Town Fashion en [gedaagde sub 2] , een en ander op straffe van een onmiddellijk opeisbare dwangsom van € 5.000,- voor iedere dag dat door Boom Town Fashion en/of [gedaagde sub 2] aan deze veroordeling in het geheel of gedeeltelijk geen gevolg is gegeven, met een maximum aan te verbeuren dwangsommen van € 100.000,- per gedaagde;

5.9.

veroordeelt Boom Town Fashion en [gedaagde sub 2] hoofdelijk in de kosten van deze procedure, tot op heden aan de zijde van Supreme begroot op € 15.325,53;

5.10.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.11.

wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd;

in de zaak tegen GSBB/ [gedaagde sub 3]

5.12.

wijst de vorderingen af;

5.13.

veroordeelt Supreme in de kosten van deze procedure, tot op heden aan de zijde van GSBB/ [gedaagde sub 3] begroot op € 297,-.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.M. Brakel en in het openbaar uitgesproken op 16 oktober 2019.

1 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

2 Unieverdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom

3 Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekeningen of modellen)

4 Zie de specificatie in EP39, die volgens de toelichtende brief aan gedaagden (dus ook aan Boom Town Fashion en [gedaagde sub 2] ) is gestuurd. Op het totaalbedrag aan opgegeven verschotten ad € 4.791,07 is een bedrag van € 104,54 in mindering gebracht. Laatstgenoemd bedrag betreft de betekeningskosten van de dagvaarding aan GSBB/ [gedaagde sub 3] , zoals overgelegd in EP32.